Form No. 3366-397 Rev B TimeCutter® ZS 3200 zitmaaier Modelnr.: 74385—Serienr.: 311000001 en hoger G015307 Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Deze machine is een zitmaaier met draaiende messen bedoeld voor gebruik door particulieren in huiselijke toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. De machine is niet ontworpen voor het maaien van borstelig gras en andere begroeiing langs de snelweg of voor gebruik in de landbouw. Modelnr.: Serienr.
Veiligheid Tips voor bediening en gebruik........................... 23 Onderhoud ................................................................ 25 Aanbevolen onderhoudsschema ............................. 25 Procedures voorafgaande aan onderhoud................ 25 De stoel omhoog zetten...................................... 25 Smering.................................................................. 26 De lagers smeren ................................................ 26 Onderhoud motor..................
• Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. • Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht. • Alle werktuigkoppelingen uitschakelen en versnelling in vrij schakelen voordat u de motor start. • Gebruik de maaimachine niet op hellingen van meer dan 15 graden. • Denk eraan dat elke helling gevaarlijk is. Het rijden op met gras begroeide hellingen vereist bijzondere zorgvuldigheid.
Veilige bediening Toro zitmaaiers – voordat u verstoppingen losmaakt of het uitwerpkanaal ontstopt; – voordat u de maaimachine gaat controleren, schoonmaken of andere werkzaamheden gaat uitvoeren; De volgende lijst bevat veiligheidsinstructies die specifiek zijn toegesneden op Toro producten, of andere veiligheidsinstructies die niet zijn opgenomen in de CEN-norm – als u een vreemd voorwerp raakt.
• Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, enz. uit het maaigebied, of markeer deze. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 836. • Let op greppels, kuilen, stenen, gaten en verhogingen in het maaigebied die de werkhoek veranderen, omdat de machine kan omkantelen op oneffen terrein.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 114-1606 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Zorg ervoor dat alle beschermplaten op hun plaats zitten. 110-6691 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen - Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 120-5469 1. Maaihoogte 120-5465 1. Omloophendel, hendel in duwstand 2. Omloophendel, hendel in gebruikstand 9 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8.
120-5468 1. Traag 2. Snel 119-3468 1. Choke 5. Aftakas, sommige modellen hebben een aftakasschakelaar 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 6. Aftakasschakelaar – UIT 7. Aftakasschakelaar – Aan 4.
120-2239 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 5. Waarschuwing - Gebruik geen dubbele laadbruggen, gebruik een laadbrug uit één stuk voor het vervoeren van de machine. 2. Waarschuwing – Lees de instructies voordat u serviceof onderhoudswerkzaamheden uitvoert; zet de rijhendels in de (rem)stand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en maak de bougiekabel los. 6.
Algemeen overzicht van de machine G017233 10 14 Figuur 4 1. Voetsteun 5. Bedieningspaneel 2. Maaihoogtehendel 6. Bestuurdersstoel 3. Rijhendels 7. Wiel van achterwielaandrij- 11. Wasaansluiting ving 4. Smart speed hendel 8. Dop van brandstoftank 9. Grasgeleider 10. Motor 13. Voorste zwenkwiel 14. Motorscherm 12. Maaidek Bedieningsorganen Contactschakelaar Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen in Figuur 4, en Figuur 5 voordat u de motor start en de machine gebruikt.
Rijhendels en parkeerstand. Maaihoogtehendel De rijhendels zijn snelheidsgevoelig en bedienen onafhankelijke wielmotoren. Als u een hendel naar voren of naar achteren beweegt, draait het wiel aan dezelfde kant vooruit of achteruit; de snelheid van de wielen is evenredig aan hoever u de hendel beweegt. Zet de rijhendels vanuit het midden naar buiten in de parkeerstand en verlaat de machine (Figuur 16). Zet de rijhendels altijd in de parkeerstand als u de machine stopt of onbeheerd achterlaat.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid staat voorop Veiligheid van de bestuurder Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen. Figuur 8 1.
Het veiligheidssysteem is bedoeld om starten van de motor alleen mogelijk te maken wanneer: GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Benzine-/ethermengsels 1 4 Mengsels van methyl-tertiair-butylether (MTBE) en loodvrije benzine (maximaal 15 percent MTBE per volume) zijn toegestaan door de motorfabrikant voor brandstofgebruik. Andere benzine-/ethermengsels zijn niet toegestaan. 2 G014895 Brandstoftank vullen 3 Figuur 10 Zet de motor af en zet de rijhendels in de parkeerstand. De maximale capaciteit van de tank is 11 liter (2,9 gallons). Belangrijk: Giet de brandstoftank niet te vol. Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis.
Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken. 2 3 1 1 4 5 G014460 6 3 G014459 Figuur 13 4 2 5 1. Bedieningspaneel 4. Uit 2. Contactsleuteltje – LOPEN-stand 3. Contactsleuteltje – START-stand 5. Lopen 6. Start 5. Zodra de motor start, zet u de gashendel op Snel (Figuur 12). Als de motor afslaat of hapert, moet u de gashendel weer enkele seconden op Choke zetten. Herhaal dit indien nodig. 6 Figuur 12 1. Bedieningspaneel 4. Snel 2.
2 1 Start de motor. Als de motor loopt, schakelt u de aftakas in en komt u iets overeind uit de bestuurdersstoel. De motor moet nu stoppen. 4. Neem plaats op de bestuurdersstoel, schakel de aftakas uit en zet de rijhendels in de parkeerstand. Start de motor. Als de motor loopt, moet u de rijhendels in de middelste, onvergrendelde stand zetten en de aftakas inschakelen. Kom iets overeind uit de bestuurdersstoel. De motor moet nu stoppen. G014461 Figuur 14 1. Bedieningspaneel Motor afzetten 2.
1. Zet de rijhendels in neutraal en naar buiten in de parkeerstand; schakel de mesbedieningsschakelaar uit. WAARSCHUWING De rijhendels loslaten terwijl de machine beweegt, kan ertoe leiden dat u de controle verliest en de machine u of omstanders verwondt. Schakel de machine altijd uit en beweeg de rijhendels naar de parkeerstand voordat u het Smart Speed™ besturingssysteem instelt. 2. Zet de hendel in de gewenste stand. Vooruit 1. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. 2.
Achteruit 1. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. 2. Om achteruit te rijden, kijkt u achteruit en naar beneden terwijl u de rijhendels langzaam achteruit trekt (Figuur 19). Figuur 20 1. Maaihoogtehendel 3. 115 mm, transportstand 2. Maaihoogtestanden 1. Trek de hendel omhoog en naar binnen om de gewenste maaihoogte in te stellen. G008953 Figuur 19 2. Als de gewenste maaihoogte is bereikt, laat u de hendel langzaam zakken tot de stand wordt geborgd.
Rijhendels afstellen De machine duwen De hoogte instellen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2. Zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, schakel de motor uit en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te verlaten. De rijhendels kunnen hoger of lager worden gesteld volgens de wensen van de bestuurder. 1.
Gebruik van de machine 2. Zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 3. Verwijder de vleugelmoer en de bout waarmee het deksel bevestigd is (Figuur 24). Bewaar alle onderdelen voor later gebruik. Beweeg de omloophendels naar binnen en terug in de horizontale sleuf (Figuur 23) om de wielmotoren in te schakelen.
hoge gasstand en maaisnelheid te combineren met een lage grondsnelheid voor een betere maaikwaliteit. Wanneer u een gazon voor de eerste keer maait Laat het gras iets langer dan normaal, om te voorkomen dat oneffenheden in het gras volledig worden weggemaaid. In het algemeen kan het best de voorheen gebruikte maaihoogte worden gekozen. Als u gras van meer dan 15 cm lang gaat maaien, kunt u het best in twee keer maaien om een goed maairesultaat te verkrijgen.
Stoppen tijdens het maaien Als u de machine tijden het maaien moet stoppen, kan er een kluit maaisel op het gazon achterblijven. Om dit te voorkomen, moet u de messen inschakelen en de maaimachine rijden naar een gedeelte van het gazon dat al is gemaaid. Onderkant van het maaidek schoonhouden Verwijder na elk gebruik maaisel en vuil van de onderkant van het maaidek. Als zich gras en vuil in het maaidek verzamelt, leidt dat uiteindelijk tot een onbevredigend maairesultaat.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Bij elk gebruik of dagelijks Onderhoudsprocedure • • • • • • • Veiligheidssysteem controleren. Controleer het luchtfilter op vuile, losse of beschadigde onderdelen. Het motoroliepeil controleren. De luchtinlaat en de motorkoeling controleren, indien nodig repareren. Maaimessen controleren. Controleer de grasgeleider op schade. Maaikast reinigen.
Smering 4. Zet telkens een smeerpistool op een nippel (Figuur 26 en Figuur 27). Spuit vet in de nippels totdat er nieuw vet bij de lagers naar buiten komt. De lagers smeren 5. Overtollig vet wegvegen. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Alle smeerpunten smeren. Type vet: nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Onderhoud motor (vaker in zeer stoffige, vuile omstandigheden) 1. Verwijder het luchtfilterdeksel (Figuur 28). Onderhoud van het luchtfilter 2. Verwijder het luchtfilterelement met de ingebouwde rubberen afdichting (Figuur 28). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer het luchtfilter op vuile, losse of beschadigde onderdelen. 3. Klop voorzichtig op de geplooide kant van het papierelement om vuil te verwijderen.
Olie verversen en filter vervangen 2. Controleer of de motor is afgezet, horizontaal staat en is afgekoeld zodat de de olie tijd heeft om weg te lopen naar de opvangbak. Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Motorolie verversen en filter vervangen. 3. Om te voorkomen dat er vuil, maaisel, enz. in de motor terechtkomt, moet u de omgeving van de vuldop/peilstok reinigen voordat u deze verwijdert.
7. Plaats een opvangbak onder de machine direct onder de aftapslang zoals wordt getoond in Figuur 32. 1 3 2 5 1 1 1 G005177 1 3 Figuur 33 G014536 3. Tussenstuk 1. Oliefilter 2. Pakking 2 15. Giet ca. 80 % van de gespecificeerde hoeveelheid olie langzaam in de vulbuis (Figuur 30). 4 16. Plaats de vuldop/peilstok weer stevig op zijn plaats (Figuur 30). 17. Controleer het oliepeil (Figuur 30); zie Oliepeil controleren. Figuur 32 1. Olieaftapplug 4. Opvangbak 2. Frame van de machine 3.
Bougie monteren Opmerking: Door de diepe uitsparing rond de bougie is doorblazen met perslucht gewoonlijk de meest effectieve manier om de holte te reinigen. De bougie is heel goed bereikbaar als het ventilatorhuis wordt verwijderd voor reinigingswerkzaamheden. 1. Monteer de bougie. Controleer of de elektrodenafstand correct is. 2. Draai de bougie vast met een torsie van 41 Nm. 3. Sluit de bougiekabel aan op de bougie (Figuur 34). 3. Verwijder de bougie en de metalen afdichtring.
Onderhoud brandstofsysteem G014689 GEVAAR In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. 1 4 5 6 • Verricht onderhoudswerkzaamheden in verband met het brandstofsysteem als de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein. Eventueel gemorste benzine opnemen.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
30 25 30 1 25 Figuur 38 1. Pluspool van de accu 3. Rode (+) oplaadkabel 2. Minpool van de accu 4. Zwarte (-) oplaadkabel 2 G014540 Figuur 39 1. Hoofdleiding – 30 A Opmerking: Gebruik de machine nooit wanneer de accu is losgekoppeld; dit kan beschadigingen aan het elektrische systeem tot gevolg hebben. 2. Laadcircuit – 25 A 4. Plaats het bedieningspaneel terug op zijn plaats. Gebruik de schroeven die u eerder hebt verwijderd om het paneel weer te bevestigen. Accu monteren 1.
Onderhoud aandrijfsysteem 1 Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Bandenspanning controleren. Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben. Een ongelijke bandenspanning kan leiden tot onregelmatige maairesultaten. Controleer de bandenspanning bij het ventiel (Figuur 40). De bandenspanning kan het best bij koude banden worden gecontroleerd.
Onderhoud van het maaidek Onderhoud van de maaimessen Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten. Figuur 42 Controleer elke dag of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is.
3. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 1 1 G009680 3 2 G009680 Figuur 46 3 2 1. Mes aan andere zijde, in meetstand 2. Egaal oppervlak Figuur 44 3. Tweede gemeten afstand tussen mes en oppervlak (B) 1. Mes, in meetstand 2. Egaal oppervlak 3. Gemeten afstand tussen mes en oppervlak (A) WAARSCHUWING Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes.
2. Monteer de mesversteviger, de klemring (holle kant naar het mes toe) en de mesbout (Figuur 47). 3. Draai de mesbout vast met een torsie van 47–88 Nm. 1 5 Maaidek horizontaal stellen 3 Controleer of het maaidek horizontaal staat telkens wanneer u de maaier installeert of wanneer u een ongelijke maaiplek in uw gras ziet. 2 4 G015292 Figuur 47 1. Vleugel van het mes 4. Mesbout 2. Mes 5.
1 G014630 G015323 3 5 1 2 4 4 4 3. Buitenste snijranden 2. Vleugel van het mes 4. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 2 Figuur 51 Figuur 50 Maaidekken met één mes 1. Maaimes horizontaal 3 1. Ophangbeugel 4. Borgmoer aan de zijkant. 2. Gleufstand 5. Zijstelbout 3. Geborgde stand 8. Zet de achterste borgmoer van de ophangbeugel net genoeg los om de beugel te kunnen bewegen (Figuur 52). 5.
1 2 G014631 1 2 G015325 Figuur 53 1. 6,35 mm 2 2. 3,175 mm Figuur 54 1. Mes in lengterichting 10. Houd het maaidek op de ingestelde stand en draai de achterste borgmoer van de ophangbeugel vast om het maaidek in de nieuwe stand vast te zetten (Figuur 52). Draai de zijborgmoer van de ophangbeugel los. 2. Meet vanaf het uiteinde van het mes tot het platte oppervlak hier. 5.
1,6–7,9 mm lager staat dan het uiteinde van het achterste mes (Figuur 54). 9. Als de schuinstand correct is, moet u nogmaals controleren of het maaidek horizontaal staat; zie Maaidek horizontaal stellen. Maaidek verwijderen 2 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
4. Gebruik een veerverwijderaar (Toro onderdeelnummer 92-5771), verwijder de spanpoelieveer van de maaidekhaak om de spanning op de spanpoelie te verwijderen en rol de riem van de poelies (Figuur 58). 3. Schuif het maaidek onder de machine. 4. Zet de maaihoogtehendel in de laagste stand. 5. Hef de achterkant van het maaidek op en leid de ophangbeugels over de achterste hefstang (Figuur 57). 6. Bevestig de voorste steunstang aan het maaidek met de gaffelpen en de R-pen (Figuur 56). 7.
Reiniging 3. Schuif de stang uit de korte afstandhouder, veer en grasgeleider (Figuur 59). Verwijder een beschadigde of versleten grasgeleider. Onderkant van maaimachine wassen 4. Monteer de grasgeleider (Figuur 59). 5. Schuif de stand bij het rechte uiteinde door achterste beugel van de grasgeleider. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Maaikast reinigen. 6. Plaats de veer op de stang, met de einddraden omlaag, tussen de beugels van de grasgeleider.
Stalling 7. Draai de kraan dicht en maak de snelkoppeling los van de wasaansluiting. Reiniging en stalling Opmerking: Als de maaimachine na één wasbeurt niet schoon is, moet u deze 30 minuten laten inweken. Herhaal daarna deze procedure. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten in de parkeerstand, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor.
Choke de motor. Start de motor en laat deze lopen totdat de motor niet meer start. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze volgens de plaatselijk geldende voorschriften. Belangrijk: Benzine waaraan stabilizer/conditioner is toegevoegd, niet langer dan 30 dagen bewaren. 11. Verwijder de bougie(s) en controleer de toestand ervan; zie Bougies vervangen in het hoofdstuk Motoronderhoud.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. 5.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De omloopkleppen zijn open. 1. Sluit de sleepkleppen. 2. De tractieriemen zijn versleten, los of stuk. 3. De tractieriemen zitten niet op de poelies. 4. De transmissie is uitgevallen. 2. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. De bevestigingsbouten van de motor zitten los. 1.
Schema's G014644 Installatieschema (Rev.
Opmerkingen: 48
Opmerkingen: 49
Opmerkingen: 50
Lijst met internationale dealers Dealer: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.) Hydroturf Int. Co Dubai Hydroturf Egypt LLC Ibea S.P.A. Irriamc Irrigation Products Int'l Pvt Ltd. Jean Heybroek BV. Lely (U.K.) Limited Maquiver S.A.
Toro Garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Plichten van de eigenaar Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper* krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.