Form No. 3414-628 Rev B TITAN® HD 1500 serie zitmaaiers van 122 cm Modelnr.: 74447TE—Serienr.: 400000000 en hoger Modelnr.: 74451TE—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002. decal127-9363 WAARSCHUWING Figuur 3 Standaard gemonteerde oorspronkelijke onderdelen en accessoires verwijderen kan een invloed hebben op de garantie, tractie en veiligheid van de machine. Niet-originele Toro onderdelen gebruiken kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
De motor starten en uitschakelen...................... 23 De rijhendels gebruiken .................................... 25 Met de machine rijden....................................... 26 Maaihoogte instellen......................................... 27 Antiscalpeerrollen afstellen............................... 27 De machine stoppen......................................... 28 Zijafvoer gebruiken ........................................... 28 Tips voor bediening en gebruik .........................
Veiligheid Veiligheid van het hydraulische systeem........... 53 Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven ................................ 53 Filters en vloeistof van het hydraulische systeem vervangen....................................... 54 Onderhoud van het maaidek ................................ 56 Maaidek horizontaal stellen .............................. 56 Onderhoud van de maaimessen ....................... 57 Maaidek verwijderen.........................................
Hellingsindicator g011841 Figuur 4 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decaloemmarkt Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro maaimachine is. decal93-7818 93-7818 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115 tot 149 N·m.
decal112-3858 112-3858 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Haal het sleuteltje uit het contact voordat u de maaihoogte afstelt. 2. Lees de instructies voordat 4. Maaihoogte-instellingen. u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. decal116-8588 116-8588 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Draai de vrijgaveknop los, verschuif de knop en zet deze vast. 3. Duw de machine. decal112-9028 112-9028 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats.
decal117-3848 117-3848 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Maaier kan voorwerpen uitwerpen – Gebruik de machine niet zonder dat de grasgeleider, de afsluiter van de afvoer of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de buurt van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. decal126-7816 126-7816 1. Maaihoogte decal126-4363 126-4363 1.
decal132-0904 Alleen motor van Toro 1. Schakel de motor uit op vol gas decalptosymbols Symbolen aftakasschakelaar 1. Aftakas – uitschakelen 2. Aftakas – inschakelen decal126-8172 126-8172 1. Handrem vrijgesteld 2. Handrem ingeschakeld decaltransportlock Transportvergrendeling 1. Maaihoogte 2. Omhoog trekken om de transportvergrendeling te ontgrendelen decal126-9939 126-9939 1. Lees de Gebruikershandleiding 2.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. decalmotioncntrlrh-126-6183 Rechter rijhendel 1. Snelheid van de machine 2. Snel 3. Langzaam 4. Neutraalstand 5. Achteruit 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7.
decal126-8151 126-8151 1. Lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 4. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het maaidek voor instructies voor de verwijdering 2. Tijdsinterval 5. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof en raadpleeg de Gebruikershandleiding voor verdere instructies 3. Controleer het oliepeil 6.
Algemeen overzicht van de machine Ontstekingsschakelaar Start de motor van de maaier met deze schakelaar. Hij heeft 3 standen: START , LOPEN en UIT. Chokeknop Gebruik de choke om een koude motor te starten. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen. Duw de knop van de choke omlaag om deze uit te schakelen (Figuur 6). Gashendel De gashendel regelt het motortoerental en zorgt voor een continu verstelbare regeling van LANGZAAM tot SNEL (Figuur 6).
g187133 Figuur 7 1. Symbolen veiligheidssysteem 3. Acculampje 2. Urenteller Rijhendels De rijhendels worden gebruikt om de motor vooruit en achteruit te laten rijden en om bochten naar links of naar rechts te maken. Vergrendelde neutraalstand. Gebruik de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND samen met het veiligheidssysteem om de NEUTRAALSTAND te bepalen. Brandstofafsluitklep Sluit de brandstofafsluitklep (achter de stoel) als u de maaier gaat transporteren of stallen.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing • Wanneer de motor loopt of heet is, mag u de Opmerking: Bepaal vanuit de normale • bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. • Voor gebruik • Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk • Algemene veiligheid • Laat kinderen of personen die geen instructie • • • • • • hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten.
volume bevat, zoals E15 (bevat 15% ethanol), E20 (bevat 20% ethanol), of E85 (bevat tot 85% ethanol). Het gebruik van niet-goedgekeurde benzine kan leiden tot verminderde prestaties en/of motorschade die mogelijk niet gedekt wordt door de garantie. • Geen benzine gebruiken die methanol bevat. • Tijdens de winter geen brandstof bewaren in de brandstoftank of in vaten, tenzij u een brandstofstabilisator gebruikt. • Meng nooit olie door benzine.
De omkantelbeveiliging (rolbeugel) gebruiken WAARSCHUWING Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt: houd de rolbeugel in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om. Controleer of de stoel goed op de machine is bevestigd. WAARSCHUWING Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is.
GEVAAR Als u maait op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de controle over de machine verliest. • Gebruik de maaimachine niet op hellingen van meer dan 15 graden. • Verminder uw snelheid en wees uiterst voorzichtig op hellingen. • Gebruik de machine niet in de buurt van water. g000963 Figuur 10 GEVAAR 1. Veilige zone – Gebruik de machine in deze zone op hellingen van minder dan 15 graden of vlakke gebieden.
Het veiligheidssysteem gebruiken Het veiligheidssysteem testen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de werking van het veiligheidssysteem telkens voordat u de machine in gebruik neemt. Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. WAARSCHUWING Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine.
contact op met uw erkende servicedealer voor de voor-ballast set. g028272 g037417 Figuur 13 Figuur 15 1. Monteer een voor-ballast set indien 2 of meer montagesets voor accessoires op deze posities zijn gemonteerd. De stoelophanging verstellen Tijdens gebruik De stoel kan worden versteld zodat u prettig en comfortabel kunt rijden. Zet de stoel in een stand die voor u het meest comfortabel is.
• Controleer aandachtig of er obstakels zijn waar u • Wees voorzichtig bij het naderen van blinde onderdoor moet rijden, en zorg dat u ze niet raakt. hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren. • Houd de rolbeugel in deugdelijke staat door deze • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels regelmatig grondig te controleren op beschadiging, en zorg dat alle bevestigingsmateriaal stevig is vastgedraaid. of dijken.
De handrem uitschakelen Messchakelaar (aftakas) uitschakelen g009174 Figuur 19 De gashendel bedienen De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM (Figuur 20). g192635 Gebruik altijd de stand SNEL als u het maaidek inschakelt met de messchakelaar (aftakas). Figuur 17 De messchakelaar (aftakas) bedienen De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen.
g008947 Figuur 22 2. Draai het contactsleuteltje op STOP om de motor af te zetten. De motor starten en uitschakelen g008959 Figuur 21 1. AAN Motor starten 2. UIT 1. De contactschakelaar bedienen 1. 2. Klap de rolbeugel omhoog en zet deze vast; neem vervolgens plaats op de bestuurdersstoel en doe de veiligheidsgordel om. Zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND . Draai het contactsleuteltje naar de stand START (Figuur 22). 3.
g008947 Figuur 24 De motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten. g036838 Figuur 23 6. Zet de gashendel op SNEL en draai de schakelaar naar de UIT-stand. Draai het contactsleuteltje naar de stand START (Figuur 24).
De rijhendels gebruiken g037049 c:\data\documentum\checkout\g004532 Figuur 25 Figuur 26 1. Rijhendel – vergrendelde NEUTRAALSTAND 2. Centrale ontgrendelde stand 3. Vooruit Belangrijk: Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep is gesloten voordat u de machine transporteert of stalt omdat er brandstof kan lekken uit de machine. Stel de parkeerrem in werking voordat u de machine transporteert.
Met de machine rijden De aandrijfwielen draaien onafhankelijk en worden aangedreven door hydraulische motoren op elke as. U kunt de wielen aan de ene zijde achteruit laten draaien en tegelijk die aan de andere zijde vooruit, waardoor de machine om zijn as draait in plaats van een bocht te maken. Zo is de machine veel wendbaarder, maar het kan wat tijd vergen eer u aangepast bent aan de manier waarop de machine beweegt.
Maaihoogte instellen De pen voor de maaihoogte instellen De transportvergrendeling gebruiken Stel de maaihoogte in van 38 tot 127 mm in stappen van 6 mm door de maaihoogtepen in verschillende openingen te plaatsen. De transportvergrendeling heeft 2 standen en wordt gebruikt in combinatie met het maaidekpedaal. Er is een VERGRENDELDE en een ONTGRENDELDE stand voor de transportstand van het maaidek (Figuur 29). 1. Zet de transportvergrendeling in de VERGRENDELDE stand. 2.
VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten. g192815 Zijafvoer gebruiken Figuur 31 1. Antiscalpeerrol 4. Flensmoer 2. Afstandsstuk 3. Lagerbus 5.
vrij van ongemaaid gras te houden, zodat lucht kan worden aangezogen. oppervlak gaan met de messen ingeschakeld, of u kunt het maaidek uitschakelen terwijl u vooruitgaat. Wanneer u een gazon voor de eerste keer maait Onderkant van het maaidek schoonhouden Laat het gras iets langer dan normaal, om te voorkomen dat oneffenheden in het gras volledig worden weggemaaid. In het algemeen kan het best de voorheen gebruikte maaihoogte worden gekozen.
De brandstofafsluitklep gebruiken WAARSCHUWING De aandrijfeenheden van de motor en de hydrauliek kunnen zeer heet worden. Een hete motor of hydraulische aandrijfeenheid aanraken kan ernstige brandwonden veroorzaken. De brandstofafsluitklep bevindt zich achter de stoel. Sluit de brandstofafsluitklep tijdens transport, onderhoud en opslag. Laat de motor en de hydraulische aandrijfeenheden volledig afkoelen voordat u de vrijgavehendels van de aandrijfwielen aanraakt.
De machine transporteren: 1. Als u een aanhanger gebruikt, bevestig deze dan aan het sleepvoertuig en sluit de veiligheidskettingen aan. 2. Sluit indien van toepassing de remmen van de aanhanger aan. 3. Laad de machine op de aanhanger of de vrachtwagen. 4. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje, stel de rem in werking en sluit de brandstofklep. 5.
WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken (Figuur 37). • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Gebruik één oprijplaat die de volle breedte van de machine beslaat. Gebruik geen afzonderlijke hellingbanen voor elke kant van de machine.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 5 bedrijfsuren Na de eerste 75 uren Bij elk gebruik of dagelijks Onderhoudsprocedure • Voor motoren van Toro – ververs de motorolie en vervang het filter. • Filters en vloeistof van het hydraulische systeem vervangen. • • • • • • • • • • Het veiligheidssysteem controleren. Voor motoren van Toro – oliepeil controleren. Reinig het luchtinlaatrooster. Controleer de veiligheidsgordel De knoppen van de rolbeugel controleren.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud • Zorg ervoor dat alle onderdelen in goede staat verkeren en alle bevestigingselementen stevig vastzitten, in het bijzonder de bevestigingen van de maaimessen.
Het plaatmetaalscherm verwijderen 1. Smering De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Verwijder het vloerdeel en de bouten die eraan vastzitten (Figuur 39). Type vet: nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis voor algemene doeleinden. 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2.
Onderhoud motor WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Houd kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Veiligheid van de motor g188563 Figuur 41 1. Draaipunt van spanpoelie van pomp U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. 2.
2. Controleer het filter op scheuren, een vettig oppervlak of beschadiging van de afdichting. Belangrijk: Het papierfilter nooit reinigen met te harde perslucht of vloeistoffen zoals oplosmiddelen, benzine of kerosine. Vervang het papierelement als het is beschadigd of niet grondig kan worden gereinigd. Motorolie verversen Type olie:Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of SL) g027800 Carterinhoud: 2,4 liter met filter Viscositeit: zie onderstaande tabel.
Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een af, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje. inzamelcentrum. 2. Zorg dat de motor uitgeschakeld is, horizontaal staat en is afgekoeld zodat de olie tijd heeft om weg te lopen naar de opvangbak. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak zodat alle olie volledig kan worden afgetapt. 3. Om te voorkomen dat er vuil, maaisel, enz.
5. Vervang het motoroliefilter (Figuur 47). g027799 g027477 Figuur 47 Opmerking: Controleer of de pakking van het oliefilter contact maakt met de motor en draai de filter nog ¾ slag extra vast.
6. Bougie verwijderen Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 48). 1. Schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
Bougie monteren Vonkenvanger controleren Draai de gloeibougie(s) vast met een torsie van 25 tot 30 N·m. Voor een model met een vonkenvanger Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren WAARSCHUWING Hete onderdelen van het uitlaatsysteem kunnen benzinedampen ontsteken, zelfs nadat u de motor hebt afgezet. Hete deeltjes die tijdens het gebruik van de motor uit de uitlaat komen kunnen ontvlambaar materiaal ontsteken. Brand kan lichamelijk letsel en materiële schade veroorzaken.
Onderhoud brandstofsysteem Brandstoffilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Belangrijk: Plaats de brandstofleidingen en bevestig ze met plastic kabelbinders. Volg hierbij de fabrieksmontage om ervoor te zorgen dat de brandstofleiding geen contact kan maken met onderdelen die deze mogelijk kunnen beschadigen. Het brandstoffilter bevindt zich bij de motor, links vooraan aan de motor. 1.
Accu verwijderen Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Veiligheid van het elektrisch systeem • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool.
is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen beneden 0 °C. 1. Laad de accu 10 tot 15 minuten op bij 25 tot 30 A of 30 minuten bij 10 A. 2. Zodra de accu volledig is opgeladen, haalt u de acculader uit het stopcontact en maakt u vervolgens de oplaadkabels los van de accuklemmen (Figuur 54). 3. Monteer de accu in de machine en sluit de accukabels aan; zie De accu plaatsen (bladz. 44).
Onderhoud aandrijfsysteem Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel als deze is beschadigd. g036858 Figuur 55 1. Zekeringdeksel De knoppen van de rolbeugel controleren 3. Brandstofklep 2.
De sporing afstellen g036746 Figuur 56 1. Rolbeugel omhoog 4. Draai de rolbeugelknop 90 graden. 2. Knop van de rolbeugel vergrendeld 5. Rolbeugelknop ontgrendeld 3. Trek de rolbeugelknop uit en draai deze 90 graden. 6. Rolbeugel ingeklapt 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit. 2. Rijd naar een open, vlak gebied en zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND . 3. Zet de gashendel halverwege tussen LANGZAAM en SNEL. 4. Zet beide rijhendels vooruit tot aan de aanslag in de T-sleuf.
De bandenspanning controleren Onderhoud koelsysteem Het motorscherm reinigen Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren/Maandelijks (houd hierbij de kortste periode aan) Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Bij elk gebruik of dagelijks De juiste bandenspanning in de voor- en achterbanden is 0,9 bar. Een ongelijke bandenspanning kan leiden tot onregelmatige maairesultaten. De bandenspanning kan het best bij koude banden worden gecontroleerd.
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren Opmerking: Voer deze procedure uit wanneer er een onderdeel van de rem is verwijderd of vervangen. 1. Rijd de machine naar een horizontale ondergrond. 2. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 3.
10. Draai de as van de remkoppeling tot het uiteinde op één lijn ligt met de opening in de hendel. Onderhoud riemen • Kort de koppeling in door rechtsom te Riemen controleren draaien. • Verleng de koppeling door linksom te Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren draaien. 11. Breng de as van de remkoppeling aan in de opening in de parkeerrem en bevestig met de gaffelpen. Herhaal stap 6 en stel af indien nodig. 12.
10. Bevestig de nieuwe riem rond de poelies van het maaidek en de koppelingspoelie onder de motor (Figuur 63 ). 11. Monteer de spanpoelieveer (Figuur 63). Opmerking: Zorg ervoor dat de uiteinden van de veer zich in de ankergroeven bevinden. 12. Plaats de drijfriemkappen en de bijbehorende bouten (Figuur 65). g193175 Figuur 65 g036861 13. Draai de onderste bout los waarmee de afdekking van het maaidek is bevestigd aan het maaidek; zie De afdekking van het maaidek losmaken (bladz. 34). 14.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de bedieningshendel afstellen g036860 Figuur 66 1. Aanslag van koppeling 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. De hoogte instellen: 6. Haal de spanpoelieveer van de stang (Figuur 67).
B. C. Draai de onderste bout los totdat u de rijhendels naar voren of naar achteren kunt bewegen. Draai de moeren aan om de rijhendel vast te zetten in de nieuwe stand. Stel vervolgens ook de andere rijhendel af. 2. Breng de achterkant van de machine omhoog en plaats deze op assteunen (of een gelijkwaardige ondersteuning), net hoog genoeg om de aandrijfwielen vrij te laten ronddraaien. 3.
Onderhoud hydraulisch systeem Veiligheid van het hydraulische systeem • Verzeker dat alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem. • Houd uw lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten (pinholes) of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt. • U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier.
motor afkoelen. Verwijder het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking. 2. Zoek het filter en de beschermingen op elk transaxle-aandrijfsysteem (Figuur 72). 3. Verwijder de 3 schroeven waarmee de filterbeschermingen zijn bevestigd (Figuur 72). g037051 Figuur 71 1. Motor 2. Expansietank Filters en vloeistof van het hydraulische systeem vervangen g017444 Figuur 72 Rechterkant getoond Onderhoudsinterval: Na de eerste 75 uren—Filters en vloeistof van het hydraulische systeem vervangen.
4. Monteer de filterbeschermingen terug op de plaats waar u deze eerder hebt verwijderd. 5. Gebruik de drie schroeven om de filterbeschermingen te monteren. 6. Controleer of de ontluchtingspluggen zijn verwijderd voordat u olie gaat bijvullen. 7. Giet langzaam de gespecificeerde olie in de expansietank totdat er olie uit 1 van de openingen voor de ontluchtingspluggen komt. 8. Monteer de ontluchtingsplug. 9. Draai de plug vast met een torsie van 20 N·m. 10.
3. A. Zet de omloophendels in de stand om de machine te duwen. Zet de omloopkleppen open en laat de motor lopen; beweeg de rijhendels langzaam 5 of 6 keer naar voren en naar achteren. B. Zet de omloophendels in de stand om de machine te bedienen. C. Zet de omloopklep dicht en laat de motor lopen; beweeg de rijhendel 5 of 6 keer langzaam naar voren en naar achteren. D. Zet de motor af en controleer het oliepeil in de expansietank.
13. Draai het maaimes voorzichtig in dwarsrichting horizontaal (Figuur 75). 14. Draai de borgmoeren (Figuur 78) in de 4 hoeken los en controleer of het maaidek stevig op alle 4 blokjes rust. 15. Trek de maaidekhangers strak en zorg dat het maaidekpedaal naar achteren is gedrukt tegen de aanslag. 16. Draai de 4 borgmoeren vast. g007199 Figuur 76 1. Messen in lengterichting 3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 2. Uiteinde van mes 9.
Controle op kromme messen richting van de bestuurder of omstanders en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. Indien u een beschadigd mes probeert te repareren, kan de veiligheidscertificatie van het product vervallen. • Controleer op gezette tijden de maaimessen op slijtage of beschadigingen. 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2.
Opmerking: Het mes blijft in balans als u van beide snijranden dezelfde hoeveelheid materiaal verwijdert. WAARSCHUWING Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes. • Vijl de snijranden of het oppervlak van het mes niet en maak er geen scherpe inkepingen in. g000552 Figuur 82 1. Onder oorspronkelijke hoek slijpen. Maaimessen verwijderen 2.
g036866 Figuur 85 1. Verwijder deze moeren en bouten. 2. Verwijder deze moeren en bouten. 8. Schuif het maaidek naar rechts uit de machine. g017443 Figuur 84 1. Vleugel van het mes 4. Mesbout 2. Mes 3. Veerschijf 5. Maai-as Grasgeleider vervangen WAARSCHUWING Als de uitworpopening niet afgedekt is, kan de maaimachine voorwerpen uitwerpen naar u of naar omstanders; dit kan ernstige letsels veroorzaken. Daarnaast kunt u ook in contact komen met het mes. Maaidek verwijderen 1.
Reiniging Onderkant van het maaidek reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Hef het maaidek op in de transportstand. g015594 Figuur 86 1. Bout 2. Afstandsstuk 5. Gemonteerde veer 6.
Stalling tank. Volg de mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op. Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). De machine reinigen en stallen 1. 2. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt. Schakel de messchakelaar uit, stel de parkeerrem in werking, draai het contactsleuteltje naar UIT en verwijder het sleuteltje.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak 1. De messchakelaar (aftakas) is ingeschakeld. 1. Zet de aftakasschakelaar in de uitgeschakelde stand. 2. De parkeerrem is niet in werking. 3. De rijhendels niet in de neutraalstand staan. 4. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel. 5. De accu is leeg. 6. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 7. Een zekering is doorgebrand. 8.
Probleem De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit). De machine rijdt niet. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De sporing moet afgesteld worden 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. 1. De omloopkleppen zijn niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopkleppen. 2. De pompriem is versleten, los of stuk. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Een zekering is doorgebrand. 1. Vervang de zekering. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang onderdelen indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's g018479 Elektrisch schema – motoren van Toro (Rev.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Producten voor professioneel groenbeheer (LCE) Toro Garantie Niet-gedekte onderdelen en voorwaarden Gedekte voorwaarden en producten The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.