Form No. 3367-700 Rev C Groundsmaster® 3280-D tractie-eenheid Modelnr.: 30344—Serienr.: 311000001 en hoger Modelnr.: 30345—Serienr.: 311000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.
Inhoud Lagers en lagerbussen smeren ............................. 42 Onderhoud motor.................................................. 45 Algemeen onderhoud van het luchtfilter ...................................................................... 45 Motorolie verversen en filter vervangen .............. 46 Onderhoud brandstofsysteem ................................ 47 Onderhoud van de waterafscheider .................... 47 Brandstoftank reinigen .......................................
Veiligheid – zorgvuldigheid en concentratie bij het werken met zitmaaiers; Deze machine voldoet minstens aan CEN-norm EN 836:1997, ISO-norm 5395:1990 (als de correcte stickers zijn aangebracht) en de B71.4-2004 specificaties van het American National Standards Institute (ANSI), die van kracht zijn op het moment van productie als de machine is uitgerust met het achtergewicht dat wordt vermeld in de Gebruikershandleiding voor werktuigen.
• Vervang defecte geluiddempers/knalpotten. • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. • Controleer of de instrumenten die registreren dat de bestuurder op de stoel zit, de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werkt.
• Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt. Schakel de maaimessen uit als u niet maait. • Let op de richting van de afvoer van de machine en laat deze naar niemand wijzen. • Gebruik de maaimachine niet als u onder de invloed van alcohol of drugs bent • Bliksem kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Als u bliksem ziet of donder hoort in het gebied, gebruik de machine dan niet; ga schuilen.
• Zorg ervoor dat u de veiligheidsgordel in een noodgeval snel kunt losmaken. • Denk erom dat er geen omkantelbeveiliging is als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Controleer het maaigebied en klap de omkiepbeveiliging nooit omlaag op golfend terrein, steile hellingen of in de buurt van aflopende waterkanten. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is. Doe de veiligheidsgordel niet om als de rolbeugel omlaag is geklapt.
te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd. Geluidsniveau Deze machine heeft een geluidsniveau van 105 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsniveau werd bepaald volgens de procedures in ISO 11094. Geluidsdruk Deze machine oefent een geluidsdruk van 90 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). De geluidsdruk werd bepaald volgens de procedures in EN 836.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-7841 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 106-9206 1. Specificatie torsie van wielen 2. Lees de Gebruikershandleiding. 93-6680 106-6754 93-7272 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2.
5-2511 1. Lees de Gebruikershandleiding voor de startinstructies. 119-4832 1. Snel 3. Langzaam 2. Continu snelheidsregeling 4. Laat de hopper neer 5. Hef de hopper op 120-6563 uitsluitend CE 1. Vergrendelen 2. Ontgrendelen 108-1988 1. Geleiding van drijfriem 119-4840 1. Aftakas – Ingeschakeld 3. Onderste maaidek 5. Motor – Afzetten 2. Aftakas – Uitgeschakeld 4. Dek omhoog 6. Motor – Lopen 10 7.
5-3027 114-2855 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; alle bestuurders moeten instructie hebben ontvangen voordat zij de machine bedienen. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 2. De machine kan voorwerpen uitwerpen—Houd omstanders op een veilige afstand van de machine en zorg ervoor dat de grasgeleider is gemonteerd. 4.
108-6585 (aanbrengen op 114–2855 conform EU-voorschriften) * Deze veiligheidssticker waarschuwt voor gebruik op hellingen en moet worden aangebracht op de machine volgens de Europese veiligheidsnorm voor gazonmaaiers EN 836:1997. De aangegeven maximale hellinghoeken waarbij deze machine veilig kan worden gebruikt, zijn gebaseerd op deze norm. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; alle bestuurders moeten instructie hebben ontvangen voordat zij de machine bedienen. 3.
108-2073 93-7834 1. Waarschuwing – Er is geen omkiepbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. 1. Geen opstap 4. Tractie-achteruit 2. Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt, moet u de rolbeugel in de omhoog geklapte en vergrendelde positie houden en de veiligheidsgordel omdoen. Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is; als de rolbeugel omlaag is geklapt, mag u de veiligheidsgordel niet omdoen. 2. Tractiepedaal 5.
Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro-maaimachine is. Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Geen vonken of vuur en niet roken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 2 Stuurwiel Kap Handgreep Schroeven 1 1 1 2 3 Stoel, modelnr. 30398, en ophanging voor de mechanisch geveerde stoel, modelnr. 30312, of ophanging voor de luchtgeveerde stoel, modelnr. 30313 (apart verkrijgbaar).
Procedure 13 Hoeveelheid Omschrijving Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding van motor Onderdelencatalogus Instructiemateriaal voor gebruiker Controlelijst voor levering Certificaat van Integriteit en Naleving Kwaliteitscertificaat Rolpen Bout (5/16 x 1-3/4 inches) Borgmoer (5/16 inch) Cilinderpen Borgpen (3/16 x 1-1/2 inch) Contraveren van rem 2 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 4 2 Gebruik Lees de handleidingen en bekijk het instructiemateriaal voordat u de machine in gebruik neemt.
4. Zet het stuurwiel vast aan de stuuras met de contramoer. Draai de contramoer vast met een torsie van 27-35 Nm. 5. Plaats de kap op het stuurwiel (Figuur 3). 2 De handgreep van de motorkap monteren Figuur 5 1. Handgreep 2. Kabelbeugel van motorkap Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Handgreep 2 Schroeven 3 De stoel monteren Procedure 1. Verwijder de (2) schroeven en moeren waarmee de kabelbeugel van de motorkap is bevestigd aan de onderkant van de motorkap (Figuur 4).
stoelplaat. Gooi de 2 bevestigingsbouten en de platte ringen weg. 4 2. Verwijder de 2 moeren en de vinyldoppen (indien gemonteerd), waarmee de bovenste stoelbeugel is bevestigd aan de linkerkant van de stoelophanging (Figuur 7). De veiligheidsgordel monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: 2 Veiligheidsgordel 2 Bouten 2 Borgring 2 Platte ring 3. Bevestig de R-klemmen losjes op de tapbouten van de stoelbeugel met de twee moeren die u eerder hebt verwijderd. (Figuur 7).
Figuur 9 1. Vuldoppen Figuur 8 1. Rolbeugel 3. R-pen 3. Giet voorzichtig accuzuur in elke cel totdat de vloeistof ongeveer 6 mm boven de platen staat (Figuur 10). 2. Pen 2. Klap de rolbeugel omhoog, plaats de twee pennen en zet deze vast met de R-pennen (Figuur 8). Opmerking: De rolbeugel is een volledig en doeltreffend veiligheidsapparaat. Houd de rolbeugel in de omhooggeklapte en geborgde stand. Klap de rolbeugel uitsluitend tijdelijk omlaag als dit absoluut noodzakelijk is.
Opmerking: Onvolledig opladen kan resulteren in het afgeven van gas door de accu en het overvloeien van accuzuur dat bijtende schade aan de machine zal veroorzaken. WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest. Figuur 11 1. Pluspool (+) 2.
9 De liftvergrendelingshendel monteren (uitsluitend CE) Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Liftvergrendelingshendel 1 Platte ring 1 Veerring 1 Afstandsstuk Figuur 13 1. Schroef 1 Schroef, 1/4 x 1 inch 1 Flenscontramoer, 1/4 inch 5. Platte ring 2. Liftvergrendelingshendel 6. Sticker 3. Veerring 7. Borgmoer 4. Afstandsstuk 4. Breng de schroef van de liftvergrendelingshendel aan op het gat in het bedieningspaneel en zet vast met een borgmoer.
het maaidek niet naar behoren presteert, moet u de druk voor het tegengewicht als volgt instellen: 9. Draai de contramoer vast op de onderkant van de spoel van het tegengewicht. Draai de moer vast met een torsie van 14–16 Nm. 1. Stel de parkeerrem in werking, schakel de aftakas uit en laat de maaieenheid zakken. 10. Verwijder de drukmeter van de testpoort. 2. Zoek de verdeelinrichting van het liftmechanisme aan de rechterkant van de machine. 3.
11 Achtergewichten monteren Benodigde onderdelen voor deze stap: - Achtergewichtset(s) indien nodig Procedure De maaimachines van de Groundsmaster 3280-D-serie met tweewielaandrijving voldoen aan CEN-norm EN 836:1997, ISO-norm 5395:1990 en de norm van ANSI B71.4-2004 als zij zijn uitgerust met een achtergewicht. De machines worden geleverd met een achtergewicht van 98 kg. Gebruik onderstaande tabellen om te bepalen welke gewichtscombinaties moeten worden toegevoegd.
De maaimachines van de Groundsmaster 3280-D-serie met vierwielaandrijving voldoen aan CEN-norm EN 836:1997, ISO-norm 5395:1990 en de norm van ANSI B71.4-2004 als zij zijn uitgerust met een achtergewicht. De machines worden geleverd met een achtergewicht van 23 kg. Gebruik onderstaande tabellen om te bepalen welke gewichtscombinaties moeten worden toegevoegd. U kunt onderdelen bestellen bij een Erkende Toro-dealer. Tabel voor vierwielaandrijving 132 cm maaidek (modelnr.
4. Bewaar de cilinderpen en de borgpen (3/16 x 1-1/2 inch) om de hefarmen van het maaidek aan de hefcilinder te bevestigen. 12 5. Bewaar de contraveren van de rem voor de montage van de hefarmen van het maaidek. Vloeistofpeil controleren Geen onderdelen vereist Procedure 1. Controleer het peil van de smeerolie van de achteras voordat de motor voor het eerst wordt gestart, zie Smeerolie van de achteras controleren.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 15 1. Stuurwiel 3. Remmen 5. Kap/motorcompartiment 2. Tractiepedaal 4. Maaidek 6. Rolbeugel Bedieningsorganen Serviceremmen Het linker- en rechterrempedaal (Figuur 16) zijn verbonden met het linker- en het rechtervoorwiel. Omdat beide remmen onafhankelijk van elkaar werken, kunt u de remmen gebruiken om de machine een scherpe bocht te laten maken of grip te laten houden als een wiel slipt wanneer u de machine op heuvelachtig terrein gebruikt.
de machine per ongeluk in beweging komt. Om de parkeerrem in werking te stellen, drukt u op de borgarm (Figuur 17) op het linkerrempedaal, zodat dat deze vastzit aan het rechterrempedaal. Daarna trapt u beide pedalen helemaal in en trekt u de parkeerremknop uit (Figuur 16).Vervolgens laat u de pedalen opkomen. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u beide pedalen in totdat de knop van de parkeerrem wordt ingetrokken.
beneden in de zweefstand. Breng de schakelaar terug om het dek omhoog te laten komen. Het maaidek moet worden opgeheven wanneer de machine van het ene naar het andere werkgebied wordt overgebracht. Het maaidek moet worden neergelaten als de machine niet wordt gebruikt. Figuur 21 1. Brandstofmeter Contactschakelaar De contactschakelaar heeft drie standen: UIT, AAN/VOORGLOEIEN en START (Figuur 20). Gashendel Figuur 20 1. Aftakasschakelaar 2.
Laadindicator Gebruiksaanwijzing De laadindicator licht op indien het laadcircuit van het systeem defect is (Figuur 20). VOORZICHTIG Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. Oliedruklampje Het oliedruklampje (Figuur 20) licht op indien de motoroliedruk gevaarlijk laag is. Als de oliedruk te laag is, moet u de motor afzetten en vaststellen wat de oorzaak is.
of Glycolgebaseerde koelvloeistof gemengd met water van goede kwaliteit (50/50 mengsel) CaCO3 + MgCO3 <170 ppm Chloride <40 ppm (CI) Sulfer <100 ppm (SO4) VOORZICHTIG Wanneer de motor heeft gelopen en de radiatordop wordt verwijderd, kan er onder druk staande hete koelvloeistof ontsnappen. Dit kan brandwonden veroorzaken. Figuur 22 1. Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank (Figuur 24). Het koelvloeistofpeil behoort tussen de markeringen op de zijkant van de tank te staan. 1. Peilstok 3.
vloeistof bijvullen totdat het peil de groef bereikt. Niet te vol vullen. Andere vloeistoffen: Als de hydraulische vloeistof van Toro niet beschikbaar is, kunt u andere universele hydraulische vloeistoffen voor tractoren op aardoliebasis gebruiken, mits de specificaties daarvan beantwoorden aan alle volgende materiaaleigenschappen en industriespecificaties. We raden af een synthetische vloeistof te gebruiken. Vraag uw smeermiddelenleverancier naar een geschikt product.
WAARSCHUWING GEVAAR Brandstof is schadelijk of dodelijk bij inname. Langdurige blootstelling aan dampen kan leiden tot ernstig letsel en ziekte. In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
2. Maak de omgeving van de dop van de brandstoftank schoon. Gebruik hiervoor een schone doek. Verwijder de dop van de brandstoftank (Figuur 26). Figuur 27 2. Vulplug 1. Controleplug Figuur 26 1. Dop van brandstoftank 3. Vul de tank met dieselbrandstof tot aan de onderkant van de vulbuis. Figuur 28 4. Draai de tankdop daarna stevig vast. 1. Vul-/controleplug (een aan elk uiteinde van de as) Opmerking: Vul de brandstoftank na elk gebruik indien dit mogelijk is.
bijvullen met Mobil Fluid 424. De koppeling moet voor ongeveer 1/3 gevuld zijn. 4. Plaats de controleplug terug. Opmerking: Gebruik geen motorolie (zoals 10W30) in de tweerichtingskoppeling. Slijtwerende en EP-toevoegingen hebben een negatieve invloed op de werking van de koppeling. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Figuur 30 De omkantelbeveiliging (rolbeugel) gebruiken 1. Rolbeugel 3. R-pen 2. Pen 2. Klap de rolbeugel omlaag. 3.
Het brandstofsysteem ontluchten Een automatische tijdschakelaar zorgt ervoor dat de motor 6 seconden wordt voorgegloeid. 5. Daarna draait u het sleuteltje op START. Laat de motor bij het starten langer dan 15 seconden draaien. Laat het sleuteltje los zodra de motor start. Als de motor nogmaals moet worden voorgegloeid, draait u het sleuteltje eerst op UIT en vervolgens op AAN/VOORGLOEIEN. Herhaal dit indien nodig. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
Opmerking: Normaal gesproken zal de motor na bovenstaande ontluchtingsprocedure starten. Indien de motor echter niet start, kan er lucht tussen de injectiepomp en de injectors zitten; zie Injectors ontluchten. met stap5. Als de motor niet afslaat, is er misschien een defect in het veiligheidssysteem. 5. Stel de parkeerrem in werking. Trap het tractiepedaal in terwijl de motor loopt en de aftakas is uitgeschakeld. De motor moet binnen 2 seconden afslaan.
De module is verdeeld in inputs en outputs. Inputs en outputs worden aangegeven door gele LED-controlelampjes die zijn aangebracht op de printplaat. De input voor het startcircuit wordt geactiveerd door 12 VDC. Alle andere inputs worden geactiveerd als het circuit wordt gesloten om massa te maken. Elke input heeft een LED die gaat branden als het desbetreffende circuit wordt geactiveerd. Gebruik de input-LEDs om problemen met het circuit van de schakelaar en de input te verhelpen. Figuur 33 1.
2. Draai het contactsleutel op Aan en kijk of het rode LED voor het vermogen brandt. 5. Als een specifieke output-LED brandt zonder de juiste output-functie, moet u de bedrading van de output, de aansluitingen en het onderdeel controleren. Indien nodig repareren. 6. Als een specifieke output-LED niet brandt, moet u beide zekeringen controleren. 7. Als een specifieke output-LED niet brandt en de inputs zijn in goede conditie, moet u een nieuwe SCM plaatsen en kijken of de storing verdwijnt. 3.
dan die van veel gazonmachines. Een aantal punten waarop u moet letten bij het gebruik van de machine en het maaidek, zijn de transmissie, het motortoerental, de belasting van de maaimessen of andere onderdelen van werktuigen, en het belang van de remmen. • Om ervoor te zorgen dat er tijdens het maaien steeds voldoende vermogen voor de machine en het maaidek is, moet u met behulp van het tractiepedaal het motortoerental hoog en enigszins constant houden.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 10 bedrijfsuren De afstelling van de servicerem controleren. Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo controleren. Spanning van aftakasriem controleren. Hydraulische filter vervangen. Dit moet in elk geval na de eerste 10 bedrijfsuren gebeuren, omdat anders schade aan het hydraulische systeem kan ontstaan. • Wielmoeren aandraaien. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerde item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Werking van Interlocksysteem controleren Zorg ervoor dat de rolbeugel volledig omhooggeklapt en geborgd is.
Aantekening voor speciale aandachtsgebieden Controle uitgevoerd door: Item Datum Informatie Figuur 35 Onderhoudsschema Smering smeren. De lagers en de lagerbussen moeten elke dag worden gesmeerd als de machine in zeer stoffige en vuile omstandigheden wordt gebruikt. Bij gebruik in deze omstandigheden kan er vuil terechtkomen in de lagers en lagerbussen, hetgeen tot snellere slijtage kan leiden. Pomp vet in de smeernippel onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht de voorgeschreven interval.
Figuur 36 Figuur 39 1. Omlooppennen (2) voor afsluitkleppen van transmissie • Remkabels (aandrijfwiel en uiteinden van rempedalen) (Figuur 39) 1. Veeg de smeernippel schoon zodat er geen ongerechtigheden kunnen binnendringen in het lager of de lagerbus. • Draaipunt van verlengstuk van aftakas (Figuur 40) 2. Pomp vet in het lager of de lagerbus. 3. Veeg overtollig vet af.
Figuur 45 Figuur 42 • Cilinderstangeinden (2) (Figuur 45) • Draaipunten van besturing (2) (Figuur 45) • Lagerbussen van stuurplaat (Figuur 43) • Draaipen van as (Figuur 45) Opmerking: Lagers vertonen zelden materiaalgebreken of fabricagefouten. Defecten worden voornamelijk veroorzaakt door vocht of vuil dat via de afdichtingen binnendringt. Lagers die moeten worden gesmeerd, dienen regelmatig een onderhoudsbeurt te krijgen om vuil of ander schadelijk materiaal uit de lagers te verwijderen.
Onderhoud motor niet als deze nog heet is en richt een hogedruk- of hogevolumespuit nooit op de lagers. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Algemeen onderhoud van het luchtfilter • Controleer het luchtfilterhuis op beschadigingen die een luchtlek zouden kunnen veroorzaken. Vervang een beschadigd luchtfilterhuis. Controleer het gehele luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse slangklemmen.
Belangrijk: Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. 6. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus. Belangrijk: Druk niet op het flexibele midden van het filter. 7. U reinigt de opening van de vuiluitlaat in het afneembare deksel als volgt: A. Verwijder de rubberen uitlaatklep van het deksel. B. Maak de holte schoon. Figuur 47 1. Sluiting van luchtfilter C. Plaats de klep terug. 3. Rubberen uitlaatklep 2. Luchtfilterdeksel 8.
Onderhoud brandstofsysteem 6. Verwijder en vervang het oliefilter (Figuur 50). Opmerking: Zie De brandstoftank vullen voor aanbevolen brandstof. Onderhoud van de waterafscheider Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Figuur 50 Verwijder dagelijks water of ander vuil uit de waterafscheider (Figuur 51). Vervang de filterbus om de 400 bedrijfsuren. 1. Oliefilter 7. Nadat de olie is afgetapt, plaatst u de aftapplug terug en veegt u gemorste olie weg. 1.
Onderhoud elektrisch systeem De tank moet worden afgetapt en gereinigd als het brandstofsysteem vervuild raakt of wanneer de machine voor langere tijd gestald gaat worden. Gebruik schone dieselbrandstof om de tank uit te spoelen. Onderhoud van de accu Brandstofleidingen en -verbindingen Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Aansluitingen van de accukabels controleren.
de bovenkant na het reinigen af met water. Verwijder nooit de vuldoppen als u de accu reinigt. 505-47) op de binnenkant van alle kabelboomstekkers smeren wanneer de kabelboom wordt vervangen. De accukabels moeten stevig op de accupolen zitten zodat ze goed contact maken. Belangrijk: Als u werkzaamheden aan het elektrische systeem verricht, moet u altijd de accukabels, de min (-) kabel eerst, loskoppelen om mogelijk beschadiging van de bedrading tengevolge van kortsluiting te voorkomen.
Onderhoud aandrijfsysteem Smeerolie in de achteras verversen (uitsluitend Model 30345) Figuur 55 Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren 1. Bevestigingsbout (4) 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Reinig de omgeving van de drie aftappluggen, (1) aan elke kant en (1) in het midden (Figuur 54). Smeerolie van de tweerichtingskoppeling verversen (uitsluitend Model 30345) Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2.
De tractie-aandrijving afstellen voor de neutraalstand WAARSCHUWING De motor moet lopen zodat een laatste afstelling van de afstelnok van de tractie kan worden uitgevoerd. Contact met hete of bewegende onderdelen kan lichamelijk letsel veroorzaken. Als de machine beweegt wanneer het tractiepedaal in de neutraalstand staat, moet de afstelnok van de tractie worden afgesteld.
5. Plaats de kogelverbinding op de bevestigingsbeugel en controleer het wiel op spoorafwijking (inspoor). 6. Als de juiste afstelling is bereikt, de schroef op de stangklem aandraaien en de kogelverbinding vastzetten op de bevestigingsbeugel. Stops van besturing afstellen (uitsluitend model 30345) Figuur 58 1. Stuurplaat 2. Gelijke afstand aan vooren achterkant van de wielen De stops van de besturing op de achteras voorkomen mede dat destuurcilinder te ver uitslaat als de achterwiel worden geraakt.
Onderhoud koelsysteem Onderhouden remmen Radiator en scherm reinigen De interlockschakelaar van de parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren 1. Zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. Stel de parkeerrem niet in werking. Om de 1500 bedrijfsuren Om de 1500 bedrijfsuren 2. Verwijder de knop van de parkeerremstang en de schroeven van de kap van de stuurkolom (Figuur 61).
behoren functioneren. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. De afstelling van de remmen moet na de eerste 10 bedrijfsuren worden gecontroleerd. Daarna hoeft dit alleen maar te gebeuren als zij intensief zijn gebruikt. Deze periodieke afstellingen kunnen worden uitgevoerd op de plaats waar de remkabel is bevestigd aan de onderkant van de rempedalen.
Onderhoud riemen Riem van wisselstroomdynamo controleren Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren Na de eerste 10 bedrijfsuren Controleer om de 200 bedrijfsuren de conditie en de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo (Figuur 64). 1. Bij een correcte spanning heeft de riem een speling van 10 mm als u halverwege tussen de poelies op de riem drukt met een kracht van 4,5 kg. Figuur 65 1. Spanveer 2. Als de speling niet correct is 10 mm, moet u de montagebouten van de wisselstroomdynamo losdraaien.
Onderhoud bedieningsysteem en de contramoeren vastdraaien als de gewenste instelling is verkregen. Koppeling van aftakas afstellen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren 1. Zet de motor af, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje. 2. Open de motorkap en laat de motor afkoelen. 3. Stel de elektrodenafstand in en wel zodanig dat u een lichte druk voelt als u een voelermaat van 0,381 mm tussen de koppelingsvoering en de frictieplaat schuift (Figuur 66).
Het stuur verstellen Onderhoud hydraulisch systeem 1. Verwijder de knop van de parkeerremstang en de schroeven van de kap van de stuurkolom (Figuur 69). Hydraulische vloeistof verversen en hydraulische filter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren—Hydraulische filter vervangen. Dit moet in elk geval na de eerste 10 bedrijfsuren gebeuren, omdat anders schade aan het hydraulische systeem kan ontstaan. Om de 200 bedrijfsuren—Hydraulische filter vervangen Figuur 69 1.
Materiaaleigenschappen: Viscositeit, ASTM D445 5. Verwijder de buis die het ashuis verbindt met de transmissie, en laat de olie in een opvangbak lopen. cSt @ 40°C 55 tot 62 cSt @ 100°C 9.1 tot 9.8 140 tot 152 Viscositeitsindex ASTM D2270 Stolpunt, ASTM D97 -37°C tot -43°C Industriespecificaties: API GL-4, AGCO Powerfluid 821 XL, Ford New Holland FNHA-2-C-201.00, Kubota UDT, John Deere J20C, Vickers 35VQ25 en Volvo WB-101/BM. 6.
Stalling 2. Verwijder het oliefilter en gooi het weg. Plaats een nieuw filter. Machine 3. Vul het carter met 3,8 liter van de aanbevolen motorolie. Zie Motorolie verversen. 1.
Schema's Hydraulisch schema (Rev.
Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 62
Opmerkingen: 63
De garantie totaaldekking van Toro Beperkte garantie Gedekte voorwaarden en producten De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.