Form No. 3371-581 Rev B Z Master® zitmaaier met 122 cm Turbo Force® maaidek met zijafvoer Modelnr.: 74141TE—Serienr.: 312000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002. WAARSCHUWING Standaard gemonteerde oorspronkelijke onderdelen en accessoires verwijderen kan een invloed hebben op de garantie, tractie en veiligheid van de machine. Niet-originele Toro onderdelen gebruiken kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Inhoud Brandstoffilter vervangen ................................... 38 Onderhoud van de brandstoftank ....................... 39 Onderhoud elektrisch systeem ................................ 39 Onderhoud van de accu...................................... 39 Onderhoud van de zekeringen ............................ 40 Onderhoud aandrijfsysteem.................................... 41 Veiligheidsgordel controleren ............................. 41 De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren..................
Veiligheid ◊ onjuist gebruik van de rem, ◊ het type machine is niet geschikt voor het specifieke werk, Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van productie. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan echter letsel veroorzaken.
• • • • • • • • • • • • en naar links en naar rechts voordat u van richting verandert. Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht. Alle werktuigkoppelingen uitschakelen en versnelling in vrij schakelen voordat u de motor start. Gebruik de maaimachine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Denk eraan dat elke helling gevaarlijk is.
Maaien op hellingen u een betrouwbare mechanische vergrendeling gebruikt. • Maai nooit op een helling van meer dan 15 graden. • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels, steil aflopende oevers of water. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken.
Geluidsdruk Deze machine oefent een geluidsdruk van 91 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in EN 836. Geluidsniveau Deze machine heeft een geluidsniveau van 105 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in ISO 11094.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 58-6520 1. Smeervet Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6.
6-5517 1. Waarschuwing - Raak het hete oppervlak niet aan. 112-3858 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Haal het sleuteltje uit het contact voordat u de maaihoogte afstelt. 2. Lees de instructies voordat 4. Maaihoogte-instellingen u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 112-9028 1. Waarschuwing - Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. 114-4466 3. Laden: 25 A 4. Extra: 15 A 1. Hoofd: 25 A 2. Aftakas: 10 A 107-3069 1.
7-3848 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen—Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd - Blijf uit de weg van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 117-0346 1. Risico op brandstoflekkage - lees de gebruikershandleiding. Probeer niet de rolbeugel te verwijderen.
119-2501 1. Choke 3. Langzaam 2. Snel 4. Aftakasschakelaar 117-3888 1. Slip- en kantelgevaar - gebruik de machine niet in de nabijheid van afgronden met een hellingsgraad van meer dan 15 graden, gebruik de machine op een veilige afstand van steile dalingen en op hellingen van minder dan 15 graden; maak geen bruuske bochten als u snel rijdt, rijd traag in bochten. 2.
114–4468 5. Kans dat de wielen grip verliezen en de bestuurder de macht over de machine verliest, hellingen – Op een helling kunnen de wielen grip verliezen en kan de bestuurder de macht over de machine verliezen, schakel de aftakas uit en rij langzaam de helling af. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin 6. Ledematen van omstanders kunnen bekneld bent getraind.
Algemeen overzicht van de machine Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 5). Gashendel De gashendel heeft twee standen: Snel en Langzaam. Choke Gebruik de choke om een koude motor te starten. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen.
Specificaties Gebruiksaanwijzing Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Breedte: 122 cm maaidek Zonder maaidek 115,1 cm Geleider omhoog 130,8 cm Geleider omlaag 160,3 cm Brandstof bijvullen • Gebruik voor de beste resultaten uitsluitend schone, verse, loodvrije benzine met een octaangetal van 87 of hoger (indelingsmethode (R+M)/2).
Belangrijk: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten. GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd.
De omkantelbeveiliging (rolbeugel) gebruiken WAARSCHUWING Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt: houd de rolbeugel in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om. G009189 1 Controleer of de stoel goed op de machine is bevestigd. 2 WAARSCHUWING 3 Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is.
GEVAAR Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. Houd de rolbeugel altijd in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om.
Parkeerrem vrijzetten VOORZICHTIG Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. 1 2 Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt. Wij adviseren u beschermende uitrusting te gebruiken, zoals een veiligheidsbril, gehoorbescherming, veiligheidsschoenen en een helm.
De contactschakelaar bedienen Gebruik altijd de snelle stand als u het maaidek inschakelt met de aftakasschakelaar. 1. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start (Figuur 16). Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 15 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden.
G017428 1 2 G008948 Figuur 17 1. Aan g017429 2. Uit Figuur 18 De motor starten en stoppen 6. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start (Figuur 16). Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Motor starten Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 15 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden. 1.
RT ST A N RU P ST O G008947 Figuur 19 1. Uit 2. Lopen 3. Start Motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd is achtergelaten. Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten.
Werking van het veiligheidssysteem Vooruit en achteruitrijden Het veiligheidssysteem is bedoeld om starten van de motor alleen mogelijk te maken wanneer: Met de gashendel regelt u de snelheid van de motor, oftewel het toerental (in omwentelingen per minuut). Zet de gashendel op Snel om de beste prestaties te verkrijgen. Laat de motor tijdens het maaien altijd vol gas draaien. • De parkeerrem in werking is gesteld. • De aftakasschakelaar is ingeschakeld.
Vooruitrijden Opmerking: De motor slaat af als u de rijhendels van de tractie beweegt terwijl de parkeerrem in werking is gesteld. Om te stoppen, zet u de rijhendels in de neutraalstand. 1. Zet de parkeerrem vrij; zie Parkeerrem vrijzetten in de gebruiksaanwijzing. 2. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. 3. Om vooruit te rijden, duwt u de rijhendels langzaam naar voren (Figuur 22).
De pen voor de maaihoogte instellen Grootte van maaidek Maaihoogtebereik Stappen 122 cm 38 tot 127 mm 6 mm Wijzig de maaihoogte door de gaffelpen in het gewenste gat te brengen. 1. Zet de transportvergrendeling in de vergrendelde stand. 2. Druk het voetpedaal in en breng het maaidek omhoog tot de transportstand (dit is de maaihoogtestand van 140 mm) (Figuur 25). 3. Om dit aan te passen, draait u de pen 90 graden en verwijdert u de pen uit de maaihoogtebeugel (Figuur 25). 4.
zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. G008962 Figuur 28 g017628 De vrijgavehendels van de aandrijfwielen gebruiken Figuur 26 1. Antiscalpeerrol 4. Flensmoer 2. Afstandsstuk 3. Lagerbus 5. Bout WAARSCHUWING Handen kunnen klem raken in de draaiende onderdelen onder het maaidek. Dit kan tot ernstig letsel leiden. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat alle bewegende delen tot stilstand komen voordat u de vrijgavehendels van de aandrijfwielen aanraakt.
1 2 3 4 Machine inladen Ga zeer voorzichtig te werk als u een maaimachine op een aanhanger of een vrachtwagen laadt. Wij adviseren u gebruik te maken van een hellingbaan die de volle breedte van de machine beslaat en zo breed is dat deze uitsteekt voorbij de achterwielen in plaats van afzonderlijke oprijplaten voor elke kant van de maaimachine (Figuur 30). Het lagere achterdeel van het frame steekt tussen de achterwielen naar achteren uit en moet voorkomen dat de machine achterover kantelt.
Transport van de machine WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine achterover kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Controleer of de rolbeugel omhoog staat en gebruik de veiligheidsgordel terwijl de machine wordt geladen. Controleer of de rolbeugel het dak van een dichte aanhanger niet raakt.
Tips voor bediening en gebruik Gras niet te kort afmaaien Als de maaibreedte van het maaidek groter is dan die van het maaidek dat u voorheen gebruikte, zet u de maaihoogte één stand hoger. Hierdoor voorkomt u dat oneffenheden te kort worden afgemaaid. Snel-stand gashendel Voor een optimaal maairesultaat en een maximale luchtcirculatie moet u de gashendel op SNEL zetten.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • De motorolie verversen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen en hydraulische vloeistof verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • • • Het veiligheidssysteem controleren. Controleer het motoroliepeil. Controleer de veiligheidsgordel Controleer de knoppen van het rolbeugelsysteem. Reinig het motorscherm. De maaimessen controleren. Maaidek reinigen.
Smering Smeerpunten maaimachine Smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de spanarm van het maaidek. Jaarlijks—Smeer de draaipunten van de voorste zwenkwielen (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Type smeermiddel: nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis voor algemene doeleinden. 1.
Opmerking: De afdichtingen moeten worden vervangen. 8. Als beide afstandsmoeren van de as zijn verwijderd (of afgebroken), breng dan afdichtkit aan op een van de afstandsmoeren en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde. Draai de afstandmoer niet volledig tot het einde van de as. Laat een afstand van ongeveer 3 mm vrij tussen het buitenste oppervlak van de afstandsmoer en het einde van de as binnen de moer. g014942 Figuur 34 9.
Onderhoud motor WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Houd kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren—Vervang het voorfilter. Figuur 36 1. Luchtfilterklemmen 2. Luchtfilterdeksel Om de 250 bedrijfsuren—Controleer het hoofdluchtfilter Om de 500 bedrijfsuren—Vervang het hoofdluchtfilter. 3. Voorluchtfilter 4.
Belangrijk: Druk niet op het zachte midden van het filter. 4. Plaats het luchtfilterdeksel met het ontluchtingsventiel omlaag en draai het zo dat de bevestigingsklemmen het deksel op de juiste plaats vergrendelen (Figuur 36). de motor nooit lopen als de olie lager staat dan de onderste markering, omdat de motor daardoor beschadigd kan raken. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2.
Motorolie verversen Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). G008804 Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. 1 2 3 4 4 5 1. Parkeer de machine zo, dat de achterkant lager is dan de voorkant om ervoor te zorgen dat alle olie volledig kan worden afgetapt. 2.
5. Giet langzaam ongeveer 80 % van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 40). 1 2 G017452 3 5 1 2 3 4 4 6 5 6 G008796 Figuur 40 6. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw.
Onderhoud van de bougie 2 1 Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Controleer of de elektrodenafstand correct is voordat u de bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougie(s) en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer indien nodig nieuwe bougies. G008794 Figuur 43 Type bougie: NGK® BPR4ES of gelijkwaardig Elektrodenafstand: 0,75 mm Bougie monteren Bougie verwijderen Draai de bougie(s) vast met een torsie van 22 Nm. 1.
Vonkenvanger controleren (indien aanwezig) Onderhoud brandstofsysteem Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Brandstoffilter vervangen WAARSCHUWING Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Hete systeemonderdelen van de uitlaat kunnen benzinedampen ontsteken, zelfs nadat de motor is afgezet.
Onderhoud elektrisch systeem Opmerking: Het is belangrijk om de brandstofleidingen terug te plaatsen en vast ze zetten op dezelfde manier als in de fabriek om ervoor te zorgen dat de brandstofleiding geen contact kan maken met onderdelen die de leiding mogelijk kunnen beschadigen. Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Maandelijks Onderhoud van de brandstoftank GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt.
4. Schuif het rode stofkapje van de (rode) pluspool van de accu en verwijder de (rode) pluskabel (+) (Figuur 46). Accu opladen 5. Verwijder de vleugelmoeren waarmee de accuklem is bevestigd (Figuur 46). Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 6. Verwijder de klem (Figuur 46). Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. WAARSCHUWING 7. Verwijder de accu.
Onderhoud aandrijfsysteem 2. Om een zekering te vervangen, trekt u de zekering omhoog. 3. Monteer een nieuwe zekering (Figuur 48). Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel visueel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel voor gebruik als deze beschadigd is.
7. Als de machine een afwijking naar links heeft, draai dan de bouten los en breng de rechter aanslagplaat naar achteren op de rechter T-sleuf tot de machine recht rijdt (Figuur 50). 8. Zet de aanslagplaat vast (Figuur 50). Figuur 50 Linkerrijhendel afgebeeld Figuur 49 1. Rolbeugelknop (vergrendelde stand) 3. Rolbeugel omhoog 2. Trek de rolbeugelknop uit en draai deze 90 graden om de stand van de rolbeugel te veranderen 4. Rolbeugel omlaag 1. Rijhendel 3. Aanslagplaat 2.
Figuur 51 Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen Figuur 52 1. Veerringen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 3. Stofkap 2. Borgmoer 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. Elektrische koppeling afstellen 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
Onderhoud koelsysteem Het motorscherm reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm. Dit zal mede zorgen voor een adequate koeling en een correct motortoerental en zal de kans verkleinen dat de motor oververhit raakt en technische schade oploopt (Figuur 54). Figuur 53 1. Stelmoer 2. Sleuf 3.
Onderhoud riemen Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Riemen controleren. Tekenen dat een riem aan het slijten is, zijn: gieren tijdens het draaien van de riem, slippen van de messen tijdens het maaien, gerafelde randen, schroeiplekken en scheuren. Vervang de riem als u deze zaken constateert.
5. Gebruik een ratelsleutel in de vierkante opening in de arm van de spanpoelie om de druk op de veer te verminderen (Figuur 56). 6. Verwijder de riem van de poelies van het maaidek. 7. Verwijder de riemgeleider op de arm van de veerbelaste spanpoelie zoals getoond in Figuur 56. 8. Verwijder de aanwezige riem. 9. Bevestig de nieuwe riem rond de poelies van het maaidek en de koppelingspoelie onder de motor (Figuur 56). g017496 Figuur 57 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 3. Bevestig de bout 2.
Onderhoud bedieningsysteem 7. Verwijder de bestaande riem van de aandrijfpoelies van de hydraulische eenheid en de motorpoelie 8. Bevestig de nieuwe riem rond de motorpoelie en de twee aandrijfpoelies. De stand van de handgrepen afstellen 2 Er zijn twee standen voor de handgrepen: hoog en laag. Verwijder de bouten om de hoogte aan te passen voor de bestuurder. 3 1 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 4 2.
5. Start de motor. De rem moet in werking zijn gesteld en de rijhendels naar buiten om de motor te starten. De bestuurder hoeft niet in de stoel te zitten vanwege de gebruikte startkabel. Laat de motor volgas lopen en zet de rem vrij. 6. Laat de machine minimaal 5 minuten draaien met de rijhendels op volledige snelheid vooruit om de hydraulische vloeistof op bedrijfstemperatuur te brengen. Opmerking: De rijhendels moeten in de neutraalstand staat terwijl u de benodigde aanpassingen uitvoert. 7.
De rijhendeldemper afstellen De bovenste montagebout van de demper kan worden afgesteld om een betere weerstand van de rijhendels te verkrijgen. Zie Figuur 63 voor montage-opties. Figuur 64 1. Flensmoer Figuur 63 Rechter rijhendel afgebeeld 1. Draai de borgmoer vast met een torsie van 23 Nm. De bout moet uit het einde van de borgmoer steken na het vastdraaien. 2. Meeste weerstand (stevigste gevoel) 3. Demper 4. Gemiddelde weerstand (gemiddeld gevoel) 5.
Onderhoud hydraulisch systeem Het ontluchtingsproces moet worden herhaald tot de olie tot de VOL KOUD-streep in de tank reikt. Als deze procedure niet goed wordt uitgevoerd, kan dit leiden tot onherstelbare schade aan het transaxlesysteem. Onderhoud van het hydraulische systeem Filters uit het hydraulische systeem verwijderen Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. 1.
in de expansietank. Ga verder met het gedeelte Hydraulisch systeem ontluchten. 2 1 Belangrijk: Als u de procedure Hydraulisch systeem ontluchten niet uitvoert nadat de filters zijn vervangen en de olie is ververst, kan dit leiden tot onherstelbare schade aan het transaxlesysteem. 3 4 Hydraulisch systeem ontluchten 1. Breng de achterkant van de machine omhoog en plaats deze op kriksteunen (of zorg voor een gelijkwaardige ondersteuning) totdat de aandrijfwielen vrij kunnen ronddraaien.
Onderhoud van het maaidek achteren kan bewegen, zit er geen lucht meer in de transaxle. 4. Controleer voor de laatste keer het oliepeil in de expansietank. Indien nodig bijvullen met de gespecificeerde vloeistof totdat het peil de VOL KOUD-streep op de expansietank bereikt. Maaidek horizontaal stellen De machine instellen Opmerking: Zorg ervoor dat de machine horizontaal staat voordat u de maaihoogte instelt. 1. Plaats de maaimachine op een horizontaal oppervlak. 2.
los. Regel de stelschroef fijn af om een hoogte te verkrijgen van 7,6 mm (zie Figuur 71). 3 Om te verhogen draait u de stelschroef rechtsom en om te verlagen draait u de schroef linksom. 1 2 g017419 Figuur 69 1. Voetpedaal 3. Transportvergrendeling 2. Maaihoogtepen 6. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. 7. Ontgrendel de transportvergrendeling en laat het dek zakken tot de gewenste maaihoogte. g017441 Figuur 71 8. Breng het uitwerpkanaal omhoog. 1. Getande Whiz Lock-moer 2.
Onderhoud van de maaimessen 13. Als het maaidek te laag is, draai dan de bout van het enkelpuntssysteem rechtsom. Als het maaidek te hoog is, draai dan de bout van het enkelpuntssysteem linksom (Figuur 73). Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten.
mag niet meer zijn dan 3 mm. Als dit verschil meer bedraagt dan 3 mm, is het mes krom en moet het worden vervangen; zie Maaimessen verwijderen en Maaimessen monteren. WAARSCHUWING Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. Figuur 74 1. Snijrand 3. Slijtage/sleufvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes. • Vijl of maak nooit scherpe inkepingen in de snijranden of het oppervlak van het mes.
De maaimessen slijpen Maaimessen monteren Belangrijk: Het gebogen deel van het mes moet naar de binnenzijde van de maaikast wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. WAARSCHUWING Als het mes wordt geslepen, kunnen delen van het mes worden weggeslingerd en ernstig letsel veroorzaken. 1. Breng een steeksleutel (1-1/2 inch) aan op het zeskantige uiteinde van de spilas om deze vast te houden. Draag goede oogbescherming als u een mes slijpt. 2. Monteer het mes, de veerschijf en de mesbout.
Maaidek verwijderen Voordat u onderhoud uitvoert op het maaidek of het maaidek verwijdert, moet u de veerbelaste armen van het maaidek vergrendelen. 1. Zet de motor af, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en verwijder het contactsleuteltje. Stel de parkeerrem in werking. 2. Verwijder de maaihoogtepen en breng het maaidek omlaag naar de grond. 3. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. 4. Verwijder de aandrijfriemkappen. 5.
6 2 4 Reiniging 7 Onderkant van het maaidek reinigen 3 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 1 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 5 g015594 Figuur 82 1. Bout 2. Afstandsstuk 5. Gemonteerde veer 6. Grasgeleider 3. Borgmoer 7.
Stalling mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op. Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). Reinigen en opslaan Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. B.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Startmotor draait niet. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. Parkeerrem niet in werking gesteld. 3. Aandrijfhendels bevinden zich niet in de vergrendelde neutraalstand. 2. De parkeerrem in werking stellen. 3. Controleer of de aandrijfhendels zich in de vergrendelde neutraalstand bevinden. 4. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 5. Accu opladen. 6.
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit) 1. De sporing moet worden afgesteld 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. Machine rijdt niet. 1. Omloopventiel niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopventielen. 2. Aandrijfriem van de pomp is versleten, los of gebroken. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Zekering doorgebrand. 1. Zekering vervangen. Controleer de weerstand van de schokbrekers, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de schokbrekers, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's g018479 Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 64
Opmerkingen: 65
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt De Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro-dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Internationale lijst van distributeurs Dealer: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.
De Toro totaalgarantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle Toro-producten te zullen repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen. Aanwijzingen voor aanvraag van garantieservice Als u van mening bent dat een Toro product materiaalgebreken of fabricagefouten vertoont, moet u deze procedure volgen: 1.