Form No. 3391-688 Rev A Groundsmaster® 4100 cirkelmaaier Modelnr.: 30604—Serienr.: 315000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. U kunt rechtstreeks contact opnemen met Toro via www.Toro.com voor informatie over producten en accessoires, om een dealer te vinden of om uw product te registreren. WAARSCHUWING Als u service, originele Toro-onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro.
Inhoud Onderhoud riemen ....................................................50 Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo ................................................................50 De spanning van de drijfriemen van de maaimessen opnieuw afstellen................................................50 Drijfriem van maaimes vervangen.............................51 Onderhoud hydraulisch systeem ..................................52 Hydraulische vloeistof verversen ..............................
Veiligheid Vóór ingebruikname • Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen, Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013 en B71.4-2012 van het ANSI (American National Standards Institute). een lange broek, een helm, een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Lang haar, losse kleding of sieraden kunnen worden gegrepen door bewegende onderdelen. Draag geen schoenen met open tenen en loop niet op blote voeten.
• • • • • • • • • • • motor uitsluitend vanaf de bestuurderspositie. Gebruik de veiligheidsgordel en rolbeugel altijd samen. Denk eraan dat elke helling gevaarlijk is. Het rijden op met gras begroeide hellingen vereist bijzondere zorgvuldigheid. Om te voorkomen dat de machine kantelt: – niet plotseling stoppen of gaan rijden bij het op- en afrijden van hellingen.
• Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. Laat WAARSCHUWING personeel dat niet bekend is met de instructies, nooit onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoeren. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een reukloos, dodelijk gif. • Plaats onderdelen op kriksteunen indien dit nodig is. Laat de motor niet binnenshuis of in een afgesloten ruimte lopen. • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.
aanbrenging van een plaat met de aanduiding 'langzaam rijdend voertuig' en reflectoren. Het geluidsniveau werd bepaald volgens de procedures in ISO 11094. • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels of dijken. De machine kan plotseling omslaan als een wiel over de rand van een klip of greppel komt, of als een rand afbrokkelt. Geluidsdruk Deze machine oefent een geluidsdruk van 92 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). • Maai niet op nat gras.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-7818 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115–149 N·m. 106-4250 1. Maaihoogte 100-5622 1. Maaihoogte-instelling 106-4251 1. Maaihoogte 100-5623 1. Maaihoogte-instelling, laag 2.
117–2754 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin bent getraind. 3. Waarschuwing – Doe de veiligheidsgordel om als u op de bestuurdersstoel zit. 4. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 5. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 6. Het risico bestaat dat u in uw handen of voeten wordt gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 7.
93-7275 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Geen hulpstartknoppen gebruiken 121-3884 1. Motor – Afzetten 2. Motor – Voorgloeien 3. Motor – Starten 106-6754 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd en worden gegrepen, ventilator, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 100-6578 1.
121–3887 1. Lees de Gebruikershandleiding. 117–2787 1. Koplampen, 15 A zekering 4. Ruitenwissers, 15 A zekering 2. Verwarming, 15 A zekering 5. Cabineverlichting, 15 A zekering 58-6520 3. Airconditioning, 30 A zekering 1. Smeervet 119–0124 (Modellen met cabine) 117–2718 1. Waarschuwing – Als de ramen van de cabine openstaan moet u gehoorbescherming dragen. 2. Sluit het achterste raam voordat u probeert om de motorkap te openen. 93-7272 1.
106-6755 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Explosiegevaar – Lees de Gebruikershandleiding. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 120–8947 120-6604 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders uit de buurt van de machine. 2. Handen of voeten kunnen worden (af)gesneden, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. 3.
127-3700 1. Linker maaidek omhoog brengen 4. Motortoerental vergrendelen 2. Middelste maaidek omhoog brengen 5. Motortoerental ontgrendelen 3. Rechter maaidek omhoog brengen 120–4130 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Parkeerrem 2. De parkeerrem inschakelen – 1) Vergrendel de pedalen samen; 2) Druk het rempedaal in; 3) Trek de knop van de parkeerrem uit. 4. Trap het rempedaal in om de parkeerrem uit te schakelen. 120–4129 1. Zwaailicht 3. Linkerrichtingaanwijzer 2. Gevaarlicht 4.
114–0846 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het starten van de motor – 1) Schakel in neutraal; 2) Schakel de parkeerrem in; 3) Stel de motor in op laag toerental; 4) Draai het contactsleuteltje naar voorverwarmen; 5) Draai het contactsleuteltje om de motor te starten. 2.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 10.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 Geen onderdelen vereist – De machine smeren. 2 Waarschuwingssticker 1 Wordt uitsluitend aangebracht op machines die moeten voldoen aan de Europese voorschriften.
Algemeen overzicht van de machine Borgpen Bedieningsorganen Om de parkeerrem in werking te stellen (Figuur 3), koppelt u de pedalen met de borgpen. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker– en rechterzijde van de machine. Hendel om stuurwiel te verstellen op hellingen. Een vergrendeling koppelt de pedalen als parkeerrem en voor transport. Druk de hendel om het stuur te verstellen (Figuur 3) omlaag om het stuurwiel in de gewenste stand te zetten.
Aftakasschakelaar 1 2 De aftakasschakelaar (Figuur 4) heeft 2 standen: uit (start) en in (stop). Trek de knop van de aftakasschakelaar uit om de maaidekmessen te activeren. Druk de knop in om de messen van het maaidek te stoppen. Toerentalregelaar laag/hoog Met deze schakelaar (Figuur 4) kunt u het toerentalbereik vergroten voor het transport van de machine. De maaidekken zullen niet werken in het hoge toerentalbereik.
Het InfoCenter lcd-scherm gebruiken Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie over uw machine, onder meer de bedrijfsstatus en allerlei diagnostische informatie (Figuur 7). InfoCenter beschikt over een welkomstscherm en hoofdscherm. U kunt altijd schakelen tussen het welkomstscherm en het hoofdscherm door op een willekeurige knop in InfoCenter te bedienen en dan op de betreffende pijl te drukken. 1 TORO Figuur 6 1. Gewichtsmeter 2. Gewichtinstelhendel 4. Instelhendel bestuurdersstoel 5.
Verklaring van pictogrammen in InfoCenter ONDERHOUD VEREIST Verklaring van pictogrammen in InfoCenter (cont'd.
Verklaring van pictogrammen in InfoCenter (cont'd.) Instellingen In het menu Instellingen kunt u het InfoCenter-scherm configureren en aan uw voorkeuren aanpassen. Machine In het menu Betreffende ziet u het modelnummer, het serienummer en de versie van de software op uw machine. De bestuurder moet de status wijzigen in wat aangegeven wordt Symbolen worden vaak gecombineerd in zinnen.
Regelt de maximumsnelheid in maaimodus (laag bereik). • Druk de middelste knop in om het vierde cijfer in te Transportsnelheid Regelt de maximumsnelheid in transportmodus (hoog bereik). • Druk op de middelste knop om de code in te voeren. Smart Power Smart Power (slimme energievoorziening) voorkomt vastlopen in zware omstandigheden door de machinesnelheid automatisch te regelen en de maaiprestaties te optimaliseren. Maaisnelheid stellen en druk vervolgens op de rechterknop.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Vóór het gebruik VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Figuur 8 Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. 1. Peilstok 2. Olievuldop 4.
WAARSCHUWING Brandstof is schadelijk of dodelijk bij inname. Langdurige blootstelling aan dampen kan leiden tot ernstig letsel en ziekte. • Voorkom dat u dampen lange tijd inademt. • Houd uw gezicht uit de buurt van een vulpijp en de opening van een tank of een blik met conditioner. • Houd brandstof uit de buurt van ogen en huid. Figuur 9 Geschikt voor biodiesel Deze machine kan ook gebruik maken van een dieselmengsel tot maximaal B20 (20% biodiesel, 80% petrodiesel).
Opmerking: Vul de brandstoftank na elk gebruik indien dit mogelijk is. Dit beperkt mogelijke condensvorming in de brandstoftank tot een minimum. GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
3. Als het peil te laag is, verwijder dan de bovenste plug en voeg olie toe tot deze uit de opening aan de rechterkant begint te vloeien. 3. Reinig de omgeving van de vulbuis en de dop van de hydraulische tank (Figuur 11). Verwijder de dop van de vulbuis. 4. Monteer de beide pluggen. Smeerolie van de achteras controleren Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren De achteras is gevuld met SAE 85W-140 smeerolie.
U kunt de maaihoogte instellen van 25 tot 127 mm, in stappen van 13 mm. Om de maaihoogte van het voorste maaidek in te stellen, moet u de assen van de zwenkwielen in de bovenste of onderste openingen in de zwenkwielvorken plaatsen en vervolgens een gelijk aantal afstandsstukken toevoegen aan de zwenkwielvorken of verwijderen. Daarna bevestigt u de achterste ketting aan de gewenste opening. 1. Start de motor en breng de maaidekken omhoog zodat de maaihoogte kan worden gewijzigd.
Opmerking: Raadpleeg onderstaande tabel om vast te stellen welke combinatie afstandsstukken moet worden gebruikt om de maaihoogte in te stellen: Figuur 18 Figuur 16 Opmerking: Als u de machine afstelt op maaihoogten van 25, 38 of in sommige gevallen 51 mm, moet u de glijders en de maatwielen in de bovenste openingen plaatsen. 4. Druk de zwenkwielas door de voorste zwenkwielarm. Plaats de opvulstukken (zoals deze oorspronkelijk zijn geplaatst) en de overige afstandsblokken op de spilas.
Figuur 21 Figuur 19 1. Klemkapje 2. Afstandsstukken 3. Vulstukken 4. Montage-opening bovenste as 5. Zwenkwiel 1. Zwenkwieldraaiarm 3. Gaffelpen en R-pen 2. Montage-openingen van as 4. Spanstang Raadpleeg onderstaande tabel om vast te stellen welke combinatie afstandsstukken moet worden gebruikt om de maaihoogte in te stellen.
Rollen van maaidek afstellen (Figuur 26). Draai de contramoer op de afstelbout los. Zet de afstelbout losser of vaster totdat de afstand 10 16 mm bedraagt en draai daarna de contramoer weer vast. De rollen van het maaidek moeten in de laagste stand worden gemonteerd als de machine wordt gebruikt bij een maaihoogte van meer dan 64 mm, en in de hoogste stand als de machine wordt gebruikt bij een maaistand van minder dan 64 mm. 4. Herhaal deze procedure aan de andere kant van het maaidek. 1.
10. Draai de flensmoer los waarmee de spanpoelie is vastgezet, om de riemspanning op elk maaidek te verminderen. Montage frontmaaidek Draai de messen op elke as totdat de uiteinden in de lengterichting liggen. Meet de afstand van de grond tot de voorste rand van het mes. Plaats opvulstukken van 3 mm op de voorste zwenkwielvork(en) zodat de maaihoogte overeenstemt met deze op de sticker (Figuur 27); zie Schuinstand van het maaidek afstellen (bladz. 54). Figuur 28 1. Voorste zwenkwielarm 2. Vulstukken 3.
4. Om de motor af te zetten, moet u de aftakasschakelaar uitschakelen, de parkeerrem inschakelen, de gashendel op laag stationair zetten en de contactsleutel naar Uit draaien. Verwijder het sleuteltje uit het contact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start. Belangrijk: Laat de motor 5 minuten stationair lopen voordat u deze afzet of nadat de machine volledig belast is gebruikt. Indien u dit nalaat, kunnen er problemen met de turbocompressor ontstaan. Figuur 29 1.
De interlockschakelaars controleren Raadpleeg het onderdeel Het lcd-display van InfoCenter gebruiken in het hoofdstuk bediening van deze handleiding om de procedure voor het instellen van de maaisnelheid te achterhalen. VOORZICHTIG Gebruiker Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.
De omkantelbeveiliging (rolbeugel) gebruiken 3. Plaats de 2 pennen en zet deze vast met de R-pennen. Belangrijk: Zorg ervoor dat de stoel bevestigd is met de stoelvergrendeling. WAARSCHUWING 4. Om de rolbeugel omhoog te klappen, moet u de R-pennen losmaken en de twee pennen verwijderen. Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt: houd de rolbeugel in de omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om. 5.
Belangrijk: Als de machine achteruit moet worden geduwd of gesleept, moet u ook zorgen voor een omleiding langs de afsluitklep in het verdeelstuk van de vierwielaandrijving. Sluit om de controleklep te passeren een slang (slang onderdeelnr. 95-8843, koppelingfitting nr. 95-0985 [2 stuks], en hydraulische fitting nr.
Kies de juiste maaihoogte-instelling voor de omstandigheden minder benodigd vermogen, grover maaisel en een slechtere maaikwaliteit. Als de schuinstand minder dan 8 tot 11 mm is, zal dit leiden tot meer benodigd vermogen, fijner maaisel en een betere maaikwaliteit. Verwijder bij het maaien ongeveer 25 mm of niet meer dan 1/3 van de grassprieten. Bij zeer lang, mals en dicht gras moet u wellicht de maaihoogte-instelling een stap omhoog zetten.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bestuurderspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Download het schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 10 bedrijfsuren Na de eerste 200 bedrijfsuren Bij elk gebruik of dagelijks Onderhoudsprocedure • Wielmoeren aandraaien. • Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo controleren.
Onderhoudsschema Figuur 34 39
Smering Lagers en lagerbussen smeren De machine is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren of direct na een wasbeurt smeren.
Figuur 39 • Lagerbussen van as van zwenkwielvork (2) (Figuur 40) • Lagers van as (3) (onder de poelie) (Figuur 41) • Lagerbussen van draaipunt van arm van spanpoelie (2) (Figuur 41) Figuur 40 Figuur 41 Hefmechanismen, middelste maaidek • Lagerbussen van hefarmcilinder (2 elk) (Figuur 42) • Kogelverbindingen van hefarm (2) (Figuur 43) Figuur 43 Figuur 42 41
Hefmechanismen, zijmaaidekken Onderhoud motor Hefcilinder van zijmaaidek (4) (Figuur 44) Onderhoud van het luchtfilter • Controleer de luchtfilterbehuizing op schade die een • • Figuur 44 luchtlek kan veroorzaken. Vervang de luchtfilterbehuizing indien deze beschadigd is. Controleer het gehele luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse slangklemmen.
Motorolie verversen en filter vervangen Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter, dat goed moet aansluiten, en de filterbehuizing. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. Verwijder het veiligheidsfilter niet (Figuur 48). Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren Vervang de olie en het filter om de 250 bedrijfsuur. 1. Verwijder de aftapplug (Figuur 49) en laat de olie in een opvangbak lopen.
Onderhoud brandstofsysteem 1. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. 2. Draai de aftapplug onder de filterbus los. Onderhoud van brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. Figuur 51 1. Filterbus van waterafscheider • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen.
Onderhoud elektrisch systeem Accu-onderhoud Accutype is groep 24. Belangrijk: Voordat u laswerkzaamheden aan de machine verricht, moet u de minkabel loskoppelen van de accu om beschadiging van het elektrische systeem te voorkomen. Figuur 53 Opmerking: Controleer de conditie van de accu elke week of om de 50 bedrijfsuren. Zorg ervoor dat de accuklemmen en de gehele accubehuizing schoon zijn omdat een vuile accu langzaam stroom afgeeft.
WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. Figuur 56 • Sluit altijd eerst de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit. 3.
Onderhoud aandrijfsysteem De hoek van het tractiepedaal instellen De hoek van het tractiepedaal kan worden aangepast aan de wensen van de bestuurder. Figuur 58 1. Draai de bouten en moeren los waarmee de linkerzijde van het tractiepedaal aan de beugel is bevestigd (Figuur 57). 1. Controle-/aftapplug 2. Plaats een opvangbak onder de naaf van het planeetwiel, verwijder de plug en laat de olie in de bak lopen. 3.
Smeerolie in de achteras verversen 7. Vul voldoende olie bij totdat het peil de onderkant van de openingen van de controlepluggen bereikt; zie Smeerolie van de achteras controleren (bladz. 27), en Smeerolie van tandwielkast controleren (bladz. 27). Onderhoudsinterval: Na de eerste 200 bedrijfsuren Om de 800 bedrijfsuren 8. Plaats de pluggen. Ververs de olie na de eerste 200 bedrijfsuren en daarna om de 800 bedrijfsuren. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2.
Onderhoud koelsysteem Onderhouden remmen Het koelsysteem van de motor reinigen De serviceremmen afstellen Stel de serviceremmen af als de rempedalen meer dan 25 mm 'speling' hebben of als de remmen niet naar behoren functioneren. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. Verwijder dagelijks het vuil van de oliekoeler/radiateur. Reinig deze vaker als in vuile omstandigheden wordt gemaaid.
Onderhoud riemen Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren Controleer de conditie en de spanning van de riem (Figuur 65) om de 100 bedrijfsuren. 1. Bij een correcte spanning heeft de riem een speling van 10 mm als u halverwege tussen de poelies op de riem drukt met een kracht van 44 N. 2. Als de speling niet correct is (10 mm), moet u de montagebouten van de wisselstroomdynamo losdraaien (Figuur 65).
tussen de kop van de bout en de arm van de spanpoelie ongeveer 0,32 cm +0,152/-0,000 cm is (Figuur 66). Opmerking: Plaats de riem aan kant van de riemgeleider die naar de veer is gekeerd (Figuur 66). Figuur 67 1. Hydraulische motor 2. Montagebouten 5. Verwijder de oude riem van de aspoelies en de spanpoelie. 6. Leg de nieuwe riem rond de aspoelies en de spanpoelie. 7. Plaats de hydraulische motor op het maaidek nadat u de riem om de poelies hebt gelegd.
Hydraulische filters vervangen Onderhoud hydraulisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren Vervang de 2 hydraulische filters in normale omstandigheden om de 800 bedrijfsuren. Hydraulische vloeistof verversen Gebruik ter vervanging Toro-filters (onderdeelnr. 94-2621 op de linkerkant van de machine en onderdeelnr. 75-1310 op de rechterkant van de machine).
Tegengewicht instellen De testpoort voor het tegengewicht (Figuur 71) wordt gebruikt om de druk in het tegengewichtcircuit te testen. De aanbevolen druk voor het tegengewicht is 2241 kPa (325 psi) Om de druk voor het tegengewicht af te stellen, draait u de contramoer los en draait u de stelschroef (Figuur 71) rechtsom om de druk te verhogen of linksom om de druk te verlagen. Draai de contramoer vast.
Onderhoud van het maaimachine Middelste maaidek rechtop draaien (kantelen) 1 Opmerking: Hoewel dit niet is vereist voor normale onderhoudswerkzaamheden, kunt het voorste maaidek rechtop draaien (kantelen). Indien u het maaidek wilt kantelen, moet u als volgt te werk gaan: 2 1. Breng het voorste maaidek iets omhoog van de grond, stel de parkeerrem in werking en zet de motor af. Verwijder het contactsleuteltje. g020969 2.
4. Meet met een korte liniaal de afstand van de grond tot de voorste rand van het mes. Draai de rand van het mes achterwaarts en meet de afstand van de grond tot de rand van het mes. 5. Trek de afstand aan de voorkant van de afstand aan de achterkant om de schuinstand te berekenen. Voorste maaidek afstellen 1. Draai de contramoeren op de bovenkant of de onderkant van de veerstrop van de maaihoogteketting los (Figuur 74). 2.
5. Smeer vet aan de binnen- en buitenkant van de nieuwe lagerbussen. Druk de lagerbussen voorzichtig in de bevestigingsbuis met behulp van een hamer en een vlakke plaat. 6. Controleer de zwenkwielas op slijtage en vervang deze in geval van beschadiging. 7. Steek de zwenkwielas door de lagerbussen en de bevestigingsbuis. Schuif de drukring en afstandsstuk(ken) op de as. Installeer het klemkapje op de zwenkwielas om alle onderdelen op hun plaats te houden.
Onderhoud van maaimessen Controleren op kromme messen Als u een vreemd voorwerp heeft geraakt, moet u de maaimachine op beschadigingen controleren en reparaties uitvoeren voordat u de machine opnieuw start en weer in gebruik neemt. Draai alle moeren van de aspoelie vast met een torsie van 176 tot 203 N·m. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. Breng het maaidek omhoog, stel de parkeerrem in werking, zet het tractiepedaal in de neutraalstand en schakel de aftakas uit.
messen van andere fabrikanten, omdat deze gevaarlijk kunnen zijn. naar boven steekt tegenover de snijrand – zorgen ervoor dat het mes een goede maaikwaliteit levert. De vleugel is belangrijk omdat dit het gras rechtop zet zodat het gelijkmatig wordt gemaaid. De vleugel zal echter tijdens het gebruik langzaam slijten, en dit is normaal. Als de vleugel slijt, zal de maaikwaliteit geleidelijk aan enigszins afnemen, hoewel de snijranden scherp blijven.
GEVAAR Als het mes gaat slijten, kan er een groef ontstaan tussen de vleugel en het platte deel van het mes. Uiteindelijk kan dan een stuk van het mes afbreken en van onder de maaikast worden weggeslingerd waardoor de bestuurder of een omstander ernstig letsel kan oplopen. • Controleer op gezette tijden het maaimes op slijtage of beschadigingen. • Probeer nooit een krom mes recht te buigen of een gebroken of gescheurd mes te lassen. • Vervang een versleten of beschadigd mes. Figuur 83 1.
Stalling 6. Vergelijk de metingen van de buitenste messen met het middelste mes. Het middelste mes mag niet meer dan 10 mm lager zijn dan de buitenste messen. Indien het middelste mes meer dan 10 mm lager is dan de buitenste messen, ga dan verder met stap 7 en plaats opvulstukken tussen de spilbehuizing en de onderkant van het maaidek. Voorbereidingen voor winterstalling Tractie-eenheid 7.
nodig is met het oog op de plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur.
Opmerkingen: 62
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Dealer: Land: Hongarije Hongkong Korea Telefoonnummer: 36 27 539 640 852 2155 2163 82 32 551 2076 Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Maquiver S.A. Maruyama Mfg. Co. Inc. Mountfield a.s. Colombia Japan Tsjechië Casco Sales Company Puerto Rico 787 788 8383 Mountfield a.s. Slowakije Ceres S.A. Costa Rica 506 239 1138 Munditol S.A. Argentinië CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co.
De Algemene Garantiebepalingen voor Toro-producten Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.