Form No. 3371-704 Rev B TimeCutter® ZS 4200 en 5000 zitmaaier Modelnr.: 74386—Serienr.: 312000001 en hoger Modelnr.: 74387—Serienr.: 312000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Deze machine is een zitmaaier met draaiende messen bedoeld voor gebruik door particulieren in huiselijke toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. De machine is niet ontworpen voor het maaien van borstelig gras of andere begroeiing langs de snelweg of voor gebruik in de landbouw. Modelnr.: Serienr.
Veiligheid Bestuurdersstoel instellen ................................... 24 Rijhendels afstellen............................................. 25 Machine met de hand duwen............................... 25 Grasgeleider ....................................................... 26 Omzetten in zij-uitworp (voor modellen met 107 cm dek).................................................... 26 Omzetten in zij-uitworp (voor modellen met 127 cm dek)....................................................
• Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. • Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht. • Alle werktuigkoppelingen uitschakelen en versnelling in vrij schakelen voordat u de motor start. • Gebruik de maaimachine niet op hellingen van meer dan 15 graden. • Denk eraan dat elke helling gevaarlijk is. Het rijden op met gras begroeide hellingen vereist bijzondere zorgvuldigheid.
Veilige bediening Toro zitmaaiers – voordat u verstoppingen losmaakt of het uitwerpkanaal ontstopt; – voordat u de maaimachine gaat controleren, schoonmaken of andere werkzaamheden gaat uitvoeren; De volgende lijst bevat veiligheidsinstructies die specifiek zijn toegesneden op Toro producten, of andere veiligheidsinstructies die niet zijn opgenomen in de CEN-norm – als u een vreemd voorwerp raakt.
• Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, enz. uit het maaigebied, of markeer deze. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 836. • Let op greppels, kuilen, stenen, gaten en verhogingen in het maaigebied die de werkhoek veranderen, omdat de machine kan omkantelen op oneffen terrein.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-7009 1. Waarschuwing – Gebruik de maaimachine niet als de grasgeleider omhoog geklapt of verwijderd is; zorg ervoor dat de grasgeleider is gemonteerd. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
110-6691 119-8815 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 1. Parkeerstand 2. Snel 3. Langzaam 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen – Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 4. Neutraalstand 5. Achteruit 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 112-9840 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 120-5470 1. Maaihoogte 121-2989 1. Omloophendel, hendel in duwstand 2. Omloophendel, hendel in gebruikstand 10 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8.
120-5468 1. Traag 2. Snel 120-2239 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 5. Waarschuwing – Gebruik geen dubbele laadbruggen, gebruik een laadbrug uit één stuk voor het vervoeren van de machine. 2. Waarschuwing – Lees de instructies voordat u serviceof onderhoudswerkzaamheden uitvoert; zet de rijhendels in de (rem)stand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en maak de bougiekabel los. 6.
1-0772 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, aftakasschakelaar 3.
121-0773 1. Snel 2. Continu snelheidsregeling 4. Choke 5. Aftakas, aftakasschakelaar 3.
Algemeen overzicht van de machine 4 3 5 9 6 G01491 1 8 2 7 10 1 11 2 12 Figuur 4 Model met maaidekken van 107 cm 1. Grasgeleider 4. Maaihoogtehendel 7. Voetsteun 10. Motor 2. Achteraandrijfwiel 5. Bestuurdersstoel 8. Dop van brandstoftank 11. Motorscherm 3. Rijhendels 6. Smart Speed™ hendel 9. Bedieningspaneel 12. Voorste zwenkwiel 3 4 2 11 10 12 G014910 5 1 9 6 15 14 13 7 8 Figuur 5 Model met maaidekken van 127 cm 1. Voetbedieningshendel 5. Smart Speed™ hendel 2.
Bedieningsorganen Aftakasschakelaar Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen in Figuur 4, Figuur 5, en Figuur 6 voordat u de motor start en de machine gebruikt. Met de aftakasschakelaar, aangeduid met het aftakassymbool, schakelt u de aandrijving naar de maaimessen aan of uit (Figuur 6). Rijhendels en parkeerstand. De rijhendels zijn snelheidsgevoelig en bedienen onafhankelijke wielmotoren.
Gebruiksaanwijzing G014521 Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid staat voorop Veiligheid van de bestuurder 1 Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen. Figuur 8 1.
GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Brandstoftank vullen Het veiligheidssysteem is bedoeld om starten van de motor alleen mogelijk te maken wanneer: Zet de motor af en zet de rijhendels in de parkeerstand. De maximale capaciteit van de tank is 11 liter (2,9 gallons). • de maaimessen zijn uitgeschakeld. • de rijhendels in de parkeerstand staan. Voordat u start Belangrijk: Giet de brandstoftank niet te vol. Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis. Dit geeft de brandstof in de tank ruimte om uit te zetten.
1 4 2 G014895 3 Figuur 11 1. Vulopening 3. Brandstof 2. Onderkant vulbuis, NIET HOGER VULLEN 4. Leeg voor uitzetting van de brandstof. Belangrijk: Giet de brandstoftank niet te vol. Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis. Dit geeft de brandstof in de tank ruimte om uit te zetten. Als de tank te vol wordt gevuld, kan dit leiden tot brandstoflekkage of schade aan de motor of het emissiesysteem. Figuur 12 1. Bedieningspaneel 2. Aftakasschakelaar – UIT 3.
Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 10 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 60 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor schade oplopen. 2. Zet de gashendel op SNEL. Opmerking: U moet de maaimessen altijd inschakelen met de gashendel op SNEL. 3. Trek de aftakasschakelaar omhoog op AAN en schakel de messen in (Figuur 15). Figuur 15 1. Bedieningspaneel Figuur 14 1. Bedieningspaneel 5. Lopen 2.
Veiligheidssysteem testen WAARSCHUWING Controleer de werking van het veiligheidssysteem telkens voordat u de machine in gebruik neemt. Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. De machine kan zeer snel ronddraaien. De bestuurder kan de controle over de machine verliezen. Dit kan leiden tot lichamelijk letsel en schade aan de machine. 1.
1 G014475 Figuur 18 1. Smart speed hendel Om de snelheid te veranderen: G008952 1. Zet de rijhendels in neutraal en naar buiten in de parkeerstand; schakel de mesbedieningsschakelaar uit. Figuur 19 Om in een rechte lijn te rijden, moet u gelijkmatige druk uitoefenen op beide rijhendels (Figuur 17). WAARSCHUWING De rijhendels loslaten terwijl de machine beweegt, kan ertoe leiden dat u de controle verliest en de machine u of omstanders verwondt.
3 1 2 G015319 G008953 Figuur 20 Figuur 21 Om in een rechte lijn te rijden, moet u gelijke druk uitoefenen op beide rijhendels (Figuur 20). 1. Maaihoogtehendel 3. 115 mm, transportstand 2. Maaihoogtestanden Om te draaien, vermindert u de druk op de rijhendels in de richting waarin u wilt draaien. 1. Trek de hendel omhoog en naar binnen om de gewenste maaihoogte in te stellen. Om te stoppen, zet u beide in de neutraalstand. 2.
Bestuurdersstoel instellen 4 U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit. 3 Model met maaidekken van 107 cm 2 1 g019929 1. Zet de stoel omhoog en draai de stelbouten net zover los dat u de stoel kunt bewegen (Figuur 24). 5 Figuur 22 1. Antiscalpeerrol 4. Bovenste gat — met het maaidek op een maaihoogte van 63 mm of lager. 2.
De machine duwen Rijhendels afstellen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, schakel de motor uit en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te verlaten. 3. Zoek de omloophendels op het frame aan beide kanten van de machine. 4. Zet de omloophendels naar voren door het spiegat en dan naar beneden om ze vast te zetten zoals wordt getoond in Afbeelding 23 Figuur 27.
Grasgeleider G009660 1 Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. 2 GEVAAR 3 Zonder aangebrachte grasgeleider, uitworpafsluiter of complete grasvanger kunnen u of anderen in aanraking met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen komen. Contact met het draaiende maaimes en uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken.
Omzetten in zij-uitworp (voor modellen met 127 cm dek) afvoert als de machine in de zijuitworpmodus staat. De uitworpafsluiter monteren om te mulchen Dit maaidek kan optioneel gebruikt worden met zijafvoer. Verwijder de uitworpafsluiter om in zijafvoermodus te werken. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
1 1 2 2 4 3 3 G015321 Figuur 33 1. Bout (5/16 x 3/4 inch) 3. Borgmoer (5/16 inch) 2. Keerplaat 1 10. Draai de sluitingen vast met een torsie van 7-9 Nm. 11. Laat de grasgeleider over de uitwerpopening zakken. G006475 Belangrijk: Het maaidek moet zijn uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert als de machine in de zijuitworpmodus staat. Figuur 32 1. Rechterplaat 3. Uitwerpopening 2. Klemring en knop 4.
Gras niet te kort afmaaien het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven. Probeer altijd één zijkant van de machine vrij van ongemaaid gras te houden, zodat lucht kan worden aangezogen. Als de maaibreedte van het maaidek groter is dan die van het maaidek dat u voorheen gebruikte, zet u de maaihoogte één stand hoger. Hierdoor voorkomt u dat oneffenheden te kort worden afgemaaid.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • De motorolie verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • • Veiligheidssysteem controleren. Controleer het motoroliepeil. Luchtinlaatrooster reinigen. Maaimessen controleren. Controleer de grasgeleider op schade. Maaikast reinigen. Om de 25 bedrijfsuren • Alle smeerpunten smeren.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Smering De lagers smeren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle smeerpunten smeren. De stoel omhoog zetten Type vet: nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis Zorg ervoor dat de rijhendels in de parkeerstand staan. Kantel de stoel naar voren. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. Om bij de volgende onderdelen te kunnen komen, hoeft u enkel de stoel omhoog te zetten. 2.
Onderhoud motor 4. Zet telkens een smeerpistool op een nippel (Figuur 34 en Figuur 35). Spuit vet in de nippels totdat er nieuw vet bij de lagers naar buiten komt. Onderhoud van het luchtfilter 5. Overtollig vet wegvegen. Opmerking: Als u in erg stoffige of zanderige omstandigheden werkt, voer dan om de paar bedrijfsuren onderhoudswerkzaamheden uit aan het luchtfilter. Het element verwijderen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
vervangen. (vaker in stoffige, vuile omstandigheden) WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. 1. Klop het element voorzichtig tegen een vlak oppervlak om vuil en stof te verwijderen. Houd kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. 2. Controleer het filter op scheuren, een vettig oppervlak of beschadiging van de afdichting.
1 2 3 4 6 7 8 9 5 1 2 3 4 5 6 G014971 10 Figuur 39 G008792 Figuur 38 Motorolie verversen Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren—De motorolie verversen. Om de 100 bedrijfsuren—De motorolie verversen. (vaker in stoffige, vuile omstandigheden) Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. 1. Parkeer de machine zo dat de aftapkant iets lager staat dan de andere kant zodat alle olie kan weglopen. 2.
4. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 40). 1 3 1 2 3 4 2 4 5 5 6 6 3/4 G008796 Figuur 40 G008748 Figuur 41 Motoroliefilter vervangen Opmerking: Controleer of de pakking van het oliefilter contact maakt met de motor en draai nog 3/4 slag extra vast. Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Oliefilter vervangen. (vaker in stoffige, vuile omstandigheden) 3.
Bougie verwijderen 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 16 ft-lb 22 N-m G010687 Figuur 44 Figuur 42 Opmerking: Door de diepe uitsparing rond de bougie is doorblazen met perslucht gewoonlijk de meest effectieve manier om de holte te reinigen.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. 1 2 3 • Verricht onderhoudswerkzaamheden in verband met het brandstofsysteem als de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein. Eventueel gemorste benzine opnemen.
Onderhoud elektrisch systeem 3 6 2 5 1 7 Accu opladen Accu verwijderen WAARSCHUWING 4 Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. G005072 Figuur 46 • Zorg ervoor dat bij het verwijderen of installeren van de accu de accupolen niet in aanraking komen met metalen onderdelen van de machine.
Accu monteren Onderhoud aandrijfsysteem 1. Plaats de accu in de bak (Figuur 46). 2. Bevestig de pluskabel (rood) aan de pluspool (+) van de accu met de bevestigingen die u eerder hebt verwijderd. Bandenspanning controleren 3. Bevestig de minkabel aan de minpool (-) van de accu met de bevestigingen die u eerder hebt verwijderd. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. 4. Schuif het rode stofkapje voor de accupool op de pluspool (rood) van de accu.
Onderhoud van het maaidek 1 Onderhoud van de maaimessen Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten. Controleer elke dag of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is.
3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 1 Figuur 51 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Schade G014973 3 2 Figuur 53 Controle op kromme messen 1. Mes, in meetstand 2. Egaal oppervlak Opmerking: De machine moet op een egaal oppervlak staan voor de volgende procedure. 3. Gemeten afstand tussen mes en oppervlak (A) 1. Breng het maaidek omhoog naar de hoogste maaihoogtestand; ook wel de 'transportstand' genoemd. 4.
1 G014973 3 2 Figuur 56 Figuur 55 1. Mes aan andere zijde, in meetstand 1. Vleugel van het mes 4. Mesbout 2. Mes 5. Mesversteviging (alleen modellen met maaidekken van 107 cm) 2. Egaal oppervlak 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) 3. Klemring WAARSCHUWING De maaimessen slijpen Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes.
2. Monteer de mesversteviger, de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 56). 1 2 3. Draai de mesbout vast met een torsie van 47–88 Nm. G009682 Maaidek horizontaal stellen 3 3 Controleer of het maaidek horizontaal staat telkens wanneer u de maaier installeert of wanneer u een ongelijke maaiplek in uw gras ziet. 2 4 Het maaidek moet op gebogen messen worden gecontroleerd voorafgaand aan het horizontaal brengen; eventuele gebogen messen moeten worden verwijderd en vervangen.
G015323 5 1 1 2 G015325 4 3 Figuur 63 2 1. 6,35 mm Figuur 61 1. Ophangbeugel 4. Borgmoer aan de zijkant. 2. Gleufstand 5. Zijstelbout 10. Houd het maaidek op de ingestelde stand en draai de borgmoer aan de zijkant op de ophangbeugel vast om het maaidek in de nieuwe stand vast te zetten (Figuur 62). Draai de achterste borgmoer op de ophangbeugel los. 3. Geborgde stand 8. Draai de achterste borgmoer op de ophangbeugel los (Figuur 62). 11.
2 1 G009658 2 3 Figuur 64 Maaidekken met 2 messen 1. Messen in lengterichting 1 2. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot ht platte oppervlak hier. 2 G014634 Figuur 66 3 1. Stelstang 2. Stelblok 2 1 7. Om de voorkant van het maaidek hoger te zetten, draait u de stelmoer vaster. Om de voorkant van het maaidek lager te zetten, draait u de stelmoer losser. 2 8. Na de afstelling moet u de schuimstand van het maaidek nogmaals controleren.
Onderhoud drijfriem van maaidek Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De riemen op slijtage/scheurtjes controleren. Controleer de riemen op scheuren, gerafelde randen, schroeiplekken of andere schade. Vervang beschadigde riemen. 3 1 2 Aandrijfriem van maaidek vervangen Tekenen dat een riem aan het slijten is, zijn: gieren tijdens het draaien van de riem, slippen van de messen tijdens het maaien, gerafelde randen, schroeiplekken en scheuren.
5. Leg de nieuwe riem rond de motorpoelie en de poelies van het maaidek (Figuur 70). 2 6. Gebruik een veerverwijderaar (Toro onderdeelnummer 92-5771) en plaats de spanpoelieveer terug op de maaidekhaak om spanning op de spanpoelie en riem te zetten (Figuur 69 en Figuur 70). 5 1 3 4 Maaidek monteren 3 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
3 Reiniging 4 Onderkant van maaimachine wassen 5 6 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Maaikast reinigen. 2 Nadat u de maaimachine heeft gebruikt, moet u de onderkant van de machine telkens wassen om te voorkomen dat er zich gras verzamelt. Hierdoor wordt gras beter fijn gemaakt en het maaisel beter verstrooid. 7 1 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. G005192 Figuur 71 1. Maaidek 2. Grasgeleider 5. Veer 6. Moer (3/8 inch) 3.
Stalling 7. Draai de kraan dicht en maak de snelkoppeling los van de wasaansluiting. Reiniging en stalling Opmerking: Als de maaimachine na één wasbeurt niet schoon is, moet u deze 30 minuten laten inweken. Herhaal daarna deze procedure. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor.
Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. Choke de motor. Start de motor en laat deze lopen totdat de motor niet meer start. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze volgens de plaatselijk geldende voorschriften. Belangrijk: Benzine waaraan stabilizer/conditioner is toegevoegd, niet langer dan 30 dagen bewaren. 11. Verwijder de bougie(s) en controleer de toestand ervan; zie Bougies vervangen in het hoofdstuk Motoronderhoud.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. 5.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De omloopkleppen zijn open. 1. Sluit de sleepkleppen. 2. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 3. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 4. De transmissie is uitgevallen. 2. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. De bevestigingsbouten van de motor zitten los. 1.
Schema's G014644 Installatieschema (Rev.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro-dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Internationale lijst van distributeurs Dealer: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.
Toro Garantie Gedekte voorwaarden en producten Plichten van de eigenaar The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper* krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.