FORM NO. 3317-975NL MODEL NR.
INHOUD Blz. Blz. Plaats van model en serienummers . . . . . . . . . . . . . 3 Onderhoudsschema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Registratie van eigenaar en garantie . . . . . . . . . . . . . 3 Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Voorasspindels en voorwielen smeren . . . Achterassen smeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Draaipunten smeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Reinigen van het koelsysteem . . . . . . . . . . .
PLAATS VAN MODEL EN SERIENUMMERS De model en serienummers worden gebruikt om uw nieuwe maaier te identificeren. Deze nummers dienen altijd vermeld te worden wanneer u de dealer of de fabriek raadpleegt voor service, onderdelen of andere inlichtingen die u nodig mocht hebben Als de modelen/of serienummers bij reparaties worden verwijderd, moeten ze altijd opnieuw worden aangebracht.
VEILIGE BEDIENING Instructie 1. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de maaimachine gaat gebruiken. Let op de plaats en de functie van de bedieningselementen en hoe u de machine moet gebruiken. 2. U dient erop toe te zien dat de machine niet door kinderen wordt bediend of door volwassenen die niet van de instructies op de hoogte zijn. 3. Houd iedereen weg uit het gebied waarin u de machine gebruikt, met name kinderen en huisdieren. 4.
. 6. Onthoud dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Het rijden op met gras begroeide hellingen vereist bijzondere zorgvuldigheid. Om te voorkomen dat de machine kantelt: • niet plotseling stoppen of gaan rijden bij het op en afrijden van hellingen. • laat de koppeling langzaam opkomen, laat de machine altijd in de versnelling rijden, vooral wanneer u een helling afrijdt. • houd de snelheid laag bij het rijden op hellingen en in scherpe bochten.
8. Let op dat bij machines met meer maaimessen andere messen kunnen gaan draaien doordat u een mes draait. 9. Als u de machine parkeert, stalt of onbewaakt achterlaat, het maaiwerktuig laten zakken, tenzij u een afdoende mechanische vergrendeling gebruikt. Geluidsniveau Deze machine produceert een maximum geluidsniveau, gebaseerd op metingen van identieke machines, van: Trillingsniveau Deze machine produceert een maximum trillingsniveau van . . . . . . . . . . .
OVERZICHT VAN VEILIGHEIDSSYMBOLEN Veiligheidsalarm - symbool in de driehoek geeft gevaar aan Blijf altijd op veilige afstand van de maaier Veiligheidsalarm Blijf altijd op veilige afstand van de maaier Lees de bedieningshandleiding Machine kantelt dwars op helling Roterend mes, kan tenen of vingers afsnijden. Blijf uit de buurt van het mes zolang de motor loopt.
OVERZICHT VAN VEILIGHEIDSSYMBOLEN In werking stellen Snel Langzaam Buiten werking stellen Toename/afname Achteruit Aan/lopen Neutraal Motor starten Eerste versnelling Tweede versnelling Motor afzetten Derde versnelling tot maximum aantal versnelling vooruit Choke Maaimesbasissymbool Remsysteem Maaimesafstelling maaihoogte Parkeerrem Laag Koppeling Hoog 8
HOUD DEZE RAND GELIJK AAN VERTICAAL OPPERVLAK (BOOM, GEBOUW, HEK, PAAL ENZ.) LANGS DE JUISTE LIJN VOUWEN VOORBEELD: VERGELIJK HELLING MET OMGEVOUWEN RAND Lees alle veiligheidsinstructies op blz.
TECHNISCHE GEGEVENS Briggs & Stratton motor: viertaktmotor met vermogen van 8 PK (6 kW) bij 3600 omw/min en 17,2 N·m koppel bij 2500 omw/min. Motorinhoud is 319 cc. Carterinhoud is ca. 1,06 liter. Juiste bougie is Champion RJ 19 LM of gelijkwaardig weerstandstype. Aanbevolen elektrodenafstand is 0,762 mm. Maaierhuis: geheel vrijdragend, geperst stalen huis met spiraalvormige graskanalen, stootplaten, kap en ring. De maaibreedte is 63,5 cm. Gietijzeren ashuis met as lopend in afgedichte kogellagers.
LOSSE ONDERDELEN N.B.: neem de rider en andere onderdelen voorzichtig uit de doos. Controleer in de onderstaande tabel of u alle onderdelen hebt ontvangen. BESCHRIJVING Zitting Draadklem Ring Bout AANTAL 1 1 4 4 GEBRUIK Monteren van de zitting, blz. 12. Stuurwiel Rolpen Onderlegring 1 1 1 Monteren van het stuurwiel, blz. 12. Sleutel 1 Voor contactschakelaar. Bedieningshandleiding 1 Lezen voordat u de maaier gebruikt.
MONTAGE INSTRUCTIES MONTEREN VAN DE ZITTING MONTEREN VAN HET STUURWIEL 1. De zitting op de grondplaat zetten en zittingschakelaarkabel door sleuf heen halen. Let op de plaats van de sleuven voor de bouten (fig. 1). 1. Schuif de onderlegring over de stuuras, zodat de groef in de onderlegring op de rolpen in de stuuras ligt (fig. 2). 2. Draadklem over zittingschakelaardraad heen schuiven (fig. 1). 3.
MONTAGE INSTRUCTIES ACCU VULLEN EN OPLADEN De accu moet van de machine verwijderd worden om hem met zuur te vullen en op te laden. Accuzuur met een soortelijk gewicht van 1,260 bij een plaatselijke leverancier kopen. Accu als volgt verwijderen en vullen: VOORZICHTIG Draag een veiligheidsbril en rubber hands choenen als u met accuzuur werkt. Laad de accu op een goed geventileerde plaats op, zo dat ontstane dampen niet blijven hangen.
INSTRUCTIES TER VOORBEREIDING CARTER MET OLIE VULLEN De machine is zonder olie in het carter door de fabriek verzonden. Daarom moet u het carter met olie vullen voordat u de motor start. BELANGRIJK: CONTROLEER HET OLIEPEIL TELKENS ALS U DE BRANDSTOFTANK VULT. Bij het eerste gebruik vervangt u de olie na 2 bedrijfsuren; daarna vervangt u de olie telkens na 25 bedrijfsuren. Wanneer er veel stof of vuil aanwezig is, moet de olie vaker worden vervangen. 1.
INSTRUCTIES TER VOORBEREIDING BRANDSTOFTANK MET BENZINE VULLEN WAARSCHUWING Aangezien benzine hoogst brandbaar is, voor zichtig zijn met opslaan of hanteren daarvan. Brandstoftank niet vullen terwijl motor loopt, nog heet is, of in een gesloten ruimte. Dampen kunnen zich verzamelen en door een vonk of vlam op vele meters afstand ontstoken worden. NIET ROKEN tijdens het tanken om ontploffing te voorkomen. Altijd de brandstoftank buiten vullen en evt.
BEDIENINGSORGANEN Versnellingshendel (fig. 5) De transmissie heeft vijf versnellingen vooruit, een vrijstand en achteruit. De versnellingshendel zit rechts van de bestuurder. Boven op de transmissie is een veiligheidsschakelaar gemonteerd, die verhindert dat de motor gestart kan worden wanneer een versnelling ingeschakeld is. Maaidekhendel (fig. 5) Schakelt maaimes in en uit. Een veiligheidsschakelaar verhindert dat de motor gestart kan worden wanneer de hendel op ENGAGE (vast) staat.
STARTEN EN STOPPEN N.B.: Controleer of de bougiekabel op de bougie is aangesloten, de accu opgeladen is en de kabels op de accupolen bevestigd zijn. 1. Stel de parkeerrem in werking (fig. 6): zie Gebruik van de parkeerrem, blz. 18. 2. Versnellingshendel in vrij en maaidekhendel in stand DISENGAGE (los) (fig. 5) zetten. N.B.
GEBRUIKSAANWIJZING INRIJDEN GRASLEIPLAAT Bij het inrijden vereist de motor geen andere speciale behandeling dan controle van het oliepeil telkens als u de brandstoftank vult en een olieverversing na de eerste twee bedrijfsuren. Tijdens het inrijden kan enig olieverbruik worden geconstateerd, maar gaandeweg wordt dit minder. De transmissie in alle versnellingen bedienen om te verzekeren dat de aandrijving juist functioneert. Na de eerste vijf bedrijfsuren, de staat van snaren en drijfketting controleren.
GEBRUIKSAANWIJZING 4. Om mes voor maaien in te schakelen, maaihoogtehendel in gewenste stand zetten. Handgas op SNEL zetten, dan maaidekhendel langzaam in stand ENGAGE zetten. 5. Om motor te stoppen, koppelings en rempedaal na elkaar indrukken, maaidekhendel in stand DISENGAGE zetten, versnellingshendel in vrij en handgas in LANGZAAM zetten. Sleutel, na motor enige tijd op LANGZAAM te laten draaien, naar OFF draaien. GRASMAAITIPS 1.
GEBRUIKSAANWIJZING TIPS VOOR HET VERZAMELEN VAN GRAS 1. Om een maximale luchtstroom te bereiken, het handgas op SNEL en de versnellingshendel in de eerste versnelling zetten (de laagste grondsnelheid). 2. Gras niet verzamelen als het nat of te lang is. U kunt het echter maaien met de grasleiplaat gemonteerd. Verzamel het droge gras enkele uren later met de complete grasvanger gemonteerd op de machine. 3. Maai het gras vaak, vooral wanneer het snel groeit.
ONDERHOUDSSCHEMA 2 uur Olie verversen (1e keer) 25 uur Onderhoud voor opslag X X Voorjaars onderhoud 2 jaar X X Opmerkingen X Olie verversen (periodiek) Veiligheidsschakelaars controleren X X Maaimes controleren X X Rem controleren X Vóór elk gebruik X X X Voorasspindels smeren X X Vaker in Draaipunten smeren X X stoffige, Onderhoud luchtfilter X X vuile Bougie controleren X X Mesdrijfsnaar controleren X Tractiedrijfsnaar controleren X Drijfketting controleren X X
ONDERHOUD VOORASSPINDELS EN VOORWIELEN SMEREN SMEREN VAN DRAAIPUNTEN De spindels en wielen moeten na elke 25 bedrijfsuren gesmeerd worden. Onder stoffige of zanderige omstandigheden echter vaker smeren. De mechanische draaipunten op de machine moeten elke 25 bedijfsuren gesmeerd worden, maar vaker onder stoffige of zanderige omstandigheden. 1. Smeernippels op fuseepennen en wielen (fig. 8) met een schone doek afvegen. Eventuele verf op voorkant van smeernippels afschrapen.
ONDERHOUD ONDERHOUD VAN HET LUCHTFILTER VERVERSEN VAN CARTEROLIE Bij werken in schone omstandigheden moet het luchtfilterelement na elke 25 bedrijfsuren van de motor gereinigd worden; vaker bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Controleer het oliepeil telkens als u de brandstoftank vult. Bij het eerste gebruik vervangt u de olie na 2 bedrijfsuren; daarna vervangt u de olie telkens na 25 bedrijfsuren. Wanneer er veel stof of vuil aanwezig is, moet de olie vaker worden vervangen.
ONDERHOUD AFTAPPEN VAN BENZINE UIT BRANDSTOFTANK VOORZICHTIG Omdat benzine hoogst brandbaar is, deze bui ten aftappen en zorgen dat de motor afgekoeld is om brandgevaar te voorkomen. Eventueel gemorste benzine opvegen. Benzine niet af tappen in nabijheid van open vuur of waar ben zinedampen door een vonk ontstoken kunnen worden. Bij hanteren van benzine geen sigaar, sigaret of pijp roken. BELANGRIJK: wanneer machine gekanteld wordt, moet alle benzine uit de brandstoftank afgetapt worden. 1.
ONDERHOUD AFSTELLEN VAN HANDGAS/CHOKE AFSTELLEN VAN DE CARBURATEUR Om te verzekeren dat de choke en de op de carburateur gemonteerde gasklep goed werken, moet het handgas juist afgesteld worden. Moeilijk starten kan een onjuiste afstelling aanduiden. Bij eventuele vervanging van het handgas, is bijstelling eveneens vereist. Alvorens de carburateur af te stellen, controleren dat het handgas juist werkt. De carburateur is in de fabriek afgesteld, maar bijstelling kan af en toe nodig zijn.
ONDERHOUD 4. Gasklep (fig. 14) linksom draaien en tegen stationair toerental stelschroef aan houden (fig. 14) en tegelijkertijd stationair toerental stelschroef draaien om op 1750 omw/min in te stellen. 5. Terwijl u gasklep nog steeds tegen stationair toerental stelschroef houdt, stationair mengselklep langzaam in (mager) en uit (rijk) schroeven tot motor regelmatig stationair loopt. Stationair toerental nogmaals controleren en eventueel nastellen. 4.
ONDERHOUD REINIGEN VAN DE ONDERKANT VAN HET MAAIERHUIS ONDER OORSPRONKELIJKE HOEK SLIJPEN EINDAANZICHT VAN MES MES OP DEZE PLAATS GEDUND Figuur 16 8. Controleer de balans van het mes door het op een mesbalans te leggen. In de ijzerhandel kunt u een goedkope balans kopen. Wanneer een mes in evenwicht is, blijft het horizontaal liggen. Is het mes niet in balans, dan helt het over naar de zwaardere kant. In dit geval moet nog wat metaal van de snijkant aan deze kant worden afgevijld.
ONDERHOUD UIT /INBOUWEN VAN HET MAAIERHUIS 1. Motor afzetten en kabel van de bougie nemen. 2. In 1e versnelling schakelen en parkeerrem vastzetten. 11. Om maaierhuis te monteren, in omgekeerde volgorde te werk gaan. 12. Mesdrijfsnaar aanbrengen: zie Vervangen van de mesdrijfsnaar, blz. 28. 13. Machine terug in de normale werkstand kantelen.. 3. Maaihoogtehendel in laagste stand zetten. BELANGRIJK: voor uit /inbouwen van het maaierhuis moet de machine achterover gekanteld worden.
ONDERHOUD 12. Druk de snaar naar buiten (speling eruit halen), zie fig. 18. Controleer ruimte tussen buitenkant van snaar en binnenkant van spanpoelie (fig. 18). De ruimte moet ca. 3 mm zijn. 4 13. Als de ruimte tussen snaar en poelie goed is, gaat u verder bij punt 16. Als dat niet zo is, verder gaan bij het volgende punt voor nastelling. 1 14. De koppelingsstang van het maaierhuis bevindt zich links van de transmissie (fig. 19).
ONDERHOUD VERVANGEN VAN TRACTIEDRIJFSNAAR BELANGRIJK: om de tractiedrijfsnaar te vervangen, moet de machine achterover gekanteld worden. Alvorens de machine te kantelen alle benzine uit tank en olie uit carter aftappen. Tevens accu uitbouwen zodat er geen zuur op de machine gemorst wordt. 15. Brandstoftank met benzine vullen; zie Brandstoftank met benzine vullen, blz. 15. 16. Accu monteren; zie Accu vullen en opladen, blz. 13. 1. Benzine uit tank aftappen; zie Aftappen van benzine uit brandstoftank, blz.
ONDERHOUD CONTROLEREN/AFSTELLEN VAN DE DRIJFKETTING 1 De drijfketting moet midden tussen het kettingrad van de transmissie en het kettingrad van het differentieel ca. 3 mm speling hebben. Controleer de speling van de ketting na de eerste 5 bedrijfsuren en daarna telkens na 25 bedrijfsuren. 1. Verwijder de twee bouten waarmee de kettingkast aan het chassis bevestigd is en verwijder de kettingkast (fig. 21).
ONDERHOUD 11. Omdat de differentieelas evenwijdig moet lopen aan de achterkant van het chassis, de afstand tussen midden van kussenblokken en achterkant chassis meten (fig. 23). Het verschil tussen beide afstanden mag niet meer dan 3 mm bedragen. Als het verschil groter dan 3 mm is, loopt de as niet evenwijdig aan het frame en moet deze derhalve worden nagesteld. 12. Controleer de speling van de ketting vanaf de onderkant van de machine (zie punt 2). 13. Machine in de normale stand terugkantelen. 14.
ONDERHOUD 4. Maaidekhendel op DISENGAGE zetten. Op zitplaats gaan zitten, rem en koppelingspedaal indrukken, parkeerrem vastzetten en versnelling inschakelen. Contactsleutel op START draaien. Motor mag starten, maar als dit wel het geval is, is het beveiligingssysteem defect en moet door een erkende TORO Service dealer gerepareerd worden. Als de motor niet start, met stap 5 verder gaan. 5.
SCHEMA ELEKTRISCHE INSTALLATIE STARTSPOEL ZWART ZITTINGSCHAKELAAR VEILIGHEIDSRELAIS WIT ZWART 7,5A ZEKERING GEEL ZWART AARDE ROOD ROOD NEUTRAAL SCHAKELAAR DONKERBLAUW CONTACTSCHAKELAAR GRIJS ROOD MOTOR LICHTBLAUW MAGNEET ONTSTEKER ROOD NIET VOORZIEN VAN MANTEL GEEL START ALTERNATOR GROEN ZWART ROOD NIET VOORZIEN VAN MANTEL ACCU PTO SCHAKELAAR AARDE 765 34
STORINGEN VERHELPEN Storing Motor start niet, start moei lijk, verliest kracht, of blijft niet lopen Motor draait niet of slecht stationair Mogelijke oorzaak Verhelpen 1. Benzinetank leeg 1. Tank met benzine vullen. 2. Accu leeg 2. Accu opladen 3. Versnelling ingeschakeld 3. Versnelling in vrij zetten 4. Maaidekhendel staat op EN GAGE 4. Maaidekhendel op DISEN GAGE zetten 5. Bougie zit los 5. Bougie aantrekken tot 20,4 Nm 6. Kabel los of niet op bougie aangesloten 6.
STORINGEN VERHELPEN Storing Motor verliest kracht Mogelijke oorzaak 1. Oliepeil in carter te laag 2. Koelribben en luchtkanalen onder motor ventilatorhuis vers topt 3. Motor te zwaar belast 4. Luchtfilter vuil 5. Vuil, water of oude benzine in brandstofsysteem Motor raakt oververhit Machine trilt abnormaal Maaimes draait niet Machine rijdt niet 6. Carburateur onjuist afgesteld 7. Bougie is aangetast, vuil of op andere wijze defect 1. Koelribben en luchtkanalen onder motor ventilatorhuis vers topt 2.