Form No. 3405-841 Rev A Z Master® 8000-serie zitmaaiers met 122 cm Direct-Collect maaidek Modelnr.: 74311TE—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002 WAARSCHUWING Standaard gemonteerde oorspronkelijke onderdelen en accessoires verwijderen kan een invloed hebben op de garantie, tractie en veiligheid van de machine. Niet-originele Toro onderdelen gebruiken kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Inhoud De sporing afstellen ................................................42 De bandenspanning controleren...............................42 De wielmoeren controleren .....................................42 Controleren van de wielnaafmoeren ..........................42 Instellen van de zwenklagers van de zwenkwielen ........................................................................42 Onderhoud koelsysteem .............................................
Veiligheid Vóór ingebruikname • Draag tijdens het maaien altijd een lange broek en stevige schoenen met een gripvaste zool. Draag lang haar niet los. Draag geen juwelen. Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. • Inspecteer het terrein waarop u de machine gaat Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken.
– voordat u de maaihoogte instelt, tenzij u deze vanaf de bestuurderspositie kunt instellen. – niet plotseling stoppen of starten op een helling; – houd de snelheid laag op hellingen en in scherpe bochten; • Zet de gashendel terug terwijl de motor uitloopt. Als de machine met een brandstofafsluitklep is uitgerust, draai deze dan dicht als het maaiwerk voltooid is. – let op bulten en kuilen en andere verborgen gevaren; • Ga zorgvuldig te werk als u lasten sleept of zware werktuigen gebruikt.
• Accugassen kunnen ontploffen. Houd sigaretten, vonken maken, waardoor u de controle over de machine kunt verliezen. en open vuur uit de buurt van de accu. • Gebruik altijd originele Toro-onderdelen om de originele standaarden te handhaven. Geluidsdruk • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Deze machine oefent een geluidsdruk van 93 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA).
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93–6696 1. Opgeslagen energie - Lees de gebruikershandleiding. 112-8760 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
2 1 116-8936 3 4 5 6 1. Gevaar – Gebruik de machine niet met het maaidek in de bovenste stand. 7 NVXXXXXX 116-8813 1. Indicator hopper omhoog 5. Parkeerrem 2. Accu 3. Urenteller 4. Aftakas 6. Neutraalstand 7. Dodemansschakelaar 116-8941 116-8934 1. Waarschuwing – Voordat u instellingen uitvoert, onderhoud uitvoert of het maaidek schoonmaakt, moet u de meskoppeling uitschakelen, de motor uitschakelen en het sleuteltje uit het contact halen. 116-8943 2. Maaihoogte. 1.
116-8946 1. Linksom draaien om vrij te zetten 2. Rechtsom draaien om in te schakelen 3. Vrijzetten om de machine te duwen 4. Lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 116-9044 1. Lees de Gebruikershandleiding alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 8. Smeer de vergrendeling van het maaidek om de 100 bedrijfsuren. 2. Controleer de motorolie om de 8 bedrijfsuren. 9. Smeer de scharnierpunten van het maaidek om de 100 bedrijfsuren. 3.
6-9049 1. Gevaar: draaiende onderdelen van de aandrijving – Zorg dat alle beschermkappen van de aandrijflijn op hun plaats zitten. Zorg dat beide uiteinden van de aandrijflijn goed vastzitten. 126-4207 1. Zie de Gebruikershandleiding voor de instelprocedure. Als de aftakas ingeschakeld is, moet de spannerarm zich in het gearceerde gebied bevinden. Als dit niet het geval is, moet deze worden ingesteld. 117–2718 119-0217 1.
Markeringen op de voorkant van de hopper 1. Waarschuwing – Raadpleeg de Gebruikershandleiding. Gebruik de machine alleen als u hiervoor bent opgeleid. Draag gehoorbescherming. 5. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermende delen op hun plaats. Zet de motor af en verwijder het sleuteltje voordat u afstellingen uitvoert, servicewerkzaamheden verricht of schoonmaakt. 2. Kantel- en glijgevaar. Gebruik de machine niet in de buurt van 6.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 10.
Algemeen overzicht van de machine Rijhendels Met de rijhendels kan de machine vooruit en achteruit rijden en in alle richtingen draaien (Figuur 4). Snelheidshendel De snelheidshendel regelt de maximale snelheid bij het vooruitrijden van de machine (Figuur 4). Als u de snelheidshendel naar achteren beweegt, naar de neutraal-stand, wordt de aandrijving op neutraal gezet. Gashendel Met de gashendel kan het toerental van de motor worden geregeld. De gashendel heeft twee standen: Snel en Langzaam.
breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of distributeur of bezoek www.Toro.com voor een lijst van alle goedgekeurde werktuigen en accessoires. Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Breedte: Maaidek van 122 cm Figuur 6 1. Indicators voor de veiligheidssysteem Zonder maaidek 108,2 cm Met maaidek 125,0 cm Lengte: 2. Hopper omhoog Maaidek van 122 cm 3. Uren/volt-display 4.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner toe aan de brandstof en volg de raadgevingen van de fabrikant op. GEVAAR Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het beste als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden.
Parkeerrem vrijzetten Wij adviseren u beschermende uitrusting te gebruiken, zoals een veiligheidsbril, gehoorbescherming, handschoenen, veiligheidsschoenen en een helm. 1 1 2 2 G009027 Figuur 8 1. Draag oogbescherming. G020306 2. Draag gehoorbescherming. Figuur 10 Parkeerrem gebruiken De gashendel bedienen Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. De gashendel heeft twee standen: Snel en Langzaam (Figuur 11).
RT ST A N RU ST O P G008947 Figuur 12 2. Om de motor stoppen, draait u het contactsleuteltje naar de stand stop. Bediening van de aftakashendel g025095 Figuur 13 De aftakashendel schakelt de maaimessen en ventilator aan en uit. Uitschakelen van de aftakashendel WAARSCHUWING 1. Zet de gashendel in de MIDDEN-stand. 2. Duw de aftakashendel naar de STOP-stand om de maaimessen en ventilator te stoppen. Een open uitwerpopening kan objecten naar u en mensen in de buurt werpen.
De motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten. 4 Belangrijk: Stel de parkeerrem in werking voordat u de machine transporteert. 1. Schakel de aftakas uit. 2. Zet de snelheidshendel in de NEUTRALE stand. 3.
De urenteller is voorzien van symbolen om de gebruikers op de hoogte te stellen als het veiligheidssysteem in de juiste stand staat. Als het veiligheidssysteem zich in de juiste stand bevindt, wordt er een driehoekje verlicht in het betreffende hokje. 4 15 Sec Figuur 17 5 g025066 1. De driehoekjes worden verlicht als het veiligheidssysteem zich in de juiste stand bevindt 3. Uren/volt-display 2. Hopper omhoog 4.
2. Stel de parkeerrem in werking als u de machine verlaat; zie Parkeerrem in werking stellen (bladz. 18). 3. Verwijder het sleuteltje uit het contact. motor. Beweeg de snelheidshendel naar voren; de motor moet afslaan. Vooruit- en achteruitrijden VOORZICHTIG Met de gashendel regelt u de snelheid van de motor, oftewel het toerental (in omwentelingen per minuut). Zet de gashendel op SNEL om de beste prestaties te verkrijgen. Laat de motor tijdens het maaien altijd vol gas draaien.
2. Maak de bouten los die aan de rubberen kap zijn bevestigd (Figuur 19). 1 2 g036545 Figuur 19 1. Bouten Figuur 21 2. Rubberen kap 1. Maaidekhandgreep 3. Beweeg de kap naar voren. 2. Draai de borgpen van het maaidek pen naar achteren en trek deze naar buiten om het te ontgrendelen. 4. Maak de bouten los en verwijder de metalen afschermingen getoond in Figuur 20. 3. Duw de borgpen van het maaidek naar binnen en draai deze naar voren om het te vergrendelen. 6.
2. Stel de parkeerrem in werking. WAARSCHUWING 3. Maak de bouten los die aan de rubberen kap zijn bevestigd (Figuur 23). Het inschakelen van de aftakas met het maaidek in de geheven stand kan leiden tot ernstig letsel of schade. 4. Beweeg de kap naar voren. Zet het maaidek altijd naar beneden en vergrendel het in de bedrijfsstand voordat u de aftakas inschakelt. Het maaidek naar beneden zetten in de bedrijfsstand 1 1.
1 2 g034561 Figuur 26 Figuur 25 1. Borgpen 1. Schotten in gesloten stand 2. Maaidekhandgreep 2. Schotten in geopende stand 3. Bout 4. Ring De hopper leegmaken 5. Schotten Een zoemer achter de bestuurder geeft aan dat de hopper vol is. Maak de hopper leeg als u de zoemer kunt horen, dit voorkomt verstopping van de ventilator of het maaidek. 9. Laat het maaidek zakken; zie Het maaidek naar beneden zetten in de bedrijfsstand (bladz. 24). 1.
onder het primaire scherm worden gemonteerd zodat de lucht vrij uit de hopper kan stromen. 4. Draai beide vrijgaveventielen 1 slag linksom om het aandrijfsysteem vrij te zetten (Figuur 28). Hierdoor kan de hydraulische vloeistof langs de pomp worden geleid zodat de wielen kunnen draaien. 5. Zet de parkeerrem vrij voordat u de machine gaat duwen. Opmerking: U mag de machine nooit slepen. 6. Draai de ventielen rechtsom om de machine weer te gebruiken. Opmerking: Draai de ventielen niet te hard vast.
Tips voor bediening en gebruik 5. Zet de machine goed vast op de aanhanger of vrachtwagen met sjorbanden, kettingen, kabels, of touwen die vanaf de machine naar buiten en naar beneden lopen. Gebruik van de snel-stand van de gashendel De machine inladen Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten.
Stoppen Als u de machine tijdens het maaien moet stoppen, kan er een kluit maaisel op uw gazon achterblijven. Om dit te voorkomen kunt u naar een reeds gemaaid oppervlak gaan met de messen ingeschakeld, of u kunt het maaidek uitschakelen terwijl u vooruitgaat. Onderkant van het maaidek schoonhouden Verwijder na elk gebruik maaisel en vuil van de onderkant van het maaidek. Als zich gras en vuil in het maaidek verzamelt, leidt dat uiteindelijk tot een onbevredigend maairesultaat.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 50 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • Ververs de olie in alle 3 tandwielkastbehuizingen. Voeg naar behoefte olie toe, tot de aftapplug bereikt is. • • • • Het koppel van de wielmoeren controleren. Het koppel van de wielnaafmoeren controleren. Controleer de afstelling van de parkeerrem. Vervang het hydraulische filter en de hydraulische vloeistof in het reservoir, onafhankelijk van de gebruikte vloeistof.
Onderhoudsinterval Jaarlijks Jaarlijks of vóór stalling Onderhoudsprocedure • • • • Smeer de zwenkpunten van de zwenkwielen voor met vet. Smeer de naaf van het zwenkwiel achter met vet. Smeer de arm van de riemspanpoelie van de pomp. Smeer de spanner van de aandrijfriem van de aftakas met vet. (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). • Smeer het zwenkpunt van het zwenkwiel achter met vet.
Smeer de spanner van de aandrijfriem van de pomp 1. Zet de hopper omhoog (Figuur 30). Figuur 29 1. Zwenkpunt van het zwenkwiel achter - 1 x per jaar smeren met vet 6. Naven van de zwenkwielen voor - elke 8 uur smeren met vet 2. Spanner van de aandrijfriem van de aftakas - 1 x per jaar smeren met vet 3. Spanner van de aandrijfriem van de pomp - 1 x per jaar smeren met vet 4. Naaf van het zwenkwiel achter - 1 x per jaar smeren met vet 7.
7. Verpak de lagers met smeervet voor algemene doeleinden. 4. Verwijder de bouten en de plaat onder het luchtfilter. 8. Plaats 1 lager en 1 nieuwe afdichting in het wiel. Opmerking: De afdichtingen moeten worden vervangen. 9. Als beide afstandsmoeren van de as zijn verwijderd (of afgebroken), breng dan afdichtkit aan op 1 van de afstandsmoeren en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde. Opmerking: Draai de afstandsmoer niet volledig tot het einde van de as.
Verversen van de olie van de tandwielkast Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Ververs de olie in alle 3 tandwielkastbehuizingen. Voeg naar behoefte olie toe, tot de aftapplug bereikt is. Om de 100 bedrijfsuren—Ververs de olie in alle 3 tandwielkastbehuizingen. Voeg naar behoefte olie toe, tot de aftapplug bereikt is. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2.
Onderhoud motor Opmerking: Zorg ervoor dat u niet met het filter tegen de zijkant van de luchtfilterbehuizing stoot. WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Houd kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken.
markering, omdat de motor daardoor beschadigd kan raken. 2. Als het binnenste filter vervangen wordt, schuif het dan voorzichtig in de filterbehuizing (Figuur 37). 3. Schuif het voorfilter voorzichtig over het binnenste filter (Figuur 37). 1. Zet de snelheidshendel in de NEUTRAAL-stand om de machine te stoppen. Opmerking: Zorg ervoor dat het voorfilter volledig op zijn plaats zit door op de buitenrand te duwen tijdens de montage. 2.
Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. 4. Giet langzaam ongeveer 80 % van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 39). 1. Parkeer de machine zo, dat de achterkant iets lager is dan de voorkant om ervoor te zorgen dat alle olie volledig kan worden afgetapt. 5. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw (Figuur 39). 2.
Bougies verwijderen 2 1. Zet de snelheidshendel in de neutrale stand om de machine te stoppen. 2. Schakel de aftakas uit, schakel de parkeerrem in, stop de motor, en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. 3. Verwijder de bougies. Figuur 42 4 5 Bougies controleren Belangrijk: Vervang bougies als er een zwarte laag op zit, als elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op de bougie zit of als er scheuren zijn.
1 Onderhoud brandstofsysteem 2 WAARSCHUWING De onderdelen van het brandstofsysteem staan onder hoge druk. Gebruik van de verkeerde onderdelen kan leiden tot storingen, benzinelekkage en mogelijk explosies. 3 Gebruik uitsluitend goedgekeurde brandstofleidingen en brandstoffilters.
Onderhoud elektrisch systeem 5. Trek het filter uit de brandstofslangen. 6. Monteer een nieuw filter en schuif de slangklemmen terug tot dicht bij het filter (Figuur 45). Opmerking: Plaats de brandstofleidingen en bevestig ze met plastic kabelbinders. Volg hierbij de fabrieksmontage om ervoor te zorgen dat de brandstofleiding geen contact kan maken met onderdelen die de leiding zouden kunnen beschadigen.
5. Verwijder de vleugelmoeren van de J-vormige haken (Figuur 46). 1. Laad de accu 10 tot 15 minuten op met 25 tot 30 A, of 30 minuten met 10 A. 6. Verwijder de klem (Figuur 46). 2. Zodra de accu volledig is opgeladen, haalt u de acculader uit het stopcontact en maakt u vervolgens de oplaadkabels los van de accuklemmen (Figuur 47). 7. Verwijder de accu. 3. Monteer de accu in de machine en sluit de accukabels aan; zie Accu monteren (bladz. 40).
WAARSCHUWING Accu's bevatten zuur en produceren ontvlambare gassen. • Bescherm te allen tijde uw ogen en gezicht voor de accu's. • Leun niet over de accu's. • Controleer de polariteit van de accupolen en de startkabels voordat u de accu's verbindt. Figuur 48 Opmerking: Ga na of de vuldoppen stevig vastzitten en horizontaal zijn. Indien vochtige doeken voorhanden zijn, legt u deze over de vuldoppen van de accu's.
Onderhoud aandrijfsysteem Opmerking: De band achter is semipneumatisch en de spanning hoeft niet te worden ingesteld. De sporing afstellen De sporingsknop zit onder de stoel. Draai deze knop voor de fijnafstelling zodat de machine recht vooruit rijdt als de rijhendels volledig naar voren zijn geduwd. 1. Laat de machine gedurende minstens 5 minuten op 3/4 snelheid draaien zodat de hydraulische vloeistof de bedrijfstemperatuur bereikt.
Onderhoud koelsysteem 5. Plaats de stofkap. Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder gras, aarde en andere vervuiling van de oliekoeler. Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm. Dit draagt bij tot een adequate koeling en een correct motortoerental en verkleint de kans dat de motor oververhit raakt en wordt beschadigd.
Controleer de hydraulische pompen en maak ze schoon. Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Zet de snelheidshendel in de NEUTRAAL-stand om de machine te stoppen. Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren 2. Schakel de aftakas uit, schakel de parkeerrem in, stop de motor, en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. Volg deze procedure ook wanneer u een onderdeel van de rem heeft verwijderd of vervangen.
Opmerking: Als de remmen uitgeschakeld zijn moet er weinig tot geen speling zijn in de verbinding, en mogen de remmen niet aanlopen. Figuur 55 1. Parkeerrem 2. Stuurhendel 3. Toerenregelaar 4. Verticale veereenheid 5. Moer 6. 6 tot 7 cm 8. De lengte van de verbinding wordt ingesteld met de twee moeren onderaan de verticale veereenheid. De verbinding moet een lengte hebben van 22,7 tot 23,3 cm. Figuur 56 1. 22,7 tot 23,3 cm 2. Moeren 9.
Onderhoud riemen 10. Draai de remband naar onderen, tot de oorspronkelijke positie. 11. Monteer de gaffelpen en haarspeldveer om de remband vast te zetten. 12. Schakel de aftakashendel in. 13. Maak de contramoeren los, stel de verbinding in totdat de bovenkant van de spannerarm uitgelijnd is met de onderkant van de inkeping om de veerarm zoals in Figuur 58. Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 40 bedrijfsuren 1. Stop de machine en duw de snelheidshendel naar de NEUTRAAL-stand. 2.
5. Verwijder de oude riem. 6. Zet de nieuwe riem op de poelies zoals getoond op de sticker achterop de linkerkap van de aandrijving (Figuur 59). Figuur 60 1. 3 mm 2. 11 mm 3. 3 mm speling Figuur 59 1. Aandrijfriem van pomp 4. Pomp 2. Pomp 5. Spanpoelie 3. Spanpoelie 6. Motor 7. Monteer de aandrijfriemen van de aftakas zoals in Vervangen van de aandrijfriemen van de aftakas (bladz. 46). Instellen van de riemgeleiders 1. Stop de machine en duw de snelheidshendel naar de NEUTRAAL-stand. 2.
Onderhoud bedieningsysteem F. Monteer het stoelframe indien dit in stap A verwijderd was. Instellen van de spanning van Instelling van de achteruit-stop de snelheidshendel stang 1. Stop de machine en duw de snelheidshendel naar de NEUTRAAL-stand. 1. Stop de machine en duw de snelheidshendel naar de NEUTRAAL-stand. 2. Schakel de aftakas uit, schakel de parkeerrem in, stop de motor, en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. 2.
VOORZICHTIG Vertrouw nooit uitsluitend op een mechanische of hydraulische krik om het maaidek op te heffen voor service- of onderhoudswerkzaamheden. Dit kan gevaarlijk zijn. Een mechanische of hydraulische krik kan een machine soms niet goed ondersteunen of slecht functioneren, waardoor de machine kan vallen. Dit kan letsel veroorzaken. Vertrouw nooit uitsluitend op een mechanische of hydraulische krik om het maaidek op te heffen.
8. Meet vanaf de poelie van de ventilator: verstel de motor en de omloopas totdat de achterkanten van alle drie poelies binnen 0,8 tot 1,6 mm gelijkliggen (Figuur 64). 4. Met een lineaal: lijn elke pomppoelie uit met de motorpoelie door deze over de pompas te schuiven (Figuur 64). 5. Zet stelschroeven van de poelies vast en controleer de uitlijning. Opmerking: Lijn de drie vlakken uit met een lineaal.
Onderhoud hydraulisch systeem 5. Sluit het deksel en duw dit tegen de hopper. 6. Zet de bevestigingsmiddelen van de scharnieren vast. Open de hopper en verwijder de rubberen strip. Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven Hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 Hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken.
Hydraulisch filter vervangen 8. Veeg de peilstok schoon en draai de peilstok in het reservoir. Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren—Vervang het hydraulische filter en de hydraulische vloeistof in het reservoir, onafhankelijk van de gebruikte vloeistof. 9. Neem de peilstok eruit en bekijk het uiteinde (Figuur 68). Als het peil zich bij het Toevoegen merkteken bevindt, giet dan langzaam voldoende vloeistof in het reservoir om het Vol merkteken te bereiken.
Onderhoud van het maaidek Opmerking: De pennen vooraan zijn in het maaidek geschroefd en hebben een contramoer. De pennen achteraan hebben een ingeschroefde pen met een contramoer. Maaidek horizontaal stellen Onderhoud van de maaimessen De machine instellen Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen.
worden vervangen; zie Maaimessen verwijderen (bladz. 54) en Maaimessen monteren (bladz. 55). 7. Herhaal de bovenstaande stappen voor het andere blad. WAARSCHUWING Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes. Figuur 70 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur • Vijl of maak nooit scherpe inkepingen in de snijranden of het oppervlak van het mes. Maaimessen verwijderen 4.
3. Monteer het mes, onderlegring, en mesbout op de spilas (Figuur 72). 4. Neem het aandrijfstuk van het oude mes (Figuur 72). De maaimessen slijpen 4. Draai de mesbout vast met een torsie van 115 tot 149 N·m. WAARSCHUWING 5. Zet het maaidek naar beneden in de bedrijfsstand. Zie Het maaidek naar beneden zetten in de bedrijfsstand (bladz. 24). Bij het slijpen van de maaimessen kunnen er fragmenten van het mes worden uitgeworpen en leiden tot ernstig letsel.
2. Zet het maaidek in de geheven stand en zet het vast met de borgpennen. Zie Maaidek heffen tot de onderhoudsstand (bladz. 22). 3. Verwijder de haarspeldveren en onderlegringen aan de bovenkant van de veer van het maaidek aan elke kant van de machine (Figuur 75). Figuur 76 1. Schuif de duwarm in de duwbuis van het maaidek. 2. Zet de duwarm vast met de borgpen. 7. Maak de bouten los die aan de rubberen kap zijn bevestigd (Figuur 77). Figuur 75 1. Veerpen onder het bedieningspaneel 2.
Instellen van de stop van de borgpen op het maaidek 1. Schuif de borgpennen van het maaidek aan beide zijden naar binnen en zet het maaidek vast in de bedrijfsstand. 2. Maak de contramoer los en draai de stopschroef rechtsom totdat de borgpen strak staat en niet met de hand kan worden gedraaid (Figuur 79). Figuur 78 1. Omloopas 2. Aandrijfas 9. Trek het maaidek naar voren om dit van de machine te verwijderen. Figuur 79 Het maaidek monteren 1.
Reiniging Stalling Onderkant van het maaidek reinigen Reinigen en opslaan 1. Zet de aftakas uit (messchakelaar), trek de parkeerrem aan, zet het contactsleuteltje in de UIT-stand. Verwijder het sleuteltje. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor en het hydraulische systeem. Vuil en kaf van de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en het ventilatorhuis verwijderen. 1.
C. Zet de motor af, laat deze afkoelen en laat de brandstoftank leeglopen; zie Onderhoud van de brandstoftank (bladz. 39). D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. E. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze volgens de plaatselijk geldende voorschriften. Belangrijk: Brandstof waaraan stabilizer/conditioner is toegevoegd, niet langer dan 90 dagen bewaren. 13. Controleer alle bouten, schroeven en moeren en draai deze vast. Repareer of vervang beschadigde delen. 14.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De storingsindicator (MIL) licht op. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te heet. 1. Schakel de motor uit en laat deze afkoelen. 2. Er zit oude benzine in de tank. 3. Het luchtfilter is vuil. 2. Gebruik nieuwe benzine. 3. Verzeker dat het luchtfilter en het voorfilter schoon zijn. Indien nodig moet u beschadigde onderdelen vervangen. 4. Accu opladen of vervangen. 5. Neem contact op met een erkende Service Dealer. 6.
Probleem De motor verliest vermogen. De motor raakt oververhit. De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit). De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het luchtfilter is vuil. 3. Het oliepeil in het carter is te laag. 4. De koelribben en luchtkanalen boven de motor zijn verstopt. 5. De ventilatieopening in de brandstoftankdop is verstopt. 6.
Probleem De machine produceert een ongelijke maaihoogte. Mogelijke oorzaak 1. Maaimes(sen) bot. 1. Mes(sen) slijpen. 2. Maaimes(sen) verbogen of niet in balans. 3. Het maaidek staat niet horizontaal. 2. Nieuwe maaimes(sen) monteren. 4. De onderkant van het maaidek is vuil. 5. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 6. De afstandsstukken zitten verkeerd. 7. De uiteinden van naburige maaimessen staan op verschillende maaihoogtes.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen: 65
Opmerkingen: 66
Lijst met internationale distributeurs Distributeur: Land: Telefoonnummer: Distributeur: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Producten voor professioneel groenbeheer (LCE) Toro Garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.