NR. 3322–491 ProLine 20 pk Tractor Model nr. 30611 – 990001 en hoger Bedieningshandleiding BELANGRIJK: Lees deze handleiding aandachtig door. De handleiding bevat informatie ten behoeve van uw veiligheid en die van anderen. Zorg dat u vertrouwd bent met de plaats en functie van de bedieningsorganen voordat u de machine gaat gebruiken.
Inleiding Dank u voor de keuze van een Toro produkt. Wij bij Toro wensen dat u geheel tevreden bent met dit nieuwe produkt. Aarzel daarom niet contact op te nemen met uw erkende Toro Service Dealer voor eventuele hulp, service, originele Toro onderdelen of andere informatie. Wanneer u de dealer of de fabriek raadpleegt, dient u de model- en serienummers van de machine altijd te vermelden.
Inleiding Belangrijk: De motor is niet uitgerust met een vonkenvanger. In de staat Californië is het een overtreding van de “Public Resource Code Section 4442” om deze motor te gebruiken in terreinen met begroeiing van bomen, struiken, of gras. In andere landen of gebieden kunnen vergelijkbare voorschriften gelden.
Inhoud Blz. Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 Instructies voor veilige bediening van (rijdende) cirkelmaaiers met zittende bestuurder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 Hellingsdiagram . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Overzicht van symbolen . . . . . . . . . . . . . . . 7 Overzicht van symbolen . . . . . . . . . . . . . . . 8 Overzicht van symbolen . . . . . . . . . . . . . . 9 Benzine en olie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Veiligheid Instructies voor veilige bediening van (rijdende) cirkelmaaiers met zittende bestuurder onvoldoende rekening houden met de omstandigheden, met name op hellingen; onjuiste aankoppeling en verdeling van last. Voor ingebruikname Instructie 1. 2. 3. 4. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de maaimachine gaat gebruiken. Let op de plaats en de functie van de bedieningselementen en hoe u de machine moet gebruiken.
Veiligheid 5. 6. Controleer de messen, bevestigingsbouten en het maaimechanisme altijd op sporen van slijtage of beschadiging voor het gebruik. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten altijd als complete set om een goede balans te behouden. • 6. Let op dat bij machines met meer maaimessen andere messen kunnen gaan draaien doordat u een mes draait. Gebruiksaanwijzing 1. Laat de motor niet in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich giftige koolmonoxydedampen kunnen verzamelen. 2.
Veiligheid • voordat u de maaier gaat controleren, schoonmaken of andere werkzaamheden gaat uitvoeren. • als u een vreemd voorwerp raakt. Controleer de machine op beschadiging en voer alle benodigde reparaties uit alvorens hem weer te gebruiken; • als de maaier abnormaal trilt (direct controleren). 14. Schakel de aandrijving van werktuigen uit voor transport of wanneer u die niet gebruikt. 15.
Veiligheid Hellingsdiagram Lees alle veiligheidsinstructies op pagina 2 - 9.
6
Veiligheid Overzicht van symbolen Veiligheidsalarm – symbool in de driehoek geeft het gevaar aan Veiligheidsalarm Lees de bedieningshandleiding Vuur, open vlammen en roken verboden Vuur of open vlammen Explosie Raadpleeg technische handleiding voor juiste onderhoudsprocedures Loodbatterij niet bij huisvuil deponeren Motor stoppen en sleutel uit contactslot verwijderen alvorens onderhoud of reparatie uit te voeren Blijf altijd op veilige afstand van de maaier Bijtende vloeistoffen, brandwonden aan
Veiligheid Overzicht van symbolen Veiligheidsschermen niet openen of verwijderen terwijl de motor loopt Uitgeworpen voorwerpen, gevaar voor alle lichaamsdelen Uitgeworpen voorwerpen, gevaar voor alle lichaamsdelen.
Veiligheid Overzicht van symbolen Snel Motorolie Langzaam Accu Afname/toename Aan/Lopen Brandstofvoorraad Uit/Stop Vergrendeling Motor starten Aftakas Motor afzetten In werking stellen Choke Buiten werking stellen Remsysteem Werktuig heffen Parkeerrem Werktuig laten zakken 9
Benzine en olie Aanbevolen benzine Gebruik LOODVRIJE normaalbenzine voor automobielen (octaangetal minimaal 85). Gelode normaalbenzine kan worden gebruikt als loodvrije benzine niet verkrijgbaar is. MOGELIJK GEVAAR • Benzine is onder bepaalde omstandigheden uitermate brandbaar en explosief.
Benzine en olie Stabilizer/Conditioner Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. Gebruik van stabilizer/conditioner in de machine: • Houdt de benzine vers gedurende stalling. • Houdt de motor tijdens het gebruik schoon. • Voorkomt harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem, die tot startproblemen kunnen leiden. Belangrijk: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten. Brandstoftank met benzine vullen 1.
Vóór het eerste gebruik Losse onderdelen NB.: Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn aan de hand van onderstaande tabel.
Vóór het eerste gebruik Bestuurdersstoel installeren Stuurwiel installeren 1. Plaats de stoel op de stoelplaat, zorg ervoor dat de bevestigingsgaten tegenover elkaar staan (fig. 1). 1. Beweeg de achterwielen, zodat ze recht naar voren staan. 2. 2. Schuif de kabelklem over de kabel van de stoelschakelaar (fig. 1). Schuif de bus en het stuurwiel op de stuuras, zorg ervoor dat de bevestigingsgaten tegenover elkaar staan. Controleer of het logo op de stuurwielkap naar voren wijst. 3.
Vóór het eerste gebruik Achtergewichten installeren 1. Bevestig twee (2) gewichten aan het aanwezige gewicht met vier (4) 89 mm bouten, vier (4) 13 mm ringen, 13 mm borgringen en 13 mm moeren (Fig. 3). MOGELIJK GEVAAR • Accuzuur bevat zwavelzuur, een dodelijk gif dat ernstige brandwonden kan veroorzaken. WAT ER KAN GEBEUREN • Accuzuur is dodelijk bij inslikken en 1 veroorzaakt brandwonden op de huid. 2 3 m-2907 Figuur 3 1. Gewicht 2. Bout 89 mm (1/2–13 x 3-1/2”) 3.
Vóór het eerste gebruik 2. Verwijder de vuldoppen van de accu. Giet langzaam accuzuur in elke cel totdat het zuur tot aan de onderkant van de buis staat (fig. 4). 4 1 2 3 1 2 3 1262 1254 Figuur 5 Figuur 4 1. Vuldoppen 2. Accuzuur 3. 3. Onderkant van buis 1. Pluspool 2. Minpool 3. Rode draad (+) van acculader 4. Zwarte draad (–) van acculader Laat de doppen eraf en sluit een 3 tot 4 A acculader op de accupolen aan (fig. 5). Laad de accu op met 4 A of minder gedurende 4 uur (12 V).
Vóór het eerste gebruik Accu installeren Motoroliepeil controleren Belangrijk: Het motorcarter is in de fabriek gevuld met ca. 2 liter olie. Het oliepeil moet worden gecontroleerd voordat de motor de eerste keer wordt gestart. Controleer het oliepeil; zie Motoroliepeil controleren, pagina 26. Vul de accu met zuur en laad de accu op alvorens deze te installeren. 1. Monteer de accu op de accusteun met de accupolen naar de benzinetank toe gericht (fig. 6). 2.
Bediening Veiligheid staat voorop Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en symbolen in het hoofdstuk over veiligheid. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en u zelf voorkomen. Stoppen 1. Zet het handgas in de stand “LANGZAAM” (fig. 7). NB.: Als de motor zwaar belast of heet is, laat u die eerst een minuut stationair lopen voordat u de contactsleutel op “UIT” draait. Hierdoor kan de motor afkoelen voordat hij wordt gestopt.
Gebruiksaanwijzing Bediening van de aftakas Vooruit Met de aftakasschakelaar schakelt u de elektrische koppeling van de aftakas in en uit. Aftakas inschakelen 1. Laat het rijpedaal opkomen om de machine tot stilstand te brengen (fig. 8). 2. Om de aftakas in te schakelen, de kap optillen en de aftakasschakelaar in de stand “AAN” zetten (fig. 8). Aftakas uitschakelen 1. Door de kap te sluiten, zet u de aftakasschakelaar in de stand “UIT” (fig. 8). 5 3 1 M-3329 Figuur 8 1. Rijpedaal 2.
Gebruiksaanwijzing Parkeerrem Werktuig heffen Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. 1. Laat het rijpedaal opkomen om de machine tot stilstand te brengen. 2. Knop van hendelvergrendeling losdraaien. Vergrendeling terugduwen en knop vastdraaien (fig. 10). 3. Trek de werktuighendel (fig. 9) naar achteren om het werktuig tot de gewenste hoogte te heffen. Parkeerrem in werking stellen 1.
Gebruiksaanwijzing Het veiligheidssysteem Bestuurdersstoel instellen Werking van het veiligheidssysteem U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De positie van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit. Het veiligheidssysteem is bedoeld om ervoor te zorgen dat de motor alleen kan worden gestart of kan lopen als: • het rijpedaal in de neutrale stand staat • De aftakas uitgeschakeld is.
Gebruiksaanwijzing Tractor duwen of slepen In een noodgeval kan de tractor over een zeer korte afstand worden geduwd of gesleept. Toro adviseert hier geen gewoonte van te maken. Belangrijk: De tractor niet met een snelheid van meer dan 2 à 3 km/uur duwen of slepen, omdat anders schade aan de transmissie kan ontstaan. Als de tractor over een grotere afstand moet worden vervoerd, moet het transport op een vrachtwagen of aanhanger plaatsvinden. 1.
Onderhoud Onderhoudsschema Werkzaamheden Oliepeil controleren Elk gebruik Elke 8 uur Elke 25 uur Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur X Olie verversen* X Eerste X Oliefilter vervangen* (elke 100 uur, bij elke olieverversing) X X Veiligheidssysteem controleren X Rem controleren X Motor – buitenkant en koelribben reinigen X Vóór stalling X X X X X X Lagers/bussen smeren* X X Schuim luchtfilterelement reinigen* X X Papieren luchtfilterelement reinigen* X X Papieren luchtfilter
Onderhoud MOGELIJK GEVAAR • Als u de sleutel in het contactslot laat zitten, kan een onbevoegde de motor starten. WAT ER KAN GEBEUREN • Per ongeluk starten van de motor kan leiden tot lichamelijk letsel van u of omstanders. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • Verwijder de sleutel uit het contactslot en trek de bougiekabel(s) van de bougie(s) af alvorens onderhoud te verrichten. Druk de kabel(s) opzij, zodat die geen contact kunnen maken met de bougie(s).
Onderhoud Schuim- en papierelement verwijderen Schuim- en papierelement reinigen 1. Stoel optillen en drijfriemkap verwijderen. Zie Drijfriemkap verwijderen, pagina 23. 1. 2. Aftakas uitschakelen, parkeerrem in werking stellen en de contactsleutel in de stand “UIT” draaien om de motor te stoppen. Verwijder de sleutel uit het contactslot. 3. A. Het schuimelement in warm water met zeep wassen. Als het element schoon is, goed uitspoelen.
Onderhoud petroleum. Vervang het filter wanneer het beschadigd of defect is, of niet naar behoren kan worden gereinigd. Motorolie Onderhoudsinterval/Specificatie Olie verversen: • Na de eerste 8 bedrijfsuren. • Na elke 50 bedrijfsuren. NB.: 1 Olieverversing moet vaker plaatsvinden bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Type olie: detergente olie (API serviceklasse SF, SE/CC, CD of SE) 2 m–1213 Figuur 15 1. Papierelement Carterinhoud: incl.
Onderhoud Motoroliepeil controleren Olie verversen/aftappen 1. Stoel optillen en drijfriemkap verwijderen. Zie Drijfriemkap verwijderen, pagina 23. 1. Start de motor en laat die vijf minuten lopen. Hierdoor wordt de olie warm, zodat die beter kan worden afgetapt. 2. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond. Aftakas uitschakelen, parkeerrem in werking stellen en de contactsleutel in de stand “UIT” draaien om de motor te stoppen. Verwijder de sleutel uit het contactslot. 2.
Onderhoud Bougie Motoroliefilter vervangen Onderhoudsinterval/Specificatie Onderhoudsinterval/Specificatie Vervang het oliefilter elke 100 bedrijfsuren of bij elke tweede olieverversing. NB.: 1. 2. 3. Vervanging van het oliefilter moet vaker plaatsvinden bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Motorolie aftappen, zie Motorolie verversen/aftappen, pagina 26. Verwijder het oude filter en veeg het contactvlak van de filteraansluiting (fig. 17 en 18) de afdichtring schoon.
Onderhoud 4. Draai de tank en zet die vast om morsen van brandstof te voorkomen. 5. Druk het plastic deksel uit de opening in de plaat tussen de motor en de benzinetank. 6. Trek de kabels(s) van de bougie(s) af. Maak de omgeving van de bougie(s) schoon, om te voorkomen dat vuil in de motor terecht komt en schade veroorzaakt. 7. Verwijder de bougie(s) en metalen ring. 2 3 1 1 mm (0.040”) Figuur 20 1. Isolator middenelektrode 2. Zij-elektrode 2 3.
Onderhoud Smeren 2. Smeer de wielassen, stuuras en fusees (fig. 22). Onderhoudsinterval/Specificatie Alle lagers en bussen na elke 25 bedrijfsuren smeren. Het smeren moet vaker (dagelijks) plaatsvinden bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Type vet: universeel smeervet, lithiumverzeept. Methode van smeren 1. 2. Aftakas uitschakelen, parkeerrem in werking stellen en de contactsleutel in de stand “UIT” draaien om de motor te stoppen. Verwijder de sleutel uit het contactslot.
Onderhoud 4. Smeer de bussen van het rijpedaal en de stuuras met enkele druppels SAE 10W–30 olie of een droogsmeermiddel in sprayvorm (fig. 24). 3. Los de rem; de wielen moeten vrij draaien. 4. Als aan beide voorwaarden wordt voldaan, behoeft de rem geen afstelling. Belangrijk: Als de parkeerrem gelost is, moeten de aandrijfwielen vrij draaien. Als een goede remwerking en vrij draaien niet mogelijk zijn, neemt u direct contact op met een erkende Toro-dealer.
Onderhoud 7. Controleer de afstelling. De aandrijfwielen moeten vrij draaien als de remhendel in de stand UIT staat. 4. Trek het filter uit de brandstofslangen (fig. 26). 5. Monteer een nieuw filter. Als er een pijl op het filter staat, moet de pijl in de richting van de carburateur wijzen. 6. Schuif de slangklemmen tot dicht bij het filter en zet ze vast. 5 1 4 1 3 6 2 2 2183 Figuur 25 1. Rembedieningshefboom 2. Aanslagpen 3. Contramoer 4. Remschoen (2) 5. Remschijf 6.
Onderhoud V-snaren afstellen 1 Als een V-snaar slipt, moet de spanrol worden afgesteld om de snaar te spannen. 1. Aftakas uitschakelen, parkeerrem in werking stellen en de contactsleutel in de stand “UIT” draaien om de motor te stoppen. Verwijder de sleutel uit het contactslot. 2. Stoel optillen en drijfriemkap verwijderen. Zie Drijfriemkap verwijderen, pagina 23. 3.
Onderhoud Belangrijk: Om schade te voorkomen, de ankerbout van de koppeling monteren voordat u de kabel opnieuw aansluit. 7. Spanning van V-snaar afstellen; zie V-snaren afstellen, pagina 32. 8. Drijfriemkap monteren. Zie Drijfriemkap monteren, pagina 23. 2193 Figuur 28 1. 6 mm (1/4 inch) afstand 2. Afstelling van spanrol 2194 V-snaren vervangen Om een V-snaar van aandrijving of tussenas te vervangen, moeten de volgende werkwijzen worden aangehouden en de snaren als volgt worden geleid (fig. 29).
Onderhoud Neutraalstand van transmissie afstellen De machine mag niet “kruipen” als het rijpedaal wordt losgelaten. Als de machine kruipt, moet hij worden afgesteld. 1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond, laat de maaier zakken en stop de motor. Aftakas uitschakelen en parkeerrem in werking stellen. 2. Stoel optillen en drijfriemkap verwijderen. Zie Drijfriemkap verwijderen, pagina 23. 3. Krik de voorkant van de machine op, totdat de banden vrij van de vloer zijn.
Onderhoud 4. In ontkoppelde toestand is de juiste afstand tussen de koppelingsplaten 0,30–0,45 mm (.012–.018”). Deze ruimte moet in elk van de drie sleuven worden gecontroleerd, om te verzekeren dat de platen evenwijdig aan elkaar zijn. 2189 Figuur 32 1. Stelbeugel 2. Contramoer 6. Stop de motor en draai de contramoer vast om de afstelling vast te zetten (fig. 32). 7. Start de motor en controleer de afstelling. Indien nodig opnieuw afstellen. 1. Contramoer 8. Stop de motor.
Onderhoud 5. Plaats de vuldop met peilstok weer op de vulbuis (fig. 34). 6. Laat de motor ca. 1 minuut lopen. Controleer opnieuw het oliepeil in de tank en vul indien nodig olie bij. 7. Drijfriemkap monteren. Zie Drijfriemkap monteren, pagina 23. NB.: Om de resterende olie uit het systeem af te tappen, de bougies aansluiten en de motor 15 seconden laten draaien. Hierdoor wordt de resterende olie uit het systeem gepompt via de leidingen. De motor niet langer dan 15 seconden laten lopen. 4.
Onderhoud Hydrauliekoliefilter vervangen Besturing afstellen Het hydrauliekoliefilter houdt het hydraulisch systeem grotendeels vrij van vuil. Het hydrauliekoliefilter moet echter regelmatig worden vervangen. De intervallen zijn: na de eerste 5 bedrijfsuren en daarna na elke 250 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Gebruik een origineel TORO oliefilter voor vervanging. 1. Meet de toesporing (op ashoogte) aan de vooren achterkant van de gestuurde wielen.
Onderhoud Hydraulisch schema Overbrenging TANK FILTER VENTIEL CILINDER 38 T-0084
Onderhoud GM 120 BEKNOPT OVERZICHT CONTROLE/ONDERHOUD 1. OLIEPEIL (MOTOR/TRANSM.) 2. OLIEPEIL IN AS 3. BANDENSPANNING 4. SPANNING DRIJFRIEM (TRANSM., AFTAKAS) 5. BRANDSTOF - ALLEEN BENZINE 6. ACCU 7. SMEREN, SMEERNIPPELS 8. PARKEERREM AFSTELLEN 9. LUCHTFILTER 10. AFSTAND ELEKTRISCHE KOPPELING 0,012-0,018 BRANDSTOF EN SMEERMIDDELEN * ZIE BEDIENINGSHANDLEIDING VOOR EERSTE VERVERSING TYPE< TYPE> HOEVEELHEID A. MOTORĆOLIE * SAE 10WĆ30 OF SAE 5WĆ20 OF 1,9L (4PT.
Onderhoud Accu Accu bijvullen met water Onderhoudsinterval/Specificatie Controleer het zuurpeil van de accu elke 50 uur. Houd de accu altijd schoon en volledig geladen. Gebruik een tissue om de accubak schoon te maken. Als de accupolen geoxydeerd zijn, deze schoonmaken met een oplossing van vier delen water en één deel zuiveringszout. Breng een laagje zuurvrij vet (vaseline) op de accupolen aan om oxydatie te voorkomen.
Onderhoud MOGELIJK GEVAAR • Bij het opladen van de accu komen gassen vrij. WAT ER KAN GEBEUREN • Accugassen kunnen exploderen. GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN • Sigaretten, vonken en vlammen uit de buurt van de accu houden. 5. Plaats de accu in de houder. 6. Drijfriemkap monteren. Zie Drijfriemkap monteren, pagina 23. Onderhoud van kabelboom Voorkom corrosie van kabelaansluitingen door Grafo 112X (Skin-over) vet aan te brengen, Toro ond. nr.
Onderhoud Schema elektrische installatie O C c-pl120 42
Onderhoud Reiniging en stalling 1. Aftakas uitschakelen, parkeerrem in werking stellen en de contactsleutel in de stand ”UIT” draaien om de motor te stoppen. Verwijder de sleutel uit het contactslot. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor. Verwijder vuil en kaf van de buitenkant van de koelribben van de cilinderkop en het luchttoevoerhuis. Belangrijk: De machine met een zacht wasmiddel en water wassen. Geen hogedrukreiniger gebruiken.
Problemen, oorzaak en remedie PROBLEEM Startmotor draait niet. j of blijft j Motor start niet, moeilijk niet lopen. lopen 44 MOGELIJKE OORZAAK REMEDIE 1. Aftakasschakelaar is INGESCHAKELD. 1. Zet de aftakasschakelaar op UITGESCHAKELD. 2. Rijpedaal niet in neutrale stand. 2. Rijpedaal in neutrale stand brengen. 3. Elektrische verbindingen geoxydeerd of los. 3. Elektrische verbindingen op goed contact controleren. 4. Zekering doorgebrand. 4. Zekering vervangen. 5. Accu is leeg. 5.
Problemen, oorzaak en remedie PROBLEEM Motor levert onvoldoende vermogen vermogen. Motor raakt oververhit. Abnormale trillingen. Machine rijdt niet. MOGELIJKE OORZAAK REMEDIE 1. Motor is overbelast. 1. Rijsnelheid verlagen. 2. Luchtfilter is vuil. 2. Luchtfilterelement reinigen. 3. Oliepeil in carter is te laag. 3. Carter bijvullen met motorolie. 4. Koelribben en luchtkanalen onder motorkoelinghuis zijn verstopt. 4. Verwijder verstoppingen uit koelribben en luchtkanalen. 5.