Form No. 3372-801 Rev A Groundsmaster® 3400-D tractie-eenheid met vierwielaandrijving Modelnr.: 30651—Serienr.: 312000001 en hoger G018031 Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Er worden in deze handleiding nog 2 woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen. Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.
Veiligheid Onderhoud van het luchtfilter............................. 34 Motorolie verversen en filter vervangen .............. 35 Onderhoud brandstofsysteem ................................ 36 Brandstoffilter vervangen ................................... 36 Het brandstofsysteem ontluchten ....................... 36 Brandstof aftappen uit de brandstoftank ............. 37 Brandstofleidingen en aansluitingen controleren..................................................... 37 Onderhoud elektrisch systeem ...
◊ onjuist gebruik van de rem, ◊ het type machine is niet geschikt voor het specifieke werk, ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen; • De eigenaar/gebruiker kan ongelukken voorkomen en is verantwoordelijk voor ongelukken, letsel van hemzelf/haarzelf of van anderen en schade aan eigendommen. • Let op dat bij machines met meerdere maaimessen andere messen kunnen gaan draaien doordat u één mes draait.
• • • • • • • • • • zijn aangebracht, correct zijn afgesteld en naar behoren werken. Verander de instellingen van de motor niet en laat de motor niet lopen met een te hoog toerental. De motor met te hoog toerental laten draaien kan de kans op lichamelijk letsel vergroten.
• Controleer elke dag of de interlockschakelaars goed functioneren. Als een schakelaar defect is, moet u deze vervangen voordat u de machine gebruikt. pluspool. Sluit eerst de pluspool van de accu aan en daarna de minpool. • Wees voorzichtig als u de messen controleert. Draag handschoenen en wees voorzichtig als u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de messenkooien. Messen mogen uitsluitend worden vervangen. Probeer ze nooit recht te buigen of te lassen.
Model 30651 + 30646 onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Deze machine oefent een geluidsdruk van 94 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 2 dBA). De geluidsdruk werd bepaald volgens de procedures in EN 836. • Voordat u het hydraulische systeem loskoppelt of werkzaamheden daaraan verricht, moet u alle druk in het systeem opheffen. Dit doet u door de motor af te zetten en de maaidekken en werktuigen neer te laten op de grond.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 70-13-072 1. Opkrikpunt 111-0936 1. Kantelgevaar - vertraag voor een bocht. 2. Kantelgevaar - werken op hellingen van minder dan 16 graden, niet werken op hellingen steiler dan 16 graden. 950832 3.
111-3901 1. Olie transmissie - lees de Gebruikershandleiding voor meer informatie. 111-3344 1. Contactschakelaar 111-3902 1. Waarschuwing - snijgevaar van de hand, ventilator. 2. Hete oppervlakken - lees de Gebruikershandleiding voor meer informatie. 111-3562 1. Druk het pedaal in om de hoek van het stuur te wijzigen. 111-3566 1. Gevaar op vallen of verplettering - zorg ervoor dat het platform vergrendeld is voordat u gaat werken. 111-3567 1.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving 1 Meter voor de bandenspanning (niet meegeleverd) 1 Controleer de bandenspanning. 2 Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding van motor Onderdelencatalogus EU-certificaat 1 1 1 1 Lees de Gebruikershandleiding voordat u de machine gebruikt. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Componenten bedieningspaneel 12 15 13 16 8 2 3 4 18 10 5 1 6 1 17 9 5 2 G018144 Figuur 2 1. Maaidek 2. Bedieningsarm 4 7 4. Bestuurdersstoel 5. Kap 3 3. Stuurwiel 14 11 G018032 Figuur 3 1. Schakelaar handrem 10. Claxonknop (bij verlichtingsset geleverd) 2. Lichtschakelaar (wordt geleverd met verlichtingsset) 11. Hulpcontactstekker 12 volt (geleverd met 12 V-kit) 3. Schakelaar knipperlicht (wordt geleverd met verlichtingsset) 12.
Dit lichtje gaat branden als de handrem in werking is gesteld en het contactsleuteltje op I is gedraaid. WAARSCHUWING De handrem werkt uitsluitend op de voorwielen. Parkeer de maaimachine nooit op een helling. 1 1 g018033 Figuur 4 1. Bediening gewichtsoverbrenging P 1 2 G018029 Figuur 6 1. Parkeerrem Bedrijfsrem De bedrijfsremmen werken via de hydraulische transmissie.
WAARSCHUWING 1 Wees voorzichtig als u remt bij noodgevallen. Blijf zitten en houd het stuurwiel vast om te voorkomen dat u uit de maaimachine wordt geworpen als u tijdens het rijden plotseling de remmen op de voorwielen moet gebruiken. 2 Gashendel Zet de gashendel naar voren om het motortoerental te verhogen. Zet de gashendel naar achteren om het motortoerental te verlagen (Figuur 7).
Bestuurdersstoel WAARSCHUWING Alvorens de maaimachine in gebruik te nemen, moet u eerst controleren of het mechanisme van de bestuurdersstoel goed functioneert en na verstelling en vergrendeling stevig op zijn plaats blijft. De stoel mag uitsluitend worden versteld als de maaimachine stilstaat en op de handrem is gezet. .Lengte-instelling: Met de stoelverstelhendel kunt u de stoel naar voren en naar achteren schuiven (Figuur 10).
Waarschuwingssystemen Waarschuwingslampje oververhitting hydraulische olie Waarschuwingslampje oververhitting koelvloeistof Het waarschuwingslampje gaat branden en de signaaltoon klinkt als de temperatuur van de hydraulische vloeistof in het reservoir boven 95 °C stijgt (Figuur 12). Het waarschuwingslampje van de koelvloeistof gaat branden en de signaaltoon klinkt (Figuur 11). 1 1 G018036 Figuur 12 1. Waarschuwingslampje oververhitting hydraulische olie G018035 Figuur 11 1.
Waarschuwingslampje lage accuspanning Waarschuwingslampje lage motoroliedruk Het waarschuwingslampje voor de accuspanning gaat branden bij een lage accuspanning (Figuur 13). Het waarschuwingslampje voor de druk van de motorolie gaat branden als de oliedruk te laag is (Figuur 14). 1 1 G018081 G018037 Figuur 14 Figuur 13 1. Waarschuwingslampje lage motoroliedruk 1.
Indicatielampje voorverwarmen motor Contactsleuteltje 0 = Motor uit. Draai het contactsleuteltje op II. Het indicatorlampje voor het voorverwarmen van de motor gaat branden en de gloeibougies worden opgewarmd (Figuur 16). I = Motor/hulpapparatuur aan. II = Motor voorverwarmen. Belangrijk: Een koude motor starten zonder voorverwarming kan onnodig slijtage van de accu veroorzaken. III = Motor starten. WAARSCHUWING Verwijder altijd het contactsleuteltje als de maaimachine niet wordt gebruikt.
Urenteller Indicatielampje transmissie in vrijstand De urenteller geeft aan hoeveel uren de machine in totaal in bedrijf is geweest (Figuur 18). Gaat branden als het rijpedaal in de vrijstand staat en het contactsleuteltje op I is gedraaid (Figuur 19). Opmerking: Het indicatielampje Transmissie in vrijstand gaat pas branden als de handrem in werking is gesteld. 1 G018085 Figuur 19 1 1. Indicatielampje transmissie in vrijstand 000.0 G018084 Figuur 18 1.
Indicatielampje schakelaar maaidekken Dit lampje gaat branden als de schakelaar van de maaiaandrijving op vooruit staat en het contactsleuteltje op I is gedraaid (Figuur 20). 1 G018086 Figuur 20 1.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Figuur 21 Laat de maaidekken neer op de grond, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhouds- of afstelwerkzaamheden aan de machine verricht. 1. Peilstok 4.
Het koelsysteem controleren Gebruik zomerdieselbrandstof (nr. 2-D) bij temperaturen boven -7°C en winterdieselbrandstof (nr. 1-D of nr. 1-D/2-D-mengsel) bij temperaturen beneden -7°C. Gebruik van winterdieselbrandstof bij lage temperaturen biedt een lager vlampunt en een lager stolpunt. Dit vergemakkelijkt het starten en vermindert de kans dat de filters verstopt raken.
GEVAAR Toro Premium All Season hydraulische vloeistof (verkrijgbaar in emmers van 19 liter of vaten van 208 liter. Raadpleeg de onderdelencatalogus of de Toro-dealer voor de onderdeelnummers). In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
2. Controleer het kijkvenstertje aan de zijkant van de tank. De vloeistof dient tot de bovenste markering te komen. WAARSCHUWING Gebruik de maaimachine niet zonder eerst te hebben gecontroleerd of het vergrendelingsmechanisme van het bedieningsplatform volledig is ingeschakeld en goed functioneert. 3. Als u de hydraulische olie moet bijvullen, maak dan schoon rond de dop van de hydraulische tank (Figuur 24). Verwijder de dop van de tank. Het platform losmaken 1 1.
Motorstartvergrendeling:De motor kan uitsluitend worden gestart als de rijpedaal in de vrijstand staat, de schakelaar van de maaiaandrijving op UIT is gezet en de handrem in werking is gesteld. Als deze voorwaarden zijn vervuld, worden de schakelaars geactiveerd waarmee de motor kan worden gestart. brandstof op was, of onderhoudswerkzaamheden aan het brandstofsysteem zijn uitgevoerd; zie Brandstofsysteem ontluchten.
de machine volledig belast is gebruikt. Indien u dit nalaat, kunnen er problemen met een turbo-dieselmotor ontstaan. 2. Laat de motor 5 minuten stationair draaien. 3. Draai het contactsleuteltje op 0. Als de motor niet stopt wanneer het contactsleuteltje op 0 is gedraaid, moet u de hendel om de motor te stoppen naar voren zetten (Figuur 27). WAARSCHUWING Houd uw handen uit de buurt van bewegende onderdelen en hete motordelen wanneer de motor loopt. 1 G018087 Figuur 26 1.
De maaidekken inschakelen 1 2 G018088 Figuur 28 1. Aan 2 2. Uit 1 De maaiaandrijving kan uitsluitend worden ingeschakeld als de bestuurder goed op de stoel zit, zie Stoelschakelaar bestuurderaanwezigheid (bladz. 43). Het maaidek inschakelen: Druk de bovenkant van de schakelaar van de maaiaandrijving in de stand Vooruit. G018089 Figuur 29 Het maaidek uitschakelen: Druk de onderkant van de schakelaar van de maaiaandrijving in de stand Achteruit. 1. Vergrendelingswiel 2.
De maaimachine opheffen van de grond WAARSCHUWING Als het geraamte niet is ingevouwen, moeten de beide eenheden met bevestigingsbouten gemonteerd zijn en volledig vastgedraaid voor een goede kantelbeveiliging. WAARSCHUWING Als de maaimachine is opgeheven van de grond, mag u: WAARSCHUWING • NOOIT onder de machine kruipen. Let er bij het in- en uitvouwen van het kantelbeveiligingsgeraamte op dat er geen vingers gekneld raken tussen het vaste en het scharnierende gedeelte van de constructie.
Maaien De snelheid van de maaimessen moet altijd zo hoog mogelijk worden gehouden om steeds de beste maaikwaliteit te krijgen. Dit vereist weer dat het motortoerental zo hoog mogelijk moet blijven. 1 U behaalt de beste resultaten wanneer u tegen de ligging van het gras in maait. Om deze reden zou de bestuurder moeten proberen om bij iedere maaibeurt de maairichting om te draaien. 3 Maaikwaliteit De maaikwaliteit zal verslechteren als de machine te snel rijdt.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • De conditie en de spanning van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren. Na de eerste 50 bedrijfsuren • • • • Ververs de motorolie en vervang het filter. Vervang het oliefilter van de transmissie. Vervang het hydraulische retourfilter. Motortoerental controleren (stationair en op vol gas).
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Gecontroleerd item Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Controleer of de rolbeugel verticaal (opgericht) en geborgd is. Het peil van de motorolie en de brandstof controleren. Indicator voor verstopping in luchtfilter controleren. Radiateur en scherm controleren op vuil. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Vooronderhoud Voor elk onderhoud dient u de motor uit te schakelen en het contactsleuteltje te verwijderen, de handrem in te schakelen, de druk van het hydraulische systeem te laten en de maaidekken op de grond te laten zakken. Zorg ervoor dat u de veiligheidsmaatregelen in deze handleiding gelezen hebt en begrijpt. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.
Smering elke wasbeurt te smeren, ongeacht de voorgeschreven interval. Smeer de lagers, lagerbussen en scharnieren in Vervang beschadigde zerknippels. Smeer alle smeerpunten van de maaidekken en zorg ervoor dat er zoveel smeermiddel wordt ingespoten dat er schoon smeermiddel naar buiten komt. Op die manier zorgt u voor een maximale levensduur van de machine. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Smeer alle nippels van de lagers en lagerbussen met nr.
Onderhoud motor nodig is, wordt alleen maar de kans vergroot dat er vuil in de motor komt als het filter wordt verwijderd. Controleer het waarschuwingssysteem van motoroververhitting Belangrijk: Zorg ervoor dat het deksel goed vastzit en de luchtfilterbehuizing helemaal afsluit. 1. Controleer de blokkage-indicator van het filter. Als de indicator rood is, moet het filter vervangen worden (Figuur 34). Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren G014565 Figuur 34 1 2.
aansluiten, en de filterbehuizing. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. 5. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus. Druk niet op het flexibele midden van het filter. 6. Reinig de opening van de vuiluitlaat die zich in het afneembare deksel bevindt. Verwijder de rubberen uitlaatklep van het deksel, maak de holte schoon en plaats de klep terug. 7.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. 1 • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank totdat het peil 6 mm tot 12 mm onder de onderkant van de vulbuis staat.
De brandstofleidingen en aansluitingen controleren. Controleer ze op slijtage, beschadigingen of loszittende verbindingen. GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal.
Onderhoud van de accu Onderhoud elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren Belangrijk: Voordat er laswerkzaamheden worden verricht aan de machine, moet u de beide accukabels en de accupoolconnector losmaken van de wisselstroomdynamo om schade aan het elektrische systeem te voorkomen. GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt. • U mag accuzuur nooit inslikken en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden.
Onderhoud aandrijfsysteem Het oliefilter van de transmissie vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren 1 g014491 Figuur 40 Linkerkant van machine 1. Retourfilter voor hydraulische vloeistof 1 G018091 Figuur 39 Rechterkant van machine 1. Filter van de transmissieolie 1. Schroef de bodem van het filterhuis los en verwijder deze. 2. Haal het filterelement eruit en gooi dit weg. 3. Plaats een nieuw filterelement (artikelnr. 924709). 4. Monteer de behuizing.
Controleer uitlijning van achterwielen Onderhoud koelsysteem Vuil verwijderen uit het koelsysteem Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren Om te voorkomen dat de banden overmatig slijten en om ervoor te zorgen dat de machine veilig kan worden gebruikt, moeten de achterwielen correct worden uitgelijnd en een toespoor van 3 - 8 mm hebben. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Om de 100 bedrijfsuren Om de 2 jaar Zet de achterwielen recht naar voren.
Onderhouden remmen De maaimachine slepen Controleer of het sleepvoertuig voldoende remvermogen heeft om de gezamenlijke voertuigmassa tot stilstand te brengen, en deze te allen tijde volledig onder controle kan houden. Zet het sleepvoertuig op de handrem. Zet blokjes achter de voorwielen van de maaimachine om te voorkomen dat deze wegrolt. U stelt de schijfremmen van de voorwielmotor als volgt buiten bedrijf: 1.
1 2 9. Nadat de maaimachine is gesleept: Om de machine weer normaal te kunnen gebruiken, moet u de volgende procedure uitvoeren. A. Blokkeer de voorwielen. B. Sluit de omloopklep van de transmissiepomp door rechtsom te draaien. 10. U stelt de schijfremmen van de voorwielmotor als volgt in werking: 3 Opmerking: Zorg ervoor dat de M12 x 40 stelschroeven verwijderd zijn. Bewaar deze onder het bestuurderplatform. A. Ga naar de schijfrem op de rechter voorwielmotor. B.
Onderhoud riemen Onderhoud bedieningsysteem De conditie en de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo moeten na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 100 bedrijfsuren. Controleer de werking van de pedalen vooruit/achteruit Riem van wisselstroomdynamo spannen Schakel de motor uit en trap de rijpedalen volledig in en controleer of zij zonder haperen uit zichzelf terugkeren naar de neutraalstand. Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren 1.
Beveiligingsschakelaar Controleer de transmissieregelkabel en het bedieningsme- transmissie in vrijstand 1. Zet de motor van de maaimachine af. chanisme Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren 2. Neem uw voet van de pedalen vooruit/achteruit. Controleer de conditie en de bescherming van de kabel en het bedieningsmechanisme bij de rijpedalen en de uiteinden van de transmissiepomp. 3. Draai het contactsleuteltje op stand I. Het indicatielampje Transmissie in vrijstand moet nu gaan branden.
Onderhoud hydraulisch systeem 2 1 WAARSCHUWING 3 Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en verbindingsstukken stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
Onderhoud diversen ten teken dat het systeem goed functioneert. Voer indien nodig herstellingen uit voordat u de maaier gebruikt. Afvalverwijdering Hydraulische slangen en leidingen controleren Motorolie, hydraulische vloeistof en motorkoelvloeistof verontreinigen het milieu. Verwijder deze stoffen volgens de plaatselijke voorschriften.
Stalling 10. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. De tractie-eenheid gebruiksklaar maken 11. Controleer de antivriesbescherming en vul zoveel bij als nodig is met het oog op de plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur. 1. Reinig de tractie-eenheid, de maaidekken en de motor grondig. 2. De bandenspanning controleren. 3. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet ze vast indien nodig. 4. Smeer alle smeer- en draaipunten. Neem overtollig vet op. 5.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Motor start niet met contactsleuteltje Lege accu Mogelijke oorzaak Remedie 1. Beveiligingsschakelaar Transmissie in vrijstand is niet geactiveerd 1. Neem de voet van de pedalen vooruit/achteruit of controleer de afstelling van de beveiligingsschakelaar transmissie in vrijstand 2. Beveiligingsschakelaar handrem is niet geactiveerd 3. Beveiligingsschakelaar maaidekaandrijving is niet geactiveerd 4. Ondeugdelijke elektrische aansluiting 2.
Probleem Buitensporig lawaai in het hydraulische systeem Mogelijke oorzaak 1. Defecte pomp 1. Onderzoeken waarom de pomp lawaai maakt. Pomp onderhoudsbeurt geven of vervangen 2. Defecte motor 2. Onderzoeken waarom de motor lawaai maakt. Motor onderhoudsbeurt geven of vervangen 3. Hydraulische aansluitingen, in het bijzonder in de aanzuigleidingen, vastzetten of vervangen 4. Aanzuigkorf reinigen en terugplaatsen of indien nodig vervangen 5. Systeem warm laten worden 3. Lucht in het systeem 4.
Probleem De maaidekken starten niet Mogelijke oorzaak 1. Defecte schakelaar van stoelsensor 1. Mechanische en elektrische werking van schakelaar controleren 2. Te laag vloeistofpeil 2. Reservoir van hydraulische vloeistof bijvullen tot het vereiste peil 3. Controleer de aandrijfassen van de motor en de cilinders en vervang indien nodig 4. Laat ontlastklep reinigen en druk controleren. Neem contact op met uw erkende dealer 5. Blokkage verwijderen indien nodig 6. Regelklep reviseren 3.
Schema's Neutral Proximity Sensor 2.0 Switch - Park Brake Switch - Cutters W/BU W 2.0 Showing Kits :- Beacon Lights Aux Power connector Relay - Neutral Starter / Brake Light S/BU 2.0 1 BL Y/BL 4 2 W/R 6 W/BU 2.0 8 W/O 1.
G018094 52
Beschrijving Onderdeelnummer 1 Hydraulische motor 7 Spruitstuk maaibesturing 8 Testpoort - maaidekdruk 9 Klepsolenoïde 10 Element Logic 11 Overdrukklep 230 bar 12 Overdrukklep 41 bar 13 Spruitstuk hefbesturing 14 Solenoïdeklep 15 Solenoïdeklep 19 Opening fitting 2,0 mm 20 Hefcilinder 21 Asontlastingsklep 22 Retourfilter 23 Oliekoeler 24 Stuurcilinder 25 Stuurinrichting 26 Regelklep - omloopleiding stuurdemper, links 27 Regelklep - omloopleiding stuurdemper, rechts 28
50 Testpoort - transmissiedruk - vooruit 51 Testpoort - vuldruk 53 Transmissieklep omloopleiding Hydraulisch schema en sleutel (Rev.
Internationale lijst van distributeurs Dealer: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.
De garantie totaaldekking van Toro Beperkte garantie Gedekte voorwaarden en producten De Toro® Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.