Form No. 3394-239 Rev B TITAN® ZX 4800 en ZX 5400 zero-turn zitmaaiers Modelnr.: 74846—Serienr.: 315000001 en hoger Modelnr.: 74848—Serienr.: 315000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Deze machine is een zitmaaier met draaiende messen bedoeld voor gebruik door particulieren in huiselijke toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. De machine is niet ontworpen voor het maaien van lage struiken, het maaien van gras en andere begroeiing langs de snelweg, of voor gebruik in de landbouw. g015453 Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte product-specifieke conformiteitsverklaring.
Vooruit- en achteruitrijden................................. 23 De machine stoppen......................................... 24 Maaihoogte instellen......................................... 24 Antiscalpeerrollen afstellen............................... 25 Bestuurdersstoel instellen ................................ 26 Rijhendels afstellen .......................................... 26 Machine met de hand duwen ............................ 26 De maaier van 48" omschakelen naar zijafvoer ........................
Veiligheid ◊ te snel rijden, De volgende instructies zijn ontleend aan de norm EN ISO 5395:2013. ◊ het type machine is niet geschikt voor het specifieke werk, ◊ onjuist gebruik van de rem, ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen, Instructies voor veilige bediening van zitmaaiers ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten. Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van productie.
• Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, • • • • • • • • • • • • omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht. Alle werktuigkoppelingen uitschakelen en versnelling in vrij schakelen voordat u de motor start. Gebruik de maaimachine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Denk eraan dat elke helling gevaarlijk is. Het rijden op met gras begroeide hellingen vereist bijzondere zorgvuldigheid.
• Houd er rekening mee dat de wielen hun grip andere veiligheidsinstructies die niet zijn opgenomen in de CEN-norm. • Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolstofmonoxideen uitlaatgassen kunnen verzamelen. • Houd handen, voeten, haar en loszittende kledingstukken uit de buurt van de uitwerpopening, de onderkant van de maaimachine en bewegende onderdelen als de motor loopt.
De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures beschreven in EN ISO 5395:2013. Onzekerheidswaarde (K) = 0,22 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald in overeenstemming met de procedures beschreven in EN ISO 5395:2013 (zitmaaier en stamaaier). Trillingen op de handen en armen Gemeten trillingsniveau voor de linkerhand = 4,8 m/s2 Gemeten trillingsniveau voor de rechterhand = 4,4 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 2,4 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN ISO 5395:2013.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decaloemmarkt Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro maaimachine is. decal114-1606 114-1606 decal99-8936 99-8936 1. Snelheid van de machine 2. Snel 3. Langzaam 1.
decal117-1194 117-1194 1. Motor decal130-0655 130-0655 1. Brandstoftank 2. Vol 3. Half 4. Leeg decal130-0731 130-0731 1. Waarschuwing – Machine kan voorwerpen uitwerpen; zorg ervoor dat de grasgeleider op zijn plaats zit. decal130-0654 130-0654 1. Transportvergrendeling aan 2. Transportvergrendeling uit 3. Maaihoogte 10 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden door het maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
decal130-0765 130-0765 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Neem het sleuteltje uit het contact en lees de Gebruikershandleiding voordat u onderhoud uitvoert. 2. Maaihoogteselectie decal130-6927 130-6927 1. Waarschuwing – Gebruik altijd de rolbeugel en doe de veiligheidsgordel om als u op de bestuurdersstoel zit. decal130-6928 130-6928 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders uit de buurt van de machine. decal130-6922 130-6922 1. Omloophendel, hendel in gebruikstand. 2.
decal130-6996 130-6996 1. Lees de Gebruikershandleiding voor onderhoudsinformatie. 4. Controleer de hydraulische olie om de 25 bedrijfsuren 2. Controleer de motorolie om de 8 bedrijfsuren 5. Controleer elke 25 bedrijfsuren de bandenspanning van de zwenkwielen 6. Smeer de zwenkwielen elke 25 bedrijfsuren. 3. Controleer elke 25 bedrijfsuren de bandenspanning van de aandrijfwielen decal131-4036 131-4036 1. De maximale sleepbelasting op de trekhaak is 36 kg. 2. Lees de Gebruikershandleiding.
decal132-0871 132-0871 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
Algemeen overzicht van de machine g024328 Figuur 4 1. Aandrijfwiel 4. Rijhendels 7. Voorste zwenkwiel 2. Bestuurdersstoel 5. Parkeerrem 8. Antiscalpeerrol 3. Rolbeugel 6. Voetsteun 9. Voetpedaal voor heffen maaidek en maaihoogte 14 10.
Bedieningsorganen Urenteller Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt (Figuur 5). De urenteller registreert het aantal uren dat de messen in bedrijf zijn geweest. De urenteller werkt als de aftakas is ingeschakeld. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 5). Brandstofmeter Het brandstofvenster onder de bedieningspositie kan worden gebruikt om het benzinepeil in de tank te controleren (Figuur 6).
Gebruiksaanwijzing om obstakels te ontwijken of om het maaidek in de hoogste maaihoogtestand of transportstand te vergrendelen (Figuur 4). Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Maaihoogtehendel De maaihoogtehendel kan in combinatie met het voetpedaal worden gebruikt om het maaidek op een specifieke maaihoogte te vergrendelen. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat (Figuur 4).
GEVAAR GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
Brandstofmeter Kijk op het brandstofvenster onder de bedieningsplaats om het benzinepeil te controleren voordat u de tank vult (Figuur 7). g020264 Figuur 7 1. Venster van brandstofmeter Brandstoftank vullen Zet de motor af en zet de rijhendels in de parkeerstand. g027637 Figuur 8 Belangrijk: Giet de brandstoftank niet te vol. Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis. Dit geeft de brandstof in de tank ruimte om uit te zetten.
GEVAAR VOORZICHTIG Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt.
Het Veiligheidssysteem 4. WAARSCHUWING Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. Neem plaats op de bestuurdersstoel, stel de parkeerrem in werking, schakel de aftakas uit en zet de rijhendels in de neutraalstand. Start de motor. Als de motor loopt, zet u de beide rijhendels in de middelste stand. De motor moet afslaan.
Parkeerrem vrijzetten g027639 Figuur 12 De gashendel bedienen De gashendel heeft twee standen: Snel en Langzaam (Figuur 13). g008959 Figuur 14 Gebruik altijd de snelle stand als u het maaidek inschakelt met de aftakasschakelaar. 1. Aan 2. Uit De contactschakelaar bedienen 1. g008946 Figuur 13 Draai het contactsleuteltje naar de stand Start (Figuur 15). Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat.
De motor starten en stoppen Motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders die een onbeheerd achtergelaten machine verplaatsen of proberen te bedienen, kunnen gewond raken. Motor starten Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken (Figuur 16). Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten.
De rijhendels gebruiken De aftakasschakelaar bedienen De aftakasschakelaar start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Aftakasschakelaar inschakelen Schakel de aftakasschakelaar in met de gashendel op Snel. Opmerking: Als u de aftakasschakelaar inschakelt met half gas of minder zorgt voor overmatige slijtage aan de aandrijfriemen. g008945 Figuur 18 g004532 Figuur 20 Aftakasschakelaar uitschakelen 1. Rijhendel – onvergrendelde neutraalstand 2. Centrale onvergrendelde stand 3.
De machine stoppen WAARSCHUWING Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. U moet altijd het contactsleuteltje verwijderen en de rijhendels naar buiten in de parkeerstand zetten wanneer u de machine onbeheerd laat, ook al is het slechts voor een paar minuten.
Het maaidekhefsysteem met voetpedaal gebruiken • Druk het pedaal in om het maaidek omhoog te brengen. Blijf het pedaal indrukken totdat het maaidek in de transportstand is vergrendeld (Figuur 23). • Trap het pedaal voor maaideklift in en trek de hendel van de transportstand naar achteren om de transportvergrendeling vrij te zetten (Figuur 23). g024410 Figuur 24 1. Voetpedaal 3. Maaihoogtestanden 2. Handgreep 4.
4. Lijn de bout en de antiscalpeerrol uit in de beugelopening die overeenkomt met de dichtstbijzijnde maaihoogtestand (Figuur 25). 5. Steek de bout in de beugelopening en bevestig de bout en antiscalpeerrol met de flensmoer (Figuur 25). Bestuurdersstoel instellen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit.
2. Beweeg de rijhendels naar buiten in de vergrendelde neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 3. Verwijder het maaidek zoals beschreven in Maaidek verwijderen in het gedeelte Onderhoud. 4. Draai de maaimachine ondersteboven. 5. Verwijder de aanwezige maaimessen die op uw maaidek zijn bevestigd.
11. Zoek de keerplaat in de losse onderdelen. Verwijder het bevestigingsmateriaal uit de achterste openingen van de geleiderplaat. Plaats het schot bij de zijafvoeropening op het maaidek (Figuur 32). g012806 Figuur 30 1. Beschermplaat 3. Slotbout (5/16" x ¾") 2. Borgmoer (5/16") 4. Rechterschot g012800 Figuur 32 9. 10. Bij de voorste rand van de zijuitworp-opening bevindt zich een beschermplaat.
Mulchplaat verwijderen WAARSCHUWING 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Beweeg de rijhendels naar buiten in de vergrendelde neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 3. Verwijder het maaidek zoals beschreven in Maaidek verwijderen in het gedeelte Onderhoud. 4. Draai de maaimachine ondersteboven.
11. Verwijder de twee borgmoeren (5/16") die aan de gelaste stutten van de rechterplaat bevestigd zijn bovenop het maaidek in het midden en rechts ervan (Figuur 35). 12. Verwijder de slotbout en borgmoer waarmee de rechterplaat aan de bovenkant van het maaidek is bevestigd. Verwijder het rechterschot van het maaidek (Figuur 35). g010703 Figuur 36 g010704 Figuur 35 1. Borgmoer (5/16") 2. Rechterplaat 13. 14. 3. Gelaste stangen, rechterschot 4.
GEVAAR Als de grasgeleider, afsluiter van de afvoer of de grasvanger niet op de juiste plaats zijn gemonteerd, is er gevaar voor contact met de messen of uitgeworpen voorwerpen voor uzelf en anderen. Contact met het draaiende maaimes en uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. • Verwijder de grasgeleider nooit van het maaidek omdat hiermee het maaisel wordt afgevoerd naar het gazon. Een beschadigde grasgeleider moet direct worden vervangen. 4.
WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine gebruikt op een oprijplaat. • Controleer of de rolbeugel omhoog staat en gebruik de veiligheidsgordel terwijl de machine wordt geladen of uitgeladen. Zorg ervoor dat de rolbeugel het dak van een gesloten aanhanger niet raakt. • Gebruik één oprijplaat over de volledige breedte.
Wanneer u een gazon voor de eerste keer maait gras op deze hoogte maaien. Daarna het gras op de lagere, normale hoogte maaien. Laat het gras iets langer dan normaal, om te voorkomen dat oneffenheden in de grasmat volledig worden weggemaaid. In het algemeen kan het best de voorheen gebruikte maaihoogte worden gekozen. Als u gras van meer dan 15,24 cm lang gaat maaien, kunt u het best in twee keer maaien om een goed maairesultaat te verkrijgen.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • De motorolie verversen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen en hydraulische vloeistof verversen. Bij elk gebruik of dagelijks Na elk gebruik • • • • • Veiligheidssysteem controleren. Controleer het motoroliepeil. Luchtinlaatrooster reinigen. De maaimessen controleren. Controleer de grasgeleider op schade • Maaikast reinigen.
decal115-9630 Figuur 40 Op onderkant van zitgedeelte van stoel 1. Lees de Gebruikershandleiding voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 2. Controleer de motorolie om de 8 bedrijfsuren 4. Controleer de hydraulische olie om de 25 bedrijfsuren 5. Controleer elke 25 bedrijfsuren de bandenspanning van de zwenkwielen 6. Smeer de zwenkwielen elke 25 bedrijfsuren. 3.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Smering De lagers smeren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle smeerpunten smeren. De stoel omhoog zetten Type vet: nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis Zorg ervoor dat de rijhendels in de neutrale vergrendelstand staan. Kantel de stoel naar voren. Om bij de volgende onderdelen te kunnen komen, hoeft u enkel de stoel omhoog te zetten. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Onderhoud motor WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Houd kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Onderhoud van het luchtfilter Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen (om de paar uren) als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. g015155 Figuur 43 1. Deksel Het element verwijderen 1.
g010686 Figuur 44 Opmerking: Het gebruik van multigrade-olie (5W-20, 10W-30 of 10W-40) zal leiden tot een hoger olieverbruik. Controleer vaker het oliepeil als u multigrade-olie gebruikt. Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Opmerking: Controleer het oliepeil als de motor koud is. WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Motoroliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Oliefilter vervangen. (vaker in stoffige, vuile omstandigheden) Opmerking: Vervang het oliefilter van de motor vaker als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. 1. Tap de motorolie af; zie Motorolie verversen. 2. Vervang het motoroliefilter (Figuur 48). g027539 Figuur 46 4.
Type: NGK BPR4ES of een equivalent type) Bougie monteren Elektrodenafstand:0,76 mm Draai de bougie(s) vast met een torsie van 22 N·m. Bougie verwijderen 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
Onderhoud brandstofsysteem Onderhoud elektrisch systeem Brandstoffilter vervangen Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Onderhoudsinterval: Maandelijks 1. 2. GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking.
2. 3. Accu opladen Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Verwijder de vleugelmoeren waarmee de accuklem is bevestigd (Figuur 53). Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Belangrijk: Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is.
Zekeringen: 3. Neem de motorzekering vast en trek deze in een rechte beweging weg van de zekeringhouder (Figuur 56). 4. Breng een nieuwe zekering aan in de sleuf van de zekeringhouder (Figuur 55). 5. Druk de zekering goed aan in de zekeringhouder (Figuur 55). • Hoofdleiding 30 A, steekzekering • Motor 20 A, steekzekering 1. Om de hoofdzekering te vervangen, neemt u de zekering vast en trekt u deze in een rechte beweging weg van de zekeringhouder. g024411 Figuur 55 1. Zekeringhouder 2.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud hydraulisch systeem Specificaties van het hydraulische systeem Bandenspanning controleren Type olie: Toro HYPR-OIL® 500 of 20 W-50 motorolie. Capaciteit van het systeem: ongeveer 4,495 liter als het filter vervangen wordt. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben.
Herhaal deze procedure voor beide filters. Het ontluchtingsproces moet worden herhaald tot de olie tot de VOL KOUD-streep in de tank reikt. Als deze procedure niet goed wordt uitgevoerd, kan dit leiden tot onherstelbare schade aan het transaxlesysteem.
3. tweede transmissie komt. Stop met olie bijgieten en monteer deze ontluchtingsplug. Draai de plug vast met een torsie van 20,3 N·m. 7. Als de transaxle zonder abnormale geluiden werkt en bij een normaal toerental soepel naar voren en naar achteren kan bewegen, zit er geen lucht meer in de transaxle. Ga verder met het vullen van de expansietank tot de olie de markering FULL COLD bereikt in de expansietank. Ga verder met het gedeelte Hydraulisch systeem ontluchten. 4.
Onderhoud van het maaidek Onderhoud van de maaimessen Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten. g006530 Figuur 62 Controleer elke dag of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is.
g014973 g014973 Figuur 64 Figuur 66 1. Mes, in meetstand 2. Egaal oppervlak 1. Mes aan andere zijde, in meetstand 3. Gemeten afstand tussen mes en oppervlak (A) 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) 4. 2. Egaal oppervlak Draai hetzelfde mes 180 graden, zodat de maairand aan de andere kant nu in dezelfde stand staat. WAARSCHUWING Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes.
Pak het uiteinde van het mes vast met een doek of een dikke handschoen. Verwijder de mesbout, de klemring en het mes van de spilas (Figuur 67). blijft, is het in balans en geschikt voor gebruik. Als het mes niet in balans is, moet u wat metaal afvijlen van het uiteinde van de vleugel (Figuur 67). Herhaal dit indien nodig totdat het mes in balans is. g000277 Figuur 69 1. Mes 2. Mesbalans Maaimessen monteren 1. Monteer het mes op de as (Figuur 67).
1. 2. 3. 4. lager staat dan de rand van het achterste mes, moet u verder gaan met de procedure Maaidek horizontaal stellen. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. Beweeg de rijhendels naar buiten in de vergrendelde neutraalstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje, stel de parkeerrem in werking en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat.
5. Draai de stelbouten in de vier hoeken los, zodat het maaidek stevig op alle vier blokjes rust (Figuur 73). 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Laat het maaidek zakken tot een maaihoogte van 76 mm. 4.
10. Maaidek verwijderen Bevestig de nieuwe riem rond de poelies van het maaidek en de koppelingspoelie onder de motor (Figuur 74). 1. WAARSCHUWING Verwijder de R-pen en de ring waarmee de lange draaipen is bevestigd aan het frame en het maaidek; verwijder de verbindingsstang (Figuur 75). De veer is onder spanning gemonteerd en kan lichamelijk letsel veroorzaken. Wees voorzichtig als u de riem verwijdert. 11.
Opmerking: Bewaar alle onderdelen voor latere montage. 1. Verwijder de borgpen uit het uiteinde van de stang (Figuur 77). 2. Koppel de veer los van de inkeping in de geleiderbeugel en schuif de stang uit de gelaste maaidekbeugels, veer en grasgeleider (Figuur 77). Verwijder een beschadigde of versleten grasgeleider. Het maaidek monteren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Reiniging Onderkant van maaimachine wassen Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. Nadat u de maaimachine heeft gebruikt, moet u de onderkant van de machine telkens wassen om te voorkomen dat er zich gras verzamelt. Hierdoor wordt gras beter fijn gemaakt en het maaisel beter verstrooid. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
WAARSCHUWING Een gebroken of ontbrekende wasaansluiting kan voorwerpen uitwerpen of contact met het maaimes veroorzaken, waardoor u en anderen letsel kunnen oplopen. Contact met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen kan ernstig lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. • Een gebroken of ontbrekende wasaansluiting moet direct worden vervangen, voordat u de machine opnieuw gebruikt. • Steek nooit uw handen of voeten onder de machine of door openingen in de machine.
Stalling geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). Reinigen en opslaan Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt. 1. 2. Schakel de aftakas uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor en het hydraulische systeem.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Startmotor draait niet. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. Parkeerrem niet in werking gesteld. 3. Aandrijfhendels bevinden zich niet in de vergrendelde neutraalstand. 2. De parkeerrem in werking stellen. 3. Controleer of de aandrijfhendels zich in de vergrendelde neutraalstand bevinden. 4. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 5. Accu opladen. 6.
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit) 1. De sporing moet worden afgesteld 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. Machine rijdt niet. 1. Omloopventiel niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopventielen. 2. Aandrijfriem van de pomp is versleten, los of gebroken. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Schema's g028048 Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Lijst met internationale dealers Distributeur: Land: Distributeur: Land: Hongarije Hongkong Korea Telefoonnummer: 36 27 539 640 852 2155 2163 82 32 551 2076 Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Maquiver S.A. Maruyama Mfg. Co. Inc. Mountfield a.s. Colombia Japan Tsjechië Casco Sales Company Puerto Rico 787 788 8383 Mountfield a.s. Slovakije Ceres S.A. Costa Rica 506 239 1138 Munditol S.A. Argentinië CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co.
Producten voor thuisgebruik Toro Garantie en De Toro GTS-startgarantie Gedekte voorwaarden en producten The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen de oorspronkelijke koper1 gezamenlijk de garantie dat ze het hieronder vermelde Toro-product zullen repareren als het materiaalgebreken of fabricagefouten vertoont of als de Toro GTS (Guaranteed to Start) motor niet start bij de eerste of de tweede poging, op voorwaard