Operator's Manual
17
SMERING
LAGERS, LAGERBUSSEN EN
TANDWIELKAST SMEREN (Fig. 18)
Het maaidek moet regelmatig worden gesmeerd. Als de
machine in normale omstandigheden wordt gebruikt,
moet u de lagers en lagerbussen van de zwenkwielen om
de 8 bedrijfsuren of dagelijks smeren met Nr. 2 vet op
lithium- of molydeenbasis voor algemene doeleinden,
waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. U
moet direct na elke wasbeurt vet in de smeernippels
spuiten, ongeacht de voorgeschreven interval.
1. De lagers en lagerbussen van de tractie-eenheid
moeten worden gesmeerd en dit zijn de smeerpunten:
Voorste lagerbussen van zwenkwielas (2), lagers van
mesas (3), maatwielen (2), draaiarm van spanpoelie en
kogelverbindingen van rechter en linker duwarm (Fig. 18).
2. Plaats het maaidek op een horizontaal oppervlak en
laat het maaidek neer. Verwijder de controleplug uit de
zijkant van de tandwielkast en controleer of het oliepeil
de onderkant van de opening bereikt. Als het peil te laag
is, verwijdert u de vulplug op de bovenkant van de
tandwielkast en vult u voldoende SAE
80–90 tandwielolie bij totdat het oliepeil de onderkant
van de opening in de zijkant bereikt.
Figuur 18
1. Vulplug
2. Controleplug
3. Aftapplug
1
2
3










