Form No. 3380-766 Rev B Z Master® commerciële 2000-serie zitmaaiers met 122-cm Turbo Force® maaidek met zijafvoer Modelnr.: 74142TE—Serienr.: 314000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002. WAARSCHUWING Standaard gemonteerde oorspronkelijke onderdelen en accessoires verwijderen kan een invloed hebben op de garantie, tractie en veiligheid van de machine. Niet-originele Toro onderdelen gebruiken kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Inhoud Veiligheidsgordel controleren...................................39 De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren ........................................................39 De sporing afstellen ................................................40 Bandenspanning controleren ...................................40 De wielmoeren controleren .....................................41 Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen ...............41 Elektrische koppeling afstellen .................................
Veiligheid Vóór ingebruikname • Draag tijdens het maaien altijd een lange broek en stevige Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van productie. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan echter letsel veroorzaken.
Onderhoud en opslag • Ga zorgvuldig te werk als u lasten sleept of zware werktuigen gebruikt. • Draai alle moeren, bouten en schroeven regelmatig strak aan, zodat de machine steeds veilig in gebruik is. – - Gebruik uitsluitend goedgekeurde trekstangbevestigingspunten. • Stal de machine nooit met brandstof in de tank in een gebouw waar dampen open vlammen of vonken kunnen bereiken. – - Beperk de belasting tot wat u veilig kunt beheersen. – - Maak geen scherpe bochten.
Maaien op hellingen Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in ISO 11094. • Maai nooit op een helling van meer dan 15 graden. • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels, steil • • • • • • • • • • • Trillingsniveau aflopende oevers of water. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Maai nooit op een helling als het gras nat is.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 58-6520 1. Smeervet Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 93-7818 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 1.
106-5517 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 112-3858 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Haal het sleuteltje uit het contact voordat u de maaihoogte afstelt. 2. Lees de instructies voordat 4. Maaihoogte-instellingen u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 112-9028 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. 114-4466 3. Laden: 25 A 4. Extra: 15 A 1. Hoofd: 25 A 2. Aftakas: 10 A 107-3069 1.
117–1158 1. Omloophendel, hendel in gebruikstand. 117-3888 2. Omloophendel, hendel in duwstand. 1. Slip- en kantelgevaar – gebruik de machine niet in de nabijheid van afgronden met een hellingsgraad van meer dan 15 graden, gebruik de machine op een veilige afstand van steile dalingen en op hellingen van minder dan 15 graden; maak geen bruuske bochten als u snel rijdt, rijd traag in bochten. 2.
9–2501 1. Choke 3. Langzaam 2. Snel 4. Aftakasschakelaar 121–4777 1. Maaihoogte-instelling 2. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het vergrendelen en ontgrendelen van de stand van het maaidek. 114–4468 5. Kans dat de wielen grip verliezen en de bestuurder de macht over de machine verliest, hellingen – Op een helling kunnen de wielen grip verliezen en kan de bestuurder de macht over de machine verliezen, schakel de aftakas uit en rij langzaam de helling af. 1.
Algemeen overzicht van de machine Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 5). 6 5 Gashendel 4 3 De gashendel heeft twee standen: Snel en Langzaam. 7 2 Choke 8 1 Gebruik de choke om een koude motor te starten. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen.
Specificaties Gebruiksaanwijzing Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
WAARSCHUWING Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is. • Doe de veiligheidsgordel niet om als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Rij langzaam en voorzichtig. • Klap de rolbeugel op zodra er genoeg ruimte is en gebruik de veiligheidsgordel.
GEVAAR VOORZICHTIG Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt.
Parkeerrem vrijzetten 1 2 G008946 Figuur 13 G017427 Figuur 10 De choke bedienen Gebruik de choke om een koude motor te starten. De aftakasschakelaar bedienen 1. Gebruik de choke om de motor te starten als deze koud is. De aftakasschakelaar start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. 2. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen voordat u de contactschakelaar inschakelt (Figuur 14). Aftakasschakelaar inschakelen 3.
deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden. Opmerking: Er kunnen meerdere startpogingen nodig zijn als u de motor voor de eerste keer start nadat er helemaal geen brandstof in het brandstofsysteem heeft gezeten. G017428 1 RT ST A N RU ST O P 2 G008947 Figuur 15 2. Draai het contactsleuteltje naar de stand Stop om de motor af te zetten. G008948 Figuur 16 De brandstofafsluitklep gebruiken 1. Aan 2. Uit De brandstofafsluitklep bevindt zich achter de stoel.
Motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten. Laat de motor 60 seconden stationair draaien met een lage snelheid (schildpad) voordat u het contact uitschakelt. g017429 Figuur 17 6.
Het Veiligheidssysteem nu stoppen. Herhaal deze procedure bij de andere rijhendel. VOORZICHTIG 5. Neem plaats op de stoel, zet de parkeerrem vrij, schakel de aftakasschakelaar uit en zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand. Probeer de motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.
De rijhendels gebruiken G008952 Figuur 21 Achteruitrijden Figuur 20 1. Rijhendel – onvergrendelde neutraalstand 2. Centrale onvergrendelde stand 3. Vooruit 4. Achteruit 1. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. 5. Voorkant van de machine 2. Om achteruit te rijden, trekt u de rijhendels naar achteren (Figuur 22). Vooruitrijden Opmerking: De motor slaat af als u de rijhendels van de tractie beweegt terwijl de parkeerrem in werking is gesteld.
De machine stoppen Om de machine te stoppen, zet u de rijhendels in de neutraalstand en vergrendelt u de hendels, schakelt u de aftakas uit en draait u het contactsleuteltje naar de stand Uit. Als u de machine achterlaat, moet u tevens de parkeerrem in werking stellen; zie Parkeerrem in werking stellen in de gebruiksaanwijzing. Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt.
De pen voor de maaihoogte instellen Grootte van maaidek Maaihoogtebereik Stappen 122 cm 38 tot 127 mm 6 mm Wijzig de maaihoogte door de gaffelpen in het gewenste gat te brengen. 1. Zet de transportvergrendeling in de vergrendelde stand. 2. Druk het voetpedaal in en breng het maaidek omhoog tot de transportstand (dit is de maaihoogtestand van 140 mm) (Figuur 24). g017628 Figuur 25 3. Om dit aan te passen, draait u de pen 90 graden en verwijdert u de pen uit de maaihoogtebeugel (Figuur 24). 1.
De vrijgavehendels van de aandrijfwielen gebruiken 1 2 3 4 WAARSCHUWING Handen kunnen klem raken in de draaiende onderdelen onder het maaidek. Dit kan tot ernstig letsel leiden. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat alle bewegende delen tot stilstand komen voordat u de vrijgavehendels van de aandrijfwielen aanraakt. WAARSCHUWING De aandrijfeenheden van de motor en de hydrauliek kunnen zeer heet worden.
achterwielen in plaats van afzonderlijke oprijplaten voor elke kant van de maaimachine (Figuur 29). Het lagere achterdeel van het frame steekt tussen de achterwielen naar achteren uit en moet voorkomen dat de machine achterover kantelt. Een hellingbaan die zich over de volle breedte uitstrekt, geeft de onderdelen van het frame een oppervlak dat steun biedt als de machine achterover dreigt te kantelen.
Transport van de machine Gebruik van de Z Stand® Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen.
Figuur 32 1. Z Stand (in sleuf geplaatst) 3. Vergrendeling, op draailip rustend 2. Spleet in voetpad of gazon Figuur 33 4. Plaats het voetstuk op de grond en laat de vergrendeling op de draailip rusten (Figuur 32). 1. Z Stand 3. Vergrendelde stand 2. Vergrendeling 4. Ontgrendelde stand 3. Start de motor en laat deze op halfgas lopen. Zet de parkeerrem vrij. 5. Start de motor en laat deze op halfgas lopen.
Maai met de juiste regelmaat Normaal gesproken moet u om de vier dagen maaien. Houd er echter rekening mee dat gras niet het hele jaar door even snel groeit. Om dezelfde maaihoogte te behouden, wat een goede gewoonte is, moet u in het vroege voorjaar vaker maaien. Als de groeisnelheid in de zomer afneemt, maait u minder vaak. Als u langere tijd niet hebt kunnen maaien, maait u eerst op een hoge maaistand. Maai twee dagen later op een lagere maaistand.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Motorolie verversen. • Controleer de torsie van de wielmoeren. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen en hydraulische vloeistof verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • • • Het veiligheidssysteem controleren. Controleer het motoroliepeil. Controleer de veiligheidsgordel Controleer de knoppen van het rolbeugelsysteem. Reinig het motorscherm.
Smeerpunten maaimachine Smering Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de spanarm van het maaidek. Smeren Jaarlijks—Smeer de draaipunten van de voorste zwenkwielen (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Type smeermiddel: nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis voor algemene doeleinden. 1.
afstandsmoeren en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde. Draai de afstandmoer niet volledig tot het einde van de as. Laat een afstand van ongeveer 3 mm vrij tussen het buitenste oppervlak van de afstandsmoer en het einde van de as binnen de moer. 10. Plaats de as met de moer in het wiel aan de zijde van het wiel met de nieuwe afdichting en het nieuwe lager. 11.
Onderhoud motor WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Houd kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren—Vervang het voorfilter. Figuur 38 1. Luchtfilterklemmen 2. Luchtfilterdeksel Om de 250 bedrijfsuren—Controleer het hoofdluchtfilter 3. Voorluchtfilter 4.
Motorolie verversen/oliepeil controleren Type olie:Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of SL) Carterinhoud: met vervanging van filter, 2,1 l; zonder vervanging van filter, 1,8 l G008804 Viscositeit: zie onderstaande tabel. Figuur 39 1 2 3 4 6 7 8 9 5 Opmerking: Gebruik van multigrade-olie (5W-20, 10W-30 of 10W-40) zal leiden tot een hoger olieverbruik. Controleer vaker het oliepeil als u multigrade-olie gebruikt.
2. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 1 2 3 4 5 6 3. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 4. Motorolie verversen (Figuur 41). G008804 1 2 G008796 Figuur 42 3 6. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw.
Bougie verwijderen 1. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 2. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. G017452 1 2 3 4 5 3. Zoek en verwijder de bougies (Figuur 44). g015124 6 Figuur 44 Bougie controleren Belangrijk: Bougies nooit schoonmaken.
1 Onderhoud brandstofsysteem 2 Brandstoffilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). 3 Het brandstoffilter bevindt zich bij de motor, aan de voorzijde of de achterzijde van de motor. 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2.
Onderhoud elektrisch systeem contact kan maken met onderdelen die de leiding mogelijk kunnen beschadigen. Onderhoud van de brandstoftank Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Maandelijks Probeer de brandstoftank niet zelf af te tappen. Laat een erkende servicedealer de brandstoftank aftappen en onderdelen van het brandstofsysteem een onderhoudsbeurt geven. GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt.
Accu opladen 4. Schuif het rode stofkapje van de (rode) pluspool van de accu en verwijder de (rode) pluskabel (+) (Figuur 48). WAARSCHUWING 5. Verwijder de vleugelmoeren waarmee de accuklem is bevestigd (Figuur 48). Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 6. Verwijder de klem (Figuur 48). Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. 7. Verwijder de accu.
Onderhoud aandrijfsysteem Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel visueel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel voor gebruik als deze beschadigd is. De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren G017436 Figuur 50 1. Optioneel accessoire-15 A 4. Hoofd: 25 A 2. Laden: 25 A 5.
7. Als de machine een afwijking naar links heeft, draai dan de bouten los en breng de rechter aanslagplaat naar achteren op de rechter T-sleuf tot de machine recht rijdt (Figuur 52). 8. Zet de aanslagplaat vast (Figuur 52). Figuur 52 Linkerrijhendel afgebeeld Figuur 51 1. Rolbeugelknop (vergrendelde stand) 3. Rolbeugel omhoog 2. Trek de rolbeugelknop uit en draai deze 90 graden om de stand van de rolbeugel te veranderen 4. Rolbeugel omlaag 1. Rijhendel 3. Aanslagplaat 2.
Figuur 53 De wielmoeren controleren Figuur 54 Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren—Controleer de torsie van de wielmoeren. 1. Veerringen 3. Stofkap 2. Borgmoer Jaarlijks—Controleer de torsie van de wielmoeren. Controleer de wielmoeren en draai ze vast met een torsie van 122 tot 136 Nm. Elektrische koppeling afstellen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren—Controleer de elektrische koppeling.
Onderhoud koelsysteem Het motorscherm reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm. Dit zal mede zorgen voor een adequate koeling en een correct motortoerental en zal de kans verkleinen dat de motor oververhit raakt en technische schade oploopt (Figuur 56). Figuur 55 1. Stelmoer 2. Sleuf 3.
Onderhoud riemen Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Riemen controleren. Tekenen dat een riem aan het slijten is, zijn: gieren tijdens het draaien van de riem, slippen van de messen tijdens het maaien, gerafelde randen, schroeiplekken en scheuren. Vervang de riem als u deze zaken constateert.
7. Verwijder de riemgeleider op de arm van de veerbelaste spanpoelie zoals getoond in Figuur 58. 8. Verwijder de aanwezige riem. 9. Bevestig de nieuwe riem rond de poelies van het maaidek en de koppelingspoelie onder de motor (Figuur 58). g017496 Figuur 59 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 3. Bevestig de bout 2. Schuif de aandrijfriemkap onder de zijrichels Aandrijfriem van de hydraulische pomp vervangen 1. Schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
Onderhoud bedieningsysteem 8. Bevestig de nieuwe riem rond de motorpoelie en de twee aandrijfpoelies. De stand van de handgrepen afstellen 2 Er zijn twee standen voor de handgrepen: hoog en laag. Verwijder de bouten om de hoogte aan te passen voor de bestuurder. 3 1 4 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 5 6 2.
te starten. De bestuurder hoeft niet in de stoel te zitten vanwege de gebruikte startkabel. Laat de motor volgas lopen en zet de rem vrij. 6. Laat de machine minimaal 5 minuten draaien met de rijhendels op volledige snelheid vooruit om de hydraulische vloeistof op bedrijfstemperatuur te brengen. Opmerking: Zet de rijhendel in neutraal als u aanpassingen dient uit te voeren. 7. Zet de rijhendels in de neutraalstand.
Onderhoud hydraulisch systeem Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. Figuur 65 Rechter rijhendel afgebeeld Peil van hydraulische vloeistof controleren 1. Draai de borgmoer vast met een torsie van 23 Nm. De bout moet uit het einde van de borgmoer steken na het vastdraaien. 2.
Hydraulische vloeistof verversen en filter vervangen Herhaal deze procedure voor beide filters. Hydraulische filter monteren Het filter vervangen en de olie verversen moet op hetzelfde moment gebeuren. De olie niet hergebruiken. Zodra het nieuwe filter is geplaatst en de olie is toegevoegd moet het systeem worden ontlucht. Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren Om de 400 bedrijfsuren Het ontluchtingsproces moet worden herhaald tot de olie tot de VOL KOUD-streep in de tank reikt.
deze ontluchtingsplug. Draai de plug vast met een torsie van 20,3 Nm. 7. Ga verder met het vullen van de expansietank tot de olie de markering FULL COLD bereikt in de expansietank. Ga verder met het gedeelte Hydraulisch systeem ontluchten. achteren kan bewegen, zit er geen lucht meer in de transaxle. 4. Controleer voor de laatste keer het oliepeil in de expansietank. Indien nodig bijvullen met de gespecificeerde vloeistof totdat het peil de VOL KOUD-streep op de expansietank bereikt.
Onderhoud van het maaidek 6. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. 7. Ontgrendel de transportvergrendeling en laat het dek zakken tot de gewenste maaihoogte. Maaidek horizontaal stellen 8. Breng het uitwerpkanaal omhoog. 9. Meet aan beide zijden van het maaidek vanaf het horizontale oppervlak tot de voorste punt van het maaimes (punt A). De afstand moet 7,6 cm bedragen (Figuur 72).
Opmerking: Draai de bout van het enkelpuntssysteem losser of vaster tot de montagebouten van de maaihoogteplaat ongeveer 1/3 van de lengte in de sleuven kunnen bewegen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor afstelling omhoog of omlaag van de vier maaidekkoppelingen. g017441 g017036 Figuur 73 1. Getande Whiz Lock-moer 2. Stelschroef Figuur 75 3. Contramoer 4. Gaffel 1. Bout enkelpuntssysteem 14. Draai de twee bouten aan de onderzijde van de maaihoogteplaat vast (Figuur 74).
een mes beschadigd of versleten is, moet u dit onmiddellijk vervangen door een origineel TORO-mes. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. 3. Draai de messen totdat de uiteinden in de lengterichting liggen (Figuur 77). Meet de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand, stand A, van de messen (Figuur 77). Noteer deze afstand.
balans is, moet u wat metaal afvijlen van het uiteinde van de vleugel (Figuur 81). Herhaal dit indien nodig totdat het mes in balans is. 2. Verwijder de mesbout, de klemring en het mes van de spilas (Figuur 78). Figuur 80 1. Mes 2. Mesbalans 5 Maaimessen monteren 1 Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. 2 3 4 1.
1. Zet de motor af, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en verwijder het contactsleuteltje. Stel de parkeerrem in werking. 2. Verwijder de maaihoogtepen en breng het maaidek omlaag naar de grond. 3. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. 4. Verwijder de aandrijfriemkappen. 5. Hef het vloerdeel op en steek een momentsleutel in de vierkante opening in de spanpoelie (Figuur 82). 6.
6 2 4 Reiniging 7 Onderkant van het maaidek reinigen 3 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 1 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 5 g015594 Figuur 84 1. Bout 2. Afstandsstuk 5. Gemonteerde veer 6. Grasgeleider 3. Borgmoer 7.
Stalling Reinigen en opslaan 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor en het hydraulische systeem. Vuil en kaf van de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing verwijderen. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. B.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. De parkeerrem is niet in werking. 3. Aandrijfhendels bevinden zich niet in de vergrendelde neutraalstand. 2. De parkeerrem in werking stellen. 3. Zorg ervoor dat de aandrijfhendels zich in de vergrendelde neutraalstand bevinden. 4. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 4. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel. 5. De accu is leeg.
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit) 1. De sporing moet afgesteld worden 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. De machine drijft niet aan. 1. De omloopventielen zijn niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopventielen. 2. De pompriem is versleten, los of stuk. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Een zekering is doorgebrand. 1. De zekering vervangen. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's g018479 Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 61
Opmerkingen: 62
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Dealer: Land: Hongarije Hongkong Korea Telefoonnummer: 36 27 539 640 852 2155 2163 82 32 551 2076 Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Maquiver S.A. Maruyama Mfg. Co. Inc. Mountfield a.s. Colombia Japan Tsjechië Casco Sales Company Puerto Rico 787 788 8383 Mountfield a.s. Slowakije Ceres S.A. Costa Rica 506 239 1138 Munditol S.A. Argentinië CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co.
De Toro totaalgarantie Aanwijzingen om van de garantiedienst gebruik te maken Gedekte voorwaarden en producten The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.