Form No. 3381-462 Rev A TimeCutter® ZS 3200S zitmaaier Modelnr.: 74388—Serienr.: 314000001 en hoger G015307 Registreer uw product op www.Toro.com.
Als u service, originele Toro-onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.
Inhoud De machine reinigen en stallen .................................43 Problemen, oorzaak en remedie ......................................45 Schema's ......................................................................47 Inleiding ....................................................................... 2 Veiligheid ...................................................................... 4 Veilige bediening ..................................................... 4 Veiligheid Toro-maaiers..................
Veiligheid • Onjuist gebruik of onderhoud van deze maaier kan letsel tot gevolg hebben. Houd u aan deze veiligheidsinstructies om het risico op letsel te verminderen. Toro heeft deze maaier ontworpen voor en getest op veilig gebruik. Als u zich echter niet houdt aan de volgende instructies kan dit lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
• Gebruik de machine niet als de afscherming van de aftakas • • • • • • • • • • • • • Vul de brandstofhouders niet binnen in een voertuig, op of andere afschermingen niet goed op hun plaats zitten. Zorg ervoor dat alle interlockschakelaars zijn aangebracht, correct zijn afgesteld en naar behoren werken. Bedien de machine nooit terwijl de grasgeleider omhoog staat, of verwijderd of aangepast is, tenzij u een grasvanger gebruikt.
Slepen Maaien op hellingen • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een Wees voorzichtig op hellingen en hellingbanen. Als u zich onveilig voelt op een helling, maai deze dan niet. aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt. • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden • Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, enz. uit van de machine op een aanhanger of vrachtwagen. het maaigebied.
• Zorg ervoor dat moeren en bouten goed zijn vastgedraaid, in het bijzonder de bevestigingsbouten van de maaimessen. • Veiligheidsvoorzieningen mogen nooit verwijderd of gewijzigd worden. Controleer de goede werking ervan regelmatig. Voer geen handelingen uit die van invloed zijn op de bedoelde werking van een veiligheidsvoorziening of die de bescherming waarin de veiligheidsvoorziening voorziet verminderen.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-7009 1. Waarschuwing – Gebruik de maaimachine niet als de grasgeleider omhoog geklapt of verwijderd is; zorg ervoor dat de grasgeleider is gemonteerd. 119-8814 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 1.
130-6877 1. Lees de Gebruikershandleiding 2. De maximale sleepbelasting op de trekhaak is 36 kg. 120-5469 1. Maaihoogte Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 121-2989 1. Omloophendel, hendel in duwstand 2. Omloophendel, hendel in gebruiksstand 5. Lees de Gebruikershandleiding. Merkteken van fabrikant 1.
120-5468 1. Langzaam 2. Snel 120-2239 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 5. Waarschuwing – Gebruik geen dubbele laadbruggen, gebruik een laadbrug uit één stuk voor het vervoeren van de machine. 2. Waarschuwing – Lees de instructies voordat u serviceof onderhoudswerkzaamheden uitvoert; zet de rijhendels in de (rem)stand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en maak de bougiekabel los. 6.
1-0771 1. Choke 4. Langzaam 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 5.
Algemeen overzicht van de machine 6 3 10 5 3 8 7 4 2 9 1 11 12 13 g020240 Figuur 4 1. Voetsteun 5. Bedieningspaneel 2. Maaihoogtehendel 6. Bestuurdersstoel 3. Rijhendel 7. Wiel van achterwielaandrij- 11. Wasaansluiting ving 4. Smart Speed hendel 8. Dop van brandstoftank 9. Grasgeleider 13. Voorste zwenkwielen 10. Motor 12.
van u), wordt het maaidek neergelaten. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat (Figuur 21). of naar achteren beweegt, draait het wiel aan dezelfde kant vooruit of achteruit; de snelheid van de wielen is evenredig aan hoever u de hendel beweegt. Zet de rijhendels vanuit het midden naar buiten in de parkeerstand en verlaat de machine (Figuur 17). Zet de rijhendels altijd in de parkeerstand als u de machine stopt of onbeheerd achterlaat.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
1 Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. 4 Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. 2 G014895 Brandstoftank vullen 3 Figuur 9 Verzeker dat de motor is uitgeschakeld en de rijhendels in de parkeerstand staan. Belangrijk: Vul de brandstoftank niet te vol.
GEVAAR Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Als de wielen grip verliezen, kan de bestuurder de macht over het stuur verliezen. Om te voorkomen dat u de controle over de machine verliest en deze omslaat, moet u de volgende richtlijnen in acht nemen: Figuur 10 1.
Werking van het veiligheidssysteem (interlock) WAARSCHUWING Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. • Laat de interlockschakelaars ongemoeid. • Controleer elke dag de werking van de interlockschakelaars en vervang beschadigde schakelaars voordat u de machine weer in gebruik neemt.
Figuur 15 1. Bedieningspaneel 2. Aftakasschakelaar – AAN-stand Figuur 14 1. Bedieningspaneel 4. Uit 2. Contactsleuteltje – LOPEN-stand 3. Contactsleuteltje – START-stand 5. Lopen De maaimessen uitschakelen Zet de aftakasschakelaar omlaag op UIT en schakel de messen uit (Figuur 16). 6. Start 5. Zodra de motor start, zet u de gashendel op SNEL (Figuur 13). Opmerking: Als de motor afslaat of hapert, moet u de gashendel weer enkele seconden op CHOKE zetten. Herhaal dit indien nodig.
5. Probeer de motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien. 6. Beweeg nu de andere rijhendel. 7. Blijf zitten op de bestuurdersstoel, schakel de aftakas uit en zet de rijhendels in de parkeerstand. 8. Start de motor. 9. Als de motor loopt, schakelt u de aftakas in en komt u iets overeind uit de bestuurdersstoel. gashendel op Snel zetten kan het beste zijn met het oog op de prestaties. Voor de meeste toepassingen wordt de stand vol gas aanbevolen. Opmerking: De motor moet afslaan. 10.
2. Om achteruit te rijden, kijkt u achteruit en naar beneden terwijl u de rijhendels langzaam achteruit trekt (Figuur 20). 1. Zet de rijhendels in neutraal en naar buiten in de parkeerstand; schakel de mesbedieningsschakelaar uit. WAARSCHUWING De rijhendels loslaten terwijl de machine beweegt, kan ertoe leiden dat u de controle verliest en de machine u of omstanders verwondt. Schakel de machine altijd uit en beweeg de rijhendels naar de parkeerstand voordat u het Smart Speed™ systeem instelt. 2.
Instellen van de rijhendels De hoogte instellen De rijhendels kunnen hoger of lager worden gesteld volgens de wensen van de bestuurder. 1. Verwijder de 2 bouten waarmee de rijhendel is bevestigd aan de schacht van de bedieningsarm (Figuur 23). 2. Zet de rijhendel in de volgende groep gaten. 3. Zet de hendel vast met de 2 bouten (Figuur 23). 1 2 3 4 Figuur 21 1. Maaihoogtehendel 3. 115 mm – transportstand 2. Maaihoogtestanden G014970 1.
Zijuitworp gebruiken 2. Zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, schakel de motor uit, en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. Dit maaidek kan optioneel gebruikt worden met zijafvoer. Verwijder de uitworpafsluiter om in zijafvoermodus te werken. 3. Zoek de omloophendels op het frame aan beide kanten van de machine. Uitworpafsluiter verwijderen om uitwerpkanaal te gebruiken 4.
Maairichting 2. Zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. Maai afwisselend in verschillende richtingen, zodat het gras rechtop blijft staan. Dit zorgt ook voor een betere verspreiding van het maaisel, wat de vertering en bemesting ten goede komt. 3.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • Motorolie verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • Na elk gebruik Controleer het veiligheidssysteem (interlock). Schuimelement van luchtfilter reinigen en controleren. Controleer de luchtinlaat en motorkoeling en reinig indien nodig. Maaimessen controleren.
Smering 4. Zet telkens een smeerpistool op een nippel (Figuur 26 en Figuur 27). De lagers smeren 5. Spuit vet in de nippels totdat er vet bij de lagers naar buiten komt. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Smeer alle smeerpunten. Type vet: nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Schuimelement van luchtfilter reinigen en controleren. Om de 50 bedrijfsuren—Vervang het papieren filterelement. 3 Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. g020243 Figuur 29 1. Schuimelement Schuim- en papierelement verwijderen 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. Papierelement 6.
2. Monteer het schuimfilter en het papieren filterelement op de luchtfilterbehuizing. 3. Monteer het luchtfilterdeksel en draai de twee knoppen vast (Figuur 28). 2 Motorolie verversen/oliepeil controleren Type olie: Reinigingsolie (API-onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of hoger) Carterinhoud: 1,0 liter als het filter niet is vervangen; 1,05 liter als het filter is vervangen. G017863 Figuur 31 Viscositeit: zie onderstaande tabel. 1. Peilstok/vulopening 2. Luchtfilter 5.
1 2 Figuur 33 3 1. Oliefilter 2. Pakking 4 3. Filtertussenstuk 3. Smeer een dun laagje schone olie op de rubberen pakking van het nieuwe oliefilter (Figuur 33). G017864 4. Plaats het nieuwe filter op het filtertussenstuk. Figuur 32 1. Olievulopening 3. Aftapslang 2. Aftapkraan 4. Opvangbak 5. Draai het oliefilter rechtsom totdat de rubberen pakking contact maakt met het filtertussenstuk. Draai het filter vervolgens nog eens een 1/2 tot 3/4 slag (Figuur 33). 7.
Opmerking: Controleer of de elektrodeafstand correct is. 2. Draai de bougie vast met een torsie van 20 Nm. 3. Sluit de bougiekabel aan op de bougie. Ventilatorbehuizing reinigen Met het oog op een goede koeling moet u het grasscherm, de koelribben en andere buitenvlakken van de motor te allen tijde schoon houden. 1 G017865 Verwijder de ventilatorbehuizing en andere uitlaatringen jaarlijks of om de 100 bedrijfsuren (vaker in zeer stoffige, vuile omstandigheden).
Onderhoud brandstofsysteem Onderhoud elektrisch systeem Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.
Accu opladen WAARSCHUWING Onderhoudsinterval: Vóór de stalling—Laad de accu op en koppel de kabels los. Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. 1. Verwijder de accu van het chassis; raadpleeg Accu verwijderen (bladz. 31). 2. Laad de accu gedurende minstens een uur op bij 6 tot 10 A.
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. Bandenspanning controleren Zekeringtype: Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren.
Elektrische rem vrijzetten Onderhoud van het maaidek De elektrische rem kan worden vrijgezet door de verbindingsarmen manueel naar voren te draaien. Zodra de elektrische rem van stroom wordt voorzien, wordt hij teruggesteld. Onderhoud van de maaimessen De rem vrijzetten: 1. Zoek de as van de elektrische rem waar de verbindingsarmen gekoppeld zijn (Figuur 41). Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen.
De maaimessen controleren 3. Meet de afstand tussen het uiteinde van het mes en de vlakke ondergrond (Figuur 44). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Maaimessen controleren. 1. Controleer de snijranden (Figuur 42). Opmerking: Als de randen niet scherp zijn of bramen vertonen, moet u de maaimessen verwijderen en slijpen; zie De maaimessen slijpen (bladz. 36). 1 2. Controleer de messen, met name het gebogen deel (Figuur 42).
1 G009680 3 2 Figuur 47 Figuur 46 1. Vleugel van het mes 4. Mesbout 1. Mes aan andere zijde, in meetstand 2. Mes 5. Mesversteviger 2. Vlakke ondergrond 3. Klemring 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) De maaimessen slijpen A. Als het verschil tussen A en B groter is dan 3 mm, vervang dan het mes door een nieuw mes; zie Maaimessen verwijderen (bladz. 36) en Maaimessen monteren (bladz. 36). 1.
Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 1 G014630 3 2. Monteer de mesversteviger, de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 47). 3. Draai de mesbout vast met 47 tot 88 Nm. 2 Maaidek horizontaal stellen Controleer of het maaidek horizontaal staat telkens wanneer u de maaier installeert of wanneer u een ongelijke maaiplek in uw gras ziet.
G014633 1 1 3 2 4 G015325 2 Figuur 53 Figuur 51 1. Ophangbeugel 4. Borgmoer aan de zijkant 12. Stel de hoogte van het maaidek in naar wens. 2. Gleufstand (instelling) 5. Zijstelbout 13. Houd het maaidek op de ingestelde stand en draai de achterste borgmoer van de ophangbeugel vast om het maaidek in de nieuwe stand vast te zetten (Figuur 52). 3. Geborgde stand 14. Draai de zijborgmoer van de ophangbeugel vast. 10. Draai de achterste borgmoer op de ophangbeugel los (Figuur 51). 15.
1 2 van het voorste mes 1,6 tot 7,9 mm lager staat dan de rand van het achterste mes (Figuur 54). 10. Als de schuinstand correct is, moet u nogmaals controleren of het maaidek horizontaal staat; zie Gelijkstellen in de breedterichting (bladz. 37). G014631 Maaidek verwijderen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
WAARSCHUWING Als een uitwerpopening niet is afgesloten, kan het maaidek voorwerpen in de richting van de bestuurder of omstanders werpen. Dit kan ernstig letsel veroorzaken. Daarnaast kunt u ook in contact komen met het mes. 2 2 3 Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider, de uitworpafsluiter of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 1. Ga naar de onderdelen die worden getoond in Figuur 58. 1 3 G015338 4 Figuur 57 1. Maaidek 5 3. Achterste hefstang 6 2. Ophangbeugel 6.
Onderhoud drijfriem van maaidek grasgeleider omhoog om te controleren of deze volledig omlaag klapt. De drijfriem van het maaidek onderhouden Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De riemen op slijtage/scheurtjes controleren. Controleer de riemen op scheuren, gerafelde randen, schroeiplekken of andere schade. Vervang beschadigde riemen.
Reiniging 5 2 3 Onderkant van maaimachine wassen 1 Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. Nadat u de maaimachine heeft gebruikt, moet u de onderkant van de machine telkens wassen om te voorkomen dat er zich gras verzamelt. Hierdoor wordt gras beter fijn gemaakt en het maaisel beter verstrooid. 4 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Stalling Opmerking: Als de maaimachine na één wasbeurt niet schoon is, moet u deze 30 minuten laten inweken. Herhaal daarna deze procedure. De machine reinigen en stallen 9. Laat de motor opnieuw één tot drie minuten lopen om het overtollig water te verwijderen. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. WAARSCHUWING 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor.
11. Verwijder de bougie(s) en controleer de toestand daarvan, zie Onderhoud van de bougie (bladz. 29). Nadat de bougie(s) uit de cilinder is (zijn) verwijderd, giet u 2 eetlepels motorolie in de bougie-opening. Gebruik de startmotor om de motor te laten draaien en zo de olie over de cilinderwand te verspreiden. Monteer de bougie(s). De bougiekabel niet op de bougie(s) drukken. 12. Verwijder vuil en maaisel van de bovenkant van het maaidek. 13.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. 5.
Probleem De maaihoogte is ongelijk. Mogelijke oorzaak 1. Maaimes(sen) bot. 1. Mes(sen) slijpen. 2. Maaimes(sen) verbogen of niet in balans. 3. Het maaidek staat niet horizontaal. 2. Nieuwe maaimes(sen) monteren. 4. Een antiscalpeerwiel is niet correct afgesteld. 5. De onderkant van het maaidek is vuil. 6. De bandenspanning is niet correct. 7. Mesas verbogen. Messen draaien niet. Remedie 3. Maaidek horizontaal stellen en in de correcte schuinstand stellen. 4. Hoogte van antiscalpeerwiel afstellen. 5.
Schema's G014644 Installatieschema (Rev.
Opmerkingen: 48
Opmerkingen: 49
Opmerkingen: 50
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Golf international Turizm Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.) Hydroturf Int.
Producten voor thuisgebruik Toro Garantie en De Toro GTS-startgarantie Gedekte voorwaarden en producten De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen de oorspronkelijke koper1 gezamenlijk de garantie dat ze het hieronder vermelde Toro-product zullen repareren als het materiaalgebreken of fabricagefouten vertoont of als de Toro GTS (Guaranteed to Start) motor niet start bij de eerste of de tweede poging, op voorwaarde