FORM NO. 3325-242 Rev A MODEL NR.
Voorwoord De Groundsmaster 3500-D is een efficiënt, betrouwbaar en tijdbesparend stuk gereedschap voor het maaien van hoogwaardige grasmatten. Het apparaat combineert de allernieuwste technologische ontwikkelingen en het modernste design, en is gebouwd met onderdelen van de allerhoogste kwaliteit en een hoge mate aan vakmanschap. Indien u de Groundsmaster op de juiste manier onderhoudt, zal deze u uitstekend van dienst zijn. Bepaalde informatie in deze handleiding is benadrukt.
Veiligheidsvoorschriften De Groundsmaster 3500-D is na tests door Toro gecertificeerd volgens de B71.4-1999 specificaties van het American National Standards Institute.
Veiligheid 20. De helling waarop de machine zal omkiepen is afhankelijk van een groot aantal factoren. Zo kunnen omstandigheden zoals nat of lang golvend gras, de snelheid (vooral bij het draaien), de stand van de maai-eenheid (met Sidewinder), de bandenspanning en de mate van ervaring van de bestuurder allemaal van invloed zijn. Bij het maaien op een zijwaartse helling tot 20º is het gevaar voor omkiepen klein.
Veiligheid leidingen, en kijk of alle verbindingen goed zijn aangedraaid. 22. Bij gebruik van deze machine kan de bestuurder blootgesteld worden aan lawaainiveaus van meer dan 85 dB(A). Bij langdurig gebruik raden wij dan ook het gebruik van oorbescherming aan om het gevaar op blijvende gehoorbeschadiging te verminderen. 32. Houd uw lichaam en handen uit de buurt van kleine lekkages of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
Overzicht van Gebruikte Symbolen Bijtende vloeiGiftige dampen stoffen, chemische of gassen, brandwonden aan verstikking vingers of hand Elektrische schokken, elektrokutie Bekneld raken gehele lichaam van bovenaf Zijwaardse Zijwaardse Bekneld raken beknelling vingers beknelling been gehele lichaam of hand Zijwaardse beknelling bovenlichaam Vloeistof onder hoge druk, kan lichaam binnendringen Hogedruk-stralen, Hogedruk-stralen, Bekneld raken Bekneld raken beschadiging van beschadiging vingers of hand,
Overzicht van Gebruikte Symbolen Raadpleeg Veiligheidsgordels technische hand- vastmaken leiding voor de juiste onder houdsprocedures Waarschuwings- Waarschuwings- Lees gebruikers- Vuur, open licht Oogbescherming driehoek driehoek met handleiding en roken verplicht waarschuwingsverboden symbool Veiligheidshelm Gehoorbescherm- Gevaar, giftige Eerste hulp ing verplicht stoffen verplicht Spoelen met water Motor Overbrenging Hydraulisch systeem Uitlaatgassen Druk Peilindicator Vloeistofpeil Af/stopp
Overzicht van Gebruikte Symbolen n/min Starten motor Stoppen motor Motorisch defect Motortoerental/ frequentie Choke Injectiepompje Elektrisch voorglo- Transmissieolie (hulpmiddel (starthulpmiddel) eien starten bij lage temperaturen) NH L F Transmissieolie- Transmissieolie- Defect transmissie Koppeling druk temperatuur Neutraalstand Hoog Laag Vooruit Hydraulische oliedruk Hydraulisch oliepeil Defect brandstofsysteem RP 1 2 3 Achteruit Parkeerstand Eerste versnelling Hydraulisch oliefilter
Specificaties Motor: Kubota vloeistofgekoelde driecilinder viertakt dieselmotor. 23,9 kW bij 2800 tpm. Afgeregeld op 3050 tpm. Cilinderinhoud 1124 cc. Heavy-duty, 2-stappen luchtfilter, afzonderlijk gemonteerd. Schakelaar voor uitschakelen bij te hoge watertemperatuur. Koelsysteem: Radiatorcapaciteit is ongeveer 5,7 liter met 50/50 verhouding ethyleenglycol antivries. Afzonderlijk gemonteerde expansietank van 0,9 liter.
Voor het Gebruik Het Afstellen van de Liftarmen 1. Start de motor, haal de beschermplaten op en controleer dat er tussen elke liftarm en het armatuur van de beschermplaten 0,46–0,81 cm ruimte is (Afb. 1). Als de tussenruimte niet binnen deze waarden valt, dient u de aanslagbouten (Afb. 3) los te draaien en de cilinder bij te stellen totdat de juiste tussenruimte is bereikt. U kunt de cilinder afstellen door de tegenmoer op de cilinder (Afb.
Voor het Gebruik LET OP Voor het onderhouden of bijstellen van de machine dient u de motor uit te zetten en de sleutel uit het contact te halen. 1 Het Controleren van het Oliepeil van de Carter (Afb. 6–7) Afbeelding 7 1. Olievuldop Het oliepeil van de carter wordt in de fabriek bijgevuld. Desondanks dient u altijd het oliepeil te controleren voor en nadat u de motor voor het eerst opstart. 4. De motor is geschikt voor iedere hoogwaardige 10W–30 CD olie. 5.
Voor het Gebruik 2. Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank. Het peil behoort halverweg tussen de markeringen op de zijkant van de tank te zijn als de motor koud is. GEVAARLIJK Omdat dieselbrandstof ontbrandbaar is, dient u voorzichtig te werk te gaan indien u ermee omgaat of deze bewaart. Rook niet wanneer u de brandstoftank bijvult. Vul de tank niet bij wanneer de motor draait, heet is of wanneer de machine zich in een gesloten ruimte bevindt.
Voor het Gebruik ISO VG 46/68 multi-viscositeitsolie Mobil Amoco Castrol Conoco Gulf Kendall Pennzbell Phillips Shell Sunoco Texaco DTE 15M Rykon Premium ISO 46 AWH 46 Hydroclear AW MV46 Harmony HVI 46 AW Hyken Golden MV SAE 5W-20 AWX MV46 Magnus A KV 5W-20 Tellus T 46 Sun Hyd.
Voor het Gebruik 1 Het Controleren van de Bandenspanning De banden worden voor het verzenden opzettelijk te hard opgepompt. U dient daarom voor gebruik een deel van de lucht te laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen. De juiste bandenspanning is 97–124 kPa. Afbeelding 11 1. Dop Hydraulische Tank 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken en schakel de motor uit.
Bedieningsorganen Tractiepedalen (Afb. 12)—Druk het vooruittractiepedaal in om vooruit te bewegen. Om achteruit te bewegen of voor extra remkracht wanneer u wilt stoppen als u vooruit rijdt, drukt u het achteruittractiepedaal in. U kunt tevens de machine stilzetten door het tractiepedaal in de neutraalstand te zetten of vanzelf in de neutraalstand te laten overgaan. Hellingindicator (Afb. 12)—Geeft de zijwaartse helling van de machine in graden aan. Maai/Transport Schuif (Afb.
Bedieningsorganen 7 3 4 Vergrendeling Lifthendel (Afb. 14)—Duw de hendel naar achteren om te voorkomen dat de maai-eenheden plotseling zakken. 2 8 6 Brandstofmeter (Afb. 15)—Geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan. 5 Stoelafstelling (Afb. 15)—Voor- en achteruit bijstelling—Beweeg de hendel (aan de zijkant van de stoel) naar buiten, schuif de stoel naar de gewenste stand en laat de hendel weer los om de stoel vast te klikken. 10 11 9 1 Afbeelding 14 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
Bediening Starten en Stoppen van Motor LET OP BELANGRIJK: Het brandstofsysteem dient te worden ontlucht indien zich één van de volgende situaties heeft voorgedaan: Zet de motor uit en wacht tot alle bewegende onderdelen tot rust zijn gekomen voordat u controleert of er olielekkages, losse onderdelen en andere defecten zijn. A. Allereerste keer starten van een nieuwe motor. B. De motor is gestopt omdat de brandstof op was. C. Er is onderhoud uitgevoerd aan componenten van het brandstofsysteem; bijv:.
Bediening 4. Draai de sleutel in de contactschakelaar naar de ON/AAN stand. De elektrische brandstofpomp begint dan lucht naar buiten te persen rondom de ontluchtschroef. Laat de sleutel in de ON/AAN stand staan tot er een ononderbroken straal brandstof rondom de schroef naar buiten stroomt. Draai de schroef aan en zet de sleutel in de OFF/UIT stand NB: Normaal gesproken hoort de motor na het uitvoeren van bovenstaande ontluchtingsprocedures te starten.
Bediening Gebruikseigenschappen GEVAARLIJK Door het unieke tractiesysteem van de grasmaaier kan de machine vooruit bewegen op zijwaartse hellingen, zelfs wanneer het wiel voor heuvelopwaarts rijden losraakt van de grond. Als dit gebeurt, is er gevaar op omkiepen wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood van de bestuurder of omstanders. De helling waarop de machine zal omkiepen is afhankelijk van een groot aantal factoren.
Bediening De Groundsmaster is een precisiegrasmaaier; zorg dat u op oneven terrein altijd met lage snelheid rijdt. Als er mensen in of vlakbij de buurt van het maaigebied komen, dient u de machine stil te zetten, en pas weer te starten als het gebied vrij is. De Groundsmaster is een éénpersoonsmachine. Laat nooit iemand anders meerijden. Dit is uiterst gevaarlijk en zou tot ernstig letsel kunnen leiden.
Onderhoud Minimaal Aanbevolen Onderhoudstermijnen Onderhoudsprocedure Termijn Onderhoud & Service Inspecteren van luchtfilter, stofdop en Om de keerschot 50 Smeren van alle smeerpunten uren Verversen motorolie Controleren accukabelverbindingen † Controleren snaarspanning ventilator en wisselstroomgenerator Controleren accuvloeistofpeil Om de 100 uren Om de 200 uren Om de 400 uren Om de 800 uren ‡ ‡ Verversen motorolie en vervangen oliefilter Controleren aandrijfsnaar Vervangen luchtfilter † Vervangen
Onderhoud Het Smeren van Lagers en Lagerbussen De tractie-eenheid is voorzien van smeerpunten die regelmatig gesmeerd moeten worden met nr. 2 smeervet op lithiumbasis, voor algemene doeleinden. Wanneer de machine onder normale omstandigheden wordt gebruikt, dient u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren te smeren. Wanneer de machine echter onder zeer stoffige en vuile omstandigheden wordt gebruikt, dient u alle lagers en lagerbussen dagelijks te smeren.
Onderhoud Afbeelding 23 Afbeelding 27 Afbeelding 24 Afbeelding 28 Afbeelding 25 Afbeelding 29 (Zie opmerking op vorige pagina) Afbeelding 26 – 23 –
Onderhoud Onderhoud aan het Luchtfilter LET OP 1. Haal de vergrendelingen los waarmee het luchtfilterdeksel aan het luchtfilterhuis is bevestigd. Verwijder het deksel van het huis. Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel. Voordat u de machine onderhoudt of afstelt, dient u de motor af te zetten en de sleutel uit het contact te halen. Het Verwijderen van de Motorkap 2 De motorkap is eenvoudig te verwijderen om onderhoudswerkzaamheden in en om de motor te vergemakkelijken. 1.
Onderhoud van de luchtfilterreiniger voor uitgebreide informatie. B. Nadat het filter 15 minuten heeft kunnen intrekken, spoelt u het af met schoon water. Om schade aan het filterelement te voorkomen mag de maximale waterdruk niet hoger zijn dan 276 kPa. Spoel het filterelement van de schone naar de vuile zijde af. C. Droog het filterelement met behulp van een warme luchtstroom (max 71°C), of laat het filter in de open lucht drogen.
Onderhoud 3. Haal de slangklemmen aan beide zijden van het filter los, en trek de brandstofleidingen van het filter. Brandstoffilter/waterafscheider Verwijder dagelijks water of ander vuil uit de brandstof/waterafscheider (Afb. 35). 1. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. 2. Draai de aftapplug onder de filterbus los. Draai de plug weer vast na het aftappen. Afbeelding 36 1. Brandstoffilter 2. Slangklemmen 1 4. Schuif de slangklemmen op de uiteinden van de brandstofleidingen.
Onderhoud 3 1 2 1 Afbeelding 38 Afbeelding 37 1. Scherm 2. Oliekoeler 3. Radiator 1. Brandstofinjectors (3) C. Maak de bevestigingen van de oliekoeler los, en kantel de koeler naar achteren. Reinig beide zijden van de oliekoeler en het gebied om de radiator grondig met water of perslucht. Kantel de oliekoeler weer terug op de juiste positie. 2. Zet de gashendel in de FAST/SNEL stand. 3. Draai de sleutel naar de START stand en kijk hoe de brandstof om de connector stroomt.
Onderhoud speling niet juist is, gaat u verder met stap 3. Indien de speling correct is, gaat u verder met de procedure. 3. Draai de bout waarmee de beugel aan de motor bevestigd is en de bout waarmee de wisselstroomgenerator aan de beugel is bevestigd los. 2 1 4. Steek een rolkoevoet tussen de wisselstroomgenerator en de motor en duw de wisselstroomgenerator naar beneden. Afbeelding 41 5.
Onderhoud gashendel wordt geregeld aan te draaien. De maximale kracht die nodig is om de gashendel te bedienen zou 27 Nm moeten zijn. LET OP 1 Schakel de motor uit en neem de sleutel uit het contact alvorens onderhouds- of afstelwerkzaamheden aan de machine uit te voeren. Afbeelding 44 Het verversen van de Hydraulische Vloeistof Onder normale omstandigheden dient u de hydraulische vloeistof om de 400 bedrijfsuren te verversen.
Onderhoud Voer alle nodige reparaties uit voordat u de machine opnieuw gebruikt. worden ververst, of jaarlijks, afhankelijk van hetgeen zich het eerste voordoet. Gebruik ter vervanging het Toro filter (Onderdeelnr. 54-0110). BELANGRIJK: Door een ander filter te gebruiken kan de garantie van bepaalde onderdelen komen te vervallen. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, schakel de motor uit, activeer de parkeerrem en neem de sleutel uit het contact. 2.
Onderhoud 4. Start de motor en draai de zeskantige bout in beide richtingen om de middelpositie binnen het bereik van de neutraalstand te bepalen. 5. Draai de borgmoer vast om de afstelling vast te zetten. 3. U kunt het peil van de cellen bijhouden met gedestilleerd of gedemineraliseerd water. Vul de cellen niet hoger dan de onderkant van de sleufring in iedere cel. Plaats de vuldoppen met de kleppen naar de achterkant (in de richting van de brandstoftank). 6. Schakel de motor uit. LET OP 7.
Onderhoud Het opslaan van de Accu Indien de machine voor meer dan 30 dagen gestald zal worden, dient u de accu te verwijderen en volledig op te laden. U kunt de accu op een aparte plank of op de machine zelf opslaan. Wanneer u ervoor kiest om de accu op de machine op te slaan, dient u de kabels los te koppelen. Sla de accu op in een koele omgeving om te voorkomen dat deze snel leegloopt. Om bevriezing te voorkomen, dient u de accu volledig op te laden.
Onderhoud Voorbereiding voor Winterstalling 4. Start de motor en laat deze circa twee minuten lang stationair draaien. 5. Schakel de motor uit. 6. Tap alle brandstof goed af van de brandstoftank, -leidingen en het brandstof/waterafscheidingsfilter. 7. Spoel de brandstoftank schoon met verse, schone dieselbrandstof. 8. Zet alle onderdelen van het brandstofsysteem goed vast. 9. Het luchtfilter dient grondig te worden gereinigd en onderhouden. Tractie Eenheid 1.