Form No. 3355–771 Rev A Groundsmaster) 3500-D Groundsmaster Tractie-eenheid Modelnr. 30839 – Serienr.
Waarschuwing Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Aanbevolen onderhoudsschema . . . . . . . . . . . . . . . Controlelijst Dagelijks Onderhoud . . . . . . . . . . . . Lagers en lagerbussen smeren . . . . . . . . . . . . . . . . Onderhoudsschema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Motorkap verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Algemeen onderhoud van het luchtfilter . . . . . . . . Onderhoud van het luchtfilter . . . . . . . . . . . . . .
Veilige bediening In deze handleiding is een systeem gebruikt om mogelijke gevaren aan te duiden en u te attenderen op bijzondere aanwijzingen om lichamelijk (mogelijk dodelijk) letsel van u en anderen te voorkomen. De termen Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig duiden de mate van het risico aan. Ga als regel altijd voorzichtig te werk. De volgende instructies zijn ontleend aan CEN-norm EN 836:1997, ISO-norm 5395:1990 en ANSI-norm B71.4-1999.
Voor ingebruikname Gebruiksaanwijzing • Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen, een lange broek, een helm, een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Lang haar, losse kleding of sieraden kunnen worden gegrepen door bewegende onderdelen. Draag geen schoenen met open tenen en loop niet op blote voeten. • Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. • Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht.
• Aandrijving naar werktuigen uitschakelen, motor afzetten en bougiekabel(s) losmaken of sleuteltje uit het contact verwijderen: • Laat de machine eerst afkoelen voordat u deze opslaat in een afgesloten ruimte. Parkeer de machine niet in de nabijheid van een open vuur. • Houd de motor, geluiddemper/knalpot, accubehuizing, maaidekken, aandrijvingen en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te verminderen. Neem gemorste olie of brandstof meteen op.
Veilige bediening van de Toro Maaimachine • Het verdient aanbeveling veiligheidsschoenen en een lange broek te dragen. Dit is verplicht op grond van diverse plaatselijke veiligheidsvoorschriften en verzekeringsbepalingen. De volgende lijst bevat veiligheidsinstructies die specifiek zijn toegesneden op Toro-producten, of andere veiligheidsinstructies die niet zijn opgenomen in de CEN-, ISO- of ANSI-normen.
• Let op het verkeer als u in de buurt van een weg werkt of deze oversteekt. Verleen altijd voorrang. • Voorkom dat de motor het maximaal toelaatbare toerental overschrijdt, doordat de instellingen van de motor zijn veranderd. Ten behoeve van de veiligheid en een nauwkeurige afstelling moet u het maximale motortoerental door een erkende Toro-dealer laten controleren met een toerenteller. • De maaidekken moeten worden opgeheven als u van het ene werkgebied naar het andere rijdt.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 94-3353 1. Vingers of handen kunnen bekneld raken – Houd uw handen uit de buurt 93-7276 1. Risico van explosie – Draag oogbescherming. 2. Risico van bijtende vloeistof – Direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 3. Brandgevaar – Vuur, open licht en roken verboden. 4.
3-6681 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 104-0484 99-3444 1. Toerental van messenkooi – Snel 43-8480 104-1086 1. Maaihoogte 9 2.
6-6753 (voor CE) 104-5181 (voor CE) 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Machine kan kantelen – Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden en doe de veiligheidsgordel om als de rolbeugel is gemonteerd. 3. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 4.
104–5191 1. 2. 3. 4. Schakel de aftakas in. Schakel de aftakas uit. Laat de maaidekken neer. Beweeg de maaidekken naar rechts. 5. Hef de maaidekken op. 6. Beweeg de maaidekken naar links. 7. Beweeg naar achteren om de hefhendel te vergrendelen. 8. Motor – Afzetten 9. Motor – Lopen 10. Motor – Starten 107-7800 11 11. Snel 12. Continu snelheidsregeling 13.
Specificaties Algemene specificaties Motor Koelsysteem Elektrisch systeem Inhoud brandstoftank Kubota vloeistofgekoelde driecilinder viertaktdieselmotor. 32 hp @ 2800 tpm, afgeregeld op 3050 tpm. 1124 cc inhoud. Heavy-duty, afzonderlijk gemonteerde tweetrapsluchtfilter. Uitschakelknop te hoge watertemperatuur. Het koelsysteem heeft een capaciteit van ongeveer 5,7 liter voor een mengsel met een 50/50 verhouding van ethyleenglycol antivries en water.
Montage Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Losse onderdelen Opmerking: Gebruik deze lijst om te controleren of alle onderdelen die nodig zijn voor de montage, zijn geleverd. Zonder deze onderdelen kan de montage niet worden voltooid. Sommige onderdelen kunnen al in de fabriek zijn gemonteerd.
7. Bevestig de pluskabel (rood) aan de klem van pluspool (+) van de accu en de minkabel (zwart) aan de klem van minpool (–) van de accu met behulp van de tapbouten en moeren (Fig. 2). Zorg ervoor dat de accuklem helemaal op de pluspool zit en de kabel goed op de accu is geplaatst. De kabel mag geen contact maken met het accudeksel. Schuif het rubberen stofkapje over de pluspool om eventuele kortsluiting te voorkomen. 1. Open de motorkap. 2. Verwijder het accudeksel (Fig. 1). Waarschuwing 1.
Hoekindicator controleren Sluiting van de motorkap monteren (CE) Gevaar 1. Maak de sluiting van de motorkap los van de beugel van de sluiting van de motorkap (Fig. 4). Om het risico van lichamelijk of dodelijk letsel als gevolg van omkiepen te verminderen, mag u de machine niet gebruiken op hellingen die steiler zijn dan 255. 2. Schuif de vergrendelbeugel van de motorkap op de sluiting (Fig. 4). 3. Haak de sluiting op de vergrendelbeugel van de motorkap (Fig. 4). 1. Parkeer de machine op een vlak.
Hefarmen afstellen 1. Start de motor, hef de maaidekken op en controleer of de speling tussen elke hefarm en de beugel van de vloerplaat 5–8 mm bedraagt (Fig. 6). Indien dit niet het geval is, moet u de aanslagbouten losdraaien (Fig. 7) en de cilinder afstellen om de juiste speling te krijgen. Om de cilinder af te stellen, moet u de contramoer op de cilinder losdraaien (Fig. 8), de pen uit het uiteinde van de stang verwijderen en draaien aan de gaffelpen. Plaats de pen en controleer de speling.
Ballast achter Toro Premium motorolie is verkrijgbaar bij uw dealer met een viscositeit van 15W–40 of 10W–30. Zie de onderdelencatalogus voor de onderdeelnummers. De Groundsmaster 3500 Tractie-eenheid met 27” roterende maaidekken is in overeenstemming met ANSI-norm B71.4-1999 als de achterwielen wordt verzwaard met 23 kg calciumchloride. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Verwijder de peilstok (Fig. 11) en veeg deze af met een schone doek. Steek de peilstok in de buis.
Brandstoftank vullen Het koelsysteem controleren De motor loopt op Nr. 2 dieselbrandstof. Verwijder dagelijks het vuil van de radiator en de oliekoeler (Fig. 14). Reinig de radiator elk uur als de machine in zeer stoffige en vuile omstandigheden wordt gebruikt; zie Het koelsysteem van de motor reinigen, blz. 39. De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 41,6 liter. 1. Maak de omgeving van de dop van de brandstoftank schoon (Fig. 13). 2. Verwijder de dop van de brandstoftank. 3.
3. Plaats de dop van de expansietank terug. Opmerking: Veel hydraulische vloeistoffen zijn bijna kleurloos, zodat het moeilijk is lekkages op te sporen. Er is een rode kleurstof voor de vloeistof in het hydraulische systeem verkrijgbaar in flesjes van 20 ml. Eén flesje is voldoende voor 15–22 liter hydraulische vloeistof. U kunt deze kleurstof bestellen bij een erkende Toro-dealer, Onderdeelnr. 44–2500.
Bandenspanning controleren De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard opgepompt. U moet daarom voor gebruik wat lucht laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen. De luchtdruk in de banden moet liggen tussen 97–124 kPa (14–18 psi). Belangrijk Zorg ervoor dat alle banden steeds de aanbevolen bandenspanning hebben; hierdoor kan de machine optimale maaiprestaties leveren en goed functioneren. Gevaar Een te lage bandenspanning vermindert de stabiliteit van de machine op hellingen.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. 4 Voorzichtig 6 5 Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. 3 1 2 Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt. Bedieningsorganen Figuur 17 1. Tractiepedaal voor vooruit 2. Tractiepedaal voor achteruit 3.
Contactschakelaar Urenteller De contactschakelaar (Fig. 19), waarmee de motor wordt gestart, afgezet en voorgegloeid, heeft drie standen: Uit, Aan/Voorgloeien en Start. Draai het sleuteltje op Aan/Voorgloeien totdat het indicatielampje van de gloeibougie dooft (ongeveer 7 seconden); draai daarna het contactsleuteltje op Start om de startmotor in werking te stellen. Laat het sleuteltje los zodra de motor start. Het sleuteltje komt automatisch op Aan/Lopen.
Waarschuwingslampje gloeibougie Starten en stoppen van de motor Het indicatielampje van de gloeibougie (Fig. 19) gaat branden als de gloeibougies in werking zijn. Belangrijk Het brandstofsysteem moet worden ontlucht indien zich één van de volgende situaties heeft voorgedaan. Parkeerrem • Eerste keer starten van een nieuwe motor. • De motor is gestopt omdat de brandstof op was. Telkens als de motor wordt afgezet, moet u de parkeerrem (Fig.
Het brandstofsysteem ontluchten Het veiligheidssysteem controleren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. Zorg ervoor dat de brandstoftank minstens half vol is. Voorzichtig 2. Ontgrendel en open de motorkap. Gevaar Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief.
De tractie-eenheid slepen In noodgevallen kan de machine over een korte afstand worden gesleept; Toro raadt echter af hiervan een standaardprocedure te maken. Belangrijk U mag de machine niet sneller dan 3–4 km per uur slepen omdat hierdoor het aandrijfsysteem kan worden beschadigd. Als de machine over een grote afstand moet worden verplaatst, moet u deze vervoeren op een vrachtwagen of een aanhanger. 1. Ga naar de omloopklep op de pomp (Fig. 22) en draai deze 90°. 1 Figuur 22 1. Omloopklep 2.
Standaard Controle Module (SCM) De output-circuits worden geactiveerd door correcte input-condities. De drie outputs omvatten Aftakas, ETR en STARTEN. De output-LED’s controleren de conditie van de relais en geven aan dat er elektrische spanning op een van de drie contactpunten voor de output is. De Standard Control Module is een ”ingekapseld” elektronisch apparaat dat is vervaardigd in een ”one size fits all” configuratie.
Elke (horizontale) rij op de onderstaande tabel geeft de input- en output-vereisten voor elke specifieke functie van het product aan. De functies van het product worden vermeld in de linkerkolom. De symbolen geven de conditie van een specifiek circuit aan zoals: geactiveerd voor spanning, gesloten om massa te maken en geopend om massa te maken. – Geeft aan dat een circuit is gesloten om massa te maken. – LED AAN. O Geeft aan dat een circuit is geopend om massa te maken of is gedeactiveerd – LED UIT.
Gebruikseigenschappen Start de motor en laat deze op halfgas stationair lopen om warm te worden. Duw de gashendel helemaal naar voren, hef de maaidekken op, zet de parkeerrem vrij, trap het tractiepedaal om vooruit te rijden in en rij voorzichtig naar een open terrein. Gevaar De maaimachine heeft een uniek tractiesysteem waardoor de machine vooruit en achteruit kan rijden op een helling, zelfs als het hoogste wiel vrij van de grond komt.
Maai als het gras droog is De Sidewinder heeft een overhang van maximaal 33 cm, zodat u dichter langs de rand van zandkuilen en andere obstakels kunt maaien, terwijl tegelijkertijd de wielen van de tractor zo ver mogelijk uit de buurt van de rand van kuilen, sloten en vijvers blijven. Maai laat in de ochtend om dauw te vermijden waardoor het gras op kluitjes bij elkaar gaat zitten, of laat in de middag om te voorkomen dat het directe zonlicht het gevoelige, pas gemaaide gras schaadt.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 10 bedrijfsuren • Spanning van de riem van ventilator en wisselstroomdynamo controleren. • Hydraulische filter vervangen. • Wielmoeren aandraaien. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Motorolie verversen en filter vervangen. • Motortoerental controleren (stationair en op vol gas).
Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Ma. Gecontroleerde item Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Motoroliepeil controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Luchtfilter, stof-cup, burp-klep controleren. Radiator en scherm controleren op rommel. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Lagers en lagerbussen smeren De tractie-eenheid is voorzien van smeernippels die regelmatig moeten worden gesmeerd met Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren smeren. De lagers en de lagerbussen moeten elke dag worden gesmeerd als de machine in zeer stoffige en vuile omstandigheden wordt gebruikt.
Figuur 29 Figuur 26 (2) Figuur 30 Figuur 27 Figuur 31 Figuur 28 33
Figuur 35 Figuur 32 Figuur 36 Figuur 33 Figuur 34 Zie opmerking 34
Onderhoudsschema Motorkap verwijderen 1 De motorkap kan eenvoudig worden verwijderd om onderhoudswerkzaamheden in het motorgedeelte van de machine uit te voeren. 1. Ontgrendel en open de motorkap. 2. Verwijder de borgpen waarmee het draaipunt van de motorkap vastzit aan de bevestigingsbeugels (Fig. 37). Figuur 37 1. Borgpen 3. Schuif de motorkap naar de rechterkant, til de andere kant omhoog en trek de motorkap uit de beugels. 4. Monteer de motorkap in de omgekeerde volgorde.
Algemeen onderhoud van het luchtfilter 3. Verwijder en vervang het voorfilter (Fig. 39). Het wordt afgeraden het gebruikte element te reinigen omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter, dat goed moet aansluiten, en het filterhuis. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus.
Motorolie verversen en filter vervangen Onderhoud van het brandstofsysteem Ververs de olie en vervang het filter na de eerste 50 bedrijfsuren; daarna moet u om de 150 bedrijfsuren de olie verversen en het oliefilter vervangen. Brandstoftank De brandstoftank moet om de 2 jaar worden afgetapt en gereinigd. Ook moet de tank worden afgetapt en gereinigd als het brandstofsysteem vervuild raakt of wanneer de machine voor langere tijd gestald gaat worden. Gebruik schone brandstof om de tank uit te spoelen. 1.
Brandstoffilter vervangen 4. Verwijder de klem van het brandstoffilter en schuif deze op het nieuwe filter. Druk de brandstofslangen op het nieuwe brandstoffilter en zet deze vast met de slangklemmen. Let erop dat de pijl op de zijkant van het filter in de richting van de injectiepomp wijst. Vervang het brandstoffilter aan de binnenkant van de framerail onder de waterafscheider om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. 5.
Het koelsysteem van de motor reinigen Onderhoud van de riemen van de motor Verwijder dagelijks het vuil van de oliekoeler en de radiator. Reinig ze vaker als in vuile omstandigheden wordt gemaaid. De conditie en de spanning van alle riemen moeten na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 100 bedrijfsuren. 1. Zet de motor af en open de motorkap. Verwijder grondig al het vuil dat zich rond het motorgedeelte bevindt. Wisselstroomdynamo/ventilatorriem 1. Open de motorkap. 2.
De Hydrostat aandrijfriem vervangen De gashendel afstellen 1. Steek een dopschroevendraaier of een stukje buis in het uiteinde van de spanveer van de riem. 1. Zet de gashendel naar achteren zodat deze tegen de gleuf in het bedieningspaneel aan komt. 2. Maak de klem van de gaskabel op de hefboomarm van de injectiepomp los (Fig. 49). Waarschuwing Wees voorzichtig als u de veer ontspant omdat de veerbelasting hoog is. 2. Druk het uiteinde van de veer omlaag en naar voren (Fig.
Hydraulische vloeistof verversen 1 Ververs de hydraulische vloeistof in normale omstandigheden om de 400 bedrijfsuren. Als de vloeistof verontreinigd raakt, moet u contact opnemen met uw plaatselijke Toro-dealer omdat het systeem dient te worden schoongespoeld. Verontreinigde hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit. 1. Zet de motor af en open de motorkap. 2. Maak de hydraulische leiding los (Fig. 50) of verwijder het hydraulische filter (Fig.
Hydraulische slangen en leidingen controleren 3. Draai de borgmoer op de afstelnok van de tractie los (Fig. 53). Controleer dagelijks de hydraulische leidingen en slangen op lekkages, kinken, loszittende steunen, slijtage, loszittende aansluitingen, slijtage door weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt. Waarschuwing Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
Parkeerrem afstellen Houd de bovenkant van de accu schoon door deze af en toe te reinigen met een borstel die in een oplossing van ammoniak of natriumbicarbonaat is gedompeld. Spoel de bovenkant na het reinigen af met water. Verwijder nooit de vuldoppen bij het reinigen. De afstelling van de parkeerrem moet om de 200 bedrijfsuren worden gecontroleerd. 1. Draai de stelschroef los waarmee de knop is bevestigd aan de parkeerremhendel (Fig. 54).
Opslag van de accu Als u de machine langer dan 30 dagen gaat opslaan, moet u de accu verwijderen en volledig opladen. U moet de accu apart opslaan of in de machine laten zitten. De accukabels mogen niet aangesloten zijn op de accu als u deze in de machine laat zitten. Sla de accu op in een koele omgeving om te voorkomen dat de batterij snel ontlaadt. Om te voorkomen dat de accu bevriest, moet deze volledig zijn opgeladen. Het soortelijk gewicht van een volledig opgeladen batterij is 1.265–1.299.
Elektrisch schema 45
Hydraulisch schema 46
Voorbereidingen voor winterstalling Motor 1. Tap de motorolie af uit het carter en plaats de aftapplug weer terug. Tractie-eenheid 2. Verwijder het oliefilter en gooi het weg. Plaats een nieuw oliefilter. 1. Reinig de tractie-eenheid, de maai-eenheden en de motor grondig. 3. Vul het oliecarter met ongeveer 3,8 liter motorolie, type SAE15W-40. 2. Bandenspanning controleren. Breng alle banden op een spanning van 97–110 kPa (14–18 psi). 4.