Form No. 3406-851 Rev B Groundsmaster® 4300-D tractie-eenheid Modelnr.: 30864—Serienr.: 316000501 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. Het model- en serienummer bevinden zich op een plaatje dat zich links op het frame onder de voetsteun bevindt. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.
Inhoud Smering ............................................................... 43 Lagers en lagerbussen smeren......................... 43 Onderhoud motor ................................................ 45 Veiligheid van de motor..................................... 45 Onderhoud van het luchtfilter ............................ 45 Motorolie verversen .......................................... 46 Onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en roetfilter.........................................
Veiligheid Geluidsdruk Deze machine oefent een geluidsdruk van 93 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013 en B71.4-2012 van het ANSI (American National Standards Institute). De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in EN ISO 5395:2013. Algemene veiligheid VOORZICHTIG Dit product kan handen of voeten afsnijden en voorwerpen uitwerpen.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal93-6681 93-6681 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd, ventilator – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decal106-6755 106-6755 decal93-6689 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 93-6689 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2.
decal117-2718 117-2718 decal117-4764 117-4764 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. decal117-0169 117-0169 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9.
decal104-1086 104-1086 1. Maaihoogte decal133-2930 133-2930 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; gebruik deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 4. De machine kan kantelen – Verminder dus uw snelheid voordat u een bocht neemt; maak geen bocht bij een hoge snelheid; de maaidekken moeten altijd neergelaten zijn als u op een helling rijdt; draag altijd een veiligheidsgordel. 2. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 5.
decal133-2931 133-2931 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; gebruik deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 4. De machine kan kantelen – Rijd nooit van of dwars op hellingen met een hellingshoek groter dan 15 graden; de maaidekken moeten altijd neergelaten zijn als u op een helling rijdt; draag altijd een veiligheidsgordel. 2. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 5.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 Geen onderdelen vereist – De stand van de bedieningsarm aanpassen. 2 3 4 5 Geen onderdelen vereist – De transportblokken en -pennen verwijderen. Geen onderdelen vereist – De rolschrapers afstellen (optioneel). Geen onderdelen vereist – De mulchplaat installeren (optioneel). Geen onderdelen vereist – De machine gebruiksklaar maken.
2. Draai de bedieningsarm in de gewenste positie en zet de 2 bouten weer vast. 2 2. Schuif de schraper omhoog of omlaag tot er een opening van 0,5 tot 1 mm is tussen de stang en de rol. 3. Bevestig de smeernippels en schroef deze vast met 41 N∙m. Schroef beide onderdelen om de beurt steeds een klein stukje verder vast. De transportblokken en -pennen verwijderen 4 De mulchplaat installeren (optioneel) Geen onderdelen vereist Procedure 1. 2.
Algemeen overzicht van de machine 5 De machine gebruiksklaar maken Bedieningsorganen Parkeerrem Geen onderdelen vereist Om de parkeerrem in werking te stellen, (Figuur 5) moet u het rempedaal intrappen en de bovenkant naar voren drukken om het te vergrendelen. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het rempedaal in totdat de vergrendeling van de parkeerrem wordt ingetrokken. De bandenspanning controleren Controleer vóór gebruik de bandenspanning; zie De bandenspanning controleren (bladz. 22).
kunt u de maaisnelheid met ongeveer 0,8 km/u wijzigen. Hoe meer afstandsstukken u plaatst, des te lager zal de maaisnelheid zijn. Om de machine in de transportstand te zetten, klapt u de snelheidsbegrenzer terug en kunt u met de maximale transportsnelheid rijden. maaidekken in de maaistand zijn gezet. Als u met de dekken omlaag begint en de aftakasaandrijving en de begrenzer voor maaisnelheid in werking zijn, schakelt deze hendel de dekken in.
Het InfoCenter lcd-scherm gebruiken Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie over uw machine, onder meer de bedrijfsstatus en allerlei diagnostische informatie (Figuur 10). Het InfoCenter beschikt over een welkomstscherm en hoofdscherm. U kunt te allen tijde heen en weer gaan tussen het welkomstscherm en het hoofdscherm door een willekeurige welke knop in het InfoCenter te bedienen en dan op de richtingspijl te drukken. g031682 Figuur 8 1.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter SERVICE DUE Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.
De menu's gebruiken Druk in het hoofdscherm op de menuknop om naar het InfoCenter menusysteem te gaan. U gaat naar het hoofdmenu. Raadpleeg de volgende tabellen voor een overzicht van de opties die u hebt in de menu's: Hi/Low Range Geeft de invoer, bepalende factoren en uitvoer voor het rijden in de transportmodus aan. PTO Geeft de invoer, bepalende factoren en uitvoer voor het inschakelen van het aftakascircuit aan.
Beveiligde menu's Er zijn 2 aanpasbare instellingen in het menu Settings van het InfoCenter: auto idle time delay en counterbalance. Gebruik het beveiligde menu om deze instellingen te vergrendelen. Opmerking: Bij levering van de machine is de oorspronkelijke code geprogrammeerd door uw distributeur. Toegang tot de beveiligde menu's Opmerking: De standaard PIN-code van de machine is 0000 of 1234.
De instellingen van het beveiligde menu weergeven en veranderen 1. Scroll in het beveiligde menu naar beneden tot u Instellingen beveiligen ziet. 2. Om de instellingen te bekijken en veranderen zonder een PIN-code in te voeren, zet u met de rechterknop Instellingen beveiligen op UIT. 3. Om de instellingen te bekijken en veranderen met een PIN-code, stelt u met de linkerknop Instellingen beveiligen in op AAN. Stel vervolgens de PIN-code in, en draai het contactsleuteltje UIT en daarna weer AAN.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Brandstofveiligheid Gebruiksaanwijzing GEVAAR Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Voor gebruik • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
• Bewaar de brandstof nooit in vaten die van binnen machine dan met een draagbaar vat in plaats van met een vulpistool. • • Houd het vulpistool in contact met de rand van de benzinetank of het vat tot het tanken voltooid is. Gebruik geen vergrendeling voor het vulpistool. verzinkt zijn. Voeg geen additieven toe aan de brandstof. Diesel • Als u brandstof morst op uw kleding dient u zich Cetaangetal: 45 of hoger onmiddellijk om te kleden.
• Gebruik B5 (biodieselinhoud 5%) of mengsels met • • • Opmerking: Vul de brandstoftank tot 6 tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis. een lager percentage in koud weer. Controleer afdichtingen, slangen en pakkingen, die in contact met brandstof komen, omdat zij in de loop der tijd hierdoor kunnen worden aangetast. De kans bestaat dat een brandstoffilter na verloop van tijd verstopt raakt, nadat u bent overgestapt op een biodieselmengsel.
De maaihoogte instellen Belangrijk: Dit maaidek maait vaak ongeveer 6 mm lager dan een messenkooimaaier met dezelfde instelling. Mogelijk moet u de instelling van het maaidek met draaiende messen 6 mm hoger instellen dan de instelling van een messenkooimaaier in hetzelfde gebied. g026184 Figuur 16 Belangrijk: U kunt beter bij de achterste maaidekken door het maaidek van de tractor te verwijderen.
3. 4. Opmerking: Als de motor aanslaat, is er een Eigenschappen: defect in het veiligheidssysteem. Verhelp dit defect voordat u de machine gebruikt. • De verspreiding blijft gelijkmatiger bij lagere Draai het contactsleuteltje op AAN, sta recht uit de stoel en zet de schakelaar van de aftakas naar de stand AAN. • Voert minder afval naar links waardoor het terrein Opmerking: De aftakas mag niet in werking • Minder vermogen nodig bij lagere maaistanden komen.
g021272 Figuur 17 1. Diagnoselampje Werktuigen kiezen Optionele apparatuurconfiguraties Mes met gehoekte wiek Mes met parallelle hoge wiek (Niet gebruiken met de mulchplaat) Mulchplaat Rolschraper Gras maaien: maaihoogte van 1,9 tot 4,4 cm Aanbevolen voor de meeste toepassingen Kan goede resultaten opleveren bij schraal of dun gras.
Voordelen Gelijkmatige afvoer bij lage maaihoogte. Terrein rond bunkers en fairways ziet er beter verzorgd uit. Zet gras beter rechtop en heeft een hogere afvoersnelheid. Dun of slap gras wordt opgenomen bij hoge maaistand. Kan verspreiding en uiterlijk van gazon verbeteren bij bepaalde maaiwerkzaamheden. Zeer goed voor bladmulchen. Minder vermogen nodig. Vochtig of aankoekend maaisel wordt op effectieve wijze afgevoerd. Nadelen Zet het gras niet goed rechtop in toepassingen met een hoge maaihoogte.
Tijdens gebruik • Veiligheid tijdens het werk • Algemene veiligheid • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk • • • • • • • • • • • • • • voor ongelukken die hem/haar letsel kunnen toebrengen of materiële schade kunnen veroorzaken, en hij kan zulke ongelukken en beschadigingen voorkomen. Draag geschikte kleding, zoals oogbescherming en gripvaste, stevige schoenen. Draag lang haar niet los en draag geen juwelen.
De machine veilig gebruiken op hellingen zet de schakelaar van het motortoerental op en laat de motor op een laag stationair toerental lopen. LAAG STATIONAIR • Verminder uw snelheid en wees extra voorzichtig Belangrijk: Laat de motor 5 minuten op hellingen. Rij op hellingen in de aanbevolen richting. De toestand van het gras kan van invloed zijn op de stabiliteit van de machine. Vermijd starten, stoppen of bochten maken op een helling.
Regeneratie van het DPF Belangrijk: Minimaliseer de tijd dat de motor stationair loopt, of dat u de machine op een laag toerental laat lopen, om de opbouw van roet in het filter te beperken. Het dieselparticulaarfilter (DPF) is een onderdeel van het uitlaatsysteem. De oxidatie-katalysator van het DPF vermindert de hoeveelheid schadelijke gassen en het roetfilter vangt het roet in de uitlaatgassen op.
As-opbouw in het DPF • Als er een zekere hoeveelheid as is opgebouwd in het DPF stuurt de computer van de motor deze informatie naar het InfoCenter als een bestuurdersadvies of een motorstoring. • De lichtere as wordt via het uitlaatsysteem naar buiten geblazen, de zwaardere as bouwt zich op in het in roetfilter. • Dit bestuurdersadvies en de storingsmelding • Deze as is een overblijfsel van het geven aan dat het DPF onderhoud nodig heeft. regeneratieproces.
Soorten DPF-regeneratie DPF-regeneratie terwijl de machine in bedrijf is: Soort regeneratie Wanneer Proces Passief Gedurende normaal bedrijf van de machine, bij een hoog toerental of hoge motorbelasting Het InfoCenter toont geen pictogram tijdens passieve regeneratie. Tijdens de passieve regeneratie gebruikt het DPF de hete uitlaatgassen voor het oxideren van schadelijke uitstoot en het verbranden van roet tot as. Zie Passieve regeneratie van het DPF (bladz. 32).
Voor de onderstaande soorten regeneratie moet de machine worden geparkeerd: (cont'd.) Soort regeneratie Wanneer Proces Recovery/herstel Is nodig als het verzoek om geparkeerde regeneratie niet is opgevolgd, het verdere gebruik leidt tot nog meer roetopbouw in het DPF dat al geparkeerde regeneratie nodig heeft. Als het herstel regeneratie pictogram wordt weergegeven op het InfoCenter is herstel regeneratie nodig.
Reset regeneratie Geparkeerde regeneratie g214713 g214711 Figuur 26 Pictogram verzoek geparkeerde regeneratie Figuur 25 Pictogram ondersteunde/reset regeneratie • Het pictogram verzoek geparkeerde regeneratie • Het pictogram ondersteunde/reset regeneratie verschijnt op het InfoCenter (Figuur 26). verschijnt op het InfoCenter (Figuur 25).
7. Zet de gashendel op LAAG STATIONAIR . Uitvoeren van een geparkeerde regeneratie Opmerking: Voor informatie over het openen van beveiligde menu's, zie Toegang tot de beveiligde menu's (bladz. 17). 1. Open het beveiligde menu en ontgrendel het beschermde submenu met instellingen (Figuur 28), zie Toegang tot de beveiligde menu's (bladz. 17). g212138 Figuur 30 4. g028523 Als het bericht “Initiate DPF Regen. Are you sure?” (DPF regeneratie starten.
g211986 g212405 Figuur 32 6. Figuur 34 Zet de gashendel op LAAG STATIONAIR en druk op de middelste knop (Figuur 33). B. Daarna “Waiting on ” (Figuur 35). g212406 Figuur 35 g212372 Figuur 33 7. C. De volgende berichten worden getoond als de geparkeerde regeneratie begint: A. “Initiating DPF Regen.” (Figuur 34). De computer bepaalt of de regeneratie wordt uitgevoerd. Een van de volgende berichten verschijnt op het InfoCenter: • Als regeneratie mogelijk is verschijnt “Regen Initiated.
De motor is koud - wachten. De motor is warm - wachten. De motor is heet - regeneratie wordt uitgevoerd (percentage voltooid). 9. g213424 De geparkeerde regeneratie is voltooid als het bericht “Regen Complete” op het InfoCenter verschijnt. Druk op de linkerknop om het Home-scherm te verlaten (Figuur 38). Figuur 36 • Als de motorcomputer de regeneratie niet toestaat verschijnt “DPF Regen Not Allowed” op het InfoCenter (Figuur 37).
• Voer een herstel regeneratie uit als het • • Als het gras inscheurt of kapot wordt getrokken, wordt het bruin aan de punten, waardoor het gras minder goed groeit en vatbaarder wordt voor ziekten. Controleer altijd of het mes in een goede conditie is en de wiek volledig aanwezig is. motorvermogen lager wordt en geparkeerde regeneratie niet voldoende is om het roet uit het DPF te branden. Herstel regeneratie kan tot 4 uur duren.
Na gebruik De bevestigingspunten zoeken Veiligheid na het werk • Voorkant van de machine : de opening in het rechthoekige blok, onder de asbuis, aan de binnenzijde van beide voorwielen (Figuur 40). Algemene veiligheid • Verwijder gras en vuil van de maaidekken, de aandrijvingen, de geluiddempers en de motor om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op. • Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep is gesloten als u de machine stalt of transporteert.
De machine duwen of slepen De machine transporteren In noodgevallen kan de machine vooruit worden bewogen door de omloopklep in de regelbare hydraulische pomp in werking te stellen en de machine te duwen of te slepen. • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt. het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker– en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Na de eerste 10 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • Draai de wielmoeren vast met een torsie van 94 tot 122 N·m. • Draai de wielmoeren vast met een torsie van 94 tot 122 N·m. • Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo controleren. • • • • • Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de bandenspanning.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Gecontroleerde item Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Werking van interlockschakelaars controleren. Werking van de remmen controleren. Het peil van de motorolie en de brandstof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Controleer de blokkage-indicator van het luchtfilter. Radiator en scherm controleren op rommel. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Opmerking: Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Onderhoudsschema decal125-2927 Figuur 43 VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
Smering zijn geworden. Laat deze onderdelen eerst afkoelen voordat u ze afstelt of er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden op uitvoert. Lagers en lagerbussen smeren • Plaats de machine en/of onderdelen ervan op assteunen indien dit nodig is. • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren • Neem contact op met uw Toro verdeler als er De machine is voorzien van smeerpunten die u regelmatig moet smeren met nr. 2 lithium vet.
g004169 Figuur 50 • Kogelverbindingen van stuurcilinder (2) en g011613 Figuur 47 achteras (1) (Figuur 51) • As van draaipunt van hefarmen (1 elk) (Figuur 48) g004157 Figuur 48 • Trekstang van achteras (2) (Figuur 49) g011614 Figuur 51 • Rempedaal (1) (Figuur 52) g011615 Figuur 52 • Lagers van spilas van maaidek (2 per maaidek) (Figuur 53) g003987 Opmerking: U kunt beide smeernippels gebruiken: kies de nippel die het makkelijkst te bereiken is.
Onderhoud motor Veiligheid van de motor U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. Onderhoud van het luchtfilter g008906 Figuur 53 Controleer het gehele luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse slangklemmen. Gebruik geen beschadigd luchtfilter. • Lagers van achterrol (2 per maaidek) (Figuur 54) Geef het luchtfilter uitsluitend een onderhoudsbeurt als de onderhoudsindicator dit aangeeft.
Motorolie verversen Olie specificaties Gebruik hoogwaardige motorolie met een laag asgehalte, die aan de volgende specificaties voldoet: • API service category CJ-4 of hoger • ACEA service category E6 • JASO service category DH-2 g031560 Belangrijk: Het gebruik van motorolie die niet voldoet aan API CJ-4 of hoger, ACEA E6, of JASO DH-2 kan leiden tot verstopping van het DPF of motorschade.
Olievolume in het carter Ongeveer 5,2 liter inclusief het filter. Motorolie verversen en filter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren g031558 g031564 g031256 Figuur 56 Belangrijk: Zorg ervoor dat het oliepeil tussen de markeringen voor het minimum- en het maximumpeil op de peilstok staat. De motor kan defect raken als er te veel of te weinig olie in het carter is. g031400 Figuur 57 Belangrijk: Draai het filter niet te vast.
Onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en roetfilter 3. Onderhoudsinterval: Om de 6000 bedrijfsuren Maak het roetfilter schoon als motorstoring SPN 3720 FMI 16, SPN 3720 FMI 0, of SPN 3720 FMI 16 op het InfoCenter verschijnt. • Als advies ADVISORY 179 op het InfoCenter verschijnt is het DPF binnenkort toe aan onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en het roetfilter.
Onderhoud van de waterafscheider Onderhoud brandstofsysteem Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren—Brandstoffilterbus vervangen. Onderhoud van het brandstoffilter Bij elk gebruik of dagelijks—Verwijder dagelijks water of ander vuil uit de waterafscheider. Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Het brandstoffilter moet om de 400 bedrijfsuren worden vervangen. 1. Maak de omgeving van de kop van het brandstoffilter schoon (Figuur 60). g031561 g021576 Figuur 60 1. Kop van brandstoffilter 2.
Onderhoud van brandstofsysteem Onderhoud elektrisch systeem Brandstof aftappen uit de brandstoftank Veiligheid van het elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de Vóór de stalling machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool.
Om de accu te reinigen, moet u de hele accubak wassen met een oplossing van natriumbicarbonaat en water. Omspoelen met schoon water. Smeer een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro onderdeelnr. 505-47) of vaseline op de accupolen en de kabelklemmen om corrosie te voorkomen. Accu opladen WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. g021219 Rook niet in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Figuur 62 1.
6. Onderhoud aandrijfsysteem Zodra de accu volledig is opgeladen, maakt u de acculader los van de voeding en maakt u vervolgens de oplaadkabels los van de accuklemmen (Figuur 64). De tractieaandrijving afstellen voor de neutraalstand De machine mag niet kruipen als het tractiepedaal niet is ingetrapt. Als de machine kruipt, moet u de tractieaandrijving als volgt afstellen: 1. Plaats de machine op een vlakke ondergrond, draai het contactsleuteltje op UIT en breng de maaidekken omlaag tot op de grond. 2.
WAARSCHUWING De motor moet lopen zodat een laatste afstelling van de afstelnok van de tractie kan worden uitgevoerd. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. 5. 6. 7. 4. Meet de afstand bij de voorkant en achterkant van de achterwielen ter hoogte van de as. 5. Draai het contactsleuteltje op AAN, start de motor en draai de zeskantige moer van de nok in een van beide richtingen tot de wielen stoppen met draaien. Draai de borgmoer vast om de afstelling te borgen.
Onderhoud koelsysteem GEVAAR Draaiende ventilators en lopende drijfriemen kunnen letsel veroorzaken. Veiligheid van het koelsysteem • Gebruik de machine nooit zonder dat de kappen zijn geplaatst. • Houd vingers, handen en kleding uit de buurt van een draaiende ventilator en drijfriem. VOORZICHTIG Als u hete, onder druk staande koelvloeistof over u heen krijgt of in aanraking komt met een hete radiateur of omliggende delen, kunt u ernstige brandwonden oplopen.
Het koelsysteem reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Verwijder dagelijks het vuil van het scherm en de radiateur/oliekoeler (vaker bij gebruik in vuile omstandigheden). Om de 100 bedrijfsuren—Slangen van koelsysteem controleren. Om de 2 jaar—Koelsysteem schoonspoelen en koelvloeistof vervangen. Verwijder dagelijks het vuil van het scherm en de radiateur/oliekoeler (vaker reinigen in vuile omstandigheden). 1. Draai het contactsleuteltje op UIT en verwijder het sleuteltje. 2.
Onderhouden remmen stellen. Zorg ervoor dat de kabelgeleiding niet draait tijdens het vastdraaien. Parkeerremmen afstellen Parkeerremvergrendeling afstellen Stel de remmen af als de rempedaal meer dan 25 mm speling heeft (Figuur 70), of als er meer remkracht nodig is. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. Als de parkeerrem niet werkt of vergrendelt, moet de pal van de parkeerrem worden afgesteld. 1.
Onderhoud riemen Onderhoud hydraulisch systeem Onderhoud van de riem van Veiligheid van het de wisselstroomdynamo Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren hydraulische systeem Om de 100 bedrijfsuren 1. 2. WAARSCHUWING Bij een correcte spanning heeft de riem een speling van 10 mm als u halverwege tussen de poelies op de riem drukt met een kracht van 4,5 kg. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
materiaaleigenschappen en industriespecificaties: We raden af een synthetische vloeistof te gebruiken. Vraag uw smeermiddelenleverancier naar een geschikt product. Opmerking: Toro aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen. 1.
Hydraulische filters vervangen Als de vloeistof verontreinigd raakt, moet u contact opnemen met uw plaatselijke Toro dealer omdat het systeem dient te worden schoongespoeld. Verontreinigde vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit. 1. Zet de motor af en til de motorkap op om de motor en de hydraulische vloeistof te laten afkoelen. 2. Plaats een grote opvangbak onder de fitting aan de onderzijde van het hydraulische reservoir (Figuur 75).
De druk in het hydraulische systeem testen. De testpoorten worden gebruikt om de druk in de hydraulische circuits te testen. Neem contact op met uw Toro dealer als u hulp nodig hebt. g031625 Functies van de hydraulische solenoïdeklep Raadpleeg onderstaande lijst voor een beschrijving van de verschillende functies van de solenoïdes in het verdeelstuk van het hydraulische systeem. Elke solenoïde moet worden geactiveerd om een functie in te schakelen. Solenoïde g031621 Figuur 77 3.
De maaidekken aan de tractie-eenheid bevestigen Onderhoud van het maaidek Het maaidek van de tractie-eenheid verwijderen 1. 2. Plaats de machine op een vlakke ondergrond, laat de maaidekken op de grond zakken, draai het contactsleuteltje op UIT en stel de parkeerrem in werking. Ontkoppel de hydraulische motor en verwijder deze van het dek (Figuur 78). Bedek de bovenzijde van de as zodat deze niet vuil wordt. 1. Plaats de machine op een vlakke ondergrond en draai het contactsleuteltje op UIT. 2.
5. Stalling Vervang beschadigde onderdelen en zet de rolconstructie weer in elkaar. Voorbereidingen voor stalling De voorrol monteren 1. Druk het eerste lager in de rolbehuizing (Figuur 80). Druk alleen op het buitenste loopvlak of druk evenwijdig op het binnen- en buitenloopvlak. 2. Plaats het afstandsstuk (Figuur 80). 3. Druk het tweede lager in de rolbehuizing (Figuur 80) en druk evenwijdig op het binnenen buitenloopvlak totdat het binnenloopvlak in contact komt met het afstandsstuk. 1.
6. Tap alle brandstof goed af uit de brandstoftank, de brandstofleidingen en het brandstoffilter/waterafscheider. 7. Spoel de brandstoftank om met verse, schone dieselbrandstof. 8. Zet alle onderdelen van het brandstofsysteem weer goed vast. 9. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig worden gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. 10. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. 11.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.