Form No. 3352-755 Rev - Groundsmaster® 4500-D tractie-eenheid Modelnr.: 30856—Serienr. 250000001 og højere Registreer uw product op www.Toro.
Waarschuwing Veilige bediening Toro zitmaaiers ............................ 8 Geluidsdruk ........................................ 9 Geluidsniveau...................................... 9 Trillingsniveau ..................................... 9 Veiligheids- en instructiestickers ..................................... 10 Montage ........................................................... 15 1 Stoel, veiligheidsgordel en koker voor de Gebruikershandleiding monteren ..........................
Onderhoud van het luchtfilter ............ 40 Motorolie verversen en filter vervangen.......................... 42 De gashendel afstellen ....................... 42 Onderhoud brandstofsysteem ................... 43 Brandstoftank ................................... 43 Brandstofleidingen en -verbindingen .................... 43 Waterafscheider................................. 43 Brandstoffilter vervangen .................. 44 Rooster van brandstofaanzuigbuis ...................................
Modelnr.: Serienr.: Deze handleiding noemt een aantal mogelijke gevaren en bevat een aantal veiligheidsberichten (Figuur 2) met de volgende veiligheidssymbolen, die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen. Figuur 2 1. Veiligheidssymbool Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen.
Veiligheid • Elke bestuurder en monteur moet ervoor zorgen dat hij of zij professionele en praktische instructie krijgt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van de gebruikers. Bij een dergelijke instructie moet de nadruk liggen op: Deze machine voldoet minstens aan CEN-norm EN 836:1997 (als de correcte stickers zijn aangebracht) en de B71.
brandstoftank verwijderen of brandstof bijvullen als de motor loopt of heet is. – Gebruik contragewicht(en) of wielgewichten, als dit in de gebruikershandleiding wordt geadviseerd. – Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder de machine dan uit de buurt van de plek waar is gemorst, en voorkom elke vorm van open vuur of vonken totdat de brandstofdampen volledig zijn verdwenen. • Let op kuilen in het terrein en andere verborgen gevaren.
• • • • • • • • – voordat u de maaihoogte instelt, tenzij die vanaf de bestuurderspositie kan worden ingesteld. – voordat u verstoppingen verwijdert; – voordat u de maaimachine gaat controleren, schoonmaken of werkzaamheden daaraan gaat verrichten; – als u een vreemd voorwerp heeft geraakt of de machine abnormaal begint te trillen. Controleer de maaimachine op beschadigingen en voer alle benodigde reparaties uit alvorens deze weer te gebruiken. Zet de gashendel terug terwijl de motor uitloopt.
• Houd uw handen en voeten uit de buurt van bewegende onderdelen. Stel indien mogelijk de machine niet af terwijl de motor loopt. • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte; doe dit niet in de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u deze aansluit op of losmaakt van de accu. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap. • Neem plaats op de bestuurdersstoel alvorens de motor te starten. • Let goed op als u het voertuig gebruikt.
moet u stoppen met maaien. Onvoorzichtig gebruik in combinatie met de hoeken van het terrein, afkaatsingen en verkeerd geplaatste schermen kunnen leiden tot letsel als gevolg van uitgeworpen voorwerpen. Ga pas verder met maaien als er niets of niemand meer in het maaigebied is. komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 104-0131 1. Raadpleeg de Gebruikershandleiding. 105-3888 1. Raadpleeg de Gebruikershandleiding. 2. Om de parkeerrem te vergrendelen, moet u de rempedalen aan elkaar vastzetten met de borgpen, de rempedalen intrappen en de knop van de parkeerrem omhoogtrekken. 3.
105-7506 1. Raadpleeg de Gebruikershandleiding. 2. Motor – Stoppen 3. AAN 4. Motor – Voorgloeien 5. Motor – Starten 105-9223 (aanbrengen op onderdeelnr. 105-38890 conform EU-voorschriften) 1. 2. 3. Waarschuwing – Raadpleeg de Gebruikershandleiding.
93-6686 105-9830 1. Hydraulische vloeistof (aanbrengen conform EU-voorschriften) 1. Vergrendelen 2. 2. Raadpleeg de Gebruikershandleiding. Ontgrendelen 105-3889 105-8507 1. Input 2. Wetten 3. Hoge temperatuur 4. 5. 6. In stoel Aftakasschakelaar Parkeerrem buiten werking 7. Neutraalstand 8. Output 9. Aftakas 12 10. 11. 12.
107-1983 (aanbrengen op onderdeelnr. 105-3889 conform EU-voorschriften) 1. Waarschuwing – Raadpleeg de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Vergrendel de parkeerrem, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact alvorens de machine te verlaten. 3. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 4. Handen of voeten kunnen worden gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 5.
105-9895 14
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Stap Hoeveelheid Omschrijving 1 Stoel, model 30398 (wordt afzonderlijk verkocht) Zweefstoel, model 30395 (wordt afzonderlijk verkocht) Veiligheidsgordel Tapbout 7/16-20 x 1 inch Borgring, 7/16 inch Koker voor de Gebruikershandleiding R-klem 2 Gebruik 1 1 1 2 2 1 2 Monteer de stoel, de veiligheidsgordel en de koker voor de Gebruikershandleiding. Geen onderdelen vereist – Smeer de machine.
1 2 Stoel, veiligheidsgordel en koker voor de Gebruikershandleiding monteren De machine smeren Benodigde onderdelen voor deze stap: Voordat de machine wordt gebruikt, moet deze worden gesmeerd, zodat een goede smering is gewaarborgd. Zie Smering, blz. 39. Als de machine niet goed is gesmeerd, kunnen belangrijke onderdelen hierdoor voortijdig slijten of defect raken.
4 Handleidingen lezen en video bekijken Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 1 1 1 1 Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding van motor Onderdelencatalogus Instructievideo Controlelijst voor levering Procedure 1. Gelieve deze handleidingen te lezen. 2. Bekijk de gebruikersvideo. 3. Bewaar het documentatiemateriaal op een veilige plaats.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 3 1. Stuurwiel 2. Remmen 3. Maaidek 4. 5. 6. Tractiepedaal Koker voor de Gebruikershandleiding Kap/motorcompartiment 7. Omkiepbeveiliging Bedieningsorganen Rijsnelheidsregelaar, vooruit Tractiepedaal Door de rijsnelheidregelaar van de Vooruit (Figuur 4) in te stellen, kunt u de afstand begrenzen die het tractiepedaal kan worden ingetrapt om voorwaarts bij een constante snelheid te blijven maaien.
Belangrijk: De schroef van de snelheidsbegrenzer moet het tractiepedaal tegenhouden voordat de pomp een volledige slag aflegt, omdat anders de pomp schade kan oplopen. Figuur 5 1. 3. Contactschakelaar 4. Waarschuwingslampje oliedruk 7. 2. Schroef van snelheidsbegrenzer Achteruit Rempedalen Figuur 4 1. Tractiepedaal 5. 2. Rijsnelheidsregelaar vooruit 6.
u de pedalen met de borgpen en trekt u de vergrendeling voor de parkeerrem uit. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u beide pedalen in totdat de vergrendeling van de parkeerrem wordt ingetrokken. werktuig of de messen van het maaidek te starten. Duw de schakelaar naar achteren op UIT om de werktuigen uit te schakelen. Gashendel Met deze schakelaar (Figuur 7) kunt het toerentalbereik vergroten voor het transport van de machine. De maaidekken zullen niet werken in het hoge toerentalbereik.
Gewicht (met maaidekken en zonder vloeistoffen) Figuur 9 Motor Kubota, watergekoelde viercilinder turbo-viertaktdieselmotor, cilinderinhoud 2 l. Afgeregeld op 58 pk @ 2600 tpm, Compressieverhouding 23:1. Laag stationair-1300 tpm, hoog stationair-2800 tpm Olie-inhoud 7,6 liter met lter. Koelsysteem Brandstofsysteem Capaciteit 10,4 liter voor 50/50 verhouding van ethyleenglycol-antivries. Vervangbaar leidinglter en spin-on brandstoflter/waterafscheider. Capaciteit 79,5 liter voor Nr.
Gebruiksaanwijzing 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Ontgrendel de motorkap en open deze. 3. Verwijder de peilstok uit de buis, veeg deze schoon en plaats de peilstok weer in de buis. Haal de peilstok er weer uit. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Het oliepeil moet altijd tot aan de VOL-markering staan (Figuur 10). Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA.
Brandstoftank vullen 1. Verwijder voorzichtig de doppen van de radiator en de expansietank (Figuur 12). De inhoud van de brandstoftank is 79 liter. 1. Verwijder de dop van de brandstoftank (Figuur 13). Als de motor heeft gelopen, kan de hete koelvloeistof, die onder druk staat, ontsnappen indien de radiatordop wordt verwijderd. Dit kan brandwonden veroorzaken. • Verwijder de radiatordop nooit als de motor loopt.
enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de vloeistoffen die zij aanbevelen. In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken.
Starten en stoppen van de motor 2. Reinig de omgeving van de vulbuis en de dop van de hydraulische tank (Figuur 14). Verwijder de dop van de vulbuis. Motor starten Belangrijk: Het brandstofsysteem moet worden ontlucht indien zich één van de volgende situaties heeft voorgedaan: • De motor is gestopt omdat de brandstof op was. • Er is onderhoud uitgevoerd aan componenten van het brandstofsysteem. 1. Figuur 14 1. Dop van hydraulische tank 2. 3. 3.
De interlockschakelaars controleren controleer op olielekken, losse onderdelen en andere waarneembare problemen. Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand gekomen zijn voordat u controleert op olielekken, losse onderdelen en andere waarneembare defecten. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. • Laat de interlockschakelaars ongemoeid.
dat moet worden verholpen voordat u de machine gaat gebruiken. 4. Neem plaats op de bestuurdersstoel, stel de parkeerrem in werking en start de motor. Zet het tractiepedaal uit de neutraalstand. De motor moet afslaan. Als de motor niet afslaat, is er een defect in het interlocksysteem dat moet worden verholpen voordat u de machine gaat gebruiken. De machine duwen of slepen Figuur 15 1.
Belangrijk: Laat de motor 5 minuten stationair lopen voordat u deze afzet of nadat de machine volledig belast is gebruikt. Hierdoor kan de turbocompressor afkoelen voordat u de motor afzet. Indien u dit nalaat, kunnen er problemen met de turbocompressor ontstaan. Daarom moet u het tractiepedaal naar achteren laten bewegen als het motortoerental afneemt, en het pedaal langzaam intrappen als het toerental stijgt.
De output-circuits stellen niet vast of het output-apparaat correct functioneert, zodat in geval van problemen met de elektrische functies ook de LED’s en de werking van de gewone apparatuur en de kabelboom moeten worden gecontroleerd. Meet de impedantie van het losgekoppelde onderdeel, de impedantie door de kabelboom (loskoppelen bij de SCM), of voer een “test” uit waarbij het desbetreffende onderdeel tijdelijk wordt geactiveerd.
Figuur 17 Opmerking: - Geeft aan dat een circuit is gesloten om massa te maken. - LED AAN O Geeft aan dat een circuit is geopend om massa te maken of is gedeactiveerd - LED UIT. + Geeft aan dat een circuit is geactiveerd (koppelingspoel, solenoïde, of input voor starten) LED AAN. " " Een leeg vakje geeft aan dat de tabel niet van de toepassing is op een circuit.
• Afvoer blijft groter dan bij lagere maaistanden. ophopen op de maaikast, zullen de maairesultaten verslechteren. • Voert minder afval naar links waardoor het terrein er rond bunkers en fairway’s beter verzorgd uitziet. Opmerking: Laat de maaidekken altijd neer op de grond als u de machine parkeert. Dit vermindert de hydraulische belasting van het systeem, beperkt slijtage van onderdelen van het systeem en voorkomt dat de maaidekken per ongeluk worden neergelaten.
Schuinstand van het maaidek TORO adviseert een schuinstand van 7,9 mm. Als de schuinstand meer dan 7,9 mm is, zal dit leiden tot minder benodigd vermogen, grover maaisel en een slechtere maaikwaliteit. Als de schuinstand minder dan 7,9 mm is, zal dit leiden tot meer benodigd vermogen, fijner maaisel en een betere maaikwaliteit.
Conguratie met optionele apparatuur Gelijkmatige afvoer bij lage maaihoogte Pro’s Terrein rond bunkers en fairway’s ziet er beter verzorgd uit Minder vermogen nodig Zet het gras niet goed rechtop bij hoge maaistanden Contra’s Vochtig of aankoekend maaisel heeft de neiging zich op te hopen in de maaikamer, hetgeen leidt tot een slechte maaikwaliteit en meer benodigd vermogen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Draai de wielmoeren aan. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Motorolie verversen en lter vervangen. Na de eerste 200 bedrijfsuren • Ververs de olie van de planeetwielaandrijving. • Ververs de smeerolie in de achteras. • Vervang de hydraulische lters.
Onderhoudsinterval Jaarlijks Om de 2 jaar Onderhoudsprocedure • • • • Controleer de brandstoeidingen en aansluitingen. Vervang het brandstoflter. Ververs de olie van de planeetwielaandrijving. Controleer het toespoor van het achterwiel. • Vervang de Interlockschakelaars. Belangrijk: Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de motor en de Gebruikershandleiding van het maaidek voor verdere onderhoudsprocedures.
Controlelijst dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerde item Voor week van: Ma. Di. Do. Wo. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Het peil van de motorolie en de brandstof controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoflter/waterafscheider aftappen. Indicator voor verstopping in luchtlter controleren. Radiator, oliekoeler en scherm controleren op rommel.
Gecontroleerde item Voor week van: Ma. Di. Do. Wo. Vr. Za. Zo. Vet in alle smeernippels spuiten.2 Beschadigde lak bijwerken. 1. Controleer de gloeibougie en de spuitmonden van de injector, als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt. 2. Onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht de voorgeschreven interval.
Onderhoudsschema Figuur 18 Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Smering Motorkap verwijderen De machine is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren smeren. Lagers en lagerbussen smeren Om beter toegang tot het motorcompartiment te krijgen, kan de motorkap van de tractie-eenheid worden verwijderd. 1.
• Lagers van spilas van maaidek (1 per maaidek) (Figuur 25) Figuur 25 • Lagerbussen van draagarm van maaidek (1 per maaidek) (Figuur 25) Figuur 23 • Lagers van achterrol (2 per maaidek) (Figuur 26) 1. Bovenste nippel op koppelpen Opmerking: Om de vet in verzonken nippels op de rollen te spuiten(Figuur 26), moet u een verloopstuk op de vetspuit plaatsen U kunt het verloopstuk bestellen bij een erkende Toro-dealer, Onderdeelnr. 107-1998.
Geef het luchtfilter uitsluitend een onderhoudsbeurt als de onderhoudsindicator (Figuur 27) dit aangeeft. Als u het luchtfilter vervangt voordat dit nodig is, wordt alleen maar de kans vergroot dat er vuil in de motor komt als het filter wordt verwijderd. Deze reiniging voorkomt dat er rommel in de inlaat terechtkomt als het voorfilter wordt verwijderd. 3. Verwijder en vervang het voorfilter (Figuur 29).
Figuur 31 1. Aftapplug motorolie Figuur 30 2. Verwijder het oliefilter (Figuur 32). Smeer een dun laagje schone olie op de nieuwe filterpakking voordat u deze vastschroeft. Niet te vast draaien. 1. Veiligheidslter 4. Reinig de opening van de vuiluitlaat in het afneembare deksel. Verwijder de rubberen uitlaatklep van het deksel, maak de holte schoon en plaats de klep terug. 5.
brandstofsysteem vervuild raakt of wanneer de machine voor langere tijd gestald gaat worden. Gebruik schone brandstof om de tank uit te spoelen. Brandstoeidingen en -verbindingen Controleer de brandstofleidingen en -verbindingen om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Inspecteer op slijtage, beschadigingen of loszittende verbindingen. Figuur 33 Waterafscheider 1. Gaskabel Verwijder dagelijks water of ander vuil uit de waterafscheider (Figuur 34). 1.
Brandstoflter vervangen Vervang het brandstoffilter (Figuur 35), tussen de brandstoftank en de brandstofpomp om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. 1.
Onderhoud elektrisch systeem Opmerking: Normaal gesproken zal de motor na bovenstaande ontluchtingsprocedure starten. Indien de motor echter niet start, kan er lucht tussen de injectiepomp en de injectors zitten; zie Injectors ontluchten. De accu opladen en aansluiten Injectors ontluchten Waarschuwing Opmerking: Deze procedure mag uitsluitend worden toegepast als het brandstofsysteem is ontlucht met behulp van de normale ontluchtingsprocedures en de motor niet start; zie Brandstofsysteem ontluchten.
3. Sluit een acculader van 3 tot 4 A aan op de accupolen. Laad de accu op gedurende 4 tot 8 uur bij 3–4 A. 6. Om corrosie van de accuklemmen te voorkomen, moet hierop u een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro onderdeelnr. 505-47), petrolatum of dunvloeibare smeerolie aanbrengen. Schuif het rubberen kapje over de pluspool van de accu heen. 4. Als de accu is opgeladen, haalt u de acculader uit het stopcontact en maakt u deze los van de accuklemmen. 7. Plaats het accudeksel.
Opmerking: Controleer de conditie van de accu elke week of om de 50 bedrijfsuren. Zorg ervoor dat de accuklemmen en de gehele accubehuizing schoon zijn omdat een vuile accu langzaam stroom afgeeft. Om de accu te reinigen, moet u deze uit de machine verwijderen en de hele accubak wassen met een oplossing van natriumbicarbonaat en water. Omspoelen met schoon water. Smeer een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro-onderdeelnr. 505-47) of petrolatum op de accupolen en de kabelklemmen om corrosie te voorkomen.
Figuur 41 Figuur 42 1. Controle-/aftapplug 1. Controle-/aftapplug 2. Verwijder de plug op de planeetwielaandrijving (Figuur 41). De olie moet tot aan de onderkant van de opening van de controleplug staan. 2. Plaats een opvangbak onder de naaf, verwijder de plug en laat de olie in de bak lopen. 3. Plaats een andere opvangbak onder de remkast aan de andere kant van het wiel (Figuur 43). 3.
controle-opening in de remkast heeft bereikt. Plaats de plug. 8. Herhaal dit bij de planeetwielaandrijving/remsysteem aan de andere kant. Smeerolie van de achteras controleren Figuur 45 De achteras is in de fabriek gevuld met SAE 85-140 tandwielsmeer. U moet echter het oliepeil controleren voordat u machine voor de eerste keer in gebruik neemt, en daarna om de 400 bedrijfsuren. De inhoud is 2,4 liter. Controleer elke dag op lekkage. 3.
voorwaarts kruipt, of naar achteren als de machine achterwaarts kruipt, totdat de machine niet meer kruipt (Figuur 46). Figuur 47 1. Klem van de trekstang 2. Kogelverbinding van trekstang 3. Draai de klemmen aan beide uiteinden van de trekstangen los (Figuur 47). Figuur 46 1. Pompstang 2. Bedieningshendel van pomp 4. Draai de losgezette kogelverbinding een (1) hele slag naar binnen of naar buiten. Zet de klem vast op het losse uiteinde van de trekstang. 5.
Figuur 48 Figuur 50 1. Sluiting van achterste scherm 1. Oliekoeler 2. Radiator Belangrijk: Als u de radiator of de oliekoeler met water reinigt, kan hierdoor voortijdig corrosie optreden en kunnen onderdelen schade oplopen en kan vuil gaan aankoeken. 2. Draai de vergrendelingen (Figuur 49) waarmee de oliekoeler is bevestigd aan het frame. 4. Kantel de oliekoeler weer in positie. Zet deze met de vergrendelingen vast aan het frame en sluit het scherm.
Figuur 51 1. Remkabel Figuur 52 1. Wisselstroomdynamo B. Draai vervolgens de achterste moer vast om de kabel naar achteren te halen totdat de rempedalen 13 tot 25 mm speling hebben. 2. Bevestigingsbout Onderhoud hydraulisch systeem C. Draai de voorste moeren aan nadat de remmen correct zijn afgesteld. Onderhoud riemen Hydraulische vloeistof verversen Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo Ververs de hydraulische vloeistof in normale omstandigheden om de 800 bedrijfsuren.
Controleer ook op lekkages; zet daarna de motor af. 5. Controleer het vloeistofpeil en vul voldoende vloeistof bij totdat het peil de VOL-markering op de peilstok bereikt. Niet te vol vullen. Hydraulische lters vervangen Vervang de hydraulische filters (2) na de eerste 200 bedrijfsuren. Vervang de hydraulische filters daarna in normale omstandigheden om de 800 bedrijfsuren. Figuur 54 1. Gebruik ter vervanging Toro-filters (Onderdeelnr. 94-2621 op de achterkant (maaidek) van de machine en Onderdeelnr.
Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en verbindingsstukken stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem. Figuur 55 1. Testpoort A (Lading) • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
Figuur 59 1. Testpoort H (Achteruit) 2. Testpoort I (Vooruit) Figuur 57 1. Testpoort D (besturingssys- 2. teem) Testpoort E (hefcircuit) Tegengewicht afstellen Met de schijf voor het tegengewicht (Figuur 60) kan de druk in het tegengewichtcircuit worden ingesteld. De aanbevolen druk voor het tegengewicht is 4275 kPa. U draait u de stelknop (Figuur 60) naar rechts om de druk te verhogen of naar links om de druk te verlagen. Testpoort F (Figuur 58), bovenop het rechtse verdeelstuk van het maaidek.
Reiniging Vonkenvanger/geluiddemper onderhoudsbeurt geven De geluiddemper moet om de 200 bedrijfsuren worden ontkoold. 1. Verwijder de afsluiter van de geluiddemperpijp uit de reinigingspoort aan de onderzijde van de geluiddemper. De geluiddemper kan heet zijn en brandwonden veroorzaken. Wees voorzichtig als u werkzaamheden verricht rond de geluiddemper. 2. Start de motor.
Stalling 8. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig worden gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. Tractie-eenheid 9. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. 1. Reinig de tractie-eenheid, de maaidekken en de motor grondig. 2. Controleer de bandenspanning; zie Bandenspanning controleren Gebruiksaanwijzing, blz. 22. 3. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet ze vast indien nodig. 4. Smeer of olie alle smeer- en draaipunten. Neem overtollig vet op. 5.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
De algemene garantiebepalingen voor Toro-producten 2 jaar garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: het "Product") gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten* is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.