Form No. 3386-537 Rev C Groundsmaster® 4010 cirkelmaaier Modelnr.: 30636—Serienr.: 315000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze machine is een zitmaaier met draaiende messen bedoeld voor gebruik door professionele bestuurders in commerciële toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras van goed onderhouden gazons in parken, sportvelden en golfbanen.
Onderhoud motor ................................................ 56 Onderhoud van het luchtfilter ............................ 56 Motorolie verversen .......................................... 57 Onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en roetfilter......................................... 59 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 60 Onderhoud van de waterafscheider ...................................................................... 60 Onderhoud van het motorbrandstoffilter....
Veiligheid Voorbereidingen voor winterstalling .................. 80 Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013 en B71.4-2012 van het ANSI (American National Standards Institute). Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken.
Bediening ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten. • Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte Voorbereiding • • • Draag tijdens het maaien altijd stevige, gripvaste schoenen, een lange broek, een helm, een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Lang haar, losse kleding of sieraden kunnen worden gegrepen door bewegende onderdelen. Draag geen schoenen met open tenen en loop niet op blote voeten.
• • • • • • • • • • • Vervang versleten of beschadigde onderdelen met – voordat u de machine gaat controleren, schoonmaken of andere werkzaamheden gaat uitvoeren; – als u een vreemd voorwerp raakt. Controleer de machine op beschadigingen en voer alle benodigde reparaties uit voordat u deze weer gebruikt. Draai alle moeren van de aspoelie vast met een torsie van 176 tot 203 N·m; – als de maaimachine abnormaal trilt (direct controleren).
• Let goed op dat er voldoende ruimte boven de van karton of papier. Doe dit niet met uw handen. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan voldoende kracht hebben om door de huid heen te dringen en letsel te veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan.
Geluidsniveau bevestigingsbouten van het mes. Houd de machine in goede conditie. Deze machine heeft een geluidsniveau van 104 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. • Als de motor moet lopen om onderhouds- of afstelwerkzaamheden uit te voeren, moet u uw kleding, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de maai-eenheden, werktuigen en bewegende delen houden. Houd iedereen op afstand. Het geluidsniveau werd bepaald volgens de procedures in ISO 11094.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal93-7818 93-7818 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115–149 N·m. decal100-5624 100-5624 1. Maaihoogte-instelling decal100-5622 100-5622 decal100-5693 100-5693 1.
decal100-6578 100-6578 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Gebruik de machine nooit als de veiligheidsschermen of afdekplaten zijn verwijderd; zorg ervoor dat deze op hun plaats zitten; blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decal104-3578 104-3578 1. Maaihoogte-instelling decal117-2754 117–2754 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin bent getraind. 3.
decal117-2766 117–2766 (Aanbrengen op onderdeelnr. 117-2754 volgens Europese standaard*) * Deze veiligheidssticker waarschuwt voor gebruik op hellingen en moet worden aangebracht op de machine volgens de Europese veiligheidsnorm voor gazonmaaiers EN 836:1997. De aangegeven maximale hellinghoeken waarbij deze machine veilig kan worden gebruikt, zijn gebaseerd op deze norm. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin bent getraind. 3.
decal121-3887 decal104-3579 121-3887 104-3579 1. Lees de Gebruikershandleiding. 1. Maaihoogte-instelling, laag 2. Maaihoogte-instelling, hoog decal93-7272 93-7272 decal58-6520 58-6520 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd; ventilator – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 1. Smeervet decal117-2718 117–2718 decalbatterysymbols decal121-3884 Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 121-3884 1. Motor – Afzetten 2. Motor – Voorgloeien 3. Motor – Starten 1.
decal106-6755 106-6755 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Risico van explosie – Lees 4. Waarschuwing – Lees de de Gebruikershandleiding. Gebruikershandleiding. decal117-2787 117–2787 (Modellen met cabine) 1. Koplampen, 15 A zekering 4. Ruitenwissers, 15 A zekering 2. Verwarming, 15 A zekering 5. Cabineverlichting, 15 A zekering 3. Airconditioning, 30 A zekering decal119-0124 119–0124 (Modellen met cabine) 1.
decal127-3700 127-3700 1. Linker maaidek omhoog brengen 4. Motortoerental vergrendelen 2. Middelste maaidek omhoog brengen 5. Motortoerental ontgrendelen 3. Rechter maaidek omhoog brengen decal120-8947 120-8947 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 4. Als de rolbeugel omhoog is geklapt, draag dan de veiligheidsgordel. 2. Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. 5. Als de rolbeugel omlaag is geklapt, draag dan geen veiligheidsgordel. 3.
decal120-4130 120-4130 decal114-0849 114-0849 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Parkeerrem 2. De parkeerrem inschakelen – 1) Vergrendel de pedalen samen; 2) Druk het rempedaal in; 3) Trek de knop van de parkeerrem uit. 4. Trap het rempedaal in om de parkeerrem uit te schakelen. decal121-1599 121-1599 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over de zekeringen. 15 1. Waarschuwing – 1) Schakel de vermogenaftakas uit; 2) Breng het maaidek omhoog 4. Vooruit 2. Hier niet staan 3.
decal114-0846 114-0846 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het starten van de motor – 1) Schakel in neutraal; 2) Schakel de parkeerrem in; 3) Stel de motor in op laag toerental; 4) Draai het contactsleuteltje naar voorverwarmen; 5) Draai het contactsleuteltje om de motor te starten. 2.
decal130-6046 130-6046 1. Lees de Gebruikershandleiding. decal114-0845 114-0845 1. Kantelhendel van stuur 2.
decal120-0250 120-0250 (Modellen met cabine) 1. Traag voertuig decal93-7275 93-7275 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Geen starthulpmiddelen gebruiken.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 Geen onderdelen vereist – De machine smeren. 2 Waarschuwingssticker 1 Wordt uitsluitend aangebracht op machines die moeten voldoen aan de Europese voorschriften.
Algemeen overzicht van de machine draaien, voor het parkeren en ten behoeve van een betere tractie bij het rijden op hellingen. Een vergrendeling koppelt de pedalen als parkeerrem en voor transport. Bedieningsorganen Borgpen Opmerking: Bepaal vanuit de normale Om de parkeerrem in werking te stellen (Figuur 3), koppelt u de pedalen met de borgpen. bedieningspositie de linker– en rechterzijde van de machine.
Opmerking: De dekken kunnen niet omlaag worden gebracht bij het hoge toerental en kunnen ook niet omhoog of omlaag worden gebracht als de bestuurder niet in de stoel zit terwijl de motor loopt. Bovendien kunnen de maaidekken omlaag worden gebracht met het contactsleuteltje in de stand Aan en de bestuurder op de stoel. Cruise Control-schakelaar Met de schakelaar van de cruise control (Figuur 4) vergrendelt u het pedaal zodat de gewenste grondsnelheid behouden wordt.
Cabineknoppen Meter voor instelling van gewicht van bestuurder De meter voor de instelling van het gewicht geeft aan wanneer de stoel is ingesteld naar het gewicht van de bestuurder (Figuur 6). De hoogte wordt ingesteld door de ophanging binnen het groene gebied in te stellen. g028431 Figuur 7 g008837 Figuur 6 1. Gewichtsmeter 2. Gewichtinstelhendel 1. Luchtcirculatieregeling 6. Schakelaar lampen 2. Ventilatorregeling 7. Richtingaanwijzer 3. Temperatuurregeling 8. Knipperlichtschakelaar 4.
De bediening van het InfoCenter gebruiken Schakelaar knipperlichten Gebruik deze schakelaar om de knipperlichten (gevaarlichten) in of uit te schakelen (Figuur 7). Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie over uw machine, onder meer de bedrijfsstatus en allerlei diagnostische informatie (Figuur 9). Het InfoCenter beschikt over een welkomstscherm en hoofdscherm.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter SERVICE DUE Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Instellingen In het menu Instellingen kunt u het InfoCenter-scherm configureren en aan uw voorkeuren aanpassen. Machine In het menu Machine ziet u het modelnummer, het serienummer en de versie van de software op uw machine. De bestuurder moet de status wijzigen in wat aangegeven wordt Symbolen worden vaak gecombineerd in zinnen.
Maaisnelheid Regelt de maximumsnelheid in maaimodus (laag bereik) Transportsnelheid Regelt de maximumsnelheid in transportmodus (hoog bereik) Smart Power Smart Power voorkomt vastlopen in zware omstandigheden door de machinesnelheid automatisch te regelen en de maaiprestaties te optimaliseren. g028523 Figuur 10 *Alleen gebruikerstekst wordt vertaald. De schermen fouten, onderhoud en diagnostiek hebben betrekking op onderhoud.
Specificaties Opmerking: Zet de contactschakelaar op UIT en dan op AAN om het beveiligde menu te vergrendelen. Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen In het beveiligde menu kunt u instellingen bekijken en wijzigen. Scroll in het beveiligde menu omlaag tot de optie Instellingen beveiligen. Wijzig de instelling met de rechterknop. Als u Instellingen beveiligen op UIT zet kunt u de instellingen in het beveiligde menu bekijken en wijzigen zonder de PIN-code in te voeren.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Vóór het gebruik VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. g020441 Figuur 12 1. Expansietank Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
operationele problemen en verkort de levensduur van de motoronderdelen. Als de onderstaande waarschuwingen niet worden opgevolgd kan dit leiden tot schade aan de motor. • Gebruik geen kerosine of benzine in plaats van dieselbrandstof. • Meng nooit kerosine of motorolie met de dieselbrandstof. • Bewaar de brandstof nooit in vaten die van binnen verzinkt zijn. • Voeg geen additieven toe aan de brandstof.
Hydraulische vloeistof controleren Gemengde brandstof specificatie: ASTM D975, EN 590, of JIS K2204 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Belangrijk: Het aandeel diesel moet een ultralaag Het reservoir van het hydraulische systeem is in de fabriek gevuld met ongeveer 29 l hoogwaardige hydraulische vloeistof. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat de motor voor het eerst wordt gestart, en vervolgens dagelijks.
3. Reinig de omgeving van de vulbuis en de dop van de hydraulische tank (Figuur 14). Verwijder de dop van de vulbuis. 2. 3. 4. Verwijder de rechtse controleplug (Figuur 15). De olie zou tot de onderkant van de opening van de controleplug moeten reiken. Als het peil te laag is, verwijder dan de bovenste plug en voeg olie toe tot deze uit de opening aan de rechterkant begint te vloeien. Monteer de beide pluggen.
de opening komt. Als het peil te laag is, vult u voldoende tandwielolie bij totdat het peil de onderkant van de opening bereikt. WAARSCHUWING Indien de wielmoeren niet steeds zijn aangedraaid met de correcte torsie, kan dit leiden tot defecten of verlies van het wiel, waardoor lichamelijk letsel kan worden veroorzaakt. Draai de voorste wielmoeren en de achterste bouten aan tot 115-136 N·m. na 1-4 bedrijfsuren en opnieuw na 10 bedrijfsuren. Haal de wielmoeren daarna om de 200 bedrijfsuren aan.
Opmerking: Als de machine wordt gebruikt bij een maaihoogte van 64 mm of hoger, moet de asbout worden geplaatst in de onderste opening van het zwenkwielvork om te voorkomen dat er zich gras opeenhoopt tussen het wiel en de vork. Als u machine gebruikt bij een maaihoogte van 64 mm of lager en ontdekt dat er aangekoekt gras tussen het wiel en de vork zit, moet u de machine in de tegengestelde richting laten werken om het maaisel te verwijderen. 3.
Zij-maai-eenheden De hoogte van de zij-maai-eenheden kunt u instellen door een gelijk aantal afstandsstukken toe te voegen aan dan wel te verwijderen van de zwenkwielvorken. U plaatst hierbij de assen van de zwenkwielen in de bovenste of onderste openingen in de zwenkwielvorken. Vervolgens zet u de draaiarmen vast in de gekozen openingen in de beugel voor de gekozen maaihoogte. 1. 2.
Glijders afstellen De glijders moeten in de laagste stand worden gemonteerd als de machine wordt gebruikt bij een maaihoogte van meer dan 64 mm, en in de hoogste stand als de machine wordt gebruikt bij een maaistand van minder dan 64 mm. Opmerking: Als de glijders slijten, kunt u versleten glijders omdraaien en op de andere kant van het maaidek monteren. Hierdoor kunt u de glijders langer gebruiken voordat u deze moet vervangen. decal100-5623nc Figuur 25 1. 8.
10. Draai de flensmoer los waarmee de spanpoelie is vastgezet, om de riemspanning op elk maaidek te verminderen. Montage frontmaaidek Draai de messen op elke as totdat de uiteinden in de lengterichting liggen. Meet de afstand van de grond tot de voorste rand van het mes. Plaats opvulstukken van 3 mm op de voorste zwenkwielvork(en) zodat de maaihoogte overeenstemt met deze op de sticker (Figuur 30); zie Schuinstand van de maai-eenheid afstellen (bladz. 73). g011493 Figuur 29 1. Maatwiel 2.
opvulstuk van 3 mm uit de voorste buitenste zwenkwielarm van het zijmaaidek. 5. Als de binnenste rand van het zijmaaidek te laag is ten opzichte van de buitenste rand van het frontmaaidek, moet u een opvulstuk van 3 mm plaatsen in het onderste deel van de voorste binnenste zwenkwiel op het zijmaaidek. Controleer de afstand tussen de buitenste randen van beide zijmaaidekken en de binnenste rand van het zijmaaidek tot de buitenste rand van het voorste maaidek. 6.
Koplampen richten 1. Draai de montagemoeren los en plaats elke koplamp zo dat hij recht vooruit wijst. Draai de montagemoer vast genoeg om de koplamp in positie te houden. 2. Plaats een plat stuk metaal over de kop van de koplamp. 3. Monteer een magnetische protractor op de plaat. Terwijl u de installatie op zijn plaats houdt kantelt u voorzichtig de koplamp 3 graden en draait dan de moer weer vast. 4. Herhaal deze procedure bij de andere koplamp.
3. Schakel de aftakashendel in. 4. Druk het tractiepedaal naar voren en rij de machine langzaam over het maaigebied. 5. Breng de maaidekken omlaag zodra de voorste maaidekken zich boven het maaigebied bevinden. 6. Maai het gras zo dat de bladen op een hoge snelheid kunnen maaien en het maaisel uitwerpen, en een hoge maaikwaliteit verkregen wordt. meestal uitlaatgassen die heet genoeg zijn voor de regeneratie van het DPF.
Motor-waarschuwingen - roetopbouw Niveau Foutcode Niveau 1 Motorwaarschuwing g213866 Motorvermogen Aanbevolen actie De computer vermindert het motorvermogen tot 85% Voer zo snel mogelijk een geparkeerde regeneratie uit, zie Geparkeerde regeneratie (bladz. 44) De computer vermindert het motorvermogen tot 50% Voer zo snel mogelijk een herstel regeneratie uit, zie Herstel regeneratie (bladz.
InfoCenter bestuurdersadviezen en motor-waarschuwingen - as-opbouw (cont'd.) Niveau Niveau 3 Motorwaarschuwing Advies of foutcode Vermindering van het toerental Motorvermogen Aanbevolen actie Geen De computer vermindert het motorvermogen tot 50% Geef het DPF een onderhoudsbeurt, zie Onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en roetfilter (bladz.
Soorten DPF-regeneratie DPF-regeneratie terwijl de machine in bedrijf is: Soort regeneratie Wanneer Proces Passief Gedurende normaal bedrijf van de machine, bij een hoog toerental of hoge motorbelasting Het InfoCenter toont geen pictogram tijdens passieve regeneratie. Tijdens de passieve regeneratie gebruikt het DPF de hete uitlaatgassen voor het oxideren van schadelijke uitstoot en het verbranden van roet tot as. Zie Passieve regeneratie van het DPF (bladz. 43).
Voor de onderstaande soorten regeneratie moet de machine worden geparkeerd: (cont'd.) Soort regeneratie Wanneer Proces Recovery/herstel Is nodig als het verzoek om geparkeerde regeneratie niet is opgevolgd, het verdere gebruik leidt tot nog meer roetopbouw in het DPF dat al geparkeerde regeneratie nodig heeft. Als het herstel regeneratie pictogram wordt weergegeven op het InfoCenter is herstel regeneratie nodig.
Reset regeneratie Geparkeerde regeneratie g214713 g214711 Figuur 41 Pictogram verzoek geparkeerde regeneratie Figuur 40 Pictogram ondersteunde/reset regeneratie • Het pictogram verzoek geparkeerde regeneratie • Het pictogram ondersteunde/reset regeneratie verschijnt op het InfoCenter (Figuur 41). verschijnt op het InfoCenter (Figuur 40).
7. Zet de gashendel op LAAG STATIONAIR . Uitvoeren van een geparkeerde regeneratie Opmerking: Voor informatie over het openen van beveiligde menu's, zie Toegang tot de beveiligde menu's (bladz. 26). 1. Open het beveiligde menu en ontgrendel het beschermde submenu met instellingen (Figuur 43), zie Toegang tot de beveiligde menu's (bladz. 26). g212138 Figuur 45 4. g028523 Als het bericht “Initiate DPF Regen. Are you sure?” (DPF regeneratie starten.
g211986 g212405 Figuur 47 6. Figuur 49 Zet de gashendel op LAAG STATIONAIR en druk op de middelste knop (Figuur 48). B. Daarna “Waiting on ” (Figuur 50). g212406 Figuur 50 g212372 Figuur 48 7. C. De volgende berichten worden getoond als de geparkeerde regeneratie begint: A. “Initiating DPF Regen.” (Figuur 49). De computer bepaalt of de regeneratie wordt uitgevoerd. Een van de volgende berichten verschijnt op het InfoCenter: • Als regeneratie mogelijk is verschijnt “Regen Initiated.
De motor is koud - wachten. De motor is warm - wachten. De motor is heet - regeneratie wordt uitgevoerd (percentage voltooid). 9. g213424 De geparkeerde regeneratie is voltooid als het bericht “Regen Complete” op het InfoCenter verschijnt. Druk op de linkerknop om het Home-scherm te verlaten (Figuur 53). Figuur 51 • Als de motorcomputer de regeneratie niet toestaat verschijnt “DPF Regen Not Allowed” op het InfoCenter (Figuur 52).
Opmerking: Deze functie kunt u ook samen met • Voer een herstel regeneratie uit als het • • cruise control gebruiken. motorvermogen lager wordt en geparkeerde regeneratie niet voldoende is om het roet uit het DPF te branden. Herstel regeneratie kan tot 4 uur duren. De herstel regeneratie moet door een monteur van de distributeur worden uitgevoerd, neem contact op met uw erkende Toro distributeur.
Om de controleren of de interlockschakelaars functioneren, moet u de volgende procedure uitvoeren: 1. Rij de machine langzaam naar een ruim, tamelijk open terrein. Laat het maaidek neer, zet de motor af en stel de parkeerrem in werking. 2. Neem plaats op de bestuurdersstoel en trap het tractiepedaal in. Probeer de motor te starten. De startmotor mag nu niet draaien. Als de motor gaat draaien, is er een defect in het interlocksysteem dat moet worden verholpen voordat u de machine gaat gebruiken. 3.
• Twee aan de voorzijde van het bestuurdersplatform • De achterbumper Gebruikseigenschappen Oefen u in het rijden met de machine, omdat deze machine een hydrostatische transmissie heeft en de eigenschappen ervan anders zijn dan die van veel gazonmachines. Een aantal punten waarop u moet letten bij het gebruik van de tractie-eenheid, het maaidek en andere werktuigen, zijn de transmissie, het motortoerental, de belasting van de maaimessen of andere onderdelen van werktuigen en het belang van de remmen.
Transport Gebruik de transportgrendels als u de machine over een lange afstand of oneffen terrein vervoert of als u een aanhanger gebruikt. Na het maaien Om optimale resultaten te waarborgen, moet de onderkant van de maaikast na iedere maaibeurt worden gereinigd. Als zich grasresten kunnen ophopen op de maaikast, zullen de maairesultaten verslechteren. Schuinstand van het maaidek Een messchuinstand van 8 tot 11 mm wordt aanbevolen.
Onderhoud Opmerking: Op zoek naar een elektrisch schema of hydraulisch schema van uw machine? Download het schema gratis op www.Toro.com u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 10 bedrijfsuren • • • • Na de eerste 50 bedrijfsuren • Motorolie verversen en filter vervangen.
Onderhoudsinterval Om de 6000 bedrijfsuren Om de 2 jaar Onderhoudsprocedure • Demonteer het roetfilter van het DPF, maak het schoon en monteer het geheel weer. Maak het roetfilter schoon als motorstoring SPN 3720 FMI 16, SPN 3720 FMI 0, of SPN 3720 FMI 16 op het InfoCenter verschijnt. • Koelsysteem schoonspoelen en vloeistof verversen. • Loszittende slangen vervangen.
Smering Lagers en lagerbussen smeren De machine is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren of direct na een wasbeurt smeren.
g017810 Figuur 62 g011557 Voorste hefmechanismen Figuur 65 • Lagerbussen van hefarmcilinder (2 elk) (Figuur 63) • Kogelverbindingen van hefarm (2) (Figuur 64) Hefmechanismen zijkant • Lagerbussen van hoofdhefarm (6) (Figuur 66 en Figuur 67) • Lagerbussen van draaipunt van haakse hendel (2) (Figuur 68) • Lagerbussen van achterste arm (4) (Figuur 68) • Lagerbussen van hefcilinder (4) (Figuur 69) g020455 Figuur 63 g011551 Figuur 64 g011552 Figuur 66 Zijmaaidekken • Lagerbus van as van zwenkwielvor
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter • Controleer de luchtfilterbehuizing op schade g011553 Figuur 67 • • die een luchtlek kan veroorzaken. Vervang de luchtfilterbehuizing indien deze beschadigd is. Controleer het gehele luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse slangklemmen. Geef het luchtfilter uitsluitend een onderhoudsbeurt als de onderhoudsindicator dit aangeeft, of om de 400 uur (vaker in uiterst stoffige of vuile omstandigheden).
3. Verwijder het voorfilter (Figuur 71). Het wordt afgeraden het gebruikte element te reinigen omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter, dat goed moet aansluiten, en de filterbehuizing. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. Verwijder het veiligheidsfilter niet (Figuur 72). tussen ongeveer 5 tot 7 uur, gezien vanaf het uiteinde. Maak de sluiting vast.
3. Verwijder de peilstok uit de buis, veeg deze schoon en plaats de peilstok weer in de buis. Haal de peilstok er weer uit. Het oliepeil moet altijd tot aan de VOL-markering staan (Figuur 73). g020434 Figuur 74 1. Aftapplug motorolie 2. g020435 Verwijder het oliefilter (Figuur 75). Smeer een dun laagje schone olie op de nieuwe filterpakking voordat u deze vastschroeft. Niet te vast draaien. Figuur 73 1. Peilstok 2. Olievuldop 4.
Onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en roetfilter 3. Onderhoudsinterval: Om de 6000 bedrijfsuren Maak het roetfilter schoon als motorstoring SPN 3720 FMI 16, SPN 3720 FMI 0, of SPN 3720 FMI 16 op het InfoCenter verschijnt. • Als advies ADVISORY 179 op het InfoCenter verschijnt is het DPF binnenkort toe aan onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en het roetfilter.
Onderhoud brandstofsysteem 1. Reinig de omgeving van de plaats waar het filter wordt gemonteerd (Figuur 79). Onderhoud van de waterafscheider Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Om de 400 bedrijfsuren Verwijder dagelijks water of ander vuil uit de waterafscheider (Figuur 78). Vervang de filterbus om de 400 bedrijfsuren. 1. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. 2. Zet de aftapplug onderaan de filterbus los en open de klep bovenaan de bevestigingsbeugel van de bus.
Onderhoud van brandstofsysteem Onderhoud elektrisch systeem GEVAAR WAARSCHUWING In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
WAARSCHUWING Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Zorg ervoor dat bij het verwijderen of installeren van de accu de accupolen niet in aanraking komen met metalen onderdelen van de machine. g020758 Figuur 80 1. Accudeksel • Voorkom dat metalen gereedschappen kortsluiting veroorzaken tussen de accupolen en metalen onderdelen van de machine.
g020440 Figuur 82 g009239 Figuur 85 1. Deksel van stroomeenheid 2. Inbusschroeven (2) 1. Zekeringdoos cabine 2. Zekeringen g020439 Figuur 83 1. Zekeringen decal117-2787 Figuur 86 decal121-1599 Figuur 84 De cabinezekeringen (Figuur 85 en Figuur 86) bevinden zich in de zekeringdoos van de cabineheadliner (uitsluitend model met cabine).
Onderhoud aandrijfsysteem De hoek van het tractiepedaal instellen De hoek van het tractiepedaal kan worden aangepast aan de wensen van de bestuurder. 1. g008862 Figuur 88 Draai de 2 bouten en moeren los waarmee de linkerzijde van het tractiepedaal aan de beugel is bevestigd (Figuur 87). 1. Controle-/aftapplug 2. Plaats een opvangbak onder de naaf van het planeetwiel, verwijder de plug en laat de olie in de bak lopen. 3.
Smeerolie in de achteras verversen Onderhoudsinterval: Na de eerste 200 bedrijfsuren Om de 800 bedrijfsuren Ververs de olie na de eerste 200 bedrijfsuren en daarna om de 800 bedrijfsuren. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Reinig de omgeving van de drie aftappluggen, (1) aan elke kant en (1) in het midden (Figuur 90). 3. Verwijder de controlepluggen zodat de olie gemakkelijk kan weglopen. 4. g011558 Figuur 91 Verwijder de aftappluggen zodat de olie in de opvangbakken kan lopen.
Onderhoud koelsysteem Het koelsysteem van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Om de 2 jaar Verwijder dagelijks het vuil van de oliekoeler/radiateur. Reinig deze vaker als in vuile omstandigheden wordt gemaaid. Deze machine is voorzien van een hydraulisch aangedreven systeem dat automatisch (of handmatig) in de achteruit schakelt om de opeenhoping van vuil op de radiateur/oliekoeler en het scherm te verminderen.
Onderhouden remmen De bedrijfsremmen afstellen Stel de serviceremmen af als de rempedalen meer dan 25 mm 'speling' hebben of als de remmen niet naar behoren functioneren. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. 1. Haal de borgpen van de rempedalen los zodat beide pedalen onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren. 2. Om de speling op de rempedalen te verkleinen, moet u de remmen vaster zetten: A.
Onderhoud riemen 1. Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo Bij een correcte spanning heeft de riem een speling van 10 mm als u halverwege tussen de poelies op de riem drukt met een kracht van 44 N. 2. Als de speling niet correct is (10 mm), moet u de montagebout van de spanpoelie losdraaien (Figuur 95). Verhoog of verminder de spanning van de compressorriem en draai de bouten vast. Controleer nogmaals de speling van de riem om zeker van te zijn dat de spanning correct is.
Drijfriem van maaimes vervangen Bevestig de motor aan het maaidek met de bouten die u eerder hebt verwijderd. Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren riemgeleider die naar de veer is gekeerd (Figuur 96). Opmerking: Plaats de riem aan kant van de De drijfriem van het maaimes, die wordt gespannen door de veerbelaste spanpoelie, is vervaardigd van zeer duurzaam materiaal. De riem zal echter na vele bedrijfsuren tekenen van slijtage gaan vertonen.
Onderhoud hydraulisch systeem 5. Hydraulische filters vervangen Hydraulische vloeistof verversen Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren Vervang de 2 hydraulische filters in normale omstandigheden om de 800 bedrijfsuren. Ververs de hydraulische vloeistof in normale omstandigheden om de 800 bedrijfsuren. Als de vloeistof verontreinigd raakt, moet u contact opnemen met uw plaatselijke Toro-dealer omdat het systeem dient te worden schoongespoeld.
WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en verbindingsstukken stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt. g020461 Figuur 100 1. Hydraulisch filter 6.
Onderhoud van het maaimachine Middelste maaidek rechtop draaien (kantelen) Opmerking: Hoewel dit niet is vereist voor normale onderhoudswerkzaamheden, kunt het voorste maaidek rechtop draaien (kantelen). Indien u het maaidek wilt kantelen, moet u als volgt te werk gaan: 1. Breng het voorste maaidek iets omhoog van de grond, stel de parkeerrem in werking en zet de motor af. Verwijder het contactsleuteltje. 2.
Frontmaaidek omlaag draaien (kantelen) 1. Houd de maai-eenheid verticaal met hulp van een andere persoon, verwijder de R-pen waarmee het kabeleind vastzit en verwijder dit van de pen. 2. Draai (kantel) de maai-eenheid omlaag. 3. Berg de kabel op onder het bestuurdersplatform. 4. Neem plaats op de bestuurdersstoel, start de motor en laat het maaidek zover neer dat dit de grond net niet raakt. 5. Zet de maaihoogtekettingen vast aan de achterkant van het maaidek. 6.
lagerbussen zullen na vele bedrijfsuren slijten. Om de lagerbussen te controleren, moet u de zwenkwielvork naar voren en naar achteren en van links naar rechts bewegen. Als de zwenkwielas los in de lagerbussen zit, zijn de lagerbussen versleten en moeten deze worden vervangen. 1. Breng het maaidek omhoog zodat de wielen vrijkomen van de grond. Zet het maaidek vast om te voorkomen dat dit per ongeluk naar beneden valt. 2.
Onderhoud van maaimessen het maaidek vast om te voorkomen dat dit per ongeluk naar beneden valt. Controleren op kromme messen Als u een vreemd voorwerp heeft geraakt, moet u de maaimachine op beschadigingen controleren en reparaties uitvoeren voordat u de machine opnieuw start en weer in gebruik neemt. Draai alle moeren van de aspoelie vast met een torsie van 176 tot 203 N·m. 1. 2. 2. Pak het uiteinde van het mes vast met een doek of een dikke, gevoerde handschoen.
en de snijrand. Zowel de snijranden als de vleugel – dat is het deel dat naar boven steekt tegenover de snijrand – zorgen ervoor dat het mes een goede maaikwaliteit levert. De vleugel is belangrijk omdat dit het gras rechtop zet zodat het gelijkmatig wordt gemaaid. De vleugel zal echter tijdens het gebruik langzaam slijten, en dit is normaal. Als de vleugel slijt, zal de maaikwaliteit geleidelijk aan enigszins afnemen, hoewel de snijranden scherp blijven.
GEVAAR Als het mes gaat slijten, kan er een groef ontstaan tussen de vleugel en het platte deel van het mes. Uiteindelijk kan dan een stuk van het mes afbreken en van onder de maaikast worden weggeslingerd waardoor de bestuurder of een omstander ernstig letsel kan oplopen. • Controleer op gezette tijden het maaimes op slijtage of beschadigingen. 4. Draai de flensmoer los waarmee de spanpoelie is vastgezet, om de riemspanning te verminderen. 5.
Onderhoud van de cabine Reinigen van de luchtfilters in de cabine Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren (Vervang deze als ze versleten zijn of heel erg vuil.) 1. Verwijder de schroeven en de roosters van boven de luchtfilters in en achter de cabine (Figuur 112). g028379 Figuur 113 1. Filter 2. Rooster 2. 3. Schroef Reinig de filters door er schone, olievrije perslucht door te blazen. Belangrijk: Als er in een filter een gat, scheur of andere beschadiging zit, moet deze worden vervangen. 3.
De cabine met een hogedrukreiniger reinigen Belangrijk: Wees voorzichtig in de buurt van afdichtingen en verlichting van de cabine (Figuur 116). Als u een hogedrukreiniger gebruikt, hou de spuitstok dan minstens 0,6 m van de machine vandaan. Richt de hogedrukreiniger niet rechtstreeks op de afdichtingen en verlichting van de cabine of onder de overhang aan de achterzijde. g028380 Figuur 114 1. Ring 3. 2.
Stalling 8. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig worden gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. Voorbereidingen voor winterstalling 9. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. 10. Tractie-eenheid 1. Reinig de tractie-eenheid, de maai-eenheden en de motor grondig. 2. Controleer de bandenspanning; zie De bandenspanning controleren (bladz. 32). 3. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet ze vast indien nodig. 4.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Lijst met internationale dealers Distributeur: Land: Telefoonnummer: Distributeur: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
De Algemene Garantiebepalingen voor Toro-producten Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.