Form No. 3433-611 Rev C TimeCutter® ZS 4200S zitmaaier Modelnr.: 74685—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze zitmaaier met draaiende messen is bedoeld voor gebruik door particulieren in residentiële toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders.
Tijdens gebruik .................................................... 16 Veiligheid tijdens het werk................................. 16 De messchakelaar (aftakas) bedienen.............. 19 De gashendel bedienen.................................... 19 Starten van de motor ........................................ 20 De motor afzetten ............................................. 20 De rijhendels gebruiken .................................... 20 Met de machine rijden.......................................
Veiligheid Reinigen en opslaan ......................................... 50 Opslag van de accu .......................................... 51 Problemen, oorzaak en remedie ............................. 52 Schema's ................................................................ 54 Deze machine is ontworpen volgens norm EN ISO 5395:2013. Algemene veiligheid Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.
Hellingsindicator g011841 Figuur 4 U mag deze pagina kopiëren voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6.
decal132-0872 132-0872 1. De machine kan 3. Handen of voeten kunnen voorwerpen uitwerpen worden gesneden – Blijf uit – Houd omstanders uit de de buurt van bewegende buurt van de machine. onderdelen. 2. De maaier kan voorwerpen 4. Risico om gegrepen te uitwerpen, geopende worden – Blijf uit de buurt uitwerpplaat – Gebruik van bewegende delen en de machine niet met een houd alle beschermende open maaidek; gebruik delen op hun plaats. een grasvanger of een uitwerpplaat. decal139-2388 139-2388 1. Langzaam 3.
decal140-2716 140-2716 1. Choke 3. Langzaam 2. Snel decal140-2748 140-2748 decal135-3295 135-3295 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker.
Algemeen overzicht van de machine g295991 Figuur 5 1. Motor 4. Rijhendels 7. Grasgeleider 2. Bestuurdersstoel 5. Achteraandrijfwiel 8. Smart Speed™ hendel 3. Dop van brandstoftank 6. Voorste zwenkwielen 9. Maaihoogtehendel 9 10.
Bedieningsorganen Rijhendels Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt. De rijhendels worden gebruikt om de motor vooruit en achteruit te laten rijden en om bochten naar links of naar rechts te maken (Figuur 5). Bedieningspaneel Parkeerstand Zet de rijhendels vanuit het midden naar buiten in de PARKEERSTAND en verlaat de machine (Figuur 23). Zet de rijhendels altijd in de PARKEERSTAND als u de machine stopt of onbeheerd achterlaat.
Maaihoogtehendel Gebruiksaanwijzing Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel. Als u de hendel omhoog zet, naar u toe, wordt het maaidek opgeheven van de grond en als u de hendel omlaag zet, weg van u, wordt het maaidek neergelaten. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat (Figuur 27). Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
• brandstof bij uit een draagbaar vat in plaats van met een brandstofpistool. en het/de werktuig(en) uit indien iemand het werkgebied betreedt. Gebruik de machine niet tenzij alle schermen en veiligheidsvoorzieningen zoals de geleiders en de volledige grasvanger op hun plaats zitten en goed werken. Vervang versleten of kapotte onderdelen indien nodig. • Gebruik de machine uitsluitend als het complete uitlaatsysteem is gemonteerd en naar behoren werkt.
Brandstoftank vullen tot 50 bedrijfsuren nodig heeft om vol vermogen te ontwikkelen voor de beste prestaties. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Zet de rijhendels in PARKEER. 3. Zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 4. Reinig het gebied rond de dop van de brandstoftank. 5. Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis (Figuur 8).
4. iets overeind uit de bestuurdersstoel; de motor moet stoppen. Rijhendels afstellen Blijf zitten op de bestuurdersstoel, zet de messchakelaar UIT en zet de rijhendels vast in de PARKEERSTAND . Start de motor. Als de motor loopt, moet u de rijhendels in de middelste, onvergrendelde stand zetten en de messchakelaar inschakelen. Kom dan iets overeind uit de bestuurdersstoel; de motor moet stoppen. De hoogte instellen U kunt de rijhendels hoger of lager afstellen, voor meer comfort (Figuur 10).
3. De uitworpafsluiter monteren om te mulchen Maak de buigbare vergrendeling los van de grendelhouder op de afvoerafsluiter en kantel de afvoerafsluiter naar rechts (Figuur 11). 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de messchakelaar uit en zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND . 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
Tijdens gebruik Veiligheid tijdens het werk Algemene veiligheid • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor • g297786 • Figuur 15 1. Grasgeleider 3. Draaistang 2. Vergrendeling 4. Afvoerafsluiter 6. • Bevestig de afvoerafsluiter aan het maaidek door de buigbare vergrendeling op de afvoerafsluiter te bevestigen aan de houder op het maaidek (Figuur 11). • • • • • • • • 16 ongelukken die persoonlijk letsel of materiële schade kunnen veroorzaken, en hij dient zulke ongelukken te voorkomen.
• • • • • • • oversteekt met de machine. Verleen altijd voorrang. Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel verlaat: – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. – Schakel de aftakas uit en laat de werktuigen zakken. – Stel de parkeerrem in werking. – de motor af te zetten en het sleuteltje te verwijderen; – te wachten tot alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen. Laat de motor enkel draaien in goed verluchte omgevingen.
terrein, zoals de vochtigheidsgraad, kunnen snel van invloed zijn op de manier waarop de machine reageert op een helling. • Spoor gevaren onderaan de helling op. Gebruik de machine niet in de buurt van steile hellingen, greppels, oevers, water of andere gevaren. De machine kan plotseling omslaan als een wiel over de rand komt of als de rand instort. Houd een veilige afstand (tweemaal de breedte van de machine) tussen de machine en landschapselementen die gevaarlijk kunnen zijn.
De messchakelaar (aftakas) De gashendel bedienen De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM bedienen (Figuur 21). De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Gebruik altijd de stand SNEL wanneer u de aftakas inschakelt. Messchakelaar (aftakas) inschakelen g008945 Figuur 18 g296056 Figuur 21 Opmerking: U moet de maaimessen altijd inschakelen met de gashendel op SNEL (Figuur 19 ).
Starten van de motor De motor afzetten Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als u de startmotor langer dan 5 seconden in werking stelt, kan deze worden beschadigd. Als de motor niet wil starten, moet u 10 seconden wachten voordat u de startmotor opnieuw in werking stelt. Opmerking: Het kan nodig zijn om de hendel tegen de aanslag op CHOKE te houden als u probeert de motor te starten (Figuur 22). 1.
Met de machine rijden Achteruitrijden De aandrijfwielen draaien onafhankelijk en worden aangedreven door hydraulische motoren op elke as. U kunt de wielen aan de ene zijde achteruit laten draaien en tegelijk die aan de andere zijde vooruit, waardoor de machine om zijn as draait in plaats van een bocht te maken. Zo is de machine veel wendbaarder, maar het kan wat tijd vergen eer u aangepast bent aan de manier waarop de machine beweegt. 1. Zet de hendels in de middelste, ontgrendelde stand. 2.
Zijafvoer gebruiken Om van snelheid te veranderen, gaat u als volgt te werk: 1. Zet de rijhendels in neutraal en dan naar buiten in de PARKEERSTAND . 2. Schakel de aftakas uit. 3. Zet de hendel in de gewenste stand. Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. GEVAAR Wat volgt, is uitsluitend bedoeld als gebruiksaanbeveling. De instelling is afhankelijk van de grassoort, het vochtgehalte en de hoogte van het gras.
De maaihoogte instellen Antiscalpeerrollen afstellen Opmerking: De transportstand is de hoogste Als u de maaihoogte wijzigt, stel dan de hoogte van de antiscalpeerrollen in. maaihoogtestand of maaihoogte (114 mm), zoals geïllustreerd in Figuur 27. Opmerking: Stel de antiscalpeerrollen zo af dat ze de grond niet raken op normale, vlakke maaiterreinen. U kunt de maaihoogte instellen van 38 tot 114 mm, in stappen van 13 mm.
Tips voor bediening en gebruik Een lagere maaisnelheid gebruiken Om de maairesultaten te verbeteren, moet u in bepaalde omstandigheden bij een lagere rijsnelheid maaien. Gebruik van de snel-stand van de gashendel Gras niet te kort afmaaien Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten. Om het gras goed te maaien is lucht nodig; zet de maaihoogte dus niet te laag en zorg ervoor dat het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven.
Na gebruik WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Veiligheid na het werk Houd uw kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de motor, geluiddemper en andere hete oppervlakken. Algemene veiligheid • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. g027708 • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. Figuur 32 1. Bindogen • Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid bij onderhoud • Knoei nooit met de veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig of ze goed werken. • Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat • Verwijder gras en vuil van de maai-eenheid, de de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.
Onderhoudsinterval Om de 100 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • Motorolie verversen (vaker als de machine wordt gebruikt onder zware belasting of bij hoge temperaturen). • Vervang het motoroliefilter (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). • Bougie vervangen. • Verwijder en reinig de ventilatorbehuizing en andere uitlaatringen (vaker in zeer stoffige, vuile omstandigheden). • Controleer het brandstoffilter van de slang.
Procedures voorafgaande aan onderhoud De machine opkrikken Plaats de machine op assteunen wanneer u het naar omhoog bengt. WAARSCHUWING De machine ondersteunen op het onderste geluiddemperscherm (Figuur 34) kan het scherm beschadigen en kan de machine doen vallen, waardoor u en omstanders letsel kunnen oplopen. De afdekking van het maaidek losmaken Maak de 2 onderste bouten van de afdekking los om toegang te verkrijgen tot de bovenkant van het maaidek (Figuur 33).
Smering Onderhoud motor De lagers smeren Veiligheid van de motor Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De zwenkwiellagers smeren. • Houd uw kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Laat de onderdelen van de motor afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis 1. 2. 3.
5. Schuimelement en papierelement installeren Verwijder voorzichtig het schuimelement en het papierelement uit de behuizing van het luchtfilter (Figuur 37). Belangrijk: Motor nooit laten lopen zonder dat het complete luchtfilter gemonteerd is, daar anders de motor kan worden beschadigd. 1. Monteer het schuimfilter op het papieren filterelement (Figuur 37). 2. Monteer het schuimfilter en het papieren filterelement op de luchtfilterbehuizing. 3.
Opmerking: Zorg dat de motor uitgeschakeld is zodat de olie tijd heeft gekregen om weg te lopen naar de opvangbak. 3. Om te voorkomen dat er vuil, maaisel, enz. in de motor terechtkomt, moet u de omgeving van de vuldop/peilstok reinigen voordat u deze verwijdert (Figuur 39). 2. Schakel de aftakasschakelaar uit en zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND . 3.
g235264 Figuur 42 g027477 Figuur 41 6. 7. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 42). 34 Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.
Onderhoud van de bougie Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Bougie controleren. Om de 100 bedrijfsuren—Bougie vervangen. Controleer of de elektrodenafstand tussen de centrale elektrode- en de massa-elektrode correct is voordat u de bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougie en een voelermaat om de elektrodenafstand te meten en af te stellen. Monteer een nieuwe bougie indien dit nodig is.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. g027506 Zie Brandstofveiligheid (bladz. 12) voor een volledige lijst van voorzorgsmaatregelen met betrekking tot brandstof. Brandstoffilter van de slang vervangen Onderhoudsinterval: —Controleer het brandstoffilter van de slang.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING De accukabels onjuist afkoppelen kan schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Veiligheid van het elektrisch systeem • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool.
Accu opladen Onderhoud van de zekeringen Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Accu opladen en accukabels loskoppelen. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Verwijderen van de accu (bladz. 37). 2. Laad de accu gedurende minstens een uur op bij 6 tot 10 A. De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting.
Elektrische rem vrij zetten Onderhoud aandrijfsysteem U kunt de elektrische rem manueel vrij zetten door de verbindingsarmen naar voren te draaien. Zodra de elektrische rem van stroom wordt voorzien, wordt hij teruggesteld. Bandenspanning controleren 1. Draai het sleuteltje op UIT of koppel de accu af. 2. Draai de twee onderste bouten los waarmee de afdekking van het maaidek is bevestigd aan het maaidek. Zie De afdekking van het maaidek losmaken (bladz. 30). 3.
3. Onderhoud riemen Zoek de stelbout voor sporing in de buurt van de rijhendel aan die kant die afgesteld moet worden (Figuur 52). Riemen controleren Opmerking: Zet de stoel omhoog om gemakkelijker bij de stelbout te kunnen. 4. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle riemen op slijtage en scheurtjes controleren. Draai de bout om de snelheid voor dat wiel te doen afnemen. Opmerking: Draai de bout een klein beetje om kleine afstellingen uit te voeren. Vervang de riem als deze versleten is.
6. Onderhoud van de maaimachine Gebruik een veerverwijderaar (Toro onderdeelnummer 92-5771), verwijder de spanpoelieveer van de maaidekhaak om de spanning op de spanpoelie te verwijderen en rol dan de riem van de poelies (Figuur 54). Veiligheid van de messen WAARSCHUWING • Controleer op gezette tijden de maaimessen op De veer is onder spanning gemonteerd en kan lichamelijk letsel veroorzaken. slijtage of beschadigingen. • Wees voorzichtig als u de messen controleert.
g006530 Figuur 55 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur g014973 Figuur 57 1. Mes, in meetstand 2. Vlakke ondergrond Controle op kromme messen 3. Gemeten afstand tussen mes en de ondergrond (A) Opmerking: De machine moet op een egaal 4. oppervlak staan voor de volgende procedure. 1. Zet het maaidek op de hoogste maaipositie. 2.
g014973 Figuur 59 g027833 1. Mes aan andere zijde, in meetstand Figuur 60 2. Vlakke ondergrond 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) A. Als het verschil tussen A en B groter is dan 3 mm, vervang dan het mes door een nieuw mes; zie Maaimessen verwijderen (bladz. 43) en Maaimessen monteren (bladz. 44). 1. Vleugel van het mes 3. Klemring 2. Mes 4. Mesbout De maaimessen slijpen 1.
Maaimessen monteren 1. Monteer het mes op de as (Figuur 60). Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 2. Monteer de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 60). 3. Draai de mesbout vast met een torsie van 81 tot 108 Nm. g294044 Maaidek horizontaal stellen Figuur 63 1.
g294046 Figuur 64 1. Messen in lengterichting 3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. g294196 Figuur 65 1. Houten blok, 6,6 cm dik 2. Buitenste snijranden 6. Gelijkstellen in de breedterichting 1. Ga naar de linkerkant van de machine. 2. Hiervoor moet u de antiscalpeerrollen in de bovenste openingen zetten of ze geheel verwijderen; zie Antiscalpeerrollen afstellen (bladz. 23). 3. Zet de maaihoogtehendel in de stand van 76 mm; zie De maaihoogte instellen (bladz. 23).
g294195 Figuur 67 8. Monteer de ring en de R-pen (Figuur 67). 9. Herhaal stappen 6 tot en met 8 voor de andere kant van de machine. 10. Controleer de breedterichting opnieuw; herhaal deze stappen totdat de juiste metingen worden verkregen. 11. Ga verder met het horizontaal brengen van het maaidek door de schuinstand in de lengterichting te controleren; zie Schuinstand van het maaidek (lengterichting) controleren (bladz. 44). Schuinstand van het maaidek (lengterichting) instellen 1.
Maaidek verwijderen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de messchakelaar uit en zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND . 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand. 4. Draai de twee onderste bouten los waarmee de afdekking van het maaidek is bevestigd aan het maaidek.
8. Bevestig de voorste steunstang aan het maaidek met de gaffelpen en de R-pen (Figuur 69). 2. Schuif de stang uit de korte afstandhouder, veer, het schot en de grasgeleider (Figuur 71). 9. Monteer de maaierriem op de motorpoelie; raadpleeg stap Drijfriem van maaidek vervangen (bladz. 40). 3. Verwijder een beschadigde of versleten grasgeleider en het schot. 4. Monteer een nieuwe grasgeleider en het schot (Figuur 71). 5.
Reiniging De onderkant van het maaidek reinigen Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. 5. Neem plaats op de bestuurdersstoel en start de motor. 6. Schakel de aftakas in en laat de machine één tot drie minuten lopen. 7. Zet de maaischakelaar UIT, stop de motor, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. 8. Draai de kraan dicht en maak de snelkoppeling los van de wasaansluiting.
Stalling vervolgens de machine schoon met een tuinslang. Veiligheid tijdens opslag Opmerking: Laat de machine lopen met de aftakas ingeschakeld en de motor op hoog stationair gedurende 2 tot 5 minuten na het wassen. • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.
Opslag van de accu 1. Laad de accu volledig op. 2. Laat de accu 24 uur ongemoeid en controleer dan de spanning van de accu. Opmerking: Indien de accuspanning lager is dan 12,6 V, moet u stappen 1 en 2 herhalen. 3. Koppel de kabels los van de accu. 4. Controleer regelmatig de spanning en zorg dat die altijd minstens 12,4 V is. Opmerking: Indien de accuspanning lager is dan 12,4 V, moet u stappen 1 en 2 herhalen. Tips voor het bewaren van de accu • Bewaar de accu rechtop in een koele, droge omgeving.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De brandstoftank is ingedeukt of de machine raakt regelmatig zonder brandstof. 1. Het papierelement van het luchtfilter is verstopt. 1. Reinig het papierelement. De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De omloopkleppen zijn open. 1. Sluit de sleepkleppen. 2. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 3. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 4. De transmissie is uitgevallen. 2. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. Het maaimes (de maaimessen) is (zijn) verbogen of niet in balans. 1.
Schema's g307974 Installatieschema – 139–2356 (Rev.
Opmerkingen:
Privacyverklaring EEA/VK Toro’s gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.