Form No. 3352–399 Rev A Groundsmaster) 580-D Tractie-eenheid en maaidekken Modelnr.
Blz. Diagnoselampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 Display van diagnostische ACE . . . . . . . . . . . . . . . 30 De interlockschakelaars controleren . . . . . . . . . . . 30 Waarschuwingslampjes controleren . . . . . . . . . . . . 33 De machine duwen of slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Gebruikseigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34 Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 Aanbevolen onderhoudsschema . . . . . .
Inleiding Veiligheid Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen. Hoewel Toro veilige producten ontwerpt en fabriceert, blijft u verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Deze machine voldoet minstens aan CEN-norm EN 836:1997 (als de correcte stickers zijn aangebracht) en de B71.
• Elke bestuurder en monteur moet ervoor zorgen dat hij of zij professionele en praktische instructie krijgt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van de gebruikers. Bij een dergelijke instructie moet de nadruk liggen op: • Vervang defecte geluiddempers/knalpotten. • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om het gras veilig en goed te verluchten. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen.
• Verander de instellingen van de motor niet en voorkom overbelasting van de motor. De motor met te hoog toerental laten draaien kan de kans op lichamelijk letsel vergroten. Onderhoud en stalling • Voordat u de bestuurdersplaats verlaat: • Als er zich brandstof in de tank bevindt, mag u de machine niet opslaan in een afgesloten ruimte waar brandstofdampen in contact met open vuur of vonken kunnen komen.
Veilige Bediening Toro Rijdende Maaimachine • Als u de machine gebruikt op hellingen en golfend terrein of in de buurt van steil aflopende stukken, moet u altijd ervoor zorgen dat de omkiepbeveiliging is gemonteerd. De volgende lijst bevat veiligheidsinstructies die specifiek zijn toegesneden op Toro-producten, of andere veiligheidsinstructies die niet zijn opgenomen in de CEN-, ISO- of ANSI-normen.
Onderhoud en stalling Geluidsdruk • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de hydraulische leidingen vastzitten en alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het hydraulische systeem. Deze machine oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de bestuurder: 91 dB(A), gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures zoals vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG en wijzigingen daarvan.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 72-4070 108-8001 1. 10 A zekering voor stoelophanging 2. 10 A zekering voor claxon 72-4080 3. Open 4. Open 95-0821 1. Lees de gebruikershandleiding voor informatie over de hydraulische vloeistof. 2. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof via het kijkglas.
5-0822 1. Waarschuwing – Niet op spatscherm staan of meerijden. 2. Waarschuwing – Vul de brandstoftank tot maximaal 2,5 cm vanaf de onderkant van de vulbuis. 43-8480 1. Handen en vingers kunnen worden gesneden. 67-5360 98-4387 1. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 108-8004 1. Gebruikershandleiding lezen.
95-0818 1. Waarschuwing – Draai de mesbout vast met een torsie van 190–224 Nm. Lees de gebruikershandleiding voor verdere instructies. 106-5976 1. Motorkoelvloeistof onder druk 2. Risico van explosie – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 95-0845 1. Maaihoogte-instellingen 106-0390 1. Parkeerrem 2. Hoog toerental 3. Cruise control vergrendeld 4.
106-0392 1. Motor – Voorgloeien 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 4. Langzaam 5. Maaidek neerlaten. 6. Maaidek opheffen. 7. Maaidek, links 8. Maaidek, midden 9. Maaidek, rechts 95-0817 1. Maaihoogte-instellingen in laag bereik 2. Maaihoogte-instellingen in hoog bereik 105-0739 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Smeer deze punten om de 50 bedrijfsuren. 3. Pomp vet in de smeerpunten (9 smeerpunten).
106-0393 1. Druk op de knop om het alarm uit te schakelen. 2. Druk op de knop om de waarschuwingslampjes te testen.
106-0391 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. Motor – Stoppen Motor – Lopen Motor – Starten Stroomverdeler Vooruit Achteruit Motor – Voorgloeien Schakel de aftakas in Schakel de aftakas uit Transmissie – Hoog toerental 11. Transmissie – Laag toerental 19. Om de motor te starten, moet u het tractiepedaal in de neutraalstand zetten, het rempedaal intrappen en de gashendel op Langzaam zetten. Draai daarna het contactsleuteltje op Start; lees de Gebruikershandleiding. 20.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Tractie-eenheid Motor Luchtfilter: Koelsysteem Brandstofsysteem Mitsubishi, Model S4S-DT watergekoelde viercilinder viertaktdieselmotor, met kopklep, inhoud 3331 cc. Afgeregeld op 80 pk @ 2750 tpm. compressieverhouding 19:1, directe brandstofinspuiting en turbocompressor. Carterinhoud: 10 liter Voor zware omstandigheden geschikt, centrifugaal luchtfilter met vervangbaar element.
Tractie-eenheid (vervolg) Rijsnelheid Traploos verstelbaar Snelheid Vooruit: Laag – 12,1 km/uur; Hoog – 32,2 km/uur Snelheid achteruit: Laag – 4,8 km/uur; Hoog – 12,9 km/uur Afstand tot de grond 20,3 cm Hydraulisch systeem en reservoir Totale inhoud van het systeem: 151 liter. Inhoud van reservoir: 121 liter. Vervangbaar spin-on 5 micron filterelement. Tractiesysteem Hydrostatisch systeem met gesloten regelcircuit voor wielaandrijving door middel van planeetwieloverbrenging.
Zijmaaidekken Type: Maaivermogen Maaihoogte-instelling Aandrijving van maaidek Twee zijdelings geplaatste roterende maaidekken met drie assen, die elk een maaibreedte van 145 cm hebben. Maait naar beide zijden. Het maaidek maait een strook van 147 cm, gemeten vanaf de buitenkant van het wiel, naast de zijmaaidekken. Wordt verhoogd in stappen van 12,7 mm met behulp van afstandstukken op de zwenkwielassen. Hydraulische tandwielmotor. Drie “B” profielsnaren naar de assen.
Montage Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
3. Controleer met een hydrometer of beide accu’s moeten worden opgeladen. Als de accu’s niet hoeven te worden opgeladen, moet u de accubak op zijn plaats terugschuiven, deze met de tapbouten en de afdichtingsringen vastzetten en het zijpaneel weer monteren. Als de accu’s moeten worden opgeladen, gaat u verder met stap 4. Waarschuwing Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen.
Voor het gebruik 3. Verwijder de peilstok (Fig. 5) en veeg deze af met een schone doek. Steek vervolgens de peilstok helemaal in de buis. Haal de peilstok uit de buis en controleer het oliepeil. Als het oliepeil laag is, draait u de vuldop los (Fig. 6). Vul olie van het juiste type bij totdat het peil de streep op de peilstok bereikt, niet de gaten (Fig. 7). Niet te vol vullen. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Het koelsysteem controleren Het koelsysteem bevat een mengsel met een 50/50 verhouding van permanente ethyleenglycol-antivries en water. Controleer elke dag vóór het starten van de motor het koelvloeistofpeil. De inhoud van het koelsysteem is ongeveer 14,7 liter. Voorzichtig 1 Als de motor heeft gelopen, kan de hete koelvloeistof, die onder druk staat, ontsnappen indien de radiatordop wordt verwijderd. Dit kan brandwonden veroorzaken. • Verwijder de radiatordop nooit als de motor loopt.
Brandstoftank vullen Bandenspanning controleren De motor loopt op ASTM Nr. 2-D dieselbrandstof. Aangezien de Groundsmaster 580-D kan worden gebruikt voor grasvelden die in sterk uiteenlopende condities verkeren, is een juiste bandenspanning van zeer groot belang. Houd u daarom aan de volgende richtlijnen: Gevaar Banden van tractie-eenheid In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief.
Ongelijke meshoogten corrigeren Maaihoogte instellen De maaihoogte kan worden ingesteld van 25 tot 140 mm in stappen van 13-mm. Plaatsing van de zwenkwielassen in de bovenste gaten van de zwenkwielvorken (Fig. 12) biedt de mogelijkheid de maaihoogte af te stellen in een laag bereik van 25 tot 102 mm; plaatsing van de zwenkwielassen in de onderste gaten van de zwenkwielvorken (Fig. 12) biedt de mogelijkheid de maaihoogte af te stellen in een hoog bereik van 63,5 tot 140 mm.
Ski’s afstellen 3. Verwijder de R-pen en de gaffelpennen uit de draaiarmen van de achterzwenkwielen van het voorste maaidek (Fig. 13). Houd de gaten in de draaiarm recht voor de gewenste gaten in de maaihoogtebeugel in de maaidekframes. Plaats de maaihoogtepennen en monteer de R-pennen (Fig. 13). Als de oorspronkelijke afstelling van de maaihoogte is gewijzigd, moeten de ski’s van het maaidek ook worden afgesteld. U stelt de ski’s af door de flensmoeren los te draaien (Fig.
Gebruiksaanwijzing 2 Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. 1 3 5 Bedieningsorganen 4 8 Stoel Instelhendel bestuurdersstoel (Fig. 16) Hiermee kan de stoel naar voren en naar achteren worden geschoven. 7 6 Figuur 17 Instelhendel gewicht (Fig. 16) Hiermee kan de stoel worden aangepast aan het gewicht van de bestuurder. 1. Temperatuurmeter koelvloeistof 2. Brandstofmeter 3. Urenteller 4. Waarschuwingslampje voor koelvloeistoftemperatuur 5.
Temperatuurmeter koelvloeistof Waarschuwingslampje luchtfilter Deze temperatuurmeter (Fig. 17) registreert de temperatuur van de koelvloeistof in het koelsysteem. Een waarschuwingslampje (Fig. 18) en een akoestisch signaal geven aan dat het luchtfilter is verstopt en een onderhoudsbeurt nodig heeft. Deze alarmsignalen treden in werking als de motor te lang in bedrijf is geweest, terwijl het filter al een normale onderhoudsbeurt had moeten hebben gekregen. Brandstofmeter De brandstofmeter (Fig.
Stuurverstelling Schakelaar voor Hoog bereik/Laag bereik van rijsnelheid U kunt het stuur verstellen met een hendel op de rechterzijde van de stuurkolom (Fig. 19). Draai de hendel naar achteren om de verstelling los te zetten en zet het stuur en de stuurkolom in de gewenste hoek. Draai de hendel naar voren om het stuur en de stuurkolom in de gewenste positie te vergrendelen. Met deze schakelaar (Fig. 20) kunt u de rijsnelheid in het Hoog bereik of het Laag bereik zetten.
Nulstelknop van motor Tractiepedaal Als de motor oververhit is geraakt en is afgezet door de veiligheidsschakelaar, moet u op deze knop drukken (Fig. 20 en 21) de motor zal weer in werking worden gesteld. Gebruik deze knop uitsluitend in noodgevallen en met korte tussenpozen. Het tractiepedaal (Fig. 23) regelt de beweging vooruit en achteruit. Om vooruit te rijden moet u de bovenkant van het pedaal intrappen en om achteruit te rijden de onderkant van het pedaal.
Stalling Een ruime uitneembare opbergbak voor gereedschap bevindt zich onder een scharnierende vloerplaat (Fig. 24). Verder is er een kleine opbergplaats en een drankenhouder rechts van de bestuurder. 7 5 6 2 1 4 1 2 3 2 Figuur 25 1. Aftakasschakelaar 2. Cruise control-schakelaars 3. Schakelaar Hoog/Laag Bereik Figuur 24 1. Scharnierende vloerplaat 2. Uitneembare gereedschapsbak Belangrijk Het brandstofsysteem moet worden ontlucht indien zich één van de volgende situaties heeft voorgedaan: 4. 5.
Het brandstofsysteem ontluchten Diagnoselampje 1. Open de kap, houd deze met een steun open en verwijder het linkerpaneel (Fig. 26). De machine is uitgerust met een diagnoselampje dat aangeeft dat het elektronische besturingssysteem correct functioneert. Het groene diagnoselampje bevindt zich onder het bedieningspaneel (Fig. 28). Als het elektronische besturingssysteem correct functioneert en het contactsleuteltje op AAN staat, zal het diagnoselampje van het besturingssysteem branden.
Display van diagnostische ACE De machine is uitgerust met een elektronisch besturingssysteem dat de meeste functies van de machine regelt. Het besturingssysteem bepaalt welke functie nodig is voor de verschillende inputschakelaars (d.w.z. stoelschakelaar, contactschakelaar, enz.) en schakelt de outputs in om de solenoïdes of relais voor de vereiste functie van de machine te bekrachtigen.
7. Als de schakelaar wordt gesloten zonder dat de bijbehorende LED gaat knipperen, moet u alle kabels en aansluitingen naar de schakelaar controleren en/of de schakelaar doormeten met een weerstandsmeter. Vervang beschadigde schakelaars en repareer kapotte kabels. Opmerking: Als een output-LED knippert, betekent dit dat er elektrische problemen met die OUTPUT zijn. U moet defecte elektrische onderdelen onmiddellijk repareren of vervangen.
X X O O 6) Right Deck Engage 7) Left Deck Engage 8) Gauges ON X O 5) Front Deck Engage 4) Cruise Engage X X 3) Run (no operator) Run (with operator) X 2) Hi Range Engage 1) Start ACTIONS LOGIC GRID X X O X O X O X X XX O X O B X X O B X X MO MO MO X O X O O O M X O O O MX X B= MUST BE CLOSED ONLY IF HI TEMP SWITCH IS CLOSED.
Waarschuwingslampjes controleren Controleer elke dag vóór het maaien of alle waarschuwingslampjes werken: 1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en stel de parkeerrem in werking. Draai het contactsleuteltje op AAN en druk op de TEST-knop. Alle lampjes behoren te branden. 2. Als een lampje niet brandt, moet u het peertje vervangen en het lampje opnieuw testen. 1 Figuur 31 De machine duwen of slepen 1.
Gebruikseigenschappen Maaien Vertrouwd raken met de machine Als u het maaigebied nadert, moet u de rijsnelheidshendel in het LAAG BEREIK zetten en loslaten. De schakelhendel keert terug in de neutraalstand en het lampje voor het HOOG BEREIK dooft. Zet de gashendel op SNEL en laat de maaidekken neer. Trek de mof van de aftakasschakelaar omhoog, zet de schakelaar op AAN en laat deze los. De schakelaar keert terug in de neutraalstand en de aftakas wordt automatisch ingeschakeld.
Gebruik Hoog bereik van rijsnelheid De machine stoppen Het verdient aanbeveling het HOOG BEREIK uitsluitend op de weg te gebruiken met de maaidekken volledig opgeheven. Start de motor in het LAAG BEREIK en zet deze vervolgens in het HOOG BEREIK. Het waarschuwingslampje van het HOOG BEREIK gaat branden om aan te geven dat de motor in het HOOG BEREIK staat. Als u niet meer in het HOOG BEREIK wilt rijden, moet u uw voet van het tractiepedaal halen en de remmen intrappen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 10 bedrijfsuren • Afstelling van de riem van ventilator en wisselstroomdynamo controleren. • Wielmoeren aandraaien. • Afstelling van drijfriem van het maaidek controleren. Na de eerste 50 bedrijfsuren • • • • • Motorolie verversen en oliefilter vervangen. Hydraulische filter vervangen.
Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Ma. Gecontroleerde item Werking veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Controleer het motoroliepeil. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Conditie van luchtfilter controleren. Radiator en scherm controleren op rommel. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Voorzichtig Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
Smering De volgende onderdelen moeten regelmatig worden gesmeerd met Nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis voor algemene doeleinden. De onderhoudsintervallen in het onderstaande schema zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandigheden. In extreme omstandigheden moet echter vaker worden gesmeerd. Raadpleeg bovenstaande schema en Figuur 33 voor de smeerpunten en het aantal bijhorende smeernippels. De cijfers in de linkerkolom corresponderen met de cijfers in Fig. 33.
Onderdeel Aantal smeernippels Onderhoudsinterval Maaidek, midden 1 • Lagerbussen van as van zwenkwielvork 2 Om de 8 bedrijfsuren of dagelijks 2 • Lagers van spilas 5 Om de 50 bedrijfsuren 3 • Lagerbussen van spanpoelie 4 Om de 50 bedrijfsuren 4 • Lagerbussen van draaischarnier van maaidek 2 Om de 50 bedrijfsuren 8 Om de 8 bedrijfsuren of dagelijks 6 Om de 50 bedrijfsuren Maaidekken, links en rechts 5 6 • Lagerbussen van as van zwenkwielvork • Lagers van spilas Voorste hefarmen 7 •
Motorolie en filter 3. Als het peil te laag is, draait u de vuldop los (Fig. 36). Vul olie van het juiste type bij totdat het peil de streep op de peilstok bereikt (Fig. 37). Niet te vol vullen. De motor gebruikt hoogwaardige reinigingsolie, waaraan het American Petroleum Institute (API) “onderhoudsclassificatie” CH–4, CI–4 of hoger heeft verleend. Raadpleeg onderstaande tabel om vast te stellen welke olie de juiste viscositeit voor de omgevingstemperatuur heeft.
Motorolie verversen en filter vervangen Brandstofsysteem Het carter van de motor heeft een inhoud van ongeveer 10 liter. Ververs de olie en vervang het filter na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 100 bedrijfsuren. De olie moet echter vaker worden ververst als de machine in stoffige of vuile omstandigheden wordt gebruikt. Laat indien mogelijk de motor lopen vlak voordat u de olie ververst. Warme olie stroomt gemakkelijker en voert verontreinigingen beter mee. 1.
Koelsysteem van de motor • Klem de slangen af aan beide zijden van het brandstoffilter om te voorkomen dat er brandstof uit de slangen stroomt als u het filter verwijdert. Het koelsysteem heeft een inhoud van ongeveer 14,7 liter voor een mengsel met een 50/50 verhouding van ethyleenlycol-antivries en water. Om het systeem in goede staat te houden, moet u de volgende procedures in acht nemen: • Plaats een opvangbak onder het filter.
3. Reinig de koelribben van de radiator en de koeler van de hydraulische vloeistof om de 100 bedrijfsuren. Dit moet vaker gebeuren als de maaimachine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden. D. Open de kap en houd deze met een steun open. Reinig de radiator en de koelribben van de oliekoeler door perslucht te blazen vanaf de ventilatorzijde van de radiator. A. Volg de procedures in stap 2, items A–C. E. Zet de onderdelen in elkaar nadat de radiator en de koelribben zijn gereinigd. B.
Algemeen onderhoud van het luchtfilter 3. Verwijder en vervang het filter. Het wordt afgeraden het gebruikte element te reinigen omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter, dat goed moet aansluiten, en het filterhuis. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus.
Onderhoud van het hydraulische systeem Oliepeil controleren 1. Controleer elke dag het peil van de hydraulische vloeistof via het kijkglas (Fig. 48). Als de machine op een horizontaal oppervlak is geplaatst, moet de olie tot aan het midden van het kijkglas staan wanneer de olie warm is; wanneer de olie koud is, dient deze iets beneden dit niveau te staan. Het reservoir van de machine is in de fabriek gevuld met ongeveer 151,4 liter hoogwaardige hydraulische vloeistof.
Hydraulische filter vervangen Leidingen en aansluitingen controleren Het hydraulische filter (Toro-onderdeelr. 69–1720) moet na de eerste 50 bedrijfsuren worden vervangen. Daarna moet dit om de 400 bedrijfsuren gebeuren. Alle slangen, leidingen en aansluitingen moeten om de 100 bedrijfsuren op lekkage of beschadiging (opzwellingen, insnijdingen in de slangen, enz.) worden gecontroleerd. 1. Plaats een opvangbak onder het filter en verwijder het filter (Fig. 49).
Het hydraulische reservoir aftappen Testpoorten van het hydraulische systeem De hydraulische vloeistof in het reservoir moet om de 1000 bedrijfsuren of jaarlijks worden afgetapt en ververst. De totale inhoud van het systeem is ongeveer 151 liter; de inhoud van het reservoir is ongeveer 121 liter. De testpoorten (Fig. 52 & 53) worden gebruikt om de hydraulische circuits te testen. Neem contact op met uw plaatselijke Toro-dealer als u hulp nodig heeft bij het gebruik van deze onderdelen.
Onderhoud van de planeetwielaandrijving Onderhoud van de accu Waarschuwing Ververs de olie na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 800 bedrijfsuren of jaarlijks. Gebruik hoogwaardige SAE 80–90 tandwielolie om de olie te verversen. Controleer het oliepeil als er olie naar buiten lekt. Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
Zekeringen en stroomonderbreker Waarschuwing Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, die lichamelijk letsel kunnen veroorzaken. Zekeringen en smeltzekeringen zorgen voor de beveiliging van de gehele bedrading. De zekeringen bevinden zich onder het bedieningspaneel aan de rechterkant van de bestuurdersstoel (Fig. 56).
Maaidekken smeren Houd u aan de aanwijzingen in het Smeerschema om de maaidekken goed te onderhouden. Om toegang te krijgen tot de centrale en binnenste smeernippels van de spilas op beide zijmaaidekken, gaat u als volgt te werk: 2 3 Opmerking: Om de aslagers te smeren, pompt u met een smeerpistool 2–3 slagen vet in de smeernippel op elke as. 1.
Onderhoud van maaimessen 4. Neem plaats op de stoel, start de motor en hef het maaidek volledig op zodat de veersluiting op de linker hefarm loskomt van het maaidek. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. Opmerking: Hoewel dit niet is vereist voor normale onderhoudswerkzaamheden, kunt u het frontmaaidek geheel rechtop draaien (kantelen) (Fig. 60). Indien u het maaidek wilt kantelen, moet u als volgt te werk gaan: 5.
Maaimes verwijderen Het maaidek omlaag draaien in de gebruikspositie Een mes moet worden vervangen als u vast voorwerp heeft geraakt, of als het mes uit balans of krom is. Gebruik ter vervanging altijd originele TORO-messen zodat u zeker bent van een veilig gebruik en optimale prestaties. Gebruik nooit messen van andere fabrikanten, omdat deze gevaarlijk kunnen zijn. 1.
Maaimes controleren en slijpen 5. Let bij de montage erop dat de wiek van het mes naar boven is gericht. Draai de mesbout vast met een torsie van 190–224 Nm. 1. Hef de maaidekken op in de transportstand, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. De spanning van de riem van het maaidek controleren en afstellen 2. Controleer nauwkeurig de uiteinden van het maaimes, in het bijzonder op de plaats waar het platte en de wiek (het gebogen deel) samenkomen (Fig.
6. Draai de contramoer vast om de afstelling te borgen (Fig. 66). 8 7. Draai de (4) tapbouten vast waarmee de glijplaat is bevestigd aan de ophangplaat van de motor (Fig. 66). 8. Plaats de kappen van het maaidek terug. 6 7 Zijmaaidekken 9 1. Verwijder de kappen van het maaidek. Om de riemspanning te controleren, moet u de riem in het midden met een kracht van 3,6 kg (35.5 N) indrukken en de speling controleren. Deze speling moet ongeveer 7,9 mm zijn.
7. Indien nodig moet u de riem(en) vervangen. Monteer de poelies zoals wordt getoond in Figuur 69. 14. Controleer de aanslagschroef van de arm van de spanpoelie (Fig. 70). Als de afstand tussen de arm van de spanpoelie en de aanslagschroef niet ongeveer 9,6 mm is, moet u deze als volgt aftstellen: 8. Plaats de ophangplaat van de motor op het maaidek en leg de riem rond de aandrijfpoelie Fig. 68). Zorg ervoor dat u de buigzame hydraulische leidingen niet verbuigt, verdraait, knikt of beschadigt.
Maaidekken losmaken van de tractie-eenheid Zijmaaidekken 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat het maaidek neer, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. Frontmaaidek 2. Verwijder de kappen van het maaidek en haal de spanning van alle riemen (Fig. 67). 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat het maaidek neer, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. 3.
Ongelijke meshoogte corrigeren 2. Leg een vlakke triplexplaat met een dikte van minstens 20 mm en een oppervlakte van minstens 1, 2 m x 2,4 m op een horizontaal vlak en laat het maaidek neer op de triplexplaat. Indien de messen niet op gelijke hoogte zijn afgesteld, zullen er na het maaien strepen zichtbaar zijn op de grasmat. Dit kan worden gecorrigeerd door alle messen recht te zetten en ervoor te zorgen dat alle messen op hetzelfde niveau maaien. 3.
De zijstabilisatoren afstellen 2 4 Als de maaidekken tijdens het transport overmatig gaan stuiteren, moeten de zijstabilisatoren worden afgesteld. 1 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, laat het frontmaaidek volledig neer en zet de motor af, 2. Draai de tapbouten los waarmee de beugels van de zijstabilisatoren zijn bevestigd aan het maaidek, en beweeg de beugels naar buiten (Fig. 74). 3 5 1 Figuur 75 1. R-pen en gleufmoer 2. Kogelverbinding 3.
Elektrisch schema PIN NO. 1 OIL PRESSURE SWITCH AUDIO ALARM 12V + INPUT POWER FROM CONTROLLER 2 BLUE 3 ORANGE 4 YELLOW/RED 5 OIL TEMP. SWITCH 6 GREEN/WHITE AIR CLEANER 7 TAN 8 PINK HYD. OIL LOW 9 10 24 11 AUDIO ALARM 12 VOLTMETER GROUND 15 20 21 21 19 WHITE 14 BLACK ENG. COOLANT TEMP. OIL FILTER PLUGGED ENGINE TEMP.
Elektrisch schema van besturingssysteem – 61
285 100 100 100 Hydraulisch schema 62