Doc. nr. 3323–873 Compact serie Z147 met 112 cm zijafvoer maaier Modelnr.
Inleiding Dank u voor de keuze van een Toro produkt. Wij bij Toro wensen dat u geheel tevreden bent met dit nieuwe produkt. Aarzel daarom niet contact op te nemen met uw erkende Toro Service Dealer voor eventuele hulp, service, originele Toro onderdelen of andere informatie. Wanneer u de dealer of de fabriek raadpleegt, dient u de model- en serienummers van de machine altijd te vermelden.
Inhoud Blz. Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Instructies voor veilige bediening van (rijdende) maaimachines met zittende bestuurder . . . . . . . . . . . . . . 3 Veilige bediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Geluidsdruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Geluidsniveau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Trillingsniveau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Hellingsdiagram . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud Drijfriem van pomp vervangen . . . . . . . . . Vervangen van de grasgeleider . . . . . . . . . Rijbedieningshendels afstellen . . . . . . . . . . Parkeerrem afstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . Zekeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Afvoeren van afval . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Schema elektrische installatie . . . . . . . . . . Reiniging en stalling . . . . . . . . . . . . . . . . .
Veiligheid Instructies voor veilige bediening van (rijdende) maaimachines met zittende bestuurder • Houd iedereen weg uit het gebied waarin u de machine gebruikt, met name kinderen en huisdieren. • Onthoud dat de bestuurder verantwoordelijk is voor ongevallen of schade aan andere personen of hun eigendommen. Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van produktie. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan echter letsel veroorzaken.
Veiligheid • Inspecteer het terrein waarop u de maaier gaat gebruiken grondig en verwijder eventuele voorwerpen die door de maaier kunnen worden uitgeworpen. • WAARSCHUWING – Benzine is licht ontvlambaar. • Alle werktuigkoppelingen uitschakelen en versnelling in vrij schakelen alvorens de motor te starten. • Gebruik de maaier niet op de volgende hellingen: • dwars op een helling van meer dan 5_ • Bewaar brandstof uitsluitend in tanks of blikken die daar speciaal voor bedoeld zijn.
Veiligheid • Zet de maaimessen stil voordat u andere oppervlakken dan grasvelden oversteekt. • Bij gebruik van werktuigen nooit de afvoeropening naar omstanders toe richten of personen in de buurt van de in werking zijnde machine laten komen. • Gebruik de machine niet als schermen, schilden of andere beveiligingsmiddelen ontbreken. • Verander de instellingen van de motor niet en voorkom overbelasting van de motor. Hoge toerentallen kunnen de kans op persoonlijk letsel vergroten.
Veiligheid Geluidsdruk Deze machine produceert een continu-geluidsdruk volgens A-norm bij het oor van de bestuurder van 87 dB(A), op basis van metingen uitgevoerd op identieke machines volgens Richtlijn 84/538/EEG. Geluidsniveau Deze machine produceert een geluidsniveau van 100 Lwa, op basis van metingen van identieke machines, uitgevoerd volgens Richtlijn 84/538/EEG en wijzigingen daarop.
Veiligheid Hellingsdiagram Lees alle veiligheidsinstructies op pagina 3–11.
Veiligheid 8
Veiligheid Overzicht van veiligheidssymbolen Veiligheidsalarm – symbool in de driehoek geeft het gevaar aan Vuur, open vlammen en roken verboden Veiligheidsattentie- symbool Vuur of open vlam Lees de bedieningshandleiding Explosie Raadpleeg technische handleiding voor juiste onderhoudsprocedures Kinderen uit de buurt van accu houden Loodbatterij niet als huisvuil wegwerpen Motor afzetten en contactsleutel verwijderen alvorens onderhoud of reparatie te verrichten Blijf altijd op veilige afstand van
Veiligheid Overzicht van veiligheidssymbolen Veiligheidsschermen niet openen of verwijderen terwijl de motor loopt Gevaar van verlies van ledematen bij achterwaartse beweging Vervoer van passagiers is niet toegestaan.
Veiligheid Overzicht van veiligheidssymbolen Snel Parkeerrem Langzaam Accu Toename/afname Smeernippel Motor starten Aftakas Motor aan Motor afzetten Koppeling ingeschakeld Koppeling in vrijstand Verstreken bedrijfsuren Motor Brandstofkraan gesloten Choke Bandenspanning Motor stoppen en contactsleutel verwijderen alvorens de machine te verlaten Hendel naar achteren trekken om parkeerrem in werking te stellen Brandstofkraan geopend voor rechter tank Brandstofkraan geopend voor linker tank H
Benzine en olie Aanbevolen benzine Gebruik ONGELODE normaalbenzine voor automobielen (octaangetal minimaal 85). Gelode normaalbenzine kan worden gebruikt als ongelode benzine niet verkrijgbaar is. Belangrijk: 12 Nooit methanol, benzine die methanol bevat, gasohol met meer dan 10% ethanol gebruiken, daar deze het brandstofsysteem van de motor beschadigen kunnen. Geen olie bij de benzine mengen. MOGELIJK GEVAAR • Benzine is onder bepaalde omstandigheden uitermate brandbaar en explosief.
Benzine en olie MOGELIJK GEVAAR • Benzine is onder bepaalde omstandigheden uitermate brandbaar en explosief. MOGELIJK GEVAAR • Benzine is schadelijk of zelfs dodelijk bij inslikken. Langdurige blootstelling aan benzinedampen heeft bij proefdieren kanker veroorzaakt. WAT ER KAN GEBEUREN • Brand of explosie van benzine kan brandwonden of schade aan eigendommen veroorzaken. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • Benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van de maaier zetten alvorens de tank bij te vullen.
Benzine en olie Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. NB.: Stabilizer/conditioner werkt het best wanneer gemengd met verse benzine. Om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem tot een minimum te beperken, voegt u altijd stabilizer/conditioner aan de benzine toe. Brandstoftank met benzine vullen 1. Motor afzetten en parkeerrem in werking stellen. 2. Omgeving van beide brandstoftankdoppen reinigen en doppen afnemen.
Montage-instructies Losse onderdelen NB.: Controleer aan de hand van het onderstaande schema of u alle onderdelen hebt ontvangen.
Montage-instructies Aandrijfwielen monteren Zittingstang monteren 1. Maaier uitpakken. 4. 1. Wielbouten of -moeren uit achterwielnaven verwijderen. Zitting opklappen. 8 mm (5/16”) contramoer verwijderen van bout waarmee zittingstang aan zittingframe bevestigd is (Afb. 2). 5. 2. Gaten tegenover elkaar plaatsen. Monteer de aandrijfwielen met het ventiel naar de buitenzijde van de tractor.
Montage-instructies Rijbedieningshendels installeren 5. 1. Verwijder de (4) 9,5–26 mm (3/8–16 x 1”) bouten en (4) 9,5 mm (3/8”) veerringen waarmee de rijbedieningshendels voor het transport aan de assen van de bedieningsarm bevestigd zijn (Afb. 3). 2. Plaats de hendels (met de bevestigingsplaat naar achteren) op de buitenkant van de as van de bedieningsarm, bevestigen met (4) 9,5–26 mm (3/8–16 x 1”) bouten en (4) 9,5 mm (3/8”) veerringen (Afb. 3). 3.
Montage-instructies Accu activeren 2. Accuzuur met een s.g. van 1,260 is verkrijgbaar bij een leverancier van accu’s. Verwijder de celdoppen van de accu. Giet langzaam accuzuur in elke cel totdat het zuur tot aan de onderkant van de buis staat (Afb. 5). 1 1. Neem de accu uit de machine. Belangrijk: Let op dat de lange beluchtingsslang niet beschadigd wordt bij uitnemen van de batterijbak. 2 MOGELIJK GEVAAR • Accuzuur bevat zwavelzuur, een dodelijk gif dat ernstige brandwonden kan veroorzaken.
Montage-instructies Accu installeren MOGELIJK GEVAAR • Bij het opladen van de accu komen gassen vrij. WAT ER KAN GEBEUREN • Accugassen kunnen exploderen en ernstig letsel veroorzaken. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • Sigaretten, vonken en vlammen uit de buurt van de accu houden. • Zorg ervoor dat de contactschakelaar UIT (OFF) staat. • Bij opladen of gebruik van een accu in een afgesloten ruimte voor voldoende ventilatie zorgen.
Montage-instructies Hydraulisch systeem 1 Hydrauliekoliepeil controleren Controleer het peil van de hydrauliekolie voordat u de motor voor de eerste keer start. 2 3 Type olie: Mobil 1 15W–50 synthetische motorolie. Belangrijk: Gebruik uitsluitend de gespecificeerde olie. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. Inhoud hydraulisch systeem: 2,0 l (2.1 qt) 1. Machine op een vlakke ondergrond parkeren en parkeerrem in werking stellen. 2.
Montage-instructies Lagers smeren Zijafvoertunnel controleren Zorg ervoor dat de spindels van de maaieenheid goed met vet gesmeerd zijn voordat u de motor voor de eerste keer start. Verwijder het plastic bandje dat de zijafvoertunnel omhoog houdt en laat de tunnel op zijn plaats zakken. Smeren met lithiumverzeept universeelvet nr. 2, of molybdeenvet. Motoroliepeil controleren 1.
Gebruiksaanwijzing Veiligheid staat voorop Bedieningsorganen Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies op pagina 3–11. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en u zelf voorkomen. Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Afb. 1) voordat u de motor start en de machine gebruikt. 1 8 8 2 2 MOGELIJK GEVAAR • Lawaai kan gehoorbeschadiging en doofheid veroorzaken. WAT ER KAN GEBEUREN • Gevaar van gehoorbeschadiging of doofheid.
Gebruiksaanwijzing Parkeerrem Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. Belangrijk: Bij parkeren op een helling altijd de wielen blokkeren met blokken of wielkeggen. Parkeerrem in werking stellen Stootplaten installeren en verwijderen Hieronder volgen instructies voor het verwijderen en installeren van de stootplaten. De stootplaten worden alleen gebruikt voor het fijnmaken van gras.
Gebruiksaanwijzing Maaimessen installeren en verwijderen 1. Verwijder de maaimessen en de antiscalpeerkappen van de spindels. Bewaar deze voor later gebruik met de zijafvoer. 2. Installeer de nieuwe recycler-messen zonder anti-scalpeerkappen. Belangrijk: 3. 2. Plaats de linker en rechter stootplaat in de maaikast, zodat de uitstekende lippen in elkaar grijpen. Bevestig deze met (4) 8 mm (5/16”) moeren en (4) klemringen (Afb. 4). 3 Het wiekdeel van de messen (d.w.z.
Gebruiksaanwijzing 1. Breng de stoter op zijn plaats aan (Afb. 5). 4 MOGELIJK GEVAAR • Door open gaten in het maaidek kunnen voorwerpen of vuil naar u of anderen worden uitgeworpen. 3 1 2 2 WAT ER KAN GEBEUREN • Via gaten in de maaier uitgeworpen vuil of voorwerpen kunnen letsel veroorzaken. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • De maaier alleen gebruiken als alle gaten in de maaier met bouten en moeren afgesloten zijn.
Gebruiksaanwijzing 4. Alle bouten en moeren goed vastdraaien. 5. Draai de messen, om te controleren of er ten minste 3 mm (1/8”) ruimte tussen messen en stoters is. NB.: 6. Als een stoter een mes raakt, moet de stoter hoger in de maaier worden geplaatst. Zet het maaidek weer rechtop en monteer de drijfriemkappen. 7. Monteer het maaidek aan de tractor.
Gebruiksaanwijzing Uitvoerplaten installeren en verwijderen 6. Verbogen of beschadigde delen van het maaidek repareren en ontbrekende delen vervangen. NB.: Hieronder volgen instructies voor het verwijderen en installeren van de uitvoerplaten. De uitvoerplaten worden alleen gebruikt bij gebruik van de zijafvoer. De instructies zijn geschreven alsof u de uitvoerplaten gaat installeren. Ga in omgekeerde volgorde te werk om de stoters te verwijderen. 7.
Gebruiksaanwijzing Belangrijk: MOGELIJK GEVAAR • Een versleten of beschadigd maaimes kan breken en stukjes mes kunnen worden uitgeworpen naar bestuurder of omstanders tijdens gebruik van de maaier. WAT ER KAN GEBEUREN • Uitgeworpen stukjes mes kunnen ernstig of zelfs fataal letsel van bestuurder of omstanders veroorzaken. 7. De startmotor niet langer dan 10 seconden per keer laten draaien. Als de motor niet start telkens 30 seconden wachten tussen de startpogingen.
Gebruiksaanwijzing Stoppen 1. Zet het handgas in de stand “LANGZAAM” (Afb. 10). 2. Zet de aftakasknop “UIT” (Afb. 8). 3. Draai de contactsleutel in de stand “OFF” (uit) (Afb. 11). NB.: Als de motor zwaar belast of heet is, deze nog even laten draaien voordat u de contactsleutel in de stand “OFF” (uit) draait. De motor kan dan afkoelen voordat hij wordt stilgezet. In een noodgeval kan de motor direct worden gestopt door de contactsleutel in de stand “OFF” te draaien. 2 1 m–4201 Afbeelding 12 1.
Gebruiksaanwijzing Veiligheidssysteem testen Vooruit en achteruit rijden Test het veiligheidssysteem telkens voordat u de machine gebruikt. Als het veiligheidssysteem niet zoals hieronder beschreven functioneert, moet u het direct door een geautoriseerde dealer laten repareren. Met het handgas regelt u het motortoerental, uitgedrukt in omw/min (omwentelingen per minuut). Zet het handgas in de stand “SNEL” voor de beste resultaten bij het maaien. Gebruik de machine altijd met vol gas. 1.
Gebruiksaanwijzing Om recht te rijden, op beide rijbedieningshendels even veel druk uitoefenen (Afb. 13). Om een bocht te maken, de toegepaste druk verminderen op de rijbedieningshendel aan de kant waar u een bocht wilt maken (Afb. 13). Hoe verder u de rijbedieningshendels in één van beide richtingen beweegt, hoe sneller de machine in die richting gaat rijden.
Gebruiksaanwijzing Instrumenten Brandstoftanks Bedrijfsurenteller De bedrijfsurenteller registreert het aantal uren dat de motor heeft gelopen. De bedrijfsurenteller is in werking als motor loopt. Gebruik de geregistreerde bedrijfsuren voor de planning van service en onderhoud. 1 m–4202 De machine heeft twee brandstoftanks, één links en één rechts. Elke tank is aangesloten op de brandstofkraan op het bedieningspaneel. Van daaruit loopt een gemeenschappelijke brandstofleiding naar de motor (Afb. 15).
Gebruiksaanwijzing Maaihoogte instellen Zwenkwielen afstellen De maaihoogte is instelbaar van 38 tot 114 mm (1.5–4.5”) in stappen van 6 mm (1/4”) door de pen in verschillende gaten te steken. Wanneer u de maaihoogte verandert, wordt geadviseerd tevens de hoogte van de zwenkwielen af te stellen. 1. Zet de maaihoogtehendel in transportstand (tevens stand voor 114 mm (4–1/2”) maaihoogte) (Afb. 16). 1. 2. Om de maaihoogte in te stellen, verwijdert u de R-pen en de pen uit de maaihoogtebeugel (Afb. 16).
Gebruiksaanwijzing Bestuurdersstoel instellen Middelste zwenkwielen 1. Aftakas uitschakelen en contactsleutel op “OFF” draaien. Rijbedieningshendels in neutraalstand vergrendelen en parkeerrem in werking stellen. 2. Na instelling van de maaihoogte de bout en moer verwijderen (Afb. 18). 3. Kies een gat, zodat de rol op overeenkomstige hoogte als de gewenste maaihoogte komt te staan (Afb. 18). NB.: 4. U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven.
Gebruiksaanwijzing Tractor met de hand duwen Zijafvoer Belangrijk: De maaier is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar de grond afvoert. De tractor altijd met de hand duwen, nooit slepen, omdat het hydraulisch systeem hierdoor beschadigd kan worden. Tractor duwen 1. Maaikoppeling (aftakas) uitschakelen en contactsleutel in de stand “UIT” draaien om de motor af te zetten. 2. Bypass-ventielen 1 slag linksom draaien om de machine te kunnen duwen.
Gebruiksaanwijzing Machine transporteren Machine inladen Gebruik een geschikte aanhanger of vrachtwagen om de machine te transporteren. De aanhanger of vrachtwagen moet van alle door de wet voorgeschreven verlichting en merktekens voorzien zijn. Lees de veiligheidsinstructies op pagina 3–13 aandachtig. Deze informatie kan u helpen letsel van u, uw familie, omstanders en dieren te voorkomen. Ga zeer voorzichtig te werk bij het inladen van de machine op een aanhanger of vrachtwagen.
Gebruiksaanwijzing Tips voor het maaien van gras MOGELIJK GEVAAR • Bij inladen van de machine op een aanhanger of vrachtwagen bestaat het risico van achteroverslaan. WAT KAN ER GEBEUREN • Achteroverslaan van de machine kan tot ernstig of zelfs fataal letsel leiden. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • Ga zeer voorzichtig te werk bij het rijden op een oprit. • Gebruik één brede oprit, gebruik GEEN afzonderlijke opritten voor elke zijkant van de machine.
Gebruiksaanwijzing Maaisnelheid Stoppen tijdens het maaien Gebruik voor een beter maairesultaat een lagere rijsnelheid. Als u de machine terwijl die in beweging is moet stoppen, kan er een klont maaisel op het gazon achterblijven. Dit kunt u voorkomen door naar een eerder gemaaid deel te rijden met de maaimessen “INGESCHAKELD”. Gras niet te kort afmaaien Als de maaibreedte van de maaier groter is dan die van de maaier die u voorheen gebruikte, zet u de maaihoogte één stand hoger.
Onderhoud Onderhoudsschema Actie Hydrauliekoliepeil controleren Oliepeil controleren Na elk gebruik Elke 8 uur Elke 25 uur Eerste Eerste X Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 300 uur X Eerste X Oliefilter vervangen (elke 200 uur of elke tweede olieverversing) Hydrauliekoliefilter vervangen Onderhoud voor stalling X X Olie verversen* Veiligheidssysteem controleren Elke 200 uur Eerste X X X X X X X Chassis doorsmeren* X X Koppelbussen oliën * X X Luchtfilter — schuimfilterelement, on
Onderhoud Na elk gebruik Actie Elke 8 uur Elke 25 uur Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elke 300 uur Onderhoud voor stalling Elke 500 uur of voor stalling Sleufmoer van wielnaaf afstellen * Vaker in stoffige, vuile omstandigheden MOGELIJK GEVAAR • Als u de sleutel in het contactslot laat zitten, kan een onbevoegde de motor starten. WAT ER KAN GEBEUREN • Per ongeluk starten van de motor kan leiden tot lichamelijk letsel van u of omstanders.
Onderhoud Alvorens de maaimessen te controleren of onderhoud te verrichten Parkeer de machine op een vlakke en horizontale ondergrond. Aftakas uitschakelen, parkeerrem in werking stellen en contactsleutel in de stand “OFF” draaien om de motor af te zetten. Neem de sleutel uit de contactschakelaar en trek de bougiekabel(s) van de bougie(s). Messen op verbogen zijn controleren 1.
Onderhoud 3. Draai het mes, zodat het andere uiteinde naar voren wijst. Meet tussen de snijrand van het mes en de vlakke ondergrond, op dezelfde positie als in stap 1 hierboven. Het verschil tussen de afmetingen verkregen in stap 1 en 2 mag niet meer dan 3 mm (1/8”) bedragen. Als het verschil meer dan 3 mm (1/8”) bedraagt, is het mes verbogen en moet het worden vervangen. Zie Verwijderen en monteren van maaimessen op pagina 43.
Onderhoud Luchtfilter Maaimessen slijpen 1. Gebruik een vijl om de snijkant aan beide zijden van het mes te slijpen (Afb. 25). Zorg ervoor dat de oorspronkelijke hoek gehandhaafd blijft. Het mes blijft in balans als van beide snijkanten dezelfde hoeveelheid materiaal wordt verwijderd. Schuimelement: reinigen en met olie doordrenken na elke 25 bedrijfsuren. Papierelement: na elke 100 bedrijfsuren reinigen. Na elke 300 bedrijfsuren of ten minste éénmaal per jaar vervangen. NB.
Onderhoud 3. 4. Het schuimelement voorzichtig van het papierelement af schuiven (Afb. 27). 2. Papierfilter A. Klop het filter voorzichtig tegen een vlak oppervlak om vuil en stof te verwijderen (Afb. 29). Vleugelmoer losdraaien en papierelement verwijderen (Afb. 27). B. Schuimfilter en papierfilter reinigen 1. Schuimfilterelement A. Schuimfilter in warm water met vloeibare zeep wassen. Grondig in schoon water uitspoelen. B. Schuimfilter in een schone doek wikkelen en droogknijpen (niet wringen).
Onderhoud Koelsysteem reinigen Motorolie Vóór elk gebruik gras en vuil van rooster van luchtinlaat verwijderen. Olie verversen: Koelribben en koelhuis van motor elke 300 uur of ten minste éénmaal per jaar reinigen. 1. Motor stoppen, parkeerrem in werking stellen, sleutel uit de contactschakelaar verwijderen en bougiekabel(s) van de bougie(s) af trekken. 2. Luchtinlaatrooster, cilinderkappen en ventilatorhuis verwijderen. 3. Vuil en gras van alle delen verwijderen. 4.
Onderhoud Motoroliepeil controleren Olie verversen/aftappen 1. 1. Start de motor en laat hem vijf minuten lopen. Warme olie kan beter afgetapt worden. 2. Parkeer de machine zo, dat de kant waar de olie wordt afgetapt iets lager is dan de andere kant, zodat alle olie kan worden afgetapt. Schakel de PTO uit, stel de parkeerrem in werking en draai de contactsleutel in de stand “OFF” om de motor te stoppen. Neem de sleutel uit de contactschakelaar. 3.
Onderhoud Bougie Oliefilter vervangen Vervang het oliefilter elke 200 bedrijfsuren of bij elke olieverversing. NB.: 1. Vervang het oliefilter vaker bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Motorolie aftappen, zie Motorolie verversen/ aftappen, pagina 46. Controleer de bougie(s) na elke 100 bedrijfsuren. Controleer of de afstand tussen de midden- en zijelektrode correct is voordat u de bougie monteert.
Onderhoud Brandstoffilter Bougie controleren 1. Controleer het midden van de bougie(s) (Afb. 35). Als de isolator lichtbruin of grijs is, functioneert de motor naar behoren. Een zwarte afzetting op de isolator duidt meestal op een vervuild luchtfilter. Belangrijk: 2. Bougie(s) nooit schoonmaken. Bougie(s) altijd vervangen bij: zwarte laag op de bougie, versleten elektroden, vettige laag op de bougie of scheuren.
Onderhoud Brandstoftank 6. Monteer de brandstofslang aan het filter. Schuif de slangklem naar het filter toe om brandstofslang en filter vast te zetten (Afb. 37). Brandstoftank aftappen 3 MOGELIJK GEVAAR • Benzine is onder bepaalde omstandigheden uitermate brandbaar en explosief. WAT ER KAN GEBEUREN • Brand of explosie van benzine kan brandwonden of schade aan eigendommen veroorzaken. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • Brandstof uit de tank aftappen als de motor koud is.
Onderhoud Waar moet gesmeerd worden Smeer de smeernippels zoals aangegeven op het SERVICEPLAATJE (Afb. 38). Lagers smeren De maaier moet regelmatig worden gesmeerd. Zie het onderhoudsschema op pagina 39. Smeren met lithiumverzeept universeelvet nr. 2, of molybdeenvet. 1. Motor stoppen, parkeerrem in werking stellen, sleutel uit de contactschakelaar verwijderen en bougiekabel(s) van de bougie(s) af trekken. 2. Smeer de smeernippels aan de drie aslagers (Afb. 39). 3.
Onderhoud Hydraulisch systeem 1 Hydrauliekoliepeil controleren Hydrauliekoliepeil controleren: • Voordat u de motor de eerste keer start. • Na de eerste 8 bedrijfsuren. • Na elke 25 bedrijfsuren. Type vloeistof: Mobil 1 15W–50 synthetische motorolie. Belangrijk: Gebruik uitsluitend gespecificeerde hydrauliekolie. Gebruik van andere vloeistoffen kan schade aan het systeem veroorzaken. Inhoud systeem: 2,0 l (2.1 qt.) 1.
Onderhoud Hydrauliekoliefilter vervangen 6. Vervang het hydrauliekoliefilter: • na de eerste 8 bedrijfsuren, • na elke 200 bedrijfsuren. 1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond, stop de motor en verwijder de contactsleutel. Belangrijk: 2. Als de olie uit het filter overstroomt, het filter rechtsom draaien totdat de afdichtring tegen de filteraansluiting aanligt. Daarna het filter nog een 1/2 slag aandraaien (Afb. 42).
Onderhoud 4. Controleer het hydrauliekoliepeil omdat dit zakt. Indien nodig bijvullen tot het juiste peil. 5. Herhaal deze werkwijze voor het andere wiel. Hydrauliekleidingen controleren Na elke 100 bedrijfsuren moeten de hydrauliekleidingen en -slangen op lekkage, loszittende koppelingen, knikken, losse steunen, slijtage, verwering en chemische aantasting worden gecontroleerd. Benodigde reparaties uitvoeren alvorens de machine opnieuw te gebruiken.
Onderhoud 1 3 4 2 3 1 5 2 m-4640 m-4638 Afbeelding 44 1. Veerringen 2. Moer 3. Stofkap Afbeelding 45 1. Sleufmoer 2. Twee schroefdraadgangen of minder zichtbaar 3. Gat in as met schroefdraad 4. Ring (indien nodig) 5. Sleuf Sleufmoer van wielnaaf Na elke 500 bedrijfsuren controleren. De sleufmoer moet met 169,5 Nm (125 ft-lbs) worden aangetrokken. 1. Motor stoppen, parkeerrem in werking stellen, sleutel uit de contactschakelaar verwijderen en bougiekabel(s) van de bougie(s) af trekken. 2.
Onderhoud 1 10. Voorste draaipunt afstellen met behulp van achterste moer, zodat de voorste ketting strak staat en de voorzijde van het maaidek nog steeds het blok raakt. Voorste moer vastdraaien. Aan de andere zijde herhalen. 7 9 2 5 m–4122 Afbeelding 46 1. Transportpositie 2. Maaihoogte 38 mm (1–1/2”) 8 3 1 6 4 6. Onderste kettingbout in sleuf aan achterzijde van maaidek losdraaien. Aan andere zijde herhalen (Afb. 47). NB.: 7.
Onderhoud 15. Stel de veren af door de voorste veermoeren te draaien, zodat de afstand tussen de twee grote ringen 260 mm (10–1/4”) is. Daarna contramoer aantrekken (Afb. 47). NB.: Zorg ervoor dat alle bouten en moeren goed vastzitten. Handgashendel afstellen De spanning kan worden afgesteld door de draaibout van de hendel strakker of losser te zetten. Doe dit indien nodig. 1. Stop de motor, verwijder de contactsleutel. 2. Verwijder het bedieningspaneel van de machine om bij de handgashendel te komen.
Onderhoud Onderkant van maaidek reinigen Aangekoekt gras dagelijks van onder het maaidek verwijderen. 1. Maaier op vlakke ondergrond parkeren. Motor stoppen, parkeerrem in werking stellen, sleutel uit de contactschakelaar verwijderen en bougiekabel(s) van de bougie(s) af trekken. 2. Maaidek in transportpositie heffen. 3. Voorzijde van de machine opkrikken en bokken eronder plaatsen.
Onderhoud Drijfriem van pomp vervangen Controleer de drijfriem van de pomp na elke 50 bedrijfsuren op slijtage. MOGELIJK GEVAAR • Veer staat onder spanning. WAT ER KAN GEBEUREN • Veerkracht kan persoonlijk letsel veroorzaken. 1. Verwijder eerst de maaidekdrijfriem. Zie maaidekdrijfriem vervangen, pagina 57. 2. Verwijder de bout van de koppelingsbeugel en maak de stroomdraad van de koppeling los (Afb. 52). 3. Trek de veerbelaste spanpoelie opzij.
Onderhoud Vervangen van de grasgeleider 1. Verwijder de moeren, bouten en veren waarmee de geleiderbeugels aan de zwenkbeugels bevestigd zijn (Afb. 53). 3. Als de zwenkbeugels moeten worden vervangen, moeten de bouten en conische moeren waarmee de beugels aan de bovenkant van de afvoeropening bevestigd zijn worden verwijderd. Daarna de nieuwe zwenkbeugels monteren. De koppen van de bouten moeten zich aan de binnenkant van de maaieenheid bevinden (Afb. 53). 5.
Onderhoud 3. Controleer waar de hendel zich bevindt ten opzichte van de uitsparing in het bedieningspaneel (moet in het midden staan, zodat de hendel naar buiten in de vergrendelde neutraalpositie kan worden bewogen (Afb. 54). 6. Moer en contramoer vastdraaien. 7. Aan andere zijde van de machine herhalen. 1 4 3 1 2 2 6 2 m-4118 7 Afbeelding 54 1. Rechter rijbedieningshendel (getoond) 2. Vergrendelde neutraalstand 8 1 4. 5.
Onderhoud Neutraalstand van hydropomp afstellen NB.: Eerst neutraalstand van hendel afstellen. Die moet correct zijn alvorens de volgende afstelling kan plaatsvinden. MOGELIJK GEVAAR • Een mechanische of hydraulische krik geeft onvoldoende ondersteuning van de machine. 2. Stoel naar voren schuiven, steunstang losmaken en stoel helemaal naar voren klappen. 3. Stekker van stoelschakelaar losmaken. Tijdelijk een verbindingsdraad aanbrengen tussen de aansluitingen in de stekker van de kabelboom. 4.
Onderhoud Parkeerrem afstellen MOGELIJK GEVAAR • De elektrische installatie schakelt de motor niet uit als de verbindingsdraad aangesloten blijft. WAT ER KAN GEBEUREN • Contact met bewegende delen kan letsel veroorzaken. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • Verwijder de verbindingsdraad van de aansluitingen van de kabelboomstekker en verbindt deze met de stoelschakelaar als de afstelling voltooid is. • De machine nooit gebruiken als de verbindingsdraad aangesloten is en de stoelschakelaar niet functioneert.
Onderhoud Zekeringen Accu Onderhoudsinterval/Specificatie Controleer het zuurpeil van de accu elke 25 uur. Houd de accu altijd schoon en volledig geladen. Gebruik een tissue om de accubak schoon te maken. Als de accupolen geoxydeerd zijn, deze schoonmaken met een oplossing van vier delen water en één deel zuiveringszout. Breng een laagje zuurvrij vet (vaseline) op de accupolen aan om oxydatie te voorkomen. De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud.
Onderhoud Accu bijvullen met water De accu opladen Het beste moment om de accu met water bij te vullen is net voordat u de tractor gebruikt. Het water wordt dan goed vermengd met de zuuroplossing. Belangrijk: Zorg dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,260). Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen onder 0°C (32°F). 1. Maak de bovenkant van de accu met een tissue schoon. 2. Verwijder de cellendeksels (Afb. 58). 1. 3.
Onderhoud Schema elektrische installatie 65
Onderhoud Reiniging en stalling 1. 2. Schakel de aftakas uit, stel de parkeerrem in werking en draai de contactsleutel in de stand “OFF” om de motor te stoppen. Neem de sleutel uit de contactschakelaar. Verwijder maaisel, vuil en stof van de buitenkant van de machine, met name van de motor. Verwijder vuil en kaf van de buitenkant van de koelribben van de cilinderkop en het koelinghuis. Belangrijk: De machine met een zacht wasmiddel en water wassen. Geen hogedrukreiniger gebruiken.
Onderhoud 10. Verwijder de bougie(s) en controleer de toestand daarvan; zie Bougie, pagina 47. Met de bougie(s) uit de motor verwijderd giet u twee eetlepels motorolie in de bougieopening. Laat de motor met behulp van de startmotor draaien om de olie in de cilinder te verdelen. Monteer de bougie(s). De bougiekabel(s) niet op de bougie(s) drukken. 11. Alle bouten, schroeven en moeren controleren en indien nodig aandraaien. Beschadigde of defecte delen repareren of vervangen. 12.
Problemen, oorzaak en remedie PROBLEEM De startmotor draait niet. Motor start niet, start moeilijk of blijft niet lopen. 68 MOGELIJKE OORZAKEN REMEDIE 1. Maaikoppeling (aftakas) is INGESCHAKELD. 1. Maaikoppeling (aftakas) UITSCHAKELEN. 2. Parkeerrem is niet in werking gesteld. 2. Parkeerrem in werking stellen. 3. Bestuurder zit niet op de stoel. 3. Neem plaats op de stoel. 4. Accu is leeg. 4. Accu opladen. 5. Elektrische aansluitingen geoxydeerd of los. 5.
Problemen, oorzaak en remedie PROBLEEM Motor werkt niet op maximaal vermogen. Motor raakt oververhit. Abnormale trillingen. Machine rijdt niet. MOGELIJKE OORZAKEN REMEDIE 1. Motor overbelast. 1. Rijsnelheid verlagen. 2. Luchtfilter vuil. 2. Luchtfilterelement reinigen. 3. Oliepeil in carter te laag. 3. Carter bijvullen met motorolie. 4. Koelribben en luchtkanalen onder motorkoelinghuis verstopt. 4. Obstructie van koelribben en luchtkanalen verwijderen. 5.
Problemen, oorzaak en remedie PROBLEEM Abnormale trillingen. Ongelijke g j maaihoogte. g Maaimessen draaien niet. 70 MOGELIJKE OORZAKEN REMEDIE 1. Bevestigingsbouten van motor zitten los. 1. Bevestigingsbouten van motor aandraaien. 2. Motorpoelie, spanpoelie of mespoelie zit los. 2. Desbetreffende poelie vastzetten. 3. Motorpoelie beschadigd. 3. Neem contact op met erkende Toro-dealer. 4. Maaimes(sen) verbogen of uit balans. 4. Nieuw(e) maaimes(sen) monteren. 5. Mesbout zit los. 5.