Form No. 3409-661 Rev E Multi Pro® 5800-D spuitmachine met ExcelaRate spuitsysteem Modelnr.: 41393—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
De Multi Pro® gazonspuitmachine is een speciaal gazonspuitvoertuig en is bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders bij commerciële toepassingen. Het systeem is met name ontworpen voor spuiten op goed onderhouden gazons in parken, golfbanen en sportvelden. rechtstreeks contact met Toro opnemen om informatie over productveiligheid en accessoires of instructiemateriaal voor gebruikers te verkrijgen, een verkoper te vinden of uw product te registreren.
Inhoud Aantekening voor speciale aandachtsgebieden................................................................ 49 Procedures voorafgaande aan onderhoud ........... 50 De spuitmachine omhoog brengen ................... 50 Toegang krijgen tot de motor............................. 50 Smering ............................................................... 53 De spuitpomp smeren....................................... 53 De voorste stuurinrichting en de vering smeren..........................................
Veiligheid Niet alle werktuigen die kunnen worden gekoppeld aan deze machine worden in deze handleiding beschreven. Raadpleeg de gebruikershandleiding die bij elk werktuig is geleverd voor aanvullende veiligheidsinstructies. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken.
Opmerking: Als de bestuurder(s) of de • • • zool of rubberen laarzen, handschoenen en gehoorbescherming. Draag geen juwelen of loszittende kleding. Draag lang haar niet los. monteur(s) de taal waarin de handleiding is geschreven, niet machtig is (zijn), moet de eigenaar ervoor zorgen dat zij de inhoud van het materiaal begrijpen. Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en de veiligheidssymbolen, en weet hoe u de machine veilig kunt gebruiken.
Chemische veiligheid • Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het WAARSCHUWING • Chemische stoffen die worden gebruikt in het strooi-/spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig voor de gebruiker, omstanders, dieren, planten, de bodem of eigendommen zijn. • U moet de waarschuwingsetiketten en de Veiligheidsinformatiebladen voor alle gebruikte chemische stoffen zorgvuldig lezen en in acht nemen en uzelf beschermen volgens de instructies van de fabrikant van de chemische stoffen.
3. en onbekend terrein of terrein waarvan de bodemomstandigheden of het reliëf veranderingen vertonen. 4. – Let op kuilen of andere verborgen gevaren. – Wees extra voorzichtig als u de machine gebruikt op een nat oppervlak, in ongunstige weersomstandigheden, bij hogere snelheden of als de machine zwaar geladen is. De stoptijd en de remweg zullen groter zijn als het voertuig zwaar belast is. Belangrijk: Parkeer de machine nooit op • – Vermijd plotseling stoppen en starten.
Gebruik op hellingen of oneffen terrein letsel kan ontstaan, moet u de volgende richtlijnen in acht nemen: • Denk erom dat vloeibare lading kan gaan Als u de machine op een helling gebruikt, bestaat de kans dat ze omslaat of gaat rollen. Ook bestaat de kans dat de motor afslaat of dat de machine op een helling vaart verliest. Hierdoor kan lichamelijk letsel ontstaan. • Geef niet te snel gas en trap niet abrupt op het rempedaal als u achteruit een helling afrijdt, zeker niet als u een lading vervoert.
onderdelen en accessoires van Toro aanschaffen. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Elke verandering aan deze machine die gevolgen heeft voor de werking, prestaties, levensduur of het gebruik van de machine, kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. Dergelijke veranderingen kunnen ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen.
decal107-8724 107-8724 1. Tractie-aandrijving 2. Om vooruit te rijden, trapt u de bovenkant van het tractiepedaal naar voren en beneden. 3. Om achteruit te rijden, trapt u de onderkant van het tractiepedaal naar achteren en beneden. 4. De snelheid wordt hoger als u het pedaal dieper intrapt. decal117-4955 117-4955 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; draag de veiligheidsgordel als u in de bestuurdersstoel zit; vermijd omslaan van de machine. 2. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming.
decal120-0622 120-0622 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Stap niet in de tank. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden en inademing van gas – Bedek de huid en draag een veiligheidsbril, handschoenen en adembescherming. decal133-2758 133-2758 1. Tec regelaar – 2 A 8. Tec voeding – 7,5 A 2. Tec voeding – 7,5 A 9. Cruise control – 10 A 3. Extra zekeringhouder – 10 A 4. Ontsteking – 15 A 5. Tec voeding – 7,5 A 6. Spuitboombediening – 10 A 7.
decal120-0627 120-0627 1. Gevaar op snijwonden of verminking, rotorblad – hou afstand tot bewegende delen; laat alle beveiligingen op hun plaats. decal127-6979 127-6979 decal120-0625 1. Pomp-retourstroom 120-0625 3. Mengstroom 2. Stroom 1. Knelpunt, hand – Houd handen uit de buurt. decal127-6981 decal120-0617 127-6981 120-0617 1. Knelpunt – houd uw handen uit de buurt van het scharnier. 1. Omloop-retourstroom 2. Pletgevaar, spuitboom – houd omstanders op een afstand. 2. Stroom 3.
decal136-2351 136-2351 1. Om de parkeerrem in werking te stellen, moet u de rem en het parkeerrempedaal indrukken. 2. Om de parkeerrem uit te schakelen, moet u het parkeerrempedaal indrukken en vrijzetten. decal132-7689 132-7689 1. Automatische spuitmodus 7. Spoelsysteem – uit 2. Spuitmodus 8. Sonische sensor – aan 3. Manuele spuitmodus 9. Sonische sensor – uit 4. Schuimmarkeerder – aan 10. Gebruiksdosis – verhogen 5. Schuimmarkeerder – uit 11. Gebruiksdosis – verlagen 6.
decal120-0619 120-0619 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 5. Kantelgevaar – neem geen scherpe bochten als u snel rijdt, rijd traag in bochten; wees voorzichtig en rijd traag als u hellingen op en af rijdt. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 6. Om de motor te starten trekt u de handrem aan, brengt het contactsleuteltje in en draait het naar de startstand. 3.
decal132-7695 132-7695 1. Pomp – aan 5. Toerentalregeling – aan 9. Rechterspuitboom omlaag. 13. Linkerspuitboom ingeschakeld 2. Pomp – uit 6. Toerentalregeling – uit 10. Rechterspuitboom omhoog. 14. Middelste spuitboom ingeschakeld 3. Mengsysteem – aan 7. Linkerspuitboom omlaag. 11. Motortoerental – Snel 4. Mengsysteem – uit 8. Linkerspuitboom omhoog. 12. Motortoerental – Langzaam 15 15.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Geen onderdelen vereist – De veren van het spuitboomscharnier controleren. Snelkoppelfitting 1 De vulfitting van de spuittank monteren. Geen onderdelen vereist – De verzendingsbumper verwijderen.
2. 1. Ondersteun de spuitbomen als zij worden uitgeklapt in de spuitstand. Meet bij het spuitboomscharnier de compressie van de bovenste en de onderste veren als de spuitbomen zijn uitgeklapt (Figuur 3). A. Druk alle veren samen tot ze 3,96 cm zijn. B. Indien dit niet het geval is, moet u de contramoer aandraaien om de veren tot 3,96 cm samen te drukken. 3.
6. Draai de snelkoppeling met de hand vast op de vulslang (Figuur 5). 3 De verzendingsbumper verwijderen Geen onderdelen vereist Procedure 1. Verwijder de bouten, ringen en moeren waarmee de verzendingsbumper aan de voorste chassisplaat is bevestigd (Figuur 6). g028179 Figuur 6 1. Moer 3. Ring 2. Verzendingsbumper 4. Bout 2. Verwijder de verzendingsbumper van de machine (Figuur 6). Opmerking: Gooi de bouten, ringen, moeren en verzendingsbumper weg.
Algemeen overzicht van de machine g190621 Figuur 7 1. Schoonwatertank 4. Rolbeugel 7. Aftapventiel (spuittank) 2. Passagiersstoel 5. Deksel van tank 8. Spuitpomp 3. Bestuurdersstoel 6. Chemicaliëntank 9. Accu 10. Werklichten g190600 Figuur 8 1. Hefcilinder 3. Klepverdelers 5. Hydraulische tank 7. Middelste spuitboom 2. Transporthouder van spuitbomen 4. Brandstoftank 6. Rechter spuitboom 8.
Bedieningsorganen g216445 Figuur 9 1. Schakelaar werkverlichting 6. Opbergruimte 2. Stuurwiel 3. Drukmeter 7. InfoCenter 8. Quick Find™ bedieningspaneel 4. Brandstofmeter 5. Handgreep voor passagier 9. Armsteun 10. Contactschakelaar Bedieningsorganen van machine op SNEL zetten en het tractiepedaal iets intrappen om ervoor te zorgen dat het motortoerental hoog blijft. Als het motortoerental lager wordt, moet u het tractiepedaal iets laten opkomen om het toerental te verhogen.
Rempedaal Met het rempedaal kunt u de machine tot stilstand brengen of de snelheid verminderen (Figuur 10). VOORZICHTIG Als de spuitmachine gebruikt met slecht afgestelde of versleten remmen, bestaat de kans dat u de controle over de machine verliest, waardoor lichamelijk of dodelijk letsel kan worden toegebracht aan de bestuurder of omstanders. Controleer altijd de remmen voordat u de machine gebruikt, en zorg ervoor dat zij goed zijn afgesteld en zijn gerepareerd. g032469 Figuur 11 Parkeerrem 1.
Usb-aansluitpunt Waarschuwingslampje voor oliedruk Het usb-aansluitpunt heeft 2 contacten en het bevindt zich achteraan de armsteun (Figuur 12). Het waarschuwingslampje voor de druk van de motorolie gaat branden als de oliedruk onder 0,48 bar zakt. Wanneer de machine normaal werkt, zal het waarschuwingslampje voor de druk van de motorolie oplichten wanneer de contactschakelaar naar AAN wordt gedraaid en uitgaan wanneer de motor loopt.
Bedieningsorganen van spuitsysteem kunt u de snelheid van de spuitpomp regelen wanneer de spuitmachine in manuele modus staat. U moet de schakelaar naar voren drukken en ingedrukt houden om de gebruiksdosis (druk) te verhogen of naar achteren drukken en ingedrukt houden om de gebruiksdosis (druk) te verminderen. Schakelaar van spuitpomp De schakelaar van de spuitpomp bevindt zich op het middelste bedieningspaneel aan de rechterkant van de stoel (Figuur 14).
het sproeisysteem in te schakelen en de motor boven laag stationair toerental te laten draaien. Mengomloopklep De mengomloopklep leidt de vloeistofstroom om naar de pomp van het spuitsysteem als u de mengfunctie uitschakelt (Figuur 15). De mengomloopklep bevindt zich boven de mengklep. U kunt de omloopklep zo instellen dat de druk constant blijft wanneer u de mengfunctie activeert en uitschakelt; zie De mengomloopklep kalibreren (bladz. 41). g032528 Figuur 16 1.
Opmerking: Sluit de afsluiter van de spuitboomomloop wanneer u het spuitsysteem gebruikt in de modus gebruiksdosis (gesloten circuit). Anti-overloopaansluiting Vooraan op het tankdeksel bevindt zich een slangaansluiting met een schroefdraadverbinding, een 90º slangpilaar en een korte slang die u kunt leiden naar de tankopening. Op deze aansluiting kunt u een waterslang bevestigen zodat u de tank met water kunt vullen zonder dat de slang wordt verontreinigd door de chemische stoffen in de tank.
Gebruiksaanwijzing Eigenschappen van de veldspuit Beschrijving Meting Totale breedte met standaard spuitsysteem 391 cm Totale lengte met standaard spuitsysteem tot de bovenkant van de spuitbomen als deze kruiselings zijn ingeklapt. 442 cm Totale hoogte met standaard spuitsysteem 146 cm Totale hoogte met standaard spuitsysteem tot de bovenkant van de spuitbomen als deze kruiselings zijn ingeklapt.
Hydraulische vloeistof controleren Brandstof bijvullen Voordat u de motor start en de machine gaat gebruiken, moet u het hydraulische systeem controleren; zie Hydraulische vloeistof controleren (bladz. 71). GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
• Gebruik bij koud weer B5 (biodieselinhoud 5%) of GEVAAR mengsels met een lager percentage. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen, waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Controleer afdichtingen, slangen en pakkingen, die in contact met brandstof komen, omdat zij in de loop der tijd hierdoor kunnen worden aangetast.
De ingebruikname van de spuitmachine voorbereiden 5. Belangrijk: Vervang de zuigkorf als deze beschadigd is of niet goed kan worden gereinigd. Zuigkorf reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Zuigkorf reinigen. Reinig de zuigkorf (aanzuigfilter) (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder). 1. 2. Reinig de zuigkorf met schoon water. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 6.
7. Belangrijk: Vervang het filter als dit beschadigd is of niet grondig kan worden gereinigd. Controleer de pakking voor de aftapplug (in de bak) en de pakking voor de bak (in de filterkop) op schade en slijtage (Figuur 23). Opmerking: Verzeker dat het filter goed op zijn plaats zit. 6. De tankbanden controleren Belangrijk: Vervang beschadigde of 8. 9. 10. Monteer de spuitdop op de spuitdophouder (Figuur 24). versleten pakkingen voor de plug, de bak of beide.
• De spuitpomp is uitgeschakeld. • De gashendel staat in de stand LANGZAAM. 3. Draai de schakelaar op AAN/VOORGLOEIEN. Opmerking: Een automatische tijdschakelaar 1. Schakel de spuitpomp in door de schakelaar van de spuitpomp AAN te zetten; zie Schakelaar van spuitpomp (bladz. 23). 2. Rij vooruit tot u de gewenste rijsnelheid hebt bereikt; zie Met de machine rijden (bladz. 31). zorgt ervoor dat de motor ongeveer 6 seconden wordt voorgegloeid. 4. Draai na het voorgloeien het sleuteltje op START . 5.
• Na een koude start moet u de motor ongeveer • • • Sommige chemische stoffen zijn agressiever dan andere en elke chemische stof reageert anders met verschillende materialen. Een aantal vaste stoffen (zoals bevochtigbaar poeder, houtskool) heeft een sterker schurende werking en veroorzaakt meer slijtage. Als een chemische stof verkrijgbaar is in een samenstelling die de levensduur van de spuitmachine verlengt, adviseren wij u deze te gebruiken. 15 seconden warm laten worden, voordat u optrekt.
fabrieksetiket; dit moet aangeven of de chemische stoffen geschikt zijn). Chemische stoffen die niet geschikt zijn voor Viton, zullen de O-ringen in de spuitmachine aantasten waardoor lekkage ontstaat. dient u de poeders in een geschikt vat met voldoende vers water te mengen om een vrij stromende suspensie te creëren. Dit nalaten kan resulteren in chemische afzettingen op de bodem van de tank, slechte vermenging, verstopt raken van filters en onjuiste gebruiksdosissen.
kan de hefcilinders en/of andere hydraulische componenten beschadigen. indien u meer informatie wenst over de volgende procedures: Belangrijk: Om ervoor te zorgen dat het product De transporthouder van de spuitbomen gebruiken goed gemengd blijft, moet u de mengfunctie steeds gebruiken als er een oplossing in de tank zit. De spuitmachine heeft een transporthouder voor de spuitbomen die is voorzien van een unieke beveiliging.
4. Rij de veldspuit naar het grasterrein dat u gaat spuiten. 5. Als u voor elk werkterrein gegevens als bespoten oppervlakte en gebruikt spuitvolume wilt verzamelen, selecteer dan het scherm van een deelgebied (deelgebieden 1 tot 20) om informatie over het afzonderlijke gebied en het volume vast te leggen; raadpleeg 'Het scherm deelgebied gebruiken' in de Softwaregids van de Multi Pro 5800-D en 5800-G veldspuit met ExcelaRate spuitsysteem.
2. spuitbomen op AAN om te beginnen met spuiten; zie Figuur 30 in Spuiten in de modus gebruiksdosis (bladz. 34). hebt; zie De omloopkleppen van de spuitbomen instellen (bladz. 40). Zet de knop van de spuitmodus op de manuele modus (Figuur 32). Opmerking: Als de tank bijna leeg is, kan het mengen leiden tot schuimvorming in de tank. In dit geval moet u de mengschakelaar op UIT zetten. Als alternatief kunt u ook een antischuimmiddel toevoegen aan de tank. 10.
g193177 Figuur 35 g192607 Figuur 34 5. Stel de parkeerrem in werking en start de motor. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen uit, zet de gashendel in de langzame stand, schakel de pomp van de spuitmachine uit en zet de motor af. Plaats de maatbeker op een horizontaal oppervlak en noteer het vloeistofvolume (Figuur 36). Opmerking: Laat de motor 10 minuten warm Belangrijk: Plaats de maatbeker op een draaien. horizontaal oppervlak om het volume af te lezen. 1.
7. • Beperk zoveel mogelijk de tijd dat u de machine in Vergelijk het watervolume in de maatbeker met het spuitdopvolume in de tabel van de 15 seconden opvangtest. de stationaire stand op een bepaald stuk van het gazon laat staan. Zowel de tijd als de temperatuur is van invloed op de mate waarin het gras wordt beschadigd.
1. Parkeer de veldspuit op een gelijke ondergrond, zet de motor af en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen en de schakelaar van de spuitpomp UIT. 3. Draai de spuitdoppenhouder in beide richtingen op de juiste spuitdop. 4. Voor machines die worden gebruikt in de modus gebruiksdosis, kalibreert u de vloeistofstroom; raadpleeg de Softwaregids van de Multi Pro 5800-D en 5800-G spuitmachines met ExcelaRate spuitsysteem. Het spuitsysteem reinigen De tank aftappen 1.
Opmerking: Vervang versleten of beschadigde spuitsysteem goed te reinigen, moet u als volgt te werk gaan: • Spoel het systeem 3 keer om. • Gebruik de reinigings- en neutraliseermiddelen die worden aanbevolen door de fabrikanten van de chemische stoffen. • Gebruik zuiver, schoon water (zonder reinigingsen neutraliseermiddelen) voor de laatste spoelbeurt. 1. spuitdoppen.
• De mengomloopklep staat gesloten (0) zoals Tabel gebruiksdosis spuitdop (cont'd.) getoond in Figuur 40B. De mengomloopklep staat in een tussenstand (naargelang de drukmeter van het spuitsysteem) zoals getoond in Figuur 40C. • Rood 319 liter/ha 34 gpa 0,78 gpk Bruin 394 liter/ha 42 gpa 0,96 gpk Grijs 478 liter/ha 51 gpa 1,17 gpk Wit 637 liter/ha 68 gpa 1,56 gpk Blauw 796 liter/ha 85 gpa 1,95 gpk Groen 1,190 liter/ha 127 gpa 2,91 gpk 9.
10. De machine transporteren Stel de mengomloopklep (Figuur 41) achteraan de mengklep in tot de spuitsysteemdruk op de meter 6,89 bar bedraagt. • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen. • Maak de machine stevig vast. Transport van de spuitmachine Om de machine over grote afstanden te verplaatsen, moet u een aanhanger gebruiken. Zet de machine goed vast op de aanhanger.
WAARSCHUWING Als u het voertuig bij een te hoge snelheid sleept, kunt u de macht over het stuur verliezen. Dit kan letsel veroorzaken. Sleep de machine nooit sneller dan 4,8 km per uur. De machine moet worden gesleept door 2 personen. Als de machine over een grote afstand moet worden verplaatst, moet u deze vervoeren op een vrachtwagen of een aanhanger; zie De machine transporteren (bladz. 42). 1. Laat het uitlaatsysteem volledig afkoelen. 2.
Zuigkorftabel (cont'd.
Tabel van drukfilter (cont'd.) Kleurcode spuitdop (doorstroomhoeveelheid) Grootte van gaas* Kleurcode van filter Zoals vereist voor chemicaliën of oplossingen met hoge viscositeit of grote gebruiksdosissen 16 Bruin *De gaasgrootte van de drukfilters in deze tabel gaat uit van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.
g214245 Figuur 52 Gaasgrootte – viscositeit chemisch product of oplossing 1. Chemicaliën of oplossingen met hogere viscositeit 2. Chemicaliën of oplossingen met kleinere viscositeit 3. Grootte van gaas Wanneer u met een hogere gebruiksdosis spuit, overweeg dan een groter gaas voor het spuitdopfilter; zie Figuur 53. g214245 Figuur 53 Grootte van gaas – gebruiksdosis 1. Grotere gebruiksdosis 3. Grootte van gaas 2.
Onderhoud Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • De filters van de hydraulische vloeistof vervangen. Na de eerste 8 bedrijfsuren • Draai de wielmoeren aan. • Olie van planeetwieloverbrenging verversen.
Onderhoudsinterval Om de 400 bedrijfsuren Jaarlijks Onderhoudsprocedure • De lagers van de actuatorstang smeren. • Verricht alle jaarlijkse onderhoudsprocedures die staan vermeld in de Gebruikershandleiding van de motor. • De brandstofleidingen en aansluitingen controleren. • Vervang de brandstoffilterbus. • Brandstoffilter in de tank vervangen. • Brandstoftank aftappen en reinigen. • Lagers in voorwielen opvullen.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerd item Voor week van: maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag Werking van rem en parkeerrem controleren. Werking van de schakelaar van de neutraalvergrendeling controleren. Brandstofpeil controleren. Controleer het motoroliepeil. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof. Koelvloeistofpeil controleren. Luchtfilter controleren.
Procedures voorafgaande aan onderhoud VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in de starterschakelaar laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start, waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. De spuitmachine omhoog brengen Het krikpunt aan de achterkant van de spuitmachine bevindt zich op de achterkant waar de spuitboomdragers zitten (Figuur 55).
onderstel achteraan vastzit aan het chassis van de machine (Figuur 58). Opmerking: Bewaar de flenskopbouten en ringen om deze te monteren in stap 5 van Het scherm van het onderstel monteren (bladz. 52). g028168 Figuur 56 1. Voorste hittescherm 2. Zeskantbouten en ringen Monteren van het voorste hittescherm 1. g189584 Lijn de achterste flens van het voorste hittescherm uit over de voorste flens van het achterste hittescherm (Figuur 57). g189585 Figuur 58 g028177 Figuur 57 1.
van Het scherm van het onderstel verwijderen (bladz. 51). 6. Draai de moeren en bouten vast met een torsie van 11,29 tot 25,42 N·m. Het inspectieluik van de stoelbasis verwijderen 1. Verwijder de 2 flenskopbouten waarmee het inspectieluik van de stoelbasis bevestigd is aan de stoelbasis (Figuur 60). g189583 Figuur 59 1. Bevestigingsbeugel van motor 2. Bout – afgebeeld voor de duidelijkheid; niet verwijderen 4. Flensborgmoeren (5/16") 5. Voorkant van de machine 3.
Smering 3. Veeg overtollig vet weg. Opmerking: De smeernippels zijn aangegeven in Figuur 62. De spuitpomp smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de pomp. Om de 50 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Type smeermiddel: Mobil XHP 461. 1. Veeg de 2 uitwendige smeernippels schoon (Figuur 61). g187456 Figuur 62 1. Smeernippel g204693 Figuur 61 1. Achterkant van machine 3. Smeerpunt (2) 2. Spuitpomp 2. 3. Pomp vet in de uitwendige smeernippel (Figuur 61).
g013780 Figuur 65 g002014 Figuur 64 Rechter spuitboom 1. Smeernippel 3. Veeg overtollig vet weg. 4. Herhaal deze procedure bij alle draaiarmen van de spuitbomen. 1. Actuator 4. R-pen 2. Actuatorstang 5. Gaffelpen 3. Behuizing van draaipen van spuitboom 5. Draai aan het lager aan het uiteinde van de stang en spuit vet in het lager (Figuur 66). Opmerking: Veeg overtollig vet weg.
8. Als de pen op zijn plaats is, laat u de spuitboom los en zet u de gaffelpen vast met de borgpen die u eerder hebt verwijderd. 9. Herhaal stap 2 tot en met 8 voor het lager van de actuatorstang aan de andere kant van de machine. Onderhoud motor Luchtfilter controleren. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Luchtfilter controleren. Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. 1.
7. Controleer het luchtfilterelement op overmatige opstapeling van vuil en stof (Figuur 67). Opmerking: Het luchtfilterelement niet reinigen als het vuil is, maar wel vervangen. 8. Monteer de stofkap op het luchtfilterhuis en bevestig de kap met de 2 grendels (Figuur 67). Opmerking: Zorg dat de stofkap tussen de 5- en de 7-uurstand staat vanaf het uiteinde bekeken. 9. Laat de passagiersstoel zakken.
8. Motoroliepeil controleren Monteer het deksel op het luchtfilterhuis en maak het vast met de 2 grendels (Figuur 68). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer het motoroliepeil voordat u de motor voor de eerste keer start. Opmerking: Zorg dat de stofkap tussen de 5- en de 7-uurstand staat vanaf het uiteinde bekeken (Figuur 68). 9.
Opmerking: Vul de olie langzaam bij en 4. controleer daarbij veelvuldig het peil. Niet te vol vullen. Verwijder het oude oliefilter (Figuur 71). Opmerking: Het gebruikte oliefilter afgeven bij een erkende inzamelplaats. 5. Veeg het oppervlak van het oliefiltertussenstuk van de motor schoon met een doek. 6. Vul het oliefilter met de aanbevolen olie. Opmerking: Laat het filterelement zich vullen met olie. 7. Smeer een dun laagje van de aanbevolen olie op de rubberen pakking van het vervangoliefilter.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter om de tank te vullen; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank tot 25 mm vanaf de onderkant van de vulbuis.
5. Zet de ontluchtingsplug bovenaan het brandstoffilter/waterafscheider los (Figuur 74). g028217 Figuur 75 1. Ontluchtingsschroef (brandstofinjectiepomp) 9. Draai de ontluchtingsschroef op de brandstofinjectiepomp open (Figuur 75). g028218 10. Figuur 74 1. Ontluchtingsplug 6. 2. Bovenkant van de brandstof/waterscheider Draai het sleuteltje in de starterschakelaar op AAN. Opmerking: De elektrische brandstofpomp begint te werken. Hierbij komt er lucht bij de brandstofinjectiepomp naar buiten.
7. Veeg overtollige brandstof weg uit de buurt van de brandstofinjector. 6. Reinig het bevestigingsoppervlak van het filtertussenstuk. 8. Herhaal stappen 2 tot en met 7 voor de andere brandstofverstuivers. 7. Smeer schone motorolie op de pakking van het filter van de waterafscheider. 9. Monteer het voorste hittescherm; zie Monteren van het voorste hittescherm (bladz. 51). 8. Monteer het filter met de hand totdat de pakking contact maakt en draai het filter vervolgens nog een halve slag verder.
g028691 Figuur 78 1. Dop van standpijp/brandstofvlotter 3. Afdichting 2. Standpijp/brandstofvlotter 6. Til de standpijp/brandstofvlotter van de brandstoftank (Figuur 78). Opmerking: Gooi de oude standpijp weg. g032544 Figuur 77 1. Schroeven (nr. 10 x ¾") 2. Kap 5. Klem – brandstofslang van 5/16" 6. Slangfitting – ¼" 3. Brandstoftank 7. Slangfitting – 5/16" Brandstoffilter in de tank monteren Opmerking: Koop de nieuwe standpijp bij een erkende Toro-dealer.
7. Onderhoud elektrisch systeem Draai de schroeven vast met een torsie van 113 Ncm. Brandstof aftappen uit de brandstoftank Zekeringen vervangen Het zekeringblok voor het elektrische systeem bevindt zich onder de bestuurdersstoel (Figuur 79). Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Als het brandstofsysteem vervuild raakt of als u de machine voor langere tijd wilt stallen, moet u de brandstoftank aftappen en reinigen.
Onderhoud van de accu WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de spuitmachine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
Onderhoud aandrijfsysteem Belangrijk: Zorg ervoor dat de accuhouder altijd op zijn plaats zit om de accu te beschermen en vast te zetten. Accu opladen De wielen/banden controleren Belangrijk: Houd de accu altijd volledig geladen. Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen onder 0 °C. 1. Verwijder de accu van het chassis; zie Accu verwijderen (bladz. 64). 2.
4. Toespoor van voorwielen afstellen Plaats een opvangbak onder de binnenste aftapplug van de remkast en verwijder de plug (Figuur 82). Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) De afstand tussen de voorste middellijn van de wielen moet 0 tot 3 mm korter zijn dan de afstand tussen de achterste middellijn van de voorwielen. 1. Controleer de banden en breng ze op spanning; zie Bandenspanning controleren (bladz. 27). 2.
Onderhoud koelsysteem Onderhoud van het koelsysteem Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Slangen van koelsysteem controleren op slijtage en beschadiging. Inhoud van koelsysteem: 5,5 liter g002248 Type koelvloeistof: een oplossing van 50% water en 50% permanente ethyleenglycol-antivries Figuur 85 1. Contramoer 2. Spoorstang Belangrijk: Giet pas koelvloeistof in een 4. Draai de trekstang om de voorzijde van het wiel naar binnen of naar buiten te draaien. 5.
De vloeistof van het koelsysteem verversen Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Koelvloeistof (zoals voorgeschreven door fabrikant) controleren en indien nodig verversen. De eigenaar dient voor de volgende benodigdheden te zorgen: een handthermometer voor de koelvloeistof. 1. Plaats de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2.
8. Start de motor terwijl de dop los op de radiateur zit (Figuur 86). Onderhouden remmen 9. Laat de motor warm worden totdat de thermostaat opengaat. Remmen afstellen Opmerking: De thermostaat van de motor Als de vrije slag van het rempedaal meer dan 25 mm bedraagt voordat u weerstand voelt, moeten de remmen als volgt worden afgesteld: moet opengaan wanneer de handthermometer aangeeft dat de koelvloeistof 79 tot 88 °C is. 10.
Onderhoud riemen 5. Als de juiste spanning is verkregen, draait u de wisselstroomdynamo en de bouten van de beugel vast om de afstelling te borgen. Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo 6. Draai de borgmoer vast om de afstelling te borgen. Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren Controleer de conditie en de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo/koelventilator Vervang de riem indien dit nodig is. 1.
Onderhoud hydraulisch systeem van Toro, en is geschikt voor een groot aantal temperatuursomstandigheden. Deze vloeistof is compatibel met gangbare minerale olie, maar met het oog op maximale biologische afbreekbaarheid en goede prestaties moet het hydraulische systeem grondig met gewone vloeistof worden gespoeld. De olie is verkrijgbaar in emmers van 19 liter of vaten van 208 liter bij een Mobil-verdeler.
5. Als het vloeistofpeil te laag is, vult u de tank bij met de vermelde hydraulische vloeistof of een gelijkwaardige vloeistof tot het peil tot de bovenste markering reikt. 6. Plaats de dop van de peilstok op de tank en zet vast. Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven Als de vloeistof verontreinigd raakt, neem dan contact op met een erkende Toro-verdeler om het systeem te laten spoelen.
5. Monteer de slang en de fitting aan de tank en zet deze stevig vast. 6. Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Vul de hydraulische tank met ongeveer 53 liter van de aanbevolen hydraulische vloeistof of een gelijkwaardige vloeistof, zie Hydraulische vloeistof controleren (bladz. 71). 7. Inhoud van hydraulisch systeem: 56 liter van de aanbevolen hydraulische vloeistof of een gelijkwaardige vloeistof; zie Hydraulische vloeistof controleren (bladz.
De zuigkorf vervangen Onderhoud van het spuitsysteem Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Opmerking: Kies de gewenste maasgrootte van de zuigkorf voor uw toepassing, zie Een zuigkorf kiezen (bladz. 43). WAARSCHUWING Chemische stoffen die worden gebruikt in het spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig voor de gebruiker, omstanders, dieren, planten, de bodem of eigendommen zijn. 1.
6. 9. Lijn de slang en de slangfitting uit met de behuizing van de korf bovenaan de tank en bevestig de fitting en de behuizing met de borgclip die u verwijderd hebt in stap 2. Maak de plug met de hand vast op de bak (Figuur 97). Het drukfilter vervangen Het spuitdopfilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Opmerking: Kies de gewenste maasgrootte 1. 2. van het spuitdopfilter voor uw toepassing, zie Een spuitdopfilter kiezen (optioneel) (bladz. 45).
2. Verwijder de borgpen van de draaipen (Figuur 99). g014220 Figuur 100 g013780 Figuur 99 1. Actuator 4. Borgpen 2. Actuatorstang 5. Pen 3. Behuizing van draaipen van spuitboom 3. Til de spuitboom op en verwijder de pen (Figuur 99), en laat de spuitboom langzaam op de grond zakken. 4. Controleer de pen op beschadigingen en vervang deze indien dit nodig is. 5. 1. Platte kant op de actuatorstang 5. Ring aangepast 2. Contramoer 6. Stand van ring voor montage 3. Ring 7.
1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Zet de spuitbomen in de spuitstand en ondersteun de spuitbomen met steunen of hijsbanden en hijsvoorzieningen. 3. Onderhoud van de pomp De pomp controleren Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Pompmembraan controleren en indien nodig vervangen (neem contact op met een erkende Toro servicedealer).
Reiniging De koelribben van de radiateur reinigen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Radiateurribben reinigen. Belangrijk: Spuit nooit water op een heet motorcompartiment; dit kan de motor beschadigen. 1. 2. Plaats de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.
De mengverdelerklep verwijderen 4. De verdelerklep monteren (bladz. 83) 5. De mengverdelerklep monteren (bladz. 84) 6. De klepactuator plaatsen (bladz. 85) 1. • Reinig de 3 spuitboomkleppen aan de hand van Verwijder de snelkoppelingspen waarmee de snelkoppeling voor de mengslang bevestigd is aan de verdeler voor de mengklep (Figuur 104). de volgende hoofdstukken: 1. De klepactuator verwijderen (bladz. 79) 2. De spuitboomverdelerklep verwijderen (bladz. 80) 3. De verdelerklep reinigen (bladz.
De spuitboomverdelerklep verwijderen 1. Verwijder de snelkoppelingspen waarmee de snelkoppeling voor de spuitboomomloopklep bevestigd is aan de spuitboomverdelerklep (Figuur 106). g191302 Figuur 105 1. Verdeler (mengklep) 4. Flenskopbout (¼" x ¾") 2. Klepsteun 5. Pakking 3. Flensborgmoer (¼") 4. g191303 Verwijder de mengklepverdeler en de pakkingen van de machine (Figuur 105). Figuur 106 Opmerking: Zet indien nodig het 1. Afsluiter omloop spuitboom 3.
5. Verplaats de spuitboomklepverdeler en de pakkingen naar beneden zodat deze loskomen van de omloopklep van de spuitbomen, en verwijder de onderdelen van de machine.Figuur 108 Opmerking: Zet indien nodig het bevestigingsmateriaal voor de klepverdelers van de linker- en rechterspuitboom los om speling te verkrijgen. Opmerking: Bewaar de flensklemmen, pakkingen en snelkoppelingspennen voor montage in De spuitboomverdelerklep plaatsen (bladz. 83). g191300 De verdelerklep reinigen Figuur 107 1.
g028243 Figuur 110 Mengklepverdeler 1. Houder van afsluiter 7. O-steunring (0,676" x 0,07") 2. Afsluiter 8. Ring klepzitting 3. Ventielopening g028240 Figuur 111 Spuitboomklepverdeler 9. Behuizing van verdeelstuk 4. Ventielhouder 10. Kogelklep 5. Dopaansluiting 11. Dopaansluiting 1. Ventielzitting 7. O-ring van dop (0,796" x 0,139") 2. Ventieleenheid 8. O-steunring (0,676" x 0,07") 3. Ventielopening 6. Afdichtring voor dop (0,796" x 0,139") 9. Kogelzitting 4. Houder van afsluiter 10.
De spuitboomverdelerklep plaatsen De verdelerklep monteren 1. Controleer de staat van de O-ringen van de uitgaande fitting (alleen spuitboomklepverdeler), de O-ringen van de dopafdichting, de O-ringen van de achterzitting en de kogelzitting op schade of slijtage (Figuur 110 en Figuur 111). 1. Opmerking: Vervang versleten of beschadigde O-ringen en zittingen. 2. Breng smeersel aan op de afsluiter en steek deze in de zitting van de afsluiter (Figuur 110 en Figuur 111). 3.
in De spuitboomverdelerklep verwijderen (bladz. 80). 6. Haal de flenskopbouten en flensborgmoeren aan met 19,78 tot 25,42 N·m. 7. Draai de 2 flensklemmen met de hand vast (Figuur 115). 8. Monteer de snelkoppeling van de spuitboomslang op de snelkoppelfitting van de spuitboomklepverdeler; gebruik hierbij de snelkoppelingspen (Figuur 114). 9. Als u het bevestigingsmateriaal van de klepverdelers van de linker- of rechterspuitboom hebt losgezet, dient u de moer en bout aan te draaien tot 19,78-25,42 N·m.
Stalling 1. Plaats de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Verwijder het vuil en vet van het hele voertuig, inclusief de buitenkant van de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing van de motor. Belangrijk: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Doe dit niet met een hogedrukreiniger.
5. verkrijgbaar bij uw erkende servicedealer). Voer de volgende onderhoudsstappen uit wanneer u de machine voor korte of lange tijd gaat stallen. M. Stal de machine in een schone, droge opslagruimte. N. Verwijder de accu uit het chassis, controleer het zuurpeil en laad de accu volledig op; zie Accu opladen (bladz. 65). • Korte stalling (minder dan 30 dagen), reinig het spuitsysteem; zie Het spuitsysteem reinigen (bladz. 39). • Lange stalling (langer dan 30 dagen), doe het volgende: A.
Problemen, oorzaak en remedie Problemen met de motor en de machine verhelpen Probleem De starter doet de motor niet aanslaan. De motor draait, maar start niet. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Een defecte startmotor of startmotorsolenoïde. 5. Er zijn inwendige motoronderdelen vastgelopen. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Verkeerd oliepeil in het carter. 1. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 2. Het koelvloeistofpeil is te laag. 2. Controleer het koelvloeistofpeil en vul indien nodig bij. 3. De belasting verminderen; met een lagere snelheid rijden. 4. Reinig telkens bij gebruik de luchtinlaatroosters. 5. Reinig telkens bij gebruik de koelribben en de luchtkanalen. 3. De motor wordt overbelast. 4. De luchtinlaatroosters zijn vuil. 5.
Problemen met het spuitsysteem verhelpen Probleem Een spuitboom spuit niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De elektrische aansluiting op de klep van de spuitboom is vuil of los. 1. De klep met de hand uitschakelen. De elektrische connector op de klep losmaken en alle kabels reinigen; daarna de elektrische connector weer aansluiten. 2. De zekering is open (doorgebrand) of zit los. 3. Er zit een slang gekneld. 4. Een omloopklep van een spuitboom is verkeerd afgesteld. 5.
Schema's g034336 Schema van de veldspuit (Rev.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw garantieclaim te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie mee te delen, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.