Form No. 3360-134 Rev A TimeCutter® ZD420 zitmaaiers Modelnr.: 74433—Serienr.: 280000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Figuur 2 Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. 1. Veiligheidssymbool. Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen.
Veiligheid Onderhoud van het luchtfilter............................. 27 Motoroliepeil controleren. .................................. 28 Onderhoud van de bougie .................................. 29 Onderhoud brandstofsysteem ................................ 31 Brandstof aftappen uit de brandstoftank ............. 31 Brandstoffilter vervangen ................................... 32 Onderhoud elektrisch systeem ................................ 32 Onderhoud van de accu......................................
◊ ◊ ◊ ◊ onvoldoende grip van de wielen, te snel rijden, onjuist gebruik van de rem, het type machine is niet geschikt voor het specifieke werk, ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen, ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten. • Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. • Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht.
– voordat u verstoppingen losmaakt of het uitwerpkanaal ontstopt; – voordat u de maaimachine gaat controleren, schoonmaken of andere werkzaamheden gaat uitvoeren; – als u een vreemd voorwerp raakt. Controleer de maaimachine op beschadigingen en voer alle benodigde reparaties uit alvorens deze weer te gebruiken; – als de maaimachine abnormaal trilt (direct controleren). • Schakel de aandrijving naar de werktuigen uit als u de machine transporteert of niet gebruikt.
• Start nooit plotseling heuvelopwaarts op een helling, want dit kan tot gevolg hebben dat de machine achteroverkiept. • Houd er rekening mee dat de wielen hun grip kunnen verliezen tijdens een afdaling. Als het gewicht wordt verplaatst naar de voorwielen, kunnen de aandrijfwielen gaan slippen en kunt u niet meer remmen of sturen. • Nooit starten of stoppen op een helling. Als de wielen grip verliezen, moet u de maaimessen uitschakelen en de heuvel langzaam afrijden.
Hellingdiagram 7
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 106-7043 1. U mag de machine niet slepen; trek de hendel uit om de machine te laten rijden of druk de hendel in om de machine te duwen. 110-6691 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Risico van explosie 108-8769 1. Stand Gras opvangen 2. Geen vonken of vuur en niet roken. 2. Recycler® stand 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 3 1. Rijhendel 2. Maaihoogtehendel 4. Grasvanger 5. DFS-hendel 3. Bedieningspaneel 6. Bestuurderspositie, stoel 7. Maaidek 10. Bekerhouder 8. Recycle-on-Demand 11. Voetsteun hendel 9. Wiel van achterwielaandrij- 12. Voorste zwenkwiel ving Figuur 4 Grasvanger verwijderd 1. Rijhendel 2. Maaihoogtehendel 3. Dop van brandstoftank 4. Sensoren van opvangsysteem 5. Inspectieluik, achter 7. Maaidek 10. Achterframe 8. Motorkap 11. Aanwezigheidssensor grasvanger 6.
Bedieningsorganen vanuit de middelste stand naar buiten beweegt, stelt u de parkeerrem in werking en kunt de machine verlaten (Figuur 5). Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen in Figuur 3, Figuur 4, Figuur 5 en Figuur 6 voordat u de motor start en de machine gebruikt. Parkeerrem De parkeerrem wordt automatisch in werking gesteld als de rijhendels in de remstand staan. Zet de rijhendels altijd in de remstand als u de machine stopt of onbeheerd achterlaat (Figuur 5).
Gebruiksaanwijzing sleuteltje op Uit draait, wordt de motor afgezet; het verdient echter aanbeveling het sleuteltje altijd uit het contact te verwijderen als u de machine verlaat om te voorkomen dat iemand per ongeluk de motor start (Figuur 6). Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Gas-/Chokehendel Veiligheid staat voorop Met de gas-/chokehendel kunt u zowel de gasklep als de choke bedienen.
In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank nooit als de machine op een aanhanger in een afgesloten ruimte staat. • Vul de brandstoftank niet helemaal vol. Vul de brandstoftank tot maximaal 6 mm tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis.
• Houdt de benzine vers gedurende stalling van 90 dagen of minder. Als u de machine langer wilt stallen, moet u de benzine aftappen uit de brandstoftank. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Houdt de motor tijdens het gebruik schoon.
Motor afzetten 1. Zet vervolgens de gashendel weer op Snel (Figuur 10). 2. Schakel de maaimessen uit door de aftakasschakelaar op Uit te zetten (Figuur 9). 3. Draai het contactsleuteltje op UIT (Figuur 11). 4. Maak de bougiekabel los van de bougie(s) om te voorkomen dat iemand per ongeluk de machine start, alvorens deze te transporteren of te stallen. Figuur 9 1. Aftakasschakelaar – Aan 5.
2. Zet de gashendel op Snel. 3. Trek de aftakasschakelaar uit om de maaimessen in te schakelen (Figuur 13). Figuur 12 1. Centrale onvergrendelde stand 2. Vooruit 3. Achteruit Figuur 13 1. Aftakasschakelaar – Aan 4. Remstand 2. Aftakasschakelaar – Uit Om in een rechte lijn te rijden, moet u gelijkmatige druk uitoefenen op beide rijhendels (Figuur 12). De maaimessen uitschakelen Om te draaien, vermindert u de druk op de rijhendel in de richting waarin u wilt draaien (Figuur 12).
Het Veiligheidssysteem zetten en de aftakas inschakelen. Kom iets overeind uit de bestuurdersstoel. De motor moet nu stoppen. 4. Verwijder de grasvanger. Neem plaats op de bestuurdersstoel, start de motor en schakel de aftakas in. De messen mogen niet gaan draaien. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Milieufactoren kunnen invloed uitoefenen op de hoeveelheid maaisel die wordt afgevoerd naar de grasvanger, en de snelheid waarmee dit gebeurt. Als u hoog gras maait bij een lage maaistand, zal dit de luchtstroom belemmeren die nodig is om het maaisel naar de grasvanger te jagen. De afvoer van lang, nat of vochtig maaisel naar de grasvanger vereist veel meer kracht. Wij adviseren u het gras altijd te maaien als het droog is, omdat het gazon dan een keurig uiterlijk krijgt.
Figuur 16 1. DFS-hendel naar beneden 2. Opgeheven grasvanger, maaisel wordt uitgestort 4. Laat de grasvanger neer en laat de DFS-hendel los. Figuur 17 Als het alarm van de grasvanger overgaat terwijl de zak nog niet vol is, moet u de sensoren vrijmaken van maaisel of vuil dat de infrarode lichtstraal blokkeert. Hef de grasvanger op en veeg het oppervlak van de sensoren schoon met een zachte doek. 1. Grasvanger 2. Motorkap 3. Doorboorde beugel 4. Pen, grasvanger 5.
D. Trek aan de tunnel totdat de spie zichtbaar is. Houd de spie in de tunnel op een lijn met de spiebaan. Als vuil dat zich ophoopt in het motorcompartment, niet wordt verwijderd, bestaat de kans dat dit door een hete motor gaat branden. Brand in het motorcompartiment kan brandwonden bij u of anderen en materiele schade veroorzaken. E. Verwijder de tunnel. • Controleer voor gebruik en als de motor koud is of er geen rommel opgehoopt zit in het motorcompartiment.
naar het maaidek. Als u begint te maaien door het midden van een ongemaaid gebied, moet u langzaam rijden en achteruit rijden als de machine verstopt raakt. Om optimale resultaten te waarborgen, moet de onderkant van de maaikast na iedere maaibeurt worden gereinigd. Als zich grasresten kunnen ophopen op de maaikast, kunnen de maairesultaten verslechteren. Om de beste resultaten met de Recycler® modus te verkrijgen, moet u als volgt te werk gaan. • Maai regelmatig.
1. Verwijder de 2 bouten waarmee de rijhendels is bevestigd aan de schacht van de bedieningsarm (Figuur 21). 2. Zet de rijhendels in de volgende groep gaten. Zet de hendel vast met de 2 bouten (Figuur 21). Figuur 22 1. Omloophendel, hendel in duwstand 2. Hendel in gebruikstand Gebruik van de machine Figuur 21 1. Rijhendel Beweeg beide omloophendels naar binnen en trek ze helemaal door de gleuf naar achteren (Figuur 22). Duw de hendels naar buiten om ze vast te zetten. 3. Schacht van bedieningsarm 2.
omgeven. Probeer altijd één zijkant van de machine vrij van ongemaaid gras te houden, zodat lucht kan worden aangezogen. de maaihoogte hoger dan normaal instellen en het gras op deze hoogte maaien. Daarna het gras op de lagere, normale hoogte maaien. Wanneer u een gazon voor de eerste keer maait Stoppen tijdens het maaien Als u de machine tijden het maaien moet stoppen, kan er een kluit maaisel op het gazon achterblijven.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • De motorolie verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • Controleer het veiligheidssysteem. Het motoroliepeil controleren. Maaimessen controleren. De sensoren van het opvangsysteem schoon vegen. Maaikast reinigen. Om de 25 bedrijfsuren • Alle smeerpunten smeren.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Toegang tot de machine Om bij sommige inwendige onderdelen te kunnen komen, hoeft u enkel de stoel omhoog te zetten. Ga als volgt te werk om toegang tot inwendige onderdelen te krijgen als dit nodig is om de in deze handleiding beschreven onderhoudswerkzaamheden te verrichten. G005900 Figuur 25 Motorkap verwijderen Motorleiding verwijderen Verwijder de motorkap om toegang te krijgen tot het motorcompartiment.
Smering De lagers smeren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle smeerpunten smeren. Type vet: Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Zet de schakelhendels in de remstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te verlaten. 3. Reinig de smeernippels (Figuur 29 met Figuur 30) een doek.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Schuimelement: Om de 25 bedrijfsuren of jaarlijks reinigen, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Papierelement: Om de 100 bedrijfsuren of jaarlijks vervangen, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen (om de paar uren) als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. Figuur 32 Schuim- en papierelement verwijderen 1. Papierelement 2.
de hendel aan het luchtfilterdeksel en druk de hendel omlaag om het deksel vast te zetten op zijn plaats. 3. Verwijder de peilstok en veeg het uiteinde schoon (Figuur 35). Motoroliepeil controleren. Type olie: Reinigingsolie (API-klasse SG, SH, SJ, SL of hoger) Carterinhoud: • 1400 cc/1,4 L als het filter niet wordt vervangen • 1700 cc/1,7 L als het filter wordt vervangen (uitsluitend model 74433) Figuur 35 Viscositeit: zie onderstaande tabel. 2. Metalen deel 1. Oliepeilstok 4.
Figuur 37 1. Oliefilter 2. Pakking 4. Plaats het nieuwe filter op het filtertussenstuk. Draai het oliefilter rechtsom totdat de rubberen pakking contact maakt met het filtertussenstuk. Draai het filter vervolgens nog eens een 1/2 tot 3/4 slag (Figuur 37). Figuur 36 1. Olieaftapplug 2. Olieaftapbuis 3. Tussenstuk 5. Vul het carter met het juiste type nieuwe olie; zie Olie verversen en aftappen. 3. Opvangbak voor olie 4. Aandrijfwiel, achter Onderhoud van de bougie 7.
3. Sluit de bougiekabel aan op de bougie (Figuur 38). 4. Sluit het inspectieluik en zet de bevestigingen vast zodat het goed dicht zit. Belangrijk: Controleer altijd of het luik is teruggeplaatst en vastgezet met de bevestigingen voordat u de machine in gebruik neemt. Als u de machine gebruikt met een geopend inspectieluik, bestaat de kans dat maaisel en andere rommel in het motorcompartiment terechtkomt, waardoor de machine schade kan oplopen. Figuur 38 1. Bougiekabel 2. Geluiddemper 4.
Onderhoud brandstofsysteem Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Benzine aftappen uit de brandstoftank. In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Figuur 40 1. Dop van brandstoftank 2. Brandstoftank, binnenkant spatscherm • Tap de brandstof af uit de brandstoftank wanneer de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein.
Brandstoffilter vervangen Onderhoud elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Brandstoffilter vervangen. Onderhoud van de accu Na verwijdering mag u nooit een vuil filter opnieuw aan de brandstofslang monteren. Houd de accu altijd schoon en volledig geladen. Veeg de accubehuizing schoon met een tissue. Als de accupolen zijn geoxideerd, moet u deze schoonmaken met een oplossing van vier delen water en één deel zuiveringszout.
Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan. Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt. • U mag accuzuur nooit inslikken en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden. Draag een veiligheidsbril en rubberhandschoenen om uw ogen en handen te beschermen.
Accu monteren 4. Giet langzaam gedistilleerd water in elke cel van de accu totdat het zuurpeil de Bovenste streep (Figuur 43) op de accubehuizing bereikt. 1. Plaats de accu in de bak met de accupolen weg van het bedieningspaneel (Figuur 42). Belangrijk: De accu niet te vol vullen; uitgelopen accuzuur (zwavelzuur) kan ernstige corrosie en beschadiging van het chassis veroorzaken. 2. Bevestig de pluskabel (rood) aan de pluspool (+) van de accu. 3. Bevestig de minkabel aan de minpool (-) van de accu. 5.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van het maaidek Bandenspanning controleren Onderhoud van de maaimessen Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten.
Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes. • Vijl of maak nooit scherpe inkepingen in de snijranden of het oppervlak van het mes. Figuur 47 1. Snijrand 2. Gebogen deel 3. Slijtage/groefvorming Maaimessen verwijderen Een mes moet worden vervangen als u vast voorwerp heeft geraakt, of als het mes uit balans of krom is.
5. Draai het maaimes (de maaimessen) voorzichtig evenwijdig (Figuur 52). Meet de afstand tussen de buitenste snijranden en de vlakke ondergrond (Figuur 52). Als beide afstanden groter zijn dan 5 mm, moeten deze worden bijgesteld; ga verder met de rest van deze procedure. Figuur 50 1. Onder oorspronkelijke hoek slijpen 2. Controleer de balans van het mes met een mesbalans (Figuur 51). Als het mes horizontaal blijft, is het in balans en geschikt voor gebruik.
van het voorste mes niet 1,6–7,9 mm lager staat dan de rand van het achterste mes, moet u de voorste borgmoeren afstellen. maaidek meer dan 7,9 mm lager staat dan de achterkant, stelt u de schuinstand als volgt in: 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Zet de schakelhendels in de remstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te verlaten. 3.
6. Verwijder de R-pen en de ring op de stelbeugels van het maaidek (Figuur 58) aan beide kanten van het maaidek. Onthoud in welk gat de stelbeugel is geplaatst voor latere montage. Schuif de beugels van de bevestigingspunt. Figuur 56 1. Borgmoer en stelmoer 2. Voorwiel 3. Stelmoer 4. Borgmoer Figuur 58 14. Als de schuinstand correct is, moet u nogmaals controleren of het maaidek horizontaal staat; zie Maaidek horizontaal stellen. 1. Stelbeugel 2. R-pen en ring 3. Stelstang 7.
4. Verwijder de drijfriemkappen op de buitenste assen. Maaidek monteren 5. Maak de bevestiging los waarmee de riemgeleider vastzit aan de achterste poelie (Figuur 59). 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 6. Trek de arm van de spanpoelie in de richting die wordt aangegeven in Figuur 59, en verwijder de riem van de poelies. 2.
Reiniging Sensoren van het opvangsysteem reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—De sensoren van het opvangsysteem schoon vegen. Als het alarm van de grasvanger overgaat terwijl de zak nog niet vol is, moet u de sensoren met een zachte doek schoonvegen. De doek mag worden bevochtigd met water. Figuur 60 Belangrijk: Gebruik geen oplosmiddelen of chemische stoffen van welke aard ook om de sensoren te reinigen. 1. Wasaansluiting 2.
Stalling Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. Reiniging en stalling Choke de motor. Start de motor en laat deze lopen totdat de motor niet meer start. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder het ventilatorhuis van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. 5.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 1. Neem contact op met een erkende Service Dealer. 2. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 2. Neem contact op met een erkende Service Dealer. 1. De bevestigingsbouten van de motor zitten los. 1. De bevestigingsbouten van de motor vastdraaien. 2. De motorpoelie, spanpoelie of mespoelie zit los. 3. De motorpoelie is beschadigd. 2. Desbetreffende poelie vastzetten.
Probleem Messen draaien niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De tractieriem is versleten, los of stuk. 1. Een nieuwe drijfriem monteren. 2. De drijfriem zit niet op de poelie. 2. Drijfriem monteren en assen en riemgeleiders op juiste stand controleren. 3. Een nieuwe drijfriem monteren. 3. De drijfriem van het maaidek is versleten, los of stuk. 4. De grasvanger is niet goed gemonteerd. 45 4.
Schema's Installatieschema (Rev.
International Distributor List Distributor: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd Cyril Johnston & Co Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Gorund and Garden Hayter Limited (U.K.) Hydroturf Int. Co Dubai Hydroturf Egypt LLC Ibea S.p.A. Irriamc Jean Heybroek b.v. Lely (U.K.) Limited Maquiver S.A. Maruyama Mfg. Co. Inc. Metra Kft Mountfield a.s.
Toro Warranty Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Aanwijzingen voor aanvraag van garantieservice The Toro® Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven de oorspronkelijke koper* krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle Toro producten die worden gebruikt voor normale huiselijke doeleinden*, te zullen repareren als deze materiaalgebreken en fabricagefouten vertonen.