Form No. 3394-309 Rev A Z Master® professionele 6000-serie zitmaaiers met 122 cm Turbo Force® maaidek met zijafvoer Modelnr.: 74902TE—Serienr.: 315000001 en hoger g027403 Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002 WAARSCHUWING Standaard gemonteerde oorspronkelijke onderdelen en accessoires verwijderen kan een invloed hebben op de garantie, tractie en veiligheid van de machine. Niet-originele Toro onderdelen gebruiken kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Inhoud Onderhoud van de brandstoftank .............................45 Onderhoud elektrisch systeem ....................................46 Onderhoud van de accu...........................................46 Onderhoud van de zekeringen..................................47 Onderhoud aandrijfsysteem ........................................48 Veiligheidsgordel controleren...................................48 De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren ........................................................
Veiligheid Voorbereiding • Draag tijdens het maaien altijd een lange broek en stevige schoenen met een gripvaste zool. Loop niet op blote voeten en draag ook geen schoenen met open tenen als u de machine gebruikt. Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken.
– voordat u de maaihoogte instelt, tenzij die vanaf de bestuurderspositie kan worden ingesteld. – niet plotseling stoppen of starten op een helling; – houd de snelheid laag op hellingen en in scherpe bochten; • Zet de gashendel terug terwijl de motor uitloopt. Als de machine met een brandstofafsluitklep is uitgerust, draai deze dan dicht als het maaiwerk voltooid is. – let op bulten en kuilen en andere verborgen gevaren; • Ga zorgvuldig te werk als u lasten sleept of zware werktuigen gebruikt.
Maaien op hellingen uw gezicht, ogen en kleding als u werkzaamheden verricht aan de accu. • Maai nooit op een helling van meer dan 15 graden. • Accugassen kunnen ontploffen. Houd sigaretten, vonken • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels, steil en open vuur uit de buurt van de accu. aflopende oevers of water. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken.
Geluidsdruk Deze machine oefent een geluidsdruk van 92 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in EN ISO 5395:2013. Geluidsniveau Deze machine heeft een geluidsniveau van 105 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in ISO 11094.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 58-6520 1. Smeervet 106–2655 1. Waarschuwing – Blijf uit de weg van bewegende riemen en raak deze niet aan. Verwijder het sleuteltje uit het contact en raadpleeg de instructies vóór u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 93-7818 1.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 10.
0-2068 1. Lees de Gebruikershandleiding. 115-7445 112-9028 1. Poelies en assen smeren 2. Onderhoudsinterval – 50 uur 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. 114-4466 3. Laden: 25 A 4. Extra: 15 A 1. Hoofd: 25 A 2. Aftakas: 10 A 116-1716 6. Urenteller 7. Aftakas 1. Brandstof 2. Leeg 8. Parkeerrem 9. Neutraalstand 10. Dodemansknop 3. Half 4. Vol 5. Accu 116-5988 1. Parkeerrem: ingeschakeld 114–4470 1. Lees de Gebruikershandleiding.
117-3848 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen - Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen – Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de weg van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 117-0346 1. Risico op brandstoflekkage – lees de gebruikershandleiding. Probeer niet de rolbeugel te verwijderen.
126-2055 1. Torsie van wielmoeren 129 Nm (4x) 2. Torsie van wielnaaf 319 Nm 3. Lees de Gebruikershandleiding voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert en zorg ervoor dat u de inhoud begrijpt. Controleer de torsie na de eerste 100 bedrijfsuren en vervolgens elke 500 bedrijfsuren. 127-0326 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Verwijder het sleuteltje uit het contact en lees de Gebruikershandleiding voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 2. Maaihoogte 131-4036 1.
125-9383 1. Controleer de hydraulische vloeistof om de 50 bedrijfsuren. 3. Controleer de bandenspanning om de 50 bedrijfsuren. 2. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het smeren van de machine. 4. Lees de Gebruikershandleiding voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 127–0335 1. Machine kan kantelen op hellingen – Neem geen plotse, 2. Gevaar, oprijplaat – gebruik geen dubbele oprijplaten bij het scherpe bochten, maar trage, grote bochten; gebruik de laden op een aanhanger.
Algemeen overzicht van de machine Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 6). Brandstofmeter De brandstofmeter bevindt zich bij de urenteller en de streepjes worden verlicht als de contactschakelaar is ingeschakeld (Figuur 6).
Choke Specificaties Gebruik de choke om een koude motor te starten. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen. Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Breedte: Aftakasschakelaar 122 cm Maaidek De aftakasschakelaar wordt gebruikt om de elektrische koppeling in te schakelen en de maaimessen aan te drijven. Zet de schakelaar omhoog om de messen in te schakelen en laat deze los.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. WAARSCHUWING Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is.
GEVAAR Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. Houd de rolbeugel altijd in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om.
Parkeerrem vrijzetten VOORZICHTIG Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt. Wij adviseren u beschermende uitrusting te gebruiken, zoals een veiligheidsbril, gehoorbescherming, handschoenen, veiligheidsschoenen en een helm. g027335 Figuur 11 1 2 De aftakasschakelaar bedienen G009027 Figuur 9 1.
De contactschakelaar bedienen Gebruik altijd de snelle stand als u het maaidek inschakelt met de aftakasschakelaar. 1. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start (Figuur 16). Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 15 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden.
Gebruik van de Brandstofklep De brandstofafsluitklep bevindt zich onder de stoel. Beweeg de stoel naar voren om erbij te kunnen. A B C D Sluit de brandstofafsluitklep tijdens transport, onderhoud en opslag. Controleer of de brandstofafsluitklep geopend is voordat u de motor start. 1 2 D G008948 Figuur 17 1. Aan g027336 2. Uit Figuur 18 6. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start (Figuur 16). Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat.
Het veiligheidssysteem Motor afzetten VOORZICHTIG VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. • Laat de interlockschakelaars ongemoeid.
De rijhendels gebruiken 1. Neem plaats op de stoel, stel de parkeerrem in werking en schakel de aftakasschakelaar in. Probeer de motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien. 2. Neem plaats op de stoel, stel de parkeerrem in werking en schakel de aftakasschakelaar uit. Beweeg een van beide schakelhendels (uit de vergrendelde neutraalstand). Probeer de motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien. Beweeg nu de andere rijhendel. 3.
De machine stoppen Om de machine te stoppen, zet u de rijhendels in de neutraalstand en vergrendelt u de hendels, schakelt u de aftakas uit en draait u het contactsleuteltje naar de stand Uit. Stel de parkeerrem in werking als u de machine verlaat; zie Parkeerrem in werking stellen (bladz. 20). Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt. VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat.
De pen voor de maaihoogte instellen De maaihoogte kan worden afgesteld van 25 tot 140 mm in stappen van 6 mm door de gaffelpen in verschillende openingen te plaatsen. 1. Zet de transportvergrendeling in de vergrendelde stand. 2. Druk het voetpedaal in en breng het maaidek omhoog tot de transportstand (dit is de maaihoogtestand van 140 mm) (Figuur 26). 3. Om dit aan te passen, draait u de pen 90 graden en verwijdert u de pen uit de maaihoogtebeugel (Figuur 26). 4.
Figuur 28 1. Antiscalpeerrol 3. Flensmoer 2. Lagerbus 4. Bout Figuur 26 1. Voetpedaal 3. Transportvergrendeling 2. Maaihoogtepen Antiscalpeerrollen afstellen Figuur 29 Als u de maaihoogte wijzigt, verdient het de aanbeveling de hoogte van de antiscalpeerrollen in te stellen. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2.
Stand B 4. Plaats de plaat en de sluitnokken op zodanige wijze in de sleuven dat de machine de gewenste afvoer heeft. Zet de plaat in deze stand als u het maaisel opvangt. Altijd uitlijnen met de opening van de blazer. 5. Draai de hendel terug om de plaat en de sluitnokken vast te zetten (Figuur 30). 6. Als de sluitnokken de plaat niet goed vergrendelen of te strak zijn, draait u de hendel los en draait u de sluitnok. Draai aan de sluitnok totdat u de gewenste sluitdruk hebt verkregen.
De stoelophanging verstellen Om de bestuurdersstoel in te stellen, moet u de instelhendel zijwaarts bewegen. Hiermee ontgrendelt u de stoel (Figuur 34). De stoel kan worden versteld zodat u prettig en comfortabel kunt rijden. Zet de stoel in een stand die voor u het meest comfortabel is. Om de stoel te verstellen, draait u de knop in een van beide richtingen om de meest comfortabele positie te verkrijgen (Figuur 35). g019754 Figuur 34 g019768 1 Figuur 35 1.
1. Schakel de aftakasschakelaar uit en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Zet de hendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. Verwijder het sleuteltje. GEVAAR Als de grasgeleider, afsluiter van de afvoer of de grasvanger niet op de juiste plaats zijn gemonteerd, is er gevaar voor contact met de messen of uitgeworpen voorwerpen voor uzelf en anderen. Contact met het draaiende maaimes en uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. 2.
De machine transporteren De machine laden Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen.
WAARSCHUWING 1 Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Controleer of de rolbeugel omhoog staat en gebruik de veiligheidsgordel terwijl de machine wordt geladen of uitgeladen. Zorg ervoor dat de rolbeugel het dak van een dichte aanhanger niet raakt.
Gebruik van de Z Stand® De Z Stand® wordt gebruikt om de voorkant van de machine omhoog te zetten zodat u het maaidek kunt reinigen en de maaimessen kunt verwijderen. WAARSCHUWING De machine kan op iemand neervallen en ernstig lichamelijk of de dood veroorzaken. Figuur 41 • Ga zeer voorzichtig te werk als u de machine op de Z Stand® hebt geplaatst. 1. Z Stand (in sleuf geplaatst) 3. Vergrendeling, op draailip rustend 2.
Maai met de juiste regelmaat Normaal gesproken moet u om de vier dagen maaien. Houd er echter rekening mee dat gras niet het hele jaar door even snel groeit. Om dezelfde maaihoogte te behouden, wat een goede gewoonte is, moet u in het vroege voorjaar vaker maaien. Als de groeisnelheid in de zomer afneemt, maait u minder vaak. Als u langere tijd niet hebt kunnen maaien, maait u eerst op een hoge maaistand. Maai twee dagen later op een lagere maaistand. Maaisnelheid Figuur 42 1. Z Stand 3.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • Motorolie verversen. Na de eerste 100 bedrijfsuren • Controleer de torsie van de wielmoeren. • Controleer de torsie van de sleufmoer van de wielnaaf. • Controleer de afstelling van de parkeerrem. Na de eerste 250 bedrijfsuren • Vervang de hydraulische filters en de vloeistof als u om het even welk type olie gebruikt.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud Het plaatmetaalscherm verwijderen Zet de 2 voorste bouten los en verwijder het plaatmetaalscherm om bij de maaierriemen en de spilassen te komen (Figuur 44).
Smering De maaimachine smeren De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de assen en poelie-arm van het maaidek. Jaarlijks—Smeer de arm van de riemspanpoelie van de pomp. Type vet: nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis voor algemene doeleinden 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking.
Zwenkwielnaven smeren Onderhoudsinterval: Jaarlijks 1. Zet de motor af, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en verwijder het contactsleuteltje. Stel de parkeerrem in werking. Figuur 47 Figuur 49 1. Afdichtinghouder 7. Verwijder de stofkap en stel de draaipunten van de zwenkwielen bij. Plaats de stofkap pas terug als u klaar bent met smeren. Zie Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen (bladz. 50). 2. Afstandsmoer 2.
Onderhoud motor 13. Breng een afdichtkit aan op de tweede afstandsmoer en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde. WAARSCHUWING 14. Draai de moer aan met een torsie van 8-9 Nm, draai de moer los en draai deze opnieuw vast met een torsie van 2-3 Nm. Controleer of de as niet verder uitsteekt dan de beide moeren. 15. Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Motorolie verversen/oliepeil controleren Type olie:Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of SL) Olie-inhoud: met vervanging van filter, 2,1 l; zonder vervanging van filter, 1,8 l Viscositeit: zie onderstaande tabel. Figuur 50 1. Luchtfilterklemmen 2. Luchtfilterdeksel 3. Voorluchtfilter 4. Hoofdluchtfilter Onderhoud van het voorfilter 1. U mag het papierfilter niet reinigen; vervang het(Figuur 50). Figuur 51 2.
Motorolie verversen zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat (Figuur 52). Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. G008804 A 1. Parkeer de machine zo, dat de achterkant lager is dan de voorkant om ervoor te zorgen dat alle olie volledig kan worden afgetapt. B 2.
4. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 54). A B G008804 C E A B C D E F D F g027660 Figuur 54 5. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw.
Onderhoud van de bougie Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Controleer of de elektrodenafstand correct is voordat u de bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougie(s) en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer indien nodig nieuwe bougies.
Vonkenvanger controleren (indien aanwezig) Bougie monteren Draai de bougie(s) vast met een torsie van 22 Nm. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren WAARSCHUWING Hete systeemonderdelen van de uitlaat kunnen benzinedampen ontsteken, zelfs nadat de motor is afgezet. Hete deeltjes die tijdens het gebruik van de motor uit de uitlaat komen kunnen ontvlambaar materiaal ontsteken. Brand kan lichamelijk letsel en materiële schade veroorzaken.
Onderhoud brandstofsysteem te zetten, om ervoor te zorgen dat de brandstofleiding geen contact kan maken met onderdelen die de leiding mogelijk kunnen beschadigen. Brandstoffilter vervangen Onderhoud van de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Probeer de brandstoftank niet zelf af te tappen.
Onderhoud elektrisch systeem 4. Schuif het rode stofkapje van de (rode) pluspool van de accu en verwijder de (rode) pluskabel (+) (Figuur 61). Onderhoud van de accu 6. Verwijder de klem (Figuur 61). Onderhoudsinterval: Maandelijks 7. Verwijder de accu. 5. Verwijder de vleugelmoeren waarmee de accuklem is bevestigd (Figuur 61). GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt.
Accu opladen Onderhoud van de zekeringen De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Voor de zekeringen is geen onderhoud nodig. Als er echter een zekering doorbrandt, controleer dan het circuit op een storing of kortsluiting. WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 1. De zekeringen bevinden zich op de rechterconsole naast de stoel (Figuur 63).
Onderhoud aandrijfsysteem Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel visueel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel voor gebruik als deze beschadigd is. De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer of zowel de montagematerialen als de knoppen in goede staat verkeren.
7. Als de machine een afwijking naar links heeft, draai dan de bouten los en pas de rechter aanslagplaat op de rechter T-sleuf aan tot de machine recht rijdt. 8. Zet de aanslagplaat vast. Figuur 66 De wielmoeren controleren Controleer de wielmoeren en draai ze vast met een torsie van 122 tot 129 Nm. Sleufmoer van wielnaaf controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren Zorg ervoor dat de torsie op de sleufmoer 286 tot 352 Nm bedraagt.
Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen Opvulstuk van de koppeling gebruiken Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Er zijn enkele modellen die zijn voorzien van een koppeling met een opvulstuk bij de rem. Als de koppelingsrem is versleten tot het punt waarop de koppeling niet meer consistent aangrijpt, kan het opvulstuk worden verwijderd om de levensduur van de koppeling te verlengen. 1.
4. Controleer dat er 12 V op de koppelingsconnector staat als de aftakasschakelaar in ingeschakeld. 5. Meet de opening tussen de rotor en de armatuur. Als de opening groter is dan 1 mm, ga dan als volgt te werk: A. Draai beide montagebouten een halve tot een hele slag los zoals hieronder wordt getoond. Opmerking: Verwijder de remstang niet van de veldafdekking/armatuur. De remstang is versleten rond de armatuur en moet blijven passen nadat het opvulstuk is verwijderd om voldoende remkoppel te garanderen.
Onderhoud koelsysteem Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van de oliekoeler (Figuur 75). Figuur 76 Figuur 75 Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm. Dit zal mede zorgen voor een adequate koeling en een correct motortoerental en zal de kans verkleinen dat de motor oververhit raakt en technische schade oploopt (Figuur 76).
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren daarna Controleer of de rem goed is afgesteld voorafgaand aan de afstelwerkzaamheden. Opmerking: Deze procedure moet worden gevolgd na de eerste 100 bedrijfsuren of wanneer er een onderdeel van de rem is verwijderd of vervangen. 1. Rijd de machine naar een horizontale ondergrond. 2.
Onderhoud riemen Aandrijfriem van maaidek vervangen Tekenen dat een riem aan het slijten is, zijn: gieren tijdens het draaien van de riem, slippen van de messen tijdens het maaien, gerafelde randen, schroeiplekken en scheuren. Vervang de riem als u deze zaken constateert. Belangrijk: De bevestigingen op de deksels van deze machine zijn zo ontworpen dat ze op het deksel blijven zitten nadat de bevestiging is losgemaakt.
11. Bevestig de nieuwe riem rond de poelies van het maaidek en de koppelingspoelie onder de motor (Figuur 81). Figuur 82 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 3. Draai de bout vast 2. Schuif de aandrijfriemkap onder de zijrichels 15. Monteer de afdekking van het maaidek. Zie De afdekking van het maaidek losmaken (bladz. 36). 16. Plaats het plaatmetaalscherm. Zie Het plaatmetaalscherm verwijderen (bladz. 36). Figuur 81 1. Koppelingspoelie 5.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de handgrepen afstellen Er zijn twee standen voor de handgrepen: hoog en laag. Verwijder de bouten om de hoogte aan te passen voor de bestuurder. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Figuur 83 1. Spanpoelie 5.
5. Start de motor. De rem moet in werking zijn gesteld en de rijhendels naar buiten om de motor te starten. De bestuurder hoeft niet in de stoel te zitten vanwege de gebruikte startkabel. Laat de motor volgas lopen en zet de rem vrij. 6. Laat de machine minimaal 5 minuten draaien met de rijhendels op volledige snelheid vooruit om de hydraulische vloeistof op bedrijfstemperatuur te brengen. Opmerking: De rijhendels moeten in de neutraalstand staan terwijl u de benodigde aanpassingen uitvoert. 7.
Het scharnierpunt van de neutraalstand van de rijhendel afstellen De rijhendeldemper afstellen De bovenste montagebout van de demper kan worden afgesteld om een betere weerstand van de rijhendels te verkrijgen. Zie Figuur 87 voor montage-opties. De flensmoer kan worden afgesteld om een betere weerstand van de rijhendel te verkrijgen als u de hendel in de neutrale vergrendelstand zet. Zie Figuur 88 voor afstelopties. 1. Draai de contramoer los. 2. Draai de flensmoer naar wens vaster of losser.
Onderhoud hydraulisch systeem Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. 3 H Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. Inhoud van het hydraulische systeem: 1,5 l per kant met filtervervanging Peil hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Controleer het peil van de hydraulische vloeistof. 1.
3. Breng de machine omhoog en ondersteun de machine met kriksteunen (Figuur 90). WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Hydraulische vloeistof die per ongeluk in de huid is geïnjecteerd, moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts die bekend is met dit type verwondingen. Anders kan gangreen ontstaan.
Onderhoud van het maaidek 7. Plaats het nieuwe hydraulische filter. 8. Bevestig de aandrijfriem van de pomp en de aandrijfriem van het maaidek. 9. Verwijder de kriksteunen en breng de machine omlaag (Figuur 90). Maaidek horizontaal stellen 10. Vul de olie in het hydraulische reservoir bij en controleer op eventuele lekkage. De machine instellen 11. Veeg eventueel gemorste olie weg. Opmerking: Zorg ervoor dat de machine horizontaal staat voordat u de maaihoogte instelt. 12.
10. U kunt de stelmoer op de hefinrichting van het voorste maaidek draaien om deze nog nauwkeuriger in te stellen (Figuur 94). Om te verhogen draait u de schroef rechtsom en om te verlagen draait u de schroef linksom. 3 4 2 1 2 1 Figuur 92 1. Voetpedaal 3. Transportvergrendeling 2. Pen voor de maaihoogte 6. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. G012430 Figuur 94 7. Ontgrendel de transportvergrendeling en laat het dek zakken tot de gewenste maaihoogte. 1. Stelmoer 8.
15. Meet aan beide zijden van het maaidek vanaf het horizontale oppervlak tot de achterste punt van het maaimes (punt B). De afstand moet 8,3 cm bedragen (Figuur 93). 16. U kunt de stelmoer op de hefinrichting van het voorste maaidek draaien om deze nog nauwkeuriger in te stellen (Figuur 94). Om te verhogen draait u de schroef rechtsom en om te verlagen draait u de schroef linksom. 17. Meet en pas aan tot alle vier de zijden op de juiste hoogte zijn ingesteld. Draai de contramoeren van de til-armen vast.
5. Meet de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand van de messen op dezelfde plaats als in bovengenoemde stap 3. Het verschil tussen de afstanden die zijn gemeten bij stap 3 en stap 4 mag niet meer dan 3 mm zijn. Als dit verschil meer bedraagt dan 3 mm, is het mes krom en moet het worden vervangen; zie Maaimessen verwijderen en Maaimessen monteren. messen verwijderen en deze slijpen. Zie Maaimessen slijpen. 2. Controleer de messen, met name het gebogen deel (Figuur 97).
De maaimessen slijpen WAARSCHUWING Als het mes wordt geslepen, kunnen delen van het mes worden weggeslingerd en ernstig letsel veroorzaken. Draag goede oogbescherming als u een mes slijpt. 1. Gebruik een vijl om de snijranden aan beide uiteinden van het mes te slijpen (Figuur 100). Houd daarbij de oorspronkelijke hoek in stand. Het mes blijft in balans als u van beide snijranden dezelfde hoeveelheid materiaal verwijdert. Figuur 102 1. Vleugel van het mes 3. Veerschijf 2. Mes 4.
7. Draai de spanpoelie van het maaidek rechtsom en verwijder de aandrijfriem van het maaidek (Figuur 103). Figuur 104 1. Rechter stabilisator 2. Maaidekkoppeling (rechterzijde afgebeeld) 3. Verwijder de borstbout en moer van de hefinrichting van het achterste maaidek. 4. Verwijder de borstbout en moer van de hefinrichting van het voorste maaidek. Figuur 103 1. Koppelingspoelie 5. Vierkante opening in de arm van de poelie (voor de ratelsleutel) 2. Aandrijfriem van maaidek 6. Smeernippel van poelie 3.
6 2 4 Reiniging 7 Onderkant van het maaidek reinigen 3 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 1 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 5 g015594 Figuur 105 1. Bout 2. Afstandsstuk 5. Gemonteerde veer 6. Grasgeleider 3. Borgmoer 7.
Stalling Reinigen en opslaan 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor en het hydraulische systeem. Vuil en kaf van de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing verwijderen. B.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Zet de aftakasschakelaar in de uitgeschakelde stand. 2. De parkeerrem is niet in werking. 3. Aandrijfhendels bevinden zich niet in de vergrendelde neutraalstand. 2. De parkeerrem in werking stellen. 3. Zorg ervoor dat de aandrijfhendels zich in de vergrendelde neutraalstand bevinden. 4. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 4. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel.
Probleem De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit). De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De sporing moet afgesteld worden 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. 1. De omloopventielen zijn niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopventielen. 2. De pompriem is versleten, los of stuk. 3.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Een zekering is doorgebrand. 1. De zekering vervangen. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 73
Opmerkingen: 74
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Dealer: Land: Hongarije Hongkong Korea Telefoonnummer: 36 27 539 640 852 2155 2163 82 32 551 2076 Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Maquiver S.A. Maruyama Mfg. Co. Inc. Mountfield a.s. Colombia Japan Tsjechië Casco Sales Company Puerto Rico 787 788 8383 Mountfield a.s. Slowakije Ceres S.A. Costa Rica 506 239 1138 Munditol S.A. Argentinië CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co.
De Toro totaalgarantie Producten voor professioneel groenbeheer (LCE) Gedekte voorwaarden en producten Aanwijzingen om van de garantiedienst gebruik te maken The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.