Form No. 3403-895 Rev C GrandStand® maaier Met een TURBO FORCE® maaidek van 122 cm Modelnr.: 74504TE—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.
Inhoud Onderhoud van de accu.................................... 37 Onderhoud van de zekeringen.......................... 40 Onderhoud aandrijfsysteem ................................ 40 De sporing afstellen .......................................... 40 De bandenspanning controleren....................... 41 Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen ........................................................ 41 Onderhoud van zwenkwielen en lagers............. 41 Opvulstuk van de koppeling verwijderen ......
Veiligheid • Betracht bijzondere voorzichtigheid bij het omgaan met brandstof. Deze stoffen zijn ontvlambaar en de dampen kunnen tot ontploffing komen. Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. – Gebruik uitsluitend een goedgekeurd vat of blik. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken.
• Vul de brandstofhouders niet binnen in een • Verander nooit de stand van de toerenregelaar voertuig, op een vrachtwagen of op de laadbak van een aanhanger die voorzien is van een kunststofbekleding. Zet brandstofhouders altijd op de grond en uit de buurt van uw voertuig voordat u de tank bijvult. van de motor en laat de motor niet te snel draaien.
• Wees voorzichtig bij het rijden in de buurt van • Houd uw handen en voeten uit de buurt van • stoepen, stenen, wortels of andere obstakels. bewegende onderdelen. Stel indien mogelijk de machine niet af terwijl de motor loopt. Zorg ervoor dat alle onderdelen in goede staat verkeren en alle bevestigingselementen stevig vastzitten. Vervang versleten of beschadigde stickers. • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.
• Gebruik originele Toro onderdelen om uw investering te beschermen en de beste prestaties van uw Toro-machine te verzekeren. Toro levert vervangingsonderdelen die precies voldoen aan de fabricagespecificaties van uw machine: betrouwbaarheid gegarandeerd. Kies voor zekerheid originele Toro-onderdelen. • Controleren vaak de werking van de remmen. Indien nodig moet u deze afstellen en een onderhoudsbeurt geven.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decaloemmarkt Merkteken van fabrikant decal93-7818 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro maaimachine is. 93-7818 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115 tot 149 N·m.
decal133-4604 133-4604 1. De machine kan 3. Handen of voeten kunnen voorwerpen uitwerpen worden gesneden – Blijf uit – Houd omstanders uit de de buurt van bewegende buurt van de machine. onderdelen. 2. De maaier kan voorwerpen 4. Risico om gegrepen te uitwerpen, geopende worden – Blijf uit de buurt uitwerpplaat – gebruik van bewegende delen en de machine enkel met houd alle beschermende een uitwerpplaat or een delen op hun plaats. grasvanger. decal131-3507 131-3507 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2.
131-3528 15A 15A 10A 7.5A decal131-3528 131-3528 1. Ontsteking – 15 A 3. Aftakas – 10 A 2. Aansluitpunt accessoire – 15 A 4. Infocenter – 7,5 A decal133-4641 133-4641 1. Waarschuwing – Vervoer geen passagiers. decal131-3536 131-3536 1. Accu 2. Tijd 4. Parkeerrem 5. Motor – Starten 3. Aftakasschakelaar 6. Schakel de rijhendels in. decal131-3525 131-3525 1. Stel de handrem buiten werking. 5. Snel 2. Stel de parkeerrem in werking. 6. Motor – toerental 3. Schakel de aftakas in. 7.
decal131-3526 131-3526 5. Achteruit 1. Aftakas – uitgeschakeld 2. Snel 6. Tractie-aandrijving 3. Langzaam 7. Schakel de rijhendels in. 4. Neutraalstand decal131-3527 131-3527 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Zorg ervoor dat u instructie krijgt in het gebruik van de machine voordat u ermee werkt. 3. Machine kan voorwerpen uitwerpen – laat de grasgeleider omlaag geklapt tijdens het werk. 4.
Algemeen overzicht van de machine g031182 Figuur 5 g031446 Figuur 4 1. Voorste zwenkwiel 2. Zijuitwerpkanaal 7. Brandstoftank 8. Platform (omlaag geklapt) 3. Motor 9. Brandstofklep 4. Bedieningsorganen 10. Accu 5. Schakelhendels 6. Hydraulische tank 11. Maaidek 1. Brandstoftankdop 2. Choke 3. Parkeerremhendel 8. Maaihoogtehendel 9. Pen voor de maaihoogte 10. Platformvergrendeling 4. Dop van hydraulische tank 11. Rijhendel rechts 5. Urenteller 6. Contactschakelaar 12. Aftakasschakelaar 13.
Choke Gebruiksaanwijzing Gebruik de choke om een koude motor te starten (Figuur 5). Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aftakasschakelaar Veiligheid staat voorop Gebruik de messchakelaar (aftakas) om de maaimessen in en uit te schakelen (Figuur 5). Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers in het hoofdstuk over veiligheid. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
GEVAAR GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
Parkeerrem gebruiken • Houdt de motor tijdens het gebruik schoon. • Voorkomt harsachtige afzettingen in het Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. Voor elke gebruik moet u de juiste werking van de parkeerrem controleren. brandstofsysteem, die tot startproblemen kunnen leiden Belangrijk: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten. Als de parkeerrem niet goed werkt, moet u deze afstellen; zie Remmen afstellen (bladz. 45).
De maaimessen uitschakelen (aftakas) Figuur 9 en Figuur 10 tonen 2 manieren om de maaimessen uit te schakelen. g009174 Figuur 9 g008959 Figuur 12 1. Aan 2. Uit g031593 Figuur 10 De contactschakelaar bedienen De gashendel bedienen Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM (Figuur 11). dan 5 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging 15 seconden wachten.
het eerst start nadat het brandstofsysteem helemaal zonder brandstof heeft gezeten. g031281 Figuur 14 De brandstofafsluitklep gebruiken Sluit de brandstofafsluitklep tijdens transport, onderhoud en opslag (Figuur 15). Controleer of de brandstofafsluitklep geopend is als u de motor start. g031237 g033761 Figuur 16 g031238 Figuur 15 1. AAN De motor afzetten 2.
Werking van het veiligheidssysteem Het veiligheidssysteem is bedoeld om het inschakelen van de maaimessen alleen mogelijk te maken wanneer u 1 van de volgende doet: • Zet één van de rijhendels in de middelste, onvergrendelde stand. • Trek de messchakelaar (aftakas) naar de stand AAN. Het veiligheidssysteem zorgt ervoor dat de maaimessen worden uitgeschakeld als u de rijhendels beweegt of vrij zet in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND .
4. Zet één van de rijhendels in de middelste, onvergrendelde stand. 5. Hou de rijhendel in de middelste, onvergrendelde stand, trek de aftakasschakelaar omhoog en laat de schakelaar los. Het platform bedienen U kunt de machine gebruiken met het platform omhoog of omlaag. U kunt zelf beslissen welke stand u verkiest. Opmerking: De koppeling moet aangrijpen en de machine bedienen met het platform omhoog de maaimessen moeten beginnen te draaien. 6.
g030983 Figuur 20 g031026 Figuur 19 1. Platform omhoog 1. Voorste referentiebalk 4. Rechter rijhendel 2. Linker rijhendel 5. Rechter rijhendel in de VERGRENDELDE 3. Rechterreferentiebalk 6. Linker rijhendel in de VERGRENDELDE 3. De knop uittrekken om het platform vrij te zetten. NEUTRAALSTAND 2. Platform omlaag NEUTRAALSTAND Vooruit- en achteruitrijden 3. Beweeg de rijhendels langzaam naar voren (Figuur 21).
Stel de parkeerrem in werking als u de machine verlaat; zie Parkeerrem gebruiken (bladz. 16). Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt. VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
5. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje, stel de rem in werking en sluit de brandstofklep. 6. Gebruik de metalen bindogen op de machine om de machine goed te bevestigen op de aanhangwagen of de vrachtwagen met banden, kettingen, kabels of touwen (Figuur 24). g031300 Figuur 24 1. Bindogen van de tractie-eenheid De machine laden Wees extra voorzichtig als u machines inlaadt op een aanhangwagen of een vrachtwagen of uitlaadt. Gebruik voor deze procedure een hellingbaan die breder is dan de machine.
de vrachtwagen rolt. Steilere hoeken kunnen ook tot gevolg hebben dat de machine achterover kantelt of dat u de controle verliest. Als u de machine inlaadt op of in de buurt van een helling, moet u de aanhanger of vrachtwagen zo plaatsen dat deze lager op de helling staat en de oprijplaat hoger op de helling. Hierdoor wordt de hoek die de hellingbaan maakt, zo klein mogelijk. WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt.
GEVAAR Zonder aangebrachte grasgeleider, afvoerafsluiter of complete grasvanger kunnen u of anderen in aanraking met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen komen. Contact met draaiende maaimessen en uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. • Verwijder de grasgeleider niet van het maaidek: hiermee wordt het maaisel afgevoerd naar het gazon. Een beschadigde grasgeleider moet direct worden vervangen. • Steek nooit handen of voeten onder het maaidek.
g012676 Figuur 28 g012677 1. Sleuf 2. Moer Figuur 29 Stand van afvoerplaat instellen Stand B Gebruik deze stand als u het maaisel opvangt (Figuur 30). De volgende figuren zijn uitsluitend bedoeld als aanbeveling voor gebruik. De instelling is afhankelijk van de grassoort, het vochtgehalte en de hoogte van het gras. Opmerking: Als het motorvermogen afneemt en de rijsnelheid van de maaimachine hetzelfde blijft, opent u de plaat. Stand A Dit is de volledig achterwaartse (zie Figuur 29).
g012679 Figuur 31 Middelgrote gewichtenset gebruiken • Bevestig gewichten om de balans te verbeteren. U kunt gewichten toevoegen of verwijderen naar uw voorkeur of om optimale prestaties te bereiken bij verschillende maaiomstandigheden. • 1 gewicht toevoegen of verwijderen tot u de gewenste hantering en balans vindt. Opmerking: Neem contact op met een erkende Service Dealer om een set gewichten te bestellen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bestuurderspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • De motorolie verversen. • Controleer het peil van de hydraulische vloeistof. Na de eerste 50 bedrijfsuren • De hydraulische filters en vloeistof vervangen. Na de eerste 100 bedrijfsuren Bij elk gebruik of dagelijks • De wielmoeren controleren. • De moeren van de wielnaven controleren.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabels los van de bougies voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Druk de kabels opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kunnen maken met de bougies. Smering Procedures voorafgaande aan onderhoud Het kussen losmaken om toegang te krijgen tot de achterzijde 1.
De zwenkwielnaven smeren binnenzijde van het wiel met smeervet voor algemene doeleinden. Onderhoudsinterval: Jaarlijks 1. Schakel de motor uit, wacht tot alle bewegende onderdelen tot stilstand gekomen zijn, stel de parkeerrem in werking en verwijder het contactsleuteltje. 2. Verwijder het zwenkwiel uit de zwenkwielvorken. 3. Verwijder de afdichtinghouders uit de wielnaaf (Figuur 33). 11. Plaats het tweede lager en een nieuwe afdichting in het wiel. 12.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Om de 300 bedrijfsuren Om de 250 bedrijfsuren—Vervang het voorfilter. Om de 250 bedrijfsuren—Controleer het hoofdluchtfilter Om de 500 bedrijfsuren—Vervang het hoofdluchtfilter. Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. Filters verwijderen 1.
Belangrijk: Druk niet op het zachte midden van het filter. 5. Plaats het luchtfilterdeksel met het ontluchtingsventiel omlaag en draai het zo dat de bevestigingsklemmen het deksel op de juiste plaats vergrendelen (Figuur 35). Motorolie verversen Motorolietype Type olie: Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of SL) g026970 Figuur 35 1. Klemmen van luchtfilter 2. Luchtfilterdeksel 3. Voorluchtfilter 4.
1. 2. 3. Motorolie verversen Parkeer de maaimachine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. Controleer het oliepeil zoals wordt getoond in (Figuur 37). 1.
g031341 g027660 Figuur 39 6. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. 7. Controleer het oliepeil opnieuw. Het motoroliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren Opmerking: Vervang het oliefilter van de motor vaker als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. 1. Laat de olie uit de motor lopen; raadpleeg Het motoroliefilter vervangen (bladz. 34). 2. Vervang het motoroliefilter (Figuur 40).
Bougie monteren Elektrodenafstand: 0,75 mm Bougies verwijderen 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Verwijder de bougies zoals wordt getoond in Figuur 41.
Onderhoud brandstofsysteem Brandstof aftappen uit de brandstoftank U kunt de brandstoftank aftappen door de tank te verwijderen en de brandstof uit de vulbuis te gieten; zie Brandstoftank verwijderen (bladz. 36). U kunt de brandstoftank ook aftappen met een hevel. Ga dan te werk zoals beschreven in de onderstaande procedure. GEVAAR g031397 Figuur 44 In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief.
Onderhoud van het brandstoffilter Onderhoud elektrisch systeem Brandstoffilter vervangen Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Houd de accu altijd schoon en volledig geladen. Veeg de accubehuizing schoon met een tissue. Als de accupolen zijn geoxideerd, moet u deze schoonmaken met een oplossing van vier delen water en één deel zuiveringszout.
Accu verwijderen WAARSCHUWING Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Zorg ervoor dat bij het verwijderen of installeren van de accu de accupolen niet in aanraking komen met metalen onderdelen van de machine. • Voorkom dat metalen gereedschappen kortsluiting veroorzaken tussen de accupolen en metalen onderdelen van de machine.
Accu monteren Accu opladen Plaats de accu zoals wordt getoond in Figuur 48. WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Belangrijk: Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,265) om te voorkomen dat de accu beschadigd wordt bij temperaturen onder 0 °C. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Accu verwijderen (bladz.
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem Het elektrische systeem is beveiligd met zekeringen en vereist geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. De sporing afstellen 1. Maak het kussen los van de achterzijde van de machine. 2. Trek de zekering eruit om deze te verwijderen of te vervangen (Figuur 50). 3. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. 1.
5. Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen Controleer of de machine recht spoort en stel de stang af zoals nodig. Opmerking: Als u er niet in slaagt de machine recht te laten sporen door middel van de linker regelstang, neem dan contact op met uw erkende servicedealer. 6. Controleer of de machine niet kruipt in de neutraalstand wanneer de parkeerrem uitgeschakeld is. 7. Plaats de brandstoftank terug als u deze hebt verwijderd. 8. Plaats het kussen.
Opvulstuk van de koppeling verwijderen Als een zwenkwiel gaat wiebelen is er meestal een lager versleten. 1. Verwijder de moer en de bout waarmee het zwenkwiel is bevestigd aan de zwenkwielvork (Figuur 54). Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Als de koppelingsrem is versleten tot het punt waarop de koppeling niet meer consistent aangrijpt, kunt u het opvulstuk verwijderen om de levensduur van de koppeling te verlengen (Figuur 55). g010869 Figuur 55 g009453 Figuur 54 1. Borgmoer 4. Spanbus 1.
4. Controleer de staat van de bedrading van de kabelboom, de aansluitingen en de polen. Reinig of repareer deze indien nodig. 5. Controleer dat er 12 V op de koppelingsconnector staat als u de aftakasschakelaar inschakelt. 6. Meet de opening tussen de rotor en de armatuur. Als de opening groter is dan 1 mm, ga dan als volgt te werk: A. D. Haal elke bout (M6 x 1) aan met een torsie van 12,8 tot 14,2 N·m. E.
iii. het opvulstuk terug, en raadpleeg hoofdstuk Problemen, oorzaak en remedie (bladz. 58). Onderhoud koelsysteem Schakel de aftakasschakelaar 10 keer achter elkaar in en uit om te controleren of de koppeling juist functioneert.
Onderhouden remmen Onderhoud riemen Onderhoud van de rem Drijfriem van maaidek vervangen Voor elk gebruik moet u de remmen controleren op een horizontaal oppervlak en op een helling. Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de drijfriem van het maaidek. Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of onbeheerd achterlaat.
4. Verwijder de bout waarmee de 2 riemkappen verbonden zijn (Figuur 64). 9. Monteer de bout waarmee de 2 riemkappen verbonden zijn (Figuur 64). 10. Monteer de 2 zijkappen op de riemkappen; gebruik hierbij de 4 slotbouten en 4 moeren (Figuur 63). De transmissieriem vervangen Onderhoudsinterval: Om de 1000 bedrijfsuren—De transmissieriem vervangen. g033764 Figuur 64 1. Verwijder de brandstoftank; zie Brandstoftank verwijderen (bladz. 36). 2. Verwijder de dop van het hydraulische reservoir. 3.
Onderhoud bedieningsysteem Rijhendels afstellen Als de rijhendels niet op één horizontale lijn staan, moet u de rechterrijhendel afstellen. g031345 Figuur 68 1. Onderste hydraulische slang 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Spanveer 2. Transmissieriem 3.
Onderhoud hydraulisch systeem Specificaties van het hydraulische systeem Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof Inhoud van het hydraulische systeem: 4,7 liter g031538 Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven Figuur 70 1. Nok 8. vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen het systeem beschadigen. 2. Moer Verstel de nok totdat deze is uitgelijnd met de linker rijhendel en draai de moer van de nok vast.
6. Vul het reservoir bij met vloeistof totdat het peil de bijvul-markering bereikt. 7. Plaats de dop terug op de vulbuis. De hydraulische vloeistof en filters vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—De hydraulische filters en vloeistof vervangen. WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
8. Verwijder de dop van het hydraulische filter en het filter van de transmissies. 9. Monteer nieuwe hydraulische filters; richt de veerzijde naar buiten en plaats de filterdoppen. 10. Monteer de aftappluggen en draai deze vast met een torsie van 22 tot 27 N·m. 11. Zet de ontluchtingspluggen in de transmissies los zodat ze loszitten en wiebelen (Figuur 73).
Onderhoud van het maaidek Onderhoud van de maaimessen Om een goed maairesultaat te verkrijgen, moet u de maaimessen scherp houden. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. g006530 Figuur 74 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur WAARSCHUWING Een versleten of beschadigd mes kan breken en een stuk van het mes kan naar u of naar omstanders worden uitgeworpen en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen.
De maaimessen slijpen Opmerking: Het verschil tussen de afstanden die zijn gemeten bij stap 4 en stap 5 mag niet meer dan 3 mm zijn. 1. Opmerking: Als dit verschil meer dan 3 mm Gebruik een vijl om de snijranden aan beide uiteinden van het mes te slijpen (Figuur 77). Opmerking: Houd daarbij de oorspronkelijke bedraagt, moet u het mes vervangen. hoek in stand. WAARSCHUWING Opmerking: Het mes blijft in balans als u van beide snijranden dezelfde hoeveelheid materiaal verwijdert.
3. Zet de maaimessen horizontaal. 4. Meet bij de punten B en C. Meet de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand van het maaimes (Figuur 80). g004536 Figuur 79 1. Vleugel van het mes 3. Veerschijf 2. Mes 4. Mesbout g006888 Figuur 80 1. Meet vanaf een horizontaal oppervlak Maaidek horizontaal stellen 5. De machine gebruiksklaar maken Stel het maaidek eerst links/rechts horizontaal, en dan voor/achter.
g031415 Figuur 81 1. Bovenste bout 4. Zijmoer 2. Contramoer 5. Stel deze gaffels af om de rechterkant van het maaidek af te stellen. 6. Stel deze gaffels af om de linkerkant van het maaidek af te stellen. 3. Gaffel 2. g001041 Figuur 82 1. Meet bij de punten A en B. 2. Meet vanaf een horizontaal oppervlak 4. Draai aan de bovenste bout van de gaffels om de hoogte van het maaidek af te stellen (Figuur 81).
het maaidek hoger in te stellen; draai de bout linksom om het te verlagen. De hefveer van het maaidek afstellen 3. Draai de contramoeren en de zijbouten vast. Opmerking: Afstellen van de hefveer van het 4. Controleer de schuinstand in de lengterichting; zie Schuinstand van het maaidek controleren. (bladz. 54). maaidek verandert in hoeverre het maaidek zweeft en hoeveel moeite het kost om het maaidek omhoog te brengen met de maaihoogtehendel. Opmerking: Draai de bout rechtsom om 1.
1. Reiniging Verwijder de borgmoer, bout, veer en afstandsstuk waarmee de grasgeleider vastzit op de draaibeugels (Figuur 86). Onderkant van het maaidek reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder elke dag het aangekoekte gras aan de onderkant van het maaidek. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2.
Stalling 10. Verwijder de bougie(s) en controleer de toestand daarvan, zie Onderhoud van de bougie (bladz. 34). Nadat de bougie(s) uit de cilinder is (zijn) verwijderd, giet u twee eetlepels motorolie in de bougie-opening. Gebruik de startmotor om de motor te laten draaien en zo de olie over de cilinderwand te verspreiden. Monteer de bougie(s). De bougiekabel niet op de bougie(s) drukken. 11. Controleer alle bouten, schroeven en moeren en draai deze vast. Beschadigde delen repareren of vervangen. 12.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De motor start niet, start moeilijk of slaat af. De motor verliest vermogen. De motor raakt oververhit. De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De brandstoftank is leeg of de brandstofafsluitklep gesloten. 1. Vul de brandstoftank met benzine en open de klep 2. De choke staat niet op AAN. 3. Een bougiekabel zit los of is niet aangesloten. 4.
Probleem De maaihoogte is ongelijk. Messen draaien niet. Mogelijke oorzaak 1. Maaimes(sen) is/zijn bot. 1. Mes(sen) slijpen. 2. Maaimes(sen) verbogen of niet in balans. 3. Het maaidek staat niet horizontaal. 4. De schuinstand van het maaidek is verkeerd. 5. De onderkant van het maaidek is vuil. 6. De bandenspanning is niet correct. 7. Mesas verbogen. 2. Nieuwe maaimes(sen) monteren. 3. Stel het maaidek horizontaal in. 4. Pas de schuinstand aan. 5. Reinig de onderkant van het maaidek. 6.
Schema's g233852 Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Lijst met internationale distributeurs Distributeur: Land: Telefoonnummer: Distributeur: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Producten voor professioneel groenbeheer (LCE) Toro Garantie Aanwijzingen om van de garantiedienst gebruik te maken Gedekte voorwaarden en producten The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.