Form No. 3409-966 Rev A Groundsmaster® 3280-D tractie-eenheid Modelnr.: 30344—Serienr.: 400000000 en hoger Modelnr.: 30345—Serienr.: 400000000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1.
Inhoud Lagers en lagerbussen smeren......................... 42 Onderhoud motor ................................................ 44 Veiligheid van de motor..................................... 44 Onderhoud van het luchtfilter ............................ 44 Motorolie verversen .......................................... 45 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 47 Onderhoud van de waterafscheider ......................................................................
Veiligheid Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven ................................ 67 Stalling .................................................................... 69 Opslag van de accu .......................................... 69 De machine gebruiksklaar maken..................... 69 De motor gebruiksklaar maken .........................
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decaloemmarkt Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro-maaimachine is. decal82-8940 82-8940 1. Vergrendeld 3. Ontgrendeld 2. Stuurverstelling decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1.
decal93-6686 93-6686 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. decal93-6697 93-6697 (Model 30345) 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Vul om de 50 bedrijfsuren bij met SAE 80w-90 (API GL-5) olie. decal93-7272 93-7272 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd; ventilator – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decal93-7834 93-7834 1. Geen opstap 4. Tractie – Achteruit 2. Tractiepedaal 5.
decal106-9206 106-9206 1. Specificatie torsie van wielen 2. Lees de Gebruikershandleiding. decal105-7179 105-7179 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Parkeerrem decal117-2718 117-2718 decal106-6754 106-6754 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd en worden gegrepen, ventilator, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decal106-5976 106-5976 1. Motorkoelvloeistof onder druk 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan.
decal108-2073 108-2073 1. Waarschuwing – Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. 2. Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt, moet u de rolbeugel in de omhoog geklapte en vergrendelde positie houden en de veiligheidsgordel omdoen. Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is; als de rolbeugel omlaag is geklapt, mag u de veiligheidsgordel niet omdoen. 3. Lees de Gebruikershandleiding; rij langzaam en voorzichtig.
decal119-4840 119-4840 1. Aftakas – Ingeschakeld 3. Onderste maaidek 5. Motor – Afzetten 2. Aftakas – Uitgeschakeld 4. Dek omhoog 6. Motor – Lopen 7.
decal133-6375 133-6375 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; alle bestuurders moeten instructie hebben ontvangen voordat zij de machine bedienen. 2. Waarschuwing – Stel de parkeerrem in werking en verwijder het contactsleuteltje voordat u de machine achterlaat. 5. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 3. Waarschuwing – U moet gehoorbescherming dragen. 7.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd.
Omschrijving Hoeveelheid Gebruik Onderdelencatalogus 1 Gebruiken om onderdeelnummers op te zoeken Instructiemateriaal voor gebruiker 1 Bekijken voordat de machine in gebruik wordt genomen Conformiteitsverklaring 1 WAARSCHUWING De universele aftakas wordt bevestigd aan het frame van de machine. Stel de aftakas alleen in werking als de universele as verwijderd is of als de aftakas aan een geschikt werktuig gekoppeld is.
4. Zet het stuurwiel vast aan de stuuras met de contramoer. Trek de contramoer aan tot 27-35 N∙m. 1 5. Plaats de kap op het stuurwiel (Figuur 3). Het stuurwiel monteren 2 Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Stuurwiel 1 Kap De handgreep van de motorkap monteren Procedure Benodigde onderdelen voor deze stap: 1. Verwijder het stuurwiel van de transportsteun (Figuur 3). 1 Handgreep 2 Schroeven Procedure 1.
4 De veiligheidsgordel monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: g198430 Figuur 5 1. Handgreep 2. Kabelbeugel van motorkap 3 1 Veiligheidsgordel 2 Bouten (7/16" x 1") 2 Borgring (7/16") 2 Platte ring (7/16") Procedure Belangrijk: De sluitingszijde van de gordel moet worden gemonteerd aan de rechterkant van de stoel.
4. Plaats de koker in de R-klemmen en draai de moeren vast (Figuur 7). 5 5. Plaats de vinyldoppen op de bouten van de stoelbeugel. De koker voor de Gebruikershandleiding monteren 6 De rolbeugel afstellen Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Koker voor de Gebruikershandleiding 2 R-klem Geen onderdelen vereist Procedure Procedure 1. Maak de R-pennen los en verwijder de 2 pennen van de rolbeugel (Figuur 8). 1.
7 De accu in gebruik nemen en opladen Geen onderdelen vereist De accu vullen met accuzuur g001197 WAARSCHUWING Figuur 10 Accuzuur bevat zwavelzuur; deze stof is dodelijk bij inname en veroorzaakt ernstige brandwonden. • U mag accuzuur nooit inslikken en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden. Draag oogbescherming en rubberhandschoenen om uw ogen en handen te beschermen. • Vul de accu alleen bij op plaatsen waar schoon water aanwezig is om indien nodig uw huid af te spoelen. 1.
WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest. g033894 Figuur 11 De accu in de machine plaatsen 1. Pluspool (+) 3. Voorzijde van de machine 2.
Het hydraulische systeem en het vloeistofpeil controleren (bladz. 67). 10 9 De gewichtsoverbrenging van het maaidek afstellen De bandenspanning controleren Geen onderdelen vereist Procedure Geen onderdelen vereist U kunt de hydraulische druk voor de gewichtsoverbrenging van het maaidek naar de tractie-eenheid wijzigen door de gewichtsoverbrengingsklep van het hefverdeelstuk in te stellen.
Maaidek g034107 Figuur 13 Gewichtsoverbrengingsdruk 132 cm maaidek met zijuitworp (Model 30555) 8,27 bar 152 cm maaidek met zijuitworp (Model 30366) of 157 cm basisdek (Model 30403) of 157 cm maaidek met zijuitworp (Model 30551) 16,2 bar 183 cm maaidek met zijuitworp (Model 31336) of 183 cm basisdek (Model 30404) of 183 cm Guardian Recycler maaidek (Model 31335) 19,3 bar 8. Zet de motor af. 3. Sluit een drukmeter aan op de testpoort achteraan het hefverdeelstuk (Figuur 14). 9.
Contragewicht-tabel (voor machines fabrieksmatig voorzien van 98 of 23 kg contragewichten achter) Werktuigen Vereiste extra achtergewicht 132 cm maaidek met zijuitworp 132 cm maaidek met zijuitworp met 425 l hopper 0 kg 0 kg Vereiste achtergewicht, links 0 kg 66 kg* 152 cm maaidek met zijuitworp of 157 cm basismaaidek met achteruitworpset of 157 cm maaidek met zijuitworp 152 cm maaidek met zijuitworp met 425 l hopper 16 kg** 0 kg 16 kg 34 kg* 157 cm maaidek met zijuitworp met 425 l hopper 0 kg 3
12 Handleidingen lezen en instructiemateriaal bekijken Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Controlelijst voor levering 1 Kwaliteitscertificaat 1 Rolpen 2 Bout (5/16" x 1¾") 2 Borgmoer (5/16") 2 Cilinderpen 4 Borgpen (3/16" x 1½") 2 Contraveren van rem Procedure 1. Gelieve deze handleidingen te lezen. 2. Bekijk het instructiemateriaal voor de gebruiker. 3. Bewaar de rolpen, de bouten (5/16" x 1¾") en de borgmoeren (5/16") om de universele as aan een werktuig te bevestigen. 4.
Algemeen overzicht van de machine g001529 Figuur 15 1. Stuurwiel 3. Remmen 5. Kap/motorcompartiment 2. Tractiepedaal 4. Maaidek 6. Rolbeugel Bedieningsorganen Remmen g001208 Figuur 17 1. Linker rempedaal 3. Borgarm 2. Rechter rempedaal Bedrijfsremmen g035076 g035076 Het linker- en rechterrempedaal (Figuur 16) zijn verbonden met het linker- en het rechtervoorwiel.
laten houden als een wiel slipt wanneer u de machine op heuvelachtig terrein gebruikt. Het kan echter dat u nat of zacht gras beschadigt wanneer u de remmen gebruikt om scherpe bochten te maken. Om de machine snel te stoppen drukt u beide rempedalen tegelijk in. Zet de remmen altijd aan elkaar vast als u de machine vervoert (Figuur 17). Parkeerrem Als u de motor afzet, moet u de parkeerrem in werking stellen om te voorkomen dat de machine per ongeluk in beweging komt.
Hefschakelaar Brandstofmeter Met de hefschakelaar (Figuur 20) kunt u het maaidek omhoog en omlaag brengen. Als u de schakelaar vooruit duwt in de geborgde stand (DETENT), gaat het maaidek naar beneden in de zweefstand. Breng de schakelaar terug om het dek omhoog te laten komen. Breng het maaidek omhoog wanneer u van het ene werkgebied naar het andere rijdt. Laat het maaidek zakken wanneer u de machine niet gebruikt.
Indicatielampje gloeibougie Als het indicatielampje van de gloeibougie oplicht, betekent dit dat de gloeibougies zijn ingeschakeld (Figuur 20). Laadindicator De laadindicator licht op als het elektrische laadsysteem een spanning heeft die hoger of lager is dan het normale bereik (Figuur 20). Controleer en/of repareer het elektrische laadsysteem. Oliedruklampje Het oliedruklampje (Figuur 20) licht op als de oliedruk in de motor beneden het veilige niveau valt.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Beschrijving Figuur 22 referentie Afmetingen of gewicht Hoogte met rolbeugel omhooggeklapt H 237 cm Hoogte met rolbeugel omlaag J 127 cm Totale lengte (tweewielaandrijving) D 213 cm Totale lengte (vierwielaandrijving) F 218 cm Totale breedte B 121 cm Lengte wielbasis (tweewielaandrijving) C 117 cm Lengte wielbasis (vierwielaandrijving) E 119 cm Breedte loopvlak voorwiel A 119 cm 2-wielaangedreven G 86 cm 4-wielaangedreven I 102 cm Breedte loopvlak achterwiel Afstand tot de
Gebruiksaanwijzing of vonken totdat de brandstofdampen volledig zijn verdwenen. Voor gebruik Toegang tot de machine Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk De motorkap openen Algemene veiligheid • Laat kinderen of personen die geen instructie • • • • • hebben ontvangen, de machine nooit gebruiken of onderhoudswerkzaamheden daaraan verrichten. Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt.
De motorkap sluiten GEVAAR Een te lage bandenspanning vermindert de zijdelingse stabiliteit van de machine op hellingen. Hierdoor kan de machine omkantelen, waardoor lichamelijk of dodelijk letsel kan ontstaan. Pomp de banden niet te zacht op. Controleer de spanning van de voor- en achterbanden. Pomp de banden op of laat lucht ontsnappen totdat de banden de juiste spanning hebben.
Gebruik zomerdieselbrandstof (nr. 2-D) bij temperaturen boven -7 °C en winterdieselbrandstof (nr. 1-D of nr. 1-D/2-D-mengsel) bij temperaturen beneden -7 °C. Gebruik van winterdieselbrandstof bij lage temperaturen biedt een lager vlampunt en een lager stolpunt. Dit vergemakkelijkt het starten en vermindert de kans dat de filters verstopt raken. VOORZICHTIG Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine.
WAARSCHUWING Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Gebruik de machine niet op oneffen terrein of op een heuvel met een omlaag geklapte rolbeugel. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is. • Doe de veiligheidsgordel niet om als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Rij langzaam en voorzichtig. • Klap de rolbeugel omhoog zodra de ruimte dit toelaat.
g034169 g034168 Figuur 28 Het stuurwiel verstellen 1. Verwijder de knop van de parkeerremstang en de schroeven van de kap van de stuurkolom (Figuur 29). g034164 Figuur 27 De rolbeugel omhoog zetten 1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond, stel de parkeerrem in werking, laat het maaidek zakken, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje uit het contact. 2. Maak de borgpennen en de pennen van de rolbeugel los (Figuur 28). 3.
• Houd uw handen en voeten uit de buurt van • • • • g001245 Figuur 30 1. Draaiplaat 3. Grote moer 2. Kleine moer • 3. Zet de kleine moer los en draai aan de draaibeugel totdat deze de grote moer eronder vastklemt (Figuur 30). • 4. Draai de kleine moer vast. 5. Monteer de kap van de stuurkolom en de knop van de parkeerrem.
• • Vermijd starten, stoppen of bochten maken op een en zorg dat alle bevestigingsmateriaal stevig is vastgedraaid. Een beschadigde rolbeugel dient vervangen te worden. Probeer niet om deze te repareren of aan te passen. • • Machines met een inklapbare rolbeugel • Doe altijd de veiligheidsgordel om als de rolbeugel • • • • omhoog is geklapt. De rolbeugel is een integrale veiligheidsvoorziening.
rechts draaien om de stuurreacties te controleren. Zet vervolgens de motor af, controleer het peil van de vloeistoffen en controleer op olielekken, losse onderdelen en andere defecten. VOORZICHTIG Om lichamelijk letsel te voorkomen, dient u de motor af te zetten en te wachten totdat alle bewegende delen tot stilstand gekomen zijn voordat u controleert op olielekken, losse onderdelen of andere waarneembare defecten. g012589 Figuur 31 1. Ontluchtschroef 6. Draai de contactschakelaar naar AAN. 8.
gashendel op SNEL en drukt u het tractiepedaal langzaam volledig in om de hoogste rijsnelheid te verkrijgen. • bevestigingselementen stevig vastzitten, in het bijzonder de bevestigingen van maaimessen. Vervang versleten of beschadigde stickers. • Koppel de twee rempedalen aan elkaar voordat u de machine op deze manier verplaatst.
De omloopklep van de hydraulische pomp sluiten om de machine te gebruiken. 1. De regelknop van de omloopklep bevindt zich aan de linkerkant van de hydraulische pomp (Figuur 32). 2. Draai de regelknop (Figuur 32) rechtsom tot u weerstand voelt (de omloopklep is gesloten). 3. Plaats de stoel en stoelplaat, zie De stoel en stoelplaat monteren (bladz. 41). De machine transporteren • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt.
Onderhoud Opmerking: Download het elektrische of hydraulische schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Onderhoudsprocedure • Wielmoeren aandraaien. Na de eerste 10 bedrijfsuren • • • • • Wielmoeren aandraaien. De bedrijfsremmen controleren en afstellen. Controleer de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo. De spanning van de riem van de aftakas controleren.
Onderhoudsinterval Om de 1500 bedrijfsuren Maandelijks Onderhoudsprocedure • Vervang loszittende slangen. • Koelsysteem schoonspoelen en koelvloeistof vervangen. • Ververs de hydraulische vloeistof. • Controleer het peil van het accuzuur wanneer de machine gestald is. Controlelijst voor dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Werking van interlockschakelaars controleren.
Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Beschadigde lak bijwerken. 1. Controleer de gloeibougie en de spuitstukken van de injector, als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt. 2. Onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht de voorgeschreven interval. 3. Als de indicator rood is. Belangrijk: Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Veiligheidmaatregelen voor onderhoudswerkzaamheden • Doe het volgende voordat u de machine gaat afstellen, schoonmaken of repareren: – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. – Zet de gashendel op stationair – laag. g034182 Figuur 35 – Schakel de maaidekken uit. 1. Flensborgmoeren (⅜") 4. Connector met 2 buscontacten (kabelboom van de machine) 2. Flenskopbouten (⅜" x ¾") 5.
Smering u hebt verwijderd in stap 2 van De stoel en de stoelplaat verwijderen (bladz. 41). 5. Lijn de voorste gaten in de stoelplaat (Figuur 35) uit met de draad van de tankstangen. Lagers en lagerbussen smeren 6. Monteer de stoelplaat (Figuur 35) op de tankstangen met de 2 flenskopbouten (⅜" x ¾") die u hebt verwijderd in stap 1 van De stoel en de stoelplaat verwijderen (bladz. 41). Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Lagers en lagerbussen smeren.
g001250 Figuur 37 g001224 • Lagerbussen van draaipunt van rem (Figuur 38) Figuur 40 • Lagerbussen van stuurplaat (Figuur 41) g001221 Figuur 38 • Remkabels (aandrijfwiel en uiteinden van rempedalen) (Figuur 38) • Draaipunt van verlengstuk van aftakas (Figuur 39) g001225 Figuur 41 • Lagerbus van aspen (Figuur 41) • Aandrijfas (3) (Figuur 42) Opmerking: Alleen modellen met vierwielaandrijving g001222 Figuur 39 • Lager van aftakas, achter (Figuur 39) • Lagerbussen van achterwielas (Figuur 40) g034
Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden.
Belangrijk: Gebruik geen perslucht onder hoge druk, omdat hierdoor vuil via het filter in het inlaatkanaal kan worden geblazen, hetgeen schade kan veroorzaken. Deze reiniging voorkomt dat er vuil in de inlaat terechtkomt als het voorfilter wordt verwijderd. 2. Controleer het veiligheidsfilter op de aanwezigheid van stof en vuil (Figuur 46). Belangrijk: Probeer nooit het veiligheidsfilter te reinigen (Figuur 46). Plaats steeds een nieuw veiligheidsfilter als het voorfilter 3 onderhoudsbeurten heeft gehad.
u de motor voor het eerst start en daarna dagelijks. Opmerking: De beste tijd om de motorolie te controleren is wanneer de motor koud is voordat deze is gestart voor de dag. Als hij al heeft gedraaid, moet u de olie eerst terug laten lopen gedurende tenminste 10 minuten voordat u controleert. Als het olieniveau op of onder de bijvulmarkering ADD op de peilstok staat, vul dan olie bij om het olieniveau bij de volmarkering FULL te brengen. Niet te vol vullen.
Onderhoud brandstofsysteem Opmerking: Zie Brandstof bijvullen (bladz. 30) voor de aanbevolen brandstof. GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. g001231 Figuur 50 1. Oliefilter 7. Plaats de aftapplug en veeg eventueel gemorste olie weg. Rook nooit wanneer u met brandstof bezig bent en houd de brandstof weg van open vlammen of vonken. 8.
6. Monteer de filterbus met de hand totdat de pakking contact maakt en draai deze vervolgens nog een halve slag verder. 3. Draai de contactschakelaar naar START en kijk of de brandstof om de buismoer stroomt. 4. Als er een ononderbroken stroom brandstof is, draait u de contactschakelaar op UIT. 7. Draai de aftapplug onder de filterbus vast. 5. Zet de buismoer weer vast. Brandstoftank reinigen 6. Verwijder brandstof rond de verstuiver en injectiepomp.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Veiligheid van het elektrisch systeem • Zorg ervoor dat bij het verwijderen of monteren van de accu de accupolen niet in aanraking komen met metalen onderdelen van de machine. • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht.
Het accuzuur controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Maandelijks GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; deze stof is dodelijk bij inname en veroorzaakt ernstige brandwonden. • U mag accuzuur nooit inslikken en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden. Draag oogbescherming en rubberhandschoenen om uw ogen en handen te beschermen. • Vul de accu alleen bij op plaatsen waar schoon water aanwezig is om indien nodig uw huid af te spoelen. g034038 Figuur 53 1.
Toegang tot de zekeringhouder en Standard Control Module Het bedieningspaneel verwijderen 1. Verwijder de 4 duimschroeven waarmee het bedieningspaneel aan de brandstoftank is bevestigd (Figuur 54). g034111 Figuur 55 1. Nokken (zijpaneel) 2. Sleuven (frame – bedieningspaneel) 3. Lijn de sleuven aan de bovenkant van het bedieningspaneel uit met de gaten in de flens van de brandstoftank (Figuur 54). 4.
Standard Control Module (SCM) Belangrijk: Hieronder volgt een korte beschrijving van de Standard Control Module. Raadpleeg de Onderhoudshandleiding van de machine om problemen op te lossen met de Standard Control Module. De Standard Control Module (SCM) controleert en regelt de normale elektrische functies van de machine. Inputs en outputs worden aangegeven door gele LED-controlelampjes die zijn aangebracht op de printplaat.
van een specifiek circuit aan zoals: geactiveerd voor spanning, gesloten om massa te maken en geopend om massa te maken.
g001249 Figuur 59 g034007 Figuur 58 1. Controleplug 2. Vulplug Onderhoud van de achteras Alleen machines met vierwielaandrijving Smeermiddel voor de achteras: SAE 80W-90 tandwielolie Smeerolie van de achteras controleren g001254 Figuur 60 Alleen machines met vierwielaandrijving 1.
zie Figuur 59 en Figuur 60 in Smeerolie van de achteras controleren (bladz. 54). in de 2 behuizingen aan het einde van de as (Figuur 59 en Figuur 60). Smeerolie in de achteras verversen Onderhoud van de tweerichtingskoppeling Alleen machines met vierwielaandrijving Smeerolie van de koppeling: Mobilfluid 424™ Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Belangrijk: Gebruik geen motorolie (zoals 10W30) 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. in de tweerichtingskoppeling.
1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje uit het contact. 5. Breng PTFE-dichtingsmiddel aan op de schroefdraad van de controleplug. 6. Plaats de controleplug terug in de behuizing van de koppeling. 2. Draai het stuurwiel zodanig dat de achterwielen recht naar voren wijzen. Smeerolie van tweerichtingskoppeling verversen 3. Meet de afstand hart-op-hart ter hoogte van de wielnaven aan de voor- en achterzijde van de achterwielen.
g003496 Figuur 66 g006529 Figuur 65 1. Spoorstang 1. Bout – 4 stuks (stuurcilinderbevestiging) 2. Gelijke afstand aan vooren achterkant van de wielen De tractie-aandrijving afstellen voor de neutraalstand 2. Maak de borgmoer en bout los bij de klem van de spoorstang. 3. Draai de kogelverbinding verder of terug totdat de afstand hart-op-hart aan de voorzijde en achterzijde van de achterwielen gelijk is (Figuur 65).
de excentrische zeskant dan rechtsom totdat het voorwiel naar achteren begint te draaien (Figuur 67). WAARSCHUWING Hierbij moet de motor lopen zodat u de laatste afstelling van de tractie kunt uitvoeren. Contact met hete of bewegende onderdelen kan lichamelijk letsel veroorzaken. 4 Houd uw handen, voeten, gezicht en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluidsdemper, andere hete motoronderdelen en andere draaiende delen. 5. Bepaal het midden van het neutrale bereik en draai de bevestigingsmoer aan.
3. Maak een proefrit met de machine om er zeker van te zijn dat deze niet beweegt als het tractiepedaal in de neutraalstand staat. 7 De stops van de besturing afstellen Alleen machines met vierwielaandrijving De stops van de besturing op de achteras voorkomen mede dat de stuurcilinder te ver uitslaat als de achterwielen worden geraakt. Stel de stops zodanig af dat de afstand tussen de boutkop en het scharnierpunt op de as 2,3 mm bedraagt als het stuurwiel geheel naar links of naar rechts wordt gedraaid.
Het koelsysteem en koelvloeistofpeil controleren Onderhoud koelsysteem Veiligheid van het koelsysteem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer het peil van de koelvloeistof voordat u de motor voor het eerst start en daarna dagelijks. • Motorkoelvloeistof inslikken kan vergiftiging veroorzaken; buiten het bereik van kinderen en huisdieren houden.
Het motorkapscherm en de radiateur controleren op vuil Onderhouden remmen De bedrijfsremmen afstellen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer het motorkapscherm en de radiateur vaker als de machine wordt gebruikt in stoffige en vuile omstandigheden. Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren Na de eerste 50 bedrijfsuren Om de 50 bedrijfsuren Stel de bedrijfsremmen af als de rempedalen meer dan 25 mm 'speling' hebben of als de remmen niet naar behoren functioneren.
Interlockschakelaar van de parkeerrem afstellen 1. Schakel de motor uit en verwijder het contactsleuteltje uit het contact. Opmerking: Stel de parkeerrem niet in werking. 2. Verwijder de knop van de parkeerremstang en de schroeven van de kap van de stuurkolom (Figuur 72). g001239 Figuur 73 1. Interlockschakelaar van de parkeerrem 2. Peddel (parkeerremstang) 6.
Onderhoud van de aftakasriem Onderhoud riemen De conditie van de riem van de wisselstroomdynamo controleren Spanning van aftakasriem controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren Na de eerste 50 bedrijfsuren Om de 200 bedrijfsuren Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren Controleer de riem van de wisselstroomdynamo op slijtage of schade. 1. Schakel de motor uit, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje uit het contact.
Onderhoud bedieningsysteem 5. Draai de poelie van de aftakas in de richting van de motor en verwijder de riem. 6. Plaats de nieuwe aftakasriem en stel de poelieveer weer in op een lengte van 73 mm (Figuur 75). De tussenruimte van de aftakaskoppeling afstellen 7. Draai de contramoer vast (Figuur 75) en sluit de motorkap. Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren 1. Zet de motor af, stel de parkeerrem in werking en haal het sleuteltje uit de contactschakelaar. 2.
Het tractiepedaal afstellen De aanslag van het tractiepedaal afstellen U kunt het tractiepedaal afstellen overeenkomstig de wensen van de bestuurder of om de maximale voorwaartse snelheid van de machine te verminderen. 1. Beweeg het tractiepedaal volledig naar voren (Figuur 77) . Opmerking: Het tractiepedaal moet de aanslag van het tractiepedaal raken voordat voordat de pomp een volledige slag aflegt. g035119 Figuur 78 1. Voorzijde van de machine 2. Contramoer (onderkant van de voetsteunplaat) C.
Tractiestang afstellen Onderhoud hydraulisch systeem Als de pedaalaanslag nog verder moet worden afgesteld, moet u de tractiestang (Figuur 79) als volgt afstellen: 1. Verwijder de bout en de moer waarmee het uiteinde van de tractiestang is bevestigd aan het pedaal. Veiligheid van het hydraulische systeem 2. Draai de contramoer los waarmee het uiteinde van de stang is bevestigd aan de tractiestang (Figuur 79).
Materiaaleigenschappen: Viscositeit, ASTM D445 Het hydraulische systeem en het vloeistofpeil controleren cSt @ 40 °C 55 tot 62 cSt @ 100 °C 9,1 tot 9,8 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Viscositeitsindex ASTM D2270 Stolpunt, ASTM D97 Industriespecificaties: 140 tot 152 Opmerking: De transaxlebehuizing dient als reservoir voor het hydraulische systeem. -37 °C tot -43 °C 1. Hef het maaidek op om de hefcilinders naar buiten te schuiven, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.
g034076 Figuur 83 g034079 Figuur 82 5. Verwijder de assteunen en laat de machine zakken. 6. Schroef de peilstokdop op de vulbuis. Opmerking: Draai de dop niet vast met een 6. Giet de gespecificeerde hydraulische vloeistof in de vulbuis (Figuur 82 ) tot het vloeistofpeil in de transaxlebehuizing (reservoir) midden tussen de bovenste en onderste markering op de peilstok staat (Figuur 81). sleutel. 7. Controleer alle slangen en aansluitingen op lekkages.
Stalling 3. Verwijder, slijp en balanceer de maaimessen; raadpleeg de Gebruikershandleiding van uw maaidek. Opslag van de accu 4. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet deze vast indien nodig. • Verricht de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de accu en de kabels: 5. Smeer alle smeernippels en breng olie aan op de draaipunten en de pennen van de omloopklep van de transmissie. Veeg overtollig smeermidel weg. 1. Haal de accuklemmen los van de accupolen. 2.
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.