Form No. 3417-375 Rev A TimeCutter® ZS 4200T en ZS 5000 zitmaaier Modelnr.: 74661—Serienr.: 400900000 en hoger Modelnr.: 74667—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze machine is een zitmaaier met draaiende messen bedoeld voor gebruik door particulieren in huiselijke toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. De machine is niet ontworpen voor het maaien van lage struiken, het maaien van gras en andere begroeiing langs de snelweg, of voor gebruik in de landbouw.
Inhoud Modelnr.: Veiligheid .................................................................. 4 Algemene veiligheid ........................................... 4 Hellingsindicator ................................................ 5 Veiligheids- en instructiestickers ........................ 6 Algemeen overzicht van de machine ....................... 14 Bedieningsorganen .......................................... 14 Voor gebruik ........................................................
Veiligheid Elektrische rem vrij zetten................................. 48 Onderhoud riemen .............................................. 48 Drijfriem van maaidek vervangen...................... 48 Onderhoud van het maaimachine......................... 50 Onderhoud van de maaimessen ....................... 50 Maaidek horizontaal stellen .............................. 52 Maaidek verwijderen......................................... 54 Het maaidek monteren .....................................
Hellingsindicator g011841 Figuur 4 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6.
decal106-8717 106-8717 decal119-8815 1. Lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 2. Controleer de bandenspanning om de 25 bedrijfsuren. 119-8815 1. Parkeerstand 2. Snel 3. Langzaam 3. Smeer de machine om de 25 bedrijfsuren. 4. Motor 4. Neutraalstand 5. Achteruit decal112-9840 112-9840 Voor modellen met een maaidek van 127 cm 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3.
decal120-5470 120-5470 Voor modellen met een maaidek van 127 cm 1.
decal121-0772 121-0772 Voor modellen met een maaidek van 107 cm 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, messchakelaar 3.
decal121-0773 121-0773 Voor modellen met een maaidek van 127 cm 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, messchakelaar 3.
decal121-2989b 121-2989 1. Omloophendel, hendel in duwstand 2. Omloophendel, hendel in gebruiksstand decal131-1097 131-1097 1. Aftapplug 131-3948 decal131-3948 131-3948 1. Langzaam 3. Snel 2.
decal132-0869 132-0869 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. De bestuurder dient de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding door te nemen en de gebruiksomstandigheden van de machine te beoordelen, om na te gaan of de machine in de specifieke situatie op het betreffende terrein kan worden gebruikt.
decal132-0872 132-0872 1. De machine kan 3. Handen of voeten kunnen voorwerpen uitwerpen worden gesneden – Blijf uit – Houd omstanders uit de de buurt van bewegende buurt van de machine. onderdelen. 2. De maaier kan voorwerpen 4. Risico om gegrepen te uitwerpen, geopende worden – Blijf uit de buurt uitwerpplaat – Gebruik van bewegende delen en de machine niet met een houd alle beschermende open maaidek; gebruik delen op hun plaats. een grasvanger of een uitwerpplaat. decal138-2456 138-2456 1.
Algemeen overzicht van de machine g027829 Figuur 5 1. Maaihoogtehendel 5. Maaidek 9. Dop van brandstoftank 2. Rijhendels 6. Antiscalpeerrol 10. Motor 3. Bestuurdersstoel 7. Voorste zwenkwielen 11. Bedieningspaneel 4. Smart Speed™ hendel 8. Voetsteun 12. Grasgeleider 13. Achteraandrijfwiel 14. Motorscherm Bedieningsorganen Contactschakelaar Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt.
Rijhendels Maaihoogtehendel De rijhendels worden gebruikt om de motor vooruit en achteruit te laten rijden en om bochten naar links of naar rechts te maken (Figuur 5). Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel. Als u de hendel omhoog zet, naar u toe, wordt het maaidek opgeheven van de grond en als u de hendel omlaag zet, weg van u, wordt het maaidek neergelaten. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat (Figuur 31).
Gebruiksaanwijzing • Wanneer de motor loopt of heet is, mag u de Opmerking: Bepaal vanuit de normale • bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. • Voor gebruik Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk • Algemene veiligheid • • Laat kinderen of personen die geen instructie • • • • • • hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten.
stoffen. Benzine met 15% ethanol (E15) per volume is niet goedgekeurd voor gebruik. Gebruik nooit benzine die meer dan 10% ethanol per volume bevat, zoals E15 (bevat 15% ethanol), E20 (bevat 20% ethanol), of E85 (bevat tot 85% ethanol). Het gebruik van niet-goedgekeurde benzine kan leiden tot verminderde prestaties en/of motorschade die mogelijk niet gedekt wordt door de garantie. • Geen benzine gebruiken die methanol bevat.
Het veiligheidssysteem gebruiken in de PARKEERSTAND . Start de motor. Als de motor loopt, moet u de rijhendels in de middelste, onvergrendelde stand zetten en de messchakelaar inschakelen. Kom dan iets overeind uit de bestuurdersstoel; de motor moet stoppen. WAARSCHUWING Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Rijhendels afstellen Zijuitworp gebruiken De hoogte instellen Machines met een maaidek van 107 cm U kunt de rijhendels hoger of lager afstellen, voor meer comfort (Figuur 10). Het maaidek en de maaimessen die worden geleverd met de machine zijn ontworpen om optimale mulchen zijuitworpprestaties te leveren. Uitworpafsluiter verwijderen om uitwerpkanaal te gebruiken 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
g230249 Figuur 14 g230250 Figuur 12 1. Afvoerafsluiter 5. 3. Beugel op het maaidek 2. Metalen lipje Zet de haakvormige vergrendeling op de bovenkant van de afvoerafsluiter vast rond de draaistang van de grasgeleider (Figuur 15). De uitworpafsluiter monteren om te mulchen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
Rechterplaat verwijderen om uitwerpkanaal te gebruiken 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Verwijder het rechtermes van de maaier, zie Maaimessen verwijderen (bladz. 51) 4.
Tijdens gebruik Veiligheid tijdens het werk Algemene veiligheid • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor • g015321 Figuur 18 1. Bout (5/16 x ¾") 3. Borgmoer (5/16") 2. Keerplaat • 10. Draai de bevestigingen vast met 7 tot 9 N·m. 11. Laat de grasgeleider over de uitwerpopening zakken. • • Belangrijk: Het maaidek moet zijn uitgerust met een scharnierende grasgeleider die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert als de machine in de zijuitworpmodus staat.
• Laat de motor nooit lopen in een ruimte waar – Lees de instructies voor gebruik op een helling in de handleiding en op de machine, en zorg dat u deze instructies begrijpt. uitlaatgassen zich kunnen verzamelen. • Als u de machine verlaat, laat deze dan niet – Gebruik een hellingsindicator om de hellingshoek bij benadering te bepalen. draaien.
De messchakelaar (aftakas) bedienen De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Messchakelaar (aftakas) inschakelen g229111 Figuur 20 1. Veilige zone – Gebruik de machine in deze zone op hellingen van minder dan 15 graden of vlakke gebieden. 4. W = breedte van de machine 2. Gevarenzone – Gebruik een loopmaaier en/of een handtrimmer op hellingen van meer dan 15 graden en in de buurt van steile hellingen of water. 5.
De choke bedienen Messchakelaar (aftakas) uitschakelen Gebruik de choke om een koude motor te starten. 1. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen voordat u de contactschakelaar inschakelt (Figuur 25). Opmerking: Zorg ervoor dat u de choke volledig hebt ingeschakeld. Het zou kunnen dat u de knop omhoog moet houden als u het sleuteltje gebruikt. 2. Druk de choke omlaag om deze weer uit te schakelen nadat de motor is gestart (Figuur 25).
Starten van de motor VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als u de startmotor langer dan 5 seconden in werking stelt, kan deze worden beschadigd.
Met de gashendel regelt u de snelheid van de motor, oftewel het toerental (in omwentelingen per minuut). Zet de gashendel op SNEL om de beste prestaties te verkrijgen. Laat de motor tijdens het maaien altijd vol gas draaien. WAARSCHUWING De machine kan zeer snel ronddraaien. De bestuurder kan de controle over de machine verliezen. Dit kan leiden tot lichamelijk letsel en schade aan de machine. • Wees voorzichtig als u een bocht maakt.
Slepen de grassoort, het vochtgehalte en de hoogte van het gras. Aanbevolen gebruik: Trimmen Parkeren X Zwaar, nat gras X Instructie X Slepen Dit is de middelste snelheid. Deze snelheid wordt aanbevolen voor de volgende gevallen: Maaien • Maaisel opvangen • Mulchen Maaien Maaisel opvangen X Dit is de hoogste snelheid.
Zijafvoer gebruiken Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. GEVAAR Als de grasgeleider, afsluiter van de afvoer of de grasvanger niet op de juiste plaats zijn gemonteerd, kunnen u of anderen in aanraking komen met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen. Contact met het draaiende maaimes en uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken.
Antiscalpeerrollen afstellen Antiscalpeerrollen afstellen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Stel de antiscalpeerrollen (Figuur 33) in zodat deze zo goed mogelijk overeenkomen met de ingestelde maaihoogte.
Tips voor bediening en gebruik Een lagere maaisnelheid gebruiken Om de maairesultaten te verbeteren, moet u in bepaalde omstandigheden bij een lagere rijsnelheid maaien. Gebruik van de snel-stand van de gashendel Gras niet te kort afmaaien Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten. Om het gras goed te maaien is lucht nodig; zet de maaihoogte dus niet te laag en zorg ervoor dat het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven.
Na gebruik Veiligheid na het werk Algemene veiligheid • Verwijder gras en vuil van de maai-eenheden, de geluiddempers en het motorcompartiment om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op. • Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep is gesloten voordat u de machine stalt of transporteert. • Schakel de aandrijving van het werktuig uit als u g017303 de machine transporteert of niet gebruikt. Figuur 34 • Laat de motor afkoelen voordat u de machine in 1.
De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. g027708 • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. Figuur 37 • Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • Motorolie verversen en filter vervangen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • • Na elk gebruik Controleer het veiligheidssysteem (interlock). Controleer het luchtfilter op vuile, losse of beschadigde onderdelen. Oliepeil controleren. Luchtinlaatrooster reinigen. Controleer de maaimessen.
Procedures voorafgaande aan onderhoud • Om de beste prestaties te verkrijgen en er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig kan worden gebruikt, moet u ter vervanging uitsluitend originele Toro onderdelen en accessoires gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Dit kan ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen.
De stoel omhoog zetten Smering Zorg ervoor dat de parkeerrem ingeschakeld is. Til de stoel naar voren. De lagers smeren U kunt bij de volgende onderdelen komen door de stoel omhoog te zetten: Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Smeer alle smeerpunten. • Plaatje met serienummer Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis • Instructiesticker voor controle en onderhoud 1.
5. Spuit vet in de nippels totdat er vet bij de lagers naar buiten komt. 6. Veeg overtollig vet weg. Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. • Houd uw kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken.
Het schuimelement van het luchtfilter een onderhoudsbeurt geven Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren/Maandelijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Het schuimelement van het luchtfilter reinigen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Het schuimelement van het luchtfilter vervangen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). g027800 1. Was het schuimfilter in warm water met vloeibare zeep.
Motorolie verversen Het luchtfilter monteren 1. Monteer het schuimelement op het papierelement. Motorolietype Opmerking: Voorkom beschadiging van de elementen. Type olie:Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of SL) 2. Lijn de gaten in het filter uit met de openingen van het verdeelstuk. Carterinhoud: 2,4 liter met oliefilter 3. Kantel het filter omlaag in de kamer en druk het tegen het verdeelstuk aan (Figuur 43). Viscositeit: zie onderstaande tabel.
tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 4. g193541 Figuur 45 Motorolie verversen en oliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 5 bedrijfsuren/Na de eerste maand (houd hierbij de kortste periode aan)—Motorolie verversen en filter vervangen. Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Motorolie verversen en oliefilter vervangen (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). 1.
5. Vervang het motoroliefilter (Figuur 47). Opmerking: Controleer of de pakking van het oliefilter contact maakt met de motor en draai de filter nog ¾ slag extra vast. g027799 g027477 Figuur 47 6. g029570 Figuur 46 42 Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 48).
3. Maak de omgeving van de onderkant van de bougie schoon om te voorkomen dat er vuil en rommel in de motor terechtkomt. 4. Verwijder de bougie (Figuur 49). g027478 Figuur 49 Bougie controleren Belangrijk: Maak de bougie(s) niet schoon. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont. g193530 Figuur 48 7. Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.
Bougie monteren Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Verricht onderhoudswerkzaamheden in verband met het brandstofsysteem als de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
Onderhoud elektrisch systeem Veiligheid van het elektrisch systeem g027939 • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
2. WAARSCHUWING De accukabels onjuist afkoppelen kan schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit. 5. Schuif het rubberen kapje van de pluskabel (rood). 6. Maak de pluskabel (rood) los van de accupool (Figuur 53).
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. Zekeringtype: • Hoofdleiding – F1 (30 A, steekzekering) Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben.
Elektrische rem vrij zetten Onderhoud riemen U kunt de elektrische rem manueel vrij zetten door de verbindingsarmen naar voren te draaien. Zodra de elektrische rem van stroom wordt voorzien, wordt hij teruggesteld. 1. Draai het sleuteltje op UIT of koppel de accu af. 2. Draai de twee onderste bouten los waarmee de afdekking van het maaidek is bevestigd aan het maaidek. Zie De afdekking van het maaidek losmaken (bladz. 37). 3.
8. Gebruik een veerverwijderaar en plaats de spanpoelieveer terug op de maaidekhaak om spanning op de spanpoelie en de riem te zetten (Figuur 59 en Figuur 60). 9. Draai de 2 onderste bouten vast waarmee de afdekking van het maaidek is bevestigd aan het maaidek. Zie De afdekking van het maaidek losmaken (bladz. 37). 10. g014930 Figuur 59 Maai-eenheden met 2 messen 1. Spanpoelie 4. Veer 2. Drijfriem van maaidek 5. Motorpoelie 3. Buitenste poelie 6.
Onderhoud van het maaimachine Onderhoud van de maaimessen Om een goed maairesultaat te verkrijgen, moet u de maaimessen scherp houden. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. g006530 Figuur 61 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4.
g014973 g014973 Figuur 63 Figuur 65 1. Mes, in meetstand 2. Vlakke ondergrond 1. Mes aan andere zijde, in meetstand 3. Gemeten afstand tussen mes en de ondergrond (A) 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) 4. 2. Vlakke ondergrond Draai hetzelfde mes 180 graden, zodat de maairand aan de andere kant nu in dezelfde stand staat (Figuur 64). A. Als het verschil tussen A en B groter is dan 3 mm, vervang dan het mes door een nieuw mes; zie Maaimessen verwijderen (bladz.
Maaimessen monteren 1. Monteer het mes op de as (Figuur 66). Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 3. Klemring 2. Mes 4. Mesbout 3. Draai de mesbout vast met 47 tot 88 N·m. Controleer of het maaidek horizontaal staat telkens wanneer u de maaier installeert of wanneer u een ongelijke maaiplek in uw gras ziet.
draai ze linksom om het maaidek naar omlaag te brengen (Figuur 71). g009682 Figuur 69 Maai-eenheden met 2 messen 1. Maaimessen evenwijdig 3. Buitenste snijranden 2. Vleugel van het mes 4. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. g027588 Figuur 71 1. Ophangbeugel 3. Achterste moer 2. Borgmoer aan de zijkant 3. Buitenste snijranden 2. Vleugel van het mes 4. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 5.
g009658 Figuur 72 Maai-eenheden met 2 messen 1. Messen in lengterichting 2. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. g014634 Figuur 74 1. Stelstang 3. Borgmoer 2. Stelblok g009659 7. Om de voorkant van het maaidek hoger te zetten, draait u de stelmoer vaster. 8. Om de voorkant van het maaidek lager te zetten, draait u de stelmoer losser. 9.
9. Schuif het maaidek weg van onder de machine. Opmerking: Bewaar alle onderdelen voor latere montage. Het maaidek monteren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Schuif het maaidek onder de machine. 4. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand. 5.
Reiniging De onderkant van het maaidek reinigen Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. Belangrijk: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Was de machine nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, onder de stoel en rond de motor, de hydraulische pompen en de motors.
5. Neem plaats op de bestuurdersstoel en start de motor. Stalling 6. Schakel de aftakas in en laat de machine één tot drie minuten lopen. Veiligheid tijdens opslag 7. Zet de aftakasschakelaar UIT, stop de motor, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. • Laat de motor afkoelen voordat u de machine 8. • Draai de kraan dicht en maak de snelkoppeling los van de wasaansluiting.
Opslag van de accu stalling. De machine wordt als volgt voorbereid op stalling: A. Voeg een stabilizer/conditioner op aardoliebasis toe aan de brandstof in de tank. Volg de mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op. Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt. Laat de motor vijf minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden. C.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De brandstoftank is ingedeukt of de machine raakt regelmatig zonder brandstof. 1. Het papierelement van het luchtfilter is verstopt. 1. Reinig het papierelement. De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De omloopkleppen zijn open. 1. Sluit de sleepkleppen. 2. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 3. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 4. De transmissie is uitgevallen. 2. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. Het maaimes (de maaimessen) is (zijn) verbogen of niet in balans. 1.
Schema's g028022 Installatieschema (Rev.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.