Operator's Manual
Deomloopkleppenvandespuitbomen
kalibreren..........................................................38
Pomp....................................................................38
Onderhoud..................................................................40
Aanbevolenonderhoudsschema..................................40
Controlelijstvoordagelijksonderhoud......................40
Aantekeningvoorspecialeaandachtsgebieden............41
Proceduresvoorafgaandeaanonderhoud......................42
Toegangtotdemachine..........................................42
Smering...................................................................43
Spuitsysteemsmeren..............................................43
Spuitboomscharnierensmeren.................................44
Lagersvandeactuatorstangsmeren..........................44
Onderhoudelektrischsysteem....................................45
Zekeringen............................................................45
Onderhoudvanhetspuitsysteem.................................46
Deslangencontroleren...........................................46
Onderhoudvandepomp........................................46
Actuatorvanspuitboomafstellen..............................46
Handbedieningvandeactuatorsvandespuitbomen
voornoodsituaties..............................................47
Denylondraaibussencontroleren.............................47
Reiniging..................................................................48
Vloeistofstroommeterreinigen.................................48
Zuigkorfreinigen...................................................48
Stalling........................................................................49
Despuitmachineverwijderen..................................50
Problemen,oorzaakenremedie......................................51
Schema's......................................................................53
Veiligheid
Onjuistgebruikofonderhouddoordegebruikerofeigenaar
kanletselveroorzaken.Omhetrisicovanletseltevermijden,
dientuzichaandevolgendeveiligheidsinstructiestehouden
enaltijdophetveiligheidssymboolteletten,datbetekent
VOORZICHTIG,WAARSCHUWINGofGEVAAR–
'instructievoorpersoonlijkeveiligheid'.Niet-nalevingvande
instructiekanleidentotlichamelijkofdodelijkletsel.
Veiligebediening
WAARSCHUWING
EenWorkman®-voertuigdatisuitgerustmet
eenspuitsysteemisgeenwegvoertuigenisniet
ontworpen,uitgerustofgebouwdvoorgebruikop
deopenbareweg.
DeWorkman®isontwikkeldengetestomveiligheid
bijhetgebruiktebieden,metdienverstandedathet
voertuigcorrectmoetwordengebruiktenonderhouden.
Hoewelrisicobeheersingenongevallenpreventiedeels
afhankelijkzijnvanhetontwerpendeconstructie
vanhetvoertuig,zijneerdergenoemdefactorenook
afhankelijkvandeoplettendheid,zorgvuldigheideneen
goedetrainingvanhetpersoneeldatisbelastmethet
gebruik,onderhoudenopslagvanhetvoertuig.Onjuist
gebruikofonderhoudvanhetvoertuigkanlichamelijk
ofdodelijkletselveroorzaken.
DeWorkmaniseengespecialiseerdbedrijfsvoertuigdat
nietisontworpenvoorgebruikopdeopenbareweg.
Rijdenmetenbedienenvanditvoertuigisandersdan
eenpassagiersvoertuigofeenvrachtwagen.Gunuzelf
dustijdomvertrouwdterakenmetdeWorkman.
Nietallewerktuigendiekunnenwordengekoppeldaan
deWorkman,wordenindezehandleidingbeschreven.
Raadpleegvooraanvullendeveiligheidsinstructiesde
specieke
Ge br uik er shandleiding
dieisgeleverdbijhet
desbetreffendewerktuig.Leesdezehandleidingen.
Omhetrisicoopletselofdoodteverminderen,dientu
devolgendeveiligheidsinstructiesinachttenemen.
Verantwoordelijkhedenvande
bedrijfsleiding
•Zorgervoordatdebestuurdersgrondigzijngetraind
enbekendzijnmetdeGebruikershandleiding,het
instructiemateriaal,dehandleidingvoordemotorenalle
stickersophetWorkman-voertuig.
•Zorgvoorspecialeproceduresenbedrijfsregels
voorongewonewerkomstandigheden(bijvoorbeeld
hellingendietesteilzijnvoorhetvoertuig).Gebruik
de3e/hoog-vergrendelschakelaaralseenhogesnelheid
deveiligheidingevaarkanbrengenofkanleidentot
verkeerdgebruikvanhetvoertuig.
3










