Form No. 3449-802 Rev A TimeCutter® ZS 4200S zitmaaier Modelnr.: 74683—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Bruto- en nettokoppel: Het bruto- en nettokoppel van deze motor is door de motorfabrikant in laboratoriumomstandigheden gemeten volgens standaard J1940 of J2723 van de Society of Automotive Engineers (SAE).
Inhoud Onderhoud elektrisch systeem ............................ 39 Veiligheid van het elektrisch systeem................ 39 Onderhoud van de accu.................................... 39 Onderhoud van de zekeringen.......................... 41 Onderhoud aandrijfsysteem ................................ 41 Bandenspanning controleren............................ 41 Elektrische rem vrij zetten................................. 41 De sporing afstellen ..........................................
Veiligheid Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. Algemene veiligheid Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig of mogelijk dodelijk letsel te voorkomen. • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start. • Houd omstanders en kinderen uit de buurt.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 U mag deze pagina kopiëren voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6.
decal132-0872 132-0872 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders uit de buurt van de machine. 2. De maaier kan voorwerpen uitwerpen, omhooggebrachte geleider – Gebruik de machine niet met een open maaidek; gebruik een grasvanger of een geleider. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 4. Risico om gegrepen te worden – Blijf uit de buurt van bewegende delen en houd alle beschermende delen op hun plaats. decal139-2388 139-2388 1.
decal140-2716 140-2716 1. Choke 3. Langzaam 2. Snel decal144-5288 144-5288 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker.
Algemeen overzicht van de machine g378562 Figuur 4 1. Motor 4. Rijhendels 7. Grasgeleider 2. Bestuurdersstoel 5. Achteraandrijfwiel 8. Smart Speed™ hendel 3. Dop van brandstoftank 6. Voorste zwenkwielen 9. Maaihoogtehendel 9 10.
Bedieningsorganen Rijhendels Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt. De rijhendels worden gebruikt om de motor vooruit en achteruit te laten rijden en om bochten naar links of naar rechts te maken (Figuur 4). Bedieningspaneel Parkeerstand Zet de rijhendels vanuit het midden naar buiten in de PARKEERSTAND wanneer u de machine verlaat om de elektrische rem in werking te stellen (Figuur 24).
Maaihoogtehendel Gebruiksaanwijzing Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel. Als u de hendel omhoog zet, naar u toe, wordt het maaidek opgeheven van de grond en als u de hendel omlaag zet, weg van u, wordt het maaidek neergelaten. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat (Figuur 28). Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
• Houd het vulpistool in contact met de rand van de en het/de werktuig(en) uit indien iemand het werkgebied betreedt. benzinetank of het vat tot het tanken voltooid is. Gebruik geen vergrendeling voor het vulpistool. • Gebruik de machine niet tenzij alle schermen en • Als u brandstof morst op uw kleding dient u zich veiligheidsvoorzieningen zoals de geleiders en de volledige grasvanger op hun plaats zitten en goed werken. Vervang versleten of kapotte onderdelen indien nodig. onmiddellijk om te kleden.
5. Het veiligheidssysteem gebruiken Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis (Figuur 7). Vul de brandstoftank niet helemaal. WAARSCHUWING Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. • Laat de interlockschakelaars ongemoeid. • Controleer elke dag de werking van de interlockschakelaars en vervang beschadigde schakelaars voordat u de machine weer in gebruik neemt.
Bestuurdersstoel instellen onvergrendelde stand zetten. Kom dan iets overeind uit de bestuurdersstoel; de motor moet stoppen. U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit (Figuur 8). g027249 Figuur 8 Rijhendels afstellen De hoogte instellen U kunt de rijhendels hoger of lager afstellen, voor meer comfort (Figuur 9).
Hoek van rijhendels verstellen Uitworpafsluiter verwijderen om uitwerpkanaal te gebruiken U kunt de hoek van de rijhendels naar voren of achteren afstellen, voor meer comfort. 1. 2. Verwijder de bovenste bout waarmee de rijhendel is bevestigd aan de schacht van de bedieningsarm. Draai de onderste bout los totdat u de rijhendels naar voren of naar achteren kunt bewegen. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de messchakelaar uit en zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND .
De uitworpafsluiter monteren om te mulchen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de messchakelaar uit en zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND . 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Buig het metalen lipje van de afvoerafsluiter in de sleuf in de beugel die is gelast aan het maaidek (Figuur 13). g297786 Figuur 15 1. Grasgeleider 3.
Tijdens gebruik oversteekt met de machine. Verleen altijd voorrang. • Doe het volgende voordat u de bestuurdersstoel Veiligheid tijdens het werk verlaat: – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. Algemene veiligheid • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor • • • • • • • • • • • – Schakel de aftakas uit en laat de werktuigen zakken. ongelukken die persoonlijk letsel of materiële schade kunnen veroorzaken, en hij dient zulke ongelukken te voorkomen.
• • • • • • • Spoor gevaren onderaan de helling op. Gebruik oppervlak zonder gras oversteekt of wanneer u de machine transporteert van en naar het werkgebied. Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden. Kinderen komen vaak naar de machine en het maaien kijken. Ga er nooit van uit dat kinderen op de plaats blijven waar u ze voor laatst zag.
De messchakelaar (aftakas) bedienen De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Messchakelaar (aftakas) inschakelen g229111 Figuur 17 1. Veilige zone – Gebruik de machine in deze zone op hellingen van minder dan 15° of vlakke gebieden. 4. W = breedte van de machine 2. Gevarenzone – Gebruik een loopmaaier en/of een handtrimmer op hellingen van meer dan 15° en in de buurt van steile hellingen of water. 5.
De gashendel bedienen Motor starten De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM (Figuur 21). Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als u de startmotor langer dan 5 seconden in werking stelt, kan deze worden beschadigd. Als de motor niet wil starten, moet u 1 minuut wachten voordat u de startmotor opnieuw in werking stelt. Gebruik altijd de stand SNEL wanneer u de aftakas inschakelt.
Met de machine rijden De motor afzetten 1. Schakel de maaimessen uit door de aftakasschakelaar op UIT te zetten (Figuur 23). 2. Zet de rijhendels in PARKEER. 3. Zet de gashendel op 4. Draai het sleuteltje op UIT en verwijder het sleuteltje. De aandrijfwielen draaien onafhankelijk en worden aangedreven door hydraulische motoren op elke as.
Achteruitrijden Het Smart SpeedTM besturingssysteem gebruiken Opmerking: Wees altijd voorzichtig als u achteruitrijdt of draait. 1. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. 2. Om achteruit te rijden, trekt u de rijhendels langzaam naar achteren (Figuur 26). De hendel van het Smart SpeedTM besturingssyteem bevindt zich onder de bestuurdersstoel (Figuur 27) en geeft de bestuurder de keuze uit drie snelheidsbereiken: trimmen, slepen en maaien. g293338 Figuur 27 1.
Zijafvoer gebruiken Om van snelheid te veranderen, gaat u als volgt te werk: 1. Zet de rijhendels in neutraal en dan naar buiten in de PARKEERSTAND . 2. Schakel de aftakas uit. 3. Zet de hendel in de gewenste stand. Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. GEVAAR Wat volgt, is uitsluitend bedoeld als gebruiksaanbeveling. De instelling is afhankelijk van de grassoort, het vochtgehalte en de hoogte van het gras.
De maaihoogte instellen Antiscalpeerrollen afstellen Opmerking: De transportstand is de hoogste Als u de maaihoogte wijzigt, stel dan de hoogte van de antiscalpeerrollen in. maaihoogtestand of maaihoogte (114 mm), zoals geïllustreerd in Figuur 28. Opmerking: Stel de antiscalpeerrollen zo af dat ze de grond niet raken op normale, vlakke maaiterreinen. U kunt de maaihoogte instellen van 38 tot 114 mm, in stappen van 13 mm.
Tips voor bediening en gebruik Gras niet te kort afmaaien Wanneer u op oneffenheden maait, moet u de maaihoogte hoger zetten om een golvend gazon te voorkomen. De luchtcirculatie maximaliseren De machine stoppen Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten. Om het gras goed te maaien is lucht nodig; zet de maaihoogte dus niet te laag en zorg ervoor dat het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven.
Na gebruik Machine met de hand duwen Veiligheid na het werk Deze machine is uitgerust met een elektrisch remmechanisme. Om de machine te duwen, moet het contactsleuteltje in de stand LOPEN staan. De accu moet geladen zijn en werken om de elektrische rem uit te schakelen. Algemene veiligheid • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af.
g027708 Figuur 33 1. Bevestigingspunten De machine van de aanhanger rijden 1. Laat de oprijplaat zakken; zorg dat de hellingshoek van de oprijplaat ten opzichte van de grond niet groter is dan 15 graden (Figuur 31). 2. Rij de machine vooruit de oprijplaat af (Figuur 32).
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid bij onderhoud vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Dit kan ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen. • Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat • • • • • • • • • • • • de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.
Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Bij elk gebruik of dagelijks Na elk gebruik Om de 25 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • • • • • Controleer het veiligheidssysteem (interlock). Oliepeil controleren. Het koelsysteem reinigen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Controleer de maaimessen. Controleer de grasgeleider op schade. • Verwijder gras en vuil van de maai-eenheid, de geluiddemper, de aandrijvingen, de grasvanger en de motor. • Maaikast reinigen.
Procedures voorafgaande aan onderhoud De machine opkrikken Plaats de machine op assteunen wanneer u het naar omhoog bengt. WAARSCHUWING De machine ondersteunen op het onderste geluiddemperscherm (Figuur 35) kan het scherm beschadigen en kan de machine doen vallen, waardoor u en omstanders letsel kunnen oplopen. De afdekking van het maaidek losmaken Maak de 2 onderste bouten van de afdekking los om toegang te verkrijgen tot de bovenkant van het maaidek (Figuur 34).
Smering Onderhoud motor De lagers smeren Veiligheid van de motor Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De lagers van de zwenkwielen smeren (vaker bij gebruik in zanderige bodems). • Houd uw handen, voeten, gezicht, andere lichaamsdelen en kleding uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Laat de onderdelen van de motor afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet 1.
2. Schuimfilter in een schone doek wikkelen en droogknijpen. Belangrijk: Vervang het schuimelement als het gescheurd of versleten is. 3. Smeer het schuimelement lichtjes in met nieuwe motorolie en knijp overtollige olie uit. Papierelement van het luchtfilter onderhoudsbeurt geven 1. Opmerking: Als het papierelement zeer vuil is, vervang het dan door een nieuwe papierelement. g374186 Figuur 37 5. Reinig het papierelement door er voorzichtig op te kloppen en het stof te verwijderen.
g359987 Figuur 40 Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Opmerking: Controleer het oliepeil als de motor koud is. Belangrijk: Als er te veel of te weinig olie zit in het carter van de motor en u laat de motor toch draaien, kunt u deze beschadigen. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND . 2.
4. Laat de olie uit de motor lopen (Figuur 42). g373564 Figuur 43 6. g373547 Figuur 42 5. Vervang het motoroliefilter (Figuur 43). Opmerking: Controleer of de pakking van het oliefilter contact maakt met de motor en draai de filter nog ¾ slag extra vast. 36 Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 44).
4. Verwijder de bougie (Figuur 45). g027478 Figuur 45 Bougie controleren Belangrijk: Maak de bougie(s) niet schoon. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont. g373565 Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter. Figuur 44 7. Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.
Bougie monteren Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Zie Brandstofveiligheid (bladz. 12) voor een volledige lijst van voorzorgsmaatregelen met betrekking tot brandstof. Brandstoffilter van de slang vervangen g027480 Figuur 47 Onderhoudsinterval: Jaarlijks—Brandstoffilter van de slang vervangen. Het koelsysteem reinigen 1. 2.
Onderhoud elektrisch systeem Veiligheid van het elektrisch systeem g374198 • Maak de kabel los van de minpool van de accu voordat u de machine repareert. • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
Accu opladen WAARSCHUWING De accukabels onjuist afkoppelen kan schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Accu opladen en accukabels loskoppelen. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Verwijderen van de accu (bladz. 39). 2.
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. Zekeringtype: • Hoofdleiding – F1 (25 A, steekzekering) Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben.
g294417 Figuur 53 1. Verbindingsarm van de regelmodule van de elektrische rem 2. Linkerachterband De sporing afstellen Wanneer u de machine vooruitrijdt op volle snelheid op een vlak, horizontaal oppervlak en de machine naar 1 kant trekt, moet u de sporing afstellen. Als de machine naar links trekt, moet u de rechter rijhendel afstellen; als de machine naar rechts trekt, moet u de linker rijhendel afstellen. g294926 Figuur 54 1. Bout Opmerking: U kunt de sporing alleen afstellen voor vooruitrijden. 1.
Onderhoud riemen 6. Draai de moer los waarmee de draadvorm is bevestigd aan de spanpoelie (Figuur 56). Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle riemen op slijtage en scheurtjes controleren. Vervang de riem als deze versleten is. Een aantal indicaties van een versleten riem: een gierend geluid tijdens het draaien van de riem, de messen die slippen tijdens het maaien, gerafelde randen en schroeiplekken en scheuren op de riem. Drijfriem van maaidek vervangen g336421 Figuur 56 1.
Onderhoud van de maaimachine Veiligheid van de messen • Controleer op gezette tijden de maaimessen op slijtage of beschadigingen. • Wees voorzichtig als u de messen controleert. Omwikkel de maaimessen of draag handschoenen en wees voorzichtig als u onderhoudswerkzaamheden aan de maaimessen verricht. De maaimessen mogen alleen worden vervangen of geslepen, probeer ze nooit recht te maken of er aan te lassen.
g006530 Figuur 58 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur g014973 Figuur 60 1. Mes, in meetstand 2. Vlakke ondergrond Controle op kromme messen 3. Gemeten afstand tussen mes en de ondergrond (A) Opmerking: De machine moet op een egaal 4. oppervlak staan voor de volgende procedure. 1. Zet het maaidek op de hoogste maaipositie. 2.
g014973 Figuur 62 g027833 1. Mes aan andere zijde, in meetstand Figuur 63 2. Vlakke ondergrond 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) A. Als het verschil tussen A en B groter is dan 3 mm, vervang dan het mes door een nieuw mes; zie Maaimessen verwijderen (bladz. 46) en Maaimessen monteren (bladz. 47). 1. Vleugel van het mes 3. Klemring 2. Mes 4. Mesbout De maaimessen slijpen 1.
Maaimessen monteren 1. Monteer het mes op de as (Figuur 63). Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 2. Monteer de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 63). 3. Draai de mesbout vast met een torsie van 81 tot 108 N·m. g294044 Maaidek horizontaal stellen Figuur 66 1.
g294046 Figuur 67 1. Messen in lengterichting 3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. g294196 Figuur 68 1. Houten blok, 6,6 cm dik 2. Buitenste snijranden 6. Gelijkstellen in de breedterichting 1. Ga naar de linkerkant van de machine. 2. Hiervoor moet u de antiscalpeerrollen in de bovenste openingen zetten of ze geheel verwijderen; zie Antiscalpeerrollen afstellen (bladz. 24). 3. Zet de maaihoogtehendel in de stand van 76 mm; zie De maaihoogte instellen (bladz. 24).
g294195 2. Om de voorkant van het maaidek hoger te zetten, draait u de stelmoer vaster. 3. Om de voorkant van het maaidek lager te zetten, draait u de stelmoer losser. 4. Controleer de schuinstand nogmaals na het instellen, ga door met het instellen van de moer totdat de rand van het voorste mes 1,6 tot 7,9 mm lager staat dan de rand van het achterste mes, zie Schuinstand van het maaidek (lengterichting) controleren (bladz. 47). 5.
6. Verwijder de ring en de R-pen van de maaidekpen aan 1 kant van de machine (Figuur 73). 6. Monteer de hefarm met de ring en de R-pen (Figuur 73). 7. Herhaal stappen 5 en 6 voor de andere kant van de machine. 8. Bevestig de voorste steunstang aan het maaidek met de gaffelpen en de R-pen (Figuur 72). 9. Monteer de maaierriem op de motorpoelie; raadpleeg stap Drijfriem van maaidek vervangen (bladz. 43).
2. Schuif de stang uit de korte afstandhouder, veer en grasgeleider (Figuur 74). Reiniging 3. Verwijder een beschadigde of versleten grasgeleider. 4. De nieuwe grasgeleider monteren (Figuur 74). De onderkant van het maaidek reinigen 5. Schuif het rechte uiteinde van de stang door de achterste grasgeleiderspil. 6. Plaats de veer op de stang, met de einddraden omlaag, tussen de beugels van de grasgeleider. 7. Schuif de stang door de tweede grasgeleiderspil (Figuur 74). 8.
6. Schakel de aftakas in en laat de machine één tot drie minuten lopen. Stalling 7. Zet de maaischakelaar UIT, stop de motor, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. Veiligheid tijdens opslag 8. • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
11. Opslag van de accu Schraap dik aangekoekt gras en vuil van de onderkant van de maaimachine. Spoel vervolgens de machine schoon met een tuinslang. 1. Laad de accu volledig op. 2. Laat de accu 24 uur ongemoeid en controleer dan de spanning van de accu. Opmerking: Laat de machine lopen met de aftakas ingeschakeld en de motor op hoog stationair gedurende 2 tot 5 minuten na het wassen. 12. 13. Opmerking: Indien de accuspanning lager is dan 12,6 V, moet u stappen 1 en 2 herhalen.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De brandstoftank is ingedeukt of de machine raakt regelmatig zonder brandstof. 1. Het papierelement van het luchtfilter is verstopt. 1. Reinig het papierelement. De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De omloopkleppen zijn open. 1. Sluit de sleepkleppen. 2. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 3. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 4. De transmissie is uitgevallen. 2. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. Het maaimes (de maaimessen) is (zijn) verbogen of niet in balans. 1.
Schema's g307974 Installatieschema139-2356 (Rev.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring EEA/VK Toro's gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.