Operator's Manual

Problemen,oorzaakenremedie
ProbleemMogelijkeoorzaakRemedie
1.Detractie-eenheidisuitgerustmeteen
verkeerdeconnector.
1.Koopeenbijkomendekabelboombij
uwerkendeTorodistributeur.
Debedieningsdradenzijnmoeilijkaanof
aftekoppelen.
2.Deaan-/uitverbindingenzijn
geschakeldmetrembedrading.
2.Maakdejuisteverbindingen.
1.Dewielmotoren/pompendraaienniet.
1.Dehydraulischeaansluitingenzijn
omgekeerdaangesloten.
2.Desolenoïdevanderemis
ingeschakeld.
2.Controleerdebedrading.
Detractie-eenheidkandetopdresser
moeilijkslepen.
3.Dehydraulischeolieisheet.3.Verhelpdestoring.
1.Dettingszijnlos.1.Draaidettingenvast.
2.Hetolielterzitlos.2.Draaihetolieltervast.
3.DeO-ringvaneenttingontbreekt.3.MonteerdeontbrekendeO-ring.
Erlekthydraulischevloeistofuitde
machine.
4.Erzitteveelvloeistofinhet
hydraulischereservoir.
4.Haaleenbeetjehydraulischevloeistof
uithetreservoir.
1.Debedradingvandesolenoïdelevert
geen12V.
1.Controleerdezekeringende
elektrischeaansluitingen.
2.Dehandbedieningsschakelaaris
versletenofbeschadigd.
2.Controleeroferstroomopde
schakelaarstaatencontroleerdediode
indeelektrischesolenoïdeconnector.
3.Dehydraulischemotoren/pompen
draaienniet.
3.Controleerdeaandrijfkettingvande
wielen.
Detransportbanden/ofborstelwerktniet.
4.Detransportbandslipt.
4.Controleerdespanningvande
transportband.
1.Deafstandentussendemiddelpunten
vanderollenverschillen.
1.Pasdezijdelingseafstandaan.
2.Deriemisnietgoedaangespannen.2.Zorgdatdeverenevenveringedrukt
zijnaanweerszijdenvandemachine.
3.Deborgkragenvandelagerswaarmee
derolbevestigdis,zittennietvast.
3.Zetdeborgkragenvandelagersvast.
Detransportbandisnietuitgelijndofloopt
nietrecht.
4.Deribbelinderiemzitnietindegroef
vanderollen.
4.Lijnderibbelinderiemuitmetde
groefvanderollen.
33