Form No. 3400-736 Rev C TimeCutter® ZS 4200T en ZS 5000 zitmaaier Modelnr.: 74657—Serienr.: 316000001 en hoger Modelnr.: 74661—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
gazons. De machine is niet ontworpen voor het maaien van lage struiken, het maaien van gras en andere begroeiing langs de snelweg, of voor gebruik in de landbouw. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. WAARSCHUWING Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen.
Motorolie verversen .......................................... 36 Onderhoud van de bougie ................................ 39 Het koelsysteem reinigen ................................. 40 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 40 Brandstoffilter van de slang vervangen ............. 40 Onderhoud elektrisch systeem ............................ 41 Accu opladen.................................................... 41 Onderhoud van de zekeringen..........................
Veiligheid • Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. Om het risico op letsel te vermijden, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel. • Veilige bediening • • Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen.
• Verander niet plotseling de rijrichting of de snelheid • • • • • • • • verschijnen om weer mee te rijden, en kan dan overreden worden door de maaier, bij het vooruit of achteruit rijden. van de machine. Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, enz. uit het maaigebied, of markeer deze. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. Start nooit plotseling heuvelopwaarts op een helling, want dit kan tot gevolg hebben dat de machine achteroverkantelt.
• Zorg dat de op de machine aangebrachte • Laad de machine uit de vrachtwagen of van de aanhanger en vul de tank pas als de machine op de grond staat. Als dit niet mogelijk is, dan is het beter dergelijke machines bij te vullen uit een draagbaar vat dan met behulp van een brandstofpistool. • • Houd het vulpistool in contact met de rand van de veiligheidsinformatie en instructies in goede staat verkeren en vervang ze indien nodig.
Het geluidsniveau werd bepaald volgens de procedures in ISO 11094. Hand-/armtrillingen Gemeten trillingsniveau voor de linkerhand = 3,1 m/s2 Gemeten trillingsniveau voor de rechterhand = 2,4 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 1,5 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN ISO 5395:2013. Trillingen op het gehele lichaam Gemeten trillingsniveau = 0,37 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 0,19 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN ISO 5395:2013.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal93-7009 93-7009 1. Waarschuwing – Gebruik de maaimachine niet als de grasgeleider omhoog geklapt of verwijderd is; zorg ervoor dat de grasgeleider is gemonteerd. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
decal112-9840 112-9840 Voor modellen met een maaidek van 127 cm 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Verwijder het sleuteltje uit het contact en lees de instructies voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 2. Maaihoogte decal120-5469 120-5469 Voor modellen met een maaidek van 107 cm 1. Maaihoogte decal119-8814 119-8814 1. PARKEER 2. SNEL 3. LANGZAAM 4. VRIJSTAND 5. ACHTERUIT decal119-8815 119-8815 1. PARKEER 2. SNEL 3. LANGZAAM 4. VRIJSTAND 5.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken decal121-2989b 121-2989 1. Omloophendel, hendel in duwstand 2. Omloophendel, hendel in gebruiksstand 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8.
decal121-0772 121-0772 Voor modellen met een maaidek van 107 cm 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, aftakasschakelaar 3.
decal121-0773 121-0773 Voor modellen met een maaidek van 127 cm 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, aftakasschakelaar 3.
decal132-0869 132-0869 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Handen kunnen worden gesneden, mes. Handen kunnen bekneld raken, riem – Houd handen en voeten uit de buurt van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn. 7. Kantelgevaar op hellingen 5. Oprijplaat kan kantelen – gebruik de machine niet – gebruik geen dubbele op hellingen in de buurt van oprijplaten bij het laden op water of op hellingen van een aanhanger. Gebruik meer dan 15 graden.
Algemeen overzicht van de machine g027829 Figuur 4 1. Maaihoogtehendel 5. Maaidek 9. Dop van brandstoftank 2. Rijhendels 6. Antiscalpeerrol 10. Motor 3. Bestuurdersstoel 7. Voorste zwenkwiel 11. Bedieningspaneel 4. Smart Speed™ hendel 8. Voetsteun 12. Grasgeleider Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen in Figuur 4, en Figuur 5 voordat u de motor start en de machine gebruikt. 15 13. Aangedreven wiel achter 14.
Maaimesschakelaar (aftakas, PTO) Met de aftakasschakelaar, aangeduid met het aftakassymbool (PTO), schakelt u de aandrijving naar de maaimessen aan of uit (Figuur 5). Rijhendels en parkeerstand De rijhendels zijn snelheidsgevoelig en bedienen de onafhankelijke wielmotoren. Als u een hendel naar voren of naar achteren beweegt, draait het wiel aan dezelfde kant vooruit of achteruit; de snelheid van de wielen is evenredig aan hoever u de hendel beweegt.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Brandstof bijvullen • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste benzine opnemen.
opslaan, is het raadzaam de benzine af te tappen uit de brandstoftank. GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Houdt de motor tijdens het gebruik schoon.
Het motoroliepeil controleren Voordat u de motor start en de machine in gebruik neemt, moet u het oliepeil in het carter van de motor controleren; zie Het motoroliepeil controleren (bladz. 36). Een nieuwe machine inrijden Een nieuwe motor heeft tijd nodig om vol vermogen te ontwikkelen. Maai-eenheden en aandrijfsystemen hebben meer wrijving als zij nieuw zijn, waardoor de motor extra wordt belast.
Werking van het veiligheidssysteem inschakelen. Kom dan iets overeind uit de bestuurdersstoel; de motor moet stoppen. Motor starten WAARSCHUWING Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken (Figuur 10). Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. • Laat de interlockschakelaars ongemoeid.
De maaimessen inschakelen Met de machine rijden Belangrijk: Schakel de maaimessen niet in als u de machine geparkeerd hebt in hoog gras; de riem of koppeling kan dan worden beschadigd. U doet er goed aan om voor het gebruik van de machine te begrijpen wat maaien met nuldraaicirkel inhoudt. De aangedreven wielen werken onafhankelijk en worden aangedreven door een hydraulische motor op elke as.
g008952 Figuur 14 Om in een rechte lijn te rijden, moet u gelijke druk uitoefenen op beide rijhendels (Figuur 14). Om te draaien, vermindert u de druk op de rijhendels in de richting waarin u wilt draaien (Figuur 14). g004532 Figuur 13 1. PARKEERstand 2. Centrale, onvergrendelde stand 3. Vooruit 4. Achteruit 5. Voorzijde van de machine Hoe verder u de rijhendels in een van beide richtingen beweegt, des te sneller zal de machine in de gewenste richting rijden.
Wat volgt, is uitsluitend bedoeld als gebruiksaanbeveling. De instelling is afhankelijk van de grassoort, het vochtgehalte en de hoogte van het gras. g008953 Figuur 15 Aanbevolen gebruik: Trimmen Parkeren X Zwaar, nat gras X Instructie X Slepen Maaisel opvangen X Mulchen X Maaien Normaal maaien X Transport X Om in een rechte lijn te rijden, moet u gelijke druk uitoefenen op beide rijhendels (Figuur 15).
Antiscalpeerrollen afstellen WAARSCHUWING Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Voor modellen met een maaidek van 107 cm Als u de maaihoogte wijzigt, verdient het de aanbeveling de hoogte van de antiscalpeerrollen in te stellen. U moet altijd het contactsleuteltje verwijderen en de rijhendels naar buiten in PARKEER zetten wanneer u de machine onbeheerd laat, ook al is het slechts voor een paar minuten.
Opmerking: Stel de antiscalpeerrollen zo af dat ze de grond niet raken op normale, vlakke maaiterreinen. 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE VRIJSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Stel de antiscalpeerrollen (Figuur 19) in zodat deze zo goed mogelijk overeenkomen met de ingestelde maaihoogte.
2. Draai de onderste bout los totdat u de rijhendels naar voren of naar achteren kunt bewegen (Figuur 21). 3. Draai de moeren aan om de rijhendel vast te zetten in de nieuwe stand. 4. Stel vervolgens ook de andere rijhendel af. Machine met de hand duwen Belangrijk: U moet de machine altijd met de hand duwen. Sleep de machine niet, dit kan schade veroorzaken. g017303 Figuur 22 Deze machine is uitgerust met een elektrisch remmechanisme.
zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 3. Verwijder de 2 moeren en bouten waarmee de uitworpafsluiter aan de machine is bevestigd (Figuur 23). g005667 Figuur 24 1. Draaistang 3. De aanwezige dunne moer (⅜") 2. Keerplaat (oorspronkelijk geleverd met de machine) 8. Draai de moer vast met 7 tot 9 N·m. 9. Laat de grasgeleider over de uitwerpopening zakken. g009660 Figuur 23 1. Dopmoer (¼") 4. Draai het deksel omhoog. 2. Afvoerafsluiter 5. Verwijder het deksel.
wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 3. Verwijder het rechtermes van de maaier, zie Maaimessen verwijderen (bladz. 46) 4. Verwijder de 2 knoppen en de klemringen waarmee de rechterplaat is bevestigd aan het maaidek (Figuur 26). g005655 Figuur 26 1. Knop 3. Bout van plaat, door maaidek gestoken 2. Klemring g005652 Figuur 25 1. Afvoerafsluiter 5. 3. Bout (¼ x 2½") 2. Dopmoer (¼") 6.
6. 7. 8. 9. 5. Monteer de bevestigingen in de openingen in de bovenkant van het maaidek om rondvliegend vuil te voorkomen. Monteer het rechtermes van de maaier, zie Maaimessen monteren (bladz. 47). Til de grasgeleider op en breng twee bouten (5/16" x ¾") aan in de twee gaten in de uitsparing van het maaidek. Monteer de keerplaat op het maaidek (Figuur 28).
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. Wees extra voorzichtig als u machines inlaadt op een aanhangwagen of een vrachtwagen of uitlaadt. Gebruik voor deze procedure een hellingbaan die breder is dan de machine. Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af (Figuur 30).
Wanneer u een gazon voor de eerste keer maait Laat het gras iets langer dan normaal, om te voorkomen dat oneffenheden in het gras volledig worden weggemaaid. In het algemeen kan het best de voorheen gebruikte maaihoogte worden gekozen. Als u gras van meer dan 15 cm lang gaat maaien, kunt u het best in twee keer maaien om een goed maairesultaat te verkrijgen. Eén derde van de lengte van het gras afmaaien Aanbevolen wordt niet meer dan ongeveer één derde van de lengte van het gras af te maaien.
Onderkant van het maaidek schoonhouden Verwijder na elk gebruik maaisel en vuil van de onderkant van het maaidek. Als zich gras en vuil in het maaidek verzamelt, leidt dat uiteindelijk tot een onbevredigend maairesultaat. Onderhoud van de maaimessen Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor een scherp maaimes. Een scherp mes snijdt het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • Motorolie verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • Na elk gebruik Controleer het veiligheidssysteem (interlock). Oliepeil controleren. Luchtinlaatrooster reinigen. Maaimessen controleren. Controleer de grasgeleider op schade. • Maaikast reinigen.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Smering De lagers smeren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle smeerpunten smeren. De stoel omhoog zetten Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis Verzeker dat de rijhendels in PARKEER vergrendeld zijn, til de stoel dan naar voren op. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. Om bij de volgende onderdelen te kunnen komen, hoeft u enkel de stoel omhoog te zetten. 2.
4. Onderhoud motor Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel en spuit vet in de nippels totdat er vet bij de lagers naar buiten komt (Figuur 33 en Figuur 34). Onderhoud van het luchtfilter Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen (om de paar uren) als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. De elementen verwijderen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
5. Motorolie verversen Neem het schuimelement van het papieren element (Figuur 36). Type olie:Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of SL) Carterinhoud: 2,4 liter Viscositeit: zie onderstaande tabel. g027802 Figuur 36 Het schuimelement een onderhoudsbeurt geven g017470 Figuur 37 Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren/Maandelijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Het schuimelement reinigen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden).
Motorolie verversen en oliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 5 bedrijfsuren/Na de eerste maand (houd hierbij de kortste periode aan)—Motorolie verversen. Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Motorolie verversen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Oliefilter vervangen. (vaker in stoffige, vuile omstandigheden).
4. Tap de motorolie af. g027799 g027477 Figuur 40 Opmerking: Controleer of de pakking van het oliefilter contact maakt met de motor en draai de filter nog ¾ slag extra vast. 6. g027823 Figuur 39 5. Vervang het motoroliefilter (Figuur 40). 38 Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 41).
g008791 Figuur 42 Opmerking: Door de diepe uitsparing rond de bougie is doorblazen met perslucht de meest effectieve manier om de holte te reinigen. De bougie is heel goed bereikbaar als de ventilatorbehuizing wordt verwijderd voor reinigingswerkzaamheden. Bougie controleren Belangrijk: Bougie(s) nooit schoonmaken. g027660 Vervang een bougie altijd als deze een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Verricht onderhoudswerkzaamheden in verband met het brandstofsysteem als de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein. Eventueel gemorste benzine opnemen.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.
Accu opladen WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Accu opladen en accukabels loskoppelen. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Accu verwijderen (bladz. 41). 2.
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. Zekeringtype: • Hoofdleiding F1 – 30 A, steekzekering Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben.
Elektrische rem vrij zetten Onderhoud van het maaimachine De elektrische rem kan worden vrijgezet door de verbindingsarmen manueel naar voren te draaien. Zodra de elektrische rem van stroom wordt voorzien, wordt hij teruggesteld. 1. Draai het contactsleuteltje op accu af. 2. Zoek de as van de elektrische rem waar de verbindingsarmen gekoppeld zijn (Figuur 50). 3. Draai de as naar voren om de rem vrij te zetten.
Opmerking: Als u beschadiging, slijtage of 3. groefvorming in dit deel constateert (3 en 4 in Figuur 51), moet u het mes direct vervangen. Meet de afstand tussen het uiteinde van het mes en de vlakke ondergrond (Figuur 53). g006530 Figuur 51 g014973 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Schade Figuur 53 1. Mes, in meetstand 2. Vlakke ondergrond 3. Gemeten afstand tussen mes en de ondergrond (A) Controle op kromme messen 4.
g014973 Figuur 55 g027833 1. Mes aan andere zijde, in meetstand Figuur 56 2. Vlakke ondergrond 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) A. Als het verschil tussen A en B groter is dan 3 mm, vervang dan het mes door een nieuw mes; zie Maaimessen verwijderen (bladz. 46) en Maaimessen monteren (bladz. 47). 1. Vleugel van het mes 3. Klemring 2. Mes 4. Mesbout De maaimessen slijpen 1.
Maaimessen monteren 1. Monteer het mes op de as (Figuur 56). Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 2. Monteer de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 56). 3. Draai de mesbout vast met 47 tot 88 N·m.
4. draai de achterste borgmoer tegen de klok in om het maaidek lager te zetten. Draai de messen voorzichtig zodat ze van voren naar achteren staan (Figuur 62 en Figuur 63). g009658 Figuur 62 Maai-eenheden met 2 messen 1. Messen in lengterichting 2. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. g027588 Figuur 61 1. Ophangbeugel 3. Achterste borgmoer 2. Borgmoer aan de zijkant 9. 10. Controleer de instellingen in de breedterichting opnieuw.
g014634 Figuur 64 1. Stelstang 3. Borgmoer 2. Stelblok g014635 7. 8. Figuur 65 Controleer de schuinstand nogmaals na het instellen, ga door met het instellen van de moer totdat de rand van het voorste mes 1,6 tot 7,9 mm lager staat dan de rand van het achterste mes (Figuur 62). 1. Voorste steunstang 3. Beugel van maaidek 2. Borgmoer Als de schuinstand correct is, moet u nogmaals controleren of het maaidek van links naar rechts horizontaal staat; zie Gelijkstellen in de breedterichting (bladz.
9. Schuif het maaidek weg van onder de machine. Opmerking: Bewaar alle onderdelen voor latere montage. Maaidek monteren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Zet de rijhendels naar buiten in PARKEER, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 3. Schuif het maaidek onder de machine. 4. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand. 5.
Onderhoud drijfriem van maaidek WAARSCHUWING De veer is onder spanning gemonteerd en kan lichamelijk letsel veroorzaken. Wees voorzichtig als u de riem verwijdert. Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle riemen op slijtage en scheurtjes controleren. 6. Leg de nieuwe riem rond de motorpoelie en de poelies van het maaidek (Figuur 69). 7.
Reiniging Onderkant van maaimachine wassen Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. Nadat u de maaimachine heeft gebruikt, moet u de onderkant van de machine telkens wassen om te voorkomen dat er zich gras verzamelt. Hierdoor wordt gras beter fijn gemaakt en het maaisel beter verstrooid. Belangrijk: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Maak de machine niet schoon met een hogedrukreiniger.
5. Neem plaats op de bestuurdersstoel en start de motor. Stalling 6. Schakel de aftakas in en laat de machine één tot drie minuten lopen. Reiniging en stalling 7. Zet de aftakasschakelaar UIT, stop de motor, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten in PARKEER, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 8. Draai de kraan dicht en maak de snelkoppeling los van de wasaansluiting.
Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. Choke de motor. Start de motor en laat deze lopen totdat de motor niet meer start. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze volgens de plaatselijk geldende voorschriften. Belangrijk: Benzine waaraan stabilizer/conditioner is toegevoegd, niet langer dan 30 dagen bewaren. 12. Verwijder de bougie(s) en controleer de toestand daarvan, zie Onderhoud van de bougie (bladz. 39).
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. 5.
Probleem De maaihoogte is ongelijk. Mogelijke oorzaak 1. Maaimes(sen) bot. 1. Mes(sen) slijpen. 2. Maaimes(sen) verbogen of niet in balans. 3. Het maaidek staat niet horizontaal. 2. Nieuwe maaimes(sen) monteren. 4. Een antiscalpeerwiel is niet correct afgesteld. 5. De onderkant van het maaidek is vuil. 6. De bandenspanning is niet correct. 7. Mesas verbogen. Messen draaien niet. Remedie 3. Maaidek horizontaal stellen en in de correcte schuinstand stellen. 4. Hoogte van antiscalpeerwiel afstellen. 5.
Schema's g028022 Installatieschema (Rev.
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
TimeCutter en TITANmaaiers Toro Garantie Beperkte garantie (zie garantieperiodes onder) Gedekte voorwaarden en producten 3.