Form No. 3400-159 Rev A Groundsmaster® 4110 cirkelmaaier Modelnr.: 30643—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.
Inhoud Onderhoud ..................................................................39 Aanbevolen onderhoudsschema ..................................39 Controlelijst Dagelijks Onderhoud ...........................40 Onderhoudsschema................................................41 Procedures voorafgaande aan onderhoud ......................42 Veiligheidmaatregelen voor onderhoudswerkzaamheden ................................................................42 De machine klaar maken voor onderhoud ..........
Veiligheid Het middelste maaidek rechtop draaien (kantelen) ..........................................................61 Het middelste maaidek naar beneden kantelen ............61 Schuinstand van het maaidek afstellen .......................61 Onderhoud van de lagerbussen in de zwenkwielarmen.................................................62 Onderhoud van zwenkwielen en lagers ......................63 De scharnierkappen van de maaidekken vervangen. .........................................................
Geluidsniveau Deze machine heeft een geluidsniveau van 104 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsniveau werd bepaald volgens de procedures in ISO 11094. Geluidsdruk Deze machine oefent een geluidsdruk van 85 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in EN ISO 5395:2013.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-7818 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115–149 N·m. 106-4250 1. Maaihoogte 100-5622 1. Maaihoogte-afstelling 106-4251 1. Maaihoogte 100-5623 1. Lage maaihoogteinstelling 2.
117–2754 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin bent getraind. 3. Waarschuwing – Doe de veiligheidsgordel om als u op de bestuurdersstoel zit. 4. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 5. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 6. Het risico bestaat dat u in uw handen of voeten wordt gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 7.
93-7275 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Geen hulpstartknoppen gebruiken 121-3884 1. Motor – Afzetten 2. Motor – Voorgloeien 3. Motor – Starten 106-6754 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd en worden gegrepen, ventilator, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 100-6578 1.
121-3887 106-6755 1. Lees de Gebruikershandleiding. 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Risico van explosie – Lees 4. Waarschuwing – Lees de de Gebruikershandleiding. Gebruikershandleiding. 58-6520 1. Smeervet 117–2718 127-3700 93-7272 1. Linker maaidek omhoog brengen 4. Motortoerental vergrendelen 2. Middelste maaidek omhoog brengen 5. Motortoerental ontgrendelen 3. Rechter maaidek omhoog brengen 1.
121-1599 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over de zekeringen. 120-4129 1. Zwaailicht 3. Linkerrichtingaanwijzer 2. Gevaarlicht 4. Rechterrichtingaanwijzer 114-0849 120-4130 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Parkeerrem 2. De parkeerrem inschakelen – 1) Vergrendel de pedalen samen; 2) Druk het rempedaal in; 3) Trek de knop van de parkeerrem uit. 4. Trap het rempedaal in om de parkeerrem uit te schakelen. 10 1.
4-0845 1. Instelling van de hoek van de stuurkolom 2. Claxon Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9.
1-8378 1. Ventilator – uit 3. Koude lucht 5. Buitenlucht 7. Airconditioning – aan (indien aanwezig) 2. Ventilator – aan (maximaal vermogen) 4. Warme lucht 6. Binnenlucht 8. Airconditioning – uit (indien aanwezig) 125-9688 1. Ruitenwissers – uit 2. Ruitenwissers 3. Ruitenwissers – aan 4.
0-5357 1. Naar voren duwen om vooruit te rijden. 2. Naar achteren duwen om achteruit te rijden. 130-5733 1. Opgelet; lees de Gebruikershandleiding — 1) Verwijder de optionele vuilniszak; 2) Kantel de stoel naar voren. 130-0594 130-5980 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; draag altijd een veiligheidsgordel als u in de cabine zit; draag gehoorbescherming. 1. Opgelet; lees de Gebruikershandleiding — Om de machine te verlaten: 1) Laat het maaidek neer; 2) Verlaat de machine. 130-0611 1.
GROUNDSMASTER 4110, MODEL 30643 & 30644 QUICK REFERENCE AID 7 3 11 I 11 6 A 1 E F 8 B H G 5 4 C 2 D 11 11 9 CHECK/S ERVICE (DAILY) 1. ENGINE OIL LEVEL 2. HYDRAULIC FLUID LEVEL 3. ENGINE COOLANT LEVEL 4. FUEL - DIESEL ONLY 5. FUEL/WATER SEP ARATOR 6. FAN BELT TENSION 7. RADIATOR SCREEN 8. AIR CLEANER 9. BRAKE FUNCTION 10. INTERLOCK SYSTEM 11. TIRE PRESSURE - 25 PSI/1.70 BAR 12. GREASE POINTS (4) SEE OPERATOR'S MANUAL FOR 50 HR INTERVAL GREASE POINTS.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 4 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Geen onderdelen vereist – De machine smeren. Waarschuwingssticker 1 Waarschuwingssticker vervangen. Geen onderdelen vereist – De bandenspanning controleren. Geen onderdelen vereist – Vloeistofniveaus controleren.
Algemeen overzicht van de machine 3 De bandenspanning controleren Bedieningsorganen Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Geen onderdelen vereist Bedieningsorganen van de machine Procedure Controleer de bandenspanning; zie Bandenspanning controleren (bladz. 23). Belangrijk: Zorg ervoor dat alle banden steeds de juiste bandenspanning hebben; hierdoor kan de machine optimale maaiprestaties leveren en goed functioneren.
Hendel om stuurwiel te verstellen Aftakasschakelaar Trek de hendel om het stuur te verstellen naar beneden om het stuurwiel in de gewenste stand te zetten en laat de hendel vervolgens los om de instelling te borgen (Figuur 3). De aftakasschakelaar heeft 2 standen: UIT (START) en IN (STOP). Trek de knop van de aftakasschakelaar uit om de maaidekmessen te activeren. Druk de knop in om de maaidekmessen uit te schakelen (Figuur 4).
De stoel verstellen Cabineknoppen 4 Instelhendel bestuurdersstoel Beweeg de instelhendel aan de zijkant van de bestuurdersstoel naar buiten, beweeg de stoel naar de gewenste stand en laat de hendel los om de stoel in deze stand te vergrendelen (Figuur 6). 5 3 6 2 1 8 9 g028431 7 Figuur 7 4. Instelhendel rugleuning 2. Gewichtsinstellingshendel 5. Afstelknop voor armsteun (niet afgebeeld – bevindt zich onder armsteun) 5. Stopcontact 2. Ventilatorregeling 6. Schakelaar lampen 3.
Schakelaar knipperlichten Gebruik deze schakelaar om de knipperlichten (gevaarlichten) in of uit te schakelen (Figuur 7). Aircoschakelaar Met deze schakelaar kunt u de airconditioning aan- en uitzetten (Figuur 7). Voorruitvergrendeling Open de vergrendelingen om de voorruit te openen (Figuur 8). Druk op de vergrendeling om de voorruit de GEOPENDE STAND te vergrendelen. Trek de vergrendeling uit en omlaag om de ruit te sluiten en vast te zetten. Figuur 8 1.
Specificaties Figuur 9 20
Beschrijving Hoogte met cabine Figuur 9 referentie Afmetingen of gewicht A 237 cm 140 cm Hoogte (zonder cabine) Totale lengte H 186 cm Lengte voor stalling G 184 cm D 315 cm Maaibreedte totaal voorste maaidek 137 cm zijmaaidek 94 cm voorste maaidek en een zijmaaidek 226 cm Totale breedte maaidekken neergelaten E 323 cm maaidekken opgeheven (transportstand) C 180 cm F 141 cm vóór B 114 cm achter J 107 cm Wielbasis Wielloopvlak (midden van wiel tot midden van wiel) 15 cm Afs
Brandstofveiligheid Gebruiksaanwijzing GEVAAR Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
petrodiesel moet een laag of ultralaag zwavelgehalte hebben. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: niet te vol. Plaats de brandstofdop terug en maak hem stevig vast. • Her deel biodiesel van de brandstof moet voldoen aan de Het motoroliepeil controleren specificatie ASTM D6751 of EN 14214.
GEVAAR Een te lage bandenspanning vermindert de zijdelingse stabiliteit van de machine op hellingen. Hierdoor kan de machine omkantelen, waardoor lichamelijk of dodelijk letsel kan ontstaan. Pomp de banden niet te zacht op. De luchtdruk in de banden moet tussen 172 en 207 kPa zijn. Figuur 12 Voorwielen Belangrijk: Zorg ervoor dat alle banden steeds de aanbevolen bandenspanning hebben, hierdoor kan de machine optimale maaiprestaties leveren en goed functioneren. Pomp de banden niet te zacht op.
Figuur 14 1. Zijspiegels 3. Hendel 2. Achteruitkijkspiegel Figuur 15 1. Klemkapje Koplampen richten 2. Afstandsstukken 3. Opvulstukken Optionele accessoire 1. Draai de montagemoeren los en plaats elke koplamp zo dat hij recht vooruit wijst. Draai de montagemoer vast genoeg om de koplamp in positie te houden. 4. Montage-opening bovenste as 5.
draaiarmen vast in de gekozen openingen in de beugel voor de maaihoogte. 6. Druk de zwenkwielas door de voorste zwenkwielarm. 7. Plaats de opvulstukken (zoals deze oorspronkelijk zijn geplaatst) en de overige afstandsblokken op de spilas. 1. Plaats de assen van de zwenkwielen in dezelfde openingen in alle zwenkwielvorken (Figuur 19 en Figuur 21). 8. Monteer het klemkapje om alles goed vast te zetten. 9.
6. Verwijder de R-pennen en de gaffelpennen uit de zwenkwieldraaiarmen (Figuur 21). 7. Draai de spanstang om de draaiarm hoger of lager te zetten totdat de openingen zich recht voor de gewenste openingen in de maaihoogtebeugel van het maaidekframe bevinden (Figuur 21 en Figuur 22). Figuur 23 Rollen van het maaidek afstellen Figuur 21 1. Zwenkwielarm 3. Gaffelpen en R-pen 2. Montage-openingen van as 4.
Opmerking: Stel het tegengewicht af op 22,41 bar. Opmerking: De afstand moet ongeveer 10 tot 16 mm zijn 5. Controleer op kromme messen; zie Controleren op kromme messen (bladz. 64). 6. Maai het gras in een testgebied om te controleren of alle maaidekken op dezelfde hoogte maaien. 7. Als de maaidekken nog moeten worden afgesteld, zoek dan een vlak oppervlak met een liniaal van minstens 2 meter. 8.
tractiepedaal in de NEUTRAALSTAND staat. Hoewel de motor blijft lopen als de aftakas is uitgeschakeld en het tractiepedaal niet is ingetrapt, dient u de motor af te zetten voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 2. Meet de afstand van de grond tot de voorste rand van het mes. 3. Stel de opvulstukken (3 mm) op de voorste zwenkwielarm(en) in naargelang de maaihoogtesticker (Figuur 28).
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) 1 TORO Brandstofpeil Stationair herstel vereist Luchtinlaatverwarming actief 4 2 3 g020650 Linker maaidek omhoog brengen Figuur 29 1. Controlelampje 3. Middelste knop 2. Rechterknop 4. Linkerknop Middelste maaidek omhoog brengen Rechter maaidek omhoog brengen • Linkerknop, knop toegang tot menu/terug – druk op De bestuurder moet op de stoel zitten deze knop om naar de menu's van het InfoCenter te gaan.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Pincode De hydraulische vloeistof is te heet Temperatuur hydraulische vloeistof — Geeft de temperatuur van de hydraulische vloeistof aan. or Ga zitten of schakel de parkeerrem in werking CAN Bus De menu's gebruiken InfoCenter Druk in het hoofdscherm op de menuknop om naar het InfoCenter menusysteem te gaan. U gaat naar het hoofdmenu.
Diagnostisch systeem Betreffende Onderdeelmenu Beschrijving Onderdeelmenu Beschrijving Engine Run Raadpleeg de Gebruikershandleiding of een erkende Toro-distributeur voor meer informatie over het menu Engine Run en de informatie die het bevat.
Instelling automatisch stationair aanpassen • Houd lichaamsdelen, in het bijzonder uw handen en • 1. Scroll in het instellingenmenu naar beneden tot u de functie Auto Stationair ziet. 2. Druk op de rechterknop om de instelling voor automatisch stationair draaien te wijzigen; de mogelijke opties zijn 8, 10, 15, 20, 30 seconden of UIT. • • De maximale toegestane maaisnelheid instellen 1. Scroll in het instellingenmenu naar beneden tot u de functie maaisnelheid ziet en druk op de rechterknop. 2.
De motor starten en uitschakelen – Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen. • Verander de instellingen van de motor niet en laat hem het maximale toerental niet overschrijden. De motor met te hoog toerental laten draaien kan de kans op lichamelijk letsel vergroten. Motor starten Belangrijk: Het brandstofsysteem ontlucht zichzelf automatisch indien zich een van de volgende situaties voordoet: • Eerste keer starten van een nieuwe machine.
Opmerking: Druk het rempedaal in of zet het tractiepedaal achteruit gedurende 1 seconde om de cruise control uit te schakelen. 4. Draai het contactsleuteltje op UIT. 5. Verwijder het sleuteltje uit het contact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start. Gebruik van Smart Power™ tractie De toerentalschakelaar gebruiken Dankzij Toro Smart Power™ tractie hoeft de bestuurder het toerental niet in de gaten te houden in zware omstandigheden.
Opmerking: Bij heen en weer schakelen tussen het lage en het hoge bereik zullen de instellingen naar de vorige instelling worden geschakeld. De instellingen worden gereset als de machine wordt uitgeschakeld. Opmerking: Deze functie kunt u ook samen met cruise control gebruiken. De werking van de machine leren begrijpen Oefen u in het rijden met de machine, omdat deze machine een hydrostatische transmissie heeft en de eigenschappen ervan anders zijn dan die van veel gazonmachines.
zich grasresten ophopen in de maaikast, verslechteren de maairesultaten. Na gebruik Verwijder ook vuil dat zich eventueel heeft opgehoopt tussen de hefcilinders en de schuimrubberen bekleding van het maaidek (Figuur 31). Veiligheid na het werk Algemene veiligheid • Verwijder gras en vuil van de maaidekken, de • • • • Figuur 31 1. Hefcilinder van maaidek 2. Schuimrubberen bekleding van maaidek aandrijvingen, de geluiddempers en de motor om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op.
Opmerking: Niet meer dan 3 slagen openen. Omdat de vloeistof is omgeleid, kan de machine worden voortbewogen zonder dat de transmissie wordt beschadigd. • Twee aan de voorzijde van het bestuurdersplatform • Achterbumper 3. Sluit de omloopkleppen voordat u de motor start. 4. Aandraaien tot 70 Nm om de klep te sluiten. Belangrijk: Als u de machine achteruit moet duwen of slepen, dient u te zorgen voor een omleiding van de regelklep in het verdeelstuk van de vierwielaandrijving.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Na de eerste 10 bedrijfsuren Na de eerste 200 bedrijfsuren Bij elk gebruik of dagelijks Onderhoudsprocedure • Wielmoeren aandraaien. • • • • Wielmoeren aandraaien. Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo controleren. Spanning van de compressorriem controleren. Spanning van de drijfriem van de maaimessen controleren.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Om de 800 bedrijfsuren Brandstoftank aftappen en reinigen (ook als het brandstofsysteem verontreinigd is) Olie van voorste planeetwielaandrijving verversen. Het smeermiddel van de achteras verversen. Controleer het toespoor van het achterwiel. Controleer de riem van de mesaandrijving. De hydraulische vloeistof verversen. Ververs de hydraulische vloeistof in normale omstandigheden om de 800 bedrijfsuren.
Voor week van: Gecontroleerde item maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag Brandstofpeil controleren. Controleer de bandenspanning. Werking van instrumenten controleren. Maaihoogte-instelling controleren. Alle smeernippels smeren.2 Beschadigde lak bijwerken. 1 Controleer de gloeibougie en de spuitmonden van de injector, als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt.
Procedures voorafgaande aan onderhoud onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn. Dit kan ertoe leiden dat de garantie op het product komt te vervallen. De machine klaar maken voor onderhoud Veiligheidmaatregelen voor onderhoudswerkzaamheden 1. Zorg ervoor dat de aftakas is uitgeschakeld. 2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. • Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in 3. Stel de parkeerrem in werking.
Smering Lagers en lagerbussen smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren De machine is voorzien van smeerpunten die u regelmatig moet smeren met nr. 2 lithium vet. Smeer de machine ook onmiddellijk na elke wasbeurt.
Figuur 40 Figuur 41 Figuur 42 Hefeenheden middelste maaidek • 2 lagerbussen van cilinder van hefarm (2 aan elke kant) (Figuur 43) • 2 kogelverbindingen van hefarm (Figuur 44) Figuur 44 Figuur 43 44
Hefeenheden zijmaaidek Onderhoud motor De hefcilinder van de 4 zijmaaidekken (Figuur 45) Veiligheid van de motor U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—De indicator van het luchtfilter controleren Om de 50 bedrijfsuren—Luchtfilter controleren.
Figuur 49 1. Veiligheidsfilter 2. Stel de indicator (Figuur 47) opnieuw in als deze rood is. Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voor- en nadat de motor voor de eerste keer wordt gestart. De carterinhoud is ongeveer 5,7 liter met filter.
Motorolie verversen en filter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren 1. Start de motor en laat deze 5 minuten lopen zodat de olie warm wordt. 2. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Ververs de motorolie en vervang het filter (Figuur 51).
Onderhoud brandstofsysteem Onderhoud van brandstofsysteem Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren (ook als het brandstofsysteem verontreinigd is) Gebruik schone brandstof om de tank uit te spoelen. Brandstofleidingen en -verbindingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren De leidingen en aansluitingen controleren op slijtage, beschadigingen of loszittende verbindingen.
Onderhoud elektrisch systeem water. Omspoelen met schoon water. Smeer een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro-onderdeelnr. 505-47) of vaseline op de accupolen en de kabelklemmen om corrosie te voorkomen. 1. Open het accudeksel aan de zijkant van het scherm (Figuur 53). Veiligheid van het elektrisch systeem Opmerking: Druk op het vlakke deel boven het accudeksel om het deksel gemakkelijker te kunnen wegnemen (Figuur 53). • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht.
WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd eerst de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
Onderhoud aandrijfsysteem De hoek van het tractiepedaal instellen 1. Draai de 2 bouten en moeren los waarmee de linkerzijde van het tractiepedaal aan de beugel is bevestigd (Figuur 60). g019500 Figuur 61 1. Controle-/aftapplug (2) 2. Verwijder de rechtse controleplug (Figuur 61). Opmerking: De olie zou tot de onderkant van de opening van de controleplug moeten reiken. 3. Als het peil te laag is, verwijder dan de bovenste plug en voeg olie toe tot deze uit de opening aan de rechterkant begint te vloeien.
g020680 Figuur 63 1. Aftapplug Figuur 64 2. Remkast 1. Controleplug 4. Als alle olie op de beide plaatsen is afgetapt, plaatst u de plug weer in de remkast. 2. Vulplug Het smeeroliepeil van de tandwielkast van de achteras controleren 5. Draai het wiel tot de open plugopening in het planeetwiel zich helemaal bovenaan bevindt. 6. Giet langzaam 0,65 liter hoogwaardige SAE 85W-140 tandwielolie door de opening in het planeetwiel.
Om de 800 bedrijfsuren 8. Plaats de pluggen. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. Toespoor achterwiel controleren 2. Reinig de omgeving van de drie aftappluggen, (1) aan elke kant en (1) in het midden (Figuur 66). 3. Verwijder de controlepluggen zodat de olie gemakkelijker kan weglopen. Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren 4. Verwijder de aftappluggen zodat de olie in de opvangbakken kan lopen. 1.
Onderhoud koelsysteem 3. Als het koelvloeistofpeil te laag is, moet u bijvullen met een oplossing die half uit water, half uit ethyleenglycol-antivries bestaat. Veiligheid van het koelsysteem Belangrijk: Gebruik geen koelvloeistoffen op basis van alcohol/methanol of alleen water, want dit kan schade veroorzaken. VOORZICHTIG Als u hete, onder druk staande koelvloeistof over u heen krijgt of in aanraking komt met een hete radiateur of omliggende delen, kunt u ernstige brandwonden oplopen.
Onderhouden remmen De bedrijfsremmen afstellen Stel de bedrijfsremmen af als de rempedalen meer dan 25 mm 'speling' hebben of als de remmen niet naar behoren functioneren. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. 1. Haal de borgpen van de rempedalen los zodat beide pedalen onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren. 2. Om de speling op de rempedalen te verkleinen, moet u de remmen als volgt vaster zetten: A.
Onderhoud riemen Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren Bij een correcte spanning heeft de riem een speling van 10 mm als u halverwege tussen de poelies op de riem drukt met een kracht van 44 N·m. Als de speling geen 10 mm bedraagt, moet u de montagebouten van de wisselstroomdynamo losdraaien (Figuur 72). Opmerking: Verhoog of verminder de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo en draai de bouten vast.
1. Laat het maaidek op de vloer van de werkplaats zakken, verwijder de drijfriemkappen die boven op het maaidek zitten en zet de drijfriemkappen weg. 2. Als de speling niet correct is (10 mm), moet u de montagebout van de spanpoelie losdraaien (Figuur 72). Verhoog of verminder de spanning van de compressorriem en draai de bouten vast. Controleer nogmaals de speling van de riem om zeker van te zijn dat de spanning correct is. 2. Draai de oogbout los om de trekveer te kunnen verwijderen (Figuur 73). 3.
Onderhoud hydraulisch systeem ISO VG 46 slijtagewerende hydraulische vloeistof met hoge viscositeitsindex/laag stolpunt Materiaaleigenschappen: Veiligheid van het hydraulische systeem Viscositeit, ASTM D445 St bij 40 °C 44 tot 48 St bij 100 °C 7,9 tot 8,5 140 tot 160 Viscositeitsindex ASTM D2270 WAARSCHUWING Stolpunt, ASTM D97 Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
3. Plaats de aftapplug terug wanneer er geen hydraulische vloeistof meer naar buiten stroomt, en zet de plug vast. 4. Vul het reservoir (Figuur 76) met hydraulische vloeistof; zie Hydraulische vloeistof controleren (bladz. 58). Belangrijk: Gebruik uitsluitend de gespecificeerde hydraulische vloeistoffen. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. Figuur 76 1. Hydraulische reservoir 5.
Hydraulische filters vervangen Tegengewicht instellen De testpoort voor het tegengewicht wordt gebruikt om de druk in het tegengewichtcircuit te testen (Figuur 78). De aanbevolen druk voor het tegengewicht is 2.241 kPa. Om de druk voor het tegengewicht af te stellen, draait u de contramoer los en draait u de stelschroef (Figuur 78) rechtsom om de druk te verhogen of linksom om de druk te verlagen. Draai de contramoer vast.
Onderhoud van het maaimachine Het middelste maaidek rechtop draaien (kantelen) 1 Opmerking: Hoewel dit niet is vereist voor normale onderhoudswerkzaamheden, kunt u het middelste maaidek rechtop draaien (kantelen). Indien u het maaidek wilt kantelen, moet u als volgt te werk gaan: 2 1. Breng het middelste maaidek een beetje van de grond, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. g020969 2.
De zijmaaidekken afstellen 3. Draai een mes zodat het recht naar voren wijst. 4. Meet met een korte liniaal de afstand van de grond tot de voorste rand van het mes. 1. Verwijder de tapschroeven en moeren waarmee de voorste zwenkwielarm is bevestigd aan de zwenkwielvork (Figuur 82). 5. Draai de rand van het mes achterwaarts en meet de afstand van de grond tot de rand van het mes. 2.
4. Sla een drevel in de boven- of onderkant van de bevestigingsbuis en tik de lagerbus uit de buis (Figuur 83). Opmerking: Tik ook de andere lagerbus uit de buis. Reinig de binnenkant van de buizen. Figuur 84 Figuur 83 1. Buis van zwenkwielarm 2. Lagerbussen 1. Zwenkwielbout 3. Lager 2. Zwenkwielvork 4. Afstandsstuk van lager 5. Smeer vet aan de binnen- en buitenkant van de nieuwe lagerbussen. 6. Druk de lagerbussen voorzichtig in de bevestigingsbuis met behulp van een hamer en een vlakke plaat. 7.
De scharnierkappen van de maaidekken vervangen. Onderhoud van maaimessen De scharnierkappen voorkomen dat er vuil via de scharnierpunten tussen de maaidekken komt. Bij beschadiging of slijtage moet een kap worden vervangen. Veiligheid van de messen GEVAAR Een versleten of beschadigd mes kan breken en een stuk van het mes kan naar u of naar omstanders worden uitgeworpen en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen.
Maaimes(sen) controleren en slijpen Figuur 87 Twee gebieden zijn erg belangrijk bij het controleren en onderhouden van het maaimes: de vleugel en de snijrand. Zowel de snijranden als de vleugel – dat is het deel dat naar boven steekt tegenover de snijrand – zorgen ervoor dat het mes een goede maaikwaliteit levert. De vleugel is belangrijk omdat deze het gras rechtop zet zodat het gelijkmatig wordt gemaaid. De vleugel zal tijdens gebruik langzaam slijten.
Opmerking: Verwijder de messen en slijp ze op een slijpmachine. Nadat de snijranden zijn geslepen, monteert u het mes met de antiscalpeercup en de mesbout; zie Maaimes(sen) verwijderen en monteren (bladz. 65). Ongelijke meshoogte corrigeren Indien de messen van één maaidek niet op gelijke hoogte zijn afgesteld, zullen er na het maaien strepen zichtbaar zijn in het gazon. Dit probleem kan worden gecorrigeerd door de messen recht te zetten en ervoor te zorgen dat alle messen op hetzelfde niveau maaien. 1.
Onderhoud van de cabine 8. Stel de spanpoelie af en monteer de drijfriemkappen. De cabine onder hoge druk reinigen Belangrijk: Wees voorzichting in de buurt van afdichtingen en verlichting van de cabine (Figuur 91). Als u een hogedrukreiniger gebruikt, hou de spuitstok dan minstens 0,6 m van de machine vandaan. Richt de hogedrukreiniger niet rechtstreeks op de afdichtingen en verlichting van de cabine of onder de overhang aan de achterzijde. 2 3 1 4 G034330 Figuur 91 1. Afdichting 2.
De luchtfilters van de cabine reinigen 3. Installeer de filters en het rooster en zet ze vast met de duimschroeven. Reinigen van de condensor (spoel) van de airconditioning Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren (Vervang deze als ze versleten zijn of heel erg vuil.) 1. Verwijder de schroeven en de roosters van boven de luchtfilters in en achter de cabine (Figuur 92). 1 Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren (Vaker reinigen in zeer stoffige of vuile omstandigheden) 2 1.
Stalling 4. Verwijder de luchtfilters (Figuur 95). 5. Verwijder en reinig de airconditioningspoelen (Figuur 95). Voorbereidingen voor winterstalling 6. Vervang de airconditioningspoelen, de luchtfilters en het cabinedak. Tractie-eenheid 1. Reinig de tractie-eenheid, de maaidekken en de motor grondig. 2. Controleer de bandenspanning; zie Bandenspanning controleren (bladz. 23). 3. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet ze vast indien nodig. 4. Smeer alle smeer- en draaipunten met vet of olie.
nodig is met het oog op de plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur.
Lijst met internationale dealers Distributeur: Land: Telefoonnummer: Distributeur: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.