Form No. 3328-303 Multi-Pro 1250 Gazonspuitmachine Modelnr. 41106 – Serienr.
Waarschuwing Gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Veiligheid op de eerste plaats . . . . . . . . . . . . . . . . . Bedieningsorganen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Controle vóór het gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Rijden met de spuitmachine . . . . . . . . . . . . . . . . . . Motor afzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om u op belangrijke informatie te wijzen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking: duidt algemene informatie aan die uw bijzondere aandacht verdient. Inleiding Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen.
• Voer ongebruikte chemische stoffen en verpakkingen voor chemische stoffen af volgens de instructies van de fabrikant en de plaatselijk geldende voorschriften. Verantwoordelijkheden van de bedrijfsleiding • Zorg ervoor dat de bestuurders grondig zijn getraind en bekend zijn met de Gebruikershandleiding, Handleiding voor de motor, en alle stickers op de spuitmachine. • Chemische stoffen en dampen in de tank zijn gevaarlijk; blijf altijd buiten de tank en houd uw hoofd nooit boven of in de opening.
• Als de spuitmachine niet veilig wordt gebruikt, kan dit leiden tot een ongeluk, omkiepen van de machine en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel. Rij voorzichtig. U kunt op de volgende manieren voorkomen dat de machine omkiept of dat u de controle over de machine verliest: • Rij niet als het donker is, vooral niet op onbekend terrein. Als u toch in het donker moet rijden, rij dan voorzichtig en steek de koplampen aan. Overweeg ook extra verlichting te gebruiken.
• Als de spuitmachine abnormaal trilt, moet u onmiddellijk stoppen, wachten tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en de machine op beschadigingen controleren. Repareer alle schade voordat u de machine weer in gebruik neemt. Gebruik op hellingen of oneffen terrein Als u de spuitmachine op een helling gebruikt, bestaat de kans dat deze omslaat of gaat rollen. Ook bestaat de kans dat de motor afslaat of dat de machine op een helling vaart verliest. Hierdoor kan lichamelijk letsel ontstaan.
• Gebruik geen open bakken met brandstof of ontvlambare reinigingsvloeistoffen om onderdelen schoon te maken. De machine beladen Het gewicht van de lading kan verandering brengen in het zwaartepunt en de wijze waarop u de spuitmachine moet gebruiken. Om te voorkómen dat u de controle over de machine verliest waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan, moet u de volgende richtlijnen in acht nemen: • Stel de rijsnelheidsregelaar niet af.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 104-7634 1. Lees de Gebruikershandleiding. 100-8458 1. Snelheid van de machine 2. Om de machine in te stellen op een lage snelheid, moet u gas minderen en de snelheidsbegrenzer omhoog trekken. 3.
100-8470 1. 2. 3. 4. Motor – Afzetten Motor – Lopen Motor – Starten Koplampen 5. Motortoerentalregelaar van neutraalstand 6. Inschakelen 7. Aan 8. Uit 100-8489 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Linker spuitboom Middelste spuitboom Rechter spuitboom Spuiten Aan Spuiten Uit Pomp Aan Uit Continu verstelbare regeling, spuitdruk 10. Verhogen 100-8577 1. Aan 2. Mengen 3. Uit 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18.
4-8939 1. Motoroliepeil (peilstok) 2. Motoroliefilter 3. Peil transaxle-olie/hydraulische vloeistof (peilstok) 4. Filter voor transaxle-olie/ hydraulische vloeistof 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. Hydraulische zeef Oliepeil in versnellingsbak Remvloeistof Riemen, besturing en aandrijving Brandstof, uitsluitend loodvrij Brandstoffilter Accu Luchtfilter Smeervet 14. Bandenspanning 15. Lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 16. Pomp 87-0570 1.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Basisgewicht Gewicht met standaard spuitsysteem, leeg, zonder bestuurder Gewicht met standaard spuitsysteem, vol, zonder bestuurder 100-8621 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Machine kan kantelen – Verminder uw snelheid op oneffen terrein en als u een bocht maakt. 3.
Montage Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Om de spuitmachine te gebruiken, moet u een spuitboomset en spuitdoppen aanschaffen en installeren. Neem voor informatie over de verkrijgbare spuitboomsets en accessoires contact op met een erkende Toro-dealer.
Montage van de anti-overloopaansluiting 3. Steek het draadeinde van de 90 elleboogfitting door de beugel en draai hierop de snelkoppeling zodat deze vastzit aan de beugel (Fig. 2). 1. Verwijder de rubberen dop van de bout van de tankbeugel (Fig. 2). Opmerking: Monteer de elleboogfitting met het open uiteinde naar de opening van de tank zodat het water in de tank loopt als u deze vult. 4. Monteer de slangadapter in de snelkoppeling (Fig. 2). 5 5.
Montage van de Spray Pro-monitor 3. Verwijder de grote pakkingring uit het gat in het dashboard en voer de kabels van de monitor door de pakkingring en het dashboard. 1. Monteer de beugel van de monitor op het dashboard (Fig. 3) met 2 flens-kopbouten (1/4 x 3/4 inch) en 2 flensmoeren (1/4 inch). 4. Monteer de pakkingring in het dashboard. 5. Monteer de Spray Pro-monitor op de flenskopbouten (Fig. 3) en draai de knoppen aan om de monitor vast te zetten. 1 6.
Voor het gebruik Brandstof bijvullen Motoroliepeil controleren Gevaar Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie. Desondanks dient u het oliepeil te controleren voordat u de motor voor de eerste keer start en nadat het gelopen heeft. In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak.
Brandstoftank vullen Remvloeistofpeil controleren De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 21 liter. Het reservoir voor de remvloeistof is in de fabriek gevuld met DOT 3 remvloeistof. Controleer elke dag het remvloeistofpeil voordat u de motor start. Opmerking: De dop van de brandstoftank is voorzien van een meter die het brandstofpeil aangeeft; controleer dit geregeld. 1 1. Motor afzetten en parkeerrem in werking stellen. 2. Maak de omgeving van de dop van de brandstoftank schoon (Fig. 7).
Transaxle-olie/Hydraulische vloeistof controleren Schoonwatertank vullen De spuitmachine is uitgerust met een schoonwatertank (Fig. 11) zodat u uw ogen, uw huid of andere oppervlakken kunt schoonspoelen als deze per ongeluk in contact zijn gekomen met chemische stoffen. Vul de watertank altijd met schoon water voordat u gaat werken met chemische stoffen. 1.
Parkeerrem Gebruiksaanwijzing De parkeerrem wordt bediend met een grote hendel rechts van de bestuurdersstoel. (Fig. 13). Stel de parkeerrem in werking als u de bestuurdersstoel wilt verlaten teneinde te voorkomen dat de machine per ongeluk in beweging komt. Om de parkeerrem in werking te stellen, moet u de hendel omhoog en naar achteren trekken. Om de parkeerrem vrij te zetten, moet u de hendel naar voren en omlaag duwen.
U stelt de snelheidsbegrenzer als volgt in: 4 1. Trap het gaspedaal in totdat u de gewenste snelheid hebt bereikt. 3 2. Druk op de schakelaar op de knop van de snelheidsbegrenzer en trek deze omhoog totdat u voelt dat deze het gaspedaal raakt. Laat vervolgens de schakelaar los (Fig. 14). 2 3. Voor een nauwkeurige afstelling moet u indien nodig de knop in- of uitdraaien. 1 4.
Schakelaar voor motortoerentalregelaar van neutraalstand Motor starten 1. Neem plaats op de bestuurdersstoel, steek het sleuteltje in de contactschakelaar en draai dit naar rechts op Lopen. Als de schakelhendel in de neutraalstand staat, kunt u met behulp van het gaspedaal het motortoerental verhogen; vervolgens drukt u deze schakelaar naar voren om de motor af te stellen op dat toerental. Dit is noodzakelijk voor het gebruik van werktuigen zoals de handspuitmachine (Fig. 15). 2.
Nieuwe spuitmachine inrijden De spuitmachine slepen Om ervoor te zorgen dat de spuitmachine goede prestaties levert en een lange levensduur heeft, moet u de eerste 100 bedrijfsuren de volgende richtlijnen in acht nemen: In noodgevallen kan de spuitmachine over een korte afstand worden gesleept. Toro adviseert echter hiervan geen standaard procedure te maken.
Schakelaars van de spuitbomen Vergrendelschakelaar voor gebruiksdosis De schakelaars van de spuitbomen bevinden zich op de voorzijde van het bedieningspaneel aan de rechterkant van de bestuurdersstoel (Fig. 19). Zet elke schakelaar naar voren om de corresponderende spuitboom in te schakelen en naar achteren om deze uit te schakelen. Als de schakelaar is aangezet, brandt er een lampje op de schakelaar.
Kleppen van spuitbomen Drukmeter Met deze kleppen kunt u de drie spuitbomen in – of uitschakelen (Fig. 20). Als u geen spuitboom hebt gemonteerd of niet wilt dat er een spuitboom kan worden ingeschakeld, kunt u elke klep met de hand bedienen door de stekker in de klep los te trekken; vervolgens draait u de knop op de klep naar rechts om de klep buiten werking te stellen of naar links om deze in werking te stellen. De drukmeter bevindt zich rechts van de tank (Fig. 21).
Tankdeksel Spray Pro Monitor Het tankdeksel bevindt zich midden op de bovenkant van de tank (Fig. 24). Op het deksel te openen, moet u de motor afzetten, de voorste helft van het deksel naar links draaien en open klappen. U kunt de zeef aan de binnenzijde verwijderen om deze te reinigen. Om de tank af te sluiten, moet u het deksel dichtdoen en de voorste helft van het deksel naar rechts draaien.
• Geschatte Dosis • [–] Toont de gebruiksdosis in Amerikaanse gallons per acre (US), liters per hectare (SI) of Amerikaanse gallons per 1000 sq ft (TURF). Vermindert de waarden die tijdens de kalibratie worden getoond op het scherm. • [+] • Totale Hoeveelheid Verhoogt de waarden die tijdens de kalibratie worden getoond op het scherm.
7. Gebruik de [+] of [–] knoppen om de breedte van de spuitboom te veranderen indien dit nodig is. 6. Druk net zolang op [RESET] totdat “0.”op het scherm verschijnt. 8. Herhaal indien nodig stappen 4 tot en met 7 voor de andere spuitbomen. 7. Zet de hoofdschakelaar op Aan en stel de spuitbomen in werking totdat al het water uit de tank is, en schakel ze daarna uit met de hoofdschakelaar. 9. Druk op [CAL] totdat het rode lampje dooft.
7. Zet de pompschakelaar en de hoofdschakelaar van de spuitbomen op Uit. Op de monitor moet de melding “HOLD.”verschijnen. De omloopkleppen van de spuitbomen instellen 8. Draai de keuzeschijf op Afstand. Nadat u de spuitbomen en spuitdoppen hebt geïnstalleerd en voordat u de spuitmachine voor de eerste keer gaat gebruiken, moet u de omloopkleppen van de spuitbomen instellen zodat de druk en de gebruiksdosis voor alle spuitbomen hetzelfde blijft als u een of meer spuitbomen hebt uitgeschakeld. 9.
4. Giet ongeveer 3/4 van de benodigde hoeveelheid water in de spuittank via de anti-overloopaansluiting. 13. Schakel de spuitboom in. 14. Herhaal stappen 11 tot en met 13 voor de andere spuitbomen. Belangrijk U moet de tank altijd vullen met schoon water. Giet nooit concentraat in een lege tank. 15. Laat de machine rijden met de gewenste snelheid terwijl u spuit, en schakel de spuitbomen een voor een uit. De druk die de meter aangeeft, mag niet veel veranderen. 5.
Tips voor bediening en gebruik 4. Start de motor. • Overlap geen stukken waar u eerder hebt gespoten. 5. Zet de schakelhendel in de neutraalstand, trap het gaspedaal volledig in en zet de motortoerentalregelaar van de neutraalstand op Aan. • Controleer of er geen spuitdoppen zijn verstopt. Vervang versleten of beschadigde spuitdoppen. 6. Zorg ervoor dat de mengregelklep is ingeschakeld. • Schakel eerst met de hoofdschakelaar de spuitbomen uit voordat u de spuitmachine tot stilstand brengt.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • • • • 8 bedrijfsuren • Het motoroliepeil controleren. • De bandenspanning controleren. • Zuigkorf reinigen.3 25 bedrijfsuren • Schuimelement van luchtfilter reinigen en met olie bestrijken.2 50 bedrijfsuren • Accuzuur controleren. • Aansluitingen van de accukabels controleren. • Zuigkorf reinigen.
Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Ma. Gecontroleerde item Werking van rem en parkeerrem controleren. Werking van schakelinrichting/neutraalstand controleren. Brandstofpeil controleren. Motoroliepeil controleren. Het transaxle-oliepeil controleren. Luchtfilter controleren. Koelribben van de motor controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt. Controleren op ongewone geluiden tijdens het gebruik.
Voorzichtig Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel(s) los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Druk de kabel(s) opzij, zodat hij niet onbedoeld contact kan maken met de bougie(s).
Schuim- en papierelement verwijderen 2 1. Stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 1 2. Maak de vergrendeling op de achterzijde van de bestuurdersstoel los en klap deze naar voren. 3. Maak de omgeving van het luchtfilter schoon om te voorkomen dat er vuil in de motor komt en schade veroorzaakt (Fig. 29). m–3247 Figuur 30 1. Schuimelement 2. Olie 2 5. Knijp in het filter om de olie te verdelen.
Motoroliepeil controleren 1 U moet om de 100 bedrijfsuren de motorolie verversen en het filter vervangen. Type olie: Reinigingsolie (API-onderhoudsclassificatie SG of SH) Carterinhoud: met filter, 2,0 l Viscositeit: Raadpleeg de onderstaande tabel. GEBRUIK UITSLUITEND OLIESOORTEN MET DEZE SAE-VISCOSITEIT Figuur 32 1. Aftapplug carterolie 6. Als alle olie is afgetapt, plaatst u de aftapplug terug en zet u deze vast met een torsie van 13,6 Nm. 7. De oude olie afgeven bij een erkend inzamelcentrum.
Motoroliefilter vervangen 1. Laat de olie weglopen uit de motor; zie Motorolie verversen, blz 34, stappen 1 tot en met 7. 2. Verwijder het oude filter (Fig. 34). 1 Figuur 35 2 Figuur 34 1. Oliefilter 2. Filtertussenstuk 3. Veeg het oppervlak van de pakking voor het filtertussenstuk schoon (Fig. 34). Figuur 36 Vier aan elke kant 4. Smeer een dun laagje schone olie op de rubberen pakking van het nieuwe filter (Fig. 34). 5. Plaats het nieuwe filter op het filtertussenstuk.
Figuur 41 Figuur 38 Vijf aan elke kant Brandstoffilter vervangen Vervang het brandstoffilter om de 100 bedrijfsuren. 1. Stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2. Maak de vergrendeling op de achterzijde van de bestuurdersstoel los en klap deze naar voren. 3. Klem de slangen af aan beide zijden van het brandstoffilter om te voorkomen dat er benzine uit de slangen stroomt als u het filter verwijdert. 4. Plaats een opvangbak onder het filter.
Transaxle-olie /Hydraulische vloeistof verversen 7. Laat de zeef aan de lucht drogen. U moet om de 800 bedrijfsuren de transaxle-olie/hydraulische vloeistof verversen, het filter vervangen en de zeef schoonmaken. 9. Monteer de hydraulische slang en de 90 fitting. 8. Monteer de zeef. 10. Monteer de aftapplug en draai deze vast. 11. Vul het reservoir met ongeveer 7 liter Dexron IIl ATF. 1.
De remmen controleren 7. Schroef het filter erop totdat de pakking contact maakt met de bevestigingsplaat; draai het filter vervolgens nog eens een 1/2 slag. De remmen zijn van essentieel belang voor een veilig gebruik van de spuitmachine. De remmen moeten om de 100 bedrijfsuren worden gecontroleerd. Hierbij gaat u als volgt te werk. 8. Start de motor en laat deze ongeveer 2 minuten lopen om lucht uit het systeem te verwijderen.
Toespoor voorwiel afstellen 5. Als deze afstand buiten het gespecificeerde bereik valt, moet u de contramoeren aan beide uiteinden van de trekstangen losdraaien (Fig. 49). Het toespoor van het voorwiel moet u om de 100 bedrijfsuren of jaarlijks controleren, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Het toespoor moet 0 tot 6 mm zijn. 1 2 1. Vul de tank met ongeveer 303 liter water. 1 2. Alle banden controleren en op spanning brengen; zie Bandenspanning controleren, blz. 15. 3.
Onderhoud van de drijfriem Riem van stuurpomp Drijfriem controleren De spanning van de riem van de stuurpomp moet na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 100 bedrijfsuren. De riem moet een speling hebben van 5 mm als u halverwege op de riem drukt met een kracht van 22 N. De conditie en de spanning van de drijfriem moeten na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 200 bedrijfsuren. 1.
Bougies vervangen Bougies controleren Vervang de bougies om de 200 bedrijfsuren. Controleer of de elektrodenafstand correct is voordat u de bougies monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougies en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. 1. Bekijk de binnenkant van de bougies (Fig. 53). Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter.
Zekeringen vervangen Onderhoud van de accu Er zijn 2 zekeringen en 2 lege sleuven in het elektrische systeem. Deze bevinden zich onder de bestuurdersstoel (Fig. 54). Elektrisch systeem 30 A Spuitsysteem 10 A Open 20 A Open 30 A Waarschuwing CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
Zuurpeil controleren 4. Maak de minkabel (zwart) los van de accupool. Controleer het peil van het accuzuur om de 50 bedrijfsuren of om de 30 dagen, wanneer de machine is opgeslagen. Waarschuwing 1. Draai de knoppen aan beide zijden van de accubak los en verwijder het accudeksel (Fig. 55). Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de spuitmachine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken.
4. Reinig de zuigkorf met schoon stromend water. Waarschuwing 5. Plaats de zuigkorf volledig terug in het gat. Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 6. Sluit de slang aan op de bovenkant van de tank en zet deze vast met de borgveer. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Vloeistofstroommeter reinigen Soms zult u de vloeistofstroommeter moeten reinigen om een verstopping te verwijderen.
Opslag E. Choke de motor. 1. Parkeer de spuitmachine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de pomp uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. G. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften. 2. Verwijder vuil en vet van de gehele machine, inclusief de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en het ventilatorhuis.
Storingen, oorzaak en remedie Problemen met de motor en de machine verhelpen Probleem De startmotor slaat niet aan. De motor draait, maar start t t niet. i t De motor start, maar blijft j niet lopen. Mogelijke oorzaken Remedie 1. De schakelhendel staat in de versnelling en niet in de neutraalstand. 1. Trap het rempedaal in en zet de schakelhendel in de neutraalstand. 2. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 2. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken.
Probleem De motor loopt, maar klopt of hapert. Motor loopt niet stationair. De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaken Remedie 1. Vuil, water of oude benzine in het brandstofsysteem. 1. Tap de brandstof af uit de brandstoftank en spoel deze schoon. Vul de tank met verse brandstof. 2. Een bougiekabel zit los. 2. Kabel op bougie aansluiten. 3. Een bougie is defect. 3. Bougie vervangen. 4. Losse kabels of slechte aansluitingen. 4. Controleer de kabelaansluitingen en zet deze vast. 5.
Probleem De motor verliest vermogen. g Mogelijke oorzaken Remedie 1. Verkeerd oliepeil in het carter. 1. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de VOL-markering bereikt. 2. Het luchtfilterelement is vuil. 2. Reinigen of vervangen. 3. Vuil, water of oude benzine in het brandstofsysteem. 3. Tap de brandstof af uit de brandstoftank en spoel deze schoon. Vul de tank met verse brandstof. 4. De motor is oververhit. 4. Zie De motor raakt oververhit. 5. Een bougie is beschadigd of vuil. 5.
Problemen met het spuitsysteem verhelpen Probleem Een spuitboom werkt niet. Mogelijke oorzaken Remedie 1. De elektrische aansluiting op de klep van de spuitboom is vuil of los. 1. De klep met de hand uitschakelen. De elektrische connector op de klep losmaken en alle kabels reinigen; daarna de elektrische connector weer aansluiten. 2. Zekering is doorgebrand. 2. De zekeringen controleren en indien nodig vervangen. 3. Slang is bekneld. 3. Slang repareren of vervangen. 4.
Problemen met de Spray Pro-monitor Probleem De monitor werkt niet. Mogelijke oorzaken Remedie 1. De kabel van de monitor zit los of is niet aangesloten. 1. De kabel van de monitor aansluiten. 2. De monitor of de kabel is beschadigd. 2. Neem contact op met een erkende Service Dealer. 1. De kabel van de monitor zit los. 1. De kabel van de monitor aansluiten. 2. De snelheidssensor is niet correct gekalibreerd. 2. De snelheidssensor kalibreren. 3. De snelheidssensor is beschadigd. 3.
Probleem Mogelijke oorzaken Remedie De getoonde maten kloppen niet. 1. De maateenheden zijn ingesteld op een ander systeem dan u verwacht. 1. Maateenheden controleren om er zeker van te zijn dat deze correct zijn ingesteld. Op de monitor verschijnt “OFL.” 1. De gegevens hebben het toegestane maximum overschreden. 1. Houd de [Reset] knop ingedrukt om de monitor leeg te maken.