Form No. 3351–992 Z557 Z Masterr met 152 cm TURBO FORCEt maaidek met zijafvoer Modelnr. 74246TE – 250000001 & hoger Gebruikershandleiding Registreer uw product op www.Toro.
Dit vonkontstekingssysteem is in overeenstemming met de Canadese ICES-002. Bestuurdersstoel instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bestuurdersstoel ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . Machine met de hand duwen . . . . . . . . . . . . . . . . Een nieuwe machine inrijden . . . . . . . . . . . . . . . Zijafvoer gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Transport van de machine . . . . . . . . . . . . . . . . . . Machine inladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inleiding Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om u op belangrijke informatie te wijzen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking: duidt algemene informatie aan die uw bijzondere aandacht verdient. Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen.
• Controleer de messen, bevestigingsbouten en het maaimechanisme altijd op sporen van slijtage of beschadiging voor het gebruik. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten altijd als complete set om een goede balans te behouden. • Elke bestuurder moet ervoor zorgen dat hij of zij professionele en praktische instructie krijgt.
• Laat de motor afkoelen voordat u de maaimachine in een afgesloten ruimte stalt. • Gebruik de machine nooit als schermen, schilden of andere beveiligingsmiddelen zijn beschadigd of ontbreken. • Houd de motor, geluiddemper, accubehuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te verminderen. • Verander de instellingen van de motor niet en voorkom overbelasting van de motor.
Werken op hellingen Geluidsdruk • Maai nooit op een helling van meer dan 15 graden. Deze machine oefent een geluidsdruk van 90 dBA uit op het gehoor van de bestuurder, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures zoals vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG. • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels, steil aflopende oevers of water.
Hellingsdiagram Langs de daartoe bestemde lijn vouwen Voorbeeld: vergelijk helling met omgevouwen rand. Breng deze rand in lijn met een verticaal oppervlak (boom, gebouw, paal, enz.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 98-4387 1. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 1-643339 58-6520 1. Smeervet 93-7010 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Blijf op veilige afstand. 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen – Zorg ervoor dat de grasgeleider op zijn plaats zit. 3.
93-7828 1. Maaimachine kan voorwerpen uitwerpen – Gebruik de machine niet als de grasgeleider omhoog geklapt of verwijderd is; zorg ervoor dat de grasgeleider op zijn plaats zit. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie. 2. Geen vonken of vuur en niet roken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden. 4. Draag oogbescherming. 5.
107-3965 1. 2. 3. 4. 107-3961 1. Maaihoogte in millimeters Motor – Afzetten Motor – Lopen Motor – Starten Aftakas 5. Snel 6. Continu snelheidsregeling 7. Langzaam 107-3968 1. Uitschakelen 2. Inschakelen 107-3962 1. Maaihoogte in millimeters 11 3.
107-3969 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Ledematen kunnen bekneld raken, maaimachine – Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u werkzaamheden onder de maaimachine gaat verrichten. 107-3978 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd en worden gegrepen, ventilator, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 2.
Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro-maaimachine is. 107-3996 1. Motor 2. Maaimes 107-3963 1. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Neem geen passagiers mee en houd omstanders op een afstand. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Verwijder het contactsleuteltje en lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren; blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 3.
107-3964 1. Waarschuwing – Gebruik geen drugs of alcohol. 2. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding en zorg ervoor dat u instructie in het gebruik krijgt. 1. 2. 3. 4. 5. 6. Gevaar voor vergiftiging en risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden – Houd kinderen op veilige afstand van de accu. 3. Waarschuwing – Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact alvorens de machine te verlaten. 4. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 5.
Benzine en olie Waarschuwing Aanbevolen benzine Benzine is schadelijk of dodelijk bij inname. Langdurige blootstelling aan dampen kan leiden tot ernstig letsel en ziekte. Gebruik normale LOODVRIJE benzine voor automobielen (octaangetal minimaal 85). Gelode normale benzine kan worden gebruikt als loodvrije benzine niet verkrijgbaar is. • Voorkom dat u dampen lange tijd inademt. • Houd uw gezicht uit de buurt van een vulpijp en de opening van een tank of een blik met conditioner.
Gebruiksaanwijzing 2 Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. 1 De omkiepbeveiliging (rolbeugel) gebruiken (ROPS, Rollover Protection System) m–7447 Figuur 2 1. Volledig omlaag geklapt Waarschuwing Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkiept: houd de rolbeugel in de omhoog geklapte en vergrendelde positie en doe de veiligheidsgordel om. 2.
2 7. Klem de voorste handgrepen tegen de uiteinden op de middelste rolbeugel (Fig. 4). 1 1 m–6897 Figuur 4 3 1. Voorste handgreep m–6478 Veiligheid staat voorop Figuur 5 Lees alle veiligheidsinstructies in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen. 1. Veilige zone – gebruik de Z Master op hellingen van minder dan 15 graden of op vlak terrein. 2.
Bedieningsorganen Ontgrendel de stoel en til deze omhoog om op de urenteller te kijken (Fig. 8). Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Fig. 7 en 8) voordat u de motor start en de machine gebruikt. Parkeerrem gebruiken Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. 8 7 6 Parkeerrem in werking stellen 1 1. Zet de schakelhendels (Fig. 7) in de vergrendelde neutraalstand. 4 3 2.
Starten en stoppen van de motor 1 1 2 Motor starten 3 1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand. 2 2. Stel de parkeerrem in werking; zie Parkeerrem in werking stellen, blz. 18. Figuur 12 4. Zet de choke op Aan voordat u een koude motor start. 1. Snel 2. Langzaam Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken. Zodra de motor start, zet u de chokehendel op Uit. 5.
Bediening van de aftakas Werking van het veiligheidssysteem Met de aftakas schakelt u de aandrijving naar de elektrische koppeling aan of uit. Het veiligheidssysteem is bedoeld om starten van de motor alleen mogelijk te maken wanneer: • de bestuurder op de stoel zit. Aftakas inschakelen • de parkeerrem in werking is gesteld. 1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en zet de schakelhendels van de tractie in de neutraalstand. • de aftakas is uitgeschakeld.
Vooruit- en achteruitrijden Met de gashendel regelt u de snelheid van de motor, oftewel het toerental (in omwentelingen per minuut). Zet de gashendel op SNEL om de beste prestaties te verkrijgen. Laat de motor tijdens het maaien altijd op vol gas draaien. 2 3 1 4 Voorzichtig m–2715 De machine kan zeer snel ronddraaien. De bestuurder kan de controle over de machine verliezen. Dit kan leiden tot lichamelijk letsel en schade aan de machine. Figuur 15 1. Schakelhendel-Neutraalstand 2.
De maaihoogte instellen Antiscalpeerrol afstellen De maaihoogte kan worden ingesteld van 38 tot 127 mm in stappen van 6 mm door de gaffelpen in verschillende openingen te plaatsen. Als u de maaihoogte wijzigt, verdient het aanbeveling de hoogte van de antiscalpeerrollen in te stellen. 1. Schakel de aftakas uit en draai het contactsleuteltje op Uit. Zet de hendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. Verwijder het sleuteltje. 1.
Positie van afvoerplaat instellen De volgende figuren zijn uitsluitend bedoeld als aanbeveling voor gebruik. De instelling is afhankelijk van de soort gras, het vochtgehalte en de hoogte van het gras. Opmerking: Als het motorvermogen afneemt en de rijsnelheid van de maaimachine hetzelfde blijft, opent u de plaat. 4 Positie A 2 5 3 m–6844 Dit is de volledig achterwaartse positie. Deze positie 4 de volgende gevallen. wordt aanbevolen voor 1 • Maaiomstandigheden met kort, licht gras. Figuur 20 1.
Positie C Bestuurdersstoel ontgrendelen Dit is de volledig open positie. Deze positie wordt aanbevolen voor de volgende gevallen. Duw de stoelvergrendeling naar achteren om de stoel te ontgrendelen. Hierdoor kunt u bij het deel van de machine onder de stoel komen. • Maaiomstandigheden met hoog, dicht gras. • Vochtige omstandigheden. 3 • Vermindert het energieverbruik van de motor. 2 • Maakt hogere rijsnelheid mogelijk in zware omstandigheden.
Machine in bedrijf stellen Zijafvoer gebruiken 1. Draai de omloopkleppen een slag naar rechts om de machine in bedrijf te stellen (Fig. 27). Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert. Opmerking: Draai de omloopkleppen niet te vast. Gevaar Opmerking: De machine zal niet rijden als de omloopkleppen niet zijn ingedraaid.
Machine inladen Waarschuwing Ga zeer voorzichtig te werk als u een maaimachine op een aanhanger of een vrachtwagen laadt. Wij adviseren u gebruik te maken van een hellingbaan die de volle breedte van de machine beslaat en zo breed is dat deze uitsteekt voorbij de achterwielen in plaats van afzonderlijke oprijplaten voor elke kant van de maaimachine (Fig. 28). Het lagere achterdeel van het frame steekt tussen de achterwielen naar achteren uit en moet voorkomen dat de machine achterover kiept.
Gebruik van de Z Stand De Z Stand® wordt gebruikt om de voorkant van de machine omhoog te zetten. Dit maakt het mogelijk het maaidek te reinigen en maaimessen te verwijderen. 1 3 2 Waarschuwing m–5600 De machine kan op iemand neervallen en ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. Figuur 30 1. Z Stand (in gleuf geplaatst) 2. Spleet in voetpad of gazon • Ga zeer voorzichtig te werk als de machine op de Z Stand is geplaatst.
De machine van de Z Stand afrijden 1/3 van de lengte van het gras afmaaien 1. Verwijder de blokjes. Aanbevolen wordt niet meer dan ongeveer 1/3 van de lengte van het gras af te maaien. Meer afmaaien wordt afgeraden, tenzij het gras dun is, of in de late herfst, wanneer het gras langzamer groeit. 2. Zet de vergrendeling omhoog in de ontgrendelde stand (Fig. 31). 3. Start de motor en laat deze op halfgas lopen. Zet de parkeerrem vrij. Maairichting 4. Rij langzaam achterwaarts van de Z Stand af.
Onderkant van het maaidek schoonhouden Verwijder na elk gebruik maaisel en vuil van de onderkant van het maaidek. Als zich gras en vuil in het maaidek verzamelt, leidt dat uiteindelijk tot een onbevredigend maairesultaat. Onderhoud van maaimessen Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor een scherp maaimes. Een scherp mes snijdt het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 5 bedrijfsuren Voor elk gebruik Onderhoudsprocedure • Hydraulische vloeistof – peil controleren • Hydraulisch filter – vervangen • • • • Olie – peil controleren Veiligheidsysteem – controleren Maaikast – reinigen Luchtinlaat van motor – reinigen1 Om de 8 bedrijfsuren • Maaimessen – controleren Om de 25 bedrijfsuren • • • • • • • • Om de 50 bedrijfsuren • Riemen – spanning afstellen • Riemen – controleren op slijtage/scheuren • Ba
Voorzichtig Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie. Onderhoud van de maaimessen De messen controleren 1. Controleer de snijranden (Fig.32).
Controle op kromme messen vervanging uitsluitend originele Toro-messen gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit messen van andere fabrikanten omdat dit in strijd kan zijn met de veiligheidsnormen. 1. Draai de messen totdat de uiteinden naar voren en naar achteren wijzen (Fig. 33). Meet de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand, positie A, van de messen (Fig. 34). Noteer deze afstand. Waarschuwing Vóór Contact met een scherp mes kan ernstig letsel veroorzaken.
De maaimessen monteren 7. Inspecteer het filterelement op beschadiging door een felle lichtbron op de buitenkant van het filter te richten en er doorheen te kijken. Gaten in het filter zijn herkenbaar als lichte plekken. Als het filter is beschadigd, moet u dit weggooien. 1. Monteer het mes op de as (Fig. 37). Belangrijk Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 3 2. Monteer de veerschijf en de mesbout (Fig. 37).
Motorolie controleren 2 1 3 Olie verversen: • Om de 100 bedrijfsuren. Opmerking: De motorolie moet vaker worden ververst als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Type olie: Reinigingsolie (API-klasse SH, SJ, SL of hoger) m–4811 m–3219 Figuur 39 Carterinhoud: met filter, 2,0 liter 1. Oliepeilstok 2. Vulbuis Viscositeit: zie onderstaande tabel 3. Metalen deel GEBRUIK UITSLUITEND OLIE MET DEZE SAE-VISCOSITEIT Olie verversen 1.
Oliefilter vervangen Onderhoud van de bougie Vervang het oliefilter om de 200 bedrijfsuren of om de andere olieverversingsbeurt. Controleer de bougie(s) om de 200 bedrijfsuren. Controleer of de elektrodenafstand correct is voordat u de bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougie(s) en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer nieuwe bougie(s) indien dit nodig is.
Onderhoud van het brandstoffilter Bougie controleren 1. Bekijk het midden van de bougie(s) (Fig. 43). Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter. Vervang het brandstoffilter om de 200 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Belangrijk U mag de bougie(s) nooit schoonmaken.
Onderhoud van de brandstoftank Smeren Smeer de machine volgens het tijdschema op de instructiesticker CONTROLE EN ONDERHOUD (Fig. 46). De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. De brandstoftank aftappen Gevaar Type vet: Universeel smeervet. In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Methode van smeren 1.
Smeerpunten Assen smeren Pomp vet in de smeernippels volgens het tijdschema op de instructiesticker CONTROLE EN ONDERHOUD (Fig. 46). Het maaidek moet wekelijks of om de 25 bedrijfsuren worden gesmeerd. Zie Onderhoudsschema, blz. 30. Gebruik Nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis voor algemene doeleinden. Belangrijk Controleer elke week of de assen van het maaidek overvloedig zijn gesmeerd. 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking.
De koelsystemen reinigen 1 Motorscherm en oliekoeler reinigen Voor elk gebruik moet u het motorscherm en de oliekoeler controleren en reinigen. Verwijder aangekoekt gras, vuil of andere rommel van de oliekoeler en het luchtinlaatrooster van de motor (Fig. 48). 2 ÓÓ ÓÓ ÓÓ ÓÓ m–1872 Figuur 50 1. Ventiel 1 Gleufmoer van wielnaaf controleren m–3801 Figuur 48 1. Motorscherm Controleer de gleufmoer om de 500 bedrijfsuren. 2. Oliekoeler De gleufmoer moet worden aangedraaid met een torsie van 170 Nm.
Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen Inhoud van het hydraulische systeem: 2,0 l Opmerking: De hydraulische vloeistof kunt u op twee manieren controleren. Als de vloeistof warm is en als de vloeistof koud is. De keerplaat in de tank geeft twee niveaus aan, afhankelijk of de vloeistof warm of koud is. U moet dit lager om de 500 bedrijfsuren of bij stalling controleren, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. 1. Plaats de machine op een horizontaal vlak en stel de parkeerrem in werking.
4. Smeer een dun laagje hydraulische vloeistof op de rubberen pakking van het nieuwe filter (Fig. 55). Waarschuwing 5. Monteer het nieuwe hydraulische filter op het filtertussenstuk. Niet te vast aandraaien. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. 6. Vul de hydraulische tank met hydraulische vloeistof totdat de vloeistof over het filter stroomt.
3. Als het wiel uit zichzelf begint te draaien, moet u dit ingeschakeld houden totdat het wiel soepel draait (minimaal 2 minuten). 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 4. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof en giet indien nodig vloeistof bij om het correcte peil te handhaven. 2.
6 9 2 Tijdens deze afstelling moeten de aandrijfwielen draaien. 1 1. Krik het frame omhoog en plaats de machine op kriksteunen zodat de aandrijfwielen vrij kunnen ronddraaien. 7 3 2. Ontgrendel de stoel, kantel deze naar voren en koppel de elektrische connector los van de veiligheidsschakelaar van de stoel. 3. Monteer tijdelijk een verbindingsdraad op de polen van de stekker van de kabelboom. 4. Schuif de stoel naar voren, maak de steunstang los en kantel de stoel helemaal naar voren.
De sporing afstellen Neutraalstand linkse hydraulische pomp afstellen De rechtse handpomp heeft een knop waarmee de sporing kan worden afgesteld. 1. Draai de borgmoeren op de kogelverbinding op de bedieningsstang van de pomp los (Fig. 57). Belangrijk U moet eerst de neutraalstand van de hendel en de neutraalstand van de hydraulische pomp afstellen alvorens de sporing af te stellen. Zie Neutraalstand van hendel afstellen, blz. 42 en Neutraalstand hydraulische pomp afstellen, blz. 43. 2.
Aandrijfriem van pomp vervangen 4 5 6 Controleer de aandrijfriem van de pomp om de 50 bedrijfsuren op slijtage. 1 1. Trek de veerbelaste spanpoelie naar beneden en verwijder de tractieriem van de motorpoelie en de poelie van de pomp van het hydraulische systeem (Fig. 60). Haal de riem tussen de poelies weg. 2 2. Monteer een nieuwe riem rond de motor en de poelies van de pomp van het hydraulische systeem (Fig. 60). m–3788 3 3.
Onderhoud van de accu 3. Bevestig vervolgens de minkabel en de aardingskabel aan de minpool (–) van de accu. 4. Bevestig de kabels met 2 bouten (1/4 x 3/4 inch), 2 ringen (1/4 inch) en 2 borgmoeren (1/4 inch) (Fig. 64). Waarschuwing 5. Schuif het rode stofkapje voor de accupool op de pluspool (rood) van de accu. Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
5. Wacht na het bijvullen van de accucellen vijf tot tien minuten. Vul indien nodig gedestilleerd water bij totdat het zuurpeil de bovenste streep (Fig. 63) op de accubehuizing bereikt. Waarschuwing Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, die lichamelijk letsel kunnen veroorzaken. 6. Plaats de vuldoppen weer op de accu.
Maaidek horizontaal stellen in drie standen Vóór Belangrijk Er zijn slechts 3 meetstanden nodig om het maaidek horizontaal te stellen. B C De machine instellen m–1078 Figuur 66 1. Plaats de maaimachine op een horizontaal oppervlak. 2. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 3.
Schuinstand van het maaidek instellen Drukveer afstellen 1. Zet het rechter maaimes in de schuinstand (Fig. 69). 1. Zet de hefhendel van het maaidek omhoog in de transportstand (Fig. 16). 2. Meet bij punt A (Fig. 69) de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand van het maaimes (Fig. 70). 2. Controleer de afstand tussen de twee grote ringen; deze moet 26,7 mm bedragen (Fig. 71). 3. Noteer deze afstand. 8 4. Meet bij punt B (Fig.
8. Monteer de riemgeleider met een ring en een moer op de poelie links achter (Fig. 72). 4. Zet de voorkant van de maaimachine omhoog met behulp van de Z Stand; zie Gebruik van de Z Stand, blz. 27. Belangrijk Controleer hoever de riem is gedraaid tussen de poelies. Zorg ervoor dat de riem niet verder is gedraaid dan wordt aangegeven in Figuur 72. Waarschuwing 1 De machine kan op iemand neervallen en ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken.
Riemspanning afstellen 3 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 4 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te verlaten. 3. Hef het maaidek op in de transportstand. 2 Belangrijk Controleer hoever de riem is gedraaid tussen de poelies. Zorg ervoor dat de riem niet verder is gedraaid dan wordt aangegeven in Figuur 72.
3. Monteer de bout en de moer. Plaats het J-vormige haakeind van de veer om de grasgeleider (Fig. 78). 11. Als de plaat van de spanpoelie het uiteinde van de afstelgleuf raakt en de riem strakker moet worden gespannen, kunt u de riem strakker zetten door de plaat een klein stukje te verplaatsen naar de vaste spanpoelie rechts (Fig. 77). 1 Belangrijk De grasgeleider moet omlaag in positie kunnen klappen. Til de grasgeleider omhoog om te controleren of deze volledig omlaag klapt.
Reiniging en stalling 11. Wanneer de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moet deze worden voorbereid op stalling. De machine wordt als volgt voorbereid op stalling. 1. Schakel de aftakas uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje op Uit. Maak de bougiekabel los van de bougie. Verwijder het sleuteltje. A. Voeg een stabilizer/conditioner op aardoliebasis toe aan de brandstof in de tank. Volg de mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op.
Elektrisch schema 54
Storingen, oorzaak en remedie Probleem Startmotor draait niet. Mogelijke oorzaken 1. De aftakas is ingeschakeld. 1. Aftakas uitschakelen. 2. Parkeerrem niet in werking gesteld. 2. Stel de parkeerrem in werking. 3. Bestuurder zit niet op de stoel. 3. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 4. Accu is leeg. Motor start niet,, start moeilijk j of blijft niet i t lopen. l Motor levert te weinig g vermogen. g Motor raakt oververhit. Remedie 4. Accu opladen. 5.
Probleem Machine rijdt niet. Abnormale trillingen. Onregelmatige g g maaihoogte. g Messen draaien niet. Mogelijke oorzaken Remedie 1. Tractieriem versleten, los of gebroken. 1. Neem contact op met een erkende Service Dealer. 2. Tractiedrijfriem van poelie af. 2. Neem contact op met een erkende Service Dealer. 3. Peil van hydraulische vloeistof te laag. 3. Reservoir bijvullen met hydraulische vloeistof. 4. Spanveer is niet bevestigd. 4. Spanveer bevestigen. 1.