Form No. 3401-893 Rev B Groundsmaster® 4100 cirkelmaaier Modelnr.: 30608—Serienr.: 315000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.
Inhoud De bevestigingspunten bepalen ....................... 46 Onderhoud .............................................................. 47 Aanbevolen onderhoudsschema ......................... 47 Controlelijst Dagelijks Onderhoud..................... 48 Onderhoudsschema ......................................... 49 Procedures voorafgaande aan onderhoud ........... 50 Veiligheidmaatregelen voor onderhoudswerkzaamheden ........................................... 50 De machine klaar maken voor onderhoud......
Veiligheid Hydraulische slangen en leidingen controleren.................................................... 70 Tegengewicht instellen ..................................... 70 Onderhoud van de maaimachine.......................... 71 Het middelste maaidek rechtop draaien (kantelen)...................................................... 71 Het middelste maaidek naar beneden kantelen ........................................................ 71 Schuinstand van het maaidek afstellen .............
Geluidsniveau Gemeten trillingsniveau op de linkerhand = 1 m/s2 Deze machine heeft een geluidsniveau van 105 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Onzekerheidswaarde (K) = 0,5 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN ISO 5395:2013. Het geluidsniveau werd bepaald volgens de procedures in ISO 11094.
decal100-6578 100-6578 decal93-7818 93-7818 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Gebruik de machine nooit als de veiligheidsschermen of afdekplaten zijn verwijderd; zorg ervoor dat deze op hun plaats zitten; blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115 tot 149 N·m. decal98-4387 98-4387 1. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. decal104-3579 104-3579 1.
decal106-6754 106-6754 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd en worden gegrepen, ventilator, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decal114-0846 114-0846 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het starten van de motor – 1) Schakel in neutraal; 2) Schakel de parkeerrem in; 3) Stel de motor in op laag toerental; 4) Draai het contactsleuteltje naar voorverwarmen; 5) Draai het contactsleuteltje om de motor te starten.
decal120-4129 120-4129 decal114-0849 114-0849 1. Waarschuwing – 1) Schakel de vermogenaftakas uit; 2) Breng het maaidek omhoog. 4. Vooruit 2. Hier niet staan 3. Richtingpedaal 5. Achteruit decal117-2718 117-2718 8 1. Zwaailicht 3. Richtingaanwijzer links 2. Gevaarlicht 4.
decal120-4159 120-4159 decal120-4130 120-4130 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Parkeerrem 2. De parkeerrem inschakelen – 1) Vergrendel de pedalen samen; 2) Druk het rempedaal in; 3) Trek de knop van de parkeerrem uit. 4. Trap het rempedaal in om de parkeerrem uit te schakelen. 9 1. Uit 8. Hoog 2. Verlichting 9. Tractie-aandrijving 3. Aan 10. Laag 4. Locatie van lichtschakelaar 5. Snel 6. Snelheidsinstelling 11. Aftakasschakelaar 12. Onderste maaidek links 13. Onderste maaidek midden 7.
decal120-6604 120-6604 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders uit de buurt van de machine. 2. Handen of voeten kunnen worden (af)gesneden, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. decal120-8947 3. Handen of voeten kunnen worden (af)gesneden, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. 120-8947 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 4.
decal127-3700 127-3700 decal121-3884 121-3884 1. Motor – Afzetten 2. Motor – Voorgloeien 3. Motor – Starten 1. Linker maaidek omhoog brengen 4. Motortoerental vergrendelen 2. Middelste maaidek omhoog brengen 5. Motortoerental ontgrendelen 3. Rechter maaidek omhoog brengen decal121-3887 decalbatterysymbols 121-3887 Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Lees de Gebruikershandleiding. 1. Risico van explosie 2. Geen vonken of vuur en niet roken. 3.
decal117-2754 117-2754 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin bent getraind. 3. Waarschuwing – Doe de veiligheidsgordel om als u op de bestuurdersstoel zit. 4. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 5. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 6. Het risico bestaat dat u in uw handen of voeten wordt gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 7.
decal130-6042 130-6042 1. Lees de Gebruikershandleiding voor onderhoudsinformatie.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 4 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Geen onderdelen vereist – De machine smeren. Waarschuwingssticker 1 De waarschuwingssticker vervangen. Geen onderdelen vereist – De bandenspanning controleren. Geen onderdelen vereist – De vloeistofniveaus controleren.
Algemeen overzicht van de machine 3 De bandenspanning controleren Bedieningsorganen Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Geen onderdelen vereist Procedure Controleer de bandenspanning; zie Bandenspanning controleren (bladz. 24). Belangrijk: Zorg ervoor dat alle banden steeds de juiste bandenspanning hebben; hierdoor kan de machine optimale maaiprestaties leveren en goed functioneren. Pomp de banden niet te zacht op.
Pedaalvergrendeling Om de pedaalvergrendeling in werking te stellen, koppelt u de pedalen met de pedaalvergrendeling (Figuur 3). Hendel om stuurwiel te verstellen Trek de hendel om het stuur te verstellen naar beneden om het stuurwiel in de gewenste stand te zetten en laat de hendel vervolgens los om de instelling te borgen (Figuur 3). g028453 Figuur 4 Parkeerremvergrendeling 1. Hefschakelaars 5.
naar achteren om de maaidekken omhoog te brengen. Druk bij het starten van de machine en terwijl de maaidekken zich in de stand omlaag bevinden op de hefschakelaar om de maaidekken te laten zweven en te maaien. Opmerking: De dekken kunnen niet omlaag worden gebracht bij het hoge toerental en kunnen ook niet omhoog of omlaag worden gebracht als de bestuurder niet in de stoel zit terwijl de motor loopt.
beschikt over een welkomstscherm en hoofdpagina. U kunt te allen tijde heen en weer gaan tussen het welkomstscherm en het hoofdscherm door om het even welke knop in het InfoCenter te bedienen en dan op de richtingspijl te drukken. Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Langzaam Ventilator omkeren – geeft aan of de ventilator omgekeerd draait Brandstofpeil Stationair herstel vereist Luchtinlaatverwarming actief g020650 Linker maaidek omhoog brengen Figuur 7 1. Controlelampje 3.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Contactschakelaar Motor uitgeschakeld Geeft aan wanneer de maaidekken omlaag worden gebracht Motorkoelvloeistof is te heet Geeft aan wanneer de maaidekken omhoog worden gebracht De hydraulische vloeistof is te heet PIN-code Ga zitten of schakel de parkeerrem in werking Hydraulische olietemperatuur – Geeft de temperatuur van de hydraulische olie aan.
Instellingen Onderhoud Menu-optie Beschrijving Hours Het totale aantal bedrijfsuren van de machine, motor en ventilator, alsook het aantal uren dat de machine getransporteerd en oververhit is geweest Counts Menu-optie Beschrijving Engine Run Raadpleeg de Gebruikershandleiding of een erkende Toro-distributeur voor meer informatie over het menu Engine Run en de informatie die het bevat.
Opmerking: Zet de contactschakelaar op UIT en dan op AAN om het beveiligde menu te vergrendelen. In het beveiligde menu kunt u instellingen bekijken en wijzigen. Scroll in het beveiligde menu omlaag tot de optie Instellingen beveiligen. Wijzig de instelling met de rechterknop. Als u Instellingen beveiligen op UIT zet kunt u de instellingen in het beveiligde menu bekijken en wijzigen zonder de PIN-code in te voeren.
Specificaties Gebruiksaanwijzing Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen Opmerking: Bepaal vanuit de normale zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Brandstofveiligheid • Houd het vulpistool in contact met de rand van de benzinetank of het vat tot het tanken voltooid is. Gebruik geen vergrendeling voor het vulpistool. GEVAAR • Als u brandstof morst op uw kleding dient u zich In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. onmiddellijk om te kleden.
• Biodieselmengsels kunnen gelakte oppervlakken • Meng nooit kerosine of motorolie met de • • beschadigen. dieselbrandstof. Bewaar de brandstof nooit in vaten die van binnen verzinkt zijn. Voeg geen additieven toe aan de brandstof. • Gebruik B5 (biodieselinhoud 5%) of mengsels met een lager percentage in koud weer. • Controleer afdichtingen, slangen en pakkingen, die in contact met brandstof komen, omdat zij in de loop der tijd hierdoor kunnen worden aangetast.
GEVAAR Een te lage bandenspanning vermindert de zijdelingse stabiliteit van de machine op hellingen. Hierdoor kan de machine omkantelen, waardoor lichamelijk of dodelijk letsel kan ontstaan. Pomp de banden niet te zacht op. g033358 De luchtdruk in de banden moet tussen 1,72 en 2,07 bar zijn. Figuur 12 Voorwielen Belangrijk: Zorg ervoor dat alle banden steeds de aanbevolen bandenspanning hebben, hierdoor kan de machine optimale maaiprestaties leveren en goed functioneren. Pomp de banden niet te zacht op.
WAARSCHUWING Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Gebruik de machine niet op oneffen terrein of op een heuvel met een omlaag geklapte rolbeugel. g033135 • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is. • Doe de veiligheidsgordel niet om als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Rij langzaam en voorzichtig. • Klap de rolbeugel omhoog zodra de ruimte dit toelaat.
worden gebruikt om de maaihoogte in te stellen (Figuur 17): gelijk aantal afstandsstukken toevoegen aan de zwenkwielvorken of verwijderen. Daarna bevestigt u de achterste ketting aan de gewenste opening. 1. Start de motor en breng de maaidekken omhoog om de maaihoogte te wijzigen. 2. Zet de motor af en verwijder het sleuteltje nadat het maaidek is opgeheven. 3. Plaats de assen van de zwenkwielen in dezelfde openingen in alle zwenkwielvorken. decal100-5622nc Figuur 17 6.
3. Plaats 2 opvulstukken op de spilas zoals ze oorspronkelijk waren geplaatst. Opmerking: Deze opvulstukken zijn nodig om ervoor te zorgen dat de maaidekken over de gehele breedte horizontaal staan. Schuif het benodigde aantal afstandsstukken van 13 mm (raadpleeg onderstaande tabel) op de spilas om de gewenste maaihoogte te bereiken; schuif daarna de klemring op de as.
g004676 Figuur 22 g033110 1. Zwenkwielarm 3. Gaffelpen en R-pen 2. Montage-openingen van as 4. Spanstang Figuur 24 Rollen van het maaidek afstellen De rollen van het maaidek moeten in de laagste stand worden gemonteerd als de machine wordt gebruikt bij een maaihoogte van meer dan 64 mm, en in de hoogste stand als de machine wordt gebruikt bij een maaistand van minder dan 64 mm. decal100-5623nc Figuur 23 8. Plaats de gaffelpennen en monteer de R-pennen. 9.
2. Draai een maaimes van het middelste maaidek en een naastgelegen mes van een zijmaaidek zodanig dat de randen van de messen in een lijn staan. Meet de afstand tussen de mespunten (Figuur 26). 2. Controleer of de voor- en achterbanden een spanning van 1,72 tot 2,07 bar hebben. Indien nodig moet u ze oppompen totdat de bandenspanning correct is. 3. Controleer of de banden van alle zwenkwielen een spanning van 3,45 bar hebben. 4.
De maaihoogte van de maaidekken gelijk stellen 1. 2. Plaats het mes op de buitenste as van beide zijmaaidekken dwars op de rijrichting. Meet de afstand van de grond tot de voorste rand van het mes op elk maaidek en vergelijk die afstanden met elkaar. Opmerking: Deze afstanden mogen niet meer 3. 4. g008866 Figuur 28 1. Klemkapje 4. Montage-opening bovenste as 5. Zwenkwiel 2. Afstandsstukken 3.
• U mag het maaidek nooit omhoog brengen als de bewegen. Als de motor toch draait, is er een defect in het interlocksysteem dat moet worden verholpen voordat u de machine gaat gebruiken. maaimessen draaien. • Stop de machine en controleer de maaimessen als u een vreemd voorwerp heeft geraakt of als de machine abnormaal begint te trillen. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.
• Let goed op dat er voldoende ruimte boven de • • • 3. machine is (denk aan takken, deuropeningen, elektrische kabels) voordat u onder zulke objecten door rijdt. Zorg dat u ze niet raakt. Houd de rolbeugel in deugdelijke staat door deze regelmatig grondig te controleren op beschadiging, en zorg dat alle bevestigingsmateriaal stevig is vastgedraaid. Een beschadigde rolbeugel dient vervangen te worden. Probeer niet om deze te repareren of te wijzigen.
door de machinesnelheid automatisch te regelen en de maaiprestaties te optimaliseren. U kunt eenvoudig een maximale rijsnelheid instellen die comfortabel aanvoelt, en maaien zonder de tractiesnelheid handmatig te moeten verlagen bij zware omstandigheden. 5. Breng de maaidekken omlaag zodra de voorste maaidekken zich boven het maaigebied bevinden. 6. Maai het gras zo dat de bladen op een hoge snelheid kunnen maaien en het maaisel uitwerpen, en een hoge maaikwaliteit verkregen wordt.
Roetopbouw in het DPF toerental laat lopen, om de opbouw van roet in het filter te beperken. • Na verloop van tijd bouwt zich roet op in het DPF. De computer van de motor bewaakt de roetopbouw in het DPF. VOORZICHTIG Gedurende de DPF regeneratie met geparkeerde machine of herstel regeneratie is de uitlaattemperatuur hoog (ongeveer 600°C). De hete uitlaatgassen kunnen gevaar opleveren voor u of anderen. • Als er teveel roetopbouw is geeft de computer aan dat regeneratie van het DPF nodig is.
InfoCenter bestuurdersadviezen en motor-waarschuwingen - as-opbouw (cont'd.) Niveau Advies of foutcode Niveau 1 Bestuurdersadvies Vermindering van het toerental Motorvermogen Aanbevolen actie Geen 100% Laat de onderhoudswerkplaats weten dat het InfoCenter Advies #179 toont. Geen De computer vermindert het motorvermogen tot 85% Geef het DPF een onderhoudsbeurt, zie Onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en roetfilter (bladz.
Soorten DPF-regeneratie DPF-regeneratie terwijl de machine in bedrijf is: Soort regeneratie Wanneer Proces Passief Gedurende normaal bedrijf van de machine, bij een hoog toerental of hoge motorbelasting Het InfoCenter toont geen pictogram tijdens passieve regeneratie. Tijdens de passieve regeneratie gebruikt het DPF de hete uitlaatgassen voor het oxideren van schadelijke uitstoot en het verbranden van roet tot as. Zie Passieve regeneratie van het DPF (bladz. 38).
Voor de onderstaande soorten regeneratie moet de machine worden geparkeerd: (cont'd.) Soort regeneratie Wanneer Proces Recovery/herstel Is nodig als het verzoek om geparkeerde regeneratie niet is opgevolgd, het verdere gebruik leidt tot nog meer roetopbouw in het DPF dat al geparkeerde regeneratie nodig heeft. Als het herstel regeneratie pictogram wordt weergegeven op het InfoCenter is herstel regeneratie nodig.
Reset regeneratie Geparkeerde regeneratie g214713 g214711 Figuur 38 Pictogram verzoek geparkeerde regeneratie Figuur 37 Pictogram ondersteunde/reset regeneratie • Het pictogram verzoek geparkeerde regeneratie • Het pictogram ondersteunde/reset regeneratie verschijnt op het InfoCenter (Figuur 38). Als geparkeerde regeneratie nodig is verschijnt op het InfoCenter Motorwaarschuwing SPN 3719, FMI 16 (Figuur 39) en de computer van de motor vermindert het vermogen tot 85%.
6. Stel de parkeerrem in werking. 7. Zet de gashendel op LAAG STATIONAIR . Uitvoeren van een geparkeerde regeneratie Opmerking: Voor informatie over het openen van beveiligde menu's, zie Toegang tot de beveiligde menu's (bladz. 20). 1. Open het beveiligde menu en ontgrendel het beschermde submenu met instellingen (Figuur 40), zie Toegang tot de beveiligde menu's (bladz. 20). g212138 Figuur 42 4. Als het bericht “Initiate DPF Regen. Are you sure?” (DPF regeneratie starten.
g211986 g212405 Figuur 44 6. Figuur 46 Zet de gashendel op LAAG STATIONAIR en druk op de middelste knop (Figuur 45). B. Daarna “Waiting on ” (Figuur 47). g212406 Figuur 47 g212372 Figuur 45 7. C. De volgende berichten worden getoond als de geparkeerde regeneratie begint: A. “Initiating DPF Regen.” (Figuur 46). De computer bepaalt of de regeneratie wordt uitgevoerd. Een van de volgende berichten verschijnt op het InfoCenter: • Als regeneratie mogelijk is verschijnt “Regen Initiated.
De motor is koud - wachten. De motor is warm - wachten. De motor is heet - regeneratie wordt uitgevoerd (percentage voltooid). 9. g213424 De geparkeerde regeneratie is voltooid als het bericht “Regen Complete” op het InfoCenter verschijnt. Druk op de linkerknop om het Home-scherm te verlaten (Figuur 50). Figuur 48 • Als de motorcomputer de regeneratie niet toestaat verschijnt “DPF Regen Not Allowed” op het InfoCenter (Figuur 49).
Maaisnelheid afstellen • Voer een herstel regeneratie uit als het motorvermogen lager wordt en geparkeerde regeneratie niet voldoende is om het roet uit het DPF te branden. Supervisor (beveiligd menu) Laat de supervisor toe om de maximale snelheid in te stellen (50, 75 of 100%) waarmee de bestuurder kan maaien (laag bereik). • Herstel regeneratie kan tot 4 uur duren. • De herstel regeneratie moet door een monteur van de distributeur worden uitgevoerd, neem contact op met uw erkende Toro distributeur.
De werking van de machine leren begrijpen Oefen u in het rijden met de machine, omdat deze machine een hydrostatische transmissie heeft en de eigenschappen ervan anders zijn dan die van veel gazonmachines. Een aantal punten waarop u moet letten bij het gebruik van de tractie-eenheid, het maaidek en andere werktuigen, zijn de transmissie, het motortoerental, de belasting van de maaimessen of andere onderdelen van werktuigen en het belang van de remmen.
Na het maaien De machine duwen of slepen Om optimale resultaten te waarborgen, moet de onderkant van de maaikast na iedere maaibeurt worden gereinigd. Als zich grasresten ophopen in de maaikast, verslechteren de maairesultaten. In noodgevallen kan de machine vooruit worden bewogen door de omloopklep in de regelbare hydraulische pomp in werking te stellen en de machine te duwen of te slepen.
De machine transporteren tractieverdeler, die zich achter het voorwiel bevindt. • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt. De krikpunten bepalen • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen. WAARSCHUWING • Zet de machine goed vast met spanbanden, Gebruik altijd assteunen. Vertrouw niet enkel op een krik of takel om de machine te ondersteunen. kettingen, kabels of touwen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Download het schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Na de eerste 10 bedrijfsuren Na de eerste 200 bedrijfsuren Bij elk gebruik of dagelijks Onderhoudsprocedure • Wielmoeren aandraaien. • Wielmoeren aandraaien. • Controleer de riemspanning van de wisselstroomdynamo.
Onderhoudsinterval Om de 6000 bedrijfsuren Om de 2 jaar Onderhoudsprocedure • Demonteer het roetfilter van het DPF, maak het schoon en monteer het geheel weer. Maak het roetfilter schoon als motorstoring SPN 3720 FMI 16, SPN 3720 FMI 0, of SPN 3720 FMI 16 op het InfoCenter verschijnt. • Koelsysteem schoonspoelen en vloeistof verversen. • Loszittende slangen vervangen.
Voor week van: Gecontroleerde item maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag Beschadigde lak bijwerken. 1 Controleer de gloeibougie en de spuitmonden van de injector, als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt. 2Onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht het voorgeschreven interval Belangrijk: Zie de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.
Procedures voorafgaande aan onderhoud • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie. • Neem contact op met een erkende Toro-verdeler als er grote reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan uw machine of als u hulp nodig hebt. • Gebruik ter vervanging uitsluitend originele Veiligheidmaatregelen voor onderhoudswerkzaamheden onderdelen en accessoires van Toro. Gebruik ter vervanging nooit onderdelen en accessoires van andere fabrikanten, omdat dit gevaarlijk kan zijn.
Smering Opmerking: Voer deze stappen in omgekeerde volgorde uit om de motorkap te monteren. Lagers en lagerbussen smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren De machine is voorzien van smeerpunten die u regelmatig moet smeren met nr. 2 lithium vet. Smeer de machine ook onmiddellijk na elke wasbeurt.
g009440 Figuur 61 1. Sluiting g011499 Figuur 60 g009441 Figuur 62 Middelste maaidek Opmerking: Mogelijk moet u het maaidek omhoog brengen om bij de smeernippels van het draaipunt van de sluiting en de onderste scharnierverbinding te kunnen komen. • 2 draaipunten van sluiting (Figuur 62) Opmerking: Mogelijk moet u de grendels handmatig vrijstellen om bij de smeernippels te komen (Figuur 61). Gebruik een rolkoevoet om de sluiting te sluiten en te openen.
g004826 Figuur 64 Hefeenheden middelste maaidek • 2 lagerbussen van cilinder van hefarm (2 aan elke kant) (Figuur 65) • 2 kogelverbindingen van hefarm (Figuur 66) g011502 g020455 Figuur 67 Figuur 65 Zijmaaidekken • 1 lagerbus van de as van de zwenkwielvork (Figuur 68) • 2 aslagerbussen – onder de poelie • 1 lagerbus van het draaipunt van de spanpoeliearm – op de spanpoeliearm g011551 Figuur 66 Hefeenheden zijmaaidek 4 hefcilinders van het zijmaaidek (Figuur 67) 53
Onderhoud motor Veiligheid van de motor U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—De indicator van het luchtfilter controleren g011557 Figuur 68 Om de 50 bedrijfsuren—Luchtfilter controleren. Om de 400 bedrijfsuren—Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt (sneller als de indicator van het luchtfilter rood is, en vaker in erg vuile of stoffige omstandigheden).
g011505 Figuur 71 1. Veiligheidsfilter 2. Stel de indicator (Figuur 69) opnieuw in als deze rood is. Motorolie verversen Olie specificaties Gebruik hoogwaardige motorolie met een laag asgehalte, die aan de volgende specificaties voldoet: • API service category CJ-4 of hoger • ACEA service category E6 • JASO service category DH-2 Belangrijk: Het gebruik van motorolie die niet voldoet aan API CJ-4 of hoger, ACEA E6, of JASO DH-2 kan leiden tot verstopping van het DPF of motorschade.
Olievolume in het carter De beste tijd om de motorolie te controleren is wanneer de motor koud is voordat deze is gestart voor de dag. Als hij al heeft gedraaid, moet u de olie eerst terug laten lopen gedurende tenminste 10 minuten voordat u controleert. Als het olieniveau op of onder de bijvulmarkering 'Add' op de peilstok staat, vul dan olie bij om het olieniveau bij het Vol-merkteken 'Full' te brengen. Giet niet te veel olie in de motor. Ongeveer 5,7 liter met filter.
Onderhoud van de dieseloxidatiekatalysator (DOC) en roetfilter 3. Onderhoudsinterval: Om de 6000 bedrijfsuren Maak het roetfilter schoon als motorstoring SPN 3720 FMI 16, SPN 3720 FMI 0, of SPN 3720 FMI 16 op het InfoCenter verschijnt.
Onderhoud brandstofsysteem Onderhoud van brandstofsysteem Onderhoud van de waterafscheider Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren (ook als het brandstofsysteem verontreinigd is) Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Verwijder dagelijks water of ander vuil uit de waterafscheider. Gebruik schone brandstof om de tank uit te spoelen.
Onderhoud elektrisch systeem vuile accu langzaam stroom afgeeft. Om de accu te reinigen, moet u de hele accubak wassen met een oplossing van natriumbicarbonaat en water. Omspoelen met schoon water. Smeer een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro-onderdeelnr. 505-47) of vaseline op de accupolen en de kabelklemmen om corrosie te voorkomen. Veiligheid van het elektrisch systeem 1. • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool.
De zekeringen vinden WAARSCHUWING Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. De zekeringen van de tractie-eenheid bevinden zich onder het deksel van de stroomeenheid (Figuur 79, Figuur 80 en Figuur 81). Verwijder de 2 schroeven waarmee het deksel van de stroomeenheid aan het frame is bevestigd en verwijder het deksel (Figuur 79).
Oliepeil van de planeetwielaandrijving verversen Onderhoud aandrijfsysteem Oliepeil van de planeetwielaandrijving controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 200 bedrijfsuren Om de 800 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 1. Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren (controleer op uitwendig lekkage). Zet de machine op een egale ondergrond en draai een wiel zo dat een van de controlepluggen helemaal onderaan staat (op 6 uur) (Figuur 83).
Het smeermiddel van de achteras verversen Belangrijk: Als het planeetwiel vol is voordat u 0,65 liter olie hebt toegevoegd, moet u 1 uur wachten of de plug monteren en de machine ongeveer 3 meter verplaatsen om de olie over het remsysteem te verdelen. Verwijder daarna de plug en voeg de resterende olie toe. Onderhoudsinterval: Na de eerste 200 bedrijfsuren Om de 800 bedrijfsuren Ververs het smeermiddel na de eerste 200 bedrijfsuren en daarna om de 800 bedrijfsuren. 7. Plaats de plug. 8.
3. Zie Het middelste maaidek rechtop draaien (kantelen) (bladz. 71). 4. Kantel het maaidek naar voren zodat u het wiel kunt verwijderen. De hoek van het tractiepedaal instellen 1. Draai de 2 bouten en moeren los waarmee de linkerzijde van het tractiepedaal aan de beugel is bevestigd (Figuur 88). g011558 Figuur 87 1. Aftapplug 7. Vul voldoende olie bij totdat het peil de onderkant van de openingen van de controlepluggen bereikt; zie Het smeermiddel van de achteras verversen (bladz.
Onderhoud koelsysteem Veiligheid van het koelsysteem VOORZICHTIG Als u hete, onder druk staande koelvloeistof over u heen krijgt of in aanraking komt met een hete radiateur of omliggende delen, kunt u ernstige brandwonden oplopen. g020441 Figuur 89 1. Expansietank • Verwijder de radiateurdop nooit als de motor heet is. Laat de motor minstens 15 minuten afkoelen of wacht totdat de radiateurdop zover is afgekoeld dat u deze kunt aanraken zonder uw hand te branden. 3.
Onderhouden remmen corrosie optreden en kunnen onderdelen schade oplopen. De bedrijfsremmen afstellen Stel de bedrijfsremmen af als de rempedalen meer dan 25 mm 'speling' hebben of als de remmen niet naar behoren functioneren. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. 1. Haal de borgpen van de rempedalen los zodat beide pedalen onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren. 2.
Onderhoud riemen Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren Bij een correcte spanning heeft de riem een speling van 10 mm als u halverwege tussen de poelies op de riem drukt met een kracht van 44 N. Als de speling geen 10 mm bedraagt, moet u de montagebouten van de wisselstroomdynamo losdraaien (Figuur 93). Opmerking: Verhoog of verminder de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo en draai de bouten vast.
Opmerking: Plaats de riem aan de kant van de 4. riemgeleider die naar de veer is gekeerd (Figuur 94). Verwijder de bouten waarmee de hydraulische motor aan het maaidek is bevestigd (Figuur 95). g011511 Figuur 95 1. Hydraulische motor 2. Montagebouten g004717 Figuur 94 1. Riem 4. Riemgeleider 2. Oogbout 5. Flensmoer 3. Trekveer 6. Aanslagbout De riem van de mesaandrijving vervangen 5. Til de motor uit het maaidek en leg deze boven op het maaidek. 6.
Onderhoud hydraulisch systeem Vraag uw olieleverancier of de olie voldoet aan deze specificaties. Opmerking: Toro aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen.
van 20 ml. Eén flesje is voldoende voor 15 tot 22 l hydraulische olie. Bestel onderdeelnummer 44-2500 bij uw Toro-dealer. 1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de maaidekken neer, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. 2. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof (Figuur 96). hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit. 1.
Tegengewicht instellen Gebruik ter vervanging Toro-filters met onderdeelnr. 94-2621 op de achterkant (maaidek) van de machine en onderdeelnr. 75-1310 op de voorkant (lading) van de machine. De testpoort voor het tegengewicht wordt gebruikt om de druk in het tegengewichtcircuit te testen (Figuur 99). De aanbevolen druk voor het tegengewicht is 22,41 bar.
Onderhoud van de maaimachine Het middelste maaidek rechtop draaien (kantelen) Opmerking: Hoewel dit niet is vereist voor normale onderhoudswerkzaamheden, kunt u het middelste maaidek rechtop draaien (kantelen). Indien u het maaidek wilt kantelen, moet u als volgt te werk gaan: 1. Breng het middelste maaidek een beetje van de grond, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 2. Verwijder de R-pen waarmee de dempers zijn bevestigd aan de hefarmen (Figuur 100).
De zijmaaidekken afstellen Schuinstand van het maaidek afstellen Schuinstand van het maaidek meten De schuinstand van het maaidek is het verschil in de maaihoogte van de voorkant van het mesvlak tot de achterkant van het mesvlak. Gebruik een messchuinstand van 8 tot 11 mm. Dit wil zeggen dat de achterkant van het mesvlak 8 tot 11 mm hoger is dan de voorkant. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Stel het maaidek in op de gewenste maaihoogte. 3.
Opmerking: Tik ook de andere lagerbus uit de buis. Reinig de binnenkant van de buizen. g004737 Figuur 104 1. Buis van zwenkwielarm 2. Lagerbussen g004738 Figuur 105 5. Smeer vet aan de binnen- en buitenkant van de nieuwe lagerbussen. 6. Druk de lagerbussen voorzichtig in de bevestigingsbuis met behulp van een hamer en een vlakke plaat. 7. Controleer de zwenkwielas op slijtage en vervang deze in geval van beschadiging. 8. Druk de zwenkwielas door de lagerbussen en de bevestigingsbuis. 9.
De scharnierkappen van de Onderhoud van maaidekken vervangen. maaimessen De scharnierkappen voorkomen dat er vuil via de scharnierpunten tussen de maaidekken komt. Bij beschadiging of slijtage moet een kap worden vervangen. Veiligheid van de messen GEVAAR Een versleten of beschadigd mes kan breken en een stuk van het mes kan naar u of naar omstanders worden uitgeworpen en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen.
Belangrijk: Het gebogen deel van het mes Opmerking: Noteer deze afstand. moet naar de binnenzijde van het maaidek wijzen om een goede maaikwaliteit te garanderen. g004740 Opmerking: Als u een vreemd voorwerp hebt Figuur 108 geraakt, moet u alle moeren van de aspoelie vastdraaien met een torsie van 115 tot 149 N·m. 3. Draai het tegenoverliggende uiteinde van het mes naar voren en meet de afstand tussen het maaidek en de snijrand van het mes in dezelfde stand als bij stap 2.
g000276 Figuur 111 1. Onder de oorspronkelijke hoek slijpen. Opmerking: Verwijder de messen en slijp ze op een slijpmachine. Nadat de snijranden zijn geslepen, monteert u het mes met de antiscalpeercup en de mesbout; zie Maaimes(sen) verwijderen en monteren (bladz. 75). Ongelijke meshoogte corrigeren Indien de messen van één maaidek niet op gelijke hoogte zijn afgesteld, zullen er na het maaien strepen zichtbaar zijn in het gazon.
7. Stalling Verwijder de bouten, platte ringen, borgringen en moeren van de buitenste as op de plek waar de opvulstukken moeten worden geplaatst. Voorbereidingen voor winterstalling Opmerking: Om het mes hoger of lager te zetten, moet een opvulstuk, Onderdeelnr. 3256-24, tussen de asbehuizing en de onderkant van het maaidek worden geplaatst. Ga verder en controleer de uitlijning van de messen en plaats opvulstukken totdat de randen van de messen binnen de gewenste afstand blijven.
9. 10. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. Controleer de antivriesbescherming en vul het systeem bij met een oplossing die half uit water, half uit ethyleenglycol bestaat. Vul zoveel bij als nodig is met het oog op de plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur.
Lijst met internationale dealers Distributeur: Land: Telefoonnummer: Distributeur: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.