Operator's Manual
17
Bandenspanning controleren
U moet de bandenspanning om de 8 bedrijfsuren of
dagelijks controleren om er zeker van te zijn dat deze
correct is. Breng de banden op een spanning van 18 psi
(124 kPa). Controleer de banden ook op slijtage of schade.
Brandstof bijvullen
Gevaar
In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst
ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie
van benzine kan brandwonden bij u of anderen en
materiële schade veroorzaken.
• Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer
de motor koud is. Eventueel gemorste benzine
opnemen.
• Vul de brandstoftank niet helemaal vol. Vul de
brandstoftank tot maximaal 2,5 cm vanaf de
onderkant van de vulbuis. Deze ruimte in de
tank geeft benzine de kans om uit te zetten.
• Rook nooit wanneer u met benzine bezig bent en
houd de brandstof weg van open vlammen of
vonken, die benzinedampen kunnen doen
ontbranden.
• Bewaar benzine in een goedgekeurd vat of blik
en buiten bereik van kinderen. Koop nooit meer
benzine dan u in 30-dagen kunt opmaken.
• Benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt
van de spuitmachine zetten alvorens de tank bij
te vullen.
• Benzinevaten niet in een vrachtwagen of
aanhanger vullen, omdat bekleding of kunststof
beplating het vat kan isoleren, waardoor de
afvoer van statische lading wordt bemoeilijkt.
• Als het praktisch mogelijk is, kunt u het best een
voertuig met een benzinemotor eerst van de
vrachtwagen of aanhanger halen en bijtanken
als het voertuig met de wielen op de grond staat.
• Als dit niet mogelijk is, verdient het de voorkeur
dergelijke machines op een truck of aanhanger
bij te vullen uit een draagbaar vat, niet met
behulp van een vulpistool van een pomp.
• Als u een vulpistool moet gebruiken, dient u de
vulpijp voortdurend in contact met de rand van
de brandstoftank of de opening van het vat te
houden, totdat u klaar bent met bijvullen.
Aanbevolen benzine
Gebruik loodvrije, normale schone benzine voor auto’s
(octaangetal minimaal 87). Gelode benzine kan worden
gebruikt als loodvrije benzine niet verkrijgbaar is.
Belangrijk Gebruik nooit benzine die methanol,
gasohol die meer dan 10 % ethanol bevat, superbenzine of
wasbenzine omdat dit kan leiden tot schade aan het
brandstofsysteem van de motor.
Brandstoftank vullen
De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 21 liter.
Opmerking: De dop van de brandstoftank is voorzien van
een meter die het brandstofpeil aangeeft; controleer dit
geregeld.
1. Motor afzetten en parkeerrem in werking stellen.
2. Maak de omgeving van de dop van de brandstoftank
schoon (Fig. 7).
1
Figuur 7
1. Dop van brandstoftank
3. Verwijder de dop van de brandstoftank.
4. Vul de benzinetank tot ongeveer 2,5 cm vanaf de
bovenkant van de tank (de onderkant van de vulbuis).
Deze ruimte is nodig voor het uitzetten van de benzine.
Niet te vol vullen.
5. Draai de tankdop stevig vast.
6. Neem gemorste brandstof op.
Luchtinlaatrooster controleren
U dient u het luchtinlaatrooster op de voorkant van de
motor om de 8 bedrijfsuren te controleren en indien nodig
te reinigen.










