Form No. 3409-403 Rev A TimeCutter® ZS 4200T en ZS 5000 zitmaaier Modelnr.: 74657—Serienr.: 400000000 en hoger Modelnr.: 74661—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze machine is een zitmaaier met draaiende messen bedoeld voor gebruik door particulieren in huiselijke toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. De machine is niet ontworpen voor het maaien van borstelig gras en andere begroeiing langs de snelweg of voor gebruik in de landbouw.
Onderhoud en opslag..............................................31 De stoel omhoog zetten ..........................................31 De afdekking van het maaidek losmaken ....................31 Smering ...................................................................32 De lagers smeren....................................................32 Onderhoud motor .....................................................32 Veiligheid van de motor...........................................
Veiligheid Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. Algemene veiligheid Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders. • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start.
Hellingsindicator G011841 g011841 Figuur 4 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal93-7009 93-7009 1. Waarschuwing – Gebruik de maaimachine niet als de grasgeleider omhoog geklapt of verwijderd is; zorg ervoor dat de grasgeleider is gemonteerd. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
decal112-9840 112-9840 Voor modellen met een maaidek van 127 cm 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Verwijder het sleuteltje uit het contact en lees de instructies voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 2. Maaihoogte decal120-5469 120-5469 Voor modellen met een maaidek van 107 cm 1. Maaihoogte decal119-8814 119-8814 1. Parkeerstand 2. Snel 3. Langzaam 4. Neutraalstand 5. Achteruit decal119-8815 119-8815 1. Parkeerstand 2. Snel 3. Langzaam 4. Neutraalstand 5.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken decal121-2989b 121-2989 1. Omloophendel, hendel in duwstand 2. Omloophendel, hendel in gebruiksstand 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op een veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8.
decal121-0772 121-0772 Voor modellen met een maaidek van 107 cm 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, messchakelaar 3.
decal121-0773 121-0773 Voor modellen met een maaidek van 127 cm 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, messchakelaar 3.
decal132-0869 132-0869 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Handen kunnen worden gesneden, mes. Handen kunnen bekneld raken, riem – Houd handen en voeten uit de buurt van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn. 7. Kantelgevaar op hellingen 5. Oprijplaat kan kantelen – gebruik de machine niet – gebruik geen dubbele op hellingen in de buurt van oprijplaten bij het laden op water of op hellingen van een aanhanger. Gebruik meer dan 15 graden.
Algemeen overzicht van de machine g027829 Figuur 5 1. Maaihoogtehendel 5. Maaidek 2. Rijhendels 6. Antiscalpeerrol 9. Dop van brandstoftank 10. Motor 3. Bestuurdersstoel 7. Voorste zwenkwiel 11. Bedieningspaneel 4. Smart Speed™ hendel 8. Voetsteun 12. Grasgeleider 13. Aangedreven wiel achter 14. Motorscherm Bedieningsorganen Ontstekingsschakelaar Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen in Figuur 5 en Figuur 6 voordat u de motor start en de machine gebruikt.
Rijhendels Gebruiksaanwijzing De rijhendels worden gebruikt om de motor vooruit en achteruit te laten rijden en om bochten naar links of naar rechts te maken. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Parkeerstand Voor gebruik Zet de rijhendels vanuit het midden naar buiten in de PARKEERSTAND en verlaat de machine (Figuur 5). Zet de rijhendels altijd in de PARKEERSTAND als u de machine stopt of onbeheerd achterlaat.
Gebruik van stabilizer/conditioner • Sla de machine en de brandstofhouder niet op op plaatsen • • • • • • • • waar open vlammen, vonken of waakvlammen (b.v. van een boiler of andere toestellen) aanwezig kunnen zijn. Vul brandstofvaten niet in een voertuig, vrachtwagen of op een aanhanger met kunststof beplating. Plaats vaten die u wilt vullen altijd op de grond, uit de buurt van uw voertuig. Laad de machine uit de vrachtwagen of aanhanger en vul deze bij met brandstof wanneer ze op de grond staat.
A B GEVAAR C Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Gebruik de machine niet in de buurt van steile hellingen. D E g027243 g027243 Figuur 8 g000513 Figuur 9 Het motoroliepeil controleren 1. Veilige zone – Gebruik de machine in deze zone op hellingen van minder dan 15 graden of vlakke gebieden.
1 3. Blijf zitten op de bestuurdersstoel, zet de messchakelaar UIT en zet de rijhendels vast in de PARKEERSTAND. Start de motor. Als de motor loopt, schakelt u de messchakelaar in en komt u iets overeind uit de bestuurdersstoel; de motor moet stoppen. 2 G009027 4. Blijf zitten op de bestuurdersstoel, zet de messchakelaar UIT en zet de rijhendels vast in de PARKEERSTAND. Start de motor. Als de motor loopt, moet u de rijhendels in de middelste, onvergrendelde stand zetten en de messchakelaar inschakelen.
A G009660 B 1 2 3 g027252 g027252 4 Figuur 12 5 Hoek van rijhendels verstellen g009660 Figuur 13 U kunt de hoek van de rijhendels naar voren of achteren afstellen, voor meer comfort. 1. Verwijder de bovenste bout waarmee de rijhendel is bevestigd aan de schacht van de bedieningsarm. 1. Dopmoer (¼") 4. Draai het deksel omhoog 2. Afvoerafsluiter 5. Verwijder het deksel 3. Bout (¼ x 2½") 2. Draai de onderste bout los totdat u de rijhendels naar voren of naar achteren kunt bewegen (Figuur 12).
Opmerking: Draai de moeren niet te strak aan. Hierdoor kan de afsluiter vervormen en in aanraking komen met de messen. 8. Draai de moer vast met 7 tot 9 N·m. 9. Laat de grasgeleider over de uitwerpopening zakken Belangrijk: Het maaidek moet zijn uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert als de machine in de zijuitworpmodus staat.
1 2 3 G015321 g015321 Figuur 18 1. Bout (5/16 x ¾") 3. Borgmoer (5/16") 2. Keerplaat 10. Draai de bevestigingen vast met 7 tot 9 N·m. 11. Laat de grasgeleider over de uitwerpopening zakken. Belangrijk: Het maaidek moet zijn uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert als de machine in de zijuitworpmodus staat. g024261 Figuur 17 1. Rechterplaat 3. Uitwerpopening 2. Klemring en knop Rechterplaat monteren voor mulching 1.
• Gebruik de machine niet als het kan bliksemen. • Draag geschikte kleding, zoals een veiligheidsbril, gripvaste, stevige schoenen en gehoorbescherming. Draag lang haar niet los en draag geen juwelen. • De machine niet gebruiken als sleepvoertuig. • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de • Gebruik de machine niet als u ziek, moe of onder de motor het maximale toerental niet overschrijden. invloed van alcohol of drugs bent.
2. Trek de knop van de choke uit om deze in te schakelen voordat u de contactschakelaar inschakelt (Figuur 23). Opmerking: Zorg ervoor dat u de choke volledig hebt ingeschakeld. Het zou kunnen dat u de knop omhoog moet houden als u de contactschakelaar gebruikt. 3. Druk de choke omlaag om deze weer uit te schakelen nadat de motor is gestart (Figuur 23). g187516 Figuur 20 1 Messchakelaar (aftakas) uitschakelen 2 G009174 g009174 Figuur 21 G008959 g008959 Figuur 23 De gashendel bedienen 1. Aan 2.
A B C D RT ST A N RU ST O P G008947 g008947 Figuur 24 2. Draai het contactsleuteltje op STOP om de motor af te zetten. E De motor starten en uitschakelen Motor starten Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken. F Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als u de startmotor langer dan 5 seconden in werking stelt, kan deze worden beschadigd.
De rijhendels gebruiken WAARSCHUWING De machine kan zeer snel ronddraaien. De bestuurder kan de controle over de machine verliezen. Dit kan leiden tot lichamelijk letsel en schade aan de machine. • Wees voorzichtig als u een bocht maakt. • Verminder de snelheid van de machine voordat u een scherpe bocht maakt. Vooruitrijden Opmerking: Wees altijd voorzichtig als u achteruitrijdt of draait. 1. Zet de hendels in de middelste, ontgrendelde stand. 2.
Aanbevolen gebruik: Trimmen Parkeren X Zwaar, nat gras X Instructie X Slepen Maaisel opvangen X Mulchen X Maaien Normaal maaien X Transport X Trimmen Dit is de laagste snelheid. Deze snelheid wordt aanbevolen voor de volgende gevallen: • Parkeren • Zwaar, nat gras maaien • Instructie G008953 g008953 Figuur 28 Slepen Het Smart gebruiken SpeedTM besturingssysteem Dit is de middelste snelheid.
4 3 2 1 g019929 5 g019929 Figuur 31 1. Antiscalpeerrol 4. Bovenste gat – met het maaidek op een maaihoogte van 63 mm of lager. 2. Onderste gat – met het maaidek op een maaihoogte van 76 mm of hoger 5. Bout 3. Flensmoer Voor machines met een maaidek van 127 cm Als u de maaihoogte wijzigt, stel dan de hoogte van de antiscalpeerrollen in. Opmerking: Stel de antiscalpeerrollen zo af dat ze de grond niet raken op normale, vlakke maaiterreinen. g027697 Figuur 30 1.
Zijafvoer gebruiken Maairichting afwisselen Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. Maai afwisselend in verschillende richtingen, zodat het gras rechtop blijft staan. Dit zorgt ook voor een betere verspreiding van het maaisel, wat de vertering en bemesting ten goede komt.
Na gebruik Opmerking: U kunt de machine nu duwen. 3 Veiligheid na het werk Algemene veiligheid • Verwijder gras en vuil van de maai-eenheden, de • • • • • • • geluiddempers en het motorcompartiment om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op. Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep is gesloten voordat u de machine stalt of transporteert. Schakel de aandrijving van het werktuig uit als u de machine transporteert of niet gebruikt.
1. Als u een aanhanger gebruikt, bevestig deze dan aan het sleepvoertuig en sluit de veiligheidskettingen aan. WAARSCHUWING 3. Laad de machine op de aanhanger of de vrachtwagen. Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken (Figuur 37). 4. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje, stel de rem in werking en sluit de brandstofklep.
1 2 6 g027996 5 g027996 Figuur 36 1. Oprijplaat over volledige breedte in opslagstand. 4. De hellingbaan is minstens 4 keer zo lang als de afstand van de aanhangwagen of de laadbak tot de grond 2. Zijaanzicht van oprijplaat over volledige breedte in laadstand 5. H = Afstand van de laadbak van de vrachtwagen of aanhanger tot de grond. 3. Niet groter dan 15 graden 6.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • Motorolie verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • • Na elk gebruik Controleer het veiligheidssysteem (interlock). Controleer het luchtfilter op vuile, losse of beschadigde onderdelen. Oliepeil controleren. Luchtinlaatrooster reinigen. Controleer de maaimessen.
Procedures voorafgaande aan onderhoud u ter vervanging uitsluitend originele Toro onderdelen en accessoires gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Dit kan ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen. • Controleer de werking van de parkeerrem regelmatig. Indien nodig moet u deze afstellen en een onderhoudsbeurt geven.
Smering Onderhoud motor De lagers smeren Veiligheid van de motor Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle smeerpunten smeren. U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. Type vet: nr. 2 vet op lithiumbasis Onderhoud van het luchtfilter 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 2.
het luchtfilter vervangen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Reinig het schuimelement met water en vervang het indien het beschadigd is. Het papierelement een onderhoudsbeurt geven Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Het papieren filterelement een onderhoudsbeurt geven (vaker in stoffige, vuile omstandigheden).
WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. A B C D Houd uw kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Belangrijk: Als er te veel of te weinig olie zit in het carter van de motor en u laat de motor toch draaien, kunt u deze beschadigen. 1.
3. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. A B C D E F 4. Tap de motorolie af. g027799 g027799 A B 3/4 g027477 g027477 Figuur 45 D C 6. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 46). g027823 g027823 Figuur 44 5. Vervang het motoroliefilter (Figuur 45).
A B B A g027478 C E g027478 D Figuur 47 Opmerking: Door de diepe uitsparing rond de bougie is doorblazen met perslucht de meest effectieve manier om de holte te reinigen. De bougie is heel goed bereikbaar als de ventilatorbehuizing wordt verwijderd voor reinigingswerkzaamheden. F Bougie controleren Belangrijk: Bougie(s) nooit schoonmaken. Vervang een bougie altijd als deze een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont.
Onderhoud brandstofsysteem B A GEVAAR C 25-30 N-m 18.5-22.1 ft-lb In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. D • Verricht onderhoudswerkzaamheden in verband met het brandstofsysteem als de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
Onderhoud elektrisch systeem Veiligheid van het elektrisch systeem g027939 g027939 • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine • verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
Accu opladen 4. Maak de minkabel (zwart) los van de accupool (Figuur 51). Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Accu opladen en accukabels loskoppelen. Opmerking: Bewaar alle bevestigingsmiddelen. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Accu verwijderen (bladz. 38). WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. 2.
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. Bandenspanning controleren Zekeringtype: Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren.
Elektrische rem vrij zetten Onderhoud van het maaimachine U kunt de elektrische rem manueel vrij zetten door de verbindingsarmen naar voren te draaien. Zodra de elektrische rem van stroom wordt voorzien, wordt hij teruggesteld. Onderhoud van de maaimessen 1. Draai het contactsleuteltje op UIT of koppel de accu af. 2. Zoek de as van de elektrische rem waar de verbindingsarmen gekoppeld zijn (Figuur 55). Om een goed maairesultaat te verkrijgen, moet u de maaimessen scherp houden.
1 G014973 g006530 3 Figuur 56 2 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur g014973 Figuur 58 1. Mes, in meetstand 2. Vlakke ondergrond Controle op kromme messen 3. Gemeten afstand tussen mes en de ondergrond (A) Opmerking: De machine moet op een egaal oppervlak staan voor de volgende procedure. 4. Draai hetzelfde mes 180 graden, zodat de maairand aan de andere kant nu in dezelfde stand staat (Figuur 59). 1. Zet het maaidek op de hoogste maaipositie. 2.
1 G014973 3 2 g014973 Figuur 60 G027833 g027833 1. Mes aan andere zijde, in meetstand Figuur 61 2. Vlakke ondergrond 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) A. Als het verschil tussen A en B groter is dan 3 mm, vervang dan het mes door een nieuw mes; zie Maaimessen verwijderen (bladz. 43) en Maaimessen monteren (bladz. 44). 3. Klemring 2. Mes 4. Mesbout De maaimessen slijpen 1. Gebruik een vijl om de snijranden aan beide uiteinden van het mes te slijpen (Figuur 62).
Maaimessen monteren 1 2 1. Monteer het mes op de as (Figuur 61). Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. G009682 3 3 2. Monteer de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 61). 2 3. Draai de mesbout vast met 47 tot 88 N·m.
2 1 G009658 2 g009658 Figuur 67 Maai-eenheden met 2 messen 1. Messen in lengterichting 2. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot ht platte oppervlak hier. g027588 Figuur 66 1. Ophangbeugel 3 3. Achterste moer 2 2. Borgmoer aan de zijkant 9. Controleer de instellingen in de breedterichting opnieuw. Herhaal deze stappen totdat de juiste metingen worden verkregen. 1 10.
3 3 1 1 2 2 G014634 g014634 Figuur 69 1. Stelstang 3. Borgmoer 2. Stelblok G014635 g014635 Figuur 70 7. Om de voorkant van het maaidek hoger te zetten, draait u de stelmoer vaster. 1. Voorste steunstang 3. Beugel van maaidek 2. Borgmoer 8. Om de voorkant van het maaidek lager te zetten, draait u de stelmoer losser. 6. Laat de voorkant van het maaidek voorzichtig neer op de grond. 9.
Opmerking: Bewaar alle onderdelen voor latere montage. 3 4 5 Het maaidek monteren 6 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Zet de rijhendels naar buiten in PARKEER, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 2 7 1 3. Schuif het maaidek onder de machine. 4. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand. 5.
Onderhoud drijfriem van maaidek WAARSCHUWING De veer is onder spanning gemonteerd en kan lichamelijk letsel veroorzaken. Wees voorzichtig als u de riem verwijdert. Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle riemen op slijtage en scheurtjes controleren. 2 Controleer de riemen op scheuren, gerafelde randen, schroeiplekken of andere schade. Vervang beschadigde riemen.
3 Reiniging 5 2 1 Onderkant van maaimachine wassen 3 Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. Belangrijk: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Was de machine nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, onder de stoel en rond de motor, de hydraulische pompen en de motors.
Stalling 7. Zet de aftakasschakelaar UIT, stop de motor, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. Reiniging en stalling 8. Draai de kraan dicht en maak de snelkoppeling los van de wasaansluiting. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten in de PARKEERSTAND, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. Opmerking: Als de maaimachine na een wasbeurt niet schoon is, moet u deze 30 minuten laten inweken.
Belangrijk: Brandstof waaraan stabilizer/conditioner is toegevoegd, niet langer dan 90 dagen bewaren. 10. Verwijder de bougie(s) en controleer de toestand daarvan, zie Onderhoud van de bougie (bladz. 36). Nadat de bougie(s) uit de cilinder is (zijn) verwijderd, giet u 30 ml (2 eetlepels) motorolie in de bougie-opening. Gebruik de startmotor om de motor te laten draaien en zo de olie over de cilinderwand te verspreiden. Monteer de bougie(s). De bougiekabel niet op de bougie(s) drukken. 11.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. 5.
Probleem De maaihoogte is ongelijk. Mogelijke oorzaak 1. Maaimes(sen) bot. 1. Mes(sen) slijpen. 2. Maaimes(sen) verbogen of niet in balans. 3. Het maaidek staat niet horizontaal. 2. Nieuwe maaimes(sen) monteren. 4. Een antiscalpeerwiel is niet correct afgesteld. 5. De onderkant van het maaidek is vuil. 6. De bandenspanning is niet correct. 7. Mesas verbogen. Messen draaien niet. Remedie 3. Maaidek horizontaal stellen en in de correcte schuinstand stellen. 4. Hoogte van antiscalpeerwiel afstellen. 5.
Schema's g028022 Installatieschema (Rev.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Producten voor thuisgebruik Toro Garantie en De Toro GTS-startgarantie Gedekte voorwaarden en producten De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat ze het hieronder vermelde Toro-product zullen repareren als het materiaalgebreken of fabricagefouten vertoont of als de Toro GTS (Guaranteed to Start) motor niet start bij de eerste of de tweede poging, op voorwaarde dat het routineonderhoud