Form No. 3440-340 Rev A HDX RD 2000 serie zitmaaier van 122 cm Modelnr.: 74456TE—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Raadpleeg de meegeleverde documentatie van de motorfabrikant. Bruto- en nettokoppel: Het bruto- en nettokoppel van deze motor is door de motorfabrikant in laboratoriumomstandigheden gemeten volgens standaard J1940 of J2723 van de Society of Automotive Engineers (SAE).
Inhoud Vonkenvanger controleren................................ 44 Het emissie-luchtinlaatfilter vervangen ............. 44 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 44 Brandstoffilter vervangen.................................. 44 Onderhoud van de brandstoftank...................... 45 Onderhoud elektrisch systeem ............................ 45 Veiligheid van het elektrisch systeem................ 45 Onderhoud van de accu.................................... 45 Onderhoud van de zekeringen..
Veiligheid Deze machine is ontworpen volgens norm EN ISO 5395. Algemene veiligheid Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen. • Lees deze Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u deze begrijpt voordat u de motor start. • Houd omstanders en kinderen uit de buurt. • Laat kinderen of personen die geen instructie hebben ontvangen de machine niet gebruiken of er onderhoudswerkzaamheden aan verrichten.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 U mag deze pagina kopiëren voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decaloemmarkt Merkteken van fabrikant decal106-5517 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro maaimachine is. 106-5517 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1.
decal112-3858 112-3858 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Lees de Gebruikershandleiding voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 3. Verwijder het sleuteltje voordat u de maaihoogte afstelt. 4. Maaihoogte-instellingen decal116-8588 116-8588 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Draai de vrijgaveknop los, verschuif de knop en zet deze vast. 3. Duw de machine. decal112-9028 112-9028 1. Waarschuwing – Blijf op afstand van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn.
decal126-4363 126-4363 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd en worden gegrepen, ventilator, riem. Zet de motor af en verwijder het sleuteltje voordat u afstellingen uitvoert, servicewerkzaamheden verricht of de machine schoonmaakt. decal126-8172 126-8172 1. Handrem vrijgesteld 2. Handrem ingeschakeld decal126-9939 126-9939 1. Lees de Gebruikershandleiding. decal126-7816 126-7816 1. Maaihoogte 8 2. Vullen tot de onderkant van de vulbuis; waarschuwing: de tank niet te vol gieten.
decal136-1672 136-1672 1. Waarschuwing – Niet betreedbaar; het is niet toegestaan passagiers te vervoeren. decal127-6663 127-6663 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Ledematen kunnen bekneld raken – Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact; ondersteun de machine met kriksteunen. decal136-9024 136-9024 1. Lees de Gebruikershandleiding alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 2. Bedrijfsuren 3. Oliepeil decal135-0664 135-0664 2.
decaltransportlock Transportvergrendeling 1. Maaihoogte 2. Omhoog trekken om de transportvergrendeling te ontgrendelen. decal136-8992 136-8992 1. Brandstof – vol 3. Brandstof – leeg 2. Brandstof – 50% decalmotioncntrllh-126-6194 Linker rijhendel 1. Snelheid van de machine 2. Snel 3. Langzaam decal137-9240 137-9240 1. Choke 2. Werklicht 3. Snel 4. Langzaam decalptosymbols Symbolen aftakasschakelaar 1. Aftakas – uitschakelen 2. Aftakas – inschakelen 10 4. Neutraalstand 5.
decalmotioncntrlrh-126-6183 Rechter rijhendel 1. Snelheid van de machine 2. Snel 3. Langzaam 4. Neutraalstand 5. Achteruit decal136-1720 136-1720 1. Vergrendeld 2.
decal132-0871 132-0871 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt. Bedieningspaneel g271171 Figuur 5 1. Plaats voor optioneel aansluitpunt 5. Aftakasschakelaar 2. Chokeknop 6. Contactschakelaar 3. Gashendel 7. Locatie van schakelaar voor optionele verlichtingsset 4. Urenteller g327985 Figuur 4 1. Hefpedaal maaihoogtedek 7. Schokbreker 2. Maaihoogtestanden 8. Brandstoftankdop 3. Transportvergrendeling 9.
Maaimesschakelaar (aftakas, PTO) Accu-indicatielampje Met de maaimesschakelaar, aangeduid met het aftakassymbool (PTO), schakelt u de aandrijving naar de maaimessen aan of uit (Figuur 5). Als u het contactsleuteltje gedurende een paar seconden in de stand AAN zet, wordt de accuspanning weergeven in het gebied waar normaal de uren worden weergegeven.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Breedte Zonder maaidek 121 cm Met maaidek 125 cm Lengte Lengte 208 cm Hoogte Rolbeugel omhoog Rolbeugel omlaag 179 cm 125 cm Gewicht Met volle brandstoftank 450 kg Zonder brandstof 430 kg Werktuigen/accessoires Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden.
Gebruiksaanwijzing en het/de werktuig(en) uit indien iemand het werkgebied betreedt. • Gebruik de machine niet tenzij alle schermen Opmerking: Bepaal vanuit de normale en veiligheidsvoorzieningen zoals de geleiders op hun plaats zitten en goed werken. Vervang versleten of kapotte onderdelen indien nodig. bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Voor gebruik Brandstofveiligheid • Brandstof is uiterst ontvlambaar en zeer explosief.
• • • • • Belangrijk: Gebruik nooit brandstofadditieven brandstof bij uit een draagbaar vat in plaats van met een brandstofpistool. Gebruik de machine uitsluitend als het complete uitlaatsysteem is gemonteerd en naar behoren werkt. Houd het vulpistool in contact met de rand van de benzinetank of het vat tot het tanken voltooid is. Gebruik geen vergrendeling voor het vulpistool. Als u brandstof morst op uw kleding dient u zich onmiddellijk om te kleden. Giet de brandstoftank niet te vol.
Dagelijks onderhoud uitvoeren 1. Om de rolbeugel omlaag te brengen, moet u voorwaartse druk uitoefenen op het bovenste gedeelte van de rolbeugel. Voer elke dag, voordat u de machine start, de dagelijkse procedures uit beschreven in Onderhoud (bladz. 36). 2. Trek de beide knoppen uit en draai ze 90° zodat ze niet meer ingeschakeld zijn (Figuur 8). 3. Klap de rolbeugel omlaag (Figuur 8). Een nieuwe machine inrijden Een nieuwe motor heeft tijd nodig om vol vermogen te ontwikkelen.
Het veiligheidssysteem gebruiken Het veiligheidssysteem testen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de werking van het veiligheidssysteem telkens voordat u de machine in gebruik neemt. Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. WAARSCHUWING Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine.
Bestuurdersstoel instellen De achterste schokdempers instellen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit (Figuur 10). U kunt de MyRide™ vering naar uw voorkeur instellen zodat u prettig en comfortabel kunt rijden. U kunt de 2 achterste schokbrekers verstellen en zo de vering snel en eenvoudig instellen. Stel de vering in zodat die voor u het meest comfortabel is.
Werktuigen en accessoires gebruiken Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires. Indien er meer dan één montageset voor accessoires (d.w.z. emmerset of universele montageset) wordt gemonteerd op een van de 4 posities in Figuur 13 moet een voorballastset gemonteerd worden. Neem contact op met uw servicedealer over de voorballast set. g329642 g037417 Figuur 13 1. Monteer een voorballast set indien 2 of meer montagesets voor accessoires op deze posities zijn gemonteerd.
• Deze machine stelt de gebruiker bloot aan u de machine niet verder gebruiken en moet u contact opnemen met een erkende servicedealer. geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. • Gebruik de machine uitsluitend als het zicht goed is en bij geschikte weersomstandigheden. Gebruik de machine niet als er kans op bliksem is. • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de maai-eenheden. Blijf uit de buurt van de afvoeropening.
Bescherming van de rolbeugel – Onderzoek de toestand van het werkgebied op die dag om te bepalen of de machine veilig kan worden gebruikt op de helling. Gebruik uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert. Veranderingen in het terrein, zoals de vochtigheidsgraad, kunnen snel van invloed zijn op de manier waarop de machine reageert op een helling. • De rolbeugel is een integrale veiligheidsvoorziening. Verwijder geen onderdelen van de rolbeugel van de machine.
Parkeerrem gebruiken Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. De handrem inschakelen Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. g221745 Figuur 15 1. Veilige zone – Gebruik de machine in deze zone op hellingen van minder dan 15° of vlakke gebieden. 4. W = breedte van de machine 2. Gevarenzone – Gebruik een loopmaaier en/of een handtrimmer op hellingen van meer dan 15° en in de buurt van steile hellingen of water. 5.
De messchakelaar (aftakas) De gashendel bedienen De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM bedienen (Figuur 21). De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Gebruik altijd de stand SNEL wanneer u de aftakas inschakelt. Messchakelaar (aftakas) inschakelen Opmerking: De messchakelaar (aftakas) inschakelen met half gas of minder zorgt voor overmatige slijtage aan de aandrijfriemen.
Starten van de motor Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als u de startmotor langer dan 5 seconden in werking stelt, kan deze worden beschadigd. Als de motor niet wil starten, moet u 10 seconden wachten voordat u de startmotor opnieuw in werking stelt. g008959 Figuur 22 1. AAN 2.
De motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
lekken uit de machine. Stel de parkeerrem in werking voordat u de machine transporteert. Zorg ervoor dat u het sleuteltje verwijdert omdat de kans bestaat dat de brandstofpomp in werking blijft waardoor de accu kan ontladen. WAARSCHUWING De machine kan zeer snel ronddraaien. De bestuurder kan de controle over de machine verliezen. Dit kan leiden tot lichamelijk letsel en schade aan de machine. De rijhendels gebruiken • Wees voorzichtig als u een bocht maakt.
De maaihoogte instellen Achteruitrijden 1. Zet de hendels in de middelste, ontgrendelde stand. 2. Om achteruit te rijden, trekt u de rijhendels langzaam naar achteren (Figuur 27). De transportvergrendeling gebruiken De transportvergrendeling heeft 2 standen en wordt gebruikt in combinatie met het maaidekpedaal. Er is een VERGRENDELDE en een ONTGRENDELDE stand voor de transportstand van het maaidek (Figuur 28). g008953 Figuur 27 g037050 Figuur 28 Standen transportvergrendeling 1.
De pen voor de maaihoogte instellen Antiscalpeerrollen afstellen Als u de maaihoogte wijzigt, stel dan de hoogte van de antiscalpeerrollen in. Stel de maaihoogte in van 38 tot 127 mm in stappen van 6 mm door de maaihoogtepen in verschillende openingen te plaatsen. Opmerking: Stel de antiscalpeerrollen zo af dat ze de grond niet raken op normale, vlakke maaiterreinen. 1. Zet de transportvergrendeling in de VERGRENDELDE stand. 1. 2.
Tips voor bediening en gebruik Een lagere maaisnelheid gebruiken Om de maairesultaten te verbeteren, moet u in bepaalde omstandigheden bij een lagere rijsnelheid maaien. Gebruik van de snel-stand van de gashendel Gras niet te kort afmaaien Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten. Om het gras goed te maaien is lucht nodig; zet de maaihoogte dus niet te laag en zorg ervoor dat het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven.
De vrijgavehendels van de aandrijfwielen gebruiken • Verwijder gras en vuil van de maai-eenheid, de geluiddemper, de aandrijvingen en het motorcompartiment om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op. • Sluit de brandstoftoevoer af en verwijder WAARSCHUWING het sleuteltje voordat u de machine stalt of transporteert. Handen kunnen klem raken in de draaiende onderdelen onder het maaidek. Dit kan tot ernstig letsel leiden.
De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af.
g327987 Figuur 36 1. Bindogen De machine van de aanhanger rijden 1. Laat de oprijplaat zakken; zorg dat de hellingshoek van de oprijplaat ten opzichte van de grond niet groter is dan 15 graden (Figuur 34). 2. Rij de machine vooruit de oprijplaat af (Figuur 35).
Onderhoud • Controleer de werking van de parkeerrem Veiligheid bij onderhoud • Knoei nooit met de veiligheidsvoorzieningen. regelmatig. Indien nodig moet u deze afstellen en een onderhoudsbeurt geven. Controleer regelmatig of ze goed werken. • Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Om de 200 bedrijfsuren • Vervang het motoroliefilter (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Om de 250 bedrijfsuren • Vervang het voorfilter (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). • Controleer het veiligheidsfilter (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden).
Het plaatmetaalscherm verwijderen Smering De machine smeren Zet de 4 bouten los en verwijder het plaatmetaalscherm om bij de maaierriemen en de spilassen te komen (Figuur 38). Bevestig na de onderhoudswerkzaamheden het plaatmetaalscherm weer terug en draai de bouten weer vast. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Smeer de assen van de voorste zwenkwielen. (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden).
Onderhoud motor Veiligheid van de motor • Houd uw kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Laat de onderdelen van de motor afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden. g001883 Figuur 40 Onderhoud van het luchtfilter 1. Luchtfilterbehuizing 4. Luchtfilterdeksel 2. Voorfilter 5. Veiligheidsfilter 3.
Filters monteren Motorolie verversen Belangrijk: U mag de motor nooit laten lopen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Om de 100 bedrijfsuren (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Om de 200 bedrijfsuren—Vervang het motoroliefilter (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). zonder dat beide luchtfilters en het deksel zijn gemonteerd om beschadiging van de motor te voorkomen. 1.
tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Motorolie verversen Opmerking: Zorg dat de motor uitgeschakeld inzamelcentrum. Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een is zodat de olie tijd heeft gekregen om weg te lopen naar de opvangbak. 3. 1. Start de motor en laat deze vijf minuten lopen. Opmerking: Warme olie kan beter afgetapt Om te voorkomen dat er vuil, maaisel, enz.
6. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 44). g027660 g027477 Figuur 44 Figuur 45 7. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Opmerking: Controleer of de pakking van het 8. Controleer het oliepeil opnieuw. oliefilter contact maakt met de motor en draai het oliefilter nog ¾ slag extra vast. Motoroliefilter vervangen 1.
Bougie verwijderen 1. 2. 3. 4. Bougie(s) monteren. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Maak de omgeving van de onderkant van de bougie schoon om te voorkomen dat er vuil en rommel in de motor terechtkomt. Zoek en verwijder de bougie(s) zoals wordt getoond in Figuur 46.
Vonkenvanger controleren Onderhoud brandstofsysteem Voor machines met een vonkenvanger GEVAAR Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. WAARSCHUWING Hete onderdelen van het uitlaatsysteem kunnen brandstofdampen ontsteken, zelfs nadat u de motor hebt afgezet.
Onderhoud elektrisch systeem Veiligheid van het elektrisch systeem • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
1. 2. 3. Opmerking: De accu niet te ver opladen. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Verwijder de accu zoals getoond in Figuur 50. 3.
De accu plaatsen 1. Plaats de accu in een bak met de accupolen van de hydraulische tank weg (Figuur 50). 2. Bevestig de pluskabel (rood) aan de pluspool (+) van de accu. 3. Bevestig de minkabel (zwart) en aardingsdraad aan de minpool (-) van de accu. Onderhoud van de zekeringen De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Het behoeft geen onderhoud. Als er echter een zekering doorbrandt; controleer dan het onderdeel en het circuit op een storing of kortsluiting.
Onderhoud aandrijfsysteem Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel als deze is beschadigd.
De bandenspanning controleren De sporing afstellen 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit. 2. Rijd naar een open, vlak gebied en zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND . 3. Zet de gashendel halverwege tussen LANGZAAM en SNEL. 4. Zet beide rijhendels vooruit tot aan de aanslag in de T-sleuf. 5. Controleer de sporing van de machine. 6.
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren Opmerking: Voer deze procedure uit wanneer u een onderdeel van de rem verwijdert of vervangt. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. 4.
9. Onderhoud riemen Draai de as van de remkoppeling tot het uiteinde op één lijn ligt met de opening in de hendel. • Kort de koppeling in door rechtsom te Riemen controleren draaien. • Verleng de koppeling door linksom te Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren draaien. 10. Breng de as van de remkoppeling aan in de opening in de parkeerrem en bevestig met de gaffelpen. Herhaal stap 5 en stel af indien nodig. 11.
De drijfriem van de hydraulische pomp vervangen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Verwijder de riem van het maaidek; zie Drijfriem van maaidek vervangen (bladz. 51). 4. Hef de machine op en plaats deze op kriksteunen. 5.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de bedieningshendel afstellen Als de uiteinden van de hendels elkaar raken, raadpleeg dan Rijhendelmechanisme afstellen (bladz. 54). De hoogte instellen U kunt de rijhendels hoger of lager afstellen, voor meer comfort. g036859 Figuur 64 1. Spanpoelie 4. Aandrijfriem van pomp 2. Stang van spanpoelieveer 5. Rechter poelie van hydraulische pomp 3. Motorpoelie 6. Linker poelie van hydraulische pomp 9. 10. Monteer de aanslag van de koppeling (Figuur 63). 1.
Hoek van rijhendels verstellen WAARSCHUWING 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. 4. 5. De motor moet lopen en de aandrijfwielen draaien opdat u deze afstelling kunt uitvoeren. Contact met bewegende onderdelen of hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Onderhoud hydraulisch systeem Veiligheid van het hydraulische systeem • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts. • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem.
Het peil van de hydraulische vloeistof controleren zie Specificaties hydraulische vloeistof (bladz. 55) voor de aanbevolen vloeistof. Laat alle lucht uit het systeem nadat u de nieuwe filters hebt gemonteerd en de nieuwe vloeistof hebt toegevoegd. Zie Hydraulische systeem ontluchten (bladz. 58). Herhaal het ontluchtingsproces tot de vloeistof na het ontluchten op de FULL COLD-streep blijft.
7. Plaats een opvangbak onder het filter om de vloeistof die wegloopt op te vangen zodra het filter en de ontluchtingspluggen worden verwijderd. 8. Verwijder de ontluchtingsplug op elke transmissie 9. Schroef het filter los om het te verwijderen en laat de vloeistof uit het aandrijfsysteem lopen. 10. Herhaal deze procedure voor beide filters. Filters van het hydraulische systeem monteren 1. Breng een dun laagje hydraulische vloeistof aan op de rubberen pakking van elk filter. 2.
Hydraulische systeem ontluchten 1. Onderhoud van het maaidek Breng de achterkant van de machine omhoog en plaats deze op assteunen (of een gelijkwaardige ondersteuning) totdat de aandrijfwielen vrij kunnen ronddraaien. Veiligheid van de messen • Controleer op gezette tijden de maaimessen op slijtage of beschadigingen. • Wees voorzichtig als u de messen controleert. Omwikkel de maaimessen of draag handschoenen en wees voorzichtig als u onderhoudswerkzaamheden aan de maaimessen verricht.
WAARSCHUWING Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes. • Vijl de snijranden of het oppervlak van het mes niet en maak er geen scherpe inkepingen in. g006530 Figuur 72 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur Maaimessen verwijderen Vervang messen die een vast voorwerp hebben geraakt of uit balans of krom zijn. Controle op kromme messen 1.
Schuinstand van het maaidek (breedterichting) en de messtand instellen g000552 Figuur 75 Controleer of het maaidek horizontaal staat telkens wanneer u de maaier installeert of wanneer u een ongelijke maaiplek in uw gras ziet. 1. Onder oorspronkelijke hoek slijpen. 2. Voordat u het maaidek horizontaal afstelt moet u eerst controleren of er verbogen maaimessen zijn, en eventueel verbogen maaimessen verwijderen en vervangen; lees Controle op kromme messen (bladz. 59) voordat u dit doet.
g329616 g329619 Figuur 78 1. Messen in lengterichting 3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 2. Uiteinde van mes 8. Zet de antiscalpeerrollen in de bovenste opening of verwijder ze geheel voor deze afstelprocedure. 9. Plaats 2 blokjes (zie tabel met blokhoogte en schuinte) onder de achterste rand van de maaikast; 1 blokje aan elke kant van het maaidek (Figuur 79). g229305 Figuur 77 1. Maaimessen evenwijdig 3.
g329631 Figuur 79 Onderaanzicht 1. Achterste blokken – 78 mm 2. Lasnaden g035851 Figuur 80 3. Voorste blokken – 73 mm 1. Borgmoeren 3. Maaidekdrager 2. Hefarm van maaidek 4. Ketting 16. Zorg ervoor dat de blokjes stevig onder de rand van het maaidek zitten en dat alle bevestigingsbouten vastgedraaid zijn. 17. Ga verder met het afstellen van het maaidek door de schuinstand van het maaimes in de lengterichting te controleren. 18.
Reiniging Maaidek verwijderen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en maak de bougiekabels los. 3. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. 4. Verwijder de drijfriemkappen. 5. Zet de spanpoelie van het maaidek los en verwijder de maaidekriem; zie Onderhoud riemen (bladz. 51). 6. Verwijder de bouten en moeren van de voorkant van de plaat onder de voetsteun. 7.
Stalling 11. Veiligheid tijdens opslag Schraap dik aangekoekt gras en vuil van de onderkant van de maaimachine. Spoel vervolgens de machine schoon met een tuinslang. Opmerking: Laat de machine lopen met de • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje aftakas ingeschakeld en de motor op hoog stationair gedurende 2 tot 5 minuten na het wassen. en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
17. Stal de machine in een schone, droge garage of opslagruimte. Verwijder het sleuteltje uit het contact en bewaar het buiten het bereik van kinderen en onbevoegde personen. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Remedie 5.
Probleem De motor verliest vermogen. De machine trekt naar links of naar rechts (met beide rijhendels volledig vooruit). De machine rijdt niet. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het luchtfilter is vuil. 3. Het oliepeil in het carter is te laag. 4. De koelribben en luchtkanalen boven de motor zijn verstopt. 5. De ventilatieopening in de brandstoftankdop is verstopt. 6. Er zit vuil in het brandstoffilter. 7.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Een zekering is doorgebrand. 1. Vervang de zekering. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang onderdelen indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's g037072 Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen:
Privacyverklaring EEA/VK Toro’s gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.