Form No. 3398-896 Rev C Multi Pro® 5800-D gazonspuitmachine met ExcelaRate™ spuitsysteem Modelnr.: 41393—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
De Multi Pro® gazonspuitmachine is een speciaal gazonspuitvoertuig en is bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders bij commerciële toepassingen. Het systeem is met name ontworpen voor spuiten op goed onderhouden gazons in parken, golfbanen en sportvelden. op www.Toro.com rechtstreeks contact met Toro opnemen om trainingsmaterialen en informatie over productveiligheid en accessoires te verkrijgen, een verkoper te vinden of uw product te registreren.
Inhoud De spuitmachine smeren .................................. 53 Spuitboomscharnieren smeren......................... 54 De lagers van de actuatorstang smeren ............ 54 Onderhoud motor ................................................ 56 Luchtfilter controleren. ..................................... 56 Motorolie verversen .......................................... 57 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 60 Brandstofleidingen en aansluitingen controleren..........................
Veiligheid Instructie • Lees de Gebruikershandleiding en het andere instructiemateriaal voordat u het voertuig in gebruik neemt. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool te letten, dat betekent Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
Chemische veiligheid • Zorg ervoor dat alle veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen en stickers op hun plaats zitten. Als veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen of stickers in slechte staat verkeren, onleesbaar zijn of beschadigd raken, moet u deze herstellen of vervangen, voordat u het voertuig gaat gebruiken. WAARSCHUWING Chemische stoffen die worden gebruikt in het strooi-/spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig voor de gebruiker, omstanders, dieren, planten, de bodem of eigendommen zijn.
• Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het • • • • • • • • • • en onbekend terrein of terrein waarvan de bodemomstandigheden of het reliëf veranderingen vertonen. veilig gebruik van de chemische stof. Overschrijd de aanbevolen systeembedrijfsdruk niet. De eenheid niet vullen, kalibreren of reinigen wanneer er mensen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren in de buurt zijn. Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waar u werkt met chemische stoffen.
3. 4. Gebruik op hellingen of oneffen terrein Draai het sleuteltje van de starterschakelaar naar Uit. Verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar. Als u de spuitmachine op een helling gebruikt, bestaat de kans dat deze omslaat of gaat rollen. Ook bestaat de kans dat de motor afslaat of dat de machine op een helling vaart verliest. Hierdoor kan lichamelijk letsel ontstaan. Belangrijk: Parkeer de machine nooit op • een helling. Bliksem kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
lichamelijk letsel kan ontstaan, moet u de volgende richtlijnen in acht nemen: • Denk erom dat vloeibare lading kan gaan schommelen. Dit gebeurt meestal als u draait, een helling op- of afrijdt, plotseling uw snelheid wijzigt of als u over oneffen terrein rijdt. Als de vloeistof gaat schommelen, kan de machine omslaan. • Als u een zware lading vervoert, moet u de snelheid verminderen en ervoor zorgen dat de remweg lang genoeg is. Trap niet abrupt op het rempedaal. Wees extra voorzichtig op hellingen.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal93-6686 93-6686 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. decal107-8667 107-8667 1. Opkrikken 2. Krikpunten 3. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor meer informatie over het opkrikken van de machine decal106-5517 106-5517 1.
decal107-8732 107-8732 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Draai de wielmoeren vast met een torsie van 95 tot 122 N·m. decal117-2718 117-2718 decal133-2758 133-2758 1. Tec regelaar – 2 A 8. Tec voeding – 7,5 A 2. Tec voeding – 7,5 A 9. Cruise control – 10 A 3. Extra zekeringhouder – 10 A 4. Ontsteking – 15 A 5. Tec voeding – 7,5 A 6. Spuitboombediening – 10 A 7. Werklicht – 15 A 10. InfoCenter – 1 A 11. Spuitboom en koplamp – 30 A 12. Usb-voeding – 15 A 13.
decal120-0627 120-0627 1. Gevaar op snijwonden of verminking, rotorblad – houd afstand tot bewegende delen, laat alle beveiligingen op hun plaats. decal120-0622 120-0622 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Stap niet in de tank. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden en inademing van gas – Bedek de huid en draag een veiligheidsbril, handschoenen en adembescherming. decal120-0625 120-0625 1. Knelpunt, hand – Houd handen uit de buurt.
decal120-0619 120-0619 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 5. Kantelgevaar – neem geen scherpe bochten als u snel rijdt, rijd traag in bochten; wees voorzichtig en rijd traag als u hellingen op en af rijdt. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 6. Om de motor te starten trekt u de handrem aan, brengt het contactsleuteltje in en draait het naar de startstand. 3.
decal127-6982 127-6982 1. Pomp-retourstroom 2. Spuiten met spuitbomen decal132-7689 132-7689 1. Automatische spuitmodus 7. Spoelsysteem – uit 2. Spuitmodus 8. Sonische sensor – aan 3. Manuele spuitmodus 9. Sonische sensor – uit 4. Schuimmarkeerder – aan 10. Gebruiksdosis – verhogen 5. Schuimmarkeerder – uit 11. Gebruiksdosis – verlagen 6. Spoelsysteem – aan decal132-7708 132-7708 1. Koplamp – aan 3. Claxon 2. Koplamp – uit decal132-7786 132-7786 3. Usb 1. Spuitsysteem – uit 2.
decal132-7695 132-7695 1. Pomp – aan 5. Toerentalregeling – aan 2. Pomp – uit 6. Toerentalregeling – uit 10. Rechterspuitboom omhoog. 14. Sproeier middelste spuitboom 9. Rechterspuitboom omlaag. 13. Sproeier linkerspuitboom 3. Mengsysteem – aan 7. Linkerspuitboom omlaag. 11. Motortoerental – snel 4. Mengsysteem – uit 8. Linkerspuitboom omhoog. 12. Motortoerental – langzaam 14 15.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Geen onderdelen vereist – De veren van het spuitboomscharnier controleren. Geen onderdelen vereist – De verzendingsbumper verwijderen.
A. Druk alle veren samen tot ze 3,96 cm zijn. B. Indien dit niet het geval is, moet u de contramoer aandraaien om de veren tot 3,96 cm samen te drukken. 2 De verzendingsbumper verwijderen Geen onderdelen vereist Procedure 1. Verwijder de bouten, ringen en moeren waarmee de verzendingsbumper aan de voorste chassisplaat is bevestigd (Figuur 4). g002332 Figuur 3 1. Veer van spuitboomscharnier 4. 5. 2. Contramoer Herhaal deze procedure voor elke veer op beide spuitboomscharnieren.
Algemeen overzicht van de machine g032456 Figuur 5 1. Passagiersstoel 4. Rolbeugel 7. Pomp 2. Bestuurdersstoel 3. Schoonwatertank 5. Deksel van tank 6. Chemicaliëntank 8. Accu 9. Werklichten g032457 Figuur 6 1. Regelcilinder van spuitboom 4. Brandstoftank 7. Middelste spuitboom 2. Transporthouder van spuitbomen 5. Hydraulische tank 8. Aftapklep 3. Klepverdelers 6. Rechter spuitboom 9.
Bedieningsorganen g032467 Figuur 7 1. Schakelaar werkverlichting 6. Opbergruimte 2. Stuurwiel 3. Drukmeter 7. InfoCenter 8. Quick Find™ bedieningspaneel 4. Brandstofmeter 5. Handgreep voor passagier 9. Armsteun 10. Contactschakelaar Bedieningsorganen van machine Opmerking: Voor maximaal vermogen met zware belasting of heuvelopwaarts moet u de gashendel op SNEL zetten en het tractiepedaal iets intrappen om ervoor te zorgen dat het motortoerental hoog blijft.
schakelaar wordt ingedrukt (Figuur 9). Hierdoor blijft de spuitmachine met een constante snelheid rijden als u de machine op vlak terrein gebruikt. g032468 Figuur 8 1. Parkeerrempedaal 3. Tractiepedaal 2. Rempedaal Rempedaal Met het rempedaal kunt u de machine tot stilstand brengen of de snelheid verminderen (Figuur 8). g032469 Figuur 9 1. Middelste bedieningspaneel VOORZICHTIG 3. Gashendel 2.
Bedieningsorganen van spuitsysteem g032996 Figuur 10 1. Waarschuwingslampje accuspanning 2. Oliedruklampje 9. Schakelaar van rechter spuitboom 10. Schakelaar van middelste spuitboom 3. Waarschuwingslampje bougie 11. Schakelaar van linker spuitboom 4. Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur 12. Hoofdschakelaar van de spuitbomen 5. Drukmeter 13. Hefschakelaar van linker spuitboom 6. Schakelaar spuitmodus 14. Pompschakelaar 7. Schakelaar mengfunctie tank 15. Schakelaar voor gebruiksdosis 8.
de mengfunctie activeert en uitschakelt; zie De mengomloopklep kalibreren (bladz. 46). Pompschakelaar De pompschakelaar bevindt zich op het middelste bedieningspaneel aan de rechterkant van de stoel (Figuur 10). Zet deze schakelaar naar voren om de pomp in werking te stellen of naar achteren om deze uit te schakelen. Als de schakelaar is aangezet, brandt er een lampje op de schakelaar.
Omloopklep spuitbomen Enkel manuele modus De omloopleiding van de spuitbomen leidt de vloeistofstroom voor een spuitboom naar de tank als u de spuitboom uitschakelt. U kunt de omloopleiding afstellen om ervoor te zorgen dat de druk van de spuitboom constant blijft, ongeacht hoeveel spuitbomen zijn ingeschakeld. Vloeistofstroommeter De vloeistofstroommeter meet de doorstroomhoeveelheid van de vloeistof en stuurt deze informatie naar het InfoCenter (Figuur 11).
Hoofdscherm InfoCenter Opmerking: De volgende afbeelding is een voorbeeld; het toont alle pictogrammen die tijdens het gebruik van de machine kunnen verschijnen op het scherm. Wanneer u de machine start, verschijnt het hoofdscherm met de pictogrammen die overeenstemmen met de ingeschakelde functies (d.w.z. de parkeerrem is ingeschakeld, de spuitbomen zijn ingeschakeld, de bestuurder is opgestaan uit de stoel enz.). Raadpleeg de onderstaande tabel voor de betekenis van de pictogrammen (Figuur 15).
Huidige gebruiksdosis Hoofdmenu InfoCenter De huidige gebruiksdosis toont de dosis waarmee het sproeiproduct momenteel wordt aangebracht (Figuur 15). Houd knop 5 (uiterst rechts) van het InfoCenter ingedrukt om naar het scherm hoofdmenu te gaan. In het hoofdmenu kunt u naar de schermen Dosisinstelling, Instellingen, Kalibratie, Onderhoud, Diagnostiek en Betreffende gaan (Figuur 16).
Scherm Dosisinstelling Om naar het scherm Dosisinstelling te gaan, drukt u in het hoofdmenu op knop 2 (Figuur 16) tot u Dosisinstelling bereikt; druk dan op knop 4 om Dosisinstelling te selecteren (Figuur 17). In dit scherm ziet u de doelgebruiksdosis, dosis 1, dosis 2 en het percentage van de verhoogde gebruiksdosis; u kunt hier deze dosissen instellen. Hier volgt de procedure om dosis 1, dosis 2 en het percentage van de verhoogde gebruiksdosis in te stellen: 1.
De maateenheid veranderen 1. Druk op knop 2 in het scherm Instellingen tot u Display-instellingen bereikt en druk vervolgens op knop 4 om Display te selecteren (Figuur 19). 2. Druk op knop 1 of 2 tot u Eenheden bereikt en druk dan op knop 4 om Eenheden te selecteren. 3. Druk op knop 1 of 2 tot u de gewenste eenheid bereikt en druk op knop 4 om deze eenheid te selecteren.
De beveiligde menu's van het InfoCenter veranderen 1. Druk op knop 2 in het scherm Display tot u Beveiligde Instellingen bereikt en druk vervolgens op knop 4 om Beveiligde Instellingen te selecteren (Figuur 22). g034290 Figuur 24 2. g034288 Voer uw code in door middel van knoppen 1 tot 4 en druk op knop 5 wanneer u de code ingevoerd hebt (Figuur 25). Figuur 22 2. 3. Druk op knop 2 tot u de gewenste optie in het menu Beveiligde Instellingen bereikt (Figuur 22).
Opmerking: Wanneer u de code voor het eerst instelt, is deze standaard 1234. g034291 Figuur 26 De InfoCenter code wijzigen 1. 2. 3. g034306 Figuur 28 Druk op knop 2 in het scherm Display-instellingen tot u Code Instellen bereikt en druk vervolgens op knop 4 om Code Instellen te selecteren (Figuur 24). 1. Cijfer 1 4. Cijfer 4 2. Cijfer 2 5. Code invoeren 3. Cijfer 3 Voer uw code in door middel van knoppen 1 tot 4 en druk op knop 5 wanneer u de code ingevoerd hebt (Figuur 25). 5.
6. Bevestig de nieuwe PIN-code door middel van knoppen 1 tot 4 en druk op knop 5 wanneer u de PIN-code ingevoerd hebt (Figuur 30). Kalibratie-scherm Om naar het scherm Kalibratie te gaan, drukt u in het hoofdmenu op knop 2 (Figuur 16) tot u Kalibratie bereikt; druk dan op knop 4 om Kalibratie te selecteren. Opmerking: Druk om het even welk moment op knop 5 om de kalibraties te annuleren. Als u dit doet, zal de machine automatisch de huidige kalibratiewaarden gebruiken. g034308 Figuur 30 1.
6. Druk op knop 2 om naar de volgende stap te gaan en het scherm To Proceed (volgende) weer te geven. 7. Druk op knop 2 om naar de volgende stap te gaan en het scherm 15 Second Catch Test (opvangtest van 15 seconden) weer te geven. 6. Druk op knop 2 om naar de volgende stap te gaan. 7. Druk op knop 3 om de gewenste afstand te vergroten of knop 4 om de gewenste afstand te verkleinen (Figuur 32).
scherm te verlaten en de kalibratie opnieuw te starten. Manual Calibration Entry In dit scherm kunt u de vloeistofkalibratie en de snelheidskalibratie bekijken en bewerken. Scherm Onderhoud Om naar het scherm Onderhoud te gaan, drukt u in het hoofdmenu op knop 2 (Figuur 16) tot u Onderhoud bereikt; druk dan op knop 4 om Onderhoud te selecteren. Opmerking: U kunt tijdens het sproeien het huidige stroomvolume bekijken in het scherm Onderhoud.
Scherm Betreffende Om naar het scherm Betreffende te gaan, drukt u in het hoofdmenu op knop 2 (Figuur 16) tot u Betreffende bereikt; druk dan op knop 4 om Betreffende te selecteren (Figuur 36). In dit scherm ziet u het modelnummer en het serienummer van uw machine.
g034279 Figuur 38 Scherm Sub-Area 1. Actief deelgebied 4. Volume gespoten in het actieve deelgebied (Amerikaanse gallons) 2. Oppervlakte gespoten in het actieve deelgebied (acres) 5. Selecteer het vorige deelgebied; houd de knop ingedrukt om de gespoten oppervlakte en het volume te resetten voor het actieve deelgebied. 3.
Meldingen InfoCenter Meldingen voor de bestuurder verschijnen automatisch op het InfoCenterscherm wanneer een machinefunctie bijkomende handelingen vereist. Bijvoorbeeld, als u probeert de motor te starten terwijl u het tractiepedaal indrukt, wordt de melding weergegeven dat het tractiepedaal in NEUTRAAL moet staan. Elke melding die zich voordoet, heeft betrekking op een bepaalde toestand (bv.
Tabel met meldingen in het InfoCenter (cont'd.
Hydraulische vloeistof controleren Gebruiksaanwijzing bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Voordat u de motor start en de machine gaat gebruiken, moet u het hydraulische systeem controleren; zie Hydraulische vloeistof controleren (bladz. 71). Veiligheid staat voorop Bandenspanning controleren Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
Brandstof bijvullen GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet brandstofvaten altijd op de grond en uit de buurt van de machine voordat u de tank bijvult.
• Controleer afdichtingen, slangen en pakkingen, 1. Parkeer de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar. 2. Verwijder bovenaan de spuittank de borgclip waarmee de slangfitting bevestigd is aan de grote slang en de behuizing van de zuigkorf (Figuur 41). die in contact met brandstof komen, omdat zij in de loop der tijd hierdoor kunnen worden aangetast.
De tankbanden controleren 6. Laat het sleuteltje los zodra de motor start. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de tankbanden. 7. Als de motor nogmaals moet worden voorgegloeid, draait u het sleuteltje eerst op UIT en vervolgens op AAN/VOORGLOEIEN. Opmerking: Herhaal indien nodig de stappen Belangrijk: De bevestigingen van de tankbanden 3 tot 7. te vast aandraaien kan vervorming en beschadiging van de tank en banden veroorzaken. 1. Vul de hoofdtank met water. 2.
4. oplossing op het werkgebied en als u daarmee klaar bent, reinigt u de tank en het spuitsysteem. Het is belangrijk dat u deze drie stappen vlak na elkaar uitvoert om schade aan de spuitmachine te voorkomen. Zo kunt u beter chemische stoffen niet 's avonds in de tank gieten en mengen en pas de volgende ochtend gaan spuiten. Hierdoor worden de chemische stoffen gescheiden, hetgeen schade kan toebrengen aan de onderdelen van de spuitmachine.
De schoonwatertank vullen nodig hebt volgens de voorschriften van de fabrikant van de chemische stoffen. Vul de schoonwatertank altijd met schoon water voordat u gaat werken met chemische stoffen. 3. Open het deksel van de spuittank. Opmerking: Het tankdeksel bevindt zich De tank met schoon water bevindt zich op de rolbeugel, achter de bestuurdersstoel (Figuur 44). midden op de tank. Om dit te openen, moet u de voorste helft van het deksel naar links draaien en open klappen.
3. 4. 1. Als u de bomen inklappen, dient u de machine te laten stoppen op een horizontaal oppervlak. Til de spuitbomen op met behulp van de schakelaars van de spuitboomlift. 2. 3. 4. 5. Opmerking: Breng de spuitbomen omhoog totdat zij geheel kruiselings over elkaar in de transportstand in de transporthouder zijn gezet en de hefcilinders volledig zijn teruggetrokken.
Een spuitdop selecteren • Spuit nooit in een stationaire stand bij zeer hete en/of droge omstandigheden of als het gazon tijdens deze perioden meer te lijden kan hebben. Opmerking: Raadpleeg de selectiegids met spuitdoppen die verkrijgbaar is bij uw erkende Toro-dealer. • Parkeer nooit op het gazon als u spuit in de stationaire stand. Parkeer op een pad als dit mogelijk is. De spuitdoppenhouders zijn geschikt voor de 3 verschillende spuitdoppen.
het water. Gebruik alleen schoon water voor de laatste spoeling. g028158 5. Laat de spuitbomen neer in de spuitstand. 6. Start de motor en zet de gashendel op een hoger stationair toerental. 7. Zorg dat de mengschakelaar AAN staat. 8. Zet de pompschakelaar op AAN en zet de druk op een hoge instelling met behulp van de schakelaar voor de gebruiksdosis. 9. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen en de bedieningsschakelaars van de spuitbomen op AAN om te beginnen met spuiten. 10.
spuitbomen in te stellen (indien u in manuele modus werkt); zie Kalibratie-scherm (bladz. 29). Opmerking: De kleppen van de spuitbomen moeten worden gekalibreerd telkens als de spuitdoppen worden vervangen (enkel indien u in de manuele modus werkt/spuit). Kies een open en vlak terrein om deze procedure uit te voeren. 1. Vul de spuittank tot de helft met schoon water. 2. Laat de spuitbomen neer. 3. Stel de parkeerrem in werking. 4. Zet de schakelaar voor de spuitbediening op manueel.
g028228 Figuur 48 1. Open 3. Tussenstand g032532 Figuur 49 2. Gesloten (0) 1. Actuator (mengklep) De mengomloopklep kalibreren Onderhoudsinterval: Jaarlijks—De mengomloopklep kalibreren. 2. Vul de spuittank tot de helft met schoon water. 3. Ga na of de mengregelklep open is. Draai de pompschakelaar op UIT. 12. Zet de gashendel op STATIONAIR /LANGZAAM en draai het sleuteltje naar de UIT-stand. De pomp bevindt zich bij de achterkant van de tank, links (Figuur 50).
g002210 Figuur 51 1. Bevestigingspunten g002212 Figuur 53 1. Sleepklep Belangrijk: Als u de sleepklep niet opent voordat u de spuitmachine gaat slepen, kan schade aan de transmissie ontstaan. 2. g002211 Figuur 52 1. Achterste bevestigingspunten Bevestig een sleepkabel aan het frame; zoek de sleeppunten voor- en achteraan (Figuur 54 en Figuur 55). De spuitmachine slepen In noodgevallen kan de spuitmachine over een korte afstand worden gesleept nadat u de sleepklep hebt geopend.
g002214 Figuur 55 1. Achterste sleeppunten 3. Zet de parkeerrem vrij. 4. Sleep de machine niet sneller dan 4,8 km per uur. 5. Als u klaar bent, sluit u de sleepklep en draait u deze vast met een torsie van 7 tot 11 Nm.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 5 bedrijfsuren • De filters van de hydraulische vloeistof vervangen. Na de eerste 8 bedrijfsuren • Draai de wielmoeren aan. • Olie van planeetwieloverbrenging verversen. • Spanning van de riem van ventilator/wisselstroomdynamo controleren. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Motorolie verversen en oliefilter vervangen.
Onderhoudsinterval Om de 400 bedrijfsuren Jaarlijks Onderhoudsprocedure • De lagers van de actuatorstang smeren. • Verricht alle jaarlijkse onderhoudsprocedures die staan vermeld in de gebruikershandleiding van de motor. • De brandstofleidingen en aansluitingen controleren. • Vervang de brandstoffilterbus. • Brandstoffilter in de tank vervangen. • Brandstoftank aftappen en reinigen. • Lagers in voorwielen opvullen.
Gecontroleerd item Voor week van: maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag Werking van instrumenten controleren. Werking van het gaspedaal controleren. Zuigkorf reinigen. Vet in alle smeerpunten spuiten.1 Beschadigde lak bijwerken.
g002215 Figuur 56 1. Krikpunten aan de voorzijde g028168 Figuur 58 Het krikpunt aan de achterkant van de spuitmachine bevindt zich op de achterkant waar de spuitboomdragers zitten (Figuur 57). 1. Voorste hittescherm 2. Zeskantbouten en ringen Het hittescherm van de motor monteren 1. Lijn de achterste flens van het voorste hittescherm uit over de voorste flens van het achterste hittescherm (Figuur 59). g002216 Figuur 57 1.
Het inspectieluik van de stoelbasis verwijderen 1. Smering Verwijder de 2 flenskopbouten waarmee het inspectieluik van de stoelbasis bevestigd is aan de stoelbasis (Figuur 60). De spuitmachine smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de pomp. Om de 50 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Type vet: Nr. 2 vet op lithiumbasis. Toro Premium universeel smeervet is verkrijgbaar bij uw Toro-dealer. 1.
g002218 g002014 Figuur 62 Er bevinden zich drie smeernippels aan de binnenkant van elk voorwiel. Figuur 63 Rechter spuitboom 1. Smeernippel 1. Smeerpunt Spuitboomscharnieren smeren 3. Veeg overtollig vet weg. 4. Herhaal deze procedure bij alle draaiarmen van de spuitbomen. Belangrijk: Als het spuitboomscharnier is De lagers van de actuatorstang smeren afgespoeld met water, moet u al het water en vuil van het scharnier verwijderen en nieuw vet op het scharnier smeren.
g013780 Figuur 64 1. Actuator 4. Borgpen 2. Actuatorstang 5. Pen 3. Behuizing van draaipen van spuitboom 5. Pak het uiteinde van het lager van de actuatorstang vast en spuit vet in het lager (Figuur 65). Opmerking: Veeg overtollig vet weg. g002015 Figuur 65 Rechter spuitboom 1. Lager smeren 6. Breng de spuitboom omhoog om de draaipen uit te lijnen met de aandrijverstaaf. 7. Houd de spuitboom vast en steek de pen door het draaipunt van de spuitboom en de actuatorstang (Figuur 64). 55 8.
Onderhoud motor Opmerking: Het luchtfilterelement niet reinigen als het vuil is, maar wel vervangen. 8. Luchtfilter controleren. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. 1. Stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje uit de starterschakelaar. 2.
8. Monteer het deksel op het luchtfilterhuis en maak het vast met de 2 grendels (Figuur 67). Opmerking: Zorg dat de stofkap tussen de 5- en de 7-uurstand staat vanaf het uiteinde bekeken (Figuur 67). 9. Lijn de expansietank van de koelvloeistof uit met de steunbeugel van de tank, en zet de tank stevig op zijn plaats (Figuur 67). Belangrijk: Zorg dat de overdrukslang naar voren en beneden wordt geleid, en de tankonluchtingsslang naar achteren zoals in Figuur 67. 10. Laat de passagiersstoel zakken.
Motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer het motoroliepeil voordat u de motor voor de eerste keer start. Opmerking: De beste tijd om de motorolie te controleren is wanneer de motor koud is voordat deze is gestart voor de dag. Als hij al heeft gedraaid, moet u de olie eerst terug laten lopen gedurende tenminste 10 minuten voordat u controleert. Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie.
5. Veeg het oppervlak van het oliefiltertussenstuk van de motor schoon met een doek. 6. Vul het oliefilter met de aanbevolen olie. 6. Haal de peilstok eruit en controleer het oliepeil in de motor (Figuur 72). Opmerking: Laat het filterelement zich vullen met olie. 7. Smeer een dun laagje van de aanbevolen olie op de rubberen pakking van het vervangoliefilter. 8. Monteer het oliefilter op het filtertussenstuk en draai het oliefilter rechtsom tot de rubberen pakking het filtertussenstuk raakt.
Onderhoud brandstofsysteem 5. Zet de ontluchtingsplug bovenaan het brandstoffilter/waterafscheider los (Figuur 73). GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter om de tank te vullen; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal.
7. Veeg overtollige brandstof weg uit de buurt van de brandstofinjector. 8. Herhaal stappen 2 tot en met 7 voor de andere brandstofverstuivers. 9. Monteer het voorste hittescherm; zie Het hittescherm van de motor monteren (bladz. 52). Onderhoud van het brandstoffilter Het filter van de waterafscheider vervangen g028217 Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Figuur 74 1. Ontluchtingsschroef (brandstofinjectiepomp) 9. 10. 1.
6. Reinig het bevestigingsoppervlak van het filtertussenstuk. 7. Smeer schone motorolie op de pakking van het filter van de waterafscheider. 8. Monteer het filter met de hand totdat de pakking contact maakt en draai het filter vervolgens nog een halve slag verder. 9. Zorg dat het aftapventiel onderaan het filter van de waterafscheider stevig rechtsom is gedraaid (Figuur 75).
7. Draai de schroeven vast met een torsie van 113 Ncm. Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Als het brandstofsysteem vervuild raakt of als u de machine voor langere tijd wilt stallen, moet u de brandstoftank aftappen en reinigen. Gebruik bij het reinigen verse, schone brandstof om de brandstoftank te spoelen. 1. g028691 Figuur 77 1. Dop van standpijp/brandstofvlotter 3.
Onderhoud van de accu Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest. Zekeringen vervangen Het zekeringblok voor het elektrische systeem bevindt zich onder de bestuurdersstoel (Figuur 78).
Accu opladen WAARSCHUWING Belangrijk: Houd de accu altijd volledig geladen. Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen onder 0 °C. Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de spuitmachine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt.
Onderhoud aandrijfsysteem 4. Plaats een opvangbak onder de binnenste aftapplug en verwijder deze (Figuur 81). De wielen/banden controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren—Draai de wielmoeren aan. Om de 100 bedrijfsuren—Draai de wielmoeren aan. Om de 100 bedrijfsuren—Conditie en afslijting van de banden controleren. Draai de bouten van de voorwielen vast met een torsie van 75 tot 102 Nm en de moeren van de achterwielen met een torsie van 95 tot 122 Nm. g002246 Figuur 81 1.
Toespoor van voorwielen afstellen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Het toespoor moet 0 tot 3 mm zijn. 1. Controleer de banden en breng ze op spanning; zie Bandenspanning controleren (bladz. 36). 2. Meet ter hoogte van de as de afstand tussen de voorwielen aan de voorkant en de achterkant van de wielen (Figuur 83).
Onderhoud koelsysteem Onderhoud van het koelsysteem Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Slangen van koelsysteem controleren op slijtage en beschadiging. Inhoud van koelsysteem: 5,5 liter Type koelvloeistof: een oplossing van 50% water en 50% permanente ethyleenglycol-antivries Belangrijk: Giet pas koelvloeistof in een oververhitte motor wanneer deze volledig is afgekoeld. Als een u koelvloeistof in een oververhitte motor giet, bestaat de kans dat het motorblok gaat scheuren.
12. schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar. 2. Als de motor is afgekoeld, verwijdert u de radiateurdop (Figuur 85). 3. Plaats een grote opvangbak onder de radiateur. 4. Open de aftapklep en laat de koelvloeistof in de bak lopen (Figuur 86). Opmerking: Vul indien nodig de radiateur en expansietank bij met koelvloeistof. g002252 Figuur 86 1. Aftapventiel 5. Sluit de aftapklep (Figuur 86). 6. Verwijder de radiateurdop (Figuur 85). 7.
Onderhouden remmen Onderhoud riemen Remmen afstellen Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo Als de vrije slag van het rempedaal meer dan 25 mm bedraagt voordat u weerstand voelt, moeten de remmen als volgt worden afgesteld: 1. Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren Parkeer de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar. 2. Stel de parkeerrem in werking. 3.
4. Plaats een breekijzer tussen de wisselstroomdynamo en de motor en wrik de wisselstroomdynamo voorzichtig naar buiten toe. Onderhoud hydraulisch systeem 5. Als de juiste spanning is verkregen, draait u de wisselstroomdynamo en de bouten van de beugel vast om de afstelling te borgen. 6. Draai de borgmoer vast om de afstelling te borgen.
temperatuursomstandigheden. Deze vloeistof is compatibel met gangbare minerale olie, maar met het oog op maximale biologische afbreekbaarheid en goede prestaties moet het hydraulische systeem grondig met gewone vloeistof worden gespoeld. De olie is verkrijgbaar in emmers van 19 liter of vaten van 208 liter bij een Mobil-verdeler. 5. Als het vloeistofpeil te laag is, vult u de tank bij met de vermelde hydraulische vloeistof of een gelijkwaardige vloeistof tot het peil tot de bovenste markering reikt. 6.
Hydraulische vloeistof verversen Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Inhoud van hydraulisch systeem: 56 liter van de aanbevolen hydraulische vloeistof of een gelijkwaardige vloeistof; zie De hydraulische vloeistof controleren (bladz. 72). Belangrijk: Als een andere vloeistof wordt gebruikt, kan de garantie van bepaalde onderdelen komen te vervallen. WAARSCHUWING Hete hydraulische vloeistof kan ernstige brandwonden veroorzaken. g013791 Figuur 91 1.
Onderhoud van het spuitsysteem gelijkwaardige vloeistof, zie De hydraulische vloeistof controleren (bladz. 72). 7. Start de motor en laat deze 3 tot 5 minuten lopen om de vloeistof te laten circuleren en het systeem te ontluchten. STATIONAIR 8. Zet de motor af en controleer of het peil van de hydraulische vloeistof correct is en of het systeem lekt. 9. Geef de oude vloeistof af bij een erkend recyclingcentrum.
Het drukfilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, zet de spuitpomp af, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar. 2. Plaats een opvangbak onder het drukfilter (Figuur 94). g028235 Figuur 94 1. Filterkop 4. Bak 2. O-ring (bak) 5. O-ring (aftapplug) 3. Filterelement 6. Aftapplug 3. Draai de aftapplug linksom en neem ze van de bak van het drukfilter (Figuur 94).
Schema van het spuitsysteem g034336 Figuur 95 76
Onderhoud van de pomp De pomp controleren Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Pompmembraan controleren en indien nodig vervangen (neem contact op met een erkende Toro servicedealer). Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Afsluitkleppen van pomp controleren en indien nodig vervangen. (neem contact op met een erkende Toro servicedealer).
De draaibussen controleren Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 1. Parkeer de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar. 2. Klap de spuitbomen in de spuitstand en ondersteun de spuitbomen met assteunen of hang deze met banden aan een hefinrichting. 3.
10. Reiniging Herhaal deze procedure bij alle andere spuitbomen. De koelribben van de radiateur reinigen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Radiateurribben reinigen. Belangrijk: Spuit nooit water op een heet motorcompartiment; dit kan de motor beschadigen. 1. Parkeer de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit de starterschakelaar. 2.
De mengverdelerklep verwijderen 2. De spuitboomverdelerklep verwijderen (bladz. 81) 3. De verdelerklep reinigen (bladz. 82) 4. De verdelerklep monteren (bladz. 83) 5. De spuitboomverdelerklep plaatsen (bladz. 84) Verwijder de klemmen, pakkingen, snelkoppeling en snelkoppelingspen waarmee de verdeler voor de mengklep bevestigd is aan de mengomloopklep, de kop van het drukfilter, de verloopkoppeling en de adapterfitting (mengdosisklep); zie Figuur 100. 6. De klepactuator plaatsen (bladz.
De spuitboomverdelerklep verwijderen 1. Verwijder de klemmen en pakkingen waarmee de verdeler voor de spuitboomklep bevestigd is aan de aangrenzende spuitboomklep (indien linker spuitboomklep en verloopkoppeling); zie Figuur 102. g032548 Figuur 103 1. Borgclip 3. Verdelerklep 2. Houder (omloopfitting) 4. Houder (uitgaande fitting) 3. Verwijder de spuitboomklepverdeler van de machine (Figuur 104). g028236 Figuur 102 1. Flens (verloopkoppeling) 4. Pakking 2. Verdeler (spuitboomklep) 5.
De verdelerklep reinigen 1. Plaats de afsluiter zo dat deze in de gesloten stand staat (B van Figuur 105). g027562 Figuur 105 1. Klep open 2. 2. Klep gesloten Verwijder de dopaansluiting en de snelkoppeling van de uiteinden van de verdelerbehuizing (Figuur 106 en Figuur 107). g032550 Figuur 106 Mengklepverdeler 1. Houder van afsluiter 7. O-steunring (0,676 inch / 0,07 inch) 2. Afsluiter 8. Ring klepzitting 3. Ventielopening 10. Kogelklep 5. Dopaansluiting 11. Snelkoppeling 6.
De verdelerklep monteren 1. Controleer de staat van de O-ringen van de uitgaande fitting (alleen spuitboomklepverdeler), de O-ringen van de dopafdichting, de O-ringen van de achterzitting en de kogelzitting op schade of slijtage (Figuur 106 en Figuur 107). Opmerking: Vervang versleten of beschadigde O-ringen en zittingen. 2. Breng smeersel aan op de afsluiter en steek deze in de zitting van de afsluiter (Figuur 106 en Figuur 107). 3.
De mengverdelerklep monteren 1. Lijn de flens van de mengomloopklep, een pakking en de flens van de dopaansluiting uit met de mengklepverdeler (A van Figuur 109). Opmerking: Zet indien nodig het bevestigingsmateriaal voor de drukfilterkop los om speling te verkrijgen. 7. Monteer de mengklepverdeler, pakking en verloopkoppeling met een handmatig bevestigde klem (B van (Figuur 109). 8.
5. Lijn pakking uit tussen de flenzen van de verloopkoppeling en de spuitboomklepverdeler (B van Figuur 110). 6. Monteer de verloopkoppeling, pakking en spuitboomklepverdeler met een handvast aangedraaide klem (B van Figuur 110). 7. Bij de montage van de 2 spuitboomkleppen links dient u pakking uit te lijnen tussen de flenzen van de 2 aangrenzende spuitboomklepverdelers (B van Figuur 110). 8.
5. verkrijgbaar bij uw erkende servicedealer). Voer de volgende onderhoudsstappen uit wanneer u de machine voor korte of lange tijd gaat stallen. M. Stal de machine in een schone, droge opslagruimte. N. Verwijder de accu uit het chassis, controleer het zuurpeil en laad de accu volledig op; zie Accu opladen (bladz. 65). • Korte stalling (minder dan 30 dagen), reinig het spuitsysteem; zie De spuitmachine reinigen (bladz. 43). • Lange stalling (langer dan 30 dagen), doe het volgende: A.
Problemen, oorzaak en remedie Problemen met de motor en de machine verhelpen Probleem De starter doet de motor niet aanslaan. De motor draait, maar start niet. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Een defecte startmotor of startmotorsolenoïde. 5. Inwendige motoronderdelen vastgelopen. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Verkeerd oliepeil in het carter. 1. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 2. Het koelvloeistofpeil is te laag. 2. Controleer het koelvloeistofpeil en vul indien nodig bij. 3. De belasting verminderen; met een lagere snelheid rijden. 4. Reinig telkens bij gebruik de luchtinlaatroosters. 5. Reinig telkens bij gebruik de koelribben en de luchtkanalen. 3. Machine is te zwaar belast. 4. De luchtinlaatroosters zijn vuil. 5.
Problemen met het spuitsysteem verhelpen Probleem Een spuitboom werkt niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De elektrische aansluiting op de klep van de spuitboom is vuil of los. 1. De klep met de hand uitschakelen. De elektrische connector op de klep losmaken en alle kabels reinigen; daarna de elektrische connector weer aansluiten. 2. Zekering is doorgebrand. 2. De zekeringen controleren en indien nodig vervangen. 3. Slang repareren of vervangen. 4. Omloopkleppen van de spuitboom afstellen. 5.
Opmerkingen:
Lijst met internationale distributeurs Dealer: Land: Telefoonnummer: Dealer: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.