Form No. 3356-865 Rev A TimeCutter® Z530 zitmaaiers Modelnr.: 74425—Serienr. 270000001 og højere Registreer uw product op www.Toro.
Dit vonkontstekingssysteem is in overeenstemming met de Canadese ICES-002. Figuur 2 Inleiding 1. Veiligheidssymbool. Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u het product op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden en letsel en schade aan het product kunt voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen.
Procedures voorafgaande aan onderhoud ................................ 24 Motorkap verwijderen en monteren .......................... 24 Smering..................................................... 24 De lagers smeren ............................... 24 Onderhoud motor..................................... 25 Onderhoud van het luchtfilter ............ 25 Motoroliepeil controleren.................. 26 Onderhoud van de bougie.................. 28 Onderhoud brandstofsysteem ...................
Veiligheid – als de machine op een helling begint te glijden, kan dat niet met de rem worden gecorrigeerd. De belangrijkste oorzaken voor het verliezen van de controle zijn: ◊ onvoldoende grip van de wielen; ◊ te snel rijden; ◊ onjuist gebruik van de rem; ◊ het type machine is niet geschikt voor het specifieke werk; ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen; ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten.
bouten altijd als complete set om een goede balans te behouden. • Gebruik de machine nooit als schermen of andere beveiligingsmiddelen zijn beschadigd of ontbreken. • Verander de instellingen van de motor niet en voorkom overbelasting van de motor. Laat de motor niet met een te hoog toerental lopen omdat dit de kans op ongevallen kan vergroten.
• Stal de machine nooit met brandstof in de tank in een gebouw waar dampen open vlammen of vonken kunnen bereiken. • Gebruik altijd originele Toro onderdelen zodat de originele standaarden worden gehandhaafd. • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. • Laat de motor afkoelen voordat u de maaimachine in een afgesloten ruimte stalt.
overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant. • Wees uiterst voorzichtig met grasvangers of andere werktuigen. Deze kunnen de machine minder stabiel maken, waardoor de kans ontstaat dat u de macht over de machine verliest. Geluidsdruk Deze machine oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de gebruiker van 87 dBA, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens EN 11094 en EN 836 procedures.
Hellingdiagram 8
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de gebruiker en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-6677 1. Waarschuwing – Gebruik de maaimachine niet als de grasgeleider omhoog geklapt of verwijderd is; zorg ervoor dat de grasgeleider is gemonteerd. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 93-7009 1.
6-2223 106-8742 1. Parkeerrem 106-2224 1. 2. 3. 4. 5. 6. Gashendel 7. Choke 8. 9. Snel Continu snelheidsregeling 10. Landzaam 11. Aftakas, sommige modellen hebben een aftakasschakelaar 106-8743 Koplampen Motor – Afzetten Motor – Lopen Motor – Starten Ontsteking 1. Maaihoogte Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 108-6109 1. Om de machine te duwen, zet u de sleephendels naar voren en dan naar buiten om ze te vergrendelen. 1. Risico van explosie 6. 2.
0-6567 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren; zet de rijhendels in de remstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en maak de bougiekabel los. 3. Ledematen kunnen worden (af)gesneden, maaimes; risico om gegrepen te worden, riem – Veiligheidsschermen niet openen of verwijderen terwijl de motor loopt. 4.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 3 1. Stoel 2. Rijhendels 4. 5. Maaihoogtehendel Maaidek 3. Schakelbord 6. Voetsteun 7. Voorste zwenkwiel 10. 8. Wiel van achterwielaandrijving 9.
Bedieningsorganen Zet de rijhendels altijd in de parkeerstand als u de machine stopt of onbeheerd achterlaat. Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen Figuur 5 voordat Figuur 4 u de motor start en de machine gebruikt. Maaihoogtehendel Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid staat voorop Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen. Figuur 6 1. Veilige zone – hier kunt de TimeCutter gebruiken 2. Gebruik een loopmaaier en/of een handtrimmer in de buurt van steile hellingen en water. 3.
... ... • Vul de brandstoftank niet helemaal vol. Vul de brandstoftank tot maximaal 6 tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis. Deze ruimte in de tank geeft benzine de kans om uit te zetten. • Als dit niet mogelijk is, verdient het de voorkeur dergelijke machines op een truck of aanhanger bij te vullen uit een draagbaar vat, niet met behulp van een vulpistool van een pomp. • Rook nooit wanneer u met benzine bezig bent, en houd de brandstof weg van open vuur of vonken.
Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. 4. Draai het contactsleuteltje op START om de startmotor in werking te stellen. Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 10 seconden in werking.
Het veiligheidssysteem Belangrijk: Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep is gesloten voordat u de machine transporteert of stalt omdat er benzine kan lekken uit de machine. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. Bediening van de maaimessen Met de aftakasschakelaar, aangeduid met het aftakassymbool, schakelt u de aandrijving naar de maaimessen aan of uit.
parkeerstand. Start de motor. Als de motor loopt, moet u de rijhendels in de middelste, onvergrendelde stand zetten en de aftakas inschakelen. Kom iets overeind uit de bestuurdersstoel. De motor moet nu stoppen. Om te draaien, vermindert u de druk op de rijhendel in de richting waarin u wilt draaien (Figuur 11). Hoe verder u de rijhendels beweegt (in beide richtingen), des te sneller zal de machine in de gewenste richting rijden.
maaihoogtehendel in verschillende openingen te plaatsen. 1. Zet de maaihoogtehendel omhoog in de transportstand (eveneens de maaihoogte-stand van 114 mm) (Figuur 12). 2. Trek aan de maaihoogtehendel om deze in de gewenste stand te zetten (Figuur 12). Figuur 13 1. Instelknoppen Rijhendels afstellen De rijhendels kunnen hoger of lager worden gesteld overeenkomstig de wensen van de bestuurder. 1. Verwijder de 2 bouten waarmee de rijhendel is bevestigd aan de schacht van de bedieningsarm (Figuur 14).
Machine met de hand duwen De voetsteun instellen Belangrijk: U moet de machine altijd met de hand duwen. Slepen kan schade aan de machine veroorzaken. De voetsteun kan maar voren of naar achteren worden gezet overeenkomstig de wensen van de bestuurder. De machine duwen Til de voetsteun omhoog en plaats de stangen in de gaten met dezelfde positie (Figuur 16). 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Tips voor bediening en gebruik Maaisnelheid Om de maairesultaten te verbeteren, moet u maaien bij een lagere rijsnelheid. Snel-stand gashendel Gras niet te kort afmaaien Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten. Om het gras goed af te maaien is lucht nodig; zet de maaihoogte dus niet te laag en zorg ervoor dat het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven.
gesleept, uitsluitend aan het sleeppunt. Dit product heeft een beperkt trekvermogen voor kleine werktuigen, zoals bladvegers of walsen met een gewicht van maximaal 45 kg of wagens met een inhoud van maximaal 0,14 m3. Deze werktuigen mogen uitsluitend over vlak terrein worden gesleept. Laat kinderen of andere personen nooit plaatsnemen in of op gesleepte werktuigen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 10 bedrijfsuren • Motorolie verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • Veiligheidssysteem controleren. Het luchtlter controleren Controleer het motoroliepeil. Maaimessen controleren. Reinig de maaikast. Om de 25 bedrijfsuren • Alle smeerpunten smeren. • Bandenspanning controleren.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Smering De lagers smeren Smeer de draaipunten van de voorste zwenkwielen en de wielen (Figuur 19). Motorkap verwijderen en monteren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 1. Om de motorkap te verwijderen, moet u de knoppen losdraaien en daarna de motorkap naar achteren en omhoog trekken (Figuur 17). 2.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtlter Reinig het luchtfilter om de 100 bedrijfsuren of om de 3 maanden, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Vervang het luchtfilter om de 300 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Opmerking: Geef het luchtfilter vaker een onderhoudsbeurt als u de machine gebruikt in stoffige vuile omstandigheden. Schuim- en papierelement verwijderen 1. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit.
1. Leg het rooster op het papierelement en plaats beide in het onderstuk van het luchtfilter (Figuur 21). Opmerking: De rubberen afdichting moet vlak tegen de bodem van het luchtfilter aan liggen. 2. Plaats het schuimelement op het rooster (Figuur 21). Het rooster moet tussen het schuimelement en het filterelement zitten om te voorkomen dat er olie op het papierelement komt. 3. Plaats het luchtfilterdeksel op het filter. Zet het deksel vast met de knoppen (Figuur 21). Figuur 23 1. Schone motorolie 2.
2. Maak de omgeving van de peilstok (Figuur 26) schoon, zodat er geen vuil in de vulopening kan komen, wat in motorschade kan resulteren. Figuur 27 1. Olieaftapplug 2. Olieaftapbuis Figuur 26 1. Oliepeilstok 2. Vulbuis 3. Uiteinde van peilstok 4. 5. Vol Bijvullen 6. Draai aan de aftapplug om de olie in de bak te laten lopen (Figuur 27). 7. Als alle olie is weggelopen, draait u de aftapplug dicht. 3. Verwijder de peilstok en veeg het uiteinde schoon (Figuur 26). 4.
Bougie verwijderen 1. Schakel de aftakas uit, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2. Trek de kabel van de bougie (Figuur 29). Maak de omgeving van de bougie schoon om te voorkomen dat er vuil in de motor komt, wat beschadiging kan veroorzaken. filterbasis waarop het filter wordt gemonteerd (Figuur 28). 3. Smeer een dun laagje schone olie op de rubberen pakking van het nieuwe filter (Figuur 28). Figuur 28 1. Sleutel voor olielter 2. Olielter 3. 4.
Bougie monteren 1. Controleer of de elektrodenafstand correct is. 2. Monteer de bougie met de hand om te voorkomen dat deze scheef wordt ingedraaid. Draai een nieuwe bougie een 1/2 slag aan met een bougiesleutel. Als u een eerder verwijderde bougie terugplaatst, hoeft u deze maar 1/8 tot 1/4 slag aan te draaien. 3. Sluit de bougiekabel aan op de bougie (Figuur 29). Onderhoud brandstofsysteem Figuur 31 1. 2. Benzine aftappen uit de brandstoftank Dop van brandstoftank 3. Brandstoftank, binnenkant 4.
Brandstoflter vervangen Accu verwijderen Vervang het brandstoffilter om de 100 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan. Na verwijdering mag u nooit een vuil filter opnieuw aan de brandstofslang monteren. 1.
(rood) terug over de kabel. Maak de pluskabel (rood) los van de accupool (Figuur 33). 6. Verwijder de bevestigingsband van de accu (Figuur 33) en til de accu uit de accubak. Figuur 34 1. 2. Vuldoppen Bovenste streep 3. Onderste streep 3. Als het zuurpeil te laag is, moet u bijvullen met de vereiste hoeveelheid gedistilleerd water; zie Accu bijvullen met water in Onderhoud elektrisch systeem, blz. 30. Accu bijvullen met water Figuur 33 1. Accu 2. Stofkapje van accupool 3. Pluskabel van de accu 4. 5.
Accu opladen 4. Bevestig de kabels met 2 bouten (1/4 x 3/4 inch), ringen (1/4 inch) en moeren (1/4 inch) (Figuur 33). Belangrijk: Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,260). Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen beneden 0°C. 5. Schuif het rode stofkapje voor de accupool op de pluspool (rood) van de accu. 6. Zet de accu vast met de bevestigingsband (Figuur 33). 1. Verwijder de accu uit het chassis, zie Accu verwijderen.
Onderhoud aandrijfsysteem vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. Bandenspanning controleren Een versleten of beschadigd mes kan breken en een stuk van het mes kan worden uitgeworpen in de richting van de gebruiker of omstanders en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben. Een ongelijke bandenspanning kan leiden tot onregelmatige maairesultaten.
afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand, positie A, van de messen (Figuur 39). Noteer deze afstand. Gebruik ter vervanging nooit messen van andere fabrikanten omdat dit in strijd kan zijn met de veiligheidsnormen. Pak het uiteinde van het mes vast met een lap of een dikke handschoen. Verwijder de mesbout, de klemring, de mesversteviger en het mes van de spilas (Figuur 40). Figuur 39 Figuur 40 1. Wiek van het mes 2. Dozerblad 3. Klemring 2.
Figuur 42 1. Dozerblad 2. Mesbalans Maaimessen monteren 1. Monteer het mes op de as (Figuur 40). Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 2. Monteer de mesversteviger, de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 40). 3. Draai de mesbout vast met een torsie van 47-88 Nm. Figuur 43 1. 2. Maaimessen evenwijdig Buitenste snijranden 3. Hier meten 6.
1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. lager staat dan de rand van het achterste mes, moet u de voorste borgmoeren afstellen. 2. Zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te verlaten. 3. Controleer of al vier banden de voorgeschreven spanning hebben.
Maaidek verwijderen 7. Schuif het maaidek naar achteren om de drijfriem van het maaidek te verwijderen van de motorpoelie. Opmerking: Voordat u het maaidek verwijdert, moet u onthouden in welke gaten de stelbeugels zijn geplaatst (Figuur 49). 8. Schuif het maaidek weg van onder de machine. Opmerking: Bewaar alle onderdelen voor latere montage. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Maaidek monteren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te verlaten. 3. Schuif het maaidek onder de machine. 4. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand. 5. Bevestig de stelstang aan de machine met de ring en de R-pen (Figuur 49) aan beide kanten van het maaidek. 6.
6. Plaats de veer op de stang, met de einddraden omlaag, tussen de beugels van de grasgeleider. Schuif de stang door de tweede beugel van de grasgeleider en de binnenste borgring (Figuur 51). 7. Steek de stang aan de voorkant van de grasgeleider in de korte afstandhouder op het maaidek. Bevestig het achterste uiteinde van de stang in het maaidek met een moer (3/8 inch) (Figuur 51). 3. Bevestig de slangkoppeling aan de wasaansluiting van de maaimachine en draai de waterkraan helemaal open (Figuur 52).
Een gebroken of ontbrekende wasaansluiting kan voorwerpen uitwerpen of contact met het maaimes veroorzaken, waardoor u en anderen letsel kunnen oplopen. Contact met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen kan ernstig lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. • Een gebroken of ontbrekende wasaansluiting moet direct worden vervangen, voordat u de machine opnieuw gebruikt. • Gaten in de machine dichtmaken met bouten en moeren.
Stalling stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden. Reiniging en stalling Zet de motor af, laat deze afkoelen en tap de brandstoftank af; zie Brandstoftank aftappen in Onderhoud brandstofsysteem, blz. 29. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder het ventilatorhuis van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtlter is vuil. 5. Vuil, water of oude brandstof in brandstofsysteem. De startmotor slaat niet aan. 1. De aftakas is ingeschakeld. 2. De rijhendels staan niet in de parkeerstand. 3. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel. 4. De accu is leeg. 5.
Probleem De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De brandstoftank is leeg. 2. Brandstofklep dichtgedraaid 3. De choke staat niet op AAN. 4. Het luchtlter is vuil. 1. De brandstoftank vullen. 2. De brandstofklep openen. 3. De chokehendel op AAN zetten 4. Het luchtlterelement reinigen of vervangen. 5. De kabel(s) op de bougie(s) monteren. 5. De bougiekabel(s) zit(ten) los of is (zijn) niet aangesloten. 6.
Probleem De motor verliest vermogen. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 2. Het luchtlter is vuil. 3. Het oliepeil in het carter is te laag. 4. De koelribben en luchtkanalen onder het ventilatorhuis van de motor zijn verstopt. 5. De bougie(s) is (zijn) aangetast, vuil, of de elektrodenafstand is niet correct afgesteld. 6. De ventilatieopening in de dop van de brandstoftank is verstopt. 7. Er zit vuil in het brandstoflter. 8. Vuil, water of oude benzine in het brandstofsysteem. 9.
Probleem Mogelijke oorzaak De machine trilt abnormaal. 1. De bevestigingsbouten van de motor zitten los. 2. De motorpoelie, spanpoelie of mespoelie zit los. 3. De motorpoelie is beschadigd. 4. Het maaimes (de maaimessen) is (zijn) verbogen of niet in balans. 5. Een bevestigingsbout van een maaimes zit los. 6. Mesas verbogen. Onregelmatige maaihoogte. 1. Maaimes(sen) bot. 2. Maaimes(sen) verbogen of niet in balans. 3. Het maaidek staat niet horizontaal. 4. Een antiscalpeerwiel is niet correct afgesteld.
Schema's Installatieschema (Rev.
Lijst met internationale dealers – Consumentenproducten Dealer: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd Cyril Johnston & Co Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Gorund and Garden Hydroturf Int. Co Hydroturf Egypt LLC Ibea S.p.A. Irriamc Jean Heybroek BV. Lely (U.K.) Limited Maquiver S.A. Maruyama Mfg. Co. Inc. Metra Kft Mounteld a.s. Munditol S.A.
Toro Garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro® Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven de oorspronkelijke koper* krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle Toro producten die worden gebruikt voor normale huiselijke doeleinden*, te zullen repareren als deze materiaalgebreken en fabricagefouten vertonen.