Form No. 3379-532 Rev B Multi Pro 1750 gazonsproeier Modelnr.: 41188—Serienr.: 314000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding De Multi Pro gazonspuitmachine is een speciaal gazonspuitvoertuig en is bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders bij commerciële toepassingen. Het systeem is met name ontworpen voor spuiten op goed onderhouden gazons in parken, golfbanen en sportvelden. Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen.
Inhoud Luchtinlaatrooster controleren .................................40 Onderhoud van het luchtfilter ..................................40 Motoroliepeil controleren........................................41 Bougies vervangen .................................................42 Onderhoud brandstofsysteem .....................................43 Brandstoffilter vervangen ........................................43 Brandstof aftappen uit de brandstoftank ....................43 Onderhoud elektrisch systeem ....
Veiligheid Chemische veiligheid WAARSCHUWING Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico van letsel te vermijden, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool te letten, dat betekent VOORZICHTIG, WAARSCHUWING of GEVAAR – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
• Voer ongebruikte chemische stoffen en verpakkingen • voor chemische stoffen af volgens de instructies van de fabrikant en de plaatselijk geldende voorschriften. Chemische stoffen en dampen in de tank zijn gevaarlijk; blijf altijd buiten de tank en houd uw hoofd nooit boven of in de opening. • Voor het gebruik • U mag het voertuig pas in gebruik nemen, nadat u • • • • • • • • • • • • • deze handleiding hebt gelezen en de inhoud ervan hebt begrepen. Laat kinderen nooit de spuitmachine besturen.
• • • • als de machine volledig belast is. De stoptijd en de remweg zullen groter zijn als het voertuig zwaar belast is. – Vermijd plotseling stoppen en starten. Zet het voertuig niet van de achteruitstand in de vooruitstand of van de vooruitstand in de achteruitstand voordat het voertuig volledig tot stilstand is gekomen. – Verminder uw snelheid voordat u een bocht maakt.
• Als de motor moet lopen om onderhouds- of andere onverwachte veranderingen in het terrein. De lading kan gaan schuiven waardoor de machine haar stabiliteit verliest. afstelwerkzaamheden uit te voeren, moet u uw kleding, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de motor en bewegende delen houden. Houd iedereen op afstand.
De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 1032. Trillingen op het gehele lichaam Gemeten trillingsniveau = 0,58 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 0,29 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 1032.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 117–2718 120–0622 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Brandgevaar chemicaliën; gevaar voor inademing van giftige gassen – draag hand-, huiden oogbescherming; bescherm uw luchtwegen. 2. Waarschuwing – Stap niet in de sproeiertank. 106-9206 1.
125–4126 1. Hoofdschakelaar spuitbomen uitschakelen 5. Spuitdruk verhogen 2. Hoofdschakelaar spuitbomen inschakelen 6. Spuitdruk verlagen 3. Pomp inschakelen 7. Menger inschakelen 4. Pomp uitschakelen 8. Menger uitschakelen 125–6694 1. Locatie bevestigingspunt 125–4128 1. Linkerspuitboom omhoog/omlaag brengen 4. Motor – Lopen 2. Rechterspuitboom omhoog/omlaag brengen 5. Motor – Afzetten 3. Motor – Starten 125–8113 125–4129 1. Linker spuitboom 3. Rechter spuitboom 1. Schakelhendel 5.
125–8114 1. Dosisbegrenzer in-/uitgeschakeld 2. Spoelpomp in-/uitschakelen 127–3942 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over de zekeringen. 6. 7,5 A 2. 10 A – Contactslot 3. 15 A – Spuitboom 7. 7,5 A 8. 2 A – TEC 4. 15 A – Koplampen 9. 30 A – Spoeltank 127–3935 1. Parkeerrem 5. 7,5 A 2.
7–3937 1. Waarschuwing – niet betreedbaar. 3. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf op afstand van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn. 2. Waarschuwing – blijf uit de buurt van hete oppervlakken. 127–3939 1. Waarschuwing – lees de 3. Snijgevaar/amputatiegevaar Gebruikershandleiding; – hou armen en benen draag altijd een nooit buiten het voertuig. veiligheidsgordel wanneer u de machine gebruikt; laat de machine niet kantelen. 2. Kans op vallen – vervoer 4.
127–3938 1. Lees de Gebruikershandleiding. 127–3941 1. Waarschuwing – gebruik de machine niet zonder de nodige training; lees de Gebruikershandleiding. 4. Gevaar op elektrocutie, bovengrondse elektrische leidingen – controleer het werkterrein op bovengrondse elektrische leidingen voordat u begint te werken. 2. Waarschuwing – houd omstanders uit de buurt tijdens het gebruik van de machine. 5.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 Fitting van 90° Snelkoppeling Slangadapter Beugel voor slangaansluiting Flenskopbout, 5/16 x 3/4 inch Anti-overloopslang 1 1 1 1 1 1 Montage van de anti-overloopaansluiting.
4. Zet de slangadapter vast door de hendels naar de adapter te draaien en de hendels vervolgens te borgen met de R-pennen (Figuur 3). 1 5. Installeer de antioverloopslang via de grote opening van de beugel en op het geribde uiteinde van de elleboogfitting van 90° (Figuur 3). Montage van de anti-overloopaansluiting Belangrijk: U mag de slang niet verlengen zodat deze in contact kan komen met de vloeistof in de tank.
3 Meer informatie over uw product Benodigde onderdelen voor deze stap: Figuur 4 1. Veer van spuitboomscharnier 1 Contactsleuteltje 1 Gebruikershandleiding 1 Gebruikershandleiding van motor 1 Onderdelencatalogus 1 Instructiemateriaal voor gebruiker 1 Registratiekaart 1 Controlelijst voor levering 2. Contramoer Procedure 1. Lees de handleidingen. 4. Herhaal deze procedure voor elke veer op beide spuitboomscharnieren. 2. Bekijk het instructiemateriaal voor de gebruiker. 3.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 5 1. Rolbeugel 4. Kleppensets 2. Antioverloopaansluiting 5. Rechter spuitboom 3. Deksel van chemicaliëntank 6. Middelste spuitboom 7. Regelcilinder van spuitboom 10. Brandstoftank 8. Mengdosisklep 11. Parkeerrem 9.
Figuur 6 1. Rechterspuitboom 4. Watertank 2. Transporthouder van spuitbomen 5. Bestuurdersstoel 3.
Bedieningsorganen Figuur 7 1. InfoCenter 6. Schakelhendel 11. Opwindknop van slanghaspel (optioneel) 16. Begrenzerschakelaar (dosis) 2. Schakelaar voor de schuimmarkeerder (optioneel) 7. Choke 12. Mengschakelaar 17. Hoofdschakelaar van de spuitbomen 3. Drukmeter 8. Schakelaar van koplampen 13. Schakelaar voor sproeidruk 18. Schakelaars voor spuitboomlift 4. Motorschakelaar 9. Differentieelgrendel 5. Schakelaars van de spuitbomen 10. Schakelaar van sonische spuitboom (optioneel) 14.
Gaspedaal Parkeerrem Het gaspedaal (Figuur 8) biedt de bestuurder de mogelijkheid de rijsnelheid van de spuitmachine te regelen. Als u het pedaal intrapt, verhoogt u de rijsnelheid. Als u het pedaal laat opkomen, vermindert de snelheid van het machine en gaat de motor stationair lopen. De parkeerrem wordt bediend met een grote hendel links van de bestuurdersstoel (Figuur 9).
Schakelaar van gas-/toerentalbegrenzer Begrenzerschakelaar (dosis) Als de schakelhendel in de neutraalstand staat, kunt u met behulp van het gaspedaal het motortoerental verhogen; vervolgens drukt u de schakelaar onder het InfoCenter naar voren om de motor af te stellen op dat toerental. Dit is noodzakelijk om chemicaliën te mengen in de stationaire stand of voor het gebruik van werktuigen zoals de handspuitmachine (Figuur 7).
1 Drukmeter 2 3 De drukmeter bevindt zich op het bedieningspaneel (Figuur 7). Deze meter toont de druk van de vloeistof in het systeem in psi en kPa. 4 InfoCenter lcd-scherm 5 Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie over uw machine en het accupack, zoals de huidige accuspanning, snelheid, diagnostische informatie, enz. (Figuur 7). Ga voor meer informatie naar Het InfoCenter lcd-scherm gebruiken (bladz. 29). G022362 Specificaties Figuur 10 1. Mengklep 4. Vloeistofstroommeter 2.
Gebruiksaanwijzing de banden op een spanning van 1,38 bar. Controleer de banden ook op slijtage of schade. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Brandstof bijvullen GEVAAR Veiligheid staat voorop Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Figuur 12 • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult. 1. Dop van brandstoftank 2. Brandstofmeter 3. Verwijder de dop van de brandstoftank. 4.
3. Zorg ervoor dat de pompschakelaar op Uit staat. De gasbegrenzer instellen 4. Als de motor koud is, trekt u de chokeknop omhoog. Opmerking: Om de gasbegrenzer in te stellen moeten de parkeerrem en de spuitpomp ingeschakeld zijn en de schakelhendel in neutraal staan. 1. Trap het gaspedaal in totdat u het gewenste toerental hebt bereikt. 2. Schakel de gasbegrenzerschakelaar op het bedieningspaneel in. 3.
• Varieer de snelheid van de machine tijdens het gebruik. 1 Vermijd snel starten en stoppen. 2 3 • Zie het hoofdstuk Onderhoud voor bijzondere controles op rustige momenten. Instelling van de spuitbomen tot niveau 4 5 De volgende procedure kan worden gebruikt voor het instellen van de actuators op het midden om linker- en rechterspuitboom op hetzelfde niveau te houden. 6 1. Klap de spuitbomen in de spuitstand. 2. Verwijder de borgpen van de draaipen (Figuur 13).
Belangrijk: De chemische stoffen die u gebruikt, moeten geschikt zijn voor Viton (raadpleeg het fabrieksetiket; dit moet aangeven of de chemische stoffen geschikt zijn). Chemische stoffen die niet geschikt zijn voor Viton, zullen de O-ringen in de spuitmachine aantasten waardoor lekkage ontstaat. mengen en pas de volgende ochtend gaan spuiten. Hierdoor bestaat de kans dat de chemische stoffen worden gescheiden, hetgeen schade kan toebrengen aan de onderdelen van de spuitmachine.
De spuitboom verstellen 2. Schakel, terwijl de hoofdschakelaar van de spuitbomen uitgeschakeld is, de 3 spuitboomschakelaars in. 1. Stop de machine op een horizontaal oppervlak. 3. Vervolgens rijdt u naar het perceel waar u moet spuiten. 2. Laat de spuitbomen neer met behulp van de schakelaars van de spuitboomlift. 4. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen op Aan om te beginnen met spuiten. Opmerking: Wacht totdat de spuitbomen volledig zijn uitgeklapt in de spuitstand.
16. Laat bij de laatste cyclus de laatste paar liter water door de aftapklep lopen om de afvoerbuizen te reinigen. 17. Reinig de zuigkorf; zie Zuigkorf reinigen (bladz. 51). Belangrijk: Als u bevochtigbaar poeder gebruikt, moet u de zuigkorf na elke tank reinigen. 18. Spuit met een tuinslang de buitenkant van de spuitmachine schoon. Gebruik hierbij schoon water. 19. Verwijder de spuitdoppen en reinig ze met de hand. Opmerking: Vervang versleten of beschadigde spuitdoppen.
Verklaring van pictogrammen in InfoCenter Druk op Verhogen Handrem aan Informatiepictogram Verminderen Urenteller Pas tankvolume aan Gasbegrenzer actief Hoofdspuitboom aan/Spuitboomsproeier uit Hoofdspuitboom aan/Spuitboomsproeier aan Hoofdscherm Spuittank leeg Niet-actief scherm Spuittank halfvol Actief scherm Spuittank vol of Actief hoofdscherm Gazoneenheden (1000 vierkante voet) Actief gebied verwijderen Correcte pincode ingevoerd Alle gebieden verwijderen Heuvelassistentie Wijzig de v
Opmerking: Als u de taal of het contrast per ongeluk verandert in een instelling die de tekst op het scherm onleesbaar of onbegrijpbaar maakt, neem dan contact op met een erkende Toro-distributeur voor hulp bij het resetten van het scherm. Flow Calibration Dit menu kalibreert de vloeistofmeter. Speed Calibration Dit menu kalibreert de snelheidssensor. Instellingen Onderdeelmenu Beschrijving Low Tank Alert In dit menu stelt u de waarschuwing laag tankvolume in.
Opmerking: U kunt op om het even welk moment het pictogram van het hoofdscherm selecteren om de kalibraties te annuleren. 12. Gebruik de symbolen (+) en (-) om het vloeistofvolume in te voeren volgens de onderstaande tabel. Kleur spuitdop Liter Amerikaanse gallons Geel 42 11 Rood 83 22 Bruin 106 28 Grijs 125 33 Wit 167 44 Blauw 208 55 Groen 314 83 8. Stop de machine op de gemarkeerde afstand en selecteer het vinkje in het InfoCenter.
Opmerking: Als de gashendelset niet gemonteerd is, hebt u hulp nodig. 11. Schakel de linkerspuitboom uit en stel de omloopklep van de spuitboom zodanig in dat de drukmeter de eerder gewijzigde waarde aangeeft (doorgaans 2,75 bar). 6. Trek aan de aftakas om de pomp in te schakelen en draai de mengschakelaar naar de stand Aan. Opmerking: De nummeraanduidingen van de omloopklep dienen enkel ter referentie. 7. Gebruik de schakelaar voor de gebruiksdosis om aan te passen. De drukmeter geeft 100 psi aan. 8.
Transport van de spuitmachine 2. Zet de schakelhendel in de neutraalstand en zet de parkeerrem vrij. Om de machine over grote afstanden te verplaatsen, moet u een aanhanger gebruiken. Zet de machine goed vast op de aanhanger. Zorg er ook voor dat de spuitbomen vastgebonden zijn en stevig vastzitten. Er bevindt zich 1 metalen beugel vooraan en 2 aan de achterzijde van het frame (Figuur 20). 3. Sleep de machine niet sneller dan 8 km per uur. Figuur 20 1. Voorste bevestigingspunt 2.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Wielmoeren aandraaien. • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • De motorolie verversen. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • Roterend motorscherm controleren. Het motoroliepeil controleren. De bandenspanning controleren.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Werking van rem en parkeerrem controleren. Werking van schakelinrichting/neutraalstand controleren. Brandstofpeil controleren. Motoroliepeil controleren. Het transaxle-oliepeil controleren. Luchtfilter controleren. Koelribben van de motor controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt. Controleren op ongewone geluiden tijdens het gebruik.
Aantekening voor speciale aandachtsgebieden Controle uitgevoerd door: Item Datum Informatie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel(s) los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
Procedures voorafgaande aan onderhoud De spuitmachine opkrikken Als u de motor laat lopen om routine-onderhoudswerkzaamheden uit te voeren en/of de motor te testen, moeten de achterwielen van de machine zich 2,5 cm boven de grond bevinden, waarbij de achteras moet steunen op de steunpunten van de krik. GEVAAR Een opgekrikte machine kan wankel staan en van de krik glijden waardoor iemand die zich onder de machine bevindt, letsel kan oplopen • Start de motor niet als de machine is opgekrikt.
Smering De spuitmachine smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de pomp. Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Vet in alle smeernippels spuiten. Type vet: nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. 1. Veeg de smeernippel schoon zodat er geen ongerechtigheden kunnen binnendringen in het lager of de lagerbus. 2. Pomp vet in het lager of de lagerbus. 3. Veeg overtollig vet weg. Figuur 23 Zie Figuur 21 voor de locatie van alle smeerpunten. 1.
Onderhoud motor 6. Dekselmoer losdraaien en deksel en papierfilter verwijderen (Figuur 24). Luchtinlaatrooster controleren Schuimelement reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Roterend motorscherm controleren. Om de 100 bedrijfsuren—Roterend motorscherm reinigen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). 1. Was het schuimfilter in warm water met vloeibare zeep. 2. Als het element schoon is, moet u het grondig uitspoelen. 3. Schuimfilter in een schone doek wikkelen en droogknijpen.
Schuimelement en papierelement installeren 3. Als het oliepeil te laag is, moet u de vuldop losmaken van het klepdeksel (Figuur 27) en voldoende olie bijvullen totdat het peil de Vol-markering op de peilstok bereikt. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. Niet te vol vullen. 1. Schuif het schuimelement voorzichtig op het papierelement (Figuur 24). 2. Schuif het complete filter op het lange draadeind. 3.
8. Giet ca. 80% van de gespecificeerde hoeveelheid olie langzaam in de vulbuis (Figuur 27). 9. Controleer het oliepeil. 10. Giet langzaam extra olie bij totdat het oliepeil de Vol-markering op de peilstok bereikt. Belangrijk: Het carter nooit te vol vullen met olie. Hierdoor kan de motor worden beschadigd. Motoroliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren 1. Laat de olie uit de motor lopen; zie Motorolie verversen (bladz. 41). Figuur 29 1. Bougiekabel 2.
Onderhoud brandstofsysteem de tank van de machine en giet de brandstof vanuit de tank over in het vat of blik. Opmerking: Als u de brandstoftank verwijdert, moet u eerst de brandstof- en retourslangen van de tank verwijderen. Brandstoffilter vervangen 2. Vervang het brandstoffilter; zie Brandstoffilter vervangen (bladz. 43). Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Brandstoffilter vervangen. Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Brandstofleidingen controleren. 3.
Onderhoud elektrisch systeem 2. De accu bevindt zich aan de rechterzijde van de machine, achter de pomp (Figuur 32). 3. Maak de minkabel (zwart) los van de accupool. WAARSCHUWING De zekeringen zoeken Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de spuitmachine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt.
Belangrijk: Zorg ervoor dat de accuhouder altijd op zijn plaats zit om de accu te beschermen en vast te zetten. belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen beneden 0 °C. 1. Verwijder de accu van het chassis; zie Accu verwijderen (bladz. 44). 3. Sluit de pluskabel (rood) aan op de pluspool (+) van de accu en de minkabel (zwart) op de minpool (–) van de accu met behulp van de bouten en de vleugelmoeren. Schuif het rubberen kapje over de pluspool van de accu heen. 2.
Onderhoud aandrijfsysteem De wielen en banden controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—De bandenspanning controleren. Na de eerste 8 bedrijfsuren—Wielmoeren aandraaien. Om de 100 bedrijfsuren—Wielmoeren aandraaien. Figuur 33 Om de 100 bedrijfsuren—Conditie en afslijting van de banden controleren. 1. Hart-op-hart-afstand – achterkant wielen 2. Hart-op-hart-afstand – voorkant wielen 3.
Onderhouden remmen 1. Verwijder de plastic handgreep. 2. Draai de stelschroef los waarmee de knop is bevestigd aan de parkeerremhendel (Figuur 36). Remvloeistofpeil controleren Het reservoir voor de remvloeistof is in de fabriek gevuld met DOT 3 remvloeistof. Controleer elke dag het remvloeistofpeil voordat u de motor start. Figuur 36 1. Parkeerremhendel 3. Draai aan de knop totdat een kracht van 18-23 kg nodig is om de hendel te bedienen. 4. Draai de stelschroef vast. Figuur 35 1.
Onderhoud hydraulisch systeem 2. Plaats een opvangbak onder de aftapplug van het reservoir. 3. Verwijder de aftapplug uit de zijkant van het reservoir en laat de hydraulische vloeistof in de opvangbak lopen (Figuur 38). Transaxle-olie/Hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren 1. Parkeer de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. 2.
Onderhoud van het spuitsysteem Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. 12. Start de motor en laat de spuitmachine rijden zodat de vloeistof zich verspreidt door het hydraulische systeem. WAARSCHUWING 13. Controleer het oliepeil en vul indien nodig olie bij. Chemische stoffen die worden gebruikt in het spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig voor de gebruiker, omstanders, dieren, planten, de bodem of eigendommen zijn.
Opmerking: Vervang beschadigde draaibussen. Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Controleer de afsluitkleppen van de pomp en vervang indien nodig (neem contact op met een erkende Toro-servicedealer). 7. Smeer een beetje olie op de draaibussen en monteer deze weer in de draaibeugel. 8. Plaats de spuitboom en de draaibeugel in het middelste frame en zorg ervoor dat de openingen zich tegenover elkaar bevinden (Figuur 41).
Reiniging Zuigkorf reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder). Vloeistofstroommeter reinigen 1. Verwijder de borgveer van de rode aansluitstuk dat is bevestigd aan de grote slang op de tank. Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder). 1. Het volledige spuitsysteem grondig uitspoelen en aftappen. 2.
Stalling geheel kruiselings over elkaar in de transportstand in de transporthouder zijn gezet en de hefcilinders volledig zijn teruggetrokken. Zorg ervoor dat de cilinders van de spuitbomen volledig zijn teruggetrokken om beschadiging van de actuatorstang te voorkomen. 1. Parkeer de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. 7. Controleer de remmen; zie De remmen controleren (bladz. 47). 2.
Opmerking: De bougiekabel niet op de bougie(s) drukken. 17. Verwijder de accu uit het chassis, controleer het zuurpeil en laad de accu volledig op; zie Onderhoud van de accu (bladz. 44). Opmerking: U mag de accukabels niet aansluiten op de accupolen tijdens stalling. Belangrijk: De accu moet volledig opgeladen zijn om te voorkomen dat deze bevriest en beschadigd raakt bij temperaturen beneden 0°.
Problemen, oorzaak en remedie Problemen met de motor en de machine verhelpen Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De schakelhendel staat in de versnelling en niet in de neutraalstand. 1. Het rempedaal intrappen en de schakelhendel in de neutraalstand zetten. 2. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 3. Doorgebrande of losse zekering. 4. Accu is leeg. 5. Het veiligheidssysteem is defect. 2. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 3.
Probleem Motor loopt niet stationair. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Brandstoftankdop vervangen. 2. Vuil, water of oude brandstof in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Bougie vervangen. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6. Neem contact op met een erkende servicedealer. 7.
Problemen met het spuitsysteem verhelpen Probleem Een spuitboom werkt niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De elektrische aansluiting op de klep van de spuitboom is vuil of los. 1. De klep met de hand uitschakelen. De elektrische connector op de klep losmaken en alle kabels reinigen; daarna de elektrische connector weer aansluiten. 2. Een van de zekeringen is doorgebrand. 2. De zekeringen controleren en indien nodig vervangen. 3. Slang repareren of vervangen. 4. Omloopklep van spuitboom afstellen. 3.
Schema's Hydraulisch schema (Rev.
Elektrisch schema (Rev.
Elektrisch schema (Rev.
Stroomschema (Rev.
Opmerkingen: 61
Opmerkingen: 62
Opmerkingen: 63
De Toro Total Coverage-garantie Beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.