Form No. 3425-758 Rev A TimeCutter® HD X4850, X5450, XS4850 of XS5450 zitmaaier Modelnr.: Modelnr.: Modelnr.: Modelnr.: Registreer uw product op www.Toro.com. Vertaling van de oorspronkelijke tekst (NL) 74874—Serienr.: 74876—Serienr.: 74886—Serienr.: 74888—Serienr.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze zitmaaier met draaiende messen is bedoeld voor gebruik door particulieren in residentiële toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons.
Inhoud Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient. Veiligheid .................................................................. 4 Waarschuwingspictogram .................................. 4 Algemene veiligheid ........................................... 5 Hellingsindicator .....................................
Veiligheid Het koelsysteem reinigen ................................. 47 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 47 Brandstoffilter van de slang vervangen ............. 47 Onderhoud elektrisch systeem ............................ 48 Veiligheid van het elektrisch systeem................ 48 Onderhoud van de accu.................................... 48 Onderhoud van de zekeringen.......................... 50 Onderhoud aandrijfsysteem ................................
Algemene veiligheid Deze machine kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Toro heeft deze maaier ontworpen om onder redelijke omstandigheden veilig te werken, het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen kan echter leiden tot letsel of de dood. • Lees de aanwijzingen en waarschuwingen met betrekking tot de machine, motor en hulpstukken in de gebruikershandleiding en ander instructiemateriaal, zorg dat u ze begrijpt, en volg ze op.
Hellingsindicator g011841 Figuur 4 U mag deze pagina kopiëren voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decaloemmarkt Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro maaimachine is. decal117-1194 117-1194 decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken.
decal131-1097 131-1097 1. Aftapplug decal130-0654 130-0654 1. Transportvergrendeling aan 2. Transportvergrendeling uit 3. Maaihoogte 131-3948 decal131-3948 131-3948 decal130-0731 1. Langzaam 130-0731 3. Snel 2. Bij het slepen 1. Waarschuwing – Machine kan voorwerpen uitwerpen; zorg ervoor dat de grasgeleider op zijn plaats zit. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden door het maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decal132-0872 132-0872 1. De machine kan 3.
decal136-5596 decal136-4243 136-5596 136-4243 1. Snel 2. Langzaam 4. Achteruit 5. Handrem vrijgesteld 3. Neutraalstand 6. Handrem ingeschakeld 1. Controleer de bandenspanning om de 25 bedrijfsuren. 4. Controleer de bandenspanning om de 25 bedrijfsuren. 2. Motorolie 5. Lees de Gebruikershandleiding voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 3. Controleer de bandenspanning om de 25 bedrijfsuren. decal136-4244 136-4244 decal136-9186 136-9186 3. Neutraalstand 4. Achteruit 1. Snel 2.
decal132-0869 132-0869 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
decal133-9255 133-9255 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
decal133-9263 133-9263 1. Snel 4. Aftakas uitgeschakeld 2. Langzaam 5. Aftakas ingeschakeld 3.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen in Figuur 6 en Figuur 7 voordat u de motor start en de machine gebruikt. Bedieningspaneel g188738 Figuur 6 1. Urenteller 2. Gashendel 3. Chokeknop g195717 4. Contactschakelaar 5. Aftakasschakelaar 6. 12 V aansluitpunt Figuur 5 1. Maaidekpedaal 7. Motor 2. Pen voor de maaihoogte 8. Brandstoftankdop Brandstofmeter 9. Maaidek 3. Maaihoogtehendel/transportvergrendeling 4.
Chokeknop 12 V aansluitpunt Gebruik de chokeknop om een koude motor te starten. Het aansluitpunt dient om accessoires van 12 V van stroom te voorzien (Figuur 6). Urenteller Belangrijk: Wanneer u het 12 V aansluitpunt niet gebruikt, breng dan de rubberen plug aan om te voorkomen dat het aansluitpunt beschadigd raakt. De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt.
Gebruiksaanwijzing worden uitgeworpen. Controleer regelmatig of er onderdelen versleten zijn of hun toestand achteruit is gegaan en vervang deze indien nodig door onderdelen die door de fabrikant worden aanbevolen. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Voor het starten Voor gebruik Vul de brandstoftank terwijl de machine op een horizontaal oppervlak staat. Zie Aanbevolen brandstof in de Specificaties voor informatie over de benodigde benzine.
Brandstofveiligheid GEVAAR Onder bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zijn de dampen explosief. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. Brand of explosie kan brandwonden bij u of anderen en schade aan eigendommen veroorzaken.
• Voorkom de opbouw op en rond de motor van gras, bladeren, overmatig vet of olie, en andere vervuiling die zich hier kan opbouwen. Verwijder gemorste olie en brandstof en met brandstof doortrokken rommel. Laat de machine afkoelen voordat u de machine binnen stalt. Stal de machine niet in de buurt van open vuur of een gesloten ruimte met waakvlammen of verwarmingsapparatuur. • • 4. Reinig het gebied rond de dop van de brandstoftank. 5.
Het veiligheidssysteem gebruiken NEUTRAALSTAND . Start de motor. Laat de motor lopen en zet de parkeerrem vrij, schakel de messchakelaar (aftakas) in en kom iets overeind uit de bestuurdersstoel. De motor moet afslaan. WAARSCHUWING 4. Neem plaats op de stoel, stel de parkeerrem in werking, schakel de messchakelaar (aftakas) UIT en zet de rijhendels in de vergrendelde NEUTRAALSTAND . Start de motor. Als de motor loopt, centreert u een van beide rijhendels en beweegt u deze vooruit of achteruit.
Instellen van de MyRide™ vering Stel de achterste schokdempers in (Figuur 11). U kunt de MyRide™ vering naar uw voorkeur instellen zodat u prettig en comfortabel kunt rijden. U kunt de 2 achterste schokbrekers verstellen en zo de vering snel en eenvoudig instellen. Stel de vering in zodat die voor u het meest comfortabel is. De achterste schokdempers instellen g195746 De sleuven voor de achterste schokdempers hebben inklikpunten om de instelling aan te geven.
Rijhendels afstellen WAARSCHUWING Het maaidek kan voorwerpen uitwerpen uit niet-afgedichte openingen, waardoor u en anderen letsel kunnen oplopen. • Gebruik de machine nooit zonder dat alle openingen in het maaikast zijn afgedicht met bouten en moeren. • Zorg ervoor dat er bouten en moeren zijn gemonteerd in de montageopeningen als de mulchplaat is verwijderd. De hoogte instellen U kunt de rijhendels hoger of lager afstellen, voor meer comfort (Figuur 12). Machines met een maaidek van 122 cm g027252 1.
rechterplaat en de beschermplaat bevestigd zijn aan het maaidek (Figuur 14). g191136 Figuur 14 1. Slotbout (5/16" x ¾") 3. Rechterplaat 2. Borgmoer (5/16") 4. Beschermplaat 8. g190734 Figuur 16 Verwijder de 2 borgmoeren (5/16") waarmee de gelaste stutten van de rechterplaat bevestigd zijn bovenop het maaidek in het midden en rechts ervan (Figuur 15). Opmerking: Verwijder het rechterschot van het maaidek. 1. Aanwezige slotbouten 3. Keerplaat (los) 2. Achterste openingen in de geleiderplaat 4.
g011149 Figuur 17 1. Borgmoer (5/16") 3. Linkerschot 2. Slotbout (5/16" x ¾") 4. Monteer het bevestigingsmateriaal hier. g190737 Figuur 18 5. Verwijder de slotbout en borgmoer van de zijwand van het maaidek waarmee de linkerplaat bevestigd is aan het maaidek (Figuur 17). 1. Borgmoeren – voorkant geleiderplaat (monteren nadat u de plaat hebt verwijderd) 5. Beschermplaat – maaidekken van 137 cm 6. Verwijder de linkerplaat van het maaidek (Figuur 17). 6. Borgmoer (5/16") 7.
g010704 Figuur 19 1. Borgmoer (5/16") 3. Gelaste stutten (rechterschot) g190735 Figuur 20 2. Rechterplaat 12. Verwijder de slotbout en borgmoer waarmee de rechterplaat aan de bovenkant van het maaidek is bevestigd en verwijder het rechterschot van het maaidek (Figuur 19). 13. Plaats het eerder verwijderde bevestigingsmateriaal terug in de voorste openingen van de geleiderplaat en de voorste opening in het maaidek (Figuur 19). 14.
Tijdens gebruik Veiligheid tijdens het werk Algemene veiligheid • Bij het gebruik van de machine moet de bestuurder zijn/haar aandacht hier volledig op richten. Doe niets dat u afleidt, dit zou kunnen leiden tot letsel of schade. • WAARSCHUWING • Diverse motoronderdelen, vooral de knaldemper, worden bijzonder heet. Het aanraken daarvan kan leiden tot ernstige brandwonden, en ze kunnen bladeren, gras, struiken, enz. in brand steken.
• Wijzig de instelling van de motor toerentalregeling machine wordt verloren of deze omkantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. De bestuurder is verantwoordelijk voor een veilig gebruik van de machine op hellingen. Gebruik van de machine op hellingen vereist altijd extra voorzichtigheid. Voordat de machine op een helling wordt gebruikt moet de bestuurder: niet en laat de motor niet te snel lopen. • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Plaatsnemen in de bestuurderspositie Gebruik het maaidek als opstapje om de bestuurderspositie te bereiken (Figuur 22). g229111 Figuur 21 1. Veilig gebied: gebruik de maaier hier op hellingen van minder dan 15 graden g029797 2. Gevaarlijk gebied: gebruik een loopmaaier en/of handmodel trimmer op hellingen van meer dan 15 graden Figuur 22 1. Maaidek 3. Water 4. W = breedte van de machine 5.
De handrem uitschakelen Messchakelaar (aftakas) uitschakelen Om de parkeerrem uit te schakelen, moet u de hendel uit de inkeping naar u toe trekken, en vervolgens naar beneden duwen (Figuur 24). g009174 Figuur 27 De gashendel bedienen g188777 Figuur 24 1. Druk de parkeerrem uit de inkeping en naar u toe. De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM (Figuur 28). 2. Duw de parkeerrem naar beneden. Gebruik altijd de stand SNEL wanneer u de aftakas inschakelt.
De choke bedienen Bediening van de contactschakelaar Gebruik de choke om een koude motor te starten. 1. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen voordat u de contactschakelaar inschakelt (Figuur 29). 1. Opmerking: Laat het sleuteltje los zodra de Opmerking: Zorg ervoor dat u de choke motor aanslaat. volledig hebt ingeschakeld. Het zou kunnen dat u de knop omhoog moet houden als u het sleuteltje gebruikt. 2. Draai het contactsleuteltje naar de stand START (Figuur 30).
Starten van de motor De motor afzetten Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u 1. Schakel de maaimessen uit door de aftakasschakelaar op UIT te zetten (Figuur 27). 2. Schakel de parkeerrem in; zie De handrem inschakelen (bladz. 26). 3. Zet de gashendel op 4. Draai het sleuteltje op UIT en verwijder het sleuteltje. de choke niet te gebruiken. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking.
Met de machine rijden De aandrijfwielen draaien onafhankelijk en worden aangedreven door hydraulische motoren op elke as. U kunt de wielen aan de ene zijde achteruit laten draaien en tegelijk die aan de andere zijde vooruit, waardoor de machine om zijn as draait in plaats van een bocht te maken. Zo is de machine veel wendbaarder, maar het kan wat tijd vergen eer u gewend bent aan de manier waarop de machine beweegt.
Het Smart SpeedTM besturingssysteem gebruiken Dit is de laagste snelheid. Deze snelheid wordt aanbevolen voor de volgende gevallen: Voor machines met MyRide™ • Instructie • Parkeren • Zwaar, nat gras maaien De hendel van het Smart SpeedTM besturingssyteem bevindt zich rechts van de bestuurdersstoel (Figuur 35) en geeft u de keuze uit drie snelheidsbereiken: trimmen, slepen en maaien. g197125 Figuur 35 1. Smart Speed hendel Om van snelheid te veranderen, gaat u als volgt te werk: 1.
Slepen Dit is de middelste snelheid. Deze snelheid wordt aanbevolen voor de volgende gevallen: • Maaisel opvangen • Mulchen Maaien Dit is de hoogste snelheid.
Zijafvoer gebruiken Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. GEVAAR Als de grasgeleider, afsluiter van de afvoer of de grasvanger niet op de juiste plaats zijn gemonteerd, kunnen u of anderen in aanraking komen met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen. Contact met het draaiende maaimes en uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken.
Werktuigen en accessoires gebruiken Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires. Als u een bak bevestigt aan het motorscherm, maak de bak dan vast met een band. Belangrijk: Het gewicht van de bak heeft invloed op de stabiliteit van de machine. Als u in een bak die bevestigd is aan het motorscherm een groter gewicht laadt dan het gewicht vermeld in de onderstaande tabel, moet u uw machine uitrusten met de Baksteunset. g188850 Neem contact op met een erkende Toro-servicedealer.
Tips voor bediening en gebruik Een lagere maaisnelheid gebruiken Om de maairesultaten te verbeteren, moet u in bepaalde omstandigheden bij een lagere rijsnelheid maaien. Gebruik van de snel-stand van de gashendel Gras niet te kort afmaaien Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten. Om het gras goed te maaien is lucht nodig; zet de maaihoogte dus niet te laag en zorg ervoor dat het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven.
Na gebruik Veiligheid na het werk Algemene veiligheid • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aandrijving uit, schakel de parkeerrem in, stop de motor, verwijder het contactsleuteltje of maak de bougiekabel los. Wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voor het instellen, schoonmaken, repareren of stallen. Laat personeel dat niet bekend is met de instructies, nooit onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoeren.
dat u de controle verliest. Als u de machine inlaadt op of in de nabijheid van een helling, moet u de aanhanger of vrachtwagen zo plaatsen dat deze lager op de helling staat en de hellingbaan hoger op de helling. Hierdoor wordt de hoek die de hellingbaan maakt, zo klein mogelijk. WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken.
verliezen, een hoger risico op omslaan, en verlies van de controle over de machine door de bestuurder Verminder het sleepgewicht en verminder uw snelheid. • Hoe zwaarder de gesleepte last, hoe langer de stopafstand wordt. Rij langzaam en zorg voor voldoende afstand om te stoppen. • Maak grote bochten om ervoor te zorgen dat het werktuig de machine niet raakt. Machine met de hand duwen Belangrijk: U moet de machine altijd met de hand duwen. Sleep de machine niet: dit kan schade veroorzaken.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. WAARSCHUWING Veiligheid bij onderhoud Het verwijderen of wijzigen van originele apparatuur, onderdelen en/of accessoires kan van invloed zijn op de garantie, en de beheersbaarheid en veiligheid van de machine. Niet-goedgekeurde wijzigingen aan de originele apparatuur of het niet gebruiken van Toro-onderdelen zou kunnen leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
WAARSCHUWING Contact met bewegende onderdelen of hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Houd uw vingers, handen en kleding uit de buurt van draaiende onderdelen en hete oppervlakken. • Controleer alle bouten regelmatig om te verzekeren dat ze goed vast zitten. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • Motorolie verversen en filter vervangen.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. De afdekking van het maaidek losmaken • Houd uw kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Maak de 2 onderste bouten van de afdekking los om toegang te verkrijgen tot de bovenkant van het maaidek (Figuur 44).
Het schuimelement van het luchtfilter een onderhoudsbeurt geven Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren/Maandelijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Het schuimelement van het luchtfilter reinigen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Het schuimelement van het luchtfilter vervangen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). g027800 1. Was het schuimfilter in warm water met vloeibare zeep.
Het motoroliepeil controleren Het luchtfilter monteren 1. Monteer het schuimelement op het papierelement. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Opmerking: Controleer het oliepeil als de motor Opmerking: Voorkom beschadiging van de 2. 3. koud is. elementen. Lijn de gaten in het filter uit met de openingen van het verdeelstuk. Kantel het filter omlaag in de kamer en druk het tegen het verdeelstuk aan (Figuur 47).
tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 4. g235263 Figuur 49 Motorolie verversen en oliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 5 bedrijfsuren/Na de eerste maand (houd hierbij de kortste periode aan)—Motorolie verversen en filter vervangen. Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Motorolie verversen en oliefilter vervangen (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). 1.
5. Vervang het motoroliefilter (Figuur 51). Opmerking: Controleer of de pakking van het oliefilter contact maakt met de motor en draai de filter nog ¾ slag extra vast. g027799 g027477 Figuur 51 6. g029570 Figuur 50 45 Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 52).
3. Maak de omgeving van de onderkant van de bougie schoon om te voorkomen dat er vuil en rommel in de motor terechtkomt. 4. Verwijder de bougie (Figuur 53). g027478 Figuur 53 Bougie controleren Belangrijk: Maak de bougie(s) niet schoon. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont. g235264 Figuur 52 7. Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.
Bougie monteren Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Zie Brandstof bijvullen (bladz. 17) voor een volledige lijst van voorzorgsmaatregelen met betrekking tot brandstof.
Onderhoud elektrisch systeem Veiligheid van het elektrisch systeem g027939 • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
Accu opladen Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Accu opladen en accukabels loskoppelen. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Verwijderen van de accu (bladz. 48). 2. Laad de accu gedurende minstens een uur op bij 6 tot 10 A. Opmerking: De accu niet te ver opladen. 3. g190587 Figuur 57 1. Accudeksel 4. 2. Bevestigingen Zodra de accu volledig is opgeladen, haalt u de acculader uit het stopcontact en maakt u vervolgens de oplaadkabels los van de accuklemmen (Figuur 59).
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren.
Onderhoud riemen Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle riemen op slijtage en scheurtjes controleren. Vervang de riem als deze versleten is. Een aantal indicaties van een versleten riem: een gierend geluid tijdens het draaien van de riem, de messen die slippen tijdens het maaien, gerafelde randen en schroeiplekken en scheuren op de riem.
16. Onderhoud van de maaimachine Monteer de afdekking van het maaidek; zie De afdekking van het maaidek losmaken (bladz. 41). Veiligheid van de messen Een versleten of beschadigd mes kan breken en een stuk van het mes kan worden uitgeworpen in de richting van de bestuurder of omstanders en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. Indien u een beschadigd mes probeert te repareren, kan de veiligheidscertificatie van het product vervallen.
g006530 Figuur 64 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur g014973 Figuur 66 1. Mes, in meetstand 2. Vlakke ondergrond Controle op kromme messen 3. Gemeten afstand tussen mes en de ondergrond (A) Opmerking: De machine moet op een egaal 4. oppervlak staan voor de volgende procedure. 1. Zet het maaidek op de hoogste maaipositie. 2.
Maaimessen verwijderen Vervang messen die een vast voorwerp hebben geraakt of uit balans of krom zijn. 1. Pak het uiteinde van het mes vast met een doek of een dikke handschoen. 2. Verwijder de mesbout, de klemring en het mes van de spilas (Figuur 69). g014973 Figuur 68 1. Mes aan andere zijde, in meetstand 2. Vlakke ondergrond 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) A.
Maaidek horizontaal stellen Opmerking: Als het mes niet in balans is, moet u wat metaal afvijlen van het uiteinde van de vleugel (Figuur 70). Controleer of het maaidek horizontaal staat telkens wanneer u de maaier installeert of wanneer u een ongelijke maaiplek in uw gras ziet. Voordat u het maaidek horizontaal afstelt moet u eerst controleren of er verbogen maaimessen zijn, en eventueel verbogen maaimessen verwijderen en vervangen; lees Controle op kromme messen (bladz. 53) voordat u dit doet.
Maaidek horizontaal stellen Schuinstand van het maaidek (lengterichting) controleren Controleer de schuinstand van het maaidek telkens wanneer u dit monteert. Als de voorkant van de maaier meer dan 7,9 mm lager staat dan de achterkant van de maaier, moet u de schuinstand van het maaimes instellen. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
g028276 Figuur 77 1. Draaipen 3. R-pen 2. Ring g024313 Figuur 76 1. Hefarm van maaidek 2. Ketting 7. Til het maaidek op om de spanning van het maaidek te halen. 8. Verwijder de kettingen van de haken op de hefarmen van het maaidek (Figuur 78). 3. Haak 4. Stelbout 6. Zorg ervoor dat de 4 kettingen gespannen zijn (Figuur 76). 7. Draai de 4 stelbouten vast (Figuur 76). 8. Zorg ervoor dat de blokjes stevig onder de rand van het maaidek zitten en dat alle bouten vastgedraaid zijn. 9.
Het maaidek monteren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en maak de bougiekabels los. 3. Schuif het maaidek onder de machine. 4. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand. 5. Plaats de maaihoogtepen in de vergrendelstand voor de laagste maaistand. 6. Til de achterzijde van het maaidek op en bevestig de kettingen aan de achterste hefarmen (Figuur 78). 7.
5. Plaats de veer op het rechte uiteinde van de stang. Reiniging 6. Plaats de veer op de stang zoals getoond in Figuur 80. Doe dit zo, dat het korte uiteinde met de veer onder de stang voor de bocht uitkomt en over de stang gaat als deze terugkomt uit de bocht Onderkant van maaimachine wassen 7. Breng het uiteinde van de veer met de lus omhoog en bevestig in de inkeping op de beugel van de geleider (Figuur 80). Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen.
WAARSCHUWING Een gebroken of ontbrekende wasaansluiting kan voorwerpen uitwerpen of contact met het maaimes veroorzaken, waardoor u en anderen letsel kunnen oplopen. Contact met een maaimes of uitgeworpen voorwerpen kan ernstig lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. • Een gebroken of ontbrekende wasaansluiting moet direct worden vervangen, voordat u de machine opnieuw gebruikt. • Steek nooit uw handen of voeten onder de maaier of door openingen in de machine. g017966 Figuur 81 1.
Stalling stalling. De machine wordt als volgt voorbereid op stalling: Veiligheid tijdens opslag A. • Laat de motor afkoelen voordat u de machine opslaat. • U mag de machine of brandstof niet opslaan in de nabijheid van een open vuur of binnenshuis brandstof aftappen. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt. Reinigen en opslaan 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
Opslag van de accu 1. Laad de accu volledig op. 2. Laat de accu 24 uur ongemoeid en controleer dan de spanning van de accu. Opmerking: Indien de accuspanning lager is dan 12,6 V, moet u stappen 1 en 2 herhalen. 3. Koppel de kabels los van de accu. 4. Controleer regelmatig de spanning en zorg dat die altijd minstens 12,4 V is. Opmerking: Indien de accuspanning lager is dan 12,4 V, moet u stappen 1 en 2 herhalen. Tips voor het bewaren van de accu • Bewaar de accu rechtop in een koele, droge omgeving.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De brandstoftank is ingedeukt of de machine raakt regelmatig zonder brandstof. 1. Het papierelement van het luchtfilter is verstopt. 1. Reinig het papierelement. De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De omloopkleppen zijn open. 1. Sluit de sleepkleppen. 2. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 3. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 4. De transmissie is uitgevallen. 2. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. Het maaimes (de maaimessen) is (zijn) verbogen of niet in balans. 1.
Schema's g203461 Installatieschema (Rev.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring EEA/VK Toro’s gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.