Form No. 3432-273 Rev F NozzAlert spuitdopsensorsysteem Multi Pro® spuitmachine Modelnr.: 41166—Serienr.: 319000001 en hoger Installatie-instructies Inleiding Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder. Met deze set kan de gebruiker de doorstroming van afzonderlijke spuitdoppen controleren tijdens het werken met een gazonspuitmachine op goed onderhouden gazons in parken en op golfbanen, sportvelden en andere commerciële terreinen.
11 De installatie van de set voltooien................. 57 Algemeen overzicht van de machine ....................... 58 Bedieningsorganen .......................................... 58 Gebruiksaanwijzing ................................................ 58 Het display inschakelen .................................... 58 Displaypictogrammen....................................... 59 Het stroomscherm gebruiken............................ 60 Units .................................................................
Installatie Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 4 Hoeveelheid Omschrijving Geen onderdelen vereist – De machine klaarmaken voor de montage. Geen onderdelen vereist – De accu afkoppelen. Bal Slotbout (nr. 10 x ⅞") Verstevigingsplaat Flensborgmoer (nr. 10) Display/controller, draaiarm en draadboom Zekering (10 A) Kabelbinder Zwarte kabelboom 1 3 1 3 Het display/de controller monteren. 1 2 De kabelboom leiden.
Procedure 8 9 10 11 Hoeveelheid Omschrijving Achterste kabelboom – links (L1, L2, L3 en L4). Achterste kabelboom – midden (center) (C1, C2, C3 en C4). Achterste kabelboom – rechts (R1, R2, R3 en R4).
g292273 g291231 Figuur 4 Figuur 2 1. Kap 1. Minkabel van de accu 2. De minkabel van de accu afkoppelen 2. Minkabel van de accu Koppel de minkabel los van de accu (Figuur 4). De minkabel van de accu afkoppelen Machine model 41188 1. Kantel de bestuurdersstoel naar voren. 2. Koppel de minkabel los van de accu (Figuur 3). Modellen 41393, 41393TE, 41394, 41582, 41593, 41593N en 41594 1. Verwijder het deksel van de accubak (Figuur 5). g291251 Figuur 3 1. Bout 2. Minkabel van de accu 3. 3.
3 Het display/de controller monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Bal 3 Slotbout (nr. 10 x ⅞") 1 Verstevigingsplaat 3 Flensborgmoer (nr. 10) 1 Display/controller, draaiarm en draadboom De locatie van de opening markeren Modellen 41198, 41199, 41177 en 41178 g291230 Figuur 7 g291228 Figuur 6 1. Breng vóór de spuitmonitor een horizontale lijn aan tussen de kruiskopschroeven waarmee de kap bevestigd is (Figuur 7). 1. Kruiskopschroeven (kap) 3. Afstand van 57 mm 2. Spuitmonitor 4.
g291226 Figuur 9 g291229 1. Flensborgmoer (nr. 10) 3. Verstevigingsplaat 2. Bal 4. Slotbout (nr. 10 x ⅞") Figuur 8 1. Boor van 4 mm 3. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 2. Markering 4. Openingen (bal en kap) 2. Lijn de opening in de bal uit met de opening in de kap, en breng een slotbout (nr. 10 x ⅞") aan zoals in Figuur 8. 3. Lijn de opening in de bal uit met de verticale lijn en gebruik de bal als sjabloon om een opening van 4 mm te boren in de kap (Figuur 8). 4.
Toegang tot de bedieningseenheid Machine model 41188 Verwijder de 6 flenskopschroeven waarmee het bedieningspaneel bevestigd is aan de bedieningseenheid, en verwijder het paneel zodat u bij de bedieningseenheid kunt (Figuur 11). g291250 Figuur 13 1. Afstand van 47 mm 3. Lijn de openingen in de bal uit met de lijnen die u aangebracht hebt in stap 1 en 2; zie Figuur 14. g291252 Figuur 11 3. Bedieningseenheid 1. Schakelpaneel 2. Flenskopschroef De locatie van de opening markeren Machine model 41188 1.
Openingen in de bedieningseenheid boren Machine model 41188 1. Lijn de opening in de bal uit met de opening in de bedieningseenheid, en breng een slotbout (nr. 10 x ⅞") aan zoals in Figuur 15. g291246 Figuur 16 1. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 4. Bal 2. Verstevigingsplaat 5. Flensborgmoer (nr. 10) 3. Opening (bedieningseenheid) 2. 3. g291248 Figuur 15 1. Opening (bedieningseenheid) 3. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 2. Bal 4. Boor van 4 mm 2.
6. Monteer de draaiarm van het display/de controller op de bal, en draai de vleugelschroef van de arm aan (Figuur 18). g291245 Figuur 18 1. Draaiarm 2. Bal De locatie van de opening markeren g291635 Figuur 20 Modellen 41582, 41593, 41593N en 41594 1. Afstand van 42 mm 2. Afstand van 105 mm 3. Boor van 6 mm 2. Meet vanaf de kruiskopschroef 104 mm naar links en breng een verticale lijn van 50 mm aan op het dashboard; zie Figuur 20. 3.
g291634 Figuur 21 1. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 3. Boor van 4 mm g291633 Figuur 22 2. Opening (bal) 1. Bal 4. Slotbout (nr. 10 x ⅞") Lijn de opening in de bal uit met de verticale lijn en gebruik de bal als sjabloon om met een boor van 6 mm een opening te boren in het dashboard (Figuur 21). 2. Opening (dashboardpaneel) 5. Flensborgmoer (nr. 10) 3. Lijn de opening in de bal uit met de opening in het dashboard, en breng nog een slotbout (nr. 10 x ⅞") aan. 2.
Het dashboard doorboren Modellen 41393, 41393TE en 41394 1. Lijn de bal uit met het dashboard en lijn de 2 verticale openingen van de bal uit met de verticale lijn (Figuur 25) die u aangebracht hebt in stap 2 van De locatie van de opening markeren (bladz. 12). g291666 Figuur 23 1. Bal 2. Draaiarm De locatie van de opening markeren Modellen 41393, 41393TE en 41394 1.
g292094 Figuur 26 1. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 3. Opening (dashboardpaneel) 2. Bal 4. Boor van 4 mm g292095 Figuur 27 4. Lijn de opening in de bal uit met de verticale lijn en gebruik de bal als sjabloon om een opening van 4 mm te boren in het dashboard (Figuur 26). 1. Opening (dashboardpaneel) 4. Bal 2. Verstevigingsplaat 5. Flensborgmoer (nr. 10) 5. Breng nog een slotbout (nr. 10 x ⅞") aan in de openingen in de bal en het dashboard. 3. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 6.
g292096 Figuur 28 g291769 1. Bal Figuur 30 2. Draaiarm 1. Bedieningseenheid 3. Flenskopschroef 2. Bedieningspaneel Toegang tot de bedieningseenheid Machine model 41240 De locatie van de opening markeren Machine model 41240 1. g291765 Figuur 29 Verwijder de 4 flenskopschroeven waarmee het bedieningspaneel bevestigd is aan de bedieningseenheid, en verwijder het paneel zodat u bij de bedieningseenheid kunt (Figuur 30).
g291768 Figuur 31 1. Afstand van 30 mm g291766 2. Afstand van 65 mm Figuur 32 2. Breng een parallelle lijn van 30 mm aan vanaf het oppervlak van de bedieningseenheid; zie Figuur 31. 1. Boor van 4 mm 2. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 3. Breng een verticale snijlijn van 65 mm aan vanaf het oppervlak van de bedieningseenheid; zie Figuur 31. 2. Lijn de opening in de bal uit met de opening in de bedieningseenheid, en breng een slotbout (nr. 10 x ⅞") aan zoals in Figuur 32.
De bal en het display/de controller monteren Machine model 41240 1. Monteer de 3 slotbouten in de vierkante opening van de verstevigingsplaat; zie Figuur 33. g291762 Figuur 34 1. Flenskopschroef 2. Bedieningspaneel 5. Bevestig het paneel op de bedieningseenheid; gebruik hierbij de 4 flenskopschroeven (Figuur 34) die u verwijderd hebt in stap Toegang tot de bedieningseenheid (bladz. 14). 6.
Toegang tot de bedieningseenheid Machine model 41235 g291812 Figuur 36 Zet de 2 sluitingen open waarmee het schakelpaneel van de spuitbedieningseenheid bevestigd is en open het paneel (Figuur 37). g291834 Figuur 38 1. Afstand van 45 mm 2. 2. Middenlijn (linkervlak) Breng een verticale lijn aan in het midden van het linkervlak van de bedieningseenheid; zie Figuur 38. Openingen in de bedieningseenheid boren Machine model 41235 1. g291813 Figuur 37 1.
2. De bal en het display/de controller monteren Lijn de opening in de bal uit met de opening in de bedieningseenheid, en breng een slotbout (nr. 10 x ⅞") aan zoals in Figuur 40. Machine model 41235 1. Monteer de 3 slotbouten in de vierkante opening van de verstevigingsplaat; zie Figuur 41. g291914 g291867 Figuur 41 Figuur 40 1. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 3. Boor van 4 mm 2. Bal 1. Opening (bedieningseenheid) 4. Flensborgmoer (nr. 10) 2. Verstevigingsplaat 5. Bal 3. Slotbout (nr. 10 x ⅞") 3. 4.
4 De kabelboom leiden Benodigde onderdelen voor deze stap: 2 Zekering (10 A) Kabelbinder Zwarte kabelboom g291927 De voorste kabelboom leiden aan het bestuurdersplatform Figuur 42 1. Sluitingen 5. Modellen 41198, 41199, 41177 en 41178 Monteer de draaiarm van het display/de controller op de bal, en draai de vleugelschroef van de arm aan (Figuur 43). 1. Leid de meegeleverde voorste kabelboom door de pakkingring in het dashboard en de pakkingring in de vloer van de machine (Figuur 45).
3. Leid onderaan de machine de voorste kabelboom door de 3 slangbeschermingen (Figuur 45). De voorste kabelboom langs de spuittank leiden 4. Leid de ringconnector en de vrouwelijke contacten door de opening in de dwarsstang; zie Figuur 45. Modellen 41198, 41199, 41177 en 41178 1. Leid aan de rechterkant van de spuittank de voorste kabelboom naar achteren langs de kabelboom voor de spuitmachine (Figuur 47). g295847 Figuur 47 1. Connector met 12 contacten (voorste kabelboom) g295429 Figuur 45 1.
g295438 Figuur 50 g295382 Figuur 48 1. Zekeringhouder 3. Ringconnector 1. Voorste kabelboom (set) 2. Aardingsblok 4. Vrouwelijk contact 2. 5. Bevestig de kabelboom met een kabelbinder aan de arm. Opmerking: Zorg dat de kabelboom slap hangt zodat de gebruiker van de machine het display/de controller kan verstellen. 3. Leid de voorste kabelboom langs de linker bovenste framebuis naar achteren, langs de kabelboom van de spuitmachine (Figuur 51).
De voorste kabelboom leiden aan het bestuurdersplatform Machine model 41235 1. Leid de voorste kabelboom uit de set langs de arm van het display/de controller, en naar beneden langs de steunbuis van de spuitbediening (Figuur 54). g295385 g295440 Figuur 54 g295386 Figuur 52 2. 1. Voorste kabelboom (set) Leid de connector met 12 contacten voor de voorste kabelboom naar de spuitboomliftklep (Figuur 53). 2. 2. Kabelbinder Bevestig de kabelboom met een kabelbinder aan de arm.
De voorste kabelboom langs de spuittank leiden Machine model 41235 1. Leid de voorste kabelboom aan de linkerkant van de spuittank naar achteren, langs de kabelboom van de spuitmachine (Figuur 57). g295441 Figuur 55 1. Kabelbinder 4. Ringconnector 2. Voorste kabelboom (set) 5. Zekeringhouder 3. Vrouwelijk contact 6. Aardingsblok g295620 Figuur 57 1. Voorste kabelboom 4. Leid de ringconnector en de vrouwelijke contacten naar de zekeringhouder en het aardingsblok (Figuur 55). 5.
De voorste kabelboom leiden aan het bestuurdersplatform Model 41240 1. Leid de voorste kabelboom omlaag en over de bedieningseenheid van de spuitmachine (Figuur 59). g295446 Figuur 60 1. Voorste kabelboom (set) 4. 2. Kabelboom van spuitmachine Leid de ringconnector en de vrouwelijke contacten naar de zekeringhouder en het aardingsblok (Figuur 61). g295445 Figuur 59 1. Voorste kabelboom (set) 2. 2. Kabelbinder Bevestig de kabelboom met een kabelbinder aan de arm.
g295845 Figuur 64 1. Voorste kabelboom g295447 2. Kabelboom van spuitmachine Figuur 62 1. Voorste kabelboom (set) 6. 2. Kabelboom van spuitmachine 4. Bevestig de voorste kabelboom en de kabelboom van de spuitmachine met 2 kabelbinders. Leid de connector met 12 contacten voor de voorste kabelboom naar de spuitboomliftklep (Figuur 65). De voorste kabelboom langs de spuittank leiden Model 41240 1.
De voorste kabelboom leiden aan het bestuurdersplatform Modellen 41393, 41393TE en 41394 1. Verwijder het voorste hittescherm en het scherm van het onderstel; raadpleeg de Gebruikershandleiding. 2. Leid de voorste kabelboom die bij de set geleverd werd langs de arm van het display/de controller, en over het dashboard (Figuur 68). g295570 Figuur 66 1. Doorvoer (dashboard) 2. 2. Voorste kabelboom Bevestig de kabelboom met een kabelbinder aan de arm.
De voorste kabelboom leiden aan het bestuurdersplatform Modellen 41593, 41593N en 41594 1. Verwijder het voorste hittescherm en het scherm van het onderstel (indien aanwezig); raadpleeg de Gebruikershandleiding. 2. Leid de voorste kabelboom door de pakkingring in het dashboard (Figuur 70). g295532 Figuur 71 1. Voorste kabelboom 2. 2.
g295534 Figuur 75 1. Voorste kabelboom (set) g295554 Figuur 73 1. Kabelboom van machine 3. Ringconnector 2. Vrouwelijk contact 4. Voorste kabelboom De voorste kabelboom onder de spuittank leiden Modellen 41582, 41393, 41393TE, 41394, 41593, 41593N en 41594 1. Leid de voorste kabelboom aan het rechter framekanaal langs de kabelboom van de machine (Figuur 74). g295535 Figuur 76 1. Connector met 12 contacten (voorste kabelboom) 4.
g295378 Figuur 77 1. Vrouwelijk contact (voorste 2. Platte connector (aangeduid met OPTIONS kabelboom – set) POWER – zekeringhouder) g295380 Figuur 79 2. Verwijder de aansluitingsschroef van het aardingsblok (Figuur 78). 1. Opening (optioneel vermogencircuit) 2. Zekering (10 A) 5 De spuitdoppen verwijderen Geen onderdelen vereist De toevoerslangen van de spuitboomsectie afkoppelen 1. g295379 Figuur 78 1. Aardingsblok 3. Aansluitingsschroef 2. Ringconnector (voorste kabelboom – set) 3.
2. Herhaal stap 1 aan het andere buitenste spuitboomgedeelte. 3. Verwijder aan de voorzijde van het middelste spuitboomgedeelte de 2 slangklemmen waarmee de spuitdopslangen aan de T-slangpilaar zijn bevestigd, en verwijder de fitting van de slangen; zie Figuur 81. g293873 Figuur 82 1. Dop van spuitdop (actieve spuitstand) g293876 Figuur 81 1. Slangklem 3. Toevoerslang van spuitboomgedeelte 2. T-slangpilaar 4. Spuitdopslangen 3. Spuitdophouder 2. Pakking De spuitdophouders verwijderen 1.
2. Verwijder de borgmoeren waarmee de 11 of 12 spuitdophouders aan de buitenste en middelste spuitboomsecties zijn bevestigd, en verwijder de spuitdophouders en -slangen van de machine (Figuur 85). Opmerking: Bewaar de borgmoeren voor montage in 7 De vloeistofstroommeters en spuitdophouders monteren op de spuitboomgedeelten (bladz. 42). g293902 Figuur 85 1. Borgmoer 3. Spuitdophouder 2. Montagebeugel van spuitdop g293961 Figuur 86 De slangpilaar en slangen van de spuitdophouders verwijderen. 1.
Locatie van de vloeistofstroommeter en de spuitdophouder 6 De vloeistofstroommeters van de spuitdoppen en de spuitdophouders monteren g296900 Benodigde onderdelen voor deze stap: 11 Figuur 87 Vloeistofstroommeter – machines met 11 of 12 spuitdoppen 1. Linkerspuitboom 2. Middelste spuitboom 1 Vloeistofstroommeter – machines met 12 spuitdoppen 3.
g294224 g294225 Figuur 89 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder L1 Figuur 90 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder L2 1. Houder 5. Slang (38 cm) 1. Houder 5. Spuitdophouder 2. Vloeistofstroommeter 6. Spuitdophouder 3. Rechte geribde snelkoppelfitting 7. Schroef 2. Vloeistofstroommeter 3. Slangklem 6. Schroef 7. Rechte geribde snelkoppelfitting 4. Slangklem 8. Snelkoppeldop 4. Slang (38 cm) 2. 5.
g294221 Figuur 91 g294226 Figuur 92 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder L3 1. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder L1 2. Slangklem 3. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder L2 8. Gebruik een stukje tape om de vloeistofstroommeter en de spuitdophouder L1 EN L2 te markeren. 1. Houder 5. Spuitdophouder 2. Vloeistofstroommeter 3. Slangklem 6. Schroef 7. Rechte geribde snelkoppelfitting 4. Slang (17 cm) 2.
g294227 Figuur 93 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder L4 1. Houder 2. Vloeistofstroommeter 5. Schroef 6. Rechte geribde snelkoppelfitting 3. Snelkoppeldop 7. Slangklem 4. Spuitdophouder 8. Slang (17 cm) 6. 7. g294228 Figuur 94 Monteer de snelkoppeldop en de rechte geribde snelkoppelfitting op de vloeistofstroommeter; gebruik hierbij 2 borgclips (zie Figuur 93). 1. Houder 5. Voorgevormde slang 2. Vloeistofstroommeter 6. Spuitdophouder 3. Geribde snelkoppelfitting van 90° 4. Slangklem 7.
1. Gebruik een slangklem om de rechte geribde snelkoppelfitting op een slang (76 mm) te monteren; zie Figuur 95. g294295 Figuur 95 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder C2 1. Slang (76 mm) 5. Spuitdophouder 2. Slangklem 6. Schroef 3. Houder 7. Rechte geribde snelkoppelfitting g294330 Figuur 96 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder C3 4. Vloeistofstroommeter 2. Monteer de 2 rechte geribde snelkoppelfittings op de vloeistofstroommeter; gebruik hierbij 2 borgclips (zie Figuur 148). 1.
g294692 Figuur 97 1. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C3 2. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C2 3. Slangklem 8. Gebruik een stukje tape om de vloeistofstroommeter en de spuitdophouder C2 EN C3 te markeren. g294420 Figuur 98 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder C1 De vloeistofstroommeter en spuitdophouder C1 en C2 monteren Machines met 12 spuitdoppen Belangrijk: Smeer de O-ringen met het siliconenvet dat is meegeleverd met deze set voordat u de snelkoppelfittings monteert. 1. 1. Snelkoppeldop 6.
g295221 Figuur 100 1. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C1 2. Borgclip (snelkoppelfitting) 3. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C2 g294421 Figuur 99 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder C2 1. Vloeistofstroommeter 5. Slang, 20 cm 2. Houder 6. Spuitdophouder 3. Rechte geribde snelkoppelfitting 7. Schroef 8. De vloeistofstroommeters en spuitdophouders C3 en C4 monteren 4. Slangklem 5.
g294422 Figuur 101 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder C3 1. Slang (20 cm) 5. Vloeistofstroommeter 2. Slangklem 6. Spuitdophouder 3. Rechte geribde snelkoppelfitting 7. Schroef g294423 Figuur 102 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder C4 4. Houder 2. 3. Monteer de rechte geribde snelkoppelfittings op de vloeistofstroommeter; gebruik hierbij een borgclip (zie Figuur 101). 1. Slangklem 6. Spuitdophouder 2. Geribde snelkoppelfitting van 90° 3. Houder 7. Schroef 4. Vloeistofstroommeter 9.
g295222 Figuur 103 g294229 1. Borgclip (snelkoppelfitting) Figuur 104 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder R1 2. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C4 3. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C3 8. Gebruik een stukje tape om de vloeistofstroommeter en de spuitdophouder C3 EN C4 te markeren. De vloeistofstroommeters en spuitdophouders R1 en R2 monteren 1. Houder 5. Slang (17 cm) 2. Vloeistofstroommeter 6. Spuitdophouder 3. Rechte geribde snelkoppelfitting 7. Schroef 4. Slangklem 8.
1. Gebruik een slangklem om de rechte geribde snelkoppelfitting op een slang (38 cm) te monteren; zie Figuur 106. g294230 Figuur 105 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder R2 1. Houder 5. Rechte geribde snelkoppelfitting 2. Vloeistofstroommeter 6. Slangklem 3. Spuitdophouder 7. Slang (17 cm) g308886 Figuur 106 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder R3 4. Schroef 6. Monteer de 2 rechte geribde snelkoppelfittings op de vloeistofstroommeter; gebruik hierbij 2 borgclips (zie Figuur 105). 5.
g294231 Figuur 108 g294223 1. Spuitdoppositie 10 op vloeistofstroommeter 2. Slangklem Figuur 107 Vloeistofstroommeter/Spuitdophouder R4 1. Houder 2. Vloeistofstroommeter 5. Schroef 6. Rechte geribde snelkoppelfitting 3. Snelkoppeldop 7. Slangklem 4. Spuitdophouder 8. Slang (38 cm) 5. 8. De vloeistofstroommeters en spuitdophouders monteren op de spuitboomgedeelten vloeistofstroommeter naar links.
g294871 Figuur 109 1. Vloeistofstroommeter/spuitdophouders L1 en L2 2. Pakkingring van frame g294873 Figuur 110 3. Flensborgmoer (5/16") 4. Bout (framezitting) 1. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder L3 2. Pakkingring van frame 2. Lijn de bouten van de framezitting uit door de openingen in de spuitdopsteunen, en bevestig de vloeistofstroommeter/spuitdophouders aan de steunen (Figuur 109); gebruik hierbij 2 flensborgmoeren (5/16"). 3. Flensborgmoer (5/16") 4. Bout (framezitting) 5. Slangklem 6.
g294875 g294874 Figuur 112 Figuur 111 1. Geribde T-fitting (toevoerslang van linkerspuitboomgedeelte) 4. Flensborgmoer (5/16") 2. Slangklem 5. Bout (framezitting) 1. Spuitdopsteun 2. Flensborgmoer (5/16") 3. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C1 4. Voorgevormde slang 3. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder L4 2. 5. Slangklem 6.
C2 tussen de buisverstevigers van het frame (Figuur 114). g294876 Figuur 113 1. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder C2 en C3 2. Geribde T-fitting (toevoerslang van middelste spuitboomgedeelte) g294961 Figuur 114 3. Slangklem 4. Slang 1. Vloeistofstroommeter/spuitdophouders C1 en C2 5. Flensborgmoer (5/16") 2. Flensborgmoer (5/16") 6. Bout (framezitting) 3. Bout (framezitting) 4. Slang (kort) 2. 3. 5.
De vloeistofstroommeters en spuitdophouders C3 en C4 monteren Vloeistofstroommeters en spuitdophouders R3 en R4 monteren Machines met 12 spuitdoppen Machines met 11 of 12 spuitdoppen 1. 1. Monteer de vloeistofstroommeter/spuitdophouders C3 en C4 tussen de buisverstevigers van het frame (Figuur 115). Breng aan de buitenzijde van de rechterspuitboom de spuitdop/vloeistofstroommeter posities 10 en 11 aan door de buitenste pakkingring van het frame (Figuur 116). g294872 Figuur 116 1.
Vloeistofstroommeter en spuitdophouder R1 monteren Machines met 11 spuitdoppen 1. Koppel de slang van vloeistofstroommeter/spuitdophouder R1 aan op de T-slangpilaar van de toevoerslang van het rechterspuitboomgedeelte; gebruik hierbij een slangklem (Figuur 118). g302463 Figuur 117 1. Pakkingring van frame 2. Vloeistofstroommeter/spuitdophouder R2 3. Bout (framezitting) 4. Flensborgmoer (5/16") 5. Slang 6. Slangklem 7. Geribde T-fitting (toevoerslang van rechter spuitboomgedeelte) g302462 Figuur 118 8.
8 De achterste kabelboom op de machine monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: g308939 1 Achterste kabelboom – links (L1, L2, L3 en L4). 1 Achterste kabelboom – midden (center) (C1, C2, C3 en C4). 1 Achterste kabelboom – rechts (R1, R2, R3 en R4). 21 Kabelbinder Figuur 120 1. Connector met 12 contacten (aangeduid met LEFT (links)) 2. Connector met 12 contacten (CENTER (midden)) De achterste kabelboom uitlijnen met de machine 1. 3.
vloeistofstroommeter (Figuur 121 of Figuur 122, en Figuur 123). 4. Sluit de connector C3 van de achterste kabelboom aan op connector C3 van de vloeistofstroommeter (Figuur 121 of Figuur 122, en Figuur 123). 5. Voor machines met 12 spuitdoppen dient u de dop van connector C4 van de achterste kabelboom te verwijderen en deze aan te brengen op connector C4 van de vloeistofstroommeter (Figuur 122 en Figuur 123). 6.
Belangrijk: Zorg ervoor dat de elektrische connectors voor de vloeistofstroommeters en de achterste kabelboom zijn bevestigd aan de buisbeugels en spuitdopbeugels. g295473 Figuur 125 1. L4 (connector – vloeistofstroommeter) 5. L2 (connector – achterste kabelboom) 2. L4 (connector – achterste kabelboom) 6. L2 (connector – vloeistofstroommeter) 3. L3 (connector – achterste kabelboom) 7. L1 (connector – achterste kabelboom) 4. L3 (connector – vloeistofstroommeter) 8.
en 4 spuitdopsteunen van het frame van de spuitboomsectie; gebruik hiervoor 7 kabelbinders zoals getoond in Figuur 131. vloeistofstroommeter (Figuur 129 en Figuur 130). Belangrijk: Zorg ervoor dat de elektrische connectors voor de vloeistofstroommeter en de achterste kabelboom zijn bevestigd aan de buisbeugels en spuitdopbeugels. g302640 Figuur 129 1. R4 (connector – vloeistofstroommeter) 5. R2 (connector – vloeistofstroommeter) 2. R4 (connector – achterste kabelboom) 6.
9 De ECU-beugel monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 ECU-beugel 3 Flenskopschroef (⅜" x 1") 3 Flensborgmoer (⅜") De middelste spuitboom markeren Machine met middelste spuitboom in één stuk en 11 spuitdoppen g292251 Figuur 133 1. Afstand van 160 mm 2. Breng de ECU-beugel gelijk met het frame, en lijn de opening in de beugel uit met de markering (Figuur 133) die u aangebracht hebt in stap 1. 3.
g292247 Figuur 134 1. Boor van 6 mm 2. Lijn de opening in de ECU-beugel uit met de opening in het frame, en monteer de beugel op het frame (Figuur 135); gebruik hierbij een flenskopschroef (⅜" x 1") en een flensborgmoer (⅜"). g292248 Figuur 136 1. Boor van 6 mm 4. Flenskopschroef (⅜" x 1") 2. ECU-beugel 5. Flensborgmoer (⅜") 3. Frame (middelste spuitboom) g292245 Figuur 135 1. Flenskopschroef (⅜" x 1") 3. Flensborgmoer (⅜") 2. ECU-beugel 4. Bovenkant van de machine 3.
De ECU-beugel monteren Machine met tweedelige middelste spuitboom en 11 spuitdoppen 1. Ga naar het rechterframe van de middelste spuitboom (Figuur 139). g292189 Figuur 139 g292249 Figuur 137 1. Boor van 6 mm 1. Rechterframe (middelste spuitboom) 2. Binnenzijde van uitsparing 2. 6. Monteer de beugel op het frame (Figuur 138) met een flenskopschroef (⅜" x 1") en flensborgmoer (⅜"). Lijn de openingen en de uitsparing in de ECU-beugel uit met de openingen in het rechterframe (Figuur 140).
3. Monteer de ECU-beugel op het frame (Figuur 140) met 3 flenskopschroeven (⅜" x 1") en 3 flensborgmoeren (⅜"). 4. Draai de schroeven en moeren vast met een torsie van 37 tot 45 N·m. De ECU-beugel monteren Machine met driedelige middelste spuitboom en 12 spuitdoppen 1. Ga naar het rechterframe van de middelste spuitboom (Figuur 141). g292155 Figuur 141 1. Rechterframe (middelste spuitboom) 2. Lijn de openingen en de uitsparing in de ECU-beugel uit met de openingen in het rechterframe (Figuur 142).
10 De ECU monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 ECU 4 Tapbout (roestvrij staal – ¼" x 1½") 4 Ring (roestvrij staal – ¼") 4 Flensborgmoer (roestvrij staal – ⅜") Procedure g295489 Figuur 144 Voorzijde van de middelste spuitboom 1. Connector A (ECU) 6. Connector met 12 contacten (B – LINKS – achterste kabelboom) 2. Connector C (ECU) 7. Connector met 12 contacten (D – MIDDEN – achterste kabelboom) 3. Connector D (ECU) 8. Connector met 12 contacten (C – RECHTS – achterste kabelboom) 4.
g295606 Figuur 146 g302642 Figuur 145 1. ECU-beugel 4. Ring (roestvrij staal – ¼") 2. Flensborgmoer (roestvrij staal – ¼") 5. Tapbout (roestvrij staal – ¼" x 1½") 3. ECU 6. Bevestig de ECU aan de beugel (Figuur 145) met 4 tapbouten (roestvrij staal – ¼" x 1½"), 4 ringen (roestvrij staal – ¼") en 4 flensborgmoeren (roestvrij staal – ¼"). 11 De installatie van de set voltooien Geen onderdelen vereist Procedure 1. De accu aansluiten. 2. Plaats het deksel van de accu (indien aanwezig). 3.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen g285712 Figuur 147 1. LCD-display 4. Functieknop 4 (schakelen naar INSTELLINGEN-menu) 2. Functieknop 1 (schakelen naar STROOM-schermen) 5. Status-led 3. Navigatie-/invoertoets Gebruiksaanwijzing Het display inschakelen Het display wordt ingeschakeld wanneer de schakelaar van de machine in de stand DRAAIEN komt. De status-led gaat branden en het lcd-display wordt opgestart.
Displaypictogrammen Pictogrammen functieknop en instellingenmenu FUNCTIEKNOP 1 Schakelt het stroomscherm tussen doorstroomhoeveelheid tonen en verbergen FUNCTIEKNOP 2 FUNCTIEKNOP 3 Schakelt de meeteenheden tussen AMERIKAANSE GALLON PER MINUUT en LITER PER FUNCTIEKNOP 4 Schakelt het alarm tussen AAN en UIT Schakelt het display tussen het instellingenscherm en het stroomscherm MINUUT Pictogram doorstroomhoeveelheden tonen Pictogram meeteenheden doorstroomhoeveelheid Amerikaanse gallon per minuut Pic
Het stroomscherm gebruiken Scherm stroomstatus Het scherm stroomstatus geeft de spuitdopnummers en de kleurencodes van de stroomstatus weer, hetgeen de bedrijfsstatus van elke spuitdop aangeeft (Figuur 150). Opmerking: Het NozzAlert systeem geeft standaard het scherm stroomstatus weer. Stroomindicatie • De doorstroomhoeveelheid van elke spuitdop wordt numeriek weergegeven (Figuur 149). • Kleurencodes geven de stroomstatus van elke spuitdop weer (Figuur 149).
Units Naar de stroomschermen navigeren U kunt de meeteenheden schakelen tussen imperiaal en metrisch: Opmerking: Het NozzAlert systeem geeft standaard het scherm stroomstatus weer. • (VS) GPM (gallons per minuut) • Wanneer het display een stroomscherm weergeeft, • (SI) LPM (liter per minuut) kunt u met functieknop 1 (Figuur 152) tussen de volgende schermen schakelen.
Pieper inschakelen Het instellingenmenu gebruiken U kunt de pieper in- en uitschakelen. Naar het instellingenscherm navigeren De pieper in- en uitschakelen Druk op functieknop 4 om naar het instellingenscherm te gaan. Druk op functieknop 3 om de pieper in- of uit te schakelen (Figuur 154). g302652 Figuur 154 Op de afbeelding is de pieper uitgeschakeld. 1. Pictogram pieper g302651 Figuur 155 2. Functieknop 4 (pieper inof uitgeschakeld) 1.
• Een grotere foutvertraging maakt de meting minder • U kunt de fouttolerantie instellen in stappen van gevoelig; de displaymetingen zijn minder gevoelig aan schommelingen in de doorstroomhoeveelheid. 5%. De standaard fouttolerantie is 15%. • • Een kleine foutvertraging maakt de meting gevoeliger; de displaymetingen zijn gevoeliger aan schommelingen in de doorstroomhoeveelheid. De fouttolerantie instellen 1.
Piepertest functieknop 4 onder de indicator van de instellingenknop om terug te keren naar het scherm stroomstatus (Figuur 157). Met de piepertest kunt u de pieper laten klinken via het display. Systeemaantal De pieper testen Met de instelling systeemaantal kunt u bepalen hoeveel vloeistofstroommeters het systeem meet. 1.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Het display toont een spuitdop met een gele kleurencode stroomstatus. Het display toont een spuitdop met een rode kleurencode stroomstatus. Mogelijke oorzaak 1. De spuitdop (en mogelijk het tipfilter) raakt verstopt. 1. Zodra dat mogelijk is de spuitdop (en mogelijk het tipfilter) controleren en reinigen. 2. De spuitdophouder is uit positie. 3. De verkeerde spuitdop staat in de actieve spuitstand. 2.
Opmerkingen:
Privacyverklaring EEA/VK Toro's gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.