Form No. 3449-844 Rev A TimeCutter® MX 4275T en MX 5075T zitmaaier Modelnr.: 74691—Serienr.: 400000000 en hoger Modelnr.: 74695—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Bruto- en nettokoppel: Het bruto- en nettokoppel van deze motor is door de motorfabrikant in laboratoriumomstandigheden gemeten volgens standaard J1940 of J2723 van de Society of Automotive Engineers (SAE).
Inhoud Riemen controleren ............................................... 42 Drijfriem van maaidek vervangen ........................... 42 Onderhoud van de maaimachine ............................... 44 Veiligheid van de messen....................................... 44 Onderhoud van de maaimessen ............................. 44 Maaidek horizontaal stellen .................................... 46 Het maaidek verwijderen........................................ 49 Het maaidek monteren .......................
Veiligheid Deze machine is ontworpen volgens norm EN ISO 5395. Algemene veiligheid Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig of mogelijk dodelijk letsel te voorkomen. • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start. • Houd omstanders en kinderen uit de buurt.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 U mag deze pagina kopiëren voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. Sticker 99-3943 is uitsluitend voor modellen met maaidekken van 127 cm. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4.
Sticker 112-9840 is uitsluitend voor modellen met maaidekken van 127 cm. decal132-0872 132-0872 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders uit de buurt van de machine. 2. De maaier kan voorwerpen uitwerpen, omhooggebrachte geleider – Gebruik de machine niet met een open maaidek; gebruik een grasvanger of een geleider. decal112-9840 112-9840 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3.
decal139-2395 139-2395 1. Parkeerrem 2. Snel 3. Langzaam 4. Neutraalstand 5. Achteruit 6. Tractiebediening decal139-2397 139-2397 decal139-2388 139-2388 1. Langzaam 3. Snel 2. Vervoeren Sticker 139-2391 is voor modellen zonder urenteller. decal139-2391 139-2391 1. Snel 2. Langzaam decal140-2748 140-2748 decal139-2394 139-2394 1. Tractiebediening 4. Neutraalstand 2. Snel 3. Langzaam 5. Achteruit 6.
decal132-0869 132-0869 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
Algemeen overzicht van de machine g367815 Figuur 4 1. Motor 4. Rijhendels 7. Smart Speed™ hendel 2. Bestuurdersstoel 5. Voorste zwenkwiel 8. Maaihoogtehendel 11. Bedieningspaneel 3. Dop van brandstoftank 6. Hefpedaal maaidek (enkel bepaalde modellen) 9. Grasgeleider 12. MyRide™ instelhendel 10 10.
Bedieningsorganen Parkeerstand Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt. Zet de rijhendels vanuit het midden naar buiten in de PARKEERSTAND wanneer u de machine verlaat om de elektrische rem in werking te stellen (Figuur 24). Zet de rijhendels altijd in de PARKEERSTAND als u de machine stopt of onbeheerd achterlaat. Bedieningspaneel MyRide® instelhendel Gebruik de MyRide® instelhendel om de stoelvering af te stellen (Figuur 4).
Gebruiksaanwijzing Maaihoogtehendel Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel. Als u de hendel omhoog zet, naar u toe, wordt het maaidek opgeheven van de grond en als u de hendel omlaag zet, weg van u, wordt het maaidek neergelaten. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat (Figuur 4). Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Brandstof bijvullen Brandstofveiligheid • Brandstof is uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Aanbevolen brandstof Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. – – Om te voorkomen dat een statische lading de brandstof doet ontbranden, verwijdert u de machine van de truck of aanhanger en tankt u op de grond, uit de buurt van alle voertuigen.
Het veiligheidssysteem zorgt ook dat de motor wordt gestopt wanneer de rijhendels niet in PARKEER staan en u de bestuurdersstoel verlaat. Het veiligheidssysteem testen Controleer de werking van het veiligheidssysteem telkens voordat u de machine in gebruik neemt. Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. 1. Neem plaats op de bestuurdersstoel, zet de rijhendels in de PARKEERSTAND en zet de messchakelaar AAN.
Bestuurdersstoel instellen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit (Figuur 8). g292102 Figuur 9 1. MyRide instelhendel 3. Strakkere vering 2. Zachtere vering g027632 Figuur 8 Rijhendels afstellen De hoogte instellen Instellen van de MyRide® vering U kunt de rijhendels hoger of lager afstellen, voor meer comfort (Figuur 10).
Hoek van rijhendels verstellen 3. U kunt de hoek van de rijhendels naar voren of achteren afstellen, voor meer comfort. Verwijder het maaidek; zie Het maaidek verwijderen (bladz. 49). 4. Verwijder de 2 borgmoeren (5/16") van de gelaste pennen van het schot (Figuur 12). 1. Verwijder de bovenste bout waarmee de rijhendel is bevestigd aan de schacht van de bedieningsarm. 2. Draai de onderste bout los totdat u de rijhendels naar voren of naar achteren kunt bewegen. g333846 Figuur 11 3.
g297021 Figuur 14 g297022 Figuur 13 1. Borgmoer – 5/16" (4) 3. Slotbout – 5/16" x ¾" 2. Rechter schot 4. Gelaste pen (3) 5. 6. Verwijder de 2 slotbouten en 2 borgmoeren waarmee het rechter schot bevestigd is aan het maaidek en verwijder het schot (Figuur 13). 1. Borgmoer – 5/16" (3) 3. Gelaste pen (2) 2. Linker schot 4. Slotbout – 5/16" x ¾" 8. Verwijder de slotbout en borgmoer waarmee het linker schot bevestigd is aan het maaidek en verwijder het schot (Figuur 14). 9.
• Maai niet als de grasgeleider in de geheven stand staat, • • • • g297046 • Figuur 15 1. Grasgeleider 3. Moer 2. Stang van grasgeleider 4. Keerplaat 11. Gebruik de moer om de keerplaat te monteren aan de stang van de grasgeleider. Gebruik hierbij de buitenste opening in de keerplaat (Figuur 15). 12. Monteer het maaidek; zie Het maaidek monteren (bladz. 50).
• Start de motor en zorg er hierbij voor dat uw voeten uit plotseling omslaan als een wiel over de rand komt of als de rand instort. Houd een veilige afstand (tweemaal de breedte van de machine) tussen de machine en landschapselementen die gevaarlijk kunnen zijn. Gebruik een loopmaaier of een handtrimmer om gras te maaien op deze plaatsen. de buurt van de messen zijn. • Let op de uitworp van de maaier en richt deze uit de buurt van mensen.
De messchakelaar (aftakas) bedienen Veiligheid tijdens het slepen • Bevestig materiaal dat wordt gesleept, uitsluitend aan De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. het sleeppunt. • Gebruik de machine enkel als sleepvoertuig als ze voorzien is van een trekhaak. Messchakelaar (aftakas) inschakelen • Overschrijd de gewichtslimieten voor gesleepte werktuigen en slepen op hellingen niet.
De gashendel bedienen Starten van de motor De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM (Figuur 21). Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de Gebruik altijd de stand SNEL wanneer u de aftakas inschakelt. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als u de startmotor langer dan 5 seconden in werking stelt, kan deze worden beschadigd. Als de motor niet wil starten, moet u 10 seconden wachten voordat u de startmotor opnieuw in werking stelt.
Met de machine rijden De motor afzetten 1. Schakel de maaimessen uit door de aftakasschakelaar op UIT te zetten. 2. Zet de rijhendels in de PARKEERSTAND . 3. Zet de gashendel tussen halfgas en vol gas. 4. Draai het sleuteltje op UIT en verwijder het sleuteltje. De aandrijfwielen draaien onafhankelijk en worden aangedreven door hydraulische motoren op elke as.
Achteruitrijden Om van snelheid te veranderen, gaat u als volgt te werk: Opmerking: Wees altijd voorzichtig als u achteruitrijdt 1. Zet de rijhendels in neutraal en dan naar buiten in de PARKEERSTAND . 2. Schakel de aftakas uit. 3. Zet de hendel in de gewenste stand. of draait. 1. 2. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. Om achteruit te rijden, trekt u de rijhendels langzaam naar achteren (Figuur 26). Wat volgt, is uitsluitend bedoeld als gebruiksaanbeveling.
Zijafvoer gebruiken De maaihoogte instellen Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. Opmerking: De transportstand is de hoogste maaihoogtestand of maaihoogte (114 mm), zoals geïllustreerd in Figuur 28. U kunt de maaihoogte instellen van 38 tot 114 mm, in stappen van 13 mm. De maaihoogte wordt bepaald met de hendel rechts van de bestuurdersstoel (Figuur 28).
Antiscalpeerrollen afstellen Machines met een maaidek van 127 cm Machines met een maaidek van 107 cm Als u de maaihoogte wijzigt, stel dan de hoogte van de antiscalpeerrollen in. Als u de maaihoogte wijzigt, stel dan de hoogte van de antiscalpeerrollen in. Opmerking: Stel de antiscalpeerrollen zo af dat ze de grond niet raken op normale, vlakke maaiterreinen. Opmerking: Stel de antiscalpeerrollen zo af dat ze de grond niet raken op normale, vlakke maaiterreinen. 1. 2. 3. 1.
Tips voor bediening en gebruik De machine stoppen Als u de machine tijdens het maaien moet stoppen, kan er een kluit maaisel op uw gazon achterblijven. Om dit te voorkomen kunt u naar een reeds gemaaid oppervlak gaan met de messen ingeschakeld, of u kunt het maaidek uitschakelen terwijl u vooruitgaat. De luchtcirculatie maximaliseren Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten.
Na gebruik Machine met de hand duwen Deze machine is uitgerust met een elektrisch remmechanisme. Om de machine te duwen, moet het contactsleuteltje in de stand LOPEN staan. De accu moet geladen zijn en werken om de elektrische rem uit te schakelen. Veiligheid na het werk Algemene veiligheid • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
1. Als u een aanhanger gebruikt, bevestig deze dan aan het sleepvoertuig en sluit de veiligheidskettingen aan. 2. Sluit indien van toepassing de remmen en verlichting van de aanhanger aan. 3. Laat de oprijplaat zakken; zorg dat de hellingshoek van de oprijplaat ten opzichte van de grond niet groter is dan 15 graden (Figuur 32). 4. Rij de machine achteruit op de oprijplaat (Figuur 33). g027995 Figuur 33 1. Rij de machine achteruit op de oprijplaat. 2. Rij de machine vooruit de oprijplaat af. 5.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid bij onderhoud • Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. • Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel verlaat: – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Bij elk gebruik of dagelijks Na elk gebruik Onderhoudsprocedure • • • • Controleer het veiligheidssysteem (interlock). Oliepeil controleren. Controleer de maaimessen. Controleer de grasgeleider op schade. • Verwijder gras en vuil van de maai-eenheid, de geluiddemper, de aandrijvingen, de grasvanger en de motor. • Maaikast reinigen. Om de 25 bedrijfsuren • De lagers van de zwenkwielen smeren (vaker bij gebruik in zanderige bodems).
De machine opkrikken Procedures voorafgaande aan onderhoud Plaats de machine op assteunen wanneer u het naar omhoog bengt. De afdekking van het maaidek losmaken WAARSCHUWING De machine ondersteunen op het onderste geluiddemperscherm (Figuur 36) kan het scherm beschadigen en kan de machine doen vallen, waardoor u en omstanders letsel kunnen oplopen. Maak de 2 onderste bouten van de afdekking los om toegang te verkrijgen tot de bovenkant van het maaidek (Figuur 35).
Smering Onderhoud motor De lagers smeren Veiligheid van de motor • Houd uw handen, voeten, gezicht, andere Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De lagers van de zwenkwielen smeren (vaker bij gebruik in zanderige bodems). lichaamsdelen en kleding uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Laat de onderdelen van de motor afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis 1.
Papierelement van het luchtfilter onderhoudsbeurt geven Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden—Het papierelement van het luchtfilter vervangen (vaker als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). g333887 1. Figuur 39 1. Papierelement 2. Schuimelement Opmerking: Als het papierelement zeer vuil is, vervang het dan door een nieuwe papierelement. Het schuimelement een onderhoudsbeurt geven 1.
Opmerking: Controleer het oliepeil als de motor koud is. aangehouden—Motorolie verversen en oliefilter vervangen (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Belangrijk: Als er te veel of te weinig olie zit in het carter van de motor en u laat de motor toch draaien, kunt u deze beschadigen. 1. 2. 3. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak zodat alle olie volledig kan worden afgetapt. 2.
g365790 Figuur 44 7. g027477 Figuur 43 6. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 44). 36 Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.
Onderhoud van de bougie Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden—Controleer de bougie(s). Om de 200 bedrijfsuren/Om de 2 jaar (houd hierbij de kortste periode aan)—De bougie(s) vervangen. g206628 Controleer of de elektrodenafstand tussen de centrale elektrode- en de massa-elektrode correct is voordat u de bougie monteert.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. g365941 Zie Brandstofveiligheid (bladz. 13) voor een volledige lijst van voorzorgsmaatregelen met betrekking tot brandstof. Brandstoffilter van de slang vervangen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Brandstoffilter van de slang vervangen.
Onderhoud elektrisch systeem 7. Verwijder de bevestigingsband van de accu (Figuur 49) en til de accu uit de accubak. Veiligheid van het elektrisch systeem • Maak de kabel los van de minpool van de accu voordat u de machine repareert. • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
Accu opladen Onderhoud van de zekeringen Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Accu opladen en accukabels loskoppelen. De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Verwijderen van de accu (bladz. 39). 2. Laad de accu gedurende minstens een uur op bij 6 tot 10 A.
Onderhoud aandrijfsysteem Elektrische rem vrij zetten Bandenspanning controleren U kunt de elektrische rem manueel vrij zetten door de verbindingsarmen naar voren te draaien. Zodra de elektrische rem van stroom wordt voorzien, wordt hij teruggesteld. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. 1. Draai het sleuteltje op UIT en verwijder het sleuteltje. Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben.
3. Onderhoud riemen Zoek de stelbout voor sporing in de buurt van de rijhendel aan die kant die afgesteld moet worden (Figuur 54). Riemen controleren Opmerking: Zet de stoel omhoog om gemakkelijker bij de stelbout te kunnen. 4. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle riemen op slijtage en scheurtjes controleren. Draai de bout om de snelheid voor dat wiel te doen afnemen. Vervang de riem als deze versleten is.
g336421 Figuur 56 1. Draadvorm 3. Spanpoelie 2. Moer 7. Verwijder de spanpoelieveer van de maaidekhaak met een veerverwijderaar (Toro onderdeelnummer 92-5771) om de spanning op de spanpoelie te verwijderen en rol de riem van de poelies (Figuur 57 en Figuur 58). g298026 Figuur 58 Maai-eenheden met 3 messen WAARSCHUWING De veer is onder spanning gemonteerd en kan lichamelijk letsel veroorzaken. 1. Spanpoelie 4. Veer 2. Drijfriem van maaidek 5. Motorpoelie 3. Buitenste poelie 6.
Onderhoud van de maaimachine Veiligheid van de messen • Controleer op gezette tijden de maaimessen op slijtage of beschadigingen. • Wees voorzichtig als u de messen controleert. Omwikkel de maaimessen of draag handschoenen en wees voorzichtig als u onderhoudswerkzaamheden aan de maaimessen verricht. De maaimessen mogen alleen worden vervangen of geslepen, probeer ze nooit recht te maken of er aan te lassen. g006530 Figuur 59 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4.
g014973 g014973 Figuur 61 Figuur 63 1. Mes, in meetstand 2. Vlakke ondergrond 1. Mes aan andere zijde, in meetstand 3. Gemeten afstand tussen mes en de ondergrond (A) 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) 4. 2. Vlakke ondergrond A. Draai hetzelfde mes 180 graden, zodat de maairand aan de andere kant nu in dezelfde stand staat (Figuur 62). Als het verschil tussen A en B groter is dan 3 mm, vervang dan het mes door een nieuw mes; zie Maaimessen verwijderen (bladz.
De maaimessen slijpen 1. Stel het maaidek eerst links/rechts horizontaal, en dan kunt u voor/achter afstellen. Gebruik een vijl om de snijranden aan beide uiteinden van het mes te slijpen (Figuur 65). Eisen: Opmerking: Houd daarbij de oorspronkelijke hoek • De machine moet op een egaal vlak staan. • Alle banden moeten de juiste spanning hebben, zie in stand. Opmerking: Het mes blijft in balans als u van beide snijranden dezelfde hoeveelheid materiaal verwijdert. Bandenspanning controleren (bladz.
g296913 Figuur 68 Maai-eenheden met 3 messen 1. Maaimessen evenwijdig g294046 Figuur 69 Maai-eenheden met 2 messen 3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 1. Messen in lengterichting 2. Buitenste snijranden 3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 2. Buitenste snijranden Schuinstand van het maaidek (lengterichting) controleren Controleer de schuinstand van het maaidek telkens wanneer u dit monteert.
5. Plaats 2 blokjes met een dikte van 7,3 cm onder de achterste rand van de maaikast, één blokje aan elke kant van het maaidek (Figuur 71 of Figuur 72). g294197 g298027 Figuur 73 Figuur 71 Maai-eenheden met 2 messen 1. Maaihoogteplaat 3. Ring 2. R-pen 1. Houten blok, 6,6 cm dik 2. Houten blok, 7,3 cm dik 7. Draai de maaihoogteplaat naar een andere opening zodat deze het gewicht van het maaidek ondersteunt nadat u de plaat hebt geïnstalleerd (Figuur 74).
Schuinstand van het maaidek (lengterichting) instellen 1. Draai de stelmoer in de voorkant van de maaier (Figuur 75). g014635 Figuur 76 g294471 1. Voorste steunstang Figuur 75 1. Stelstang 3. Stelmoer 6. Laat de voorkant van het maaidek voorzichtig neer op de grond. 7. Verwijder de ring en de R-pen van de maaidekpen aan 1 kant van de machine (Figuur 77). 2. Stelblok 2. Om de voorkant van het maaidek hoger te zetten, draait u de stelmoer vaster. 3.
9. Herhaal stappen 7 en 8 voor de andere kant van de machine. 10. Schuif het maaidek naar achteren om de drijfriem van het maaidek te verwijderen van de motorpoelie. 11. Schuif het maaidek weg van onder de machine. Opmerking: Bewaar alle onderdelen voor latere montage. Het maaidek monteren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de messchakelaar uit en zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND . 2.
Reiniging Opmerking: Als de maaimachine na een wasbeurt niet schoon is, moet u deze 30 minuten laten inweken. Herhaal daarna deze procedure. De onderkant van het maaidek reinigen 9. Onderhoudsinterval: Na elk gebruik Belangrijk: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Was de machine nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, onder de stoel en rond de motor, de hydraulische pompen en de motors.
Stalling A. Voeg een stabilizer/conditioner toe aan de verse brandstof in de tank. Volg de mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op. Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). B. Laat de motor vijf minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden. C. Zet de motor af, laat deze afkoelen en laat de brandstoftank leeglopen. D. Start de motor en laat hem lopen totdat hij afslaat. E. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren.
Opslag van de accu 1. Laad de accu volledig op. 2. Laat de accu 24 uur ongemoeid en controleer dan de spanning van de accu. Opmerking: Indien de accuspanning lager is dan 12,6 V, moet u stappen 1 en 2 herhalen. 3. Koppel de kabels los van de accu. 4. Controleer regelmatig de spanning en zorg dat die altijd minstens 12,4 V is. Opmerking: Indien de accuspanning lager is dan 12,4 V, moet u stappen 1 en 2 herhalen.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De brandstoftank is ingedeukt of de machine raakt regelmatig zonder brandstof. 1. Het papierelement van het luchtfilter is verstopt. 1. Reinig het papierelement. De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De omloopkleppen zijn open. 1. Sluit de sleepkleppen. 2. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 3. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 4. De transmissie is uitgevallen. 2. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. Het maaimes (de maaimessen) is (zijn) verbogen of niet in balans. 1.
Schema's g307974 Installatieschema139-2356 (Rev.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring EEA/VK Toro's gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.