Form No. 3352-286 Rev B 206 cc OHV Blaas/zuigmachine Modelnr.: 62925—Serienr. 250000001 og højere Registreer uw product op www.Toro.
Dit vonkontstekingssysteem is in overeenstemming met de Canadese ICES-002. (Figuur 2) met de volgende veiligheidssymbolen, die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen.
Zwenkwielen en draaipunten oliën .................................. 20 Achterste spanpoelie-stel smeren .............................. 21 Onderhoud motor..................................... 21 Olie verversen ................................... 21 Onderhoud van het luchtfilter ............ 22 Onderhoud van de bougie.................. 22 Onderhoud brandstofsysteem ................... 23 Benzine aftappen uit de brandstoftank.................... 23 Onderhoud aandrijfsysteem.......................
Veiligheid Ga er nooit van uit dat kinderen op de plaats blijven waar u ze het laatst heeft gezien. Het is van essentieel belang dat u of elke andere gebruiker van de machine eerst de handleiding leest en begrijpt alvorens de motor te starten. Hierdoor wordt maximale veiligheid, de beste resultaten en inzicht in het product verkregen. • Houd kinderen weg uit werkgebied en plaats ze onder toezicht van een verantwoordelijke volwassene. Dit is het veiligheidssymbool.
• Vervang defecte geluiddempers. • Voordat u de machine in gebruik neemt, moet u de machine controleren op tekenen van slijtage of beschadiging. Vervang versleten of beschadigde onderdelen. • Werk niet in de buurt van steile hellingen, greppels of dijken. U loopt dan de kans weg te glijden of uw evenwicht te verliezen. • Werk niet op nat gras. Dit geeft weinig steun, zodat de kans bestaat dat u wegglijdt.
Geluidsdruk machines, uitgevoerd volgens de EN 11094 procedures. Deze machine oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de bestuurder van 97 dBA, op basis van metingen uitgevoerd op identieke machines volgens EN 11201 procedures. Trillingsniveau Deze machine produceert een maximum handarm trillingsniveau van 6,4 m/s2, op basis van metingen uitgevoerd op identieke machines volgens EN 1033 procedures.
93-4137 1. Laag. 2. Hoogte van zuigkop 3. Hoog 93-4139 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Blijf op veilige afstand. 2. Waarschuwing – Zet de motor en lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren 3. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd, rotorblad – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 93-4141 1. Om de tractie-aandrijving in te schakelen, moet u de tractiehendel naar de handgreep trekken.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd.
1 3. Zet de startkoordgeleider vast aan de onderste handgreep met een bout en (1/4 x 1-3/4 inch) en een borgmoer (1/4 inch) (Figuur 4). Bovenste handgreep en bedieningsorganen monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 1 4 4 1 1 1 1 1 1 2 Bovenste handgreep Steun van zak Bout (5/16 x 1-1/2 inches) Borgmoer (5/16 inch) Bout (10-32) Borgmoer (10-32) Koordgeleider Bout (1/4 x 3/10,16 cm) Borgmoer (1/4 inch) Hoogteregelstang Borgpen Figuur 4 1. Bout (1/4 x 1-3/4 inches) 2. Borgmoer (1/4 inch) 3.
Figuur 6 1. Hoogteregelstang 2. Beugel van steun van voorwiel 3. R-pen Figuur 8 1. Afvoertunnel 8. Bevestig het bovenste uiteinde van de hoogteregelstang aan de hoogteverstelhendel met een R-pen (Figuur 7). 2. Bout (1/4 inch) en borgring 2. Plaats de zak op de handgreep en bevestig hierbij de pluggen op de pennen en de zakband op de handgreep (Figuur 9). Figuur 7 1. Hoogteregelstang 2. Hoogteverstelhendel 3. R-pen 2 De afvoertunnel en de zak monteren Figuur 9 1.
3 De zuigkop monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 1 3 Buis van blaasmachine Inlaatrooster van blaasmachine Borgmoer Procedure 1. Monteer de onderste rand van de flens van de zuigkop in de bevestigingsbeugel (Figuur 10). Figuur 10 1. Zuigkop 3. 2. Onderste rand van de ens 4. Borgens Borgmoer 2. Plaats de borgflens op de 3 bouteinden die tevoorschijn komen uit de zuigkop (Figuur 10). 3. Bevestig de zuigkop en de flens aan de blaasmachine met 3 ringen en borgmoeren (Figuur 10).
Algemeen overzicht van de machine Figuur 11 1. Motor 2. Zuigkop 3. 4. Hoogteverstelling Handgreep 5. 6. Tractiehendel Afvalzak Bedieningsorganen Hoogteverstelling U kunt de afstand tussen het luchtinlaathuis en de grond afstellen door de hoogte-instelling (Figuur 12) in de gewenste stand te zetten. Zet de hoogte op laag (L) om verharde oppervlakken zoals voetpaden of oprijlanen schoon te zuigen en hoog (H) om een dikke laag bladeren of maaisel te verwijderen van een dichtbegroeid gazon.
Tractiehendel Houd de tractiehendel (Figuur 13) tegen de handgreep om vooruit te rijden. Laat de tractiehendel los om te stoppen. Figuur 13 1. Tractiehendel (uitgeschakeld) Chokehendel en gashendel Zie Starten en stoppen van de motor in Gebruiksaanwijzing, blz. 14 voor uitvoerige instructies voor het gebruik van deze bedieningsorganen. Figuur 14 1. Chokehendel 2. Gashendel 3. LOPEN-stand 4. 5. 6.
Gebruiksaanwijzing ... • Als het praktisch mogelijk is, kunt u het beste een machine met een benzinemotor eerst van de vrachtwagen of aanhanger halen en bijtanken als de machine met de wielen op de grond staat. Voordat u de machine in gebruik neemt, moet u het brandstof- en oliepeil controleren en rommel van de machine verwijderen. Zorg ervoor dat het werkgebied vrij van mensen en rommel is.
Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. 4. Trek de peilstok uit en veeg het metalen deel met een doek schoon (Figuur 15). 5. Schuif de peilstok helemaal in de buis en draai deze vast (Figuur 15). 6. Trek de peilstok eruit en bekijk het metalen deel. Brandstoftank vullen 1.
Luchtinlaathuis afstellen U kunt de afstand tussen het luchtinlaathuis en de grond afstellen door de hoogte-instelling in de gewenste stand te zetten. Zet de hoogte op laag (L) om verharde oppervlakken zoals voetpaden of oprijlanen schoon te zuigen en hoog (H) om een dikke laag bladeren of maaisel te verwijderen van een dichtbegroeid gazon. U bereikt de beste resultaten als u tijdens het zuigen de inlaat zo dicht mogelijk bij de grond houdt als de werkzaamheden die u uitvoert, dat toelaten. 1.
Door een versleten afvalzak kunnen steentjes en andere voorwerpen worden uitgeworpen in de richting van de bestuurder of de omstanders. Uitgeworpen voorwerpen kunnen ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen aan de bestuurder of omstanders. Figuur 18 Controleer de zak regelmatig. Plaats een nieuwe Toro-grasvanger als de oude is beschadigd. 1.
Figuur 21 1. Hals van zak 2. Afvoertunnel van blaasmachine 3. 4. Buis van blaasmachine Inlaatrooster van blaasmachine 4. Verwijder de bevestigingsbout en de borgring waarmee de afvoertunnel van de blaasmachine is bevestigd, en verwijder de afvoertunnel (Figuur 21). Figuur 22 Ventilatorhuis in zuigstand 5. Monteer de buis van de blaasmachine en zet deze vast met de bevestigingen die zijn verwijderd bij stap 4 (Figuur 21). 6.
12. Monteer de motorbeugel op de montagetapeinden van het ventilatorhuis met 2 borgmoeren (Figuur 23). De lucht die uit de blaasmachine stroomt, heeft een snelheid van meer dan 160 km per uur en kan lichamelijk letsel of materiële schade veroorzaken. Zorg ervoor dat de luchtstroom niet rechtstreeks is gericht op mensen of voorwerpen. Figuur 23 Ventilatorhuis in Blaasstand 1. Onderste bevestigingsbeu- 4. gel van ventilatorhuis 5. 2. Voorste rand van motorgrondplaat 3.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Bij elk gebruik of dagelijks Onderhoudsprocedure • Ververs de olie. • Controleer het oliepeil. • Controleer het schuimelement. Om de 25 bedrijfsuren • Smeer het achterste spanpoelie-stel (vaker in stofge, vuile omstandigheden). • Reinig het schuim- en papierelement (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stofge of vuile omstandigheden).
• Beide lagerbussen van de zwenkwielen 1. Start de motor en laat deze vijf minuten lopen. Warme olie kan beter worden afgetapt. • Op de draaipunten van de voorwielsteun in de motorgrondplaat (Figuur 25) 2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie. • Op het draaipunt van de achterste assen van de tractie in de motorgrondplaat (Figuur 25) 3. Reinig de omgeving van de peilstok en verwijder deze (Figuur 26). Figuur 26 1. 3. 4. 2.
Belangrijk: Giet niet te veel olie in het carter; hierdoor kan de motor worden beschadigd. Belangrijk: Geen olie smeren op de filterelementen. 4. Klop het papierelement tegen een hard oppervlak om het vuil te verwijderen. 9. Plaats de peilstok terug en draai deze vast. Belangrijk: U mag het papierelement nooit wassen of reinigen met een oplosmiddel zoals kerosine. Reinig het papierelement niet met perslucht. Als u het papierelementen op een van deze manieren reinigt, kan dit beschadigd raken.
2. Draai de bougie vast met een torsie van 20 Nm. 3. Sluit de bougiekabel aan op de bougie (Figuur 29). Onderhoud brandstofsysteem Benzine aftappen uit de brandstoftank Figuur 29 1. Zet de motor af en laat deze afkoelen. 1. Bougiekabel Belangrijk: U mag uitsluitend benzine aftappen als de motor koud is. 3. Reinig de omgeving van de bougie. 2. Verwijder de bougiekabel van de bougie 4. Haal de bougie uit de cilinderkop. 3. Verwijder de dop van de brandstoftank. Bougie controleren 4.
Figuur 32 1. Moer 3. 4. Poelies 3. Draai de moer aan totdat de riem niet meer slipt; let erop dat u de moer niet te vast aandraait. Figuur 31 1. Onderste moer 2. Bovenste moer 2. Beugel Bovenste gat Opmerking: Als u een poelie niet verder kunt afstellen, moet u de andere poelie afstellen. Als u beide poelies niet verder kunt afstellen, dient u de riem te vervangen. 3.
9. Verwijder de bout waarmee het ventilatorhuis is bevestigd, en til dit zo ver omhoog als het rotorblad toelaat (Figuur 34). 10. Leg de nieuwe riem rond het ventilatorhuis (Figuur 35). Figuur 33 1. Zuigkop 3. 2. Onderste rand van de ens 4. Borgens Borgmoer 7. Schuif de zak van de afvoertunnel en verwijder de afvoertunnel (Figuur 33). Figuur 35 8. Draai de twee borgmoeren los waarmee het ventilatorhuis is bevestigd op de beugel van de stabilisator (Figuur 34). 1. Riem rond ventilatorhuis 11.
in beide kragen los en tik de schacht zo ver naar links dat u de nieuwe riem kan monteren (Figuur 37). Figuur 37 1. Borgpen 2. Stelschroeven 3. As 4. 5. Riem Tandwielen 15. Verwijder de riem van de poelie van de aandrijfas (Figuur 37). Belangrijk: De riem moet worden gemonteerd zoals in Figuur 37 of de tractie-aandrijving zal achterwaarts lopen. 16. Plaats de as weer in zijn oorspronkelijke stand, zet de kragen vast met de stelschroeven en de as met de R-pen (Figuur 37). 17.
Stalling met behulp van een hevelpomp; zie Benzine aftappen uit de brandstoftank Onderhoud brandstofsysteem, blz. 23. 1. Zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie. 2. Verwijder maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de hele machine, met name van de motor. Vergeet ook niet vuil en kaf van de buitenkant van het koelsysteem van de motor te verwijderen. D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. E. Choke de motor. F. Start de motor totdat deze niet meer start. G.