Form No. 3417-869 Rev A Z Master® 8000-serie zitmaaier met 122 cm maaidek Modelnr.: 74311TE—Serienr.: 402000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Als u een gedrukt exemplaar van de garantie wilt ontvangen, bel ons dan op 00 1 888 384 9939. Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden.
Inhoud Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient. Veiligheid .................................................................. 5 Algemene veiligheid ........................................... 5 Hellingsindicator ................................................ 6 Veiligheids- en instructiestickers ...........
Problemen, oorzaak en remedie ............................. 67 Schema's ................................................................ 70 Instellen van de veiligheidsschakelaars ............ 45 Machine starten met startkabel ......................... 45 Onderhoud aandrijfsysteem ................................ 47 De sporing afstellen .......................................... 47 De bandenspanning controleren....................... 47 De wielmoeren controleren...............................
Veiligheid Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. Algemene veiligheid Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders. • Houd de rolbeugel altijd in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal93-7818 93-7818 decalbatterysymbols 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115 tot 149 N·m. Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Risico van explosie 2. Niet roken.
decal112-9028 112-9028 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. decal116-8934 116-8934 1. Waarschuwing – Voordat u afstellingen uitvoert, onderhoud uitvoert of het maaidek schoonmaakt, moet u de meskoppeling uitschakelen, de motor uitschakelen en het sleuteltje uit het contact halen. decal115-4212 115-4212 1. Peil van de hydraulische vloeistof 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Lees de Gebruikershandleiding. 2.
decal116-8946 116-8946 1. Linksom draaien om vrij te zetten. 2. Rechtsom draaien om in te schakelen. decal116-8941 116-8941 3. Vrijzetten om de machine te duwen. 4. Lees de Gebruikershandleiding voordat u serviceof onderhoudswerkzaamheden uitvoert. decal116-9049 decal116-8943 116-9049 116-8943 1. Gevaar: draaiende onderdelen van de aandrijving – Zorg dat alle beschermkappen van de aandrijflijn op hun plaats zitten. Zorg dat beide uiteinden van de aandrijflijn goed vastzitten. 1.
decal126-4159 Markeringen op het linker bedieningspaneel 1. Aftakas – uitschakelen 3. Parkeerrem – vrijzetten 2. Aftakas – inschakelen 4. Parkeerrem – in werking stellen decal126-4207 126-4207 decal130-2880 1. Zie de Gebruikershandleiding voor de instelprocedure. Als de aftakas ingeschakeld is, moet de spannerarm zich in het gearceerde gebied bevinden. Als dit niet het geval is, moet deze worden afgesteld. 130-2880 10 1. Motortemperatuur 7. Cilinder in 2. Snel 3. Langzaam 8. Cilinder uit 9.
decal126-4158 Markeringen op de voorkant van de hopper Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine gaat gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
decal116-9044 116-9044 1. Lees de Gebruikershandleiding alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 8. Smeer de vergrendeling van het maaidek om de 100 bedrijfsuren. 2. Controleer de motorolie om de 8 bedrijfsuren. 9. Smeer de scharnierpunten van het maaidek om de 100 bedrijfsuren. 3. Smeer de lagers van de voorste zwenkwielen om de 8 bedrijfsuren. 10. Controleer het peil van de olie in tandwielkast om de 100 bedrijfsuren (gebruik uitsluitend Mobil 1 75W-90 tandwielkastolie). 4.
Algemeen overzicht van de machine g035550 Figuur 5 1. Contactschakelaar 4. Chokeknop 2. Hopperschakelaar 5. Gashendel 3. Display 6. Motorolietemperatuur: indicatielamp en zoemer g233918 Figuur 4 1. Snelheidshendel 5. Rijhendels 2. Bedieningsorganen 6. Aftakashendel 3. Brandstoftankdop 7. Parkeerremhendel Contactschakelaar De contactschakelaar, waarmee u de motor start en afzet, heeft 3 standen: UIT, LOPEN en START . Zie Starten van de motor (bladz. 23). 4.
Remhendel Indicatielamp en zoemer van motorolietemperatuur Met de remhendel worden de aandrijfwielen geblokkeerd door de parkeerrem (Figuur 4). De indicatielamp van de motorolietemperatuur bewaakt de olietemperatuur. Als de temperatuur van de motor te hoog wordt, licht de indicatielamp van de motorolietemperatuur op en klinkt de zoemer onderbroken. Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest.
Gebruiksaanwijzing • Wanneer de motor loopt of heet is, mag u de Opmerking: Bepaal vanuit de normale • bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. • Voor gebruik Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk • Algemene veiligheid • • Laat kinderen of personen die geen instructie • • • • • • hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten.
stoffen. Benzine met 15% ethanol (E15) per volume is niet goedgekeurd voor gebruik. Gebruik nooit benzine die meer dan 10% ethanol per volume bevat, zoals E15 (bevat 15% ethanol), E20 (bevat 20% ethanol), of E85 (bevat tot 85% ethanol). Het gebruik van niet-goedgekeurde benzine kan leiden tot verminderde prestaties en/of motorschade die mogelijk niet gedekt wordt door de garantie. • Geen benzine gebruiken die methanol bevat.
3. Maak de bouten los die aan de rubberen kap zijn bevestigd (Figuur 8). g036545 Figuur 8 1. Bouten g006790 Figuur 10 2. Rubberen kap 1. Maaidekhandgreep 4. Beweeg de kap naar voren. 2. Draai de borgpen van het maaidek pen naar achteren en trek deze naar buiten om het te ontgrendelen. 5. Maak de bouten los en verwijder de metalen afschermingen getoond in Figuur 9. 3. Duw de borgpen van het maaidek naar binnen en draai deze naar voren om het te vergrendelen. 7.
Instellen van de FRS schotten: WAARSCHUWING Het inschakelen van de aftakas met het maaidek in de geheven stand kan leiden tot ernstig letsel of schade. Zet het maaidek altijd naar beneden en vergrendel het in de bedrijfsstand voordat u de aftakas inschakelt. Het maaidek naar beneden zetten in de bedrijfsstand 1. Hou de maaidekhandgreep stevig vast, maak de maaidekvergrendeling los van de machine en laat het maaidek langzaam tot op de grond zakken (Figuur 11). 2.
Het veiligheidssysteem gebruiken WAARSCHUWING Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. • Laat de interlockschakelaars ongemoeid. • Controleer elke dag de werking van de interlockschakelaars en vervang beschadigde schakelaars voordat u de machine weer in gebruik neemt.
Het veiligheidssysteem testen • Vervoer nooit passagiers op de machine en houd omstanders en huisdieren weg van de machine terwijl deze wordt gebruikt. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks • Gebruik de machine uitsluitend bij een goede Controleer de werking van het veiligheidssysteem telkens voordat u de machine in gebruik neemt. Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. 1. 2. 3. 4. 5.
– Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. voorzichtigheid. Doe het volgende voordat u de machine op een helling gaat gebruiken: – Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen. – Lees de instructies voor gebruik op een helling in de handleiding en op de machine, en zorg dat u deze instructies begrijpt. • Gebruik de machine niet als het kan bliksemen.
Parkeerrem gebruiken Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. De handrem inschakelen Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. g233738 Figuur 17 1. Veilige zone – Gebruik de machine in deze zone op hellingen van minder dan 15 graden of vlakke gebieden. 4. W = breedte van de machine 2. Gevarenzone – Gebruik een loopmaaier en/of een handtrimmer op hellingen van meer dan 15 graden en in de buurt van steile hellingen of water. 5.
De gashendel bedienen De aftakashendel inschakelen De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM (Figuur 22). Gebruik altijd de stand SNEL wanneer u de aftakas inschakelt. g232776 Figuur 22 g032741 Figuur 20 Starten van de motor De aftakashendel uitschakelen g032742 Figuur 21 23 1. Zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand. 2. Schakel de parkeerrem in; zie De handrem inschakelen (bladz. 22). 3. Zet de aftakashendel in de stand UIT (Figuur 23). 4.
De motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat. 1. Schakel de aftakas uit. 2. Zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand. 3. Stel de parkeerrem in werking. 4. Zet de gashendel in de middelste stand. 5. Laat de motor 15 seconden stationair draaien.
Bestuurdersstoel ontgrendelen Met de machine rijden Met de gashendel regelt u de snelheid van de motor, oftewel het toerental (in omwentelingen per minuut). Zet de gashendel op SNEL om de beste prestaties te verkrijgen. Laat de motor tijdens het maaien altijd vol gas draaien. Om de stoel te ontgrendelen verwijdert u de bout en de pen aan de linkerkant van de stoel (Figuur 25). WAARSCHUWING De machine kan zeer snel ronddraaien. De bestuurder kan de controle over de machine verliezen.
Tips voor bediening en gebruik Gebruik van de snel-stand van de gashendel Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten. Om het gras goed te maaien is lucht nodig; zet de maaihoogte dus niet te laag en zorg ervoor dat het maaidek niet helemaal door ongemaaid gras is omgeven. Probeer altijd één zijkant van het maaidek vrij van ongemaaid gras te houden, zodat lucht in het maaidek kan worden gezogen. g233948 Figuur 26 1.
Een lagere maaisnelheid gebruiken Na gebruik Om de maairesultaten te verbeteren, moet u in bepaalde omstandigheden bij een lagere rijsnelheid maaien. Veiligheid na het werk Algemene veiligheid Gras niet te kort afmaaien • Verwijder gras en vuil van de maai-eenheden, de geluiddempers en het motorcompartiment om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op. Wanneer u op oneffenheden maait, moet u de maaihoogte hoger zetten om een golvend gazon te voorkomen.
3. Kantel de stoel omhoog om de pompen te bereiken. 4. Draai beide vrijgaveventielen 1 slag linksom om het aandrijfsysteem vrij te zetten. Opmerking: Hierdoor kan de hydraulische vloeistof langs de pomp worden geleid zodat de wielen kunnen draaien. 5. g025244 Figuur 27 1. Het voorste afneembare scherm kan gedraaid worden en worden opgeslagen bij werken onder natte omstandigheden. 3. Primaire scherm 2. Voorste scherm 4. Handgrepen Zet de parkeerrem vrij voordat u de machine gaat duwen.
De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De machine laden de grond niet groter is dan 15 graden (Figuur 28). WAARSCHUWING 2. Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af.
Onderhoud Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 50 bedrijfsuren Na de eerste 100 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • Ververs de olie in alle 3 tandwielkastbehuizingen en voeg indien nodig olie toe. • • • • Het koppel van de wielmoeren controleren. De torsie van de moer van de wielnaaf controleren. Controleer de afstelling van de parkeerrem.
Onderhoudsinterval Om de 2000 bedrijfsuren Maandelijks Onderhoudsprocedure • Ververs de olie in alle 3 tandwielkastbehuizingen en voeg indien nodig olie toe. • Controleer de accu. Jaarlijks • Smeer de draaipunten van de voorste zwenkwielen (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). • Smeer de naaf van het achterste zwenkwiel (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden).
Smering accessoires gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Dit kan ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen. Machine smeren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Smeer de naven van de zwenkwielen voor met vet (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). • Controleer de werking van de parkeerrem regelmatig.
4. Zet een smeerpistool op de nippel. Spuit vet in de nippels totdat er nieuw vet bij de lagers naar buiten komt. 5. Overtollig vet wegvegen. g034248 Figuur 31 g020366 2. Maak de bevestigingsbout van het luchtfilter los (Figuur 32). 3. Maak de slangklem los en verwijder het luchtfilter (Figuur 32). Figuur 30 1. Scharnierpunt van achterste zwenkwiel 2. Spannerarm van riem van aftakas 3. Spannerarm van pompriem 4. Naaf van achterste zwenkwiel 5. Aandrijfas 6. Naaf van voorste zwenkwiel 7.
7. Verwijder de as (terwijl de andere afstandsmoer er nog aan bevestigd is) van de wielconstructie. 8. Wrik de afdichtingen los en inspecteer de lagers op slijtage of beschadigingen. Vervangen indien nodig. 9. Smeer de lagers met smeervet voor algemene doeleinden. 10. Plaats 1 lager en 1 nieuwe afdichting in het wiel. 11. Als beide afstandsmoeren ontbreken op de as, breng dan afdichtkit aan op 1 van de afstandsmoeren en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde.
Het scharnierppunt van de remhendel smeren De bussen van de remstang en de stanguiteinden van de stuurkoppeling smeren Onderhoudsinterval: Om de 160 bedrijfsuren 1. 2. 3. Onderhoudsinterval: Om de 160 bedrijfsuren Parkeer de maaimachine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
10. Vul de tandwielkast met Mobil® SHC (synthetisch) 75W-90 tandwielkastolie tot deze de aftap/vulplug bereikt. Opmerking: Alle drie delen van de tandwielkast moeten afzonderlijk worden gevuld. Opmerking: Bij het vullen van de tandwielkast met olie moet het maaidek op een vlakke ondergrond staan. Vul de tandwielkast niet als het maaidek omhoog staat, in de onderhoudsstand. 11. g209995 Figuur 36 1. Tandwielkast 3. Bout (3) 2. Beschermkap 4.
Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. • Houd uw kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Onderhoud van het luchtfilter g032301 Figuur 38 Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren—Vervang het voorfilter (Vaker in stoffige, vuile omstandigheden). 1. Luchtfilterbehuizing 4. Luchtfilterdeksel 2. Voorfilter 5. Veiligheidsfilter 3.
Motorolie verversen Filters monteren Belangrijk: U mag de motor nooit laten lopen Motorolietype zonder dat beide luchtfilters en het deksel zijn gemonteerd om beschadiging van de motor te voorkomen. 1. Olie: detergent-olie (API service class SJ of hoger) Als u nieuwe filters plaatst, moet u elk filter controleren op transportschade. Olie-inhoud: met vervanging van filter: 1,8 liter; zonder vervanging van filter: 1,6 liter Opmerking: Een beschadigd filter mag niet Viscositeit: zie onderstaande tabel.
6. Plaats de peilstok en duw deze volledig in de peilstokbuis. 7. Verwijder de peilstok en controleer het oliepeil. 8. Als het oliepeil laag is, maak de omgeving van de olievuldop dan schoon, verwijder de dop en voeg olie toe tot de Vol-markering op de peilstok bereikt is (Figuur 40). Motorolie verversen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum.
Het motoroliefilter vervangen Onderhoud van de bougies Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Vervang het motoroliefilter (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren—Controleer de bougie en stel de elektrodenafstand in. 1. Laat de olie uit de motor lopen; raadpleeg Motorolie verversen (bladz. 40). 2. Vervang het motoroliefilter (Figuur 42).
Bougie controleren Onderhoud brandstofsysteem Belangrijk: Maak de bougie(s) niet schoon. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont. WAARSCHUWING De onderdelen van het brandstofsysteem staan onder hoge druk. Gebruik van de verkeerde onderdelen kan leiden tot storingen, brandstoflekkage en mogelijk explosies. Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren.
Onderhoud elektrisch systeem Veiligheid van het elektrisch systeem • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
3. Maak de minkabel (zwart) los van de minpool (-) van de accu (Figuur 47). 4. Schuif het rode stofkapje van de (rode) pluspool van de accu en verwijder de pluskabel (+) (Figuur 47). 5. Verwijder de vleugelmoeren van de J-vormige haken (Figuur 47). 6. Verwijder de klem (Figuur 47). 7. Verwijder de accu. 4. Monteer de accu in de machine en sluit de accukabels aan; zie De accu plaatsen (bladz. 44).
3. Nieuwe zekering plaatsen. 2. Instellen van de veiligheidsschakelaars Gebruik als startaccu een goede, volledig opgeladen zuur-loodaccu met een spanning van minstens 12,6 V. Opmerking: Gebruik korte startkabels van de juiste grootte om het spanningsverlies tussen de systemen te beperken. Zorg ervoor dat de kabels voorzien zijn van een kleurcode of markering voor de juiste polariteit.
7. g012785 Figuur 50 1. Pluskabel (+) van de ontladen accu 2. Pluskabel (+) van de startaccu 3. Minkabel (-) van de startaccu 4. Minkabel (-) van het motorblok 5. Startaccu 6. Ontladen accu 7. Motorblok 4. Koppel het andere uiteinde van de pluskabel aan op de pluspool van de startaccu. 5. Sluit de zwarte minkabel (-) aan op de andere pool (min) van de startaccu. 6.
De bandenspanning controleren Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoudsinterval: Om de 40 bedrijfsuren De sporing afstellen Zorg dat de banden achter een spanning van 103 kPa hebben. Een ongelijke bandenspanning kan leiden tot onregelmatige maairesultaten. De bandenspanning kan het best bij koude banden worden gecontroleerd. Opmerking: De sporingsknop zit onder de stoel. Opmerking: Draai deze knop voor de fijnafstelling zodat de machine recht vooruit rijdt als de rijhendels volledig naar voren zijn geduwd.
Lagers van draaipunt van zwenkwiel afstellen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand, schakel de messchakelaar (aftakas) uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
De koelribben en uitlaatringen reinigen Onderhoud koelsysteem Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder aangekoekt gras of vuil van het scherm van de oliekoeler en het motorscherm. Dit draagt bij tot een adequate koeling en een correct motortoerental en verkleint de kans dat de motor oververhit raakt en mechanische schade oploopt.
Onderhouden remmen De parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren daarna Zorg dat de rem goed is afgesteld. Volg deze procedure wanneer u een onderdeel van de rem heeft verwijderd of vervangen. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
9. Onderhoud riemen Zet de remmen aan en uit om het goed inschakelen en loskomen te controleren. Wijzig de instelling indien noodzakelijk. Opmerking: Als de remmen uitgeschakeld Riemen controleren zijn moet er weinig tot geen speling zijn in de verbinding, en mogen de remmen niet aanlopen. Onderhoudsinterval: Om de 40 bedrijfsuren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
Figuur 59 5. Motor 2. Riemgeleider B 6. Riemgeleider A 3. Aandrijfriem van de aftakas 4. Omloopas 7. Blazer 9. 10. Trek de contramoeren aan en schakel aftakashendel uit. 14. Schakel de aftakashendel in en controleer de uitlijning. 15. Controleer de riemgeleiders zoals in Instellen van de riemgeleiders (bladz. 53) en stel deze in. Aandrijfriem van pomp vervangen g006836 1. Spanpoelie 13. 1.
Instellen van de riemgeleiders 1. Onderhoud bedieningsysteem Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Schakel de aftakashendel in terwijl de motor uitgeschakeld is. 4. Stel de riemgeleiders in zoals in Figuur 62.
E. Schakel de parkeerrem in en controleer de stuurhendels. F. Herhaal stap C tot en met E totdat u tot 3 mm speling verkrijgt. G. Monteer het stoelframe indien dit in stap A verwijderd was. Instellen van de verbinding van de snelheidshendel WAARSCHUWING De motor moet lopen en de aandrijfwielen moeten draaien om de rijhendels te kunnen afstellen. Contact met bewegende onderdelen of hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Instellen van de spanning van de snelheidshendel 1.
De aandrijvingspoelie van de aftakas uitlijnen vooruit om de vloeistof in het hydraulische systeem op bedrijfstemperatuur te brengen. 8. Zet de snelheidshendel terug in de NEUTRAALSTAND . 9. Lijn de aandrijvingspoelie van de aftakas uit in de volgende gevallen: Instellen van de NEUTRAALstand: stel de verbindingen in de linker en rechter pompregelstangen (die de besturing verbinden met de regelarmen van de pompen) bij totdat de wielen stoppen, of langzaam achteruit kruipen (Figuur 65).
Uitlijnen van de aandrijvingspoelie van de pomp In de volgende gevallen moet de aandrijvingspoelie van de pomp worden uitgelijnd: • Na het losmaken van de bevestigingsbouten van de motor of vervanging of verstelling van de motor. • Als de aandrijvingspoelies van de pomp zijn losgemaakt, verplaatst of vervangen. • De aftakaspoelie werd uitgelijnd; zie Uitlijnen van g006846 Figuur 66 1. Lijn de vlakken van deze 3 aandrijvingspoelies van de pomp uit binnen 0,8 tot 1,6 mm.
Instellen van de veer van de aftakasrem Het deksel van de hopper instellen Stel de veer van de aftakasrem alleen af als de ventilator verwijderd of vervangen werd, of als de spannerarm van de aftakasaandrijving gedemonteerd is. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand, schakel de messchakelaar (aftakas) uit en stel de parkeerrem in werking. 1.
Instellen van de stop van Onderhoud hydraulisch de borgpen op het maaidek systeem 1. 2. Schuif de borgpennen van het maaidek aan beide zijden van het maaidek naar binnen en draai ze om het maaidek in de bedrijfsstand te vergrendelen. Veiligheid van het hydraulische systeem Maak de contramoer los en draai de stopschroef rechtsom totdat de borgpen strak staat en niet met de hand kan worden gedraaid (Figuur 69). • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid.
Opmerking: Voor een goede aflezing moet u vloeistof in het reservoir bij gebruik van Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof (vaker bij vuile of stoffige omstandigheden). het peil van de hydraulische vloeistof controleren wanneer de machine afgekoeld is. 4. Til de stoel omhoog; zie Bestuurdersstoel ontgrendelen (bladz. 25). 5. Maak de omgeving van de peilstok van het hydraulische reservoir schoon (Figuur 70). Opmerking: Gebruik een zomerfilter bij een temperatuur van 0 °C of hoger.
Onderhoud van het maaidek Onderhoud van de maaimessen Maaidek horizontaal stellen Om een goed maairesultaat te verkrijgen, moet u de maaimessen scherp houden. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. Dek horizontaal stellen 1. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
Maaimessen verwijderen Vervang messen die een vast voorwerp hebben geraakt of uit balans of krom zijn. Opmerking: Onthoud de positie van het roodgekleurde mes. Gezien vanuit de normale gebruikerspositie bevindt dit zich aan de rechterkant. 1. Til het maaidek op en zet het vast in de bovenste stand. Zie Maaidek heffen tot de onderhoudsstand (bladz. 16). 2. Pak het uiteinde van het mes vast met een doek of een dikke handschoen. 3.
WAARSCHUWING Het werken met een maaidek met losse of verzwakte mesbouten kan gevaar opleveren. Door een losse of verzwakte mesbout zou een blad dat op hoge snelheid draait uit het maaidek geworpen kunnen worden en tot ernstig letsel of schade kunnen leiden. • Vervang de mesbout na het raken van een voorwerp. • Gebruik alleen originele Toro onderdelen. • Breng geen smeermiddel aan op de schroefdraad van de bout of spindel voor de montage. g000552 Figuur 75 1. Onder oorspronkelijke hoek slijpen. 2.
tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Zet het maaidek in de geheven stand en zet het vast met de borgpennen. Zie Maaidek heffen tot de onderhoudsstand (bladz. 16). 4. Verwijder de haarspeldveren en ringen aan de bovenkant van de veer van de maaideklift aan elke kant van de machine (Figuur 77). g233982 Figuur 78 1. Duwarm 2. Lynchpen 3. Buis van duwarm 8. g006788 Figuur 77 Maak de bouten los die aan de rubberen kap zijn bevestigd (Figuur 79). 1.
Het maaidek monteren Belangrijk: Transporteer deze machine niet zonder een goedgekeurd Toro werktuig aan de voorzijde. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de snelheidshendel in de NEUTRAALstand, schakel de messchakelaar (aftakas) uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
Instellen van de stop van Reiniging de borgpen op het maaidek Onderkant van het maaidek 1. Schuif de borgpennen van het maaidek aan beide zijden naar binnen en draai om het reinigen maaidek in de bedrijfsstand te vergrendelen. 2. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Maak de contramoer los en draai de stopschroef rechtsom totdat de borgpen strak staat en niet met de hand kan worden gedraaid (Figuur 81). 1.
Stalling 12. Controleer de staat van de maaimessen; raadpleeg Onderhoud van de maaimessen (bladz. 60). Veiligheid tijdens opslag 13. Wanneer de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moet deze worden voorbereid op stalling. De machine wordt als volgt voorbereid op stalling: • Laat de motor afkoelen voordat u de machine opslaat. • U mag de machine of brandstof niet opslaan in A. de nabijheid van een open vuur of binnenshuis brandstof aftappen. Reinigen en opslaan 1.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De aftakas is ingeschakeld. 1. Schakel de aftakas uit. 2. De parkeerrem is uitgeschakeld. 3. De rijhendels staan niet in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND . 4. U zit niet op de bestuurdersstoel. 5. De accu is leeg. 6. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 7. Een van de zekeringen is doorgebrand. 8.
Probleem Mogelijke oorzaak De motor raakt oververhit. 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Het oliepeil in het carter is te laag. 3. De koelribben en luchtkanalen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. 4. Het luchtfilter is vuil. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en luchtkanalen ontstoppen. De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit). De machine rijdt niet. De machine trilt abnormaal. 5.
Probleem Messen draaien niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De drijfriem van het maaidek is versleten, los of stuk. 1. Controleer de riemspanning of vervang de riem. 2. De aftakas is niet aangesloten. 3. De aftakasriem is van de poelie gelopen. 2. Sluit de aftakas aan. 3. Controleer de riem op schade. Monteer de riem en controleer of de stelassen en riemgeleiders in de juiste stand staan.
Schema's g020385 Elektrisch schema (Rev.
g020536 Hydraulisch schema (Rev.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.