Form No. 3367-730 Rev B Groundsmaster® 3505-D tractie-eenheid Modelnr.: 30849—Serienr.: 311000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing De uitlaatgassen van de dieselmotor van dit product bevatten bestanddelen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken. Figuur 1 1. Plaats van modelnummer en serienummer Modelnr.
Inhoud Waterafscheider aftappen.................................... 39 Brandstoffilterbus vervangen.............................. 40 Injectors ontluchten ........................................... 40 Onderhoud elektrisch systeem ................................ 40 Onderhoud van de accu...................................... 40 Zekeringen......................................................... 41 Onderhoud aandrijfsysteem....................................
Veiligheid van de gebruikers. Bij een dergelijke instructie moet de nadruk liggen op het volgende: Deze machine voldoet minstens aan CEN-norm EN 836:1997 (als de correcte stickers zijn aangebracht) en de B71.4-2004 specificaties van het American National Standards Institute (ANSI), die van kracht zijn op het moment van productie als de machine is uitgerust met het gewicht dat wordt vermeld in het gedeelte Ballast achter.
• Vervang defecte geluiddempers/knalpotten. • Controleer voor het gebruik de messen, bevestigingsbouten en het maaimechanisme altijd op sporen van slijtage of beschadiging. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten altijd als complete set om een goede balans te behouden. • Let op dat bij machines met meerdere maaimessen andere messen kunnen gaan draaien doordat u één mes draait. • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken.
• Houd uw handen en voeten uit de buurt van de maaidekken. • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is. • Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt. • Gebruik de maaimachine niet als u onder de invloed van alcohol of drugs bent. • Bliksem kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Als u bliksem ziet of donder hoort in het gebied, gebruik de machine dan niet; ga schuilen.
Vóór ingebruikname • Rij zeer voorzichtig als u werkt op steile hellingen of in de buurt van zandkuilen, greppels, sloten of andere gevaarlijke punten. • Verminder de snelheid als u een scherpe bocht maakt. • Draai niet op een helling. • Werk nooit op een te steile helling. De machine kan omrollen voordat de wielen grip verliezen. • De hellinghoek waarbij de machine zal omkantelen, is afhankelijk van een groot aantal factoren.
Geluidsdruk • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de hydraulische leidingen vastzitten en alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het hydraulische systeem. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt. U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier. Doe dit niet met uw handen.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers.
93-7276 1. Risico van explosie – Draag oogbescherming. 2. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden – Afspoelen met water en eerste hulp verlenen. 3. Brandgevaar – Geen vonken of vuur en niet roken 4. Giftig – Houd kinderen op veilige afstand van de accu. 99-3558 Uitsluitend CE 1. Waarschuwing - Lees de Gebruikershandleiding. 2. Om de motor te starten, moet u plaats nemen op de bestuurderstoel en het sleuteltje op Aan/Voorgloeien draaien totdat het indicatielampje van de gloeibougie uitgaat.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 104-5181 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. Deze veiligheidssticker waarschuwt voor gebruik op hellingen en moet worden aangebracht op de machine volgens de Europese veiligheidsnorm voor gazonmaaiers EN 836:1997. De aangegeven maximale hellinghoeken waarbij deze machine veilig kan worden gebruikt, zijn gebaseerd op deze norm. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 1.
108-9006 1. Schakel de aftakas in. 4. Breng de maaidekken omhoog. 7. Motor – Lopen 10. Continu snelheidsregeling 2. Schakel de aftakas uit. 5. Beweeg naar achteren om de hefhendel te vergrendelen. 8. Motor – Starten 11. Langzaam 3. Breng de maaidekken omlaag. 6. Motor – Afzetten 9. Snel 106-9290 1. Inputs 5. In stoel 2. Niet geactiveerd 6. Aftakasschakelaar 3. Uitschakeling bij te hoge temperatuur 7. Parkeerrem buiten werking 11. START 4. Waarschuwingslampje te hoge temperatuur 8.
117-5103 13
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 2 3 4 5 6 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Waarschuwingssticker (104–5181) Waarschuwingssticker (93–3558) Vergrendelbeugel Popnagel Ring Schroef, 1/4 x 2 inch Borgmoer, 1/4 inch Uitlaatscherm Zelftappende schroef 1 1 1 2 1 1 1 1 4 De motorkapvergrendeling monteren (CE) Geen onderdelen vereist – Hefarmen afstellen. Geen onderdelen vereist – Ballast achter.
1 De accu in gebruik nemen, opladen en aansluiten Geen onderdelen vereist Figuur 3 Procedure 1. Accudeksel WAARSCHUWING 3. Verwijder de vuldoppen van de accu en giet langzaam accuzuur in elke cel totdat het zuurpeil net boven de platen komt. CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
WAARSCHUWING 2 Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. EU-stickers aanbrengen Benodigde onderdelen voor deze stap: • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
1 2 1 G012630 Figuur 7 G012628 1. Motorkapvergrendeling Figuur 5 1. Beugel van motorkapvergrendeling 2. Popnagels 7. Schroef de bout in de andere arm van de vergrendelbeugel om de sluiting te vergrendelen (Figuur 8). De bout stevig aandraaien, maar de moer niet. 3. Plaats de beugel van de CE-vergrendeling en de beugel van de motorkapvergrendeling op de motorkap en lijn de montage-openingen uit. De beugel van de vergrendeling moet zich tegen de motorkap aan bevinden (Figuur 6).
Figuur 10 maaidekken verwijderd ter verduidelijking 1. Hefarm 3. Speling 2. Beugel van vloerplaat Als de afstand zich niet in dit bereik bevindt, pas deze dan als volgt aan: Figuur 9 A. Draai de aanslagbouten los (Figuur 11). 1. Uitlaatscherm 2. Bevestig het uitlaatscherm aan het frame met 4 zelftappende schroeven (Figuur 9). 5 Hefarmen afstellen Figuur 11 Geen onderdelen vereist 1. Aanslagbout 3. Speling 2. Hefarm Procedure 1.
D. Plaats de pen en controleer de speling. Herhaal deze procedure indien nodig. E. Draai de contramoer van de gaffelpen vast. 2. Controleer of de speling tussen elke hefarm en de aanslagbouten 0,13-1,02 mm bedraagt (Figuur 11). Als de afstand zich niet in dit bereik bevindt, moet u de aanslagbouten verstellen om de juiste speling te verkrijgen. 3.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Figuur 16 1. Borgschroef voor snelheid Hendel om stuurwiel te verstellen Trek de hendel om het stuur te verstellen (Figuur 15) naar achteren om het stuurwiel in de gewenste positie te zetten. Duw daarna de hendel naar voren om het stuur in deze positie te vergrendelen. Contactschakelaar Figuur 15 1. Tractiepedaal voor vooruit 3. Schuif voor maaien/transport 2. Tractiepedaal voor achteruit 4.
Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur Het waarschuwingslampje voor de koelvloeistoftemperatuur (Figuur 17) gaat branden als de temperatuur van de koelvloeistof te hoog wordt. Als de machine niet tot stilstand wordt gebracht en de temperatuur van de koelvloeistof nog eens 10°C stijgt, zal de motor afslaan. Oliedruklampje Het oliedruklampje (Figuur 17) licht op als de motoroliedruk gevaarlijk laag is. Figuur 17 1. Gashendel 2. Urenteller 7. Maaidekschakelaar 8. Bedieningshendel maaidekhoogte 3.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voordat en nadat de motor voor de eerste keer wordt gestart. De carterinhoud is 2,8 liter met filter. Figuur 18 1.
3. Steek de peilstok in de buis. Let erop dat de peilstok er volledig in schuift. Haal de peilstok eruit en controleer het oliepeil. 4. Als het oliepeil te laag is, verwijdert u de vuldop (Figuur 20) en vult u bij met kleine hoeveelheden olie totdat het oliepeil de Vol-markering op de peilstok bereikt. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. • Het dieselmengsel moet voldoen aan ASTM D975 of EN 590. • Gelakte oppervlakken kunnen worden beschadigd door biodiesel.
GEVAAR VOORZICHTIG In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank tot maximaal 6 mm tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis.
de onderdelencatalogus of de Toro-dealer voor de onderdeelnummers). 1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de maaidekken neer en zet de motor af. 2. Reinig de omgeving van de vulbuis en de dop van de hydraulische tank (Figuur 24). Verwijder de dop. Andere vloeistoffen: Als de hydraulische vloeistof van Toro niet beschikbaar is, kunt u andere vloeistoffen gebruiken mits deze voldoen aan alle volgende materiaaleigenschappen en industriespecificaties.
Na de eerste 10 bedrijfsuren de motor af en controleer op olielekken, losse onderdelen en andere waarneembare defecten. Om de 200 bedrijfsuren Haal de wielmoeren aan met 61 tot 88 Nm. VOORZICHTIG Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand gekomen zijn voordat u controleert op olielekken, losse onderdelen en andere waarneembare defecten. WAARSCHUWING Als de wielmoeren niet steeds de juiste torsie hebben, kan dit leiden tot lichamelijk letsel.
de tractieregeling is ingeschakeld. Verhelp het probleem als het systeem niet naar behoren werkt. 3. Neem plaats op de stoel, plaats het tractiepedaal in de neutraalstand, ontgrendel de parkeerrem en zet de schakelaar van de maaidekken in de stand Uit. De motor moet starten. Sta op uit de stoel en druk langzaam het tractiepedaal neer, de motor moet binnen drie seconden stoppen. Verhelp het probleem als het systeem niet naar behoren werkt.
en regeling van de standaard elektrische functies die nodig zijn voor een veilig gebruik van het product. ETR en starten. De output-LEDs controleren de conditie van de relais en geven aan dat er elektrische spanning op een van de drie contactpunten voor de output is. De module controleert inputs zoals neutraalstand, parkeerrem, aftakas, starten, wetten en hoge temperatuur. De module activeert outputs zoals de solenoïde voor de aftakas, de startmotor en de ETR (activering om te lopen).
van het product aan. De functies van het product worden vermeld in de linkerkolom. De symbolen geven de conditie van een specifiek circuit aan zoals: geactiveerd voor spanning, gesloten om massa te maken en geopend om massa te maken. INPUTS Functie Voeding AAN In neutraalstand Start AAN Rem AAN OUTPUTS In stoel Aftakas AAN Hoge temp.
Tips voor bediening en gebruik u het achteruit-pedaal in. Als u een helling afdaalt, zult u soms het achteruitpedaal moeten gebruiken om te stoppen. • Als u op een helling rijdt, verdient het aanbeveling langzaam te rijden om de macht over het stuur te behouden en geen bochten te maken om te voorkomen dat de machine omkantelt. Algemene tips GEVAAR De hellinghoek waarbij de machine zal omkantelen, is afhankelijk van een groot aantal factoren.
Maaipatronen • Zodra de voorste maaidekken de rand van het maaigebied bereiken, brengt u de maaidekken omhoog en maak een traanvormige bocht om snel in de juiste positie te komen voor de volgende baan. Verander vaak het maaipatroon om te vermijden dat het maairesultaat onvolmaaktheden vertoont die te wijten zijn aan herhaald maaien in één richting.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Onderhoudsprocedure • De wielmoeren aandraaien. Na de eerste 10 bedrijfsuren • De wielmoeren aandraaien. • De conditie en de spanning van alle riemen controleren. • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Motorolie verversen en oliefilter vervangen.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Gecontroleerd item Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Motoroliepeil controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Luchtfilter, stofkap en ontluchtingsventiel controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Aantekening voor speciale aandachtsgebieden: Controle uitgevoerd door: Item Datum Onderhoudsschema Figuur 28 34 Informatie
Procedures voorafgaande aan onderhoud Smering Lagers en lagerbussen smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren (Smeer alle lagers en bussen dagelijks in stoffige en vuile omstandigheden.) Motorkap verwijderen Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) De motorkap kan eenvoudig worden verwijderd om onderhoudswerkzaamheden in het motorgedeelte van de machine uit te voeren. De machine is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met nr.
Figuur 35 Figuur 32 • Afstelmechanisme neutraalstand (Figuur 36) • Draaipunt van achterste hefarm en hefcilinder (2) (Figuur 33) Figuur 36 • Schuif voor maaien/transport (Figuur 37) Figuur 33 • Draaipunt van voorste hefarm links en hefcilinder (2) (Figuur 34) Figuur 37 • Draaipunt riemspanning (Figuur 38) Figuur 34 • Draaipunt van voorste hefarm rechts en hefcilinder (2) (Figuur 35) 36
Figuur 41 Figuur 38 • Lagers van achterrol (2 per maaidek) (Figuur 42) • Stuurcilinder (Figuur 39) G011349 Figuur 42 Opmerking: Om vet in verzonken nippels op de rollen te spuiten (Figuur 29), moet u een verloopstuk op de vetspuit plaatsen. U kunt het verloopstuk bestellen bij een erkende Toro-dealer, onderdeelnr. 107-1998. Figuur 39 Belangrijk: U mag de dwarsbuis van de Sidewinder niet smeren. De lagerblokken zijn zelfsmerend.
Onderhoud motor vuil in de inlaat terechtkomt als het voorfilter wordt verwijderd. 4. Verwijder en vervang het voorfilter (Figuur 44). Algemeen onderhoud van het luchtfilter Het wordt afgeraden het gebruikte element te reinigen omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. • Controleer de luchtfilterbehuizing op schade die een luchtlek kan veroorzaken. Vervang de luchtfilterbehuizing indien deze beschadigd is.
Onderhoud brandstofsysteem Onderhoud van de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 2 jaar—Brandstoftank aftappen en reinigen. De tank moet worden afgetapt en gereinigd als het brandstofsysteem vervuild raakt of wanneer de machine voor langere tijd wordt opgeslagen. Gebruik schone brandstof om de tank uit te spoelen. Figuur 45 1. Aftapplug motorolie 2. Verwijder het oliefilter (Figuur 46). Smeer een dun laagje schone olie op de nieuwe filterpakking voordat u deze vastschroeft. Niet te vast draaien.
Brandstoffilterbus vervangen Onderhoud elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren 1. Reinig de omgeving van de plaats waar de filterbus wordt gemonteerd (Figuur 47). Onderhoud van de accu 2. Verwijder de filterbus en reinig de plaats waar deze wordt gemonteerd. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Zuurpeil controleren. (Elke 30 dagen controleren als de machine is opgeslagen.) 3. Smeer schone olie op de pakking van de filterbus. 4.
Onderhoud aandrijfsysteem Als er op de accupolen corrosie ontstaat, moet u de kabels losmaken, de min (–) kabel eerst, en de klemmen en polen afzonderlijk schoonkrabben. Zet de kabels weer vast, de plus (+) kabel eerst, en smeer de accupolen in met vaseline. De tractie-aandrijving afstellen voor de neutraalstand WAARSCHUWING Als de machine beweegt wanneer het tractiepedaal in de neutraalstand staat, moet de afstelnok van de tractie worden afgesteld.
Onderhoud koelsysteem Onderhouden remmen Het koelsysteem van de motor reinigen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Controleer de afstelling van de parkeerrem. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder dagelijks het vuil van de oliekoeler en de radiateur. Reinig ze vaker als in vuile omstandigheden wordt gemaaid. 1. Zet de motor af en open de motorkap. Verwijder grondig al het vuil dat zich rond het motorgedeelte bevindt. 2.
Onderhoud riemen WAARSCHUWING Wees voorzichtig als u de veer ontspant omdat de veerbelasting hoog is. Onderhoud van de riemen van de motor 2. Druk het uiteinde van de veer omlaag en naar voren (Figuur 54) om deze los te maken van de beugel en de veerspanning op te heffen. Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren—De conditie en de spanning van alle riemen controleren. Om de 100 bedrijfsuren—De conditie en de spanning van alle riemen controleren. Riem van wisselstroomdynamo/ventilator spannen 1.
Onderhoud bedieningsysteem Onderhoud hydraulisch systeem De gashendel afstellen Hydraulisch filter vervangen 1. Zet de gashendel naar achteren zodat deze tegen de sleuf in het bedieningspaneel aan komt. Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren Om de 200 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 2. Maak de klem van de gaskabel op de hefboomarm van de injectiepomp los (Figuur 55). Als u het filter vervangt, moet u een origineel Toro filter (onderdeelnr. 86-3010) monteren.
Hydraulische vloeistof verversen Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Als de vloeistof verontreinigd raakt, moet u contact opnemen met uw plaatselijke Toro-dealer omdat het systeem dient te worden schoongespoeld. Verontreinigde hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit. 1. Zet de motor af en open de motorkap. Figuur 58 2.
Hydraulische slangen en leidingen controleren Stalling Opslag van de accu Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Als u de machine langer dan 30 dagen gaat opslaan, moet u de accu verwijderen en volledig opladen. Sla de accu op in een koele omgeving om te voorkomen dat de batterij snel ontlaadt. Om te voorkomen dat de accu bevriest, moet deze volledig zijn opgeladen. Het soortelijk gewicht van een volledig opgeladen accu is 1,265-1,299.
F. U moet de accu in een koel gebied apart opslaan of op de machine plaatsen. De accukabels mogen niet aangesloten zijn op de accu als u deze op de machine plaatst. Motor 1. Tap de motorolie af uit het carter en plaats de aftapplug weer terug. 2. Verwijder het oliefilter en gooi het weg. Plaats een nieuw oliefilter. 3. Vul het oliecarter met ongeveer 3,8 liter SAE15W-40 motorolie. 4. Start de motor en laat deze ongeveer twee minuten stationair lopen. 5. Zet de motor af. 6.
Schema's G008924 Elektrisch schema (Rev.
G008925 Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen: 50
Opmerkingen: 51
De garantie totaaldekking van Toro Beperkte garantie Gedekte voorwaarden en producten De Toro® Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.