FORM NO. 3324-620 Rev A MODEL NR. 30581—80001 & UP ® GEBRUIKERSHANDLEIDING GROUNDSMASTER® 580-D Om u te verzekeren van de maximale veiligheid en optimale prestaties, en om het product goed te leren kennen, is het van essentieel belang dat u en alle andere bestuurders deze handleiding lezen en zorgen dat u de inhoud hiervan begrijpt voordat de motor voor de eerste maal gestart wordt.
INLEIDING Deze gebruikershandleiding bevat instructies over de veiligheid, juiste assemblage en bediening, afstellingen en onderhoud. Daarom zou iedereen die met het produkt te maken krijgt, inclusief de bestuurder, deze handleiding moeten lezen en zorgen dat hij deze begrijpt. In deze handleiding ligt de nadruk op veiligheid, mechanische en algemene produktinformatie. GEVAAR, WAARSCHUWING en LET OP duiden op veiligheidsinformatie.
Veiligheidsinstructies Training 1. 2. 2. Inspecteer grondig de plek waar het apparaat gebruikt moet worden en verwijder alle voorwerpen die door de machine weggeslingerd zouden kunnen worden. 3. WAARSCHUWING—Benzine is licht ontvlambaar. Lees de instructies aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsorganen en het juiste gebruik van de apparatuur.
Veiligheidsinstructies 4. Gebruik de machine niet op de volgende hellingen: • Maai nooit zijwaarts over hellingen van meer dan 5°; • Maai nooit klimmend op hellingen van meer dan 10°; • Maai nooit dalend op hellingen van meer dan 15°. 5. Denk er aan dat er niet zoiets bestaat als een “veilige” helling. Ben extra voorzichtig als u over met gras begroeide hellingen rijdt. Om te voorkomen dat u omkiept moet u: 10.
Veiligheidsinstructies 2. Stal de apparatuur nooit terwijl er nog brandstof in de tank zit in een gebouw waar de dampen in contact kunnen komen met open vuur of vonken. 3. Laat de machine afkoelen voordat u deze in een afgesloten ruimte stalt. 4. Ter voorkoming van brandgevaarlijke situaties moet u de motor, uitlaat, het accu-compartiment en de ruimte waar de brandstof bewaard wordt vrij houden van gras, bladeren of overtollig vet. 5. Controleer regelmatig of de grasmand soms versleten of defect is.
Overzicht van de gebruikte symbolen Bijtende vloeiGiftige dampen stoffen, chemische of gassen, brandwonden aan verstikking vingers of hand Elektrische schokken, elektrokutie Bekneld raken gehele lichaam van bovenaf Zijwaardse Zijwaardse Bekneld raken beknelling vingers beknelling been gehele lichaam of hand Zijwaardse beknelling bovenlichaam Vloeistof onder hoge druk, kan lichaam binnendringen Afsnijden vingers Afsnijden tenen Afsnijden tenen Afsnijden, geof hand, of voet, of vingers, mes grepen word
Overzicht van de gebruikte symbolen Raadpleeg Veiligheidsgordels technische hand- vastmaken leiding voor de juiste onder houdsprocedures Waarschuwings- Waarschuwings- Lees gebruikers- Vuur, open licht Oogbescherming driehoek driehoek met handleiding en roken verplicht waarschuwingsverboden symbool Veiligheidshelm Gehoorbescherm- Gevaar, giftige Eerste hulp ing verplicht verplicht stoffen Spoelen met water Motor Overbrenging Hydraulisch systeem Uitlaatgassen Druk Peilindicator Vloeistofpeil Af/st
Overzicht van de gebruikte symbolen n/min Starten motor Stoppen motor Motorisch defect Motortoerental/ frequentie Choke Injectiepompje Elektrisch voorglo- Transmissieolie (hulpmiddel (starthulpmiddel) eien starten bij lage temperaturen) NH L F Transmissieolie- Transmissieolie- Defect transmissie Koppeling druk temperatuur Neutraalstand Hoog Laag Vooruit Hydraulische oliedruk Hydraulisch oliepeil Defect brandstofsysteem RP 1 2 3 8 Achteruit Parkeerstand Eerste versnelling Hydraulisch olief
Specificaties MAAIDEKKEN Aandrijfsysteem maaidek: Volledige hydraulische aandrijving. De aandrijving van het maaidek wordt ingeschakeld met een elektrische schakelaar. De aandrijving wordt afzonderlijk ingeschakeld of uitgeschakeld als de maaidekken worden opgehaald of neergelaten. behuizing (kunnen van boven worden gesmeerd). Zelfspannende, doorlopende gesmeerde riemdraagrollen. Castorwielen: Pneumatische castorwielen, geschikt voor intensief gebruik, twee van 10,50 x 3,50 en twee van 12 x 5,00.
Specificaties Totale gewicht (met vloeistoffen) [ca.]: 2967 kg. Accessoires: Omkiepbeveiliging met twee beugels. Kap voor bestuurdersplaats Kap/met windscherm Cabine met omkiepbeveiliging Verlichtingspakket Roterende bezem van 244 cm Airconditioning Sneeuwblazer van ongeveer 210 cm Bladaardestrooier Koude-startset Met schuim gevulde castorbanden Extra band voor tractie-aandrijving Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Voor het gebruik (Afb. 2). Sluit een acculader van 3 tot 4 amp. op de bevestigingspunten. Laad de batterijen bij een sterkte van 3 tot 4 amp. gedurende 4 tot 8 uur. LET OP Draag een veiligheidsbril en rubberen handschoenen als u werkzaamheden met de accu’s verricht. Laad de accu’s in een goed geventileerde ruimte zodat de gassen die tijdens het opladen worden gevormd, kunnen worden afgevoerd. Aangezien de gassen ontplofbaar zijn, moet u de accu’s uit de buurt van elektrische vonken en open vuur houden.
Voor het gebruik CONTROLE KOELSYSTEEM (DAGELIJKS) Het koelsysteem wordt gevuld met een oplossing die half uit water, half uit permanente ethyleenglycol-antivries bestaat. Controleer elke dag vóór het starten van de machine het koelvloeistofpeil. De capaciteit van het koelsysteem is 14,7 liter. LET OP Afbeelding 3 1. Peilstok De motor gebruikt alle typen hoogwaardige reinigingsolie waaraan het American Petroleum Institute—API—de “onderhoudsclassificatie” CD heeft verleend.
Voor het gebruik CONTROLE VAN DE HYDRAULIEKVLOEISTOF (DAGELIJKS) 1. Het peil van de hydrauliekvloeistof moet elke dag worden gecontroleerd via het kijkglas achter op het reservoir voor de hydrauliekvloeistof (Afb. 6). Als de olie koud is, zal het peil iets beneden het midden staan. Het peil moet echter tot aan het midden van het kijkglas staan als de olie warm is. Afbeelding 7 1. Dop van brandstoftank CONTROLE BANDENSPANNING (DAGELIJKS) Afbeelding 6 1. 2. 2.
Voor het gebruik CONTROLE VERKEERDE COMBINATIE MAAIDEKKEN Om er zeker van te zijn dat alle maaidekken zijn ingesteld op dezelfde maaihoogte, verricht u de volgende handelingen: 1. Stel alle maaidekken af op de maximale maaihoogte. Plaats alle afstandstukken voor de maaihoogte voor de castor-armen aan de onderkant van de castorarmen. De afdichtingsringen mag u niet verplaatsen. Laat ze in hun oorspronkelijke positie. N.
Voor het gebruik Frontmaaidek Alle maaihoogten—0, 95 cm tot 1,2 cm boven een horizontaal vlak. Maaidekken aan zijkanten Maaihoogte 2,5 cm—schuiver helemaal boven geplaatst. Maaihoogte 3,8 cm tot 7,6 cm—schuiver 1,2 cm tot 2,5 cm boven een horizontaal vlak. Afbeelding 9 1. 2. 3. 4. 4. Borgspie Gaffelpen Montagegaten voor castorassen Draai-arm Maaihoogte 7,6 cm en hoger—schuiver helemaal onder geplaatst. Verwijder de lynch-pen uit de castorvorkassen bij alle overige castorwielsets (Afb. 10).
Bedieningsmechanisme Bestuurdersstoel (Afb. 12)—Trek de hendel om de stoel te verstellen (rechts) naar buiten. Schuif de stoel naar achteren of naar voren, totdat deze in de gewenste positie staat en laat de hendel los. De stoel is nu vastgezet in die positie. De stoel kan 15 cm naar voren en naar achteren worden geschoven in stappen van 15 mm. Met de knop midden onder kunt u het gewicht naar wens instellen van 49,9 tot 129,3 kg. Waarschuwing koelvloeistoftemperatuur (Afb.
Bedieningsmechanisme Afbeelding 14 1. 2. 3. 4. 5. Waarschuwing peil van hydrauliekolie Waarschuwing temperatuur van hydrauliekolie Waarschuwing filter van hydrauliekolie Waarschuwing luchtfilter Knop om alarm uit te schakelen Afbeelding 15 1. 2. 3. 4. 5. Indicatielampje van parkeerrem Indicatielampje modus voor hoge werkversnelling Indicatielampje voor cruise-control Knop parkeerrem Hendel om stuurinrichting te kantelen Waarschuwing temperatuur van hydrauliekolie (Afb.
Bedieningsmechanisme Waarschuwingslampje gloeibougie (Afb. 16)—Dit lampje gaat automatisch branden tijdens de vereiste gloeiperiode, als het contactsleuteltje op AAN wordt gedraaid. Het gaat oplichten als de gloeibougies in werking worden gesteld. Als de gloeibougies heet genoeg zijn, dooft het lampje. Dit geeft aan dat de machine gereed is om te starten. Maaidekaandrijving/aftakschakelaar (Afb. 16)—Trek de schuif op de schakelhendel omhoog.
Bedieningsmechanisme Tractie-pedaal (Afb. 19)—Hiermee kunt u de machine vooruit en achteruit laten rijden. Druk op het bovenste gedeelte van de pedaal om vooruit te rijden en op het onderste gedeelte om achteruit te rijden. De snelheid is afhankelijk van de modus voor de hoge of lage werkversnelling (de snelheid is geringer in de lage werkversnelling dan in hoge werkversnelling) en evenredig aan hoever de pedaal is ingedrukt. Besturingspedalen/parkeerrempedalen (Afb.
Gebruik BELANGRIJK. Het brandstofsysteem moet worden ontlucht als: A. een nieuwe machine voor de eerste keer wordt gestart. B. de motor is afgeslagen tengevolge van brandstofgebrek. C. onderhoudswerkzaamheden zijn verricht aan delen van het brandstofsysteem; d.w.z. in geval van vervanging van het filter, een onderhoudsbeurt van de waterafscheider, enz. 3. N.B.: Laat de startmotor niet langer dan 10 seconden draaien om te voorkomen dat deze vroegtijdig gebreken gaat vertonen.
Gebruik Afbeelding 24 1. Ontluchtingsplug van brandstoffilter Afbeelding 22 1. 2. 3. 4. 2. Motorkap Linkerzijpaneel Waarschuwingslampje van gloeibougie Sluiting zijpaneel Draai de ontluchtingsschroef op het brandstoffilter/ waterafscheider los. Dit bevindt zich links beneden op de motor (Afb. 23). 5. Draai de ontluchtingsplug op de injectiepomp ongeveer 11⁄2 slag los (Afb. 25). Laat de injectiepomp werken totdat er een ononderbroken stroom brandstof uit de ontluchtingsopening naar buiten vloeit.
Gebruik Wil de elektronische regulator de machine zoals gewenst controleren, dan moeten alle invoerschakelaars, outputsolenoïdes en relais aangesloten zijn en naar behoren functioneren. De display van het ACE-diagnosetoestel stelt de gebruiker in staat te controleren of de elektrische functies van de machine in orde zijn. Afbeelding 26 1. Lampje van elektronische regulator Als het lampje van de elektronische regulator knippert, is een van de volgende outputs ontdekt in de regulator, 1. 2.
Gebruik corresponderende schakelaar dicht en open staat. Herhaal dit bij elke schakelaar die handmatig van open op dicht kan worden gezet. 7. Afbeelding 27 1. 3. 4. Dradenharnas en Stekkers Verbind de stekker van het ACE-diagnosetoestel (Afb. 28) met de harnasstekker. Let erop dat de juiste sticker is geplakt op de display van het ACE-diagnosetoestel. Draai de contactschakelaar op AAN, maar start de machine niet.
Gebruik 6. Neem plaats op de bestuurdersstoel en laat machine in de gewenste functie werken (voor eventuele hulp bij de controle of de input-instellingen voor elke functie correct zijn, raadpleeg de Logic-kaart). Als de juiste output-LED’s gaan branden, betekent dit dat de ECU de desbetreffende functie inschakelt. (Raadpleeg de logickaart als u zeker wilt zijn van de gespecificeerde outputLED’s). N.B.: Als een output-LED gaat knipperen, duidt dit op een elektrisch probleem met die OUTPUT.
Gebruik BELANGRIJK: Duw of sleep de machine niet sneller dan 3–4,8 km per uur omdat de inwendige transmissie schade kan oplopen. De overbelastingsklep moet open staan als de machine volgens deze methode wordt geduwd of gesleept. TORO adviseert u deze method niet standaard toe te passen. 1. 2. De overbelastingsklep bevindt zich links op de pomp (Afb. 29). Draai de klep 1/2 tot 1 slag naar links om hem te openen en laat de olie naar binnen lopen.
Gebruik de rempedaal voor het klimwiel geleidelijk aan indrukken tot het klimwiel niet langer slipt, waardoor de tractie op het afdalingswiel toeneemt. Als u wilt stoppen met maaien, moet u het rempedaal indrukken om te stoppen en de cruise-control (indien in gebruik) uitschakelen, de aftakschakelaar op ONTKOPPELD zetten en deze loslaten (de schakelaar keert terug naar de neutraalstand). Daarna haalt u het maaidek volledig op. Afbeelding 30 1.
Onderhoud Onderhoud SMERING De onderstaande onderdelen moeten regelmatig worden gesmeerd met Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis of vet op molybdeenbasis. Onderstaande kaart geeft een tijdschema voor de smeerbeurten dat is gebaseerd op normale bedrijfsomstandigheden. In extreme omstandigheden zal echter vaker moeten worden gesmeerd. De cijfers in de linkerkolom corresponderen met de cijfers in Afb. 31. Onderdeel Aantal onderdelen Maaidek midden 1. Lagerbussen castorvorkassen 2.
Onderhoud Afbeelding 31 28
Onderhoud CONTROLELIJST VOOR DAGELIJKSONDERHOUD Functionering vergrendelingssysteem Functionering remmen Motoroliepeil Koelvloeistofpeil Brandstoffilter/waterafscheider laten leeglopen Conditie luchtfilter/zuiveringsinstallatie Radiator & rooster op vuil controleren Vreemde geluiden in motor Vreemde geluiden tijdens het gebruik Maaihoogte Oliepeil hydraulisch systeem Hydraulische slangen op beschadiging controleren Vloeistoflekkages Bandenspanning Functionering instrumenten Conditie van de messen Alle sme
Onderhoud Onderhoudsschema Onderhoudsprocedure Smering van alle smeerpunten Controle luchtfilter, stofbak en schot Reiniging onderste riembeschermingen van maaidekken Controle afstelling aandrijfriem maaidek Tijdschema voor onderhoudsbeurten Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elke 400 uur Elke 800 uur ‡Verversing motorolie en vervanging filter †Controle ventilator en riemspanning van wisselstroomdynamo Controle slangen van koelsysteem Onderhoud luchtfilter Vervanging brandstoffilter/waterafscheide
Onderhoud Afbeelding 33 1. Peilstok Afbeelding 35 1. 3. Aftapplug voor motorolie Verwijder de aftapplug en laat de olie in de bak stromen. Verwijder en vervang de oliefilter (Afb. 36); raadpleeg de onderdelencatalogus voor het stuknummer. Smeer een laagje olie op de O-ring van de filter en draai de filter met de hand vast. Afbeelding 34 1. Vuldop voor motorolie Verversing motorolie en vervanging filter De motor bevat ongeveer 10 liter olie.
Onderhoud KOELSYSTEEM VAN DE MOTOR Het koelsysteem heeft een capaciteit van ongeveer 14,7 liter en bevat een oplossing die half uit water, half uit permanente ethyleenglycol-antivries bestaat. Om het systeem in goede staat te houden, moet u de volgende procedures uitvoeren: 1. Controleer elke dag vóór het starten van de machine het koelvloeistofpeil.; raadpleeg Controle van het Koelsysteem in het hoofdstuk Voor het Gebruik.
Onderhoud 3. Reinig om de 100 bedrijfsuren de radiator en de hydraulische koelvinnen. Dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige en vuile omstandigheden. 4. Controleer om de 100 bedrijfsuren of de ventilatorriem in goede staat verkeert en de juiste spanning heeft. Vervang de riem indien dit nodig is. Controle en afstelling van de riem gaat als volgt. A. Volg de procedures van stap 2, onderdelen a–c. A. B.
Onderhoud 2. Wasmethode De luchtfilter moet om de 200 uur een onderhoudsbeurt krijgen (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in buitengewone stoffige en vuile omstandigheden). ONDERHOUD VAN HET LUCHTFILTER 1. A. Maak een oplossing van filterreiniger en water en laat het filterelement hierin ongeveer 15 minuten weken. Raadpleeg de instructies op de verpakking van de filterreiniger voor volledige informatie. B.
Onderhoud Pennzoil Phillips Standard Sun Union Penreco 68 Magnus A 68 Energol HLP 68 Sunvis 831 WR Unax AW 68 BELANGRIJK. Gebruik uitsluitend gespecificeerde hydrauliekoliën. Andere vloeistoffen kunnen schade toebrengen aan uw systeem. N.B.: Een rode kleurstof voor de olie in uw hydraulieksysteem is verkrijgbaar in flesjes van 20 ml. Een flesje is voldoende voor 115-123 liter hydrauliekolie. Bestel dit bij uw Erkende Toro-Dealer: stuknummer 44-2500. Afbeelding 46 1.
Onderhoud Afvoer water uit het reservoir voor de hydrauliekvloeistof Laat om de 500 bedrijfuren het water op drie (3) punten weglopen uit het reservoir voor de hydrauliekvloeistof. 1. Plaats de opvangbak onder het reservoir. 2. De aftappluggen bevinden zich rechts achter het voorwiel, en midden achter en midden vóór het reservoir (Afb. 47). 3. Plaats de machine op een horizontaal vlak en vul het reservoir met hydrauliekolie totdat de olie tot aan het midden van het kijkglas staat (Afb. 45). 4.
Onderhoud 3. Vul, indien nodig, tandwielolie bij totdat de olie op het juiste peil staat, en plaats de plug terug. 4. Herhaal stappen 1–3 bij het tegenover gelegen tandwielsysteem. Afvoer tandwielolie: 1. Plaats de machine op een horizontaal vlak en zet het wiel in een zodanige positie dat de keer-/aftapplug zo laag mogelijk staat. 2. Plaats de opvangbak onder de naaf, verwijder de plug en laat de olie weglopen. 3.
Onderhoud 1. Open de kap en houd deze met een kapsteun open. Maak het linkerzijpaneel van de motor los en verwijder dit. 2. Verwijder de tapbouten waarmee de accubak aan de machine vastzit en schuif de bak naar buiten (Afb. 51). 3. Controleer met een hydrometer of beide accu’s moeten worden opgeladen. Als de accu’s niet hoeven te worden opgeladen, moet u de accubak op zijn plaats terugschuiven, deze met de tapbouten vastzetten en het zijpaneel weer monteren.
Onderhoud BELANGRIJK: Werk niet lange perioden in de Hoge Werkversnelling als de bandenspanning lager is dan 138 kPa, omdat hierdoor de banden schade kunnen oplopen. Als de bandenspanning hoger is dan 138 kPa, mag in de HOGE WERKVERSNELLLING worden gewerkt. SMERING VAN HET MAAIDEK Volg de richtlijnen in het Smeerschema om de maaidekken in goede staat te houden.
Onderhoud 5. Plaats de kantelbeugel van het maaidek precies op de lasconstructies aan de rechterkant van de tractie-eenheid en zet deze vast met een klikpen. Plaats de beugel in een zodanige positie dat deze vrij staat als het maaidek is opgehaald. Houd de andere klikpen bij de hand om het tegenover gelegen uiteinde van de beugel vast te zetten aan de lasconstructie op de arm van het maaidek (Afb. 58). Afbeelding 56 Procedure om het maaidek te draaien (kantelen) in een verticale positie: 1.
Onderhoud 3. Neem plaats op de bestuurdersstoel, start de motor en laat het maaidek zover neer dat de castorwielen de grond net niet raken. 4. Haal de maaihoogtepen uit de rechter castorwielarm. Steek deze en de linker maaihoogtepen in de juiste maaihoogte-openingen in de castorarmen en het maaidek. TORSIE MESBOUT U moet de torsie van de mesbout elke dag controleren of nadat het mes een hard voorwerp heeft geraakt.
Onderhoud LET OP Als u het mes laat afslijten, ontstaat er een groef tussen het uitstekende en platte deel van het mes (Afb. 60C). De kans bestaat dat een deel van het mes afbreekt en wordt weggeslingerd van onder de behuizing, waardoor uzelf of omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. 3. Frontmaaidek N.B.: De riemen voor de assen van het zijmaaidek worden gespannen met behulp van verende draagrollen en hoeven normaal niet te worden gespannen. 1.
Onderhoud N.B.: Als de afstand tussen de flensen op de borstbouten en de schijfeinden van de sleuven 3 mm bedraagt, zal de lengte van de drukveer (Afb. 62) ongeveer 11,3 cm zijn. VERVANGING VAN DE AANDRIJFRIEMEN VAN DE MESSEN 4. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de maaidekken neer op de vloer van de werkplaats, schakel de parkeerrem in, zet de motor af en neem het sleuteltje uit de contactschakelaar. Draai de contramoeren aan om de afstelling te borgen. Plaats de kappen terug.
Onderhoud 2. Verwijder de kappen van het maaidek. Draai de flenscontramoeren op de draagrolschijven los en schuif de schijven van de riemen. 3. Verwijderde de flenskopschroeven waarmee de tandwielkastplaat is bevestigd aan het maaidek. Om de plaat en de aandrijfmotor los te maken van het maaidek, draait u het uiteinde van de plaat in de richting van de tractie-eenheid (Afb. 65). Kantel de plaat, de motor en de schijf op hun zijkant en verwijder ze van het maaidek.
Onderhoud gemeten afstanden afwijken van de aanbevolen standaarden, moet u opvulstukken plaatsen tussen het maaidek en het spilhuis; ga verder met stap 6. Als de gemeten afstanden beantwoorden aan de standaarden, gaat u verder met stap 5. 5. Draai de messen in een zodanige positie dat de voorste randen in een lijn liggen. De afstand tussen de voorste randen van naast elkaar gelegen messen mag niet meer dan 3 mm zijn.
Onderhoud 3. Start de motor en haal het frontmaaidek helemaal op. Zet daarna de motor af. 5. Draai de schroeven los zodat de beugel van het neutraalstandmechanisme kan bewegen; deze mag echter niet vrij kunnen bewegen (Afb. 70). Stel de beugel van het neutraalstandmechanisme dusdanig af dat de bedieningshendel net begint te draaien als hierop een torsie van 54± Nm wordt uitgeoefend. Draai de schroeven vast. 4.
Onderhoud AFSTELLING STANG VAN TRACTIEBEDIENING 1. 2. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, schakel de parkeerrem in, haal de zijmaaidekken helemaal op, laat het frontmaaidek neer op de grond en zet de motor AF. Verwijder de splitpen en de gleufmoer uit het kogelscharnier op de tractiepedaal (Afb. 72). Maak het kogelscharnier los van de tractiepedaal. BOUTEN CILINDERKOP Controleer de torsie na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 1000 bedrijfsuren of jaarlijks.