Form No. 3409-687 Rev D Multi Pro® 1750 spuitmachine Modelnr.: 41188—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding De Multi Pro gazonspuitmachine is een speciaal gazonspuitvoertuig en is bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders bij commerciële toepassingen. Het systeem is met name ontworpen voor spuiten op goed onderhouden gazons in parken, golfbanen en sportvelden. Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen.
Aantekening voor speciale aandachtsgebieden................................................................ 43 Procedures voorafgaande aan onderhoud ........... 44 De spuitmachine omhoog brengen ................... 44 Smering ............................................................... 45 De machine smeren.......................................... 45 De pomp van de veldspuit smeren .................... 45 Spuitboomscharnieren smeren......................... 46 Onderhoud motor ............................
Veiligheid neem dan de verkeersregels in acht en gebruik bijkomende accessoires die wettelijk verplicht kunnen zijn, zoals verlichting, richtingaanwijzers, een teken 'langzaam rijdend voertuig', etc. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico op letsel te verminderen, moet u zich aan de volgende veiligheidsinstructies houden en altijd op het veiligheidssymbool letten, dat Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar kan betekenen.
Chemische veiligheid staat verkeren, onleesbaar zijn of beschadigd raken, moet u deze herstellen of vervangen, voordat u het voertuig gaat gebruiken. WAARSCHUWING • Draag geschikte kleding zoals een veiligheidsbril, lange broek, stevige en gripvaste schoenen, veiligheidshandschoenen en gehoorbescherming. Draag geen sieraden of loszittende kleding. Draag lang haar niet los.
• Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het • • • • • • • • • • veilig gebruik van de chemische stof. Overschrijd de aanbevolen systeembedrijfsdruk niet. De eenheid niet vullen, kalibreren of reinigen wanneer er mensen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren in de buurt zijn. Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waar u werkt met chemische stoffen. Zorg ervoor dat er schoon water voorhanden is, in het bijzonder als u de spuittank vult.
4. Gebruik op hellingen of oneffen terrein Verwijder het contactsleuteltje. Belangrijk: Parkeer de machine nooit op een helling. Als u de spuitmachine op een helling gebruikt, bestaat de kans dat ze omslaat of gaat rollen. Ook bestaat de kans dat de motor afslaat of dat de machine op een helling vaart verliest. Hierdoor kan lichamelijk letsel ontstaan. • Bliksem kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Als u bliksem ziet of donder hoort in het gebied, gebruik de machine dan niet; ga schuilen.
uit de buurt van de motor en bewegende delen houden. Houd iedereen op afstand. WAARSCHUWING Onverwachte veranderingen in het terrein kunnen leiden tot abrupte bewegingen van het stuurwiel die letsel aan handen en armen kunnen veroorzaken. • Gebruik geen open bakken met brandstof of ontvlambare reinigingsvloeistoffen om onderdelen schoon te maken. • Stel de tractiesnelheidsregelaar niet af. Ten Houd het stuurwiel losjes aan de rand vast.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers. decal106-9206 decal120-0622 106-9206 120-0622 1. Aanhaalmoment van de wielbouten 2. Lees de Gebruikershandleiding. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Stap niet in de spuittank. decal117-2718 117-2718 decal120-0616 120-0616 1.
decal125-4129 125-4129 1. Linkerspuitboom 3. Rechterspuitboom 2. Middelste spuitboom decal125-4125 125-4125 1. Gas-/snelheidsblokkering in-/uitschakelen 3. Schuimmarkeerders in-/uitschakelen (optioneel) 2. Sonische spuitboom (optioneel) decal125-6694 125-6694 1. Locatie bevestigingspunt decal125-4128 125-4128 1. Linkerspuitboom omhoog-/omlaagbrengen 4. Motor – Lopen 2. Rechterspuitboom omhoog-/omlaagbrengen 5. Motor – Uitschakelen 3.
decal125-8113 125-8113 decal127-3935 1. Schakelhendel 5. Automatisch (optioneel) 2. Differentieelvergrendeling inschakelen 3. Differentieelvergrendeling uitschakelen 6. Manueel (optioneel) 127-3935 1. Parkeerrem 3.
decal127-3937 127-3937 1. Waarschuwing – niet betreedbaar. 3. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf op afstand van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn. 2. Waarschuwing – blijf uit de buurt van hete oppervlakken. decal127-3939 127-3939 1. Waarschuwing – lees de 3. Snijgevaar/amputatiegevaar Gebruikershandleiding; – hou armen en benen draag altijd een nooit buiten het voertuig. veiligheidsgordel wanneer u de machine gebruikt; laat de machine niet kantelen. 2.
decal127-3942 127-3942 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over de zekeringen. 6. 7,5 A 2. 10 A – Contactslot 3. 15 A – Spuitboom 7. 7,5 A 8. 2 A – TEC 4. 15 A – Koplampen 9. 30 A – Spoeltank decal127-6981 127-6981 1. Omloop-retourstroom 3. Werking spuitboom 2. Stroom 5. 7,5 A decal127-6976 127-6976 1. Verminderen 2. Verhogen decal127-6982 127-6982 1. Omloop-retourstroom 2. Werking spuitboom decal127-6979 127-6979 1. Pomp-retourstroom 3. Mengstroom 2.
decal130-8293 130-8293 1. Spuitmachine uit 5. Versnellen 2. Spuitmachine aan 6. Vertragen 3. Motor aan 7. Mengen aan 4. Motor uit 8. Mengen uit decal133-0382 133-0382 1. Lees de Gebruikershandleiding voor meer informatie over onderhoud.
decal127-3941 127-3941 1. Waarschuwing – gebruik de machine niet zonder de nodige training; lees de Gebruikershandleiding. 4. Gevaar op elektrocutie, bovengrondse elektrische leidingen – controleer het werkterrein op bovengrondse elektrische leidingen voordat u begint te werken. 2. Waarschuwing – houd omstanders uit de buurt tijdens het gebruik van de machine. 5. Waarschuwing – Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u de machine verlaat. 6.
Montage snelkoppeling zodat deze vastzit aan de beugel (Figuur 3). Opmerking: Bepaal vanuit de normale Opmerking: Monteer de fitting met het open bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. uiteinde naar de grote opening in de beugel en in de richting van de tank zodat het water in de tank loopt als u deze vult. 1 Montage van de anti-overloopaansluiting 3. Monteer de slangadapter in de snelkoppeling (Figuur 3). 4.
3. Meet bij het spuitboomscharnier de compressie van de bovenste en de onderste veren als de spuitbomen zijn uitgeklapt (Figuur 4). A. Alle veren moeten zijn samengedrukt tot 3,96 cm. B. Indien dit niet het geval is, moet u de contramoer aandraaien om de veren samen te drukken tot 3,96 cm.
Algemeen overzicht van de machine g033285 Figuur 5 1. Rolbeugel 4. Klepverdelers 7. Regelcilinder spuitboom 10. Linkerspuitboom 2. Anti-overloopaansluiting 5. Rechterspuitboom 8. Mengdosisklep 11. Brandstoftank 9. Drukfilter 12. Parkeerrem 3. Deksel van chemicaliëntank 6.
g033286 Figuur 6 1. Rechterspuitboom 4. Schoonwatertank 2. Transporthouder van spuitbomen 5. Bestuurdersstoel 3.
Bedieningsorganen g204239 Figuur 7 1. InfoCenter 6. Schakelhendel 11. Opwindknop van slanghaspel (optioneel) 16. Begrenzerschakelaar (dosis) 2. Schakelaar voor de schuimmarkeerder (optioneel) 7. Choke 12. Mengschakelaar 17. Hoofdschakelaar van de spuitbomen 3. Drukmeter 8. Schakelaar van koplampen 13. Spuitdrukschakelaar 4. Motorschakelaar 9. Differentieelvergrendeling 5. Schakelaars linker-, mid10. Schakelaar van sonische delste en rechterspuitboom spuitboom (optioneel) 18.
Gaspedaal VOORZICHTIG Versleten of verkeerd afgestelde remmen kunnen lichamelijk letsel veroorzaken. Het gaspedaal (Figuur 8) biedt de bestuurder de mogelijkheid de rijsnelheid van de spuitmachine te regelen. Als u het pedaal intrapt, verhoogt u de rijsnelheid. Als u het pedaal laat opkomen, vermindert de snelheid van de machine en verlaagt het toerental van de motor naar stationair.
Opmerking: Omdat de heuvelassistentie de voren om de lampen te ontsteken en naar achteren om ze te doven. spuitmachine slechts tijdelijk tegenhoudt, mag u deze functie niet gebruiken in plaats van de parkeerrem. Schakelaar van gas/toerentalbegrenzer Differentieelvergrendeling Met de differentieelvergrendeling kunt u de achteras vergrendelen om de tractie te vergroten. U kunt de differentieelvergrendeling (Figuur 7) inschakelen terwijl de spuitmachine in beweging is.
stationair loopt; zo wordt voorkomen dat de pompaandrijving schade oploopt. Schakelaar voor gebruiksdosis De schakelaar voor de gebruiksdosis bevindt zich op het bedieningspaneel aan de rechterkant van de bestuurdersstoel (Figuur 7). U moet de schakelaar naar voren drukken en ingedrukt houden om de druk in het spuitsysteem te verhogen of naar achteren drukken en ingedrukt houden om de druk te verminderen.
Drukmeter Specificaties De drukmeter bevindt zich op het bedieningspaneel (Figuur 7). Deze meter toont de druk van de vloeistof in het systeem in psi en kPa. Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing 5. Plaats de peilstok weer stevig op zijn plaats. Bandenspanning controleren Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. U moet de bandenspanning om de 8 bedrijfsuren of dagelijks controleren om er zeker van te zijn dat deze correct is. Breng de banden op een spanning van 1,38 bar. Controleer de banden ook op slijtage of schade.
Brandstoftank vullen GEVAAR De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 19 liter. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet brandstofvaten altijd op de grond en uit de buurt van de machine voordat u de tank bijvult.
Opmerking: Laat de motor niet lange tijd gekomen zijn voordat u controleert op olielekken, losse onderdelen of andere gebreken. stationair draaien. Gebruik de onderstaande tabel om de rijsnelheid van het voertuig te bepalen bij een motortoerental van 3.400 tpm. Indien een van bovengenoemde zaken niet in orde is, moet u de monteur hiervan op de hoogte stellen of contact opnemen met de bedrijfsleiding voordat u die dag met de spuitmachine gaat werken.
3. Zet de schakelhendel in de NEUTRAALSTAND . 4. Draai het contactsleuteltje naar de stand STOP. 5. Verwijder het sleuteltje uit het contact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Verwijder bovenaan de spuittank de borgclip waarmee de slangfitting bevestigd is aan de grote slang van de behuizing van de zuigkorf (Figuur 13).
Drukfilter reinigen Opmerking: Zorg dat het filterelement stevig in de filterkop zit. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Drukfilter reinigen. Reinig het drukfilter (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder). 1. 2. 9. 10. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. Maak de bak handmatig vast op de filterkop (Figuur 15).
Belangrijk: De bevestigingen van de tankbanden VOORZICHTIG te vast aandraaien kan vervorming en beschadiging van de tank en banden veroorzaken. 1. Vul de hoofdtank met water. 2. Controleer of u de tankbanden op de tank kunt bewegen (Figuur 17). Chemische stoffen zijn gevaarlijk en kunnen lichamelijk letsel veroorzaken. • Lees de aanwijzingen op het fabrieksetiket voordat u gaat werken met chemische stoffen, en neem alle aanbevelingen en voorzorgsmaatregelen van de fabrikant in acht.
Belangrijk: Controleer of de juiste gebruiksdosis is ingesteld vóór het vullen van de tank met chemische stoffen. De differentieelvergrendeling zorgt ervoor dat de achterwielen met dezelfde snelheid draaien. Wanneer u de differentieelvergrendeling gebruikt, wordt het vermogen om scherpe bochten te maken iets beperkt en kan het gazon worden beschadigd. Gebruik de differentieelvergrendeling alleen wanneer het nodig is, bij lage snelheden en alleen in de eerste of tweede versnelling. 1.
spuitbomen in de gewenste stand te zetten terwijl de machine stilstaat. hebben en de motor hoger dan stationair laten lopen. Als u het voertuig tot stilstand brengt maar het mengsysteem wenst te gebruiken: stel de parkeerrem in werking, zet de pomp aan, druk het gaspedaal volledig in en zet de gasblokkering op AAN. De spuitbomen verstellen 1. Stop de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Laat de spuitbomen zakken met behulp van de liftschakelaars van de spuitbomen.
De vloeistofstroom van de spuitmachine kalibreren Voordat u de spuitmachine voor het eerst gebruikt, als u de spuitdoppen vervangt, of als dit om een andere reden nodig is, dient u de vloeistofstroom van de spuitmachine te kalibreren 5. Wanneer de opvangtest de hoeveelheden in de onderstaande tabel oplevert, zet u de controleknop van de dosis in de VERGRENDELDE stand. 6. Zet de hoofdschakelaar van de spuitbomen uit.
De omloopkleppen van de spuitbomen kalibreren Opmerking: Het is niet erg als de hoeveelheid die tijdens het kalibratieproces wordt weergegeven niet overeenstemt met de gekende hoeveelheid water die u in het InfoCenter hebt ingevoerd. 5. Voordat u de spuitmachine voor het eerst gebruikt, als u de spuitdoppen vervangt, of als dit om een andere reden nodig is, dient u de omloop van de spuitbomen te kalibreren.
Blauw 796 l/ha 85 gpa 1,95 gpk Groen 1.190 l/ha 127 gpa 2,91 gpk 2. Schakel de linkerspuitboom uit en stel de omloopknop van de spuitboom (Figuur 18) zodanig in dat de drukmeter de eerder gewijzigde waarde aangeeft (doorgaans 2,75 bar). Opmerking: De nummeraanduidingen van de omloopknop en naald dienen enkel ter referentie. g214029 Figuur 19 1. Open 3. Tussenstand 2.
g216323 Figuur 21 g028049 Figuur 20 1. Mengomloopklep 12. 2. Omloop van spuitboomhoofdschakelaar De machine transporteren Druk de pompschakelaar naar de stand UIT, zet de gashendel op STATIONAIR en draai de contactschakelaar naar de stand UIT. • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen. • Maak de machine stevig vast.
Aanbevelingen voor spuitfilter Een zuigkorf kiezen Standaard uitrusting; zuigkorf 50 mesh (blauw) Gebruik de zuigkorftabel om na te gaan welk gaas u dient te gebruiken voor uw spuitdoppen op basis van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water. Zuigkorftabel g216272 Figuur 22 1. Voorste bevestigingspunt 2. Achterste bevestigingspunten WAARSCHUWING Als u de machine bij een te hoge snelheid sleept, kunt u de controle over het stuur verliezen.
van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water. Tabel van drukfilter g214212 Figuur 23 Gaasgrootte – viscositeit chemisch product of oplossing 1. Chemicaliën of oplossingen met hogere viscositeit 2. Chemicaliën of oplossingen met kleinere viscositeit 3. Grootte van gaas Wanneer u met een hogere gebruiksdosis spuit, overweeg dan een groter gaas voor de optionele zuigkorf; zie Figuur 24.
Gebruik de spuitdopfiltertabel om na te gaan welk gaas u dient te gebruiken voor uw spuitdoppen op basis van chemische producten of oplossingen met een viscositeit gelijkwaardig met die van water.
g214245 Figuur 28 Grootte van gaas – gebruiksdosis 1. Grotere gebruiksdosis 3. Grootte van gaas 2.
Onderhoud Opmerking: Download het schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Voor bijkomende informatie over het spuitsysteem, raadpleegt u het schema van het spuitsysteem in Schema's (bladz. 78). Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Draai de wielmoeren aan. • Hydraulisch filter vervangen.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Om de 400 bedrijfsuren • Verricht alle jaarlijkse onderhoudsprocedures die staan vermeld in de gebruikershandleiding van de motor. • Brandstofleidingen controleren. • Brandstoftank aftappen en reinigen. • De zuigkorf vervangen. • Het drukfilter vervangen. • Controleer de pompmembranen en vervang indien nodig (neem contact op met een erkende Toro servicedealer).
Aantekening voor speciale aandachtsgebieden Controle uitgevoerd door: Item Datum Informatie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel(s) los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
Procedures voorafgaande aan onderhoud De spuitmachine omhoog brengen Als u de motor laat lopen om routineonderhoudswerkzaamheden uit te voeren en/ de motor te testen, moeten de achterwielen van de machine zich 2,5 cm boven de grond bevinden, waarbij de achteras moet steunen op de steunpunten van de krik. GEVAAR Een opgekrikte machine kan wankel staan en van de krik glijden waardoor iemand die zich onder de machine bevindt, letsel kan oplopen • Start de motor niet als de machine is opgekrikt.
Smering De machine smeren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Vet in alle smeernippels spuiten. g216324 Type vet: Nr. 2 vet op lithiumbasis Zie Figuur 31 voor de plaats van de smeernippels. g216476 Figuur 31 1. Veeg de smeernippel eerst schoon zodat er geen vuil in het lager of de bus wordt gedrukt. 2. Pomp vet in het lager of de lagerbus. 3. Veeg overtollig vet weg. g216325 Figuur 32 1.
Spuitboomscharnieren smeren Onderhoud motor Belangrijk: Als het spuitboomscharnier is Het luchtinlaatrooster controleren afgespoeld met water, moet al het water en vuil van het scharnier worden verwijderd en moet u het scharnier opnieuw met vet smeren. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Het roterende motorscherm controleren. Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren—Het roterende motorscherm reinigen (vaker in stoffige, vuile omstandigheden). Type vet: Nr.
Papierelement controleren Controleer het papierelement op scheuren, een vettig oppervlak, beschadigingen van de rubberen afdichting, overmatig vuil of andere schade (Figuur 36). Als u een van deze zaken constateert, moet u het filter vervangen. Belangrijk: Reinig het papierelement nooit met perslucht of vloeistoffen zoals oplosmiddel, benzine of kerosine. g001980 Figuur 34 1. Luchtfilterdeksel 2. Knop 5. Schuimelement 6. Papierelement 3. Dekselmoer 7. Rubberen afdichting 4. Kap 8.
Motoroliepeil controleren VOORZICHTIG Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) De onderdelen onder de stoel zullen heet zijn als de spuitmachine in gebruik is geweest. U kunt zich verbranden als u hete onderdelen aanraakt. Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie. Desondanks dient u het oliepeil te controleren voordat u de motor voor de eerste keer start en daarna nog eens. 1.
4. Smeer een dun laagje schone olie op de rubberen pakking van het nieuwe filter. 5. Plaats het nieuwe filter op het filtertussenstuk. Draai het oliefilter rechtsom totdat de rubberen pakking contact maakt met het filtertussenstuk. Draai het filter vervolgens nog eens ½ slag (Figuur 38). 6. Vul het carter met het juiste type nieuwe olie; zie Motorolie verversen (bladz. 48), stappen 8 tot en met 10. 7. Het gebruikte oliefilter afgeven bij een erkende inzamelplaats.
3. Druk de bougiekabels op de bougies (Figuur 39). 4. Klap de stoel terug en vergrendel deze. Onderhoud brandstofsysteem Brandstoffilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Brandstoffilter vervangen. Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Brandstofleidingen controleren. 1. Stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2.
Onderhoud uitvoeren aan de van de koolstofhouder Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Het luchtfilter voor de koolstofhouder inspecteren Als het brandstofsysteem vervuild raakt of als u de machine voor langere tijd wilt stallen, moet u de brandstoftank aftappen en reinigen. Gebruik verse, schone brandstof om de tank uit te spoelen.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de spuitmachine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd eerst de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
Belangrijk: Zorg ervoor dat de accuhouder altijd op zijn plaats zit om de accu te beschermen en vast te zetten. 3. 4. over andere delen van de machine. Dit kan ernstige corrosie en beschadiging veroorzaken. Sluit de pluskabel (rood) aan op de pluspool (+) van de accu en de minkabel (zwart) op de minpool (–) van de accu met behulp van de bouten en de vleugelmoeren. Schuif het rubberen kapje over de pluspool van de accu heen.
Onderhoud aandrijfsysteem De wielen en banden controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—De bandenspanning controleren. Na de eerste 8 bedrijfsuren—Draai de wielmoeren aan. Om de 100 bedrijfsuren—Draai de wielmoeren aan. Om de 100 bedrijfsuren—Conditie en afslijting van de banden controleren. g002425 Figuur 44 U moet de bandenspanning om de 8 bedrijfsuren of dagelijks controleren om er zeker van te zijn dat deze correct is. Breng de banden op een spanning van 1,38 bar.
Onderhouden remmen De voorkant van de wielen moet 0 tot 6 mm dichterbij staan dan de achterkant van de voorwielen. Remvloeistofpeil controleren Het reservoir voor de remvloeistof is in de fabriek gevuld met DOT 3-remvloeistof. Controleer elke dag het remvloeistofpeil voordat u de motor start. g002006 Figuur 45 1. Hart-op-hart-afstand – achterkant wielen 2. Hart-op-hart-afstand – voorkant wielen 3. Middellijn van as 5. 4. Spanklem 5. Afstand middellijn van as 6.
Parkeerrem afstellen Onderhoud hydraulisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—De parkeerrem controleren. 1. Verwijder de plastic handgreep. 2. Draai de stelschroef los waarmee de knop is bevestigd aan de parkeerremhendel (Figuur 48). Transaxle-olie/Hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren 1. Plaats de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de spuitpomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2.
Transaxle-olie/Hydraulische vloeistof verversen 6. Verwijder de zeef en reinig deze door hem van achteren door te spoelen met een schoon ontvettingsmiddel. Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 7. Laat de zeef aan de lucht drogen. 8. Plaats de zeef als de olie wordt afgetapt. 9. Monteer de hydraulische slang en de 90° fitting op de zeef. 1.
WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en verbindingsstukken stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem. g204330 Figuur 52 5. Smeer de nieuwe filterpakking. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt. 6.
De zuigkorf vervangen Onderhoud van het spuitsysteem Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Opmerking: Kies de gewenste maasgrootte van de zuigkorf voor uw toepassing, zie Een zuigkorf kiezen (bladz. 37). WAARSCHUWING Chemische stoffen die worden gebruikt in het spuitsysteem kunnen gevaarlijk en giftig voor de gebruiker, omstanders, dieren, planten, de bodem of eigendommen zijn. 1.
6. Lijn de slang en de slangfitting uit met de behuizing van de korf bovenaan de tank en bevestig de fitting en de behuizing met de borgclip die u verwijderd hebt in stap 2. Het drukfilter vervangen 2. Maak de bak handmatig vast op de filterkop (Figuur 55). 9. Maak de plug met de hand vast op de bak (Figuur 55). Het spuitdopfilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren 1. 8.
aan)—Controleer de pompmembranen en vervang indien nodig (neem contact op met een erkende Toro servicedealer). Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Controleer de afsluitkleppen van de pomp en vervang indien nodig (neem contact op met een erkende Toro servicedealer). Opmerking: De volgende onderdelen zijn onderhevig aan slijtage door gebruik, tenzij deze gebreken vertonen, en vallen niet onder de dekking van de garantie op deze machine.
g014220 g013780 Figuur 59 Figuur 58 1. Actuator 4. Borgpen 2. Actuatorstang 5. Pen 3. Behuizing van draaipen van spuitboom 3. Til de spuitboom op en verwijder de pen (Figuur 58), en laat de spuitboom langzaam op de grond zakken. 4. Controleer de pen op beschadigingen en vervang deze indien dit nodig is. 5. Zet een moersleutel op de platte kanten van de actuatorstang om deze te immobiliseren en zet vervolgens de contramoer los zodat de stang met het oog kan worden bewogen (Figuur 59). 1.
Reiniging 7. Opmerking: Als de turbine niet vrij draait, geef dan de zeskantige pal aan de onderkant van de turbinenaaf 1/16 draai tot de turbine vrij draait. De vloeistofstroommeter reinigen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (vaker bij gebruik van bevochtigbaar poeder). 1. Het volledige spuitsysteem grondig uitspoelen en aftappen. 2. Verwijder de vloeistofstroommeter en spoel deze af met schoon water. 3.
5. 6. Opmerking: Bewaar de klem(men) en De spuitboomverdelerklep plaatsen (bladz. 72) De klepactuator plaatsen (bladz. 73) pakking(en) voor montage in De verdelerklep voor de gebruiksdosis plaatsen (bladz. 70). De klepactuator verwijderen 1. 2. 3. Plaats de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.
g033313 Figuur 63 1. Flenskopbout 4. Borgclip 2. Klepbevestiging 5. Houder (uitgaande fitting) 3. Flensborgmoer 6. Verdelerklep 3. g033327 Figuur 64 Verwijder de 2 flenskopbouten en 2 flensborgmoeren waarmee de regelklep voor de gebruiksdosis is bevestigd aan de klepbevestiging en verwijder de verdeler uit de machine (Figuur 63). 6. Connector met 3 pennen (klepactuator – mengklep) 2. Flens (drukfilterkop) 7. Houder (uitgaande fitting) 3. Verdeler (mengklep) 8. Borgclip 4.
De verdeler voor de hoofdklep van de spuitbomen verwijderen 1. Verwijder de klemmen en pakkingen waarmee de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom (Figuur 66) is bevestigd aan de omloopklep van de spuitboomhoofdschakelaar, de mengklep en de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom (aan het uiteinde van de slang voor de vloeistofmeter). Opmerking: Bewaar de klem(men) en pakking(en) voor montage in De verdeler voor de hoofdklep van de spuitbomen monteren (bladz. 71). g033309 2.
g028236 Figuur 68 1. Flens (verloopkoppeling) 4. Pakking 2. Verdeler (spuitboomklep) 5. Flensklem g028238 Figuur 69 3. Flens (aangrenzende spuitboomklep) 2. Verwijder de borgclips waarmee de uitgaande fitting is bevestigd aan de verdelerklep van de spuitbomen en de borgclips waarmee de verdeler aan de omloopfitting is bevestigd (Figuur 69). 1. Borgclip 3. Houder (uitgaande fitting) 2. Houder (omloopfitting) 4. Verdelerklep 3.
g028243 Figuur 72 Mengklepverdeler g028239 Figuur 70 1. Omloopfitting 1. Houder van afsluiter 7. O-steunring (0,676" x 0,07") 2. Afsluiter 8. Ring klepzitting 2. Spuitboomklepverdeler 3. Ventielopening De verdelerklep reinigen 1. Plaats de afsluiter zo dat deze in de gesloten stand staat (Figuur 71B). g027562 1. Klep open 2. 10. Kogelklep 5. Dopaansluiting 11. Dopaansluiting 6. Afdichtring voor dop (0,796" x 0,139") Figuur 71 2.
De verdelerklep monteren 1. Controleer de staat van de O-ringen van de uitgaande fitting (alleen spuitboomklepverdeler), de O-ringen van de dopafdichting, de O-ringen van de achterzitting en de kogelzitting op schade of slijtage (Figuur 72 en Figuur 73). Opmerking: Vervang versleten of beschadigde O-ringen en zittingen. 2. Breng smeersel aan op de afsluiter en steek deze in de zitting van de afsluiter (Figuur 72 en Figuur 73). 3.
De verdelerklep voor de gebruiksdosis plaatsen 1. Lijn een pakking uit tussen de flenzen van de regelklep voor de gebruiksdosis en de drukfilterkop (Figuur 75A). 4. Monteer de verdelerklep voor de gebruiksdosis, de pakking en de mengklepverdeler met een flensklem en draai handmatig vast (Figuur 75A). 5.
8. Bevestig de dopaansluiting aan de uitgaande fitting door een borgclip in de houder van de uitgaande fitting te plaatsen (Figuur 76C). 9. Monteer de mengklep op de klepbevestiging met de flenskopbout en flensborgmoer die u hebt verwijderd in stap 3 van De mengverdelerklep verwijderen (bladz. 65) en draai de moer en bout vast met 1017 tot 1243 N∙cm 10. Als u het bevestigingsmateriaal van de hoofdklep van de spuitboom hebt losgedraaid, dient u de moer en bout aan te draaien met 1978 tot 2542 N∙cm.
de spuitboomhoofdschakelaar met een klem die handvast is gezet (Figuur 77A). 3. Lijn de flens van de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom uit met een pakking en de mengklepverdeler (Figuur 77B). 4. Monteer de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom, de pakking en de mengklepverdeler met een klem die handvast is gezet (Figuur 77B) 5. Lijn de flens van de verdeler voor de hoofdklep van de spuitboom uit met een pakking en de hoofdspuitboombehuizing (Figuur 77B). 6.
10. Stalling Als u het bevestigingsmateriaal hebt losgedraaid voor de omloopfitting, dient u de moer en bout aan te draaien tot 10-12 N·m. 1. De klepactuator plaatsen 1. Lijn de actuator uit met de verdelerklep (Figuur 61). 2. Bevestig de actuator en de klep met de borgclip die u hebt verwijderd in stap 3 van De klepactuator verwijderen (bladz. 64). 3. Sluit de stekker met 3 contacten van de klepactuatorkabelboom aan op de connector met 3 contacten van de kabelboom van de spuitmachine. 2.
8. Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt; zie Onderhoud van het luchtfilter (bladz. 46). 9. Smeer de spuitmachine; zie Smering (bladz. 45). 10. Ververs de olie in het carter; zie Motorolie verversen (bladz. 48). 11. Controleer de bandenspanning; zie Bandenspanning controleren (bladz. 25). 12. Wanneer het voertuig langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moet het brandstofsysteem als volgt worden voorbereid op stalling: A. 17.
Problemen, oorzaak en remedie Problemen met de motor en de machine verhelpen Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De schakelhendel staat in de versnelling en niet in de NEUTRAALSTAND . 1. Het rempedaal intrappen en de schakelhendel in de NEUTRAALSTAND zetten. 2. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 3. Doorgebrande of losse zekering. 4. Accu is leeg. 5. Het veiligheidssysteem is defect. 2. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 3.
Probleem Motor loopt niet stationair. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Brandstoftankdop vervangen. 2. Vuil, water of oude brandstof in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Bougie vervangen. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6. Neem contact op met een erkende servicedealer. 7.
Problemen met het spuitsysteem verhelpen Probleem Een spuitboom werkt niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De elektrische aansluiting op de klep van de spuitboom is vuil of los. 1. De klep met de hand uitschakelen. De elektrische connector op de klep losmaken en alle kabels reinigen; daarna de elektrische connector aansluiten. 2. Een van de zekeringen is doorgebrand. 2. De zekeringen controleren en indien nodig vervangen. 3. Slang repareren of vervangen. 4.
Schema's g028078 Schema van de veldspuit (Rev.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw garantieclaim te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie mee te delen, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.